31-12-07

SALUUT

 

liefde,wensen,2008,vrede,schoonheid,2007

La marge, Walerian Borowczyk

Ik keer met een groot genoegen het voorbije jaar de rug toe. De laatste vier maanden wis ik vanavond uit mijn geheugen. De toekomst begroet ik, de nieuwe dagen van solidariteit en vrede. Ik begroet de komende vriendschappen en liefdes. De open ruimtes en witte bladzijden begroet ik. De onbekende woorden en het schuim van plezier op de lippen. De razernij tegenover onrecht begroet ik. Het heilige van stenen en vele andere kleine dingen. De duizenden kleuren van wol, katoen, fijne gewaden en kostuums. Op de werkers hef ik het glas, op de zieken en de zwakken en de verstotenen. Ik reikhals naar de nieuwe wijsjes, de ongeziene beelden. 

Ik wens u allen alles wat u mij ook zou wensen. Ik wens u allen alles wat ik mezelf zou wensen.

29-12-07

VEERTIG ONTROERENDE WIJSJES

songs,top 40,wijsjes,muziek,pop,rock,liedjes,lijst,uitverkoren,ontroering,geheugenverlies,2007,einde,forever young
Marissa Nadler

Voor dit ellendige jaar zijn deuren sluit moet er nog een lijstje het daglicht zien. Dit is echt het allerlaatste, dat beloof ik. Ik zie immers nauwelijks nieuwe films, ik lees voornamelijk boeken uit andere tijden, en toneelstukken die ik gezien heb vergat ik meteen weer. Soms heb ik het gevoel dat ik in een parallelle wereld leef, waar de tijd en het geheugen niet bestaan. Maar liedjes blijven me bij, al vergeet ik veel meer dan vroeger titels en soms zelfs namen van bands, zangers of zangeressen. Mijn laatste lijstje van 2007 bevat de songs die mij het meest hebben ontroerd of die andere emoties in mij hebben losgeweekt. Je leest achtereenvolgens de naam van de uitvoerder(s), titel van het lied, titel van de cd. 

 

  1. Sonic Youth – I’m Not There –  I’m Not There (Soundtrack)
  2. Lavender Diamond – Garden Rose – Imagine Our Love
  3. Ry Cooder – Three Chords and the Truth – My Name is Buddy
  4. Patti Smith – Smells Like Teen Spirit – Twelve
  5. Wilco – Impossible Germany – Sky Blue Sky
  6. Bonnie ‘Prince’ Billy – The Way I Am – Ask Forgiveness
  7. Jim James & Calexico – Goin’ To Acapulco – I’m Not There (Soundtrack)
  8. Meg Baird – All I Ever Wanted – Dear Companion
  9. Jesse Sykes & The Sweet Herafter – The Air Is Thin – Like, Love, Lust & the Open Halls Of the Soul
  10. Marissa Nadler – Diamond Heart – Songs III: Bird On the Water
  11. Bob Dylan – Most Likely You Go Your Way  (Mark Ronson Remix) – Dylan
  12. Mavis Staples – Turn Me Around – We’ll Never Turn Back
  13. Robert Plant & Allison Krauss – Throught the Morning, Through the Night – Raising Sand
  14. Danny & Dusty – Warren Oates – Cast Iron Soul
  15. Neil Young – Beautfiul Bluebird – Chrome Dreams II
  16. Amy Winehouse – Love Is A Losing Game – Back To Black
  17. Ryan Adams – Tears Of Gold – Easy Tiger
  18. Great Lake Swimmers – There Is A Light - Ongiara
  19. Beirut – Un Dernier Verre (Pour La Route) – The Flying Club Cup
  20. Blanche – Child Of The Moon – Little Amber Bottles
  21. Levon Helm – Feelin’ Good – Dirt Farmer
  22. Emmylou Harris – Snowin’ On Raton – Songbird
  23. Lucinda Williams – Learning How To Live – West
  24. Iron and Wine – Wolves (Song of the Shepherd’s Dog)
  25. Willy Mason – When the River Moves On – If the Ocean Gets Rough
  26. Joe Henry – Civlians – Civilians
  27. Feist – Brandy Alexander –The Reminder
  28. Betty Lavette – I Still Want To Be Your Baby (Take Me Like I Am) – The Scene Of the Crime
  29. Rilo Kiley – The Angels Hung Around – Under The Blacklight
  30. Matthew Sweet & Susanna Hoffs – I See The Rain – Under The Covers Vol. 1
  31. Willie Nelson & Calexico – Señor (Tales Of Yankee Power) – I’m Not There (Soundtrack)
  32. Joan As A Policewoman – The Ride – Real Life
  33. Coat Check Dream Song – Bright Eyes - Cassadaga
  34. Alela Diane – Pieces Of String – The Pirate’s Gospel
  35. PJ Harvey – When Under Ether – White Chalk
  36. Mary Weiss & The Reigning Sound – Nobody Knows (But I Do) – Dangerous Game
  37. Cat Power – Stuck Inside Of Mobile With The Memphis Blues Again – I’m Not There (Soundtrack)
  38. Richard Hawley – The Sun Refused To Shine – Lady’s Bridge
  39. Andrew Bird – Scythian Empires – Armchair Apocrypha
  40. Stephanie Dosen – Vinalhaven Harbor – A Lily For the Sceptre


i'm not there


Foto: Cate Blanchett in de film I'm Not There van Todd Haynes.

28-12-07

JEUGD, ZIEL EN MUZIEK

leeftijd,ouderdom,jeugd,vijfenzestig,pensioen,huwelijk,lichaam,ziel,verlangen,reizen,geluk,muziek,filosofie,psychologie,thomas bernhard,thema s,psyche,pop,sixties,beat generation,outsiders,simon vinkenoog,schrijven,spelling,letters

Soms denk je, was ik maar vijfenzestig, van alle miserie verlost, dan kon ik mijn eigen leven leiden, in Portugal of in Peru. Maar dan herinner je je weer meteen hoe het was toen je jong was en danste - je lange haren wapperend - op de beat van the Outsiders, toen je Simon Vinkenoog las en dacht dat hij een belangrijker profeet was dan die uit het Oude Testament. Alles werd met kleine letters geschreven en je gebruikte zoveel mogelijk k’s. Dat was progressief, zo hoorde het, dachten de kinderen van de beat generation. Kommunikaatsie. Wat was dat prachtig naïef! Daar zijn voor jou jeugdige vriendschappen op gevolgd, de vergaring van kennis, een eerste huwelijk, met een mooie en lieve maar koppige vrouw, en een lieve, intelligente en zeer eigenzinnige zoon en een tweede huwelijk, dat er pas kwam nadat jij en je tweede vrouw vierentwintig jaar samen hadden geleefd en meermaals waren gestorven. (Mijn vrouw zegt, om de zeven jaar krijg je een nieuw lichaam).


Daarom, nee, ik wil geen vijfenzestig zijn, het wellicht zelfs niet worden, ik wil die jeugd terug, die ik niet meer terugkrijgen kan. De enige tijd die de moeite loont om ’s morgens vroeg voor op te staan – ook al vind je later de echte liefde en geniet je van kunst en seks en de juiste combinatie van cijfers en letters en beleef je momenten van geluk in Italië en Duitsland en New Orleans en op vele andere plaatsen. Nee, was ik maar negentien, dat is mijn enige echte wens, negentien om het even wanneer, niet noodzakelijk in de swinging sixties.


Maar het lichaam, het lichaam, dit lichaam – daar moeten wij het mee doen. De ziel is een soort van kreet, een poging tot bezwering, tot stil leggen van tijd en orde. Voorvoelden wij dat al in 1969 toen wij kozen voor muziek, toen we ons geheel en zonder voorbehoud overgaven aan muziek? Want de muzikale thema’s , eenvoudig als de blues of ingewikkeld als Stravinski, zijn de thema’s van onze ziel. Onze ziel is niet definieerbaar, niet door mij, niet door psychologen, niet door filosofen – onze ziel is wat altijd aan ons ontsnapt, en wat wij altijd achternajagen maar waarvan we niet weten wat het is (tenzij af en toe en thema). Misschien is onze ziel heel gewoon de nieuwsgierigheid naar de bron van die muziek. Waar komen we vandaan en vanwaar komt onze muziek? En zal dan niet, noodgedwongen, onze ziel sterven samen met ons lichaam, verstrengeld als geliefden, zonder te hebben gevonden wat ze zocht, wat jij zocht, wat wij met zijn allen zochten toen we vrede sloten of elkaar de oorlog verklaarden, toen we elkaar streelden of elkaar naar het leven stonden?


And the band played Waltzing Matilda.


“Op een dag kom je thuis en weet: van nu af aan moet ik voor alles boeten, en vanaf dat ogenblik ben je oud en dood. Op een dag is alles afgelopen, hoe lang het leven ook nog voortduurt. Eens en voor al ben je dood, en alle schoonheid, dat wat geluk is en geluk kan zijn, de rijkdom en alles heeft zich teruggetrokken, voor altijd.”

Thomas Bernhard, Vorst.

27-12-07

SLAM EN DE OBSCENE GRENZEN VAN PÖEZIE

Het is vreemd en opvallend dat er altijd weer enkelingen opduiken die graag op een podium gaan staan, een beetje hoger dan de andere mensen. Dat ze, zo lijkt het, door, gedurende de tijd dat zij, de enkelingen, zich boven hen verheffen wat lagere anderen, wensen beoordeeld te worden, en wellicht zelfs gestenigd of veel liever nog gekoesterd en begeerd.

En dat degenen die ervoor kiezen om tijdelijk een lagere plaats in te nemen, op de grond of op een ongemakkelijke stoel, en met te veel kleren aan, waardoor er gezweet wordt, graag om degenen die zich verheffen lachen, ze veroordelen, erom huilen, als het moet ze stenigen als waren ze martelaren, terwijl ze in dit bepaalde geval toch alleen maar de blues zingen – en sommigen hun gedachten laten afdwalen, laten afdalen naar de vreemden in henzelf aanwezig, en dat die laatsten, die weinigen, dan schrikken van dat vacuüm in hen.

 

Maar de dichters verlaten op tijd de zaal waar hoger en lager wordt gespeeld en keren huiswaarts, harden zich en wachten geduldig af. Af en toe peilen ze de diepte van hun afgrond, en soms lukt het hen een spoor te vinden van de weg die ze gingen toen ze de hoge, zacht glooiende heuvels van hun kinderjaren beklommen. Geduld moet je oefenen, zei de meester, daar komt het op neer, tot je het wijsje hoort, je diepste gezang. Van dat ogenblik af, en misschien al veel eerder, laat je je niet meer van de wijs brengen door harde stemmen en ingewikkelde manifesten op grijs papier gedrukt.


Het is vreemd dat er zulke mensen bestaan, die de ‘obscene grenzen’ die Lawrence Ferlinghetti ontwaarde nog langer willen bestrijden. En dat er anderen zijn die beamen wat Marcel Proust zei: degene die lijdt onder de liefde – als hij lijdt – is degene die ze ontvangt, niet degene die liefde schenkt. Maar hij moet het wel weten, anders is hij een dwaas. Alleen dwazen lijken gelukkig te zijn.

26-12-07

EENZAAMHEID, ETCETERA

“’Een zweetdruppel van een boer die neervalt op het veld in de zomer...’, is dat een goede zin", vraagt hij.

“Het is niet helemaal duidelijk of de boer of de zweetdruppel neervalt op het veld”, zegt zij.

“Ja, dat dacht ik ook al, maar als ik schrijf ‘Een zweetdruppel die neervalt in de zomer van een boer op het veld’ is er ook iets mis, vind ik”, zei hij.

“Nee, dat is ook niet goed…”, zegt zij, “literaire zinnen bouwen lijkt me geen lachertje”.

“Je moet maar iets anders bedenken”, vervolgt ze, “het is nu toch geen zomer, waarom schrijf je niets over kerstmis?”

“Toch niet over de herders? Of de stal? Die staat al op de Grote Markt, daar moet ik niet meer over schrijven. En herders zou ik ver moeten gaan zoeken”, zegt hij.

“Je zou je in de leefwereld van een dakloze kunnen verplaatsen”, zegt zij.

“Aan zoiets naturalistisch begin ik niet”, zegt hij, “bovendien staat het allemaal al in de Humo”.

“Kun je dat kerstverhaal uit ‘Smoke’ niet navertellen en doen alsof het van jou is”, zegt zij, “dat is toch al iedereen vergeten.”

“Welk kerstverhaal bedoel je”, vraagt hij.

“Dat van Augie Wren”, zegt zij.

“Van Paul Auster steel ik niets”, zegt hij, “die is te bekend. Bovendien kan ik me het verhaal niet goed herinneren. Ging het niet over een fototoestel?”

“Er kwam een fototoestel in voor, maar daar ging het niet over”, zegt zij.

“Waarover dan wel”, vraagt hij.

“Over de eenzaamheid geloof ik, maar ik weet het ook niet meer zeker”, zegt zij.

“Goed, ik zal dan maar iets over de eenzaamheid schrijven”, zegt hij.


En hij gaat voor zijn computer zitten en begint te schrijven.

‘Nodig eens een eenzame uit’, schrijft hij.

‘Nodig eens twee eenzamen uit’, schrijft hij.

‘Etcetera’, schrijft hij.

flying burrito brothers

Foto: Martin Pulaski, 24 december 2007

24-12-07

COMES A TIME, VROEG ZIJ

“De meeuwen op het water hebben het roerloze en blanke van waterlelies”, zo meende hij zich te herinneren uit een boek. En zo zei hij het tegen haar, omdat hij zelf niets kon bedenken.

“Heb je al eens een albatros gezien”, vroeg ze.

“Ik denk het wel, op Long Island, geloof ik,” zei hij.

“Bij sommige albatrossen is de schaduw van hun vleugels zo zwaar dat ze niet meer kunnen vliegen”, zei ze.

“Zeker niet bij vochtig weer”, voegde ze eraan toe.

“Heel goed mogelijk”, zei hij, terwijl hij een blik naar buiten wierp, waar vuile mist hun eenzame spar aan het oog onttrok.

“We kunnen hier niet blijven”, zei hij.

“Zodra we geld hebben, verhuizen we naar een ander land”, zei ze.

“Zodra we geld hebben…”, mompelde hij.

“Een eiland, zuivere lucht, bomen, loslopende dieren…” ging ze verder.

“Hebben we daar nog tijd voor, om aan dat geld te komen”, vroeg hij.

“Voor de ziel bestaat geen tijd”, zei ze.

“Maar mijn botten kraken, en vorige nacht heb ik die van jou ook horen piepen”, zei hij.

“Misschien moet alles een keer gesmeerd worden”, zei ze.

“Er zouden garages voor het lichaam moeten bestaan”, zei hij.

“En wat denk je van een alternatieve carwash, een bodywash, een gang waar je door moet lopen en als je eruit komt ben je weer proper en ruik je lekker…”, opperde zij.

“Ja, daar zit muziek in”, zei hij.

“Ik heb zulke zware voeten”, zei zij.

“Bij mij zit het op de longen”, zei hij.

“Laten we nog een glaasje wijn drinken”, zei zij.

“Het leven is toch niets waard”, beaamde hij met andere woorden uit het boek.

“Ach, dat is allemaal relatief”, zei zij.

“Ik zal nog een plaatje opleggen van Neil Young”, zei hij.

“Comes a time, toch”, vroeg zij.

“Comes a time”, zei hij.

 

kerstwensen,foto,1973,comes a time,neil young,geld,eiland,gesprek,mijmering,verlangens,vuile lucht,martin pulaski,holsbeek

Oprechte kerstwensen voor iedereen. Don't get lost on the human highway!

22-12-07

BELOFTEVOL VERLEDEN

lijst,muziek,pop,populaire muziek,re-releases,boxen,heruitgaven,rock,blues,country

Zoals beloofd volgt hier een lijstje van mijn favoriete re-releases, boxen en compilaties verschenen in 2007. Het is heel goed mogelijk dat ik belangrijke of zeer mooie dingen vergeet. Tevens is de lijst beperkt omdat ik verre van alles heb beluisterd, laat staan gekocht. Het is gewoon een voorkeurslijstje. Ik heb altijd graag lijstjes gemaakt en als jongetje van  acht of negen luisterde ik al elke zondag naar de hitparade op radio Luxemburg. Ik stond ook mee aan de wieg van Toppers van Tobbers in Humo. In de beginperiode werden de lijstjes nog per school gepubliceerd; ik stelde elke week een hitparade samen namens het Koninklijk Atheneum in Tongeren. Meestal stonden the Rolling Stones op nummer 1. Maar hier een lijst met hier en daar een klein beetje uitleg.
 

1.    Moby Grape – 1st album, Wow, Moby Grape ’69 en Truly Fine Citizen. Deze vier zeer miskende elpees werden eindelijk op cd uitgebracht door het onvolprezen Sundazed label. Moby Grape was een van de beste West Coast-bands uit de jaren ’60 en ’70. Ik hield zielsveel van hun harmonieuze stemmen, en heb nu een voorkeur voor de meer country-getinte songs. Alexander ‘Skip’ Spence was een van de groepsleden.

2.    Emmylou Harris – Songbird. Vier boordevolle cd’s vol prachtige en vaak moeilijk vindbare songs van Emmylou. Een echte schat. De bijgevoegde dvd is een beetje een samenraapsel. Maar de muziek en de stemmen zijn zo schitterend dat dat vijfde schijfje er niet meer zo toe doet. Ik luister meestal toch met de ogen dicht. Op de derde cd van mijn box zit een kras en wel net op het nummer ‘Sin City’, uitgevoerd door Emmylou en Beck.

3.    Neil Young – Live At Massey Halll. Eigenlijk is dit geen re-release, want de plaat is nooit eerder verschenen. Maar de opnames dateren uit 1971. Hemelse stem, hemelse songs.

4.    Various Artists – Memphis. That’s All Right! From Blues To Rock ‘n’ Roll. Schitterende bluescompilatie op het Franse sagablues label. Bijzonder fraai uitgevoerd hoesje ook. Rocket 88 van Jackie Brenston met Ike Turner op piano is een van de 24 tracks. De overige 23 moeten er niet voor onderdoen.

5.    Joy Divsion – Closer en Unknown Pleasures.

6.    The Traveling Wilburys Collection. Inclusief een geestige dvd.

7.    Nico – The Frozen Borderline. Twee elpees (‘The Marble Index’ en ‘Desertshore’) plus bonustracks, in een uitstekende productie van John Cale.

8.    Sly And The Family Stone – Stand! en There’s A Riot Going On. Ook weer zeer verzorgde uitgaven, met veel bonustracks.

9.    Betty Davis – Betty Davis. Een vrouwelijke pionier van de funk. Oorspronkelijk verschenen in 1973.

10. Various Artists - Ah Feel Like Ahcid. 24 American Psychedelic Artefacts from the EMI Vaults.

11. Fairport Convention – Liege & Lief. Deluxe Edition. Normaal gezien zou deze plaat op 2 staan. Maar Liege & Lief is al zo vaak uitgegeven dat ik de tel kwijt ben. Het is evenwel een van de allerbeste elektrische folkplaten die er ooit zijn gemaakt, en Sandy Denny heeft nooit beter gezongen dan op deze elpee. De uitvoering van ‘Matty Groves’ bezit een gruwelijke schoonheid.

12. J.B. Lenoir – Eisenhower Blues. Ook weer op het sagablues label. Ongeveer het beste van deze zeer originele, en politiek bewuste bluesman.

13. Warren Zevon – Excitable Boy.

14. Elvis Costello – My Aim Is True. Deluxe Edition. Ook de platen van Elvis Costello blijven maar gerecycleerd worden. Maar het blijft een uitstekend debuut.

15. The Triffids – In The Pines. De garagerockplaat van de Australische Triffids, die zoals iedereen weet bijzonder populair waren in België.

16. Dolly Parton – My Tennessee Mountain Home. In de American Milestones reeks.

17. Pink Floyd – The Piper At The Gates Of Dawn. 40th Anniversary Edition.

18. Elliott Smith – New Moon.

19. Vashti Bunyan – Some Things Just Stick In Your Mind. Veel gekraak, dat wel.

20. Danny & Dusty – The Lost Weekend. Prachtige elpee, maar de cd-versie was vermoedelijk alleen verkrijgbaar tijdens hun concerten en zit jammer genoeg in een wit kartonnen hoesje, terwijl de oorspronkelijke hoes perfect voer voor dronkaards en fotografen is.


In mijn top-30 van nieuwe releases hadden ook ‘Dirt Farmer’ van Levon Helm, ‘The Pirate Gospel’ van Alela Diane, ‘Imagine Our Love’ van Lavender Diamond en ‘Songs III: Bird On the Water’ van Marissa Nadler moeten staan. Gewoon vergeten.

19-12-07

ZERO'S UITVERKOREN CD'S IN 2007

muziek,rock and roll,pop,beste,top-30


Dit is mijn top dertig van het aflopende jaar. Ik plaats de cd’s in een volgorde die vandaag mijn voorkeur geniet, maar dat is zeer relatief, morgen zou de volgorde waarschijnlijk anders zijn – en in dat opzicht verschil ik waarschijnlijk niet van andere melomanen. In mijn lijstje zijn er eigenlijk geen winnaars en geen verliezers: alle cd’s die hier worden opgesomd zijn in zekere zin evenwaardig, wat erop neerkomt dat ik niet goed kan kiezen.

  1. Wilco – Sky Blue Sky
  2. Amy Winehouse – Back To Black
  3. Danny & Dusty – Cast Iron Soul
  4. Robert Plant & Allison Krauss – Raising Sand
  5. Various Artists – I’m Not There (Original Soundtrack)
  6. Ryan Adams – Easy Tiger
  7. Mavis Staples – We’ll Never Turn Back
  8. Bettye Lavette – The Scene Of the Crime
  9. Ry Cooder – My Name Is Buddy
  10. Patti Smith – Twelve
  11. Mary Weiss & the Reigning Sound – Dangerous Game
  12. Matthew Sweet & Susanna Hoffs – Under the Covers  Vol. 1
  13. Iron And Wine – The Shepherd’s Dog
  14. Meg Baird – Dear Companion
  15. Great Lake Swimmers - Ongiara
  16. Beirut – The Flying Cup Club
  17. Joe Henry – Civilians
  18. Willy Mason – If the Ocean Gets Rough
  19. Neil Young – Chrome Dreams II
  20. Lucinda Williams - West
  21. Rilo Kiley – Under the Blacklight
  22. Joan As A Policewoman – Real Life
  23. Richard Hawley – Lady’s Bridge
  24. Andrew Bird – Armchair Apocrypha
  25. Feist – The Reminder
  26. Blanche – Little Amber Bottles
  27. Diana Jones – My Remembrance Of You
  28. Various Artists – Like A Hurricane: A Tribute To Neil Young
  29. Bright Eyes – Cassadaga
  30. Bonnie ‘Prince’ Billy – Ask Forgiveness

Amy Winehouse en Joan As A Policewoman zijn in 2006 uitgebracht, maar heb ik pas dit jaar voor het eerst gehoord. De cd van Bright Eyes heb ik met gemengde gevoelens opgenomen. Sommige songs van Conor Oberst hoor ik bijzonder graag, andere verafschuw ik. ‘West’ van Lucinda Williams ben ik pas de voorbije weken echt gaan appreciëren. Live in de AB viel ze echter tegen. Ik weet dat Patti Smith slechte recensies heeft gekregen, maar ik ben een fan, sinds 1975. Voor haar loop ik door de stad als de stad in brand staat, en er staan mooie, goed uitgevoerde covers op. De cover-cd van Matthew Sweet & Susanna Hoffs werkt zeer aanstekelijk. The Bangles waren nooit mijn kop thee, maar voor Susanna Hoffs heb ik toch wel een zwakke plek in mijn hart (of hoe heet dat orgaan?). Richard Hawley’s ‘Lady’s Bridge’ vind ik minder goed dan zijn vorige platen, maar ook van hem ben ik een fan, daarom krijgt hij alsnog een vermelding. Ik denk dat ‘Sky Blue Sky’ niet alleen de beste plaat van het jaar is, maar ook de beste cd van Wilco en dat Wilco de beste band is die nu muziek opneemt en optreedt. Het concert van Wilco dit jaar in het Koninklijk Circus is onvergetelijk. Sommige lezers zullen de ereplaats voor Amy Winehouse misschien vreemd vinden. Maar de Britse zangeres heeft gewoonweg een schitterende cd gemaakt – die ook nog eens in de smaak valt bij gewone mensen zoals ik. Het is tegelijk een eerbetoon aan Mark Ronson die dit jaar een prachtig nummer van Bob Dylan opnieuw onder de aandacht heeft gebracht. Op de soundtrack van de film I’m Not There staan nogal wat overbodige covers, maar er staan zulke mooie uitvoeringen op dat ik niet anders kan dan wat ik in een bepaald opzicht toch definitief heb gedaan. Bonnie ‘Prince’ Billy staat zo laag omdat hij zich zo laat heeft aangediend. Een overzicht van mijn favoriete re-releases en boxen volgt later.

16-12-07

I CAN'T STOP LOVING YOU

Waar komt die stem vandaan? Een tegelijk warme en zeer droeve stem, de stem van Ray Charles, als hij ‘I Can’t Stop Loving You’ zingt? ‘They say that time heals a broken heart / But time has stood still / Since we’ve been apart…”


Waar komt die stem vandaan? De intensiteit, de gretigheid, het verlangen en vooral het allesdoordringende verdriet dat samenhangt met een breuk. Het enige wat die stem komt verstoren zijn andere, blanke, zielloze stemmen – die de producer er waarschijnlijk aan heeft toegevoegd, om de blanke markt te veroveren.


i can't stop loving you


Maar dat laatste wist ik nog niet. Toen. Ik was ongeveer twaalf jaar, een zeer gelovige katholieke jongen, een misdienaar zelfs. Een priester in de kinderkolonie in Rekem, waar ik op internaat zat vanwege astma, al vier jaar, was ervan overtuigd dat ik een ‘roeping’ had. Bij gebrek aan andere interessante lectuur zat ik altijd in het ‘Nieuwe Testament’ te lezen. Ik kende ongeveer alle evangeliën van buiten. Wat in die boeken gebeurde ging alleszins veel dieper en verder dan wat ik ‘las’ als ik in het ziekenpaviljoen lag: Nero en Suske en Wiske, en zelfs Kuifje. De priester die mij de stripverhalen bracht, evenals lege sigarenkistjes, deed altijd nogal vreemd als hij mij een kruisje op mijn voorhoofd gaf en mij ‘slaapwel’ wenste.


De evangeliën gingen bijna altijd over de strijd tussen goed en kwaad, en over Jezus die partij trok voor de meest kwetsbaren, zondaars, outsiders, verstotenen. Zo zie je die evangelische taferelen ook terugkeren in de kunst uit de renaissance. Met zulke outsiders voelde ik me al lange tijd verwant, wellicht door mijn ziekte, waardoor ik niet aan alle spelletjes kon deelnemen en vaak uitgelachen werd, verstoten zelfs, evenals door het feit dat mijn ouders schippers waren, een soort Zigeuners; alleszins geen normale mensen met een huis en een varken of een paar koeien in een wei.

Op mijn twaalfde deed ik mijn plechtige communie. Ik kreeg een echt ‘kostuum’, met lange broek, een polshorloge, zakdoeken met mijn initialen, lederen handschoenen, en nog allerlei andere parafernalia – en wat ik vooral niet mag vergeten: een missaal. Voor wie het niet weet: een missaal is een mooi boek in leder gebonden, goud op snee, met alle verhalen in over het leven van Jezus Christus. Ongeveer dezelfde verhalen als in het Nieuwe Testament. Aan de ene kant stond de Latijnse versie, aan de andere kant de vertaling, zoals je dat nu hebt met de betere vertaalde poëziebundels. Mijn exemplaar bevatte 1702 bladzijden met nog een toevoegsel van 80 bladzijden in verband met ‘feesteigen van de Belgische Bisdommen’.

Ik was bijzonder trots over mijn uiterlijke verschijning, vooral mijn haartooi vond ik zelf adembenemend. Ik dacht dat alle meisjes nu voor me in zwijm zouden vallen. Mijn ‘tante’ Barbara, een dameskapster van beroep, had mijn haren ‘bewerkt’, het was nu een vaste massa, vol ‘lak’ gespoten. Ik voelde me eigenlijk meer toegerust om in een nachtclub rock & roll te gaan dansen dan om de heilige hostie te ontvangen en de hele ermee samenhangende ceremonie te ondergaan, hoewel ik daar ook naar uitkeek. Iedereen kent zulke gevoelens en verlangens wel, als hij zowel het ene als het totaal tegenovergestelde andere wil doen. Van het ritueel kan ik me eigenlijk niet veel meer herinneren. De mis was wat plechtiger dan op andere dagen en ik geloof dat er een bisschop aanwezig was. Er werden plechtige uitspraken over onze toekomst gedaan, wij die de belofte van katholiek België vertegenwoordigden.

Daarna begon het feest. Allemaal familieleden en vrienden van mijn ouders die ik nauwelijks kende. Ik had alleen maar aandacht voor mijn achternichtje Denise, en nog veel meer voor Henriette, de dochter van de sluismeester. We zaten stijfjes aan tafel, dronken water en aten en aten, maar later zou er worden gedanst, iets wat ik nog niet vaak had gedaan in zo'n bont gezelschap. Als ik nu aan die dag terugdenk lijkt het op een dronken roes, op een tocht met een 'dronken boot', terwijl ik zeker weet dat ik in die tijd geen druppel alcohol aanraakte. Ik vroeg Henriette ten dans voor een tango, maar ze wees me vriendelijk af. Ik denk omdat ze geen tango kon dansen, maar dat kon ik evenmin. Ik voelde me echter zeer gekrenkt. Het meisje van mijn dromen wilde niet met me dansen! Vervolgens volgde een zwoel nummer van Fats Domino, en ik vroeg dan maar aan Denise of zij wel wilde dansen. Meteen! Ze was als smeltende chocolade in mijn armen. Maar in mijn hoofd zat Henriette. Je wilt altijd datgene en diegene wat en wie je niet hebt. Toch denk ik niet dat Denise er iets van heeft gemerkt (en ik hoop evenmin dat ze dit leest, of juist wel, want ik vond het heerlijk om met je te dansen, mooie Denise, jij die me mee inwijdde in de rock & roll).

plechtige communie 2


Mijn familie was een tragische familie. Mijn grootouders aan vaderskant waren al dood of iets dergelijks voor mijn geboorte. Inderdaad, mijn grootmoeder was vrij jong gestorven, maar wanneer precies werd me nooit meegedeeld en ik weet het nog altijd niet. Ze schijnt te zijn gestorven van verdriet, een soort verdriet zoals in ‘I Can’t Stop Loving You’, om een man die haar bezwangerd had, maar haar vervolgens in de steek gelaten. De vrucht was mijn vader, een natuurlijk kind, een bastaard. Zoon van een stalknecht of van een baron? Want mijn jong gestorven grootmoeder aan vaderskant werkte op het kasteel van Hocht. Wat daar allemaal niet gebeurde! Maar dat was voor mijn tijd, voor de geboorte van mijn vader zelfs. Het roept herinneringen op aan een toneelstuk van Strindberg. Wie is je vader eigenlijk, vader? Wist Ray Charles wel wie zijn vader was, zijn grootvader, zijn oude familie: de slaven die uit Afrika waren ingevoerd in de VS en er in New Orleans en andere steden aan de Mississippi werden verkocht? Toch doet het me meer aan het Noorden denken, aan Strindberg, aan Ibsen – de geestelijke vader van James Joyce.  Ik heb het er vaak over met mijn vrouw, want zij is ook de kleindochter van een stalknecht of een baron. Op dat gebied zijn wij elkaars spiegelbeeld. Als wij samen voor een grote spiegel staan – meestal in een hotel in Umbrië of Toscane – zie ik haar met een snor en heb ik zelf een spleetje tussen mijn benen. Op zulke momenten verlang ik niet naar haar, maar eet liever nog wat olijven en drink een laatste glas Montefalco. Dan lees ik wat in een boek van Italo Svevo, of neem ‘Dubliners’ van James Joyce nog eens ter hand, enkele minuten, en val in slaap.


Die oude man was onbekend en onbemind en er werd niet over gesproken noch gegist naar zijn identiteit. Het was het onuitgesprokene, het taboe. En de manier waarop mijn grootmoeder was gestorven was evenmin duidelijk. Vaders tante, de zus van zijn moeder, heette moe, of zo noemde iedereen haar toch. Zij was een schim in het zwart die altijd in een zetel zat met een portemonnee en een zakdoek stevig in de handen geklemd. Spreken deed zij niet. Vader zei dat zij vroeger wel had gesproken, maar dat zij er op een gegeven moment mee was gestopt. Zij sprak geen gebenedijd woord, ook al gaf zij tekenen van herkenning als ik weer eens op bezoek kwam – wat vrij vaak was. De dochter van moe was Barbara, een nicht van mijn vader, de kapster van hierboven. Zij woonde in een huis en had een man en een varken. Haar man werkte in de grindfabriek aan de rechteroever van de Zuid-Willemsvaart. Rechteroever is relatief. Voor ons was het eigenlijk de linkeroever. De grindwasserij, noemden wij de installatie, die vreselijk veel lawaai maakte. Dat hoorde je vooral op zaterdag en zondag als er alleen klokken luidden en verder nog wat gehinnik van paarden en geloei van koeien in de lucht hing en soms een bij om je hoofd zoemde. De muggen in die streek maakten geen geluid.

Elke keer als ik bij Barbara op visite kwam, mijn ‘tante’, was ik gefascineerd door moe die daar voor zich uit zat te staren, met haar zakdoek en haar portemonnee in haar hand geklemd. Waarom zeg je toch niets, moe? Zij kende het geheim, dat wist ik op den duur wel zeker. Zij wist wie de vader van mijn vader was, baron of stalknecht of iets daartussenin.

Jean, de man van Barbara zei al evenmin iets. Als hij thuiskwam van de grindwasserij was hij vuil, bezweet en moe. Soms moest hij dan ook nog eens het varken eten geven. Op mooie zomerdagen speelde ik met Denise in de moestuin. We deden dan alsof ik prins en zij prinses was. Zij was echter niet de echte prinses. De echte prinses was Henriette, en zij heerste over de ‘abri’, de schuilkelder, aan de andere kant van het kanaal. Maar soms moet een mens ontsnappen aan de verstikkende realiteit, zelfs als kind met veel fantasie, en dan was Denise mijn prinses en ik haar prins. Voor enige minuten heersten we dan over de wereld en zagen dat hij goed was. Dat stuk land is voor mijn erfgenamen, zei ik, en dat stukje voor die van jou. Goed, zei Denise. Aan onze rechterzijde knorde het varken instemmend. Ik dacht, als we dan onze beide stukken samenvoegen bezitten we de hele wereld.

plechtige communie 1

De familie aan moederszijde was veel ingewikkelder en zou ik beter een volgende keer beschrijven, want ik zit nu naar George Jones, een notoire dronkaard, te luisteren, beneveld door ik weet niet hoeveel Duvels. Mijn moeder was zuinig; mijn ene tante – die ook mijn meter was – was extreem gierig; mijn andere tante verkwiste al haar geld aan mannen en aan couponnetjes. Dat waren stukken stof die zogezegd veel waard waren, maar waar nog maar kleine hoeveelheden van over waren, voldoende bijvoorbeeld om er een rok mee te maken. Toen tante Georgette stierf  - door zelfmoord - bleek ze koffers vol te hebben met couponnetjes. Maar ook met talloze zijden sjaaltjes, waarvan ik er in mijn ‘modtijd’ nog heb gedragen. Ook van haar broches, overigens. Ik was in die latere periode een fan van Brian Jones en die man droeg toch ook broches? Dan had je nog mijn nonkel Frans die bijzonder vrijgevig maar ook erg rijk was. Hij was de peter van mijn broer. Wie zijn meter was weet ik niet meer.

Ik heb nog niets verteld over mijn peter. Hij en zijn vrouw, een nicht van mijn vader, hoorden bij de armste mensen van heel Lanaken. Slechts weinigen spraken over hen. Mijn peter, Martin, naar wie ik ben genoemd, was de dronkaard, de lanterfanter van het dorp. Ze woonden met zijn beiden in een klein huisje, kraaknet, maar zo goed als leeg. Het grootste geschenk dat ik van mijn peter ooit heb gekregen was een karamel van Côte d’Or.

Als ik me nu goed probeer te herinneren had ik alleen een gierige meter, en een straatarme peter en had mijn broer alleen een peter, een rijke vrijgevige man, een reder in Antwerpen. Wat is er dan met mijn broers meter gebeurd? Ik zei het al, wij zijn een tragische en ingewikkelde familie.

De peter van mijn broer, nonkel Frans, de broer van mijn moeder, die op vrij jonge leeftijd gestorven is aan een beroerte, heeft van mijn plechtige communie op zijn manier – met geld – een prachtige dag gemaakt, maar niet alleen een prachtige dag, hij heeft eveneens onvrijwillig geïnvesteerd in mijn emotionele en culturele toekomst. Want met het geld dat hij me had gegeven kocht ik een Philips draagbare platenspeler en vijf singles, waarvan ik mij er nu nog twee kan herinneren en die nu ook nog meetellen: ‘I Can’t Stop Loving You’ van Ray Charles en ‘Don’t Be Cruel’ van Elvis Presley – ach ja, en ook nog ‘A Steel Guitar And A Glass Of Wine’ van Paul Anka. Misschien zegt die laatste titel nog het meest over wie ik nu ben  en hoe ik nu leef.


Maar zo weten we nog altijd niet waar die stem vandaan komt? Ze komt in de eerste plaats van Ray Charles, de man die god verving door de vrouw en van gospel soul maakte. Zijn singles – en die van Fats Domino - waren de eerste platen waar blanken op durfden dansen zoals het hoorde, met de heupen en hij was de eerste die de blanke white trash-wereld binnenbracht in het zwarte bewustzijn.

Voor mij was die stem het enige echte plechtige communiegeschenk, waar ik mijn nonkel Frans, in weerwil van zijn kapitalisme – waar hij zich overigens niet bewust van was, hij leefde er maar op los – tot het einde van mijn dagen dankbaar voor zal zijn. De keuze voor Ray Charles, echter, heb ik zelf gemaakt. De stem van Ray Charles komt van mij, ook al kan ik niet zingen. De stem van Ray Charles komt van hemzelf en van de geschiedenis die hem heeft gemaakt wat hij is, was.

'I Can't Stop Loving You' en 'Born To Lose' zijn onder meer terug te vinden op de uitstekende dubbele verzamel-cd 'the definitive Ray Charles' op het Rhino-label.

 


Foto's:

Op de bovenste foto zitten we met zijn allen aan tafel tijdens het communiefeest.

De tweede foto is buiten genomen. Ik sta rechts op de foto, naast mij Henriette, en naast Henriette, Denise. De tweede foto maakt ook duidelijk, vind ik, welk verschil er al was tussen onze generatie en die van onze ouders en grootouders. Hoewel we die generaties nog imiteerden in ons gedrag en onze kleding, hadden we toch een geheel andere uitstraling.


Die twee foto's doen me nu aan 'Heimat' denken. En eigenlijk is wat ik bezig ben te schrijven niet alleen een subjectieve geschiedenis van de rock & roll in mijn leven maar ook mijn eigen 'heimat' (dat ik nooit heb gehad).

14-12-07

SIN CITY


gilded palace of sin

Telkens als ik ‘Christine’s Tune’ (“her number always turns up in your pocket / whenever you are looking for a dime”) en ‘Sin City’ hoor, of eigenlijk om het even welk ander nummer uit ‘The Gilded Palace Of Sin’ van The Flying Burrito Brothers ben ik weer negentien, aan boord van het schip van mijn ouders, de Rocco. De plaats van handeling is Neerharen, nu een deelgemeente van Lanaken, een grensgemeente met veel drugsproblemen. Mijn schoonzus is er al een hele tijd geleden gestorven van een overdosis Rohypnol. Mijn broer heeft haar op een zondagochtend dood aangetroffen op de keukenvloer.


Op de achtergrond zie ik een groot wit huis, waar de uit het verre Antwerpen afkomstige sluismeester woont, op wiens dochter Henriette ik als kleinere jongen zo verliefd was.


Het is inmiddels 1969, midzomer, ik ben met enkele elpees uit Maastricht teruggekeerd, waaronder deze vreemde ‘Gilded Palace Of Sin’. Vreemd omdat ik ze in het bakje ‘underground’ heb gevonden in platenwinkel ‘De Harp’, de plek in Maastricht waar ik me meestal ga bevoorraden. Dat gebeurt niet zo vaak, omdat mijn budget beperkt is, en een elpee kost 19,90 Nederlandse gulden wat, als ik met nog goed herinner ongeveer overeenkwam met 299 Belgische franken. Ik spaar wat geld door ’s zaterdags autostop te doen van Tongeren, waar ik op internaat zit, tot Neerharen, ongeveer dertig frank toch telkens. Soms stop ik muntstukken in de jukebox in een kroeg in Tongeren, om naar the Bee Gees, the Equals of Julie Driscoll te luisteren. Op ‘Massachussetts’ kon je heerlijk slowen. ‘This Wheel’s On Fire’ was niet alleen van Bob Dylan, maar ook ongelofelijk psychedelisch en zeer aanstekelijk om op te grooven.


De busrit van Maastricht naar Lanaken is goedkoop. Het loont de moeite niet om er met de fiets naartoe te rijden, want die moet je ergens in een fietsenstelling onderbrengen, en dat kost zelfs meer. Het goedkoopste is te voet, dat is ongeveer een uur lopen. Maar we zijn ongeduldig, we willen onze nieuwe aanwinsten horen.


Ik zet mijn draagbare, geelkleurige Philips platenspeler buiten en ik haal de plaat zeer voorzichtig uit de prachtige hoes – nu, in 2007, nog altijd een van mooiste hoezen die ik ken – en leg ze op het ‘draaitafeltje’. Het volume zet ik vanzelfsprekend op maximum. Dat moet zo van Jimmy Miller, de producer van the Rolling Stones. En dan weerklinkt wat in België nooit eerder geklonken heeft, weerklinkt over het kanaal en de oever en de weide en de populieren daarachter, en tot aan de legerbrug, dan weerklinkt in Neerharen, dan weerklinkt voor iedereen die het horen wilt in dat stukje Maasvallei de allermooiste muziek die op het einde van de jaren zestig werd gemaakt, de ‘Cosmic American Music’ van the Flying Burrito Brothers, met de ongeëvenaarde samenzang van Chris Hillman en Gram Parsons.

schippers,the gilded palace of sin,bob dylan,neerharen,tongeren,zuid-willemsvaart,drinken,drugs,bus,truckers,zakgeld,flyiing burrito brothers,gram parsons,chris hillman,the byrds,lanaken,maastricht,limburg,kanaal,sluismeester,adolescentie,the band,music from big pink,sweetheart of the radio,platenspeler,fietsen,liften,verkrachting,guldens,geld,franks,dood,overdosis,schoonzus,broer,farmaceutica,grens,foto,popcultuur,scheepvaart,country,pop,martin pulaski,familie

Ik had de elpee gekocht omdat ik een grote fan van the Byrds was en met name van Chris Hillman. Hillman was tot voor kort de bassist van the Byrds geweest - zijn muzikale rol op ‘The Notorious Byrds Brothers’ kan niet voldoende benadrukt worden - en schreef tevens een aantal van hun mooiste songs, waaronder ‘Time Between’. Gram Parsons kende ik nog niet zo goed. Hij had the Byrds pas vervoegd ten tijde van ‘Sweetheart Of the Rodeo’, ook een baanbrekende elpee die in 1968 verscheen. In een bespreking had ik gelezen dat hij Roger McGuinn, de ‘leider’ van the Byrds, in de richting van de ‘country and western’ muziek had gestuurd, terwijl ze kort daarvoor nog space rock en psychedelische pop speelden en de hipste groep van de VS waren. Wie wilde er niet uitzien zoals McGuinn met zijn space age-brilletje? Zelfs John Lennon had de mode overgenomen, en na een tijd herkende je in elke vreemde stad waar je kwam je ‘soortgenoten’ niet alleen aan hun haardracht maar ook aan de vorm van hun bril. Maar ‘country & western’? Dat was toch iets voor het klootjesvolk, zoals Armand de gewone mensen noemde, en de gewone mensen waren degenen die gewoonweg niet blowden zoals hij. Zowat iedereen die dacht niet tot het klootjesvolk te behoren noemde het klootjesvolk toen nog het klootjesvolk, dat was politiek correct. Nu kan dat niet meer. Ik hield niet van country, ik had er een afkeer van. Maar die zonnige avond in Neerharen weerklonk ‘The Gilded Palace Of Sin’ over het kanaal en over de velden en de weiden en drong door tot in mijn hart, tot in mijn ziel – en ik was bekeerd. Voortaan zou ik het woord verkondigen: country is de echte rock, is de echte soul, is de echte blues. Ik overdreef een beetje in mijn bekeringsijver, maar in zekere zin komt het daar wel op neer. 

schippers,the gilded palace of sin,bob dylan,neerharen,tongeren,zuid-willemsvaart,drinken,drugs,bus,truckers,zakgeld,flyiing burrito brothers,gram parsons,chris hillman,the byrds,lanaken,maastricht,limburg,kanaal,sluismeester,adolescentie,the band,music from big pink,sweetheart of the radio,platenspeler,fietsen,liften,verkrachting,guldens,geld,franks,dood,overdosis,schoonzus,broer,farmaceutica,grens,foto,popcultuur,scheepvaart,country,pop,martin pulaski,familie

Een week later ben ik een elpee van Hank Williams gaan kopen en toen begreep ik het helemaal. Dit was de blues voor arme blanke mensen, ook voor schippers en hun kinderen. Dat was geen racistisch idee, maar het genre was gewoon anders, niet beter en niet slechter, dan de zwarte blues – waar ik overigens al jaren tevoren voor gewonnen was. Ray Charles was in mijn kinderjaren een van mijn helden, maar ja, hij heeft ook country opgenomen, en van de allerbeste. Ik denk aan ‘Born To Lose’, ‘Crying Time’ en ‘I Can’t Stop Loving You’.  Gram Parsons en Chris Hillman raakten echter nog iets in mij wat Hank Williams en Ray Charles niet deden: ze spraken niet alleen mijn gevoelens, mijn ‘ziel’ aan, maar ook mijn intellect. Zij vertelden verhalen waar ik me in kon herkennen, en naarmate ik ouder werd nam die herkenning toe. Drugs, vrouwen, religie, domme hippies, noem maar op. Al de kwalen van de wereld, zelfs de oorlog, kwamen aan bod. In ‘My Uncle’ riepen ze de Amerikaanse jongens op om naar Vancouver uit te wijken; in die Canadese stad zouden ze niet naar Vietnam worden gestuurd.

Toen ik ‘The Gilded Palace Of Sin’ terug in de hoes stak, was ik een andere jongen. Waren de Rolling Stones nog wel mijn helden? Brian Jones? Was ‘Beggar’s Banquet’ echt zo origineel? Ik wist het niet meer. En dan was er bovendien ‘Nashville Skyline’ van Bob Dylan die dezelfde richting uitging als Parsons en Hillman: Nashville. What the fuck was happening? Ik kon niet meer volgen. Was al die ‘underground’-muziek dan voor niets geweest? ‘Music From Big Pink’! Ik bezat nog niet veel elpees, maar ik had aan wat ik bezat toch al wel een fortuintje uitgegeven, en in die periode honderden keren gelift van Tongeren naar Neerharen. Gelukkig was ik nooit verkracht door een naar country luisterende trucker of zo. Waren die nu allemaal waardeloos geworden? Cream, Fleetwood Mac, HP Lovecraft, Blue Cheer?

The ‘Gilded Palace Of Sin’ liet me onder meer – al liftend - in Amsterdam belanden, waar ik the Flying Burrito Brothers zag optreden in het prestigieuze Concertgebouw (waar ongeveer iedereen zat te blowen), helaas een paar weken nadat Gram Parsons de band had verlaten. We logeerden bij een student die zware ruzie had met zijn vriendin. De gesprekken – de volgende dag - gingen vooral over de censuur in België, die toen woedde ‘dank zij’ een ‘socialistische’ minister van cultuur (hier moet ik veel ironietekens gebruiken). Wij waren al op straat gekomen in Brussel, waar ik inmiddels was gaan samenwonen met mijn vriendin, om te betogen tegen allerlei repressieve maatregelen van de Belgische staat. Onder meer hadden we een Amerikaanse legertank bezet die tentoongesteld stond, als was het een kunstwerk van een omgekeerd seniele Panamarenko, op het De Brouckèreplein (wat toen nog een echt plein was). Het is de enige keer in mijn leven geweest, totnogtoe, dat een flik mij met een matrak heeft weten te raken.  


Door ‘The Gilded Palace of Sin’ raakte ik bevriend met Jos, die weliswaar ook van the Eagles hield (die ik verafschuwde) – maar voor wie Gram Parsons en Neil Young echt wel de allergrootsten waren. De synthetische klanken van de jaren tachtig heeft hij niet overleefd. Hij is door de onbewuste bemiddeling van Gram Parsons tot aan zijn dood mijn beste vriend gebleven. Met mijn andere vriend uit de jaren zeventig, Marc D., die ik op de filmschool in Brussel had ontmoet, discussieerde ik  tijdens wandelingen in het Zoniënwoud over CSNY (waar hij zielsveel van hield), the Band, Gram Parsons en Creedence Clearwater Revival aan de ene kant en Soft Machine, Kevin Ayers, Silver Apples en United States Of America aan de andere kant. Over het verschil tussen ‘echte’ rock & roll en ‘underground’ muziek. Ik kon moeilijk een keuze maken, ik hield van de twee kanten van de medaille. Altijd heb ik een verzoener willen zijn. Pas op vrij late leeftijd heb ik begrepen dat je dan de meeste vijanden maakt. Je moet kiezen voor het ene of het andere, wordt gezegd. Ik ben anders. Ik hield van ‘The Gilded Palace Of Sin’ en van ‘White Light, White Heat’. En zo ben ik nog steeds. Further along we’ll understand why. En Lou Reed (the Velvet Underground, Loaded) is dan fel gemaquilleerd op het podium gestapt met ‘Rock and Roll’. Werd op dat ogenblik niet alles duidelijk?


Voilà, hier stop ik, om het kort te houden. Want wij hebben niet meer het geduld om ons lang met één ding bezig te houden. De wereld zit propvol ‘amusement’ en je moet alles een keer proberen. Zo is het, helaas en zelf heb ik ook geen geduld meer. Wat me nog van het hart moet is dat ik aanvankelijk als een paria beschouwd werd toen ik met ‘The Gilded Palace Of Sin’ op de proppen kwam. Jongen, dat was toch geen ‘underground’, dat waren allemaal smartlappen! Hetzelfde had ik eerder meegemaakt met ‘White Light White Heat’. Als ik die plaat oplegde was na vijf minuten iedereen de deur uit. Ik heb zelden zulke hatelijke gezichten gezien als toen ‘Sister Ray’ die mensen hun oortrommeltjes raakte.  Maar daarover – of over iets anders leuks – een volgende keer.

 

the white house in neerharen

Foto's:
Boven - de jonge Martin Pulaski dansend op 'Christine's Tune' uit 'The Gilded Palace Of Sin'. Het schip ligt aangemeerd aan de kleine kade in Neerharen.
Onder: het huis van de sluismeester, waar Henriette woonde.

WORKIN' TOGETHER

soul,ike turner,rock and roll,dood

For Ike Turner, Rest in peace.

13-12-07

IN MEMORIAM IKE TURNER

rock   roll,blues,dood,ike turner,legende,soul,popcultuur,pop,rhythm and blues,elvis presley,sun,chess,chicago,memphis,in memoriam,voorloper

De legendarische muzikant, songschrijver, en producer Ike Turner is gisteren in zijn woonplaats San Diego op zesenzeventigjarige leeftijd overleden. Ike Turner was een van de grondleggers van de rock & roll en had talloze hits met Tina Turner. Voor degenen die niet echt geïnteresseerd zijn in populaire muziek is hij vooral bekend als de kerel die zijn vrouw mishandelde, wat vooral in de hand werd gewerkt door de Hollywood-draak ‘What’s Love Got To Do With It’.


Ike Turner was reeds op zeer jonge leeftijd bijzonder begaafd en had een goed oor voor ander muzikaal talent. De man speelde al rock & roll in 1951, met zijn Kings Of Rhythm. Jackie Brenstons ‘Rocket 88’ wordt vaak de eerste rock & rollplaat genoemd. Ike Turner schreef het nummer en speelde er op mee. Het werd in 1951 opgenomen in de Sun Studio in Memphis, waar Elvis Presley in 1954 zou debuteren. De single ‘Rocket 88’ kwam echter uit op het Chess label in Chicago. Ike Turner bleef altijd de man achter de schermen, ook later, toen hij zijn platen met Tina Turner opnam, en zeker op het podium, waar Tina uiteraard alle aandacht opeiste.


Ike Turner was een uitstekend gitarist en pianospeler. Wie nu precies de feedback heeft uitgevonden is nog altijd niet duidelijk, maar Ike Turner behoorde wat dat betreft alleszins tot de voorhoede. Hij werd geboren in Clarksdale, in Mississippi, een plek waar heel wat blueslegendes het levenslicht zagen.  De muzikant / producer werkte vaak samen met bluesgrootheden als Bobby ‘Blue’ Bland, B.B. King, Elmore James en Junior Parker (de man van ‘Mystery Train’). En vervolgens kwam de successtory van Ike & Tina Turner, met hun uitstekende soul-singles en legendarische optredens. Toen Tina Turner ‘River Deep, Mountain High’ opnam voor Phil Spector, mocht Ike echter de studio niet in.


Zoals zoveel andere zwarte muzikanten raakte Ike Turner verslaafd aan zware drugs, en na de scheiding van Tina, ging het van kwaad naar erger. In de jaren zeventig en tachtig werd hij elf keer gearresteerd, meestal in verband met drugs.

Volgens Ike Turner is het portret dat van hem wordt geschilderd in de film ‘What’s Love Got To Do With It’ een karikatuur. Alleszins werd zijn muzikale carrière er zeer door geschaad. Het lijdt echter geen twijfel dat Ike Turner geen zachtaardige jongen was en de drugs zullen zijn loopbaan ook niet echt geholpen hebben.


In 2001 nam Ike Turner een nieuwe plaat op, getiteld ‘Here and Now’. Vorig jaar won hij nog een Grammy Award in de categorie ‘traditionele blues’.

Zelf heb ik altijd zeer veel gehouden van de muziek van Ike Turner, en vooral van de singles en elpees van Ike & Tina Turner. En in een rechtvaardige wereld mag het feit dat hij aan de wieg stond van de rock & roll nooit vergeten worden.

12-12-07

ORANGE SKIES

love,da capo,popcultuur,schippers,schipperskinderen,drugs,alcohol,elpees,favoriete songs,daantje,ouders,kinderen,flower power,1967,elektra,doors,jazz,anderlecht,antwerpen,ekeren,limburg,an,dialect,eisden,macao,films,psychedelica,pat,schippersbeurs,shangri la,radio centraal,arthur lee,bryan mclean,lone justice,halfbroer,sixties,maria mckee,jim morrison,donovan,hemel,vrienden,namibie,westen,pop,martin pulaski,foto,charleroi

‘Orange Skies’, dat delicate liedje van Love uit ‘Da Capo’, hun tweede elpee, schreef Bryan MacLean, in tegenstelling tot de meeste andere Love-songs - die uit het muzikale hoofd van de betreurde misfit Arthur Lee kwamen. Beiden zijn jong gestorven, Bryan MacLean enkele jaren voor Arthur Lee. In de jaren tachtig werd MacLeans naam soms nog wel eens genoemd omdat hij de halfbroer was van Maria McKee, bekend van Lone Justice en van haar eerste soloplaten. Nu is ze in de koopjesbakken van de Fnac terug te vinden.

Mijn zoon was gek op haar, voor Maria McKee had hij een moord kunnen plegen, en mijn vriend Pat, met wie ik in die dagen een radioprogramma maakte – dat Shangri La heette -  net hetzelfde. Ik vond Maria McKee wel goed, maar een beetje te theatraal, een soort verlangen naar divaschap lag er nogal dik op. En ze zwetste bovendien teveel over religie. Haar halfbroer hoorde bij een of andere sekte. Ik zocht het nooit op of vergat het omdat die biografische details mij eigenlijk niet echt interesseren.

Maar Love verdient wel aandacht. De band was een van de belangrijkste van de jaren zestig, hij had alleszins de meest originele sound van alle rockgroepen uit Los Angeles. En Love was bij de eersten die een contract kregen bij Elektra, nog voor the Doors.


Als ik ‘Orange Skies’ hoor denk ik altijd terug aan de tijd dat ik nog ‘onschuldig’ was, ik had zo goed als nooit alcohol gedronken, geen drugs genomen, niets. De echte trip was het luisteren naar het lied: die delicate gitaar, bijna jazz; de tekst heeft iets van een bossa nova van Antonio Carlos Jobim. “Yeah, you make me happy”, klinkt zo eerlijk ook, alsof die magische woorden voor de eerste keer worden uitgesproken. Dan komt de fluitsolo, die meteen beelden oproept van love-ins in 1967 en de summer of love aan de West-Coast. Een afkooksel van die muziek komt voor in veel films uit die tijd, waarvan de meeste nu vergeten zijn. “And I love you too, you know I do…”


Als ik aan ‘Orange Skies’ denk, denk ik aan Daantje, een schipperszoontje waar ik bevriend mee was en – waarschijnlijk omdat hij drie jaar jonger was dan ik – die alles bewonderde wat ik bewonderde. Hij was het zoontje van Stef en Mariette, een bevriend echtpaar van mijn ouders. Stef was zeer mager en in zichzelf gekeerd, maar tevens sterk, met veel wilskracht, terwijl Mariette meer aan de ‘forse’ kant was en altijd het woord voerde. Het was duidelijk dat zij de broek droeg in dat huishouden. Beiden spraken met een Kempens accent, dat is me altijd bijgebleven, misschien door die oranje hemel, die je in de Kempen soms wel eens ziet. Mijn vader was een Limburger, uit de Maasvallei afkomstig, maar had het Boomse dialect van mijn moeder overgenomen. Het was geen verfijnde taal; voor ik naar school ging was er echter niets anders. Eens op school leerde ik Algemeen Nederlands spreken. Jongens toch, veertig jaar later hoort iedereen nog altijd dat ik uit Limburg kom, terwijl ik in Ekeren (Antwerpen) ben geboren, en mij in die stad het meest thuis voel. Ook boven de Schelde zie je soms dat oranje licht, dat je verlangen naar ik weet niet waar kan aanwakkeren. Dat licht geeft je zin om te vertrekken naar een exotische plaats, Macao denk ik nu, omdat dat de titel is van een film die ooit veel indruk op me maakte. Maar het kan net zo goed Japan zijn, of Namibië, waar twee van mijn beste vrienden lang hebben gewoond. Als er maar mooie, wulpse vrouwen heupwiegen, en je er whisky kunt drinken en sigaren roken…


Als schipperskinderen waren wij hoe dan ook al veel onderweg, maar we reisden nooit echt ver. De jongeren aan de wal leken ons avontuurlijk leven echter te benijden. Daardoor vond ik hier en daar wel een vriend, maar altijd maar slechts voor enkele dagen. Daarna waren we weer weg. Ongeveer een jaar lang was Daantje er altijd bij, omdat zijn ouders en mijn ouders dezelfde vrachten vervoerden naar dezelfde plaatsen en vervolgens met hun lege schepen terugkeerden naar Eisden, waar de schippersbeurs van Limburg gevestigd was. Soms stoorde mij Daantje’s aanwezigheid, omdat hij nog zo jong was, en misschien ook vanwege dat vreemde dialect. Ik sprak toen immers een vorm van Algemeen Nederlands! Daantje was een goede jongen, en stond open voor de nieuwe wereld van de psychedelica. Als we drugs hadden gehad, zou hij er zeker mee hebben gebruikt. We zouden op een kanaaloever hebben gezeten tussen de struiken, hier en daar een muskusrat, en de ene joint na de andere hebben gerookt. Maar het enige wat we deden, soms, was een klein glaasje Gordon’s gin drinken. Dat gaf een ontzaglijke kick, je zag er sterren van. En dan legde ik ‘Da Capo’ op, met al die onvergetelijke melodieën. We kickten het hevigst op het 18 minuten durende ‘Revelation’; dat was typisch voor die tijd, freak outs, noemden we dat, het waren jams, improvisaties, gebaseerd op de blues, maar met Oosterse invloeden, raga’s. Als we dan gingen slapen bleef ‘Orange Skies’ in mijn hoofd nazinderen, die ongewone melodie en die mooie beelden.


Ik had een vriendin – Helena - in Istanbul, waar ik later meer over zal vertellen (en in het verleden misschien al heb gedaan), waar ik elke zondag een brief van tien bladzijden naar schreef. Vaak voegde ik daar poëzie van mezelf aan toe, schamele imitaties van Marsman en Gorter, en heel vaak geïnspireerd door Jim Morrison, Donovan, en door ‘Orange Skies’ van Love.

En als ik nu hier in Anderlecht in de lente of de zomer ’s avonds naar de hemel kijk zie ik soms nog die oranje lucht in het Westen, als de zon ondergaat, en denk ik, wat is er met mijn leven gebeurd?

mon patrie 2

Op de foto: Daantje links, MP rechts. Let op mijn Pink Floyd jas.

I AM A DJ I AM WHAT I PLAY

plaatjes,songs,muziek,hits,rock,popcultuur,pop,deejay

Gisteravond heb ik plaatjes gedraaid. Eigenlijk had ik me voorgenomen om nog eens naar een film van Truffaut te kijken, ik heb onlangs twee verzamelboxen gekocht, ongeveer twaalf films, waaronder de volledige Antoine Doinel-cyclus. De dvd’s zijn fraai uitgegeven en niet bepaald duur. Maar bij het avondeten had ik een cd opgelegd, wat ik altijd doe, het is nooit stil als wij aan tafel zitten, en cd’s hebben daarbij het voordeel dat je niet de hele tijd van tafel weg moet om ze om te draaien; zo had ik zin gekregen om nog meer muziek te beluisteren. Tussen 9 en 11 uur gisteravond was ik dus de privé-deejay van Laura. Aan tafel hadden we al geluisterd naar de volledige ‘Two Steps From the Blues’ van Bobby ‘Blue’ Bland, omdat ik daar een stukje over had geschreven, en daarna nog naar ‘Workingman’s Dead’ van the Grateful Dead. We zitten soms lang aan tafel. Misschien is dit een beetje exhibitionistisch van me, maar ik wil hier gewoon even vertellen welke songs ik daarna nog heb gedraaid. Een opsomming dan maar.

 

Het onvolprezen ‘Blood In My Eyes’ uit Dylans ‘World Gone Wrong’; de originele versie is van the Mississippi Sheiks. ‘I Wish It Would Rain’ van the Temptations; een van de schrijvers van dit erg ontroerende lied, Roger Penzabene, heeft zich, een paar dagen nadat de single was verschenen, op 31 december 1967 uit liefdesverdriet een kogel door het hoofd gejaagd. Een van mijn favoriete songs, daar kom ik nooit op terug, is ‘Long Black Limousine’, een tragische ballad uit ‘From Elvis In Memphis’, Presleys beste elpee. James Browns ‘Prisoner Of Love’ bezorgt mij keer op keer kippenvel. ‘Ruler Of My Heart’ van Irma Thomas, uit New Orleans, was de blauwdruk voor Otis Reddings ‘Pain In My Heart’ (later door the Rolling Stones gecoverd). Over ‘Polly’ van Dillard & Clark heb ik het onlangs al gehad. Het is terug te vinden op de elpee ‘Through the Morning, Through the Night’ van Doug Dillard en Gene Clark en werd gecoverd door the Walkabouts en heel recent door Robert Plant & Allison Krauss. ‘He’s Got All the Whiskey’ van Bobby Charles komt uit zijn titelloze elpee die in 1972 op het Bearsville label verscheen. Zowat de hele Band (THE Band) speelt er op mee. Het is een schitterende plaat, veel te weinig bekend. Net als Bobby Charles komt Dr. John alias Mac Rebennack uit New Orleans. Een van zijn mooiste platen vind ik ‘Goin’ Back To New Orleans’, verschenen in 1992, het jaar dat ik zelf voor het eerst in New Orleans was. Ik draaide gisteren ‘I Thought I Heard Buddy Bolden Say’. De Canadese schrijver Michael Ondaatje – bekend van ‘The English Patient’ – heeft een zeer meeslepend boek geschreven over de legendarische jazzmuzikant Buddy Bolden, met als titel ‘Coming Through Slaughter’ en in het Nederlands ‘Op weg naar stilte’. Ik hoor nog altijd graag de platen die the Steve Miller Band in de jaren zestig opnam. Later produceerde hij commerciële troep. Ik draaide een oude gospel ‘Don’t Let Nobody Turn You Around’ uit Steve Millers ‘Your Saving Grace’. Uit ‘The Piper At the Gates Of Dawn’ van Pink Floyd koos ik Lucifer Sam, uiteraard een pareltje. ‘Da Capo’ was de eerste elpee van Love die ik me ooit aanschafte, in 1967. Het lang uitgesponnen ‘Revelation’ klinkt verouderd, maar het delicate, poëtische ‘Orange Skies’, van Bryan MacLean, wordt mooier met de jaren. ‘Between the Buttons’ is altijd een van mijn uitverkoren elpees geweest van the Rolling Stones. Het is een echte popplaat; ze klinkt lekker opgewonden, waarschijnlijk door de grote hoeveelheden benzedrine die de groepsleden toen slikten. Ik vind de hoesfoto bijzonder mooi; in die dagen hadden de Stones een fantastische vestimentaire smaak. Brian Jones dacht wellicht dat ‘Miss Amanda Jones’ over hem ging, vooral met de regel ‘she looks delightfully stoned’. Bij mijn verlaten eilandplaten behoort zeker ‘Paris 1919’ van John Cale, en het mooiste nummer uit de elpee vind ik ‘Hanky Panky Nohow’, gecoverd door Yo La Tengo. Na John Cale is het onvermijdelijk de beurt aan Lou Reed. Ik heb de titeltrack uit Street Hassle gedraaid, met een gastrolletje van Bruce Springsteen (‘tramps like us were born to run’ komt hij vertellen).  Na die lange, poëtische song was het tijd voor wat harder werk, hoewel ‘Ramble On’ van Led Zeppelin qua geriff nog meevalt. Het staat op Led Zeppelin II. Als ik die plaat opleg wordt ik altijd teruggevoerd naar de Karmelietenstraat in 1969-1970. Van the Clash selecteerde ik Police & Thieves, reggae waar we in Antwerpen vaak op hebben gedanst. De originele versie is van Junior Murvin en Lee Perry. Met the Specials en ‘A Message To You Rudy’ – in een productie van Elvis Costello – wilde ik herinneringen aan de 2-tone-periode oprakelen. Iedereen was toen in zwart en wit gekleed. Ik heb mijn set beëindigd met Chris Isaaks ‘Livin’ For Your Lover’, uit zijn eerste elpee, die werd geproduceerd door Erik Jacobsen. In de jaren zestig was dat de producer van the Lovin’ Spoonful. Ik zou over elke song hierboven een heel verhaal kunnen vertellen, maar dat zal ik niet doen, want dan wordt het langdradig. En het zou niet origineel zijn, Nick Hornby heeft het al voortreffelijk gedaan in zijn '31 Songs' en Greil Marcus heeft zelfs een volledig boek gewijd aan 'Like A Rolling Stone' van Bob Dylan.

buddy bolden, twee links achterste rij

 

Buddy Bolden is de tweede links op de achterste rij.

11-12-07

TWO STEPS FROM THE BLUES


De foto hieronder dateert van 16 november 2005 en hoort bij een reeks die we maakten als eerbetoon aan onze favoriete elpees. Sommige van die foto’s vind ik zelf wel mooi, maar deze is toch wat minder geslaagd. Ik sta te zeer op de voorgrond, de elpee is niet goed zichtbaar. Dat komt doordat ik de foto zelf heb gemaakt en zodoende niet kon zien wat het resultaat zou zijn. De elpee die ik vasthoud is Bobby ‘Blue’ Blands ‘Two Steps From the Blues’ uit 1961, een van die platen die ik mee zou nemen naar een verlaten eiland.

Vorige nacht droomde ik van Bobby Bland en ik geniet nog altijd na. Het was een bijzonder mooie droom, waarvan ik me helaas niet alle details meer herinner. We zaten samen in een gezellige kamer tegenover elkaar en praatten over onze favoriete muziek. Op een bepaald moment kwamen the Beatles ter sprake. Ik zei tegen Bobby dat ‘In My Life’ en ‘She Said She Said’ mijn uitverkoren Beatles-nummers waren.
“Zal ik ze voor je zingen”, vroeg hij.
“Dat is buitengewoon vriendelijk van je, Bobby”, zei ik, “maar je zou me immens gelukkig maken als je je eigen ‘Lead Me On’ voor me zou willen zingen. Dat heb ik altijd zo prachtig gevonden. Je volledige overgave in die song, en de wanhoop die je daar uitdrukt, maar tegelijk ook de hoop. Man, dat is van het allermooiste wat er bestaat”.
Bobby Bland nam zijn rode Gibson Hummingbird-gitaar van de vloer en speelde eerst enkele akkoorden en begon dan te zingen. In de versie op ‘Two Steps From The Blues’ wordt Bobby Bland begeleid door een vrij grote band, ook strijkers, en een achtergrondkoor. Nu zat hij hier bij me, op nog geen meter afstand van me, alleen met die prachtige Gibson en hij zong die blues die door merg en been ging, zoals ze dat anders ook doet, maar nu op een manier die je bijna bovennatuurlijk moet noemen.
Soms zijn dromen echter dan het wakend leven. Zulke situaties maak je alleszins in wakkere toestand niet mee.

bobby bland

LEAD ME ON


You know how it feels
You understand
What it is to be a stranger
In this unfriendly land

Here's my hand
Here is my hand
Take it, darling
And I'll follow you

Let me walk
I want to be right by your side
Let your love be my only guide
Here's my hand
Here is my hand

Why don't you take it, darling
And just lead me on
Lead me on, lead me on
You know I'm a stranger
And I'm so all alone

Here's my hand
Here is my hand
Why don't you take it
And just lead me on

Mmm mmm....
And I'll follow you


Foto: Martin Pulaski, Two Steps From The Blues

10-12-07

BLOGGERS ZIJN NIET GEK

 

Teksten schrijven voor een blog is geen verplichting. Niemand vraagt erom, tenzij jijzelf. Het is om die reden een moeilijke opdracht. Je weet niet of wat je schrijft ook gelezen wordt. En je hebt er veel discipline voor nodig. Je moet zowat elke dag iets interessants schrijven, anders verliezen de potentiële lezers zeker hun aandacht. Eigenlijk moet je je voor je blog met hart en ziel inzetten, alsof het literatuur of rock & roll is. Je moet je stijl verzorgen en de inhoud niet uit het oog verliezen. Je moet dus fraaie zinnen bedenken, die logisch op elkaar volgen. Je moet af en toe verrassend uit de hoek komen, dus niet elke dag hetzelfde verhaal. En het is nog beter als je tekst een soort van plot of pointe bevat.


Als je autobiografisch schrijft moet je er zorg voor dragen dat jezelf niet helemaal blootgeeft – en zeker met degenen die je dierbaar zijn mag je dat niet doen. Tussen autobiografie en exhibitionisme loopt er maar een fijne grens. Als je over onderwerpen schrijft die je nauw aan het hart liggen, zoals muziek, literatuur, film, moet je voorzichtig zijn dat je geen banaliteiten of gemeenplaatsen vertelt, dingen die iedereen al lang weet en in elke encyclopedie kunnen worden opgezocht. Je moet een originele invalshoek hebben. Je moet iets te vertellen hebben. Er zijn nog talloos veel andere dingen waar je moet op letten als je teksten voor een blog schrijft. Het is een verdomd moeilijke opdracht en je wordt er niet eens voor betaald. Je moet wel gek zijn om je met zulk gekkenwerk bezig te houden.


Maar niet helemaal. Want het is een groot genoegen als je reacties krijgt van mensen die je teksten hebben gelezen en zeggen dat ze het mooi vonden, of zich herkenden in wat je schreef. Als je niet voor jezelf maar voor de anderen schrijft, geeft dat soms zeer veel voldoening. Het is een vorm van communicatie die heel direct kan zijn. Het kan zelfs gebeuren dat je andere bloggers beter leert kennen dan bijvoorbeeld je collega’s op het werk. Om die reden is het geen gekkenwerk. Om die reden moet je niet helemaal gek zijn om teksten voor een blog te schrijven. Lang leve de bloggers!

08-12-07

EEN HUWELIJK - VOOR JOHN LENNON

bernini,john lennon,yoko ono,beatles,popcultuur,pop,rock and roll,huwelijk,phil spector,antwerpen,brussel,moord,tegencultuur,hippies,underground,1970,beatniks,jethro tull,captain beefheart,liefde,new wave,punk,laura,daphne,radio,leopold flam,shaved fish,woede,verbijstering,verdriet,talking heads,vorst nationaal

Ik ben in 1970 getrouwd, op twintigjarige leeftijd, jong en naïef, met mijn eerste grote liefde. We hadden elkaar ontmoet tijdens een concert van Jethro Tull in Londerzeel. Dat was in de tijd dat Jethro Tull nog voortreffelijke, avontuurlijke muziek maakte, in de voetsporen van Captain Beefheart & His Magic Band. Toen we elkaar in het Brussels stadhuis het ja-woord gaven kenden we elkaar ongeveer een jaar. We waren allebei wat toen ‘alternatief’ en ‘werkschuw langharig tuig’ werd genoemd, we behoorden tot de ‘tegencultuur’, de 'underground', we lazen Simon Vinkenoog, Jan Wolkers, Henry Miller, Jack Kerouac, Allen Ginsberg en Gerard Reve – en we waren uiteraard zeer sterk tegen het burgerlijke huwelijk gekant. Waarom dan trouwen? Ik denk dat het vooral door John Lennon is gekomen. Hij was kort voor ons huwelijk met Yoko Ono getrouwd in Gibraltar. Luister maar naar ‘The Ballad Of John And Yoko’, waarin het hele verhaal wordt verteld. In die periode was - naast Bob Dylan - John Lennon onze grote held. We stonden achter zijn ideeën, alsof het evangelie was, maar ik vond tevens dat hij er erg cool uitzag, met zijn brilletje en zijn wit pak. Mijn haren waren minstens even lang, ik had ook zo’n brilletje, maar helaas geen wit pak. Dat heb ik me later aangeschaft in Firenze (met dank aan Allan Farbman), toen ik alweer gescheiden was. Door dat legendarische huwelijk van John en Yoko was dat ‘sacrament’ voor ons plots geen taboe meer, maar eerder een na te streven ideaal. We hebben onze ouders ongeveer moeten chanteren om ons toestemming te geven. Het was de omgekeerde wereld. Ik vertel deze anekdote alleen maar om te laten zien welke betekenis John Lennon in onze levens had. Zoals hij was, zo wilden wij ook zijn. We streefden dezelfde waarachtigheid na, we koesterden dezelfde dromen, de aardbeienvelden van de jeugd waren ons niet vreemd, we waren met zijn beiden ook walrussen en deden aan revolutie, maar ze moest geweldloos zijn. John Lennon was geen god en geen afgod, maar een echte ‘working class hero’, zoals hij dat type persoonlijkheid in zijn eigen song noemt. Een van zijn mooiste songs, trouwens (na zijn werk met the Beatles, bedoel ik).

Op 8 december 1980 was ik al een hele tijd gescheiden. Ik was van Brussel naar Antwerpen verhuisd en woonde daar samen met mijn muze Laura, die ik in mijn door de romantiek beïnvloede gedichten Daphne noemde. Je kunt het je nu niet meer voorstellen. Je moet echter in gedachten houden dat Gian Lorenzo Bernini in de 17de eeuw een prachtig beeld van Daphne en Apollo maakte, dat in de tijd van de romantiek nog nazinderde en op die manier het midden van de twintigste eeuw heeft bereikt, een heuglijk feit waar de historicus Mario Praz een belangrijke rol in heeft gespeeld. Je kunt het beeld gaan bekijken in de Villa Borghese in Rome.
Punk en New Wave hadden in die jaren de plaats van de ‘tegencultuur’ en de ‘underground’ ingenomen. Maar John Lennon was een held gebleven. 'Shaved Fish' was een elpee die heel vaak werd gedraaid, en dan vooral het nummer 'Power To the People'. Laura en ik werkten bij de filosofische kring Aurora, een vereniging gesticht door professor Leopold Flam. Toen ik op de radio hoorde dat John Lennon was doodgeschoten was mijn eerste reactie er een van ongeloof. De waarheid was onvoorstelbaar. Maar er komt altijd een moment waarop ze volledig tot je doordringt. Het was alsof ik zelf diep in mijn hart werd geraakt. Alles in mij begon te sidderen, tranen liepen over mijn wangen, daarna werd ik woest. In die bezeten toestand ben ik naar huis gelopen, over de Lange Leemstraat naar de Lamorinièrestraat, waar we woonden. In ons appartement heb ik een stoel stukgeslagen, er bleven alleen splinters van over. Ik was door een soort van razernij bevangen. Langzaam is die woede weggeëbt en heeft ze plaats gemaakt voor diep verdriet.


Een week later maakten we met vrienden, allemaal klanten van café Het Pannenhuis op het Conscienceplein, per bus een Magical Mystery Tour naar Vorst Nationaal. Daar trad Talking Heads op, een band die in die dagen op zijn hoogtepunt was. Ze gaven een hemels, of laten we zeggen een bijzonder funky concert, waarbij je voelde dat elke noot voor John Lennon werd gespeeld. Dat concert heeft me over mijn verdriet heen geholpen. De busrit terug naar Antwerpen was euforisch, we waren allemaal dronken of stoned en zongen liedjes van the Beatles en John Lennon.


John Lennon was de spirit van rock & roll. Zijn slechtste plaat heet ‘Rock And Roll’ (geproduceerd door Phil Spector), maar dat is tegelijk zijn allerbeste, zijn meest bezielde. Probeer dat echter maar eens aan een vreemde uit te leggen. De wereld is complex en het leven is een strijd.

john and yoko forever


Foto: 1970, het jonge echtpaar in Neerharen, door François Pulaski (geliefde fratello mio).

06-12-07

MOORD EN DOODSLAG

stanley kubrick,a clockwork orange,leugens,volker schlondorff,mord und totschlag,mick jagger,keith richards,diefstal,ardennen,ben hur,dante,franse revolutie,marat,sade,saint-just,sancho panzo,sprookjes,sneeuwwitje,dromen,charlton heston,brian jones,robert hughes,etc,rolling stones,anita pallenberg,duivelsverzen,sylvia plath,ophelia,shakespeare,don quichot,elvis presley,william wyler,peter case,arthur rimbaud,midnight rambler,a midsummer night s dream,elvis is back,film,pop,boeken,schrijvers

Vandaag heb ik geen zin om zinnen te schrijven. Ik heb zin om zinnen te stelen en ze te verminken. Andermans dromen wil ik me toe-eigenen, ze uiteenhalen als het lichaam van een zelfmoordenaar tijdens een autopsie. Andermans dromen en hun literaire equivalenten, de sprookjes, wil ik in stukken snijden met een zeer scherp mes. Ik ben een wolf in de slaapkamer van de slechte koningin met de donkere opalen ogen. Ik kus vijftienjarige meisjes met appelrode wangen wakker, in hun zoete slaap, lang na zonsondergang. De oceaan van verdriet ben ik, die jullie kusten teistert. Mijn echtgenote is Ilsa, de wolvin van de SS. Diep in de Ardennen ben ik om middernacht met haar in het huwelijk getreden. In purperen gewaad gehuld verdoemde de priester Arthur Rimbaud ons nageslacht. Wij schuimden als champagne de literaire salons van luxehoeren af, op zoek naar een oprechte mens.

Ik herinnerde mij dat ik geboren was in een wervelstorm en in de verte schoten hoorde. Het was oorlog, burgeroorlog, men riep de revolutie uit. Saint-Just maakte aanstalten om mijn paleis te bestormen, maar ik opende alvast de poorten. Kom binnen, zei ik, neem een sigaar en doe waar je zin in hebt. Jij ook, vriend van het volk. In de krant noemden ze mij degene die om middernacht komt ronddolen, met vuurrode ogen en een scherp mes. Ik stond toe te kijken toen de Dichteres haar hoofd in de oven stak – waarna de Dichter zijn meest verheven verzen schreef, aan de natuur gewijd; beken, heuvels en lelietjes-van-dalen. Ik sneed de jurk van de gastvrouw open met mijn Bowiemes. Je naam? Ophelia, zei ze, neem me maar, doe je zin, ik heb alle leed geleden. Alleen een god kan mij nog redden. Ik houd van je om honderdduizend redenen, zei ik, maar het meest van al houd ik van je omdat je jij bent. Sancho Panzo overhandigde me mijn twaalfsnarige gitaar. Ik speelde Entella Hotel, Sancho zong de wreedste woorden. Was hij dan geen Saraceen? De kaarsen werden gedoofd. Ben Hur stootte zijn hoofd aan de hoek van een zeer hoge notenhouten tafel. Het tij was gekeerd. Veronica, of vera icona, kwam uit de kast als degene wie ze werkelijk was, het monster van de liefde, met een pas gewassen handdoek uit Turijn.

De wereld keerde in zichzelf terug, en ik nam afscheid van alle leugens die ik ooit uitgesproken had. Niemand bleef over om de maan te bezingen. Nergens rolde een steen. Alles was stil. Zelfs duivelsverzen werden niet uitgesproken.

...

De titel is gestolen van de film 'Mord und Totschlag' van Volker Schlöndorff, met Anita Pallenberg en een soundtrack van Brian Jones. Anita Pallenberg was het liefje van Brian, later zou ze met Keith Richards gaan samenwonen en tussendoor maakte ze de film Performance met Mick Jagger. Of de overige Rolling Stones een rol hebben gespeeld in haar leven weet ik niet zo zeker. Ik heb de film 'Mord und Totschlag' nooit gezien, wel 'Die Blechtrommel' van dezelfde regisseur.

05-12-07

HET INTERMITTEREND KLOPPEN VAN ONS HART

van morrison,bob dylan,cinderella s ballroom,junior murvin,jim thompson,james cain,hard-boiled,sam peckinpah,bertrand tavernier,marcel proust,onbewuste,depressie,geheugen,herinnering,hart,herinneringen,william styron,webb pierce,country

In die dagen, in de mooie stad Antwerpen woonachtig, in tijden dat ik veel en vaak uitging, niet om hele nachten tequila sunrise te drinken maar vooral om te dansen op Junior Murvin’s ‘Police and Thieves’, bijvoorbeeld in Cinderella’s Ballroom, een vochtige, rokerige kelder, die wij als ons tweede en soms als eerste thuis beschouwden, voor ons allen het hart van de wereld, las ik de dag nadien – als ik een kater had van rook en vocht en bloed en uitputting – donkere, meeslepende boeken van Raymond Chandler, Dashiel Hammett, Ross McDonald en James Cain. Vooral James Cain. The Postman Always Rings Twice. En oh ja, ik mag Jim Thompson  niet vergeten, The Killer Inside Me, inspiratiebron voor Bob Dylan, Sam Peckinpah, Green On Red en Bertrand Tavernier, onder meer. Nu hoor ik Webb Pierce op de achtergrond, die soms voorgrond wordt, There Stands The Glass, Van Morrison heeft dat onlangs gecoverd op zijn country-lp, en denk ik en vraag ik me af waarom ik me overgeef aan de boeken van Marcel Proust om te genezen van iets donkers, iets wat depressie wordt genoemd; maar eigenlijk is het een ervaring die helemaal niet beantwoordt aan dat versleten woord. William Styron is op zoek geweest naar een beter woord en kwam alleen maar bij het verouderde begrip melancholie, een mooie benaming – maar ze dekt de lading niet. Klinische depressie, zeggen de mensen nu, om aan te geven dat het ernst is. Maar wat is een klinische depressie? Ik weet het niet. Ik probeer te overleven, zoals in die boeken van de hard-boiled misdaadschrijvers. Vaak worden ze in mekaar geklopt of anderszins bijna het hoekje om geholpen. Zo is het ook een beetje met een depressie. Je zoekt het gevaar en de dood op omdat je er bang voor bent. Je wilt ontsnappen maar je wilt de smeerlap gelijkertijd recht in de ogen kijken. Ik wil niet dood, zeg je, ik wil waardig ouder worden. En dan lach je grimmig, vanwege die oude vergeten politieke partij. Toen waren die dingen nog zo onschuldig. Nu zitten we met massa’s contra-revolutionairen, NVA, Vlaams Belang (de eerste keer dat ik dit woord hier gebruik), FDF, mensen in groepen met elkaar verbonden om al het moeilijk bereikte weer op te blazen. Waar komen al die hatelijke haatdragende mensen vandaan? Walen, Vlamingen, immigranten die elkaar een mes in de rug willen steken. Waarom? Ze gaan voortdurend bij elkaar op vakantie en verklaren elkaar de liefde en willen vervolgens alles opblazen, de hele razzamatazz.

Waarom evenwel zoek ik mijn heil bij de moeilijke Marcel Proust, een intellectueel, een Jood en een homoseksueel? Ik weet het niet. Maar misschien is het antwoord eenvoudig. Als ik Marcel Proust niet meer kan lezen, de ongeveer moeilijkste literator – ik heb het niet over wetenschappers - maar ook de beste schrijver uit de twintigste eeuw, ben ik het niet waard om veel – en waardig - ouder te worden. Vandaag las ik in ‘Sodom en Gomorra’ (in een uitstekende vertaling van Thérèse Cornips) enkele zinnen, voldoende voor een dag, een week:

“Op welk tijdstip wij ook onze ziel in haar geheel zouden bezien, zij heeft als zodanig maar een vrijwel fictieve betekenis, ondanks de omvangrijke balans van haar schatten, want nu eens is daarvan het ene, dan weer het andere niet beschikbaar, of het overigens effectieve schatten geldt dan wel die van de verbeelding, en wat mij aangaat bijvoorbeeld, evenzeer als de oude naam Guermantes, de – zoveel zwaarder wegende – rijkdom van de werkelijke herinnering aan mijn grootmoeder. Want stoornissen staan in verband met het intermitterend kloppen van ons hart. Het is vermoedelijk het bestaan van ons lichaam, vergelijkbaar voor ons gevoel met een aarden vat waarin onze spiritualiteit zou zijn gevangen, dat ons ertoe brengt te veronderstellen dat al ons innerlijk goed, onze voorbije vreugden, al onze smarten, voordurend in ons bezit zijn. Misschien is het even onjuist om te denken dat ze ontsnappen of terugkomen. In elk geval, als ze al in ons blijven, dan voor het grootste deel van de tijd in een onbekend domein waar ze ons volstrekt niet van dienst zijn, en waar zelfs de allergewoonste woorden worden verdrongen door andersoortige herinneringen, die hun gelijktijdigheid in ons bewustzijn geheel uitsluiten.” (Marcel Proust, Sodom en Gomorra, 162-63, Pleiade II, 756-757).

DROOM VAN EEN DROMER

Ik droom dat je hier bent en dan verlies ik je aan de wereld; je verdwijnt tussen miljoenen vreemde mensen die allemaal hetzelfde zeggen. Die allemaal hetzelfde herhalen.


Weer wakker spring ik uit bed en ga je zoeken, ik moet je vinden, om met je te praten over verloren schatten. Dat ik met je praatte over verloren schatten, herinner ik me nog van die dagen lang voorbij, toen je dicht bij me was. Die lang vervlogen dagen.


Er was eens een tijd dat we zoet waren en lief voor elkaar, maar wetten en oorlogen en de mensheid drongen zich tussen ons in. En in onze tuin stierf een boom. In de zomer zag ik zijn takken branden, zoals een weduwe naar de zonsondergang kijkt. Ik zag zijn takken branden en de zon ging onder.


Ik droom dat je er bent, in hetzelfde hotel als ik. In dezelfde kamer in een hotel in Flagstaff, Arizona. We ontbijten, drinken melk met honig in, en praten over de fijnste dingen die het leven kan bieden. Samen zingen we de mooiste liederen. De mooiste liederen die we kennen.