30-11-07

GRAND CANYON IN 1993


agnes, grand canyon 1993

Ik herinner me nu de dag dat we de Grand Canyon bezochten. Dat was op 15 september 1993. We logeerden in het Monte Vista Hotel in Flagstaff, Arizona. Elke kamer droeg de naam van een filmster; heel toevallig sliepen wij in een vertrek dat genoemd was naar de held uit mijn kinderjaren, Alan Ladd (vooral bekend uit de klassieker van George Stevens, ‘Shane’). Van Flagstaff naar de Grand Canyon is het nog een heel eind. De Nava-Hopi Indianen exploiteren gelukkig een buslijn, zodat het niet veel moeite kost om er te geraken. Een mooie rit door de bossen. En dan kom je daar aan en ligt daar uitgestrekt als een wonder die gigantische kloof die je de adem beneemt. Overigens geeft de hoogte je ook al een ijl gevoel in het hoofd. Het valt niet onder woorden te brengen wat er allemaal door je heen gaat als je aan de rand van die afgrond staat, of als je het pad naar de bedding afdaalt. Ik weet nog dat we liters water hebben gedronken en dat we niet helemaal tot beneden geraakt zijn; we moesten op tijd weer boven zijn voor de bus terug naar Flagstaff. Tijdens die terugrit was het al donker. Nu geloof ik helemaal niet in UFO’s, maar die avond zagen wij aan de hemel een zeer vreemd oplichtend voorwerp. Niemand van de Amerikanen in de bus wist wat het was, iedereen was verbaasd en werd er sprakeloos van. Het vliegend voorwerp was vrij lang te zien, zeker een kwartier, het was duidelijk geen vliegtuig of helikopter. We zullen nooit weten wat het dan wel was.

De volgende avond trad Dwight Yoakam in Flagstaff op in het grote stadion, een concert dat ik al evenmin als de Grand Canyon snel zal vergeten. Rechts naast me zat een Indiaan, die me een ongemakkelijk gevoel gaf, vooral omdat hij er zo macho uitzag, met de benen wijd open in zijn zitje, waardoor ik zelf niet veel plaats had. Later, tijdens de pauze, raakte ik met hem aan de praat. Het was een zeer vriendelijke kerel, nieuwsgierig naar waar we vandaan kwamen en wat we deden. Zijn vader werkte in het Museum voor Amerikaans-Indiaanse kunst. Hij was een grote fan van Dwight Yoakam. Alle Indianen houden van countrymuziek, zei hij.

Foto: Martin Pulaski.

28-11-07

WAAROM IK AFZAG VAN EEN GEVONDEN GEDICHT

warren oates,tirade,gevonden gedicht,tags,seks,encyclopedie,wikipedia,bob dylan,marcel duchamp,film,pop,pisbak

Ik was al begonnen aan een ‘gevonden gedicht’ – in navolging van de pisbak van Marcel Duchamp, maar dan met gevonden woorden - opgedragen aan de seksprentjesknippers, en een tirade tegen de encyclopedieknippers zou daar op volgen… Opeens herinnerde ik mij echter Bob Dylans ‘Just Like Tom Thumb’s Blues’ en de regels:
  
When you're lost in the rain in Juarez
And it's Eastertime too
And your gravity fails
And negativity don't pull you through…

Ik dacht tegelijk aan de blik in de ogen van acteur Warren Oates, en hoe hij zijn schouders opgetrokken zou hebben bij de aanblik van zoveel onzin. En zo kwam het dat mijn zin in pisbakkenpoëzie en tirades tegen ingebeelde vijanden meteen verdween. Ik ging het toch weer niet hebben over de belachelijkheid van blogs over sexy girls, lingerie, big tits, vibrators en parenclubs?  Ik dacht, waarom zou ik tot vijand verklaren wie het niet waard is. Bovendien hebben die mensen je niets misdaan, jongen, dacht ik, ze willen toch ook maar ‘escapen’, net zoals jij. Want dit is geen prettige wereld. Soms wel natuurlijk, maar daar heb ik het nu even niet over. Laat hen toch rustig bezig zijn en hun zinnen verzetten. Als zij graag prentjes van blote babes uitknippen of de Wikipedia overschrijven dan moeten ze dat maar doen. Zij doen er niemand kwaad mee. Beter dat dan in Irak onschuldige burgers gaan doodschieten of wapens leveren aan de moordenaarsbendes in Darfoer. Nee, zoals ik een paar dagen geleden al schreef, ik moet opnieuw beginnen. Mijn ‘onschuld’ terugvinden en alle bijkomstigheden, alles wat me van mijn pad doet afwijken, terzijde schuiven. Mijn leven is al moeilijk genoeg, ik moet het nog niet verergeren door mij onnodige vijanden op de hals te halen. Of door dingen te schrijven die ondoordacht en ongemeend zijn.

27-11-07

DE VOGELS VAN CADAQUES


the birds of cadaques I

Tijdens een wandeling in de omgeving van Cadaqués in Catalonia in 1996 - al 11 jaar geleden, hoe de tijd vliegt! - werd ik verrast door deze massa opvliegende en weer neerstrijkende vogels. Het was, zoals iemand in een commentaar op flickr schrijft, inderdaad alsof het vogels regende. Ik denk dat ik nogal wat gezien heb in mijn leven, waaronder drakenbomen, Grand Canyon, garnaalvissers te paard, the Rolling Stones in 1972 (met Mick Taylor), the Byrds, de ogen van mijn zoon en zijn kleine handjes en de huid van mijn geliefde. Zelden echter werd wat ik voor het gemak mijn ziel noem dieper geraakt. Het is een beetje zoals de imaginaire klok in de parabel hieronder.

In Port Lligat, een gehucht van Cadaqués, waar Salvador Dali een groot deel van zijn leven doorbracht, was toen nog geen museum. Je kon gewoon naar het huis wandelen en door een deur naar binnen kijken, maar veel zag je niet. Vlakbij in een winkeltje kon je een mapje kopen met foto's in bizarre kleuren van het interieur van Dali's huis, van datgene wat je door de deur niet kon zien. Die beelden volstonden om je nieuwsgierigheid te bevredigen. Een bewonderaar van Dali ben ik alleen geweest in de zomer van 1968. Een bevlieging, meer niet.

Foto: Martin Pulaski

BEGIN OPNIEUW

Een klok begon te luiden, alleen in zijn vermoeide hoofd of ook ergens buiten, in het dorp, dat wist hij niet. Zacht luidde de klok, niet onheilspellend, niet alle andere geluiden wegdrukkend, niet als donderslag of gebrul van een onzichtbare reus. Licht als een zilveren lepel in een theekopje, waarin jasmijnthee langzaam afkoelt. 


De laatste woorden meende hij door hem geschreven. Gedaan, niet langer zijn versleten taal, met een groot gebrek aan precieze woorden! En geen mens die nog iets verstaat. En geen mens die nog begrijpt.


Maar november, dit stille geruis van afwachtende bomen, had hem uit zijn dwaze berusting wakker geschud. Zijn lichaam was licht geworden en de wereld trilde opnieuw in zijn handen. En terwijl hij voortwandelde bleef het gelui van de klok nazinderen. Bleef nazinderen in zijn hoofd.


Hij bleef staan bij een koude, donkergroene rivier. Begin opnieuw, schreef het water. Begin opnieuw schreef hij daarna, met zijn vingers nog koud, weer aan het werk in zijn kamer.

26-11-07

BEGIN EN EINDE

Dagenlang heeft iets ons in zijn greep. Jarenlang buigen we voor de machtige cirkel van uren.

Nochtans weten we dat deze herhaling aan de binnenkant geheel leeg is, maar nergens horen we een stem die ons hierin gelijk geeft.

Op die wijze, nochtans, leggen wij onze weg vast en daardoor kennen wij in het begin al het eindpunt.

12:13 Gepost in Proza | Permalink | Commentaren (2) | Tags: tijd, begin, einde |  Facebook

24-11-07

ENKELE VORMEN VAN PSYCHOTISCHE ANGST


Verzwelging, opslokking, verdrinking.
Iemand kan het gevoel hebben opgeslokt te worden door degene die hem liefheeft of die hem gewoon maar ziet.

Ontploffing.
Iemand voelt zich als een vacuüm. De realiteit is de achtervolger die het vacuüm kan opvullen en doen ontploffen.

Verstening.
De angst voor de mogelijkheid te veranderen in steen, in een dood ding, in een automaat.

Depersonalisatie (sluit nauw aan bij het vorige).
Iemand wordt behandeld als een ‘het’, een ding zonder gevoelens. Wordt bedreigd met de mogelijkheid een ding te worden in de wereld van de andere, zonder leven voor zichzelf.

Lees hiervoor Ronald Laing, The Divided Self en de filosofische werken van Sartre.

23-11-07

KORTE BRIEF OVER STIJL


De ambtenaar in kwestie zit niet te schrijven maar te rekenen. Wel is het waar dat niet ver van het blonde meisje haar rechterhand een blocnote ligt, met pen erbij... Wat ik daar ontwaar zou wel eens geschrift kunnen zijn, een briefje misschien, tijdens een verloren moment aan het mooie ministerpapier toevertrouwd. Zeker zullen we het nooit weten, want het is in lang vervlogen tijden gebeurd, toen de kantoorwanden nog het zalige geluid van ratelende machines weerkaatsten. Je ziet: de rijmdwang speelt ook mij soms parten. Al probeer ik de laatste jaren Spartaans te zijn, een aparte stijl, een van nietszeggendheid, uit te vinden, een beetje zoals Kafka in zijn laatste notities, maar dan wel met meer goesting. Misschien moet ik mij tot de doctoren wenden om een andere richting in te slaan en het stromen van de Ganges in mij te bevorderen. Maar op wat moet ik rijmen? Op mezelf, op mijn vrienden, op jou? Of op de hele wereld, ‘which is going insane’? Je bedrevenheid (waar je naar verwijst) is onbetwistbaar, maar ik zie je vooral gedreven door goede demonen; misschien dat ik de boze duivels niet wens te zien. Geen ‘double bind’ voor mij. Maar dat is gemakkelijker gezegd dan verzwegen.

the trial - orson welles

Illustratie uit 'The Trial' van Orson Welles.

ONVERTAALBAAR LICHAAM


Onvertaalbaar lichaam, welk woord bevat jou? Welke zin heeft je opgenomen zoals je op een warme zomeravond ergens op een houten bank zit met een glas witte wijn in je hand, boven je hoofd het geruis van de bladeren van de lindenboom?

11:34 Gepost in Proza | Permalink | Commentaren (3) | Tags: vraag, zin, woord, lichaam |  Facebook

22-11-07

JEANNE MOREAU - LE TOURBILLON

 


Dit mooie chanson van Jeanne Moreau komt uit de film 'Jules et Jim' van François Truffaut. Opgedragen aan Deborah Anné. en Cristina Regadas.

21-11-07

EEN TREINRIT


Op de trein. Ik heb plaats genomen in een coupé die veel weg heeft van een badkamer. Er staat de reizigers zelfs een wastafel met stromend water – koud en warm – ter beschikking.

Thomas is bij me komen zitten om wat met me te praten, over ernstige dingen. Zo vertelt hij me onder meer dat hij een paar weken geleden geprobeerd heeft zich van kant te maken, met een scheermesje.

“Het is natuurlijk weer mislukt”, zegt hij, “ik ben zo zenuwachtig”.

“Dat is van de koffie”, zeg ik op vertrouwelijke, medeplichtige toon, “we drinken teveel koffie”.

Thomas knikt instemmend.

“Ik weet het”, zucht hij dan.

We zwijgen even, kijken niet naar het landschap maar recht voor ons uit.

“Toch is zelfmoord een goede oplossing”, zegt Thomas.

“Ik vind dat helemaal geen oplossing”, zeg ik. “Mensen die zelfmoord plegen zijn laf. Ze kunnen hun eigen ellende niet meer de baas, ze kunnen niet meer verder leven met hun schuldgevoelens en hun angsten. Dus wat doen ze? Ze onttrekken zich eraan. Ze zetten er een punt achter.”

“Dat is geen lafheid”, zegt Thomas, “het getuigt veeleer van inzicht, van een nuchtere kijk op de stand van zaken in de wereld en in het leven.”

“Het is lafheid omdat ze er niets mee oplossen”, zeg ik, “ellende, schuld en angst gaan niet mee de dood in… Dat is de nalatenschap voor degenen die hen gekend, met hen samengeleefd, aan hen gedacht hebben”.

“Die moeten dan ook maar zelfmoord plegen”, lacht Thomas.

“Je bedoelt een soort ‘kosmische zelfmoord’?”, vraag ik enigszins spottend. (Ik kan dit gesprek niet langer au sérieux nemen).

“Ja ongeveer zoals Spinoza dat zag”, zegt Thomas.

Gekscheert hij nu, of meent hij dit ernstig? Ik weet het niet meer. Onzekerheid en verwarring maken zich van me meester. Moet ik hem, er zorg voor dragend hem niet te kwetsen, op de denkfout wijzen? Maar als het om een grap ging, wat heel goed mogelijk is met Thomas, zou ik me op die manier belachelijk maken. Aan de andere kant kan ik toch moeilijk doen alsof die fout geen fout was, want dat zou pas echt kleinzielig zijn – als het Thomas ernst was.

Dan komt de trein aan in Roosendaal, waar ik moet uitstappen voor zaken.

thomas

Foto: AA, Martin Pulaski in de trein.

20-11-07

IK RUIM PLAATS VOOR e.e. cummings


De late herfst en geneesmiddelen waar ik maar half in geloof maken mij moe, het lijkt wel of ik wegkwijn, alsof alle energie wegvloeit uit mijn lichaam. Over de liefde doe ik er het zwijgen toe, evenals over haar tegendeel. Ik wacht af. In mijn zwak lichaam voel ik een sterke kern.

 

Maar het blad zomaar wit laten, dat kan ik niet toestaan. Daarom laat ik vanavond een dichter aan het woord, en door hem de stem van de tederheid zelf.

i like my body when it is with your
body. It is so quite a new thing.
Muscles better and nerves more.
i like your body. i like what it does,
i like its hows. i like to feel the spine
of your body and its bones, and the trembling
-firm-smooth ness and which i will
again and again and again
kiss, i like kissing this and that of you,

i like, slowly stroking the, shocking fuzz
of your electric fur, and what-is-it comes
over parting flesh . . . . And eyes big love-crumbs,

and possibly i like the thrill

of under me you quite so new


e.e. cummings, uit: a selection of poems, harcourt-brace, 1965

19-11-07

EEN VERHAAL DAT GOED AFLOOPT

gesprek,vriendschap,liefde,blues,jazz

Ken je dat lied van Chet Baker, ‘I Fall In Love Too Easily’?, vroeg ze. Nee, zei ik, dat ken ik niet. Maar misschien is het wel waar, misschien heb je gelijk. Maar als het al zo is, is het toch bijna nooit ernstig. Ik word inderdaad vaak verliefd, maar het is altijd van zeer voorbijgaande aard. Soms zie ik iemand in de metro, of een passante op straat, en ik voel de verliefdheid meteen zinderen in mij. Zodra echter het ‘object’, om het in psychoanalytische termen en niet oneerbiedig bedoeld, te zeggen, uit mijn blikveld is verdwenen is ook de verliefdheid of het verlangen weg.

Ik heb alleszins het gevoel dat ik op iemand verliefd moet zijn om iets voort te kunnen brengen, zelfs om creatief te zijn met kurk. Liefde op lange afstand is nog het veiligste, zeg ik.

Ja, zegt ze, maar onze liefde is anders. Onze liefde is vriendschap. Dat gaat veel dieper en doet minder pijn. Bedoel je Platonische liefde, vraag ik. Zo zou je het kunnen noemen, ja. Alleszins mag een verwoestende liefde onze vriendschap, die zo mooi is, ja het gaat vooral om de schoonheid, niet aantasten, zegt ze. We moeten voor altijd vrienden blijven.

Ik heb slechte ervaringen met vriendschap, zeg ik. Als je je een tijdje terugtrekt in jezelf vergeten je vrienden je snel. En zeker als het slecht met je gaat. Jij kent toch die blues, ‘Nobody Knows You When You’re Down and Out’? Ja, zegt ze. Vriendschap is een zware opgave, maar dat is de liefde die ik voor je voel, zegt ze. Ik voor jou ook dan, zeg ik. In feite komt het daarop neer, voeg ik er nog aan toe. Maar ik voel dat mijn woorden tekortschieten. Eigenlijk wil ik dat dit allemaal veel intenser is, maar ik zit opgesloten in een vreemde huid. Ik ken mezelf niet meer. Ik ben mezelf niet meer.

Dit is een verhaal dat – voorlopig – nogal goed afloopt. Maar er is parallel hiermee een ander verhaal dat veel wreder is en waar mijn woorden niet alleen voor tekortschieten, maar waar ik geen woorden voor heb. Kon ik de blues maar zingen. Zoals Little Willie John of Blind Willie McTell.

18-11-07

WAAROM ZOU IK NOG BUITENGAAN?


dancing with myself

Waarom zou ik nog buitengaan? Alle muziek van de wereld heb ik om mij heen verzameld. Ach, nee, niet alle - maar voldoende om mijn jaren mee te vullen, voldoende om mijn ziel, waarin ik niet geloof, te voeden. En zo dans ik voorlopig met mezelf, geduldig wachtend op mijn andere helft. Denk niet dat ik medelijden vraag, want het is goed zo en er komen andere tijden. Alleen deze lege armen...

Foto: Martin Pulaski, Dancing with myself.

BOEKEN VAN AARDE

 

Al die boeken wegen zwaar

en elke letter verplettert het hoofd

van de kleine Marcel;

            onder het Hondboek ligt hij dromend

met gescheurde mondhoek, matras-

man Marcel.


’s Nachts vallen ze,

handvallen ze, hoofdstapels, brandstapels,

gewapend papier.

            Ja, zoals in het maatglas verdronken

zijn kinderen zo verdrinken zij in wijwater –

wat werken des duivels toekomt.

Let op Marcel want zie je, hun inkt

zit op je vingers.


Maar wie droomde in plaats van dronk

en zoals zij, Mohikaantjes, hing aan lianen

in het ruim van een rijnaak en liep barre-

voets door gele riviertjes, getekend,

en lachte, “vandaag varen, morgen lossen we

honderd ton gele en honderd ton

rode rivierkreeftjes”

en zoals zij bij schemering mijmerde

            tijdens wazige eeuwen misthoorn-

muziek, ginds achter blauwe masten aan-

zwellende misthoornmuziek


en hoorde hoe het rimboede:

“Hoor hoe het rimboet!” riep de piraat, en:

“zie dan toch zotten het rimboet!”

            en Zottekop spitsneust en flappert

zijn flaporen zo treurig

omdat zij niets zien, de zotten,

zij lachen alleen maar om de koe,

ja de koe die schijt recht in de mond

van een doofstomme maristenbroeder.


Ach ja, het rimboet, het rimboet weer.


Zwaar wegen de boeken, de rijke solide

en arme aarde ontgroeid (o warm toch op nu,

Lucinde, uw dak stort nog in).

Maar geen verweer hebben wij

en niet sterk is dit slechte zwerven

met zwaaiende armen en zondode ogen,

hoewel goed ook met zaaiende armen en

een zacht voorgevoel op het voorhoofd

            liefdesliedjes zingend en dan weer

bij het slapengaan hulpeloos uitroepend:

“Wedden dat de lucht is opgebruikt,

koude, koude Lucinde.”

17-11-07

GENE CLARK EN THE BYRDS

 

 

The Byrds" "Being Here" is een van de meest heuglijke songs van the Byrds, maar ze hadden er veel. Schrijver en zanger van het lied was Gene Clark. Hij stierf op 24 mei 1991. Die dag voelde ik mij alsof ik een broer verloor. Als hij nog in leven was zou het vandaag zijn verjaardag zijn. Vandaar deze kleine ode. Goed nieuws is dat Robert Plant en Alison Krauss op hun duet cd 'Raising Sand' twee nummers van Gene Clark coveren, en niet de minste: Polly (zijn meesterwerk), en Through The Morning Through The Night, beide oorspronkelijk terug te vinden op de tweede elpee van Dillard & Clark. Mooi zo.

16-11-07

SECRETLY CANADIAN

Zoals de naam van het hippe platenlabel ben ik ‘secretly canadian’, denk ik soms. Ik zal het niet gauw toegeven, omdat het land niet echt cool is, figuurlijk gesproken, maar nu kan ik er niet meer onderuit. Ik had het er eergisteren nog over dat ik een nichtje heb die er woont; sinds haar emigratie, nu meer dan veertig jaar geleden, droom ik er al van naar Canada te reizen – en soms vraag ik me zelfs af waarom ik er destijds niet ben gaan wonen, in zo’n houten huisje, niet te ver weg van Toronto. Ik denk dat er weinig landen bestaan die zoveel natuurschoon te bieden hebben, om eens een eigenaardig woord te gebruiken. Natuurschoon, eigenaardig toch! Mijn Canadees familielid heet Josephine, een naam die hip was in de jaren vijftig van de vorige eeuw, waarschijnlijk door de hit van Fats Domino, ‘Hello Josephine’. Ze is de dochter van mijn moeders enige broer, een reder, die jong gestorven is; hart en bloedvaten waren zijn zwakke plekken. Mijn moeder is heel oud geworden, maar met haar twee zussen is het tragisch afgelopen: de ene heeft zelfmoord gepleegd en de andere is door de shock van die vreselijke gebeurtenis ‘gek’ geworden. Zij – mijn meter, die buitengewoon gierig was - is in een rusthuis gestorven. Ik zal er later wel eens wat meer over vertellen, of misschien heb ik het hier al gedaan, mijn geheugen is niet meer wat het geweest is en ik heb geen register van alle onderwerpen die ik al heb behandeld. Met de broers van Josephine – die in België zijn gebleven - is het evenmin goed afgelopen: ze zijn allebei verdronken, de ene in de Schelde, de andere in een Antwerps dok.


Ik wilde het echter niet over mijn ongelukkige familie hebben maar over mijn liefde voor Canada. Veel meer dan met Josephine houdt die verband met muziek. Menige van mijn muzikale ‘helden’ zijn Canadezen. Eerst en vooral is er natuurlijk Neil Young, zowat een van de meest eigenzinnige zangers/gitaristen die de sixties hebben voortgebracht. Al bij Buffalo Springfield deed hij zijn zin, en nu is het niet anders. Om maar een voorbeeld te geven: op zijn laatste cd, ‘Chrome Dreams II’, staat een song die 18 minuten duurt en de luisteraar desondanks blijft boeien (‘Ordinary People’). Het feit dat zijn beste elpee, ‘Everybody Knows This Is Nowhere’, al van 1969 dateert wil niet zeggen dat hij later niets avontuurlijks meer heeft gedaan. De gitaarrock van Green On Red en Dream Syndicate heeft hem in de jaren ’80 opnieuw zin gegeven om zich te ‘verjongen’ en hetzelfde is gebeurd in de jaren ’90 dankzij Pearl Jam en Nirvana. (En ik mag Sonic Youth niet vergeten). Neil Young heeft heel wat kippenvelnummers geschreven over zijn land van herkomst. Het bekendste is waarschijnlijk ‘Helpless’, vaak gecoverd, onder meer door de Canadese zangeres k.d. lang, op haar ‘Hymns of the 49th Parallel’. Ik zou hier nog heel veel over Neil Young kunnen schrijven, maar dat is niet mijn bedoeling.


Een andere Canadese singer-songwriter die met kop en schouders boven de middelmaat uitsteekt is Joni Mitchell. Haar ‘Blue’ staat nog steeds in mijn top-20 allertijden. Onder andere in ‘A Case Of You’ zingt ze over haar geboorteland. (Overigens, waarom verlaten zoveel Canadese muzikanten hun vaderland?) Ze heeft een nieuwe cd, ‘Shine’, maar die moet ik nog beluisteren.

Heeft er in de populaire muziek met uitzondering van Bob Dylan iemand betere teksten geschreven dan Leonard Cohen? Denk alleen nog maar aan ‘The Tower of Song’. Een heel wat jongere Canadese songsmid heet Ron Sexsmith. Hij componeert heerlijke melodieën en zijn teksten zijn al even fraai - waarom is hij dan zo msikend? Komt dat door die bizarre familienaam?

Iedereen houdt natuurlijk van the Cowboy Junkies, met de sensueel fluisterende Margo Timmins. Er is net een nieuwe cd/dvd verschenen van 'The Trinity Sessions'. Als voorlaatste wil ik Jane Siberry noemen, al even eigenzinnig als Neil Young, zij het minder rich and famous.


dirt farmer

Wellicht houd ik nog het meest van al van the Band, afkomstig uit Toronto, met uitzondering van Levon Helm, een Amerikaan uit Arkansas. ‘Music From Big Pink’ en de tweede, bruine elpee staan eveneens in mijn top-20. Toen ik in 1968 voor het eerst ‘The Weight’ hoorde stond ik gelukkig rechtop, anders was ik van mijn stoel gevallen. The Band heeft tientallen andere bands, waaronder the Beatles, de weg gewezen naar een eenvoudiger, aardser geluid dan in die jaren trendy was (“heavy, man!”), heeft hen gewezen op de roots van rock & roll – en heeft nu ook nog grote invloed, onder meer op My Morning Jacket, Drive-By-Truckers en Mercury Rev. Ja, the Band heeft me veel zin gegeven om naar Canada te trekken. Helaas zijn twee van de meest innemende groepsleden al een tijd niet meer onder ons. Richard Manuel heeft zelfmoord gepleegd, en ik denk dat Rick Danko zich dood heeft gedronken. Voor hen was een bestaan zonder the Band niet leefbaar. Organist Garth Hudson wordt nog vaak gevraagd om mee te spelen bij jonge en minder jonge groepjes, onder meer bij de al genoemde Mercury Rev. Over ‘leider’ Robbie Robertson wil ik niets zeggen. Ik heb de indruk dat hij zijn vroegere vrienden verraden heeft. Levon Helm, de Amerikaan, heeft een zwaar gevecht tegen keelkanker gewonnen en heeft nu een nieuwe soloplaat, ‘Dirt Farmer’, zijn eerste sinds 1982. Ik wil ze zo snel mogelijk horen, maar ik heb toch ook geduld. Voor alles is er een seizoen. Zo ook om een keer naar de 'blue Canadian Rockies' te reizen.

14-11-07

VOOR DE TWEE MILJOEN 'ZIELEN'


I thank you! 

Een welgemeend dank u uit de grond van mijn hart en de bodem van mijn ziel.

GROTE PLANNEN, TOEKOMSTDROMEN, VERLANGENS

dromen,reizen,plannen,canada,portugal,porto,toronto,belgie,polanski,schoonheid,fassbinder,berlin alexanderplatz,barbara sukowa,robert longo,feist,biberkopf,film,mieze,vrouwen,douro,atom egoyan,joni mitchell

Natuurlijk denk ik nog aan de vele mooie dingen die de wereld heeft te bieden. Maar ik ben in de war, het is moeilijk om alles op een rij te zetten, orde te brengen in de chaos van mijn denken en voelen. Ik zou op dit ogenblik graag mooie volzinnen formuleren, maar dat is me voorlopig niet gegund. Alsof dat een toepassing is, die gewist is. Ik slaap, eet, drink en luister wat naar muziek. ’s Avonds bekijk ik een film, een aflevering van Berlin Alexanderplatz (maar daar zit ik bijna aan het tragische einde, aflevering 13). Het is een vreselijk verhaal, dat me heel vaak woedend maakt. Ik bedoel met ‘vreselijk verhaal’ niet dat het slecht geschreven is of zo, integendeel. Het is vreesaanjagend, het doet je werkelijk pijn. Hoe kan iemand zo blind op zijn noodlot toestappen – ik wil die Franz Biberkopf toeroepen: niet doen, niet doen! Maar dat heeft geen zin, dat weet ik ook wel, ik ben geen kind dat naar een poppenkastvoorstelling zit te kijken. En wat zit ik in met die onschuldige Mieze, met haar roze strikje in haar haren. Wat een fijne actrice ook, Barbara Sukowa. Ze is even oud als ik en woont samen met de kunstenaar Robert Longo. Maar Mieze toch! Biberkopf! Fassbinder heeft ons daar een mooi vergiftigd geschenk gegeven… Dank je, Rainer Werner.


Ik zou graag naar Canada reizen, maar niet nu, volgende zomer. Ik heb er een nichtje, veel ouder dan ik, met een dochter die al volwassen is. Sinds mijn vijfde of zesde jaar heb ik Josephine niet gezien. Toen was ik verliefd op haar, nu zal ze al heel wat rimpels hebben, wat verschroeid zijn van de Canadese zon. In Toronto wil ik ook graag een keer Stephanie Fysh gaan bezoeken, een fascinerende vrouw. Ik denk dat we veel zouden lachen, samen. Ja, Canada. Met een bus door het land rijden en de landschappen aanschouwen die Neil Young bezingt, de landschappen die Atom Egoyan in beeld brengt, het land van Joni Mitchell en the Band.


Net zo graag wil ik naar Porto, maar dat kan al in de lente, dan is het daar al warm. In Porto heb ik mijn hart verloren. Daar langs de Douro wandelen tot waar hij in de oceaan stroomt, en tegen zonsondergang terugkeren naar het centrum, langs de vissers lopen, en langs mannen die eenzaam in hun auto’s naar de zonsondergang zitten te kijken, alsof ze wachten op een mirakel. Mooiere dingen kun je niet doen. En ’s avonds ga je met Cristina naar een bar, ingericht in seventies stijl, en drink je een amêndoa amarga, en een paar glazen koel bier, en je praat over de films van Roman Polanski, die jullie beiden bewonderen. Ik ben gek op Cul de Sac en Repulsion, Cristina bekijkt één keer per week Rosemary’s Baby. We lezen graag, Murakami, Virginia Woolf.


Maar je zou niet in Canada, niet in Porto kunnen blijven. Op een dag zou je je koffers moeten pakken en terugkeren naar dit mooie land België waar je maar niet kunt aarden. Dit onvriendelijke land waar ongeveer iedereen de toekomst schijnt vergeten te zijn en waar het moeilijk is om nog mannen en vrouwen te ontmoeten die grote plannen hebben en grote dromen. Waar hartstochtelijk leven naar het asiel of het kerkhof leidt. Of is dat maar een idee van mij, perceptie, zoals de politici graag zeggen? Ja, het is allemaal perceptie, zeggen zij, en zeggen de journalisten hen na. Die mooipraters, die papegaaien. En op televisie kwist men er lustig op los; bekende Vlamingen, weduwen en wezen, allemaal kwissen ze er lustig op los. En toch is dit een mooi land. Dat zag ik nog op een foto van een eenzame wandelaar. En hier zit ik nu in mijn kamer en luister wat afwezig naar The Reminder van Feist.

WAT ZOU IK DEZE MIDDAG EENS LEZEN?


wat zou ik nu eens lezen

Wat zou ik deze middag eens lezen? Nee, voor Nelson Algrens 'A Walk On The Wild Side' is mijn tijd nog niet rijp. Later, later...

Foto: Martin Pulaski, Zelfportret met boeken.

13-11-07

BERNADETTE LAFONT BELUISTERT LES AMANTS DE PARIS



Bernadette Lafont beluistert Edith Piafs 'Les amants de Paris'. Een prachtige scène uit mijn favoriete film 'La maman et la putain' van de baanbrekende en veel te jong gestorven regisseur Jean Eustache. 'Broken Flowers' van Jim Jarmusch is opgedragen aan Jean Eustache.