30-10-07

NEW YORK CITY HERE I COME


public library new york


"You should live in New York City. America's largest city will ensure that you will blend into the crowd. You are the brooding type--introspective, creative, and eccentric--and NYC's cutting-edge, individualistic culture and ambience will appeal to you."

Find Your Character @ BrainFall.com


Ik haat kwissen, eraan deelnemen is zowat het domste wat je kunt doen, vind ik. Nu zondig ik al twee dagen tegen mijn eigen stelregel... Waar gaat het met me naartoe? In deze belachelijke kwis ging het erom welke stad het beste bij je past. Uit mijn antwoorden blijkt dat ik een New Yorker zou moeten zijn. Misschien klopt dat nog wel ook.

2.
Vorige zondag was ik plotseling razend populair. Duizenden en duizenden bezoekers kwamen hier over de vloer. Daarna gingen ze weer weg, zonder een boodschap achter te laten, alsof deze plek een donker en grauw station is, waar je je zo snel mogelijk uit de voeten moet maken. Je zou er wel eens voor onaangename verrassingen kunnen komen te staan. Als dat zo is, dan ben ik degenen die hier zo vaak komen lezen en zelfs af en toe - of heel vaak - een commentaar schrijven bijzonder dankbaar.

Photo: MP in de Public Library in New York City

28-10-07

DE ROLSCHAATSENDANS IN HEAVEN'S GATE




Rolschaatsen met David Mansfield in 'Heaven's Gate'. Kun je aan iets mooiers denken op een zondagmiddag in de herfst?

27-10-07

VOETZOEKERS OF VOETNOTEN?


Hoe ontstaat zo’n tekst als ‘Heaven’s Gate’? Je zit naar nog maar eens een miskend meesterwerk te kijken, in dit geval ‘Heaven’s Gate’, de 220 minuten durende film van Michael Cimino, gebaseerd op de Johnson County Wars in Wyoming, die plaatsvonden op het einde van de 19de eeuw. In 1980, toen de film werd uitgebracht, werd hij door vooral Amerikaanse recensenten grondig afgekraakt. Het publiek bleef massaal weg. De zeer dure film werd bijna overal een regelrechte flop, met uitzondering van een aantal Europese cultuursteden.

In ‘Heaven’s Gate’ wordt veel gedanst, gemusiceerd, en er wordt een bloederige, wrede oorlog uitgevochten tussen rijke veebaronnen en hun huurlingen enerzijds en boeren-immigranten (vooral uit Oost-Europa) anderzijds. Er is een subverhaal over de liefde van zowel Kris Kristofferson als Christopher Walken voor Isabelle Huppert, in deze film mooier dan ooit, en nog zo jong. Zij is de tragische heldin van het verhaal. Tragische heldinnen moeten sterven.

De mooiste scène is wellicht die in de danshal ‘Heaven’s Gate’, waar de boeren dansen op rolschaatsen – met op de voorgrond adembenemende muziek van de toen jonge componist en muzikant David Mansfield. Hij is trouwens meermaals te zien in de film. Dylan-bewonderaars zullen de engelachtige David Mansfield ongetwijfeld kennen; in de jaren ’70 speelde hij in Dylans begeleidingsband, onder meer op ‘Street Legal’, ‘Bob Dylan at Budokan’ en ‘Hard Rain’. Te zien is hij in Dylans ook al zeer lange film ‘Renaldo and Clara’. Zelf heb ik hem in 1993 live zien optreden in The Bottom Line in New York waar hij toen Lucinda Williams begeleidde op viool.

Terwijl ik naar de film zat te kijken, een Duvel dronk en mijn emoties de vrije loop liet, werd ik opnieuw opgezweept door de soundtrack en verbluft door de Ciminos beeldenrijkdom en geweldige montage. Cimino stelt dat de Verenigde Staten gebaseerd zijn op uitbuiting, geweld, hypocrisie en verraad.

Ik nam vlug een langwerpig velletje papier om er wat woorden op te noteren. Door die langwerpige vorm moest ik de woorden onder elkaar zetten, zodat er qua vorm een gedicht ontstond.

De volgende dag heb ik eens gekeken naar wat ik neergeschreven had. Ik zag het bruin en het groen van de aarde in Wyoming en het bruin van de kleding en hoeden van de boeren.  Het asgrijs van de dood die hen boven het hoofd hing. De immigranten zagen er vermoeid uit, de aarde leek hen niet toe te lachen. Je zag beelden van een grauw en donker bestaan. Daartegenover enkele ogenblikken lichtheid, van het walsen op rolschaatsen in een grote houten danshal waar een orkestje opgewekte en tegelijk melancholische muziek speelde. De boeren waren moe, maar in zekere zin onbezorgd. Ze wisten nog niet dat de asgrauwe dood op hen wachtte.

Op mijn papiertje trof ik sporen aan van de lichte huiduitslag waar ik last van had, ten gevolge van antibioticagebruik. In de proloog van ‘Heaven’s Gate’ neemt Cimino je mee naar de universiteit van Harvard (in werkelijkheid is het Oxford, maar in film mag dat, het Vietnam van Kubrick is een oud fabrieksterrein ergens in Engeland). Er worden diploma’s uitgereikt, er wordt feest gevierd, gewalst. Harvard, een rijke, lichte wereld. De jonge mannen die hier afstuderen zullen van het nog jonge, ruwe land een beschaafde natie moeten maken. Maar zullen ze daar in slagen? Zijn de natuur en de aard van de mens niet weerbarstig en opstandig als het om cultuur en fijne manieren gaat? Worden verfijnde mensen in ruwe streken niet belachelijk gemaakt of afgeslacht? Denk maar aan Peckinpahs ‘Straw Dogs’. Denk maar aan William Wylers ‘The Big Country’.

In mijn hoofd waren de walsers aan het jiven geslagen, wat natuurlijk een anachronisme is, maar in een gedicht mag dat. De natie waar ik het over het is de VS maar het gaat uiteraard ook over België. De vader is de rector van de universiteit, en is mijn eigen vader, die toen ik klein was graag Willem II sigaren rookte. Hij is een gewone man, een boerenzoon – het praktische nut van een diploma lijkt hem gering. Je kunt er geen grond mee bewerken noch de mijnschacht in.

David Mansfield speelt de hele tijd door op de blauwe gitaar van dichter Wallace Stevens. Diens lange gedicht ‘The Man with the Blue Guitar’ is in het Nederlands vertaald door Rein Bloem. Peter Case verwees er enigszins ironisch naar in de titel van een van zijn elpees: ‘The Man with the Blue Post Modern Fragmented Neo-Traditionalist Guitar’ (op die plaat staat de schitterende song ‘Entella Hotel’ geduldig op luisteraars te wachten). De oesters verwijzen naar de als oesters levende burgers uit Hölderlins ‘Hyperion’. En het gedicht eindigt met een deuntje van Howlin’ Wolf alias Chester Burnett.

***

(1. / Van mijn lippen valt schimmel / en woorden in het gruwelgrijs van de dood / van mijn lippen op de oude aarde / groen en bruin de mensen moe. // Onder de maan alleen een blauwe melodie / aan de beroemde blauwe gitaar ontlokt / een wegebbende echo nog maar / na een eeuw walsen en jiven en zweten. // 2. / De vader zit op een bank, rookt zijn sigaar / Willem II, onverrichter zake. / Boven zijn hoed wappert de vlag / van een natie de mensen moe. // Wenst me geluk met mijn diploma, / veel succes etcetera etcetera – maar, / filosofen komen niet verder dan oesters, / vertrouwt hij me toe. // Kijk naar de historie, / Wyoming, de trek naar de Far West / tot aan de Pacific, / kijk hoe dat verhaal afliep: / follow me baby, have a real good time.)

26-10-07

HEAVEN'S GATE


Opgedragen aan Michael Cimino en David Mansfield.

1.
Van mijn lippen valt schimmel
en woorden in het gruwelgrijs van de dood
van mijn lippen op de oude aarde
groen en bruin de mensen moe.

Onder de maan alleen een blauwe melodie
aan de beroemde blauwe gitaar ontlokt
een wegebbende echo nog maar
na een eeuw walsen en jiven en zweten.

2.
De vader zit op een bank, rookt zijn sigaar
Willem II, onverrichter zake.
Boven zijn hoed wappert de vlag
van een natie de mensen moe.

Wenst me geluk met mijn diploma,
veel succes etcetera etcetera – maar,
filosofen komen niet verder dan oesters,
vertrouwt hij me toe.

Kijk naar de historie,
Wyoming, de trek naar de Far West
tot aan de Pacific,
kijk hoe dat verhaal afliep:
follow me baby, have a real good time.

25-10-07

DE TECHNIEK VAN GUY CLARK

guy clark,townes van zandt,steve earle,techne,emmylou harris,muziek,country,instrumenten,tehcniek,pop,folk,texas,verhalen,kunst

Gisteravond zat ik nog een keer te luisteren naar ‘Better Days’ van Guy Clark, de singer-songwriter uit Texas die over enkele dagen 66 wordt en in ons land nog steeds even weinig bekend is als bij het verschijnen van ‘Old No. 1’, zijn verrassend debuut uit 1975.  Maar liefhebbers van americana noemen hem meestal in één adem met Townes Van Zandt en Steve Earle. Townes is inmiddels dood en een legende en Steve Earle berucht en (bijna) beroemd. Waarom vallen de liedjes van Guy Clark dan zo weinig in de smaak? In België houden maar weinig melomanen van countrymuziek; soms wordt over het genre zelfs met afgrijzen gesproken en geschreven. Waarschijnlijk te wijten aan de nasale stemmen, de realistische teksten - en in sommige gevallen aan de sentimentaliteit en de kitscherige kostuums.

Maar Guy Clark een typische countryzanger noemen zou verkeerd zijn. Zijn stijl leunt meer aan bij folk; zijn songs zijn verhalen, soms gedichten. Sentimentaliteit is hem vreemd. Hij heeft het over zeilboten, tomaten, de mandoline van Picasso, spullen die werken (“stuff you don’t hang on the wall”), gitaarsnaren, de Texaanse keuken, whisky, de laatste revolverhelden, instantkoffie, daklozen, hotelkamers, timmerlieden, enz. Je hoort op zijn platen veel plezier en bezieling, zowel in zijn warme stem als in het verfijnde spel van de muzikanten die hem begeleiden. Voor hen is het een eer erbij te mogen zijn. Je voelt aan dat ze houden van zijn levensechte songs, van zijn warme persoonlijkheid. Jammer toch dat niet wat meer muziekliefhebbers Guy Clark’s parels uit het duister tevoorschijn halen. Bij ons wordt het zelfs moeilijk om nog platen van de man te vinden. Maar de liedjesschrijver uit Texas volhardt. Zijn liefde voor het vak is groot. Ja, net als een timmerman of een meubelmaker is hij een vakman, wat hetzelfde is als een kunstenaar, zeker als je kunst als τέχνη (techné) beschouwt, wat de oude Grieken deden. Toch wordt techniek vaak als het tegenovergestelde van kunst beschouwd. Kunstenaars mogen in dat geval geen vuile handen hebben, zangers geen rauwe stem, gitaristen geen bloedende vingers. Op de hoezen van Guy Clark’s platen zie je wel eens mooie afbeeldingen van instrumenten, zelfs van schaafsel. Dat is geen toeval: de liedjesschrijver is ook ‘luthier’, hij herstelt en maakt gitaren. Is dat de reden waarom in de opnamestudio zoveel zorg wordt besteed aan de klank van gitaren, violen, mandolines, en andere snaarinstrumenten? Voor de ‘crafstman’ naar de studio trekt schaaft hij lang aan zijn teksten, dat hoor je al bij een eerste beluistering. Toch is het eindresultaat niet klinisch, niet ‘perfect'. De songs zijn ruwe diamanten, om de titel van een elpee van John Prine aan te halen.

Ja, en gisteravond kreeg ik nog een keer tranen in de ogen bij ‘Randall Knife’, het lied dat Guy Clark schreef naar aanleiding van de dood van zijn vader. Zonder sentimenteel te zijn weet de zanger met die song toch keer op keer het hart te raken. ‘Better Days’ is waarschijnlijk zijn beste langspeelplaat, maar heel zijn oeuvre verdient bestaansrecht. Schitterend is ook ‘I Don’t Love You Much Do I’, terug te vinden op ‘Boats To Build’ en op de pas verschenen ‘Songbird’-box van Emmylou Harris. En er is nog veel meer moois. Zal ik nog eens een lijstje maken?

BLACK DIAMOND STRINGS / GUY CLARK

 

 
Guy Clark en Emmylou Harris vertolken Clarks 'Black Diamond Strings'.

RANDALL KNIFE - GUY CLARK

 

My father had a Randall knife
My mother gave it to him
When he went off to WWII
To save us all from ruin
If you've ever held a Randall knife
Then you know my father well
If a better blade was ever made
It was probably forged in hell

My father was a good man
A lawyer by his trade
And only once did I ever see
Him misuse the blade
It almost cut his thumb off
When he took it for a tool
The knife was made for darker things
And you could not bend the rules

He let me take it camping once
On a Boy Scout jamboree
And I broke a half an inch off
Trying to stick it in a tree
I hid it from him for a while
But the knife and he were one
He put it in his bottom drawer
Without a hard word one

There it slept and there it stayed
For twenty some odd years
Sort of like Excalibur
Except waiting for a tear

My father died when I was forty
And I couldn't find a way to cry
Not because I didn't love him
Not because he didn't try
I'd cried for every lesser thing
Whiskey, pain and beauty
But he deserved a better tear
And I was not quite ready

So we took his ashed out to sea
And poured `em off the stern
And threw the roses in the wake
Of everything we'd learned
When we got back to the house
They asked me what I wanted
Not the lawbooks not the watch
I need the things he's haunted

My hand burned for the Randall knife
There in the bottom drawer
And I found a tear for my father's life
And all that it stood for

 


Guy Clark

24-10-07

OFFERBOOM


Opgedragen aan Tanya Donelly

Vind je nog een nieuwe vriend
om je offerboom te voeden?
In zijn verboden tuin wacht hij
geduldig op je carneolen vruchten,
kruimeldief die wijsheid steelt
uit een paar vluchtige gebaren.

Lichtvoetig, wreed, melancholiek:
je mag vooralsnog zelf kiezen.
Als je maar vers vlees levert
in je kersenrode rok gewikkeld.
Vind je nog een nieuwe vriend
om je offerboom te voeden?

MAZZY STAR / DISAPPEAR



Ik zal nog maar wat zwijgen en luisteren. Extreme schoonheid van Mazzy Star. En is Hope Sandoval werkelijk van de aardbol verdwenen?

23-10-07

THUISKOMST / HÖLDERLIN


Het onderstaande fragment uit Hölderlins gedicht ‘Heimkunft’ is me – vooral in deze periode van mijn leven – uit het hart gegrepen.

 

“Nenn ich den Hohen dabei? Unschikliches liebet ein Gott nicht,

Ihn zu fassen, ist fast unsere Freude zu klein,

Schweigen müssen wir oft; es fehlen heilige Namen,

Herzen schlagen und doch bleibet die Rede zurück.”

 

(fragment uit het gedicht ‘Heimkunft – And die Verwandten’, in: Friedrich Hölderlin, Werke und Briefe, Herausgegeben von Friedrich Beissner und Jochen Schmidt, Insel Verlag, Frankfurt am Main, 1969, 122.).

 

“Noem ik de naam des Hoogsten daarbij? Hij weigert de wanklank,

om hem te vatten is haast zelfs onze vreugde te klein.

Zwijgen moeten wij vaak, ons ontbreken heilige namen,

hoezeer het hart in ons bonst, toch blijft de spraak ons ontzegd.”

 

(fragment uit 'Thuiskomst', uit: Friedrich Hölderlin, Gedichten, de Prom, 1988, 227, vertaling door door Ad den Besten.)

Over die vertaling valt veel te zeggen, maar dat zou me te ver
leiden, voorbij de taal, waarover ik zelf op dit uur van de dag niet beschik. Waar het mij hier inderdaad om gaat is dat mij de taal, het woord, de rede, de logos ontbreekt. Hoe deel ik dit in vredesnaam mee?

22-10-07

WALK UNAFRAID

 

Ik stap uit de sfeer van het alledaagse, nu meer dan ooit, en begeef me in de richting van de werkelijkheid – die ik probeer terug te vinden in het zogenaamde bedrog van mijn fantasmata.


Soms zet een eigenaardige druk, die met koortsachtige gevoelens gepaard gaat, mijn hand tot schrijven aan. Ik zie mijn hand bewegen, ze vormt letters, woorden, zinnen op een blad papier. Tekens en betekenissen. Soms denk ik dan achteraf, zo moet het schrijven worden opgevat, zo moet het worden toegepast. Soms vraag ik me af: waar komt die druk tot stand? In mijn hersencellen? In mijn verbeelding? In mijn ‘geest’?


Ik beluister een stem in mij die me toefluistert: “het zijn allemaal leugens, doe niet zo moeilijk, zwijg en leer, luister, je hebt niets te vertellen, het heeft geen belang, het is allesbehalve interessant…”


Een tegenstem, echo van mijn oorsprong, roert zich dan: “ik ben het leven in jou, laat van me horen, van de rivier die door je heen stroomt, het vuur dat in je lichaam brandt, woordenstorm die woedt en gaat liggen of verwoest, de adem van je ‘ziel’, het ritme van je muziek, laat je de mond niet snoeren, ‘walk unafraid’”.

20-10-07

OP HET GOEDE PAD


op het goede pad

Jan Wolkers had ik toen nog niet gelezen. Een jaar later zou ik mijn geloof definitief verliezen. Of mag je dat niet zeggen, definitief?

Ongeveer veertig jaar later: ik ben na drie dagen gestopt met de anti-depressiva. Ik voelde me nog veel ellendiger als ik die rotzooi slikte. Goed advies van mijn vrienden heeft me geholpen om de juiste beslissing te nemen. Nu zal ik het gevecht met mijn demonen op eigen kracht moeten aangaan. Geenszins zal ik de hulp van bovennatuurlijke wezens inroepen, zelfs al is er destijds een plechtige communie geweest. Ik begreep in die dagen helemaal niet wat 'communie' betekende. Alleen om die reden was mijn belofte betekenisloos en was ik tot niets verplicht.

Ik luister nu naar 'Little Amber Bottles' van Blanche, tijdloze, wondermooie muziek. Het feit dat ik erdoor ontroerd word betekent dat mijn depressie niet onoverkomelijk is.

 

19-10-07

NU IS JAN WOLKERS DOOD


jan wolkers


Eerbiedig neem ik mijn imaginaire hoed af voor Jan Wolkers, een schrijver wiens werk ik als jonge man heb verslonden. Nu is het lang geleden dat ik nog een boek van hem heb vastgenomen, maar ik herinner me zeer goed de schoonheid en de opwinding, de levensechtheid van ‘Terug naar Oegstgeest’ en ‘Turks fruit’. Ik denk dat Jan Wolkers een mooi en waarachtig leven heeft geleid, daar op zijn eiland. Nee, ik denk niet dat hij ooit vals heeft gespeeld. Ik heb hem nooit ontmoet, maar ik weet dat hij me als dat wel was gebeurd recht in de ogen zou hebben gekeken. Nu is Jan Wolkers dood.

18-10-07

GEHAVEND IN DE HAVEN

Gehavend in de haven

aangekomen

kwam in zijn stekelige hoofd
uit nacht und nebel

het bospad opgedoken.


Weer het ongewisse in

van waar hij ooit gekomen was -

blank, niet vrolijk ongebonden.


Zwijg, zwijg toch

Aletheia

met je mond rood van kersen,

je rode wilde bloemen.


The carter family -

hoe je werd bezongen!

met je mond rood van zonde,

schuchtere zedenleer.


Wandelden zij onder dennenappels

en in de bruine grond waren wormen

en kiemen gekomen.


“Als het graan niet sterft

en jij dit hoofd behoudt

beloof ik de wereld aan je voeten

boomgaarden, eenhoorns,

liefde die niet vergaat.”


In cinema Eden

zaten zij in duister gesluierd

met wapens gewapend

terwijl buiten sneeuw bloedsporen,

voetsporen ondersneeuwde.


De ogen van de winterkoning

lijken wit van woede of van genade.


Zonder reden reed hij de zon tegemoet

een blinde held

met zakken vol geld

en een dode moeder lag neer

op de koude grond van de vorst.


Hij leek een zuigeling,

geeuwde zich in zichzelf terug


De haven van overvloed

als zij haar borsten toont,

stad zonder schaamte

met een man aan de lier

alsof nog iets van zeewier aan wal ging:


op dit eiland zal ik je wachten

je wachten.


Alsof nog iets te bezweren viel

na de laatste dame en boer

met puntschoenen aan, dunne plastron.


Wat nu gezongen, zei hij.

Wat nu gezongen, zei zij.


De wereld is de wereld niet meer.

De wereld is wachten

en zweten

tot het bot bloedt.

OPSOMMEN EN CITEREN

borges,kierkegaard,opsomming,citaat,pierre menard,mozart,don juan,citeren,labyrint,spiegelbeeld


Het plezier van het citeren en het opsommen vind je bij veel auteurs. Mij doen de opsommingen en citaten van Jorge Luis Borges soms schateren. Een mooi voorbeeld van een dergelijke opsomming is ‘Chinese Fauna’ in ‘Het boek van de denkbeeldige wezens’, dat als geheel al een opsomming is.

Bekend is het verhaal ‘Pierre Menard, schrijver van de Don Quichotte’, waarin Borges de werken van de ‘obscure’ schrijver Pierre Menard opsomt in een lijst van A tot S. Het belangrijkste werk van Pierre Menard, zo betoogt Borges, was de Don Quichotte, die woordelijk geheel hetzelfde is als de beroemde ridderroman van Cervantes. “De tekst van Cervantes en die van Menard zijn woordelijk gelijk, maar de tweede is bijna oneindig veel rijker. (Dubbelzinniger zullen zijn tegenstanders zeggen; maar dubbelzinnigheid is een vorm van rijkdom.).” De stijl van Menard verschilt wel van die van Cervantes: “De stijl van Menard die naar het archaïsche overhelt – tenslotte is hij vreemdeling – lijdt aan een lichte geaffecteerdheid. Zo is het niet met zijn voorganger, die vrijmoedig het gangbare Spaans van zijn tijdperk hanteert.” Dit vind ik buitengewoon grappig.


De inval van Borges was niet nieuw. Want wat lezen we in Kierkegaards ‘Of/of’? “De muziek heeft (…) een tijdsmoment in zich, maar verloopt toch niet in de tijd tenzij in oneigenlijke zin. Het historische element van de tijd kan ze niet uitdrukken.
De volmaakte eenheid van deze idee en de eraan beantwoordende vorm bezitten we in Mozarts Don Juan. Maar juist omdat de idee zo enorm abstract is, en ook het medium abstract is, is het niet waarschijnlijk dat Mozart ooit een concurrent zal krijgen. Mozart had het geluk dat hem een stof in handen viel die in zichzelf absoluut muzikaal is, en als een andere componist met Mozart zou willen wedijveren, zou er voor hem niets anders opzitten dan Don Juan nogmaals te componeren.” De tekst van Kierkegaard is natuurlijk niet grappig, maar uitermate ernstig.

17-10-07

HET EINDE VAN DE WERELD BINNEN HANDBEREIK


tokyo monogatari van ozu 2


Gisteren verscheen ik opnieuw op het werk, na een afwezigheid van meer dan een maand wegens ziekte. Wat gebeurde er met me? Ik betrad een mij ineens volkomen vreemde wereld. De grond onder mijn voeten? Om mij heen soortgenoten, mijn collega’s – vreemden met vreemde gezichten. Ik vroeg me af waar ik was, of ik wel bestond. Het was onmogelijk om me in hen te herkennen, terwijl het toch elementair is voor het menszijn dat je je in de andere herkent.
 

Gisteren gaapte er een afgrond tussen ‘hen’ en ‘mij’, een afgrond die me letterlijk deed verstommen. Ik heb van de hele dag nauwelijks een woord gesproken; ik zat te wachten op een einde, misschien wel het einde van de wereld. Je hebt de ervaring dat je in een hinderlijke cocon zit opgesloten, een omhulsel dat je geen bescherming biedt – een cel die samenvalt met je huid. Ik was de ‘zieke’, de ‘andere’… Niet dat mijn collega’s me daar op wezen of in enig opzicht vijandig deden, integendeel. Het was geheel mijn ervaring, ikzelf zag me zo en zag de anderen zo. En in mijn hoofd herhaalde een stem opnieuw en opnieuw: je kunt alleen maar mislukken. Je kreeg buikkrampen van die stem, tranende ogen, hoofdpijn, dyslexie. De enige rol die je kunt spelen is die van het slachtoffer, zei de stem. Ik zweeg zo hard dat de pijn die ik al had nog verhevigde.
 

Wat ik me afvraag is of ik de rol van het slachtoffer speel. Is het niet sterker dan mezelf? Is het een fenomeen waar ik geen vat op heb, waardoor ik een speelbal ben die ook slachtoffer is?  Ik weet het niet. Voorlopig doe ik er het zwijgen toe en wacht. Alleen een paar woorden van zelfbeklag kan ik nog kwijt.

Sinds deze morgen slik ik anti-depressiva. Deze pillen geven mij een enorme dorst, maar honger heb ik niet meer.


Ben ik te openhartig als ik zeg dat ik gisteravond door een waas van tranen naar Tokyo Monogatari zat te kijken, misschien wel de meest humane film die ooit werd gemaakt?


Afbeelding: uit Tokyo Monogatari (1953) van Yasujiro Ozu

14-10-07

SUNDAY AFTERNOON


zondagmiddag

Vandaag was ik te lui om te schrijven. Vermoeidheid en de laatste sporen van ziekte heb ik van me af gewandeld in het Terkamerenbos. Een schitterende zondagmiddag. Dat sluit goed aan bij het lied van The Velvet Undergound hieronder.

En morgen opnieuw the struggle for life.

13-10-07

SUNDAY MORNING

Een van de allermooiste songs allertijden. 'Sunday Morning', uit 'The Velvet Underground & Nico'. Misschien morgen eens beluisteren en bekijken? Of vandaag al. In de sixties wilde niemand dit horen, of hoe de tijden veranderd zijn.

12-10-07

PROJECT VOOR 20 GEDICHTEN OVER ‘AFSCHUW’

 

  1. De Dubbelganger
  2. Mijnheer Dood
  3. Emma Small
  4. Dr. Joseph Goebbels
  5. De Uitvinder van de Hel
  6. Iñigo Lopez de Loyola
  7. William Zanzinger
  8. Het einde van de wereld
  9. De Boze Wolf
  10. De plots kapotte Muis
  11. De Privé-ambulancier
  12. Quintianus
  13. De Vrouw zonder Schaduw
  14. Paus Pius XII
  15. Het slijmerige Wezen
  16. De ‘Separatist’
  17. De ‘Fotograaf’ van Abu Ghraib
  18. De Architect van de ‘Muur’ in opbouw
  19. De Bommenwerper
  20. Judith Fellowes

11-10-07

DE NACHT VAN DE LEGUAAN III


night of the iguana 2

"All Women, whether they face it or not, want to see a man in a tied-up situation. They work at it all their lives, to get a man in a tied-up situation. Their lives are fullfilled, they're satisfied at last, when they get a man, or as many men as they can, in the tied-up situation."

Tennessee Williams, The Night Of the Iguana.

22:47 Gepost in Film | Permalink | Commentaren (0) | Tags: boek, stuk, vrouw, man, situatie |  Facebook