17-09-07

NAAR DE NEFZAOUA


just married

Een flashback naar februari 1999 - fragment van een huwelijksreis.

De donkere wolken voorspellen regen. De mensen van hier voorspellen ook regen. Nu heb ik wel graag dat het eens een keer regent, maar het mag natuurlijk niet blijven duren. We gaan een hele dag weg, naar de woestijn. Eerst naar Douz, voor de donderdagmarkt. Daarna naar Zaafrane voor een uurtje op de dromedarissen, echt de woestijn in. Tijdens de rit naar Douz (en de hele dag) zitten we achter in de 4x4, heel ongemakkelijk voor de benen. En je ziet de hele tijd je vijf medereizigers (vier toeristen en een chauffeur). Gelukkig zijn het vrij stille mensen. De man voorin is de hele tijd met zijn videocamera in de weer. Zo heeft hij gelukkig geen aandacht voor ons. Onderweg, in de Chott-el-Jerid, een uniek natuurfenomeen, stappen we even uit. De gids vertelt ons over wat we gaan doen en waar we nu zijn en wat dit allemaal is. Dat wil ik hier niet herhalen. Zie de reisgidsen. Het is erbarmelijk koud en ik wil zo vlug mogelijk weer in de 4x4. Ik denk wel: als het weer mooier wordt huren we een fiets en komen we helemaal alleen naar hier. Dit landschap is gewoon te gek. Je moet je er op je eentje of met zijn tweetjes in onderdompelen. Tijdens een huwelijksreis bijvoorbeeld. Niemand moet daar getuige van zijn. Een paar Tunesische herders mogen ons vanuit de verte wel zien aan komen rijden en hun god mag ons zijn zegen geven. Maar meer niet. Geen Fransen met hun hoogdravende commentaren, met hun duizenden woorden om te zeggen dat ze mooi vinden wat ze zien. Je moet niets zeggen. Woorden breken alleen maar af. Zelfs met poëzie moet je voorzichtig zijn, heel voorzichtig of je breekt met je vergezochte beelden stukjes van de wereld af. Het komt erop aan heel kleine stukjes te bevestigen. Te doen bestaan. Iets nieuws is niet nodig. Of een zwart plastiek zakje misschien? Of zo’n zilveren schijfje misschien, omdat ik er toevallig aan verslaafd ben? Dat alle zilveren schijfjes meteen verdwijnen! Daar lig ik niet van wakker. Als er geen schijfjes meer zijn om naar te luisteren is er nog altijd een huilende hond. Natuurlijk zal ik dan nooit meer naar Donna Summer kunnen luisteren, en dat zal ik toch wel erg vinden. Oooooh, love to love you baby (x100)…

In Douz zijn de straten, vandaag niet veel meer dan modderwegen eigenlijk, koud en vuil en krachtig van geur. Bruine kleuren zoals je ze nooit hebt gezien. Talloze bruinen. Beige, zandkleur. Lichtbruin nat zand. Grijsbruine ezelkeutels. Roestbruine stront van kamelen, van dromedarissen. Schapen die in hun omgeving opgaan. Hun wit stelt niets meer voor. Plotseling de verrassing van de beestenmarkt, wat lager gelegen dan de rest van het stadje. Je kunt het geen schok noemen, wat je daar voor je ziet. Je ziet meteen dat dit er altijd al geweest is. Het is een zacht en tegelijk brutaal visioen, maar dan reëel. Mannen in bruine dekens gewikkeld. Je ziet nauwelijks iets anders dan bruin. Het is zo spooky dat je er geen foto van durft maken. Toch lopen er zeker wel twintig toeristen rond op de beestenmarkt en ze maken foto’s. Hun camera’s zijn zo lelijk. Niet bruin, maar zilverkleurig, net hetzelfde gevloek als dat van jouw Minolta.

Koud dat het is. In een groezelig café drinken we heerlijke thee. We kopen een tapijtje, misschien omdat het met zijn rode kleuren veel warmte uitstraalt. De thee is zoet en warm. En zo rechtstaan in dat café met dat warme glas in je hand, dat verwarmt je hart. Alsof je een romantische ziel bent, in de 19de eeuw verdwaald. De man in het café zegt: maak een foto van mij. Ik ben pittoresk. Hij is bruiner dan om het even wat in deze omgeving. Je zou bijna zeggen: een zwarte man.

Daarna op die dromedarissen. Laura is de eerste. Zij zit al op haar dromedaris nog voor ik goed weet waar ik aan begonnen ben. Dan zit ik ook op mijn beest. Een wild gevaarte dat niet echt tevreden is met zijn last. Ik voel dat hij me van zijn rug af wil. De dromedaris maakt een vreemd brulgeluid, een beetje zoals het geloei van een koe, maar dan psychedelisch. De tong ziet er ook uit of je aan het trippen bent. Je weet wel hoe een echte tong eruitziet, dit is slechts een triptong. Straks word je weer normaal en zie je opnieuw de tong zoals ze is. Maar neen hoor, dit is een of ander ding in de mond van de dromedaris. En nu is er geen gids om je te vertellen wat dat eigenlijk is. Zo’n dromedaris zit vol water, je voelt dat volume tussen je benen. Je voelt dat er allerlei dingen gebeuren in dat vaste lijf. Een heel ander gevoel dan op een fiets. Pas na een tijd zie je ook de woestijn. De woestijn is niet bruin maar geel. Een klein beetje bruin is met je meegekomen: de dromedaris.

Maak nu toch eens een foto, zegt Laura. Maar ik houd me stevig vast, met mijn twee handen, aan het houten spul waar je je aan vast kunt houden. Met roestige ijzerdraad vastgemaakt. Opgelet, denk ik, ik ben niet ingeënt tegen tetanus, en als je dat ergens van kunt krijgen, dan is het wel van kamelen (dromedarissen ook natuurlijk). Kijk ik heb al een schram op de muis van mijn hand. En me toch stevig vast houden. Als ik hier afval is mijn rug gebroken. Jongen, kijk, daar is de woestijn, daar, kijk. De vreselijke woestijn. De absurde woestijn. Zou je er niet eens een keer in willen verdwalen? Een beetje maar? Echt niet? Diep in je hart?

Maar je gedachten dwalen weer af, je waarneming wordt ondermijnd door angsten. Door de geur van je kledingstuk (boernoes of djellaba), doordrenkt van het zweet van zoveel voorgangers-dromedarisberijders. Vergeven van de mijten, van de mijten hun uitwerpselen. Je krijgt er ademnood van, hier in deze zuivere lucht.

Ergens een oponthoud. Het is duidelijk: de dromedaris wil je kwellen. Hoe hij gaat zitten, dat is zeker niet met goede bedoelingen. Die dromedaris van Laura deed dat zo elegant en met veel aandacht voor zijn berijdster.

Nog een tochtje met de 4x4’s door de duinen naar een soort van Hollywoodkastelen, midden in de woestijn. Ze worden gebruikt als filmdecor. We mogen er niet binnen. Dat doet me denken aan Cinécitta. Daar mochten we ook niet binnen. Ik ben nochtans filmstudent, zei ik toen. Ik ben een bewonderaar van Fellini. Ik zou eens een kijkje willen nemen in deze gerenommeerde studio, waar de meester al zijn meesterwerken heeft gemaakt. Het mocht niet baten. De poort bleef gesloten.

Een vrij stevige wind steekt op, je ziet niets meer. Die wind heeft iets uitdagends. Je zou er wel willen in opgaan, een worden met het geheel. Dat is weer typisch natuurlijk. Dat verlangen naar een roes, je onderdompelen. Verdwijnen in iets. Een korreltje zand worden. Maar alle korreltjes zand zijn geteld en jij bent toevallig (of niet zo toevallig) die mens, Martin Pulaski.

Foto: Martin Pulaski.

Commentaren

en ik heb zitten lezen met een glimlach.
Heerlijk gewoon!

Merci voor dat stukje (dierbare) woestijn.
Merci in kwadraat voor de dromedarisbeschrijving...

Gepost door: sodade | 17-09-07

Reageren op dit commentaar

Goed, ik ben jaloers. Tot nu toe schiet ik alleen maar kemels. Erop rijden...

Gepost door: 2Herman | 17-09-07

Reageren op dit commentaar

energie zo veel energie, zo veel adem.
ben je OK Martin?

Gepost door: Evy | 18-09-07

Reageren op dit commentaar

PS als compliment.
wàt een (schrijf)ervaring.

Gepost door: Evy | 18-09-07

Reageren op dit commentaar

zoveel doden to dust and nothing more. the human condition.
weer twee meesters die vertrokken zijn: Bergman & Antonioni. brainsurgeons naar de human condition: solitude, waanzin, vervreemding.

ik heb sinds kort Tarkovski leren kennen. hmm, eindelijk nog is iets nieuws, dacht ik. wat een sfeerschepping! nog maar twee (Rublev & stalker) gezien: maar wat een originele films.

jij met al je culturele bagage, martin, heb jij nog verrassende filmauteurs (regisseurs) voor mij? ik zit op dat vlak wat op een dood spoor momenteel. de 'grote' heb ik gezien en de hedendaagse alternatieve scene volg ik op de voet. much appreciated!

Gepost door: dirkh | 18-09-07

Reageren op dit commentaar

Dirk, ja weer twee grote 'geesten' vertrokken.
Ik kan niet meteen een aantal regisseurs aanraden. Tarkovski is natuurlijk heel goed (maar soms moeilijk). Ik houd veel van Jacques Rivette, en van alles wat hier ergens in de linkermarge staat. Ik vind het werk van Aki Kaurismäki (spelling ?) ook voortreffelijk.
Maar ik geef toe dat ik ook een beetje op een dood spoor zit.

Gepost door: martin | 18-09-07

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.