31-08-07

EEN ONTGOOCHELING IN FERRARA

corso ercole


Het valt me moeilijk de woorden en beelden uit Italië meegebracht en onvrijwillig aan de chaos van het onbewuste toevertrouwd er weer aan te ontrukken. Zal ik zonder kompas vertrekken, blindelings, niet wetend waarheen? Zoals toen ik in Ferrara op de fiets van het gelijknamige hotel stapte en me richting Po begaf. Al snel verliet ik de niet echt uitgestrekte stad. Eens door de Porto degli Angeli en voorbij het Parco Urbani Giorgio Bassani reed ik door een geheel vlak landschap; ik snoof de geur van mest op en boven mij dreigden donkere wolken, een loodzware lucht. Ik reed daar in mijn zomerhemdje, wellicht naar de Po, maar dat was helemaal niet zeker. Het kon niet ver zijn, ik voelde de nabijheid van het rivierwater, maar mijn blik, nee, al mijn zintuigen werden vertroebeld, door boeken die ik ooit had gelezen, van Cesare Pavese, van Giorgio Bassani, en door films die ik had gezien, vooral Riso Amaro van Giuseppe De Santis. Wat ik zag, want soms zag ik wel iets, was helemaal anders dan in die sensuele zwartwit film (met een zeer verleidelijke Anna Magnani).
Het had geregend, de aarde had een sterke geur, van aardappelen, insecten, maïs, en vooral die van mest, die alles doordrong. Ook aan de opstandige boeren uit Novecento moest ik denken, vooral aan Olmo. Die film speelt zich in net zulk landschap af. Het lijkt wel of Olmo uit zulke grond is ontstaan.

Ik fietste over kleine paadjes, langs zijrivieren en kanalen. Meer en meer kreeg ik de indruk dat ik me van de Po verwijderde, het echte doel van mijn fietstocht. Een grote droefheid overviel me, omdat ik mijn weg niet kon vinden en ik werd bang, omdat ik misschien verloren zou rijden als ik zou terugkeren naar Ferrara. Wist ik nog welke paden ik was ingeslagen? Maar gelukkig had het geregend. Als Klein Duimpje volgde ik in het vochtige zand het spoor dat ik eerder had getrokken. Na enige tijd bereikte ik weer de oude stadswal van de stad en enkele minuten later reed ik over de mooiste straat van de wereld, de Corso Ercole I D‘Este, daar waar geen auto’s rijden, alleen maar fietsers. In mijn dagdromerij passeerde ik Micol en Alberto, die net buiten kwamen uit de villa van de Finzi-Contini’s. De zon was opnieuw gaan schijnen. Wat later zat ik met Laura in de schaduw van de tiran Savonarola ‘Salama da sugo’ te eten en een Vino di Bosco te drinken. Mijn teleurstelling en paniek waren al verzonken in de chaos van mijn existentie, een bron die zo moeilijk kan worden aangeboord.


Foto: Corso Ercole I D'Este, Martin Pulaski

30-08-07

THUIS IN TRIËST EN IN TRIËST THUIS


Anderlechtse zonsondergang

Terwijl ik door de straten van Triëst wandelde dwaalde ik soms af van het leven om me heen en dacht aan thuis. Misschien regende het daar wel? Misschien regende het binnen in mijn kamer? Of had een brand onze woning verwoest? Duizenden boeken en miljoenen songs allemaal weg. Nu ben ik weer thuis en alles is hier nog. Mijn enige wens is om weer in Triëst te zijn.

Foto: Anderlechtse zonsondergang, Martin Pulaski

29-08-07

TRAM 2 NAAR OPICINA


tram naar opicina

Dit is de tram naar Opicina, waar ik het hieronder over had. Het is de enige tram die nog rijdt in Triëst.

Foto: Martin Pulaski

ERVARING VAN DE GRENS


In 'Langs grenzen' van Claudio Magris las ik een veelzeggende uitspraak:

"Het individu is zich bewust van een diepe wond, die het hem moeilijk maakt zijn persoonlijkheid in overeenstemming met de maatschappelijke evolutie ten volle te verwezenlijken en hem de afwezigheid van het echte leven doet voelen."

Ik zou eigenlijk het hele boek kunnen citeren, het is schitterend - en het roept ook zoveel herinneringen op aan die wonderlijke grensstad, Triëst, waar Claudio Magris, James Joyce en Italo Svevo als het ware op elke straathoek staan te roken, in elke bar whisky of witte wijn zitten te drinken. Waar ze de uren vullen met gesprekken over grenzen, en heel in het bijzonder de verdwenen grens met het Oosten en het 'Rijk van het Kwaad'. Ze zullen het ook wel over misplaatst pattriotisme en ballingschap hebben. 

Om die grens zelf te voelen nam ik de tram vanuit Triëst naar Opicina, nog op Italiaans grondgebied maar toch al met veel opschriften in het Sloveens. Vlakbij voelde ik het nazinderen van het Ijzeren Gordijn, een fenomeen dat me in mijn kinderjaren zoveel angst heeft ingeboezemd en nu pas werkelijk voor me wordt, zij het op imaginaire wijze.

"Elke grens", schrijf Claudio Magris, "heeft met onzekerheid en behoefte aan zekerheid van doen. De grens is een noodzaak, want zonder grens oftewel zonder onderscheid is er geen identiteit, is er geen vorm, geen individualiteit en zelfs geen werkelijke existentie, die dan immers wordt opgezogen in het vormeloze en ongedifferentieerde. De grens schept een werkelijkheid, maakt omtrekken en karaktertrekken en vormt de individualiteit, de persoonlijke en de collectieve, de existentiële en de culturele. Grens is vorm en dus ook kunst."

28-08-07

VERVELING, LEEGTE, MOEDELOOSHEID

moedeloos,depressief,leegte,uitzichtloosheid,eighties,drugs,foto,martin pulaski,pj harvey,geloof

Laura door Martin Pulaski, 1980


Ik maakte een onvergetelijke reis naar Noord-Italië, een van mijn mooiste reizen ooit. Maar sinds ik weer thuis ben, ben ik ten prooi gevallen aan verveling, leegte, moedeloosheid. Niets kan me in beweging brengen, niets ontroert me of raakt me. Ik heb nergens zin in. Uit pure nostalgie staat hierboven een foto uit mooiere dagen. Hij is gemaakt in het begin van de jaren ’80, met het fototoestel van mijn broer, waarover ik enkele dagen kon beschikken. Het was een tijd van intens leven, dansen, elke dag een meesterwerk lezen. Veel gedichten – die nooit het daglicht zagen – werden toen geschreven.

 

“Speak to me of heroin and speed
Of genocide and suicide, of syphilis and greed
Speak to me the language of love
The language of violence, the language of the heart
This isn't the first time I've asked for money or love
Heaven and earth don't ever mean enough
Speak to me of heroin and speed
Just give me something I can believe.”

 

PJ Harvey, The Whores Hustle And The Hustlers Whore

OUD TAFEREEL


Witte mannen kwamen uit het Noorden. Vrouwen openden hun vruchten, onbeschaamd, onschuldig als Eva in een schilderij van Tintoretto. De vrouwen dachten dat de helden waren aangekomen. Misschien waren ze wel goden? Want ze kenden de uren en het woord ‘arbeid’, het woord ‘orde’, het woord ‘scriptorium’. Hun huid was wit en week. De vrouwen openden hun armen. De vrouwen openden hun lichamen met hun kostbare vruchten. De mannen echter kenden niet het woord ‘erbarmen’.

26-08-07

IN EEN KOUDER KLIMAAT


Ik ben terug uit Italië. Triëste, Muggia, Ferrara, Bologna, Venetië. Onvergetelijke landschappen en steden. De muziek van de Italiaanse taal. Kunstwerken, schittering van water, de sterren aan de hemel. Heel verward ben ik, zit ik hier nu met al die indrukken die ik nog moet verwerken. Het is een aangename chaos, die nochtans als een zwaar gewicht op mijn denken en voelen drukt. Ik heb tijd nodig om er orde in aan te brengen, zoals ik dat in mijn dromen doe. (Want de meeste dromen die ik droom gaan over orde scheppen.)

Ach, ik vergat nog de mooie, zeer sexy Italiaanse vrouwen. Vandaag of morgen ben ik hier terug om weer 'de oude' te zijn, en om wat meer in details te treden.

Inmiddels heb ik vastgesteld dat ik in geen enkel lijstje meer voorkom. Je gaat twee weken op reis en je bent geschrapt. Bij skynetblogs is uit het oog blijkbaar uit het hart? Nog een geluk dat ik geen wereldreis heb gemaakt. Het is een harde wereld. Maar wat doe je eraan? Het zijn trouwens maar lijstjes. Wat telt zijn de lezers, de vrienden.

10-08-07

WEER EEN VERTREK


Schelde

Dit is de Schelde bij Weert, mooie streek, mooie herinneringen. Maar de onrust jaagt me naar andere streken, andere steden. Morgen omstreeks deze tijd ben ik in Triëst. Over twee weken ben ik terug. Als voorlopig afscheid haal ik deze woorden aan van Roger McGuinn:

Flow river flow
Let your waters wash down
Take me from this road
To some other town

All he wanted
Was to be free
And that's the way
It turned out to be
Flow river flow
Let your waters wash down
Take me from this road
To some other town

Flow river flow
Past the shaded tree
Go river, go
Go to the sea
Flow to the sea

The river flows
It flows to the sea
Wherever that river goes
That's where I want to be
Flow river flow
Let your waters wash down
Take me from this road
To some other town

Roger McGuinn schreef deze tekst samen met Bob Dylan voor de film Easy Rider. De song is terug te vinden op de soundtrack van de film en in een versie van The Byrds op The Ballad Of Easy Rider.

Ciao!

Foto: Martin Pulaski.

REIZEN IN DE REGEN


 
Casanova

  1. De voorbije dagen had ik weinig dorst.
  2. Woensdag was ik om beroepsredenen in De Panne, net na de door komkommers druk becommentarieerde wolkbreuk. Het was een dwaas idee erheen te reizen met de trein, er reeds zelfs geen kusttram meer. In bijna elke straat in De Panne stond een brandweerwagen een kelder leeg te pompen. Waar ik zijn moest, kon ik niet geraken.  Ik stapte een restaurant binnen, helemaal leeg, en vroeg of ik iets kleins kon eten. Dat zou ik je afraden, antwoordde de kelner, je gaat beter op de dijk, daar zijn heel wat zaken waar kleine hapjes op het menu staan. Dat heb ik dan maar gedaan, helaas. Na een zurige sla met smakeloze garnalen en een glas even smakeloze witte wijn ben ik onverrichter zake naar Brussel teruggekeerd. Voor in de trein was nog een behaaglijk eenzame plek. Maar net toen de trein vertrok kwamen drie vreemdelingen bij me zitten, wat lichte ergernis bij me veroorzaakte, niet omdat ze vreemdelingen waren, maar omdat ik nu niet meer zou kunnen lezen. Mijn positieve was in een negatieve eenzaamheid veranderd. Ik probeerde dan maar hun nationaliteit te raden, wat niet wilde lukken. Welke taal spraken deze mannen? Net voorbij Koksijde kwam de treinbegeleidster de kaartjes nakijken. Geen van de drie reizigers had iets wat op een treinkaartje leek in zijn bezit. Ze gingen ervan uit dat ze gratis naar Brussel mochten. In Lichtervelde, een halte of twee verder, moesten ze uit de trein. Ik vraag me nog altijd af wat er met deze mensen daarna is gebeurd. Hoewel ik nu weer alleen was heb ik toch niet meer gelezen.
  3. Gisteren zijn we naar de Ardennen gereden. Ik zat achter in de auto en wierp af een toe een mistroostige blik op een beregend landschap. We moesten in Dinant zijn, in Marche-en-Famenne en nog een aantal plaatsen, ik weet al niet meer welke. Het nieuws op de autoradio ging over files, overstromingen in Duitsland en Zwitserland en Joëlle Milquet. Het Vlaamse journaille vond het een schande dat mevrouw Milquet zich voor ongeveer twaalf uur aan de politieke onderhandelingen had onttrokken om haar kinderen op te zoeken. Wat een misplaatste verontwaardiging – en dat terwijl de menselijke beschaving en de hele wereld zeer snel hun einde tegemoet snellen. In Marche-en-Famenne zijn we gestopt om een hapje te eten. Ik had aan een typisch streekgerecht gedacht, paté, boerenworst, eend, wild zwijn, paddestoelen, maar het regende, we wilden geen natte voeten krijgen en we vonden geen typisch Ardens restaurant. Op de grote markt van het stadje hebben we een Marokkaan aangetroffen en daar hebben we dan maar couscous gegeten. Wat zouden de velden en de bossen er mooi hebben uitgezien, glooiend in de zon. Nu was alles donker en grauw. Ik verlangde alleen maar naar huis. Dit was mijn laatste werkdag, het einde van een bizarre week. Alle mensen en dingen om me heen leken vreemd en ver, alsof ik er niet echt bij hoorde, alsof ik me al elders bevond.
  4. Vandaag heb ik mijn koffers gepakt. Morgen heel vroeg vertrekken we naar Charleroi en van daar naar Treviso. Daar nemen we de trein naar Triëst, waar we een week blijven. Ik heb net gezien dat het er de volgende dagen zal regenen. Een week later reizen we verder naar Ferrara, vlak bij de Po, die dan misschien al buiten zijn oevers zal zijn getreden. Maar misschien ook niet. Een van mijn uitverkoren schrijvers, Giorgio Bassani was uit Ferrara afkomstig en heeft er veel over geschreven, het mooiste in De tuin van de Finzi-Contini’s. We beëindigen onze reis in de waterige stad Venetië, waar toeristen als vee worden behandeld, heb ik gehoord. Al deze negatieve berichten schrikken me niet af. Ik vertrek met veel plezier, zoals altijd, en ik houd van Italië. Zelfs de Venetianen zal ik in mijn armen sluiten, hoewel ik nooit zal vergeten dat ze destijds de grote avonturier en meesterlijke schrijver Casanova in hun gevangenis hebben opgesloten.  En na zonsondergang sluipt door de steegjes van Venetië een zeer boosaardige rode dwerg (zie ‘Don’t Look Now’ van Nicholas Roeg).
  5. Dit kun je onmogelijk een sexy rock & roll-leven noemen. Maar maakt het uit? De aanslagen, de invasie van Irak, de oorlogen – dat alles maakt iets uit.

07-08-07

LEE HAZLEWOOD

 

Ik word moe van de in memoriams. Weer is een van mijn helden heengegaan. Of zal ik zeggen anti-helden? Zeggen dat Lee Hazlewood de Amerikaanse Serge Gainsbourg was is hem oneer aandoen. Er waren wel verwantschappen, onder meer de duetten met zangeresjes en actrices. Ik denk hierbij in de eerste plaats aan Ann-Margret, Suzi-Jane Hokum en vooral Nancy Sinatra. Maar Lee Hazlewood was vooral zichzelf, de bedenker van een unieke, grofkorrelige sound. Als je goed luistert hoor je de klank van de woestijn in zijn stem. Maar er is ook de lokroep van avonturen, van vrouwen, van antieke godinnen en verre steden. Lee Hazlewoods songs zullen blijven nazinderen. Generatie na generatie zal ze ontdekken: Summer Wine, Some Velvet Morning, Sand, These Boots Are Made For Walking, Run Boy Run, Look At That Woman, Stone Cold Blues, So Long Babe, Back On The Street Again.

Overmorgen zou Lee Hazlewood jarig zijn. Rust in vrede, mister Sand. Je hebt het verdiend.

 

“Some velvet mornin' when I'm straight
I'm gonna open up your gate
And maybe tell you 'bout Phaedra
And how she gave me life
And how she made it end
Some velvet mornin' when I'm straight

Flowers growing on a hill, dragonflies and daffodils
Learn from us very much, look at us but do not touch
Phaedra is my name

Some velvet mornin' when I'm straight
I'm gonna open up your gate
And maybe tell you 'bout Phaedra
And how she gave me life
And how she made it end
Some velvet mornin' when I'm straight

Flowers are the things we know, secrets are the things we grow
Learn from us very much, look at us but do not touch
Phaedra is my name

Some velvet mornin' when I'm straight
Flowers growing on a hill
I'm gonna open up your gate
dragonflies and daffodils
And maybe tell you 'bout Phaedra
Learn from us very much
And how she gave me life
look at us but do not touch
And how she made it end.”

06-08-07

RIVIERLIEDEREN

zero de conduite,playlist,radio centraal,muziek,radio,rivier,stroom,songs

Vorige zaterdag stond mijn radioprogramma in het teken van de rivier. Dat thema zal wel even oud zijn als de literatuur en meer bepaald de poëzie. Hölderlin heeft naar mijn weten de mooiste riviergedichten geschreven. Veel van mijn uitverkoren singer-songwriters hebben op hun beurt hun bekoorlijkste liederen aan datzelfde thema gewijd. De meeste songs in deze lijst zijn tijdloos, zoals het water dat naar de zee stroomt.

 

Ballad Of Easy Rider – Roger McGuinn - Easy Rider Soundtrack
Down To The River To Pray - Alison Krauss - O Brother, Where Art Thou? Soundtrack
Miss the Mississippi and You - Emmylou Harris - Roses In The Snow
Pissing In A River - Patti Smith - Land (1975-2002) / Radio Ethiopia
The River - Tim Buckley - Blue Afternoon
Blue River - Eric Andersen - Blue River
Back Down The River - John Martyn - Bless The Weather
River Man - Nick Drake - Way To Blue (An Introduction To Nick Drake)
River- Terry Reid –River
Street Turn River- John Convertino- Ragland
By This River - Brian Eno - Before And After Science
River - Joni Mitchell – Blue
River Theme- Bob Dylan - Pat Garrett & Billy The Kid Soundtrack
Roll On Columbia - Woody Guthrie - Columbia River Collection
River Of Jordan - The Carter Family - Can the Circle Be Unbroken?
The Lonesome River - The Stanley Brothers - The Complete Columbia Stanley Brothers (1949-1952)
Red River Valley - The Delmore Brothers - Fifty Miles To Travel
Big River - Johnny Cash - Man In Black: The Very Best Of Johnny Cash
Sunflower River Blues - John Fahey - Death Chants, Breakdowns & Military Waltzes
Down River - David Ackles - David Ackles 1st Album
River Song - Dennis Wilson -Pacific Ocean Blue
Black River Swamp - Link Wray - Guitar Preacher: The Polydor Years
Rio De Tenampa - Los Lobos – Kiko
River Rat Jimmy - Kelly Joe Phelps - Unconditionally Guaranteed 8     
River’s Invitation - Percy Mayfield - Creole Kings Of New Orleans
Gather By The River -Davell Crawford - Our New Orleans
Back Water Blues - Irma Thomas - Our New Orleans
Take Me To The River - Al Green - The Legendary Hi Records Albums Vol 2
River Come Down (PKA Bamboo) - Ry Cooder - River Rescue: The Very Best Of Ry Cooder
Cuyahoga - R.E.M. - Life's Rich Pageant
Burn On - Randy Newman - Sail Away
Rhineland (Heartland) - Beirut alias Zach Condon - Gulag Orkestar

04-08-07

SCHMERZ / PAIN / PIJN


In Berlijn bezocht ik in het Hamburger Bahnhof – Museum für Gegenwart een tentoonstelling over pijn, ‘Schmerz’. In het Duits klinkt het tegelijk pijnlijk en troostend, je hoort in het woord de echo van de ‘compassio’. Ik vond deze tentoonstelling zo op mijn lijf geschreven – zelfs voor ik er nog maar iets van gezien had – dat ik er haast niet naartoe durfde. Als ik een artikel lees over een of andere ziekte, moet je weten, krijg ik die ziekte zelf bijna meteen, of op zijn minst de symptomen ervan. In het Museum für Gegenwart is er echter zoveel pijn te zien dat je die onmogelijk tijdens een - zelfs lang - mensenleven allemaal kan voelen. Op de affiche van Schmerz / Pain staat een detail van een van die vele kruisigingen van Francis Bacon. Op het werk uit 1965 heeft de Gekruisigde heel wat trekken van een beest, met name een varken. Bij Bacon roept de kruisiging van Christus immers vooral associaties op met het slachthuis. Op die wijze schildert hij zijn ‘Crucifixion’. Een beestige mens zit vast aan een bijna onzichtbaar kruis. Overigens zijn specialisten het niet eens over het aantal spijkers dat werd gebruikt om Jezus te kruisigen. Waren het er drie of vier? Op de tentoonstelling is zulke spijker te zien, geen echte natuurlijk, maar wel een die eeuwenlang ‘aanbeden’ werd. In de middeleeuwen en later nog waren de mensen zeer nieuwsgierig naar het lichaam van Christus, dat zoveel geleden had, maar dat ook goddelijk was. Want Christus is natuurlijk de zoon van God. Hij is mens geworden, zo staat geschreven, maar heeft hij ook organen, ingewanden? Er zijn heel wat afbeeldingen waarop Jezus te zien is met een opengesneden buik, waarin je zijn organen duidelijk kunt zien. Er bestaan ook beeldjes met een luikje in de buik. Dat kun je openklappen. Kijk, Jezus heeft inderdaad organen! Ongelovige Thomas is nu overtuigd van Jezus’ mens-zijn en van zijn pijn en lijden.
Nu moet je niet denken dat de hele pijntentoonstelling over het lijden van Christus gaat. Er is een schitterend werk te zien van Tiepolo. De reproductie ervan staat hieronder. Agatha’s borsten werden afgehakt. Degene die de gruweldaad heeft begaan staat naast haar, met het bebloede zwaard nog in de hand. Aan haar andere zijde bevindt zich een jongeman met een schaal waarop de afgehakte borsten. In de blik van Agatha lees je niet enkel pijn maar ook extase. Die verwevenheid van pijn en genot wordt in ‘Schmerz’ voortdurend benadrukt. Naast kunstwerken zijn er talloze gebruiksvoorwerpen uit de geneeskunde en vooral de chirurgie te zien.

Ik ben eerst naar de permanente collectie gaan kijken, maar alleen naar de zeer indrukwekkende installaties en doeken van Anselm Kiefer. Meest opvallend is het gigantische loden werk Census (Volkszählung) uit 1991, met de enorme grijze, loden boeken. Lood wordt toegeschreven aan Saturnus, de planeet van de rampspoed. De hoofdthema’s in de saturnische kunst van Anselm Kiefer zijn vernieling, oorlog en dood. Maar ook de afwezigheid van de goden, daarin beïnvloed door de poëzie van Hölderlin en Celan.

De rest van de tentoonstelling moet je gaan bekijken in het nabijgelegen Charité-ziekenhuis. Daar ben ik weggevlucht, omdat het er vooral om zieke organen ging, netjes gecatalogiseerd en in rekken achter vitrines gerangschikt. Eerst krijg je de hersens met de goed zichtbare tumoren, daarna de levers, door cirrose aangetast, de van het roken zwarte longen, de door artrose kromgetrokken voeten, enzovoort. Zoals ik al eerder schreef ben ik naar café Oranium gerend, om me daar met enkele Krusovices wat nieuwe moed in te drinken. De pijn echter is gebleven, nu weer eens hier, dan weer daar.

HET MARTELAARSCHAP VAN DE HEILIGE AGATHA


Agatha - Tiepolo


Dit 'Martelaarschap van de Heilige Agatha' is een werk van Giovanni Battista Tiepolo. Je kunt het gaan bekijken in de Gemäldegalerie in Berlijn. Er hangen Europese meesterwerken uit de 13de tot de 18de eeuw. Het werk van Tiepolo maakt nu echter deel uit van de tentoonstelling Schmerz / Pijn, waarop ik straks terugkom.

03-08-07

VERLOREN TIJD


De regen gaf mij gezang.
De lente romantische tranen.
Waarom dan verdwijnen? Je was alles,
zo lang je me liet. Ik was niet
begaan met de feiten. Schroom
vulde met sneeuw mijn hete mond.
Je bezeerde met je lippen
en je lenden, nee, verminkte
wat op me toekomt. Een lied
waarin je mij blijft verlaten.

14:44 Gepost in Gedicht | Permalink | Commentaren (2) | Tags: regen, romantiek, lied |  Facebook

01-08-07

DE FABRIEK VAN MICHELANGELO ANTONIONI


deserto rosso 2



De rode woestijn van Michelangelo Antonioni. Alles was woestijn voor de grote kunstenaar. Woestijn, lege ruimte, labyrint, elke uitgesproken zin een raadsel, elke gedachte een mysterie. Michelangelo Antonioni, de meest literaire van alle filmregisseurs, zonder ooit in het gepraat of de schone letteren te vervallen. Laat zijn films raadsels blijven. Ik zal deze nacht sprakeloos door de straten van Deserto Rosso lopen, of op een klein eiland verdwalen. Laat de dwaze druktemakers maar naar me zoeken. In de buurt van Zabriskie Point zal ik de liefde bedrijven met drie of vier jonge Amerikaanse vrouwen. Daarna blaas ik een huis op van een of andere kapitalist. Be careful with that axe, Eugene! Of ik noem mezelf Arthur Rimbaud, word reporter en spreek alleen nog maar in klinkers. Ik speel bij de Yardbirds en sla mijn gitaar stuk. David Hemmings loopt met een stuk ervan de swingende Londense avond in. De nacht valt. Ik schrijf een boek over de nacht die valt. Het is een kroniek van een liefde. Of van een uitgestelde zelfmoord. Er wordt nog altijd naar me gezocht. Ik heb een zijden sjaal op mijn hoofd. In Barcelona zoek ik zelf mijn weg in het Park Guëll. Ik word achtervolgd. Na een fotosessie bedrijf ik de liefde met Verushka, het mooiste fotomodel in 1966. Of was dat Donyale Luna? Nee, dat kan niet, dat was in een andere film van een andere Italiaanse regisseur. En in 1950 was de ster Lucia Bosé. Over haar heb ik al geschreven, nog niet zo lang geleden. Over het labyrint, echter, heb ik het alle dagen. Het verloren lopen, hoofd in de wolken, ver weg van fabrieken en de waanzin van banale verlangens.

Michelangelo Antonioni, alleen zijn naam al was een gedicht. De leegte van zijn werk benadert de drukte van Shakespeares drama’s. Tegengesteld en verwant. De leegte die je achteraf vult met woorden, met namen. Het jonge meisje Jane Birkin. De vrouw der vrouwen Monica Vitti. Michelangelo Antonioni en Monica Vitti. De weg van alle vlees. Het woord is vlees geworden en heeft onder ons geleefd, gewerkt, gemaakt. Ik zwijg nu en ga de nacht in, een reporter zonder letters, zonder iets, zonder niets.

Foto: Monica Vitti in Deserto Rosso.