31-07-07

ZOMER ZONDER INGMAR BERGMAN


zomer met monika 3



Ik zeg in stilte een ongelovig gebed op voor Ingmar Bergman, een van de weinige leermeesters die ik echt heb gehad en erkend, ook al ben ik geen regisseur geworden, wat nochtans mijn roeping was. Allerlei hindernissen hebben mij belet te worden wat ik moest worden. Maar dat is bijkomstig. Stilte is nu de hoofdzaak. De man van de Laterna Magica is overleden. De regisseur van Mijn zomer met Monika, van Persona, van De stilte. Al zijn werken zijn zwijgzame en levendige monumenten die zich hoog verheffen boven het kabaal van het gespuis, boven het helse lawaai van Hollywood en would-be Hollywood (alle pretparken ter wereld). In zijn beelden is geen beeld teveel, in zijn dialogen, geen woord teveel. Bergmans blik door de camera is de blik van de mens bij uitstek. Het is de blik van de denkende mens, met morele en existentiële problemen. Alle films van Ingmar Bergman tonen de schraalheid van de wereld zonder een god. Zoals in de gedichten van Hölderlin hebben in de wereld van Bergman de goden definitief afscheid van ons, mensen, genomen.
En hoe moet het nu verder? Met veel vallen en weinig opstaan, met veel kreten en gefluister, met wreedheid en onderwerping, met onschuld die wordt geofferd aan niemand in het bijzonder, met oorlog, met stilte en schaamte, met schuld zonder zin, met een weddenschap met de dood. Met teloorgang en verlies. Met compassie en liefde.

“Iedereen neukte, ik was de enige die masturbeerde, bleek was, zweette, zwarte wallen onder mijn ogen en concentratieproblemen had. Bovendien was ik mager, liet ik mijn hoofd hangen, was prikkelbaar, voortdurend woedend, maakte overal ruzie, schold en schreeuwde, kreeg slechte cijfers en oorvijgen. De bioscoop en het derde zijbalkon van Dramaten waren mijn enige toevlucht.”
Ingmar Bergman, Laterna Magica

Ingmar Bergman werd 89, trouwde vijf keer en had negen kinderen.

INDUSTRIE, ZWAARSTE STRAF VAN GOD


“God strafte deze stad met industrie. Industrie is de zwaarste straf van God.”

Joseph Roth, Hotel Savoy.

30-07-07

DE STAND DER DINGEN / IN MIJN HOOFD


roth

 

  1. Michel Serrault is overleden. Hij behoorde niet tot de acteurs ‘van’ wie ik alle films wilde zien. Hier wil ik meteen aan toevoegen dat ik niet houd van de uitdrukking ‘een film van’ gevolgd door de naam van een acteur of actrice. Voor mij is een film, zeker op creatief gebied, het werk van de scenarioschrijver, de regisseur en de directeur van de fotografie. Acteurs zijn veeleer uitvoerders. Daarmee wil ik niet zeggen dat ik acteurs minderwaardig vind. De geregelde lezer van hoochiekoochie weet dat het tegendeel waar is. Michel Serrault hoorde niet tot mijn ‘helden’, maar vaak vond ik hem echt goed, ook in kleinere rollen. Meteen schieten deze films me te binnen:   Préparez vos mouchoirs, Buffet froid, de onvergetelijke misdaadfilm Mortelle randonnée van Claude Miller. Heel goed was ook Les fantômes du chapelier, naar een roman van Georges Simenon.
 
  1. Leterme wordt terecht niet aanvaard door de Franstalige media. Ik hoop dat hij evenmin aanvaard wordt door de Waalse en Brusselse bevolking. Ik begrijp niet dat Nederlandstaligen een dorpspoliticus van derde categorie wel als federaal premier kunnen accepteren. Als ik de man hoor praten krijgt mijn huid meteen een gelige kleur – en de zonnebank is zo ongezond. Alleen al zijn ‘biechtstoel’ vult me met hevige angst en walging. Ik heb tijdens mijn kinderjaren voldoende biechtstoelen gezien voor zeven levens die geheel in het teken staan van psychotherapie. Een goede leerschool voor Leterme zou zijn, lees In Europa van Geert Mak, en maak zelf ook eens diezelfde reis. Zie wat het nationalisme heeft aangericht. Zie de tragedies. Zie de massagraven. De hele NVA mag voor mijn part met hem meereizen.
 
  1. Ik heb pijn aan de ogen, kan moeilijk lezen en schrijven. Mijn hoofd zit propvol Berlijnse beelden. Zou dat de oorzaak zijn? Maar ik denk toch ook aan Neil Young die al een paar dagen slecht zag, naar de dokter ging en een gezwel in de hersenen bleek te hebben. Gelukkig is het allemaal nog goed gekomen en brengt hij nu eindelijk stukjes uit zijn archief uit.
 
  1. Paling in het groen heb ik gegeten in Weert, in de buurt van Buitenland. Dat schijnt een dorp te zijn. Eerst het lelijke Vlaamse landschap doorkruist, tot aan de Schelde. Daar is het wel bijzonder mooi, een zo goed als ongeschonden landschap. Ik schrijf dit neer zoals het komt. Concentratiestoornissen staan mij niet toe om eerst te denken, een vorm te bedenken en dan te schrijven. Die stoornissen zullen wel samenhangen met dat slecht zien. Of met The European Son, waar ik nu naar luister. Shouldn’t there be some kind of structure?  Ik ben niet bij machte om structuur aan te brengen. Denk aan de free jazz-improvisaties van Ornette Coleman. Er ontstaat vanzelf structuur, thema’s dringen onwillekeurig je tekst binnen. Er valt niet te ontsnappen aan de orde van de taal. Of is het de taal van de orde? Samen met mijn levensgezellin zat ik achter in de auto en we reden en reden Scheldewaarts. Onze vriendin Rita achter het stuur, naast haar Jules met de wegenkaart van België bij de hand. In een droom liet ik mijn vrouw in de steek voor een veel jongere vrouw, die ik nooit had gezien. Ik moest pakken, maar ik had zoveel bagage! Mijn koffers waren er te klein voor. Ik stelde mijn reis uit en miste de trein. Wie was dan toch die nieuwe, mooie, jonge geliefde? Een Berlijnse die ik in mijn hotel aan het ontbijt had gezien, misschien?
 
  1. Gisteravond voor het slapengaan las ik nog wat in Hotel Savoy van Joseph Roth. Er zou wel eens verband kunnen bestaan tussen de droom hierboven en dat wonderlijke boek. Niet met Zomergasten, waar ik zeer gefascineerd drie uur lang naar heb zitten kijken. Een gesprek tussen Joris Luyendijk, een perfecte gastheer, en zijn gast, de Maastrichtse advocaat Bram Moszkowicz. Het is vandaag verre van mijn bedoeling om dat gesprek uit de doeken te doen. Wat mij vooral opviel was het respect van Joris Luyendijk voor Moszkowicz. Nooit werd de advocaat onderbroken, zelfs niet als hij zat te aarzelen of even zweeg. Er werden bijzonder weinig fragmenten getoond, ook dat viel op. Het programma had wel iets van Shoa, zonder – natuurlijk – zo vreselijk aangrijpend te zijn.
 
  1. In Berlijn had ik drie boeken bij en vier gidsen, maar ik heb niets gelezen, alleen in de gidsen wat. Berlijn, Berlijn, Berlijn. De Auguststrasse, de Oranienburgerstrasse, de Sophieenstrasse. Ja, ja, ik wil echt wel terug. Binnenkort vertel ik er nog wat meer over. Ik zou het over de tentoonstelling kunnen hebben die in het Hamburger Bahnhof liep, met als thema Schmerz / Pain. Na vier uur ben ik er, ten prooi gevallen aan zeker zeven nieuwe ziektes, buitengevlucht. Naar café Oranium en het Krusovice-bier en mijn Duitse vrienden.

Afbeelding: Joseph Roth.

28-07-07

BERLIJNSE NOTITIES


berlijnse notities

27-07-07

BERLIJN SCHRIJVEN


don't look back

Het valt me moeilijk om nu al over Berlijn te schrijven. Ja, ik schrijf wel degelijk ‘nu al’, omdat waarnemingen, ervaringen en gesprekken eigenlijk een tijd zouden moeten bezinken. Wat belangrijk is blijft wel bovendrijven, zij het met als risico dat alles aan de vergetelheid wordt prijsgegeven. Als ik mij er nu toch aan waag resulteert dat in een wirwar van indrukken, van schamele woorden aan elkaar gerijgd. (En mijn ogen doen pijn omdat ik tot na middernacht obsessief lijstjes heb zitten maken op dit scherm. Bizar of belachelijk?)

Het lot - of is het toeval - dwingt mij ertoe om in de eerste plaats terug te denken aan het Begrgruen Museum, met de mooiste Picasso-verzameling die ik ooit zag, en ik heb er al vrij veel gezien, onder meer in Parijs, Malaga, Barcelona en New York. De Berggruen-verzameling grenst aan de perfectie. Zelden heb ik in een museum kunstwerken zo heerlijk stil bij elkaar zien hangen, alsof de kunstenaar niets anders beoogd heeft dan zijn werken op deze manier te presenteren. Behalve werk van Picasso zijn er schilderijen te zien van Matisse. Eén verdieping van het gebouw is aan Paul Klee gewijd. Heinz Berggruen, die dit jaar is overleden, was persoonlijk bevriend met Pablo Picasso, waardoor hij bijna vanzelf de belangrijkste verzamelaar van diens werk werd. Via Picasso kwam Berggruen in contact met veel andere kunstenaars, zoals Henri Matisse en Alberto Giacometti.

In het café Oranium, waar ik elke avond twee grote glazen bier van het merk Krusovice ging drinken, die heerlijk smaakten, omdat het zeer warm was en omdat het echt lekker bier is, maakte ik kennis met een stel oudere Duitsers. Iedere avond kwamen ze met hun gehandicapte zoon aan de tafel naast de mijne zitten en probeerden we – ondanks de grote verschillen in leeftijd en interesse – met elkaar te converseren. De man, Clemens, was geboren in 1933. Zijn vrouw, Inge, was veel jonger, ik geloof dat zij een oorlogskind was, 1941 of zo. Hun zoon, die in een rolstoel zat en met zijn tenen kon typen, was 41. Het was een guitige jonge man, die heel graag naar de prachtige Berlijnse vrouwen keek. Dat deed ik zelf ook met veel gretigheid, maar Bernd hoefde zich nergens voor te schamen, terwijl ik, om naar een schaars gekleed voorbijfietsend meisje te kijken, heel wat schroom moest overwinnen. Nergens zijn er mooiere vrouwen dan in Berlijn. Daarom wil ik er ook zo snel mogelijk gaan wonen. Voor het te laat is. Ik zat daar dan in de Oranienburgerstrasse, vlakbij de grote synagoge, halfdronken Duits te verzinnen om iets over Claus Schenk von Stauffenberg te vertellen, over wie ik die dag net een tentoonstelling had gezien, of over het Berggruen Museum. Die tentoonstelling – eigenlijk was het een museum – toonde dat er veel verzet bij sommige Duitsers (katholieken, communisten, sociaal-democraten) is geweest tegen het nazi-regime. Von Stauffenberg was een van de voortrekkers van de samenzwering tegen Hitler. Over Cindy Sherman hield ik mijn mond, ik wilde die oude mensen niet beschamen. Ze dronken altijd limonade. Bernd, de zoon, kreeg wodka orange, die hij met een rietje dronk. Ik denk dat hij ongeveer dezelfde roes moet gevoeld hebben als ik. Een combinatie van alcohol, hitte, de drukke rust van Berlijn, de verleidelijke vrouwen, evenals een aantal zeer langbenige prostituees.

Later op de avond spraken de prostituees mij aan. I can give you a great, great time, zeiden ze. I already have a great time, zei ik. And I don’t have the money to pay a pretty woman like you. That doesn’t matter, zeiden ze. For you we do it for free. Misschien hadden ze die dag al genoeg verdiend, wie zal het zeggen. Ik heb me vlug uit de voeten gemaakt. De plaat gepoetst. De aftocht geblazen. Hotelwaarts om er de slaap der onschuldigen te slapen. Met mijn Duitse vrienden zou ik nog vaak van gedachten wisselen. Hier moet ik om dwingende redenen mijn relaas afbreken… Wordt waarschijnlijk vervolgd.



Afbeelding: Volksbühne am Rosa-Luxemburg-Platz. Foto: Martin Pulaski.

OP EEN DAG IS ALLES AFGELOPEN


Op deze niet zo fraaie zomerdag wilde ik de toevallige lezer de volgende zinnen vooral niet onthouden.

“Op een dag kom je thuis en weet: van nu af aan moet ik voor alles boeten, en vanaf dat ogenblik ben je oud en dood. Op een dag is alles afgelopen, hoe lang het leven ook nog voortduurt. Eens en voor al ben je dood, en alle schoonheid, dat wat geluk is en geluk kan zijn, de rijkdom en alles heeft zich teruggetrokken, voor altijd.”

Thomas Bernhard, Vorst.

26-07-07

ALCHIMIE VAN DE OORLOG


Zwarte hemel glimlacht zijn pulp-
verhaal: een en al, guldentranen.
Muziek voor galspuwers glijdt tussen de regels
noot voor noot in het oor.

De danskampioen en zijn schaduw
tellen tot twee, op het groen, op het wit.
Tellen tot twee is van de kunst afzien
op een waterloop te lopen, te lopen.

Drie matrozen, al, glijden zij in rood
gevat onder de driekleur door. Ijzig,
zo zonder gedachten. Zij slachten de camera-
man. Toch niemand die hem ziet.

Vier windstreken raken hun haren niet,
netjes gekamd, zoals zij voorbij glijden, zo,
hun handen gewijd aan het geslacht
of dat van de krijg, zoals ze zich geven, toch.

Bij een vijver liggen vijf, vijftig kinderen
en vliegen, vliegtuigen strijken weer neer.
Lijken pikken ze op, blik, geel en vochtig,
de mannen in staat tot genade, tot zingen.

Leedvermaak en kunstjes leiden tot catastrofes.
Dansers verstarren onder zoveel sterren.
O God, waar zijn de messen van weleer?
De wijsheid en veel vijven en zessen?

24-07-07

CINDY SHERMAN IS GEEN SEKSPOES


cindy sherman

In Berlijn heb ik goed geleefd, goed gegeten, veel gedronken, soms lange en heerlijke gesprekken gevoerd, lekker geslapen in mijn eenzame, rustige kamer, oude vrienden en oude Duitsers ontmoet – en vooral veel kunst gezien. In het Martin-Gropius Bau, een museum dat als gebouw al indrukwekkend is, bezocht ik een tentoonstelling van Cindy Sherman, een kunstenares waar ik soms wel eens mee dweep. Je kunt zonder moeite reproducties van haar werk op internet vinden. Ik houd vooral van haar vroeger werk, in de eerste plaats de Untitled Film Stills omdat ze zulke vreemde gevoelens oproepen. Stuk voor stuk doen ze aan films denken die je al gezien hebt, maar je beseft tegelijk ook dat het niet klopt, er is altijd een verschil, iets wat je belet je te verliezen in herinneringen of associaties. Toch voldoen de beelden aan je verlangen naar fictie. Ook Shermans Rear Screen Projections vind ik sterk. Het grote verschil met de Film Stills is dat ze in kleur zijn en veel groter. Toch hebben ze ook iets filmisch. Heel bekend is het beeld van de jonge vrouw die met de fiets aan de hand een drukke autosnelweg oversteekt.
Later werk spreekt me minder aan, of vind ik ronduit afschuwelijk: bijvoorbeeld de obscene anti-seksuele Sex Pictures en de werkelijk lelijke serie Clowns uit 2003-2004. In de art shop van het museum zag ik een boekje liggen van de oude Duane Michals, die daarin de draak steekt met Cindy Sherman. Volgens hem is ze het tegendeel van een kunstenaar, ze speelt dat ze kunstenaar is. De keizerin heeft geen kleren aan. Gedeeltelijk heeft hij gelijk, maar mijn mening over haar vroege werk wil ik toch niet herzien.

Ik bezocht tijdens mijn week in Berlijn nog heel wat andere galerijen en musea, onder meer het zeer mooie Berggruen Museum. Als het mij niet gaat tegensteken om erover te schrijven zal ik het over die andere bezoeken de volgende dagen hebben.


Afbeelding: Cindy Sherman - Untitled # 66, 1980.

23-07-07

BLOOTZONDAGEN


deborah

Blootzondagen vinden maar een keer per jaar plaats, altijd begin september. Ze vallen samen met de autoluwe zondagen. Deelnemers aan blootzondagen mogen niet te voet de straat op, wel op fiets, rollerblades of skateboard. Als de blootamateurs met hun huisdieren willen buitenkomen moeten die geruite jasjes aan hebben. Er zijn nog een heleboel andere regeltjes, maar over de band genomen zijn blootzondagendeelnemers geen regelneven.

Meer informatie over dit onderwerp vind je op www.bloondzondagen.nl. Overigens heeft de Franse conceptuele kunstenares Sophie Malle al een tentoonstelling aan het onderwerp gewijd.

Foto: soundtrack van een artfilm van Sophie Malle.

VRIENDEN IN BERLIJN


in front of clärchen's ballhaus

Een heerlijke zomerdag in de Berlijnse Auguststrasse. Dit is in de tuin van Clärchen's Ballhaus. Op de achtergrond zie je mijn vriend Marc D., de regisseur van onder meer Brussels By Night. Het was een toevallig maar bijzonder aangenaam weerzien. Zonder dat we het van elkaar wisten logeerden we in hetzelfde hotel. We hebben dan samen een dag doorgebracht, pratend over film, literatuur, en vooral muziek, want daar is onze vriendschap op gebaseerd. Marc had me de weg naar het Kulturkaufhaus op de Friedrichstrasse gewezen, waar ik stapels cd's heb gekocht. Daardoor moet ik nu droog brood eten.

22-07-07

WANHOOP EN VERWACHTING


Terug uit Berlijn met stapels beelden, melodieën, geuren, smaken, gesprekken, korte en lange verhalen. Terug uit Berlijn met het verlangen om er meteen terug te keren. Nu ben ik moe en moet ik wachten op de woorden om nog iets te zeggen. Het is alsof België, alsof Brussel mij de adem beneemt – alsof mijn hersens hier niet behoorlijk werken. Waar is de bijsluiter, de gebruiksaanwijzing gebleven? Ik zit in het licht maar het lijkt op duisternis. Ik hoor muziek maar het zijn uiteenvallende klanken. Er is geen verband tussen de ene noot en de andere. Er is al heel zeker geen harmonia mundi. En waar zijn de vriendschap en liefde?
Straks zal het beter gaan, straks vind ik weer samenhang, duidelijkheid. Straks word ik weer wereld.

Voor de zoveelste keer grijp ik terug naar Patti Smith:

“Sometimes my spirit's empty;
don't have the will to go on.
I wish someone would send me
energy.”

15-07-07

NAAR BERLIJN


Dag vrienden, trouwe lezers, toevallige bezoekers. Ik ben er een week tussenuit, weg naar Berlijn, een stad waar ik een groot gedeelte van mijn hart verloren heb. Ik zal er logeren in de buurt van de Oranienburgerstrasse, vlakbij de prachtig gerenoveerde synagoge. Het is een aangename buurt, met veel grote cafés en niet te dure restaurants. Er is een supermarkt in de buurt waar ik bronwater en als het nodig is bananen zal kunnen kopen. Ik heb geen programma, ik zal me laten leiden door het toeval. Veel wandelen in de heerlijke straten vol vreselijke geschiedenis, musea bezoeken, shoppen in de boekwinkels, wellicht enkele cd’s kopen. We zien wel. Volgende zaterdag ben ik terug en breng ik misschien verslag uit. Maar voor van die toeristische praatjes waar de magazines vol mee staan, ben je bij mij aan het verkeerde adres.

Ik ga alleen naar Berlijn. Dat ik nu afscheid moet nemen van mijn geliefde valt me moeilijk. Elk afscheid is een kwelling. Maar dit is het moeilijkste. Ik heb deze reis echter zelf gekozen, dan moet ik nu maar sterk genoeg zijn ook. Kom jongen, we zijn weg.

14-07-07

GOLDEN YEARS: EEN LODEN DECENNIUM?


buy contortions


Vreemd vind ik het nu dat de jaren ’80 zo weinig aan bod komen in mijn hoochiekoochie-teksten. In de periode van 1975 tot ongeveer 1985, maar ook de volgende vijf jaar, heb ik nochtans veel meer geleefd, geleden, gelezen en muziek beluisterd dan in de hele rest van mijn leven. Ik had alle tijd van de wereld voor zelfwerkzaamheid, omdat ik in die tijd vaak zonder job zat. Pas in 1987 heb ik uit pure financiële wanhoop aan een examen meegedaan om voor de overheid te gaan werken. Meestal kijk ik met negatieve gevoelens terug op de jaren '80: ik was arm, soms hadden we niets anders te eten dan aardappelen, wortelen en uien, ik kon geen boeken kopen, om te kunnen lezen moest ik naar die verduivelde bibliotheek, waar ik zelden vond wat ik zocht, er was een economische crisis, Thatcher en Reagan beheersten de wereldpolitiek. Toch heb ik van die jaren ook genoten, ik heb bijvoorbeeld nooit meer en uitzinniger gedanst dan toen. We gingen zowat elk weekend dansen in Cinderella’s Ballroom of in de Tom Tom in Antwerpen.

In 1982 ben ik* begonnen met een eigen radioprogramma, Shangri La heette het, drie uur per week. Ik draaide toen punk en wat new wave werd genoemd, veel rockabilly en rock & roll. Dat ik ook muziek van de vroege Pink Floyd, the Who en the Beach Boys aan bod liet komen, daar werd mee gelachen. Niemand hield van the Beach Boys in die dagen, Brian Wilson, dat was een rechtse kerel met de verkeerde kleren aan en componist van absoluut achterhaalde muziek - en een gek. Een song als Caroline, No werd verafschuwd. Bob Dylan werd om mij onduidelijke redenen nog meer gehaat. Like A Rolling Stone, laat me niet lachen! Nee, nee, om mee te zijn moest je Simple Minds en Human League verafgoden. Dat deed ik niet. Dank zij The Clash, waar ik een grote fan van was, keerde ik terug naar Gene Vincent, Eddie Cochran, Buddy Holly en Little Richard en obscure rockabilly. Ik hield van Robert Gordon en Link Wray. The Jam – en later the Style Council -rechtvaardigde mijn ‘gedweep’ met the Who, the Small Faces, the Kinks, Stax en Tamla-Motown.


Ik beluisterde zeer graag de zachte popmuziek van die tijd, zoals die van The Marine Girls, Tracey Thorn (op haar eerste solo-elpee staat een sprankelend-ingetogen versie van Femme Fatale), the Gist, the The, Weekend, Young Marble Giants en the Blue Orchids. Wat hield ik van de stem van Alison Statton! Een speciale plaats in mijn muzikaal hart had de Amerikaanse band Blue Angel, die ik in 1981 ontdekt had dank zij de koopjes in de Grand Bazar op de Groenplaats. Het zangeresje van Blue Angel heette Cyndi Lauper. Ze zong een fantastische versie van Gene Pitneys I’m Gonna Be Strong. Cyndi Lauper werd zoals iedereen weet beroemd onder haar eigen naam. Ze was een voorloopster van Madonna, maar kon veel beter zingen. Nog liever hoorde ik de elpee ‘From Gardens Where We Feel Secure’ van Virginia Astley.


Ik las elke week de New Musical Express, dat was een bijzonder goedkoop Brits poptijdschrift. De beste popmuziek kwam toen vreemd genoeg uit Groot-Britannië. Heaven Seventeen en British Electric Foundation bijvoorbeeld. Die laatste ‘supergroep’ heeft Tina Turner uit de vergeetput gehaald. Een van de beste bands uit de eerste helft van jaren ’80 was the Associates, die twee perfecte singles maakte, Party Fears Two en Club Country. (Vergeef me als ik een titel niet helemaal juist spel. Ik schrijf dit in mijn werkkamer, waar ik geen elpees en maxi-singles bij de hand heb. Het komt allemaal uit het hoofd.) Billy Mackenzie, die helaas zoals zoveel andere van mijn ‘helden’ al een poosje dood is, was de betere David Bowie. Hoezeer hij Bowie ook imiteerde, hij zong veel beter, veel meer met hart en ziel. De allerbeste band was Joy Division, maar die hoorde eigenlijk nog bij de jaren ’70. New Order kon mij minder bekoren. De zanger kon absoluut niet zingen en er was iets mis met hun sound. Maar er waren zoveel andere goeie zangers, zangeressen en bands in die periode. Ik had het ook wel voor dwarsliggers als The Slits, This Heat en Pere Ubu. Natuurlijk.
 

In die jaren las ik vooral de klassieken, daar moest ik niet te lang naar zoeken in de bibliotheek. Maar mijn voorkeur ging uit naar Vladimir Nabokov, Peter Handke, Jorge Luis Borges, Hölderlin, William Blake, Eugenio Montale, Lucebert, Louis Paul Boon en Herman Gorter. In dat opzicht is er niet veel veranderd. Ik heb waarschijnlijk eveneens een heel aantal boeken gelezen van schrijvers die ik nu al vergeten ben. Ja, nu herinner ik me weer dat ik heel veel misdaadromans las, van onder meer Patricia Highsmith, James Cain, Raymond Chandler en Dashiel Hammett. Die las ik als ik een kater had. Ik had toen immers nog geen televisie. De jaren ’80? Een bijzonder mooie tijd, ondanks al de armoede en de lelijkheid.

Foto: Martin Pulaski

*de eerste drie maanden samen met Max Borka, later met Patje, nog later met Sofie Sap.

13-07-07

LABYRINT EN FILM


annee derniere a marienbad

“In geen enkele film is de doolhof die gevormd wordt door bewustzijn en herinneringen zo krachtig in beeld gebracht en geanalyseerd als in dit meesterwerk” lees ik in een filmencyclopedie over ‘L’année dernière à Marienbad’ van Alain Resnais. Het scenario voor de film was van Alain Robbe-Grillet, de godfather van de nouveau roman. Als basis gebruikte Robbe-Grillet Adolfo Bioy Casares’ roman ‘De uitvinding van Morel’, een van mijn uitverkoren boeken. Het is een roman waarin weinig gebeurt en geen echt verhaal wordt verteld. Bioy Casares was overigens een goede vriend van Jorge Luis Borges, de bedenker van honderden labyrinten.

De uitspraak uit de encyclopedie, die geheel terecht is, heeft me aan het denken gezet – over doolhoven of labyrinten. Een drietal dagen geleden gebruikte ik de metaforen ‘wespennest’ en ‘labyrint’ om mijn weblog mee aan te duiden. Aangezien ‘L’année dernière à Marienbad’ een van mijn tien favoriete films is en bovendien de enige die ik zelf heb geprojecteerd tijdens mijn zeer korte carrière als filmoperator in de bioscoop, kan dat geen toeval zijn. Voor een deel is mijn wereldbeeld gevormd door die film, en uiteraard door nog heel wat andere films. Mijn wereldbeeld is labyrintisch omdat veel van die films, niet alleen ‘L’année dernière à Marienbad’, labyrintisch zijn.

Het aantal meesterwerken waarin de protagonisten ronddwalen in letterlijke of figuurlijke doolhoven kan ik niet op tien vingers tellen. Toch zal ik me, omdat ik het niet kan laten, aan een korte opsomming wagen:
‘The Shining’ van Stanley Kubrick bevat zowel het innerlijke labyrint van de schrijver als het uiterlijke labyrint in de tuin, en het huis waar de schrijver gek in wordt is ook een labyrint; ‘Satyricon’ van Fellini is een afdaling in het labyrint van de onderwereld; ‘Barbarella’ van Roger Vadim toont de toeschouwer een labyrint vanuit de hoogte gezien, met Barbarella op de rug van een Engel; 'Zabriskie Point' van Antonioni is een trip door en boven een labyrint in Death Valley, waar zich tevens de ‘absolute’ liefde voltrekt; in 'L’avventura', ook van Antonioni, verdwijnt Monica Vitti op een eiland dat een waar labyrint is; in 'Rear Window' van Hitchcok is het gebouw met de vele kamers aan de overkant het labyrint, samen met James Stewart krijgt de toeschouwer een idee van wat zich in die kamers afspeelt; in 'The Searchers' van John Ford worden sneeuwlandschappen, de woestijn en vooral Monument Valley als labyrinten voorgesteld; in 'Der Engel über Berlin' van Wim Wenders wordt Berlijn een labyrint genoemd, “waar je ook gaat, je stuit altijd op de Muur” zegt Curt Bois in deze film uit 1987, maar ook nu de muur al lang is afgebroken stuit je er nog op; Hitchcocks 'Vertigo' is een spiraal, maar een spiraal is in zekere zin ook een labyrint. Hier beëindig ik mijn opsomming, want is niet elke film een labyrint?
Of zoals Anton Haakman schrijft in ‘Achter de spiegel’: “Een doolhof van optische illusies, dat is natuurlijk een uitstekende aanleiding voor het illusionistische medium film om zichzelf te kijk te zetten – en dat is uiteindelijk het enige waartoe ieder medium tot in de perfectie in staat is.”

Volgens de verteller in Borges’ ‘De twee koningen en de twee labyrinten’ is het bouwen van een labyrint waarin zij die er binnengaan verdwalen een onbeschaamdheid “omdat de verwarring en het wonder onder de bedrijvigheden vallen van een God en niet van de mensen.”

De foto hierboven komt uit de film 'L'année dernière à Marienbad'. Merkwaardig is dat de menselijke figuren een schaduw werpen maar de bomen niet.

12-07-07

VRIENDSCHAP EN TEGENSPRAAK


poe 1

Hoe vertaal je opposition in de volgende uitspraak van William Blake: ‘Opposition is true Friendship?” Is het tegenstand, tegenstelling, oppositie, tegenspraak? Of zijn de vier vertalingen geldig? Ik denk het, omdat ze alle vier van toepassing zijn op ware vriendschap. Mensen die over alles hetzelfde denken kunnen moeilijk vrienden zijn. Wat zouden ze van elkaar leren? Wat zouden ze elkaar vertellen? Een vriendschap heeft verhalen nodig. Het verhaal is het ‘andere’, datgene wat de vriendschap spannend houdt. Het verhaal is de cement die de vrienden bijeen houdt. Vrienden kennen elkaars verhalen niet. Geleidelijk aan leren ze ze kennen. Is die ontdekkingsreis niet de kern van elke vriendschap. In ‘The Marriage Of Heaven and Hell’ schreef William Blake ook dit nog: ‘This Angel, who is now become a Devil, is my particular friend; we often read the Bible together in its infernal or diabolical sense, which the world shall have if they behave well’.

Nu ik dit gelezen en geschreven heb twijfel ik toch weer. Want hoe zit het dan met de vrienden die elkaars spiegelbeeld of dubbelganger zijn? En met de diepzinnige uitspraak van Aristoteles (en van Pythagoras), veel later overgenomen door Borges, dat een vriend een ander zelf is? De vriend als dubbelganger. Maar ogenschijnlijk staat daar dan weer de lange traditie van rampzalige ontmoetingen met dubbelgangers tegenover, traditie die het best tot uitdrukking komt in ‘William Wilson’ van Edgar Allan Poe. In het verhaal van Poe is de dubbelganger het geweten van de held. Als hij de dubbelganger doodt, sterft hij zelf. En zo kom ik toch terug bij het begin uit, want wie zijn dubbelganger doodt is er ongetwijfeld in oppositie mee.

QUATORZE JUILLET


quatorze juillet 2007

De affiche voor het jaarlijkse feest naar aanleding van Quatorze Juillet, niet in Parijs maar in Antwerpen. Pierre Elitair, voor op de foto, ken ik alleen maar zeer oppervlakkig. Hij maakt al enkele decennia Franse yé-yé-programma's op Centraal. Dat is zijn ware passie. Daarnaast is hij ook een gerenommeerd deejay. Het prachtige meisje op de achtergrond is Deborah Anné, de zeer intelligente en kameleontische dochter van mijn goede vriendin Diana. Deborah heeft lange tijd in Ijsland gewoond en gestudeerd, maar ook in Parijs en Amsterdam. Ze is net terug uit Noorwegen, waar ze binnenkort opnieuw heenreist. Het lijkt geen eeuwigheid geleden, de tijd dat ik nog bij mijn vrienden thuis kwam babysitten en daar dan luisterde naar de liederen van Schubert. Ik vond Dietrich Fischer-Dieskau destijds een groots zanger.

Veel succes en plezier volgende zaterdag, als ik mijn koffer pak om naar Berlijn te vertrekken!

10-07-07

DE WARE BETEKENIS VAN HOOCHIEKOOCHIE

hooch,blues,kkk,c,flamoes,drank,booze,k,foezel,geslacht,hoochie coochie,kut,hoochiekoochie,vagina,seks,dt-fouten verwijderd,diversiteit,iedereen,voodoo

Romance, Cathérine Breillat.


Het woord ‘hooch’ is slang – of bargoens, nu je toch aandringt – voor sterke alcohol, ‘strong liquor’ zeggen de Amerikanen, meer bepaald als het spul van inferieure kwaliteit is of illegaal gestookt werd. De uitdrukking komt nogal veel voor in oude gangsterfilms en meer nog in de blues. ‘Coochie’ verwijst naar de vrouwelijke genitaliën. Voor de naam van mijn weblog heb ik van de C een K gemaakt, hoochieKoochie, niet omdat ik meer van de K dan van C houd, want het tegendeel is het geval, maar om vooral niet de indruk te geven dat mijn blog een creatie is voor bluespuristen. De K moet monomanen en volbloed ‘hoochie coochie men’ op een dwaalspoor zetten, of zelfs verhinderen dat ze me vinden. Ze zullen de uitdrukking nooit met een K spellen, geen sprake van. Voor Amerikanen, en zeker voor zwarte Amerikanen, heeft de K nogal negatieve connotaties, in zoverre een letter connotaties kan hebben. Als ik naar de KKK verwijs, wordt echter alles duidelijk. Het was bij het opstarten van mijn blog uiteraard niet mijn bedoeling dat mijn K naar die diabolische organisatie zou verwijzen. Als ‘coochie’ een benaming is van het vrouwelijke geslachtsorgaan, dan kan mijn K alleen maar naar het woord ‘kut’ verwijzen, hoe lelijk ik dat woord ook vind (wat ik hier al meermaals ter sprake heb gebracht, dacht ik).

hooch,blues,kkk,c,flamoes,drank,booze,k,foezel,geslacht,hoochie coochie,kut,hoochiekoochie,vagina,seks,dt-fouten verwijderd,diversiteit,iedereen,voodoo

Maria Schneider & Marlon Brando. Last Tango In Paris.


Ik wil vooral benadrukken dat mannen en vrouwen van om het even welke kleur hier welkom zijn, alleen heb ik een aversie tegen - vooral blanke – door blues geobsedeerde puristen, degenen die bijvoorbeeld weten op welke dag Blind Lemon Jefferson ‘Matchbox Blues’ opnam.

‘Hoochiekoochie’ of ‘hoochie coochie’ houdt tevens verband met voodoo en in het bijzonder met de voodoo ‘priesters’ en ‘predikers’, en dat kunnen zowel mannen als vrouwen zijn. Het fenomeen voodoo staat bekend om zijn ‘voodoo queens’; de beroemdste is Marie Laveaux, begraven op het Lafayette-kerkhof in New Orleans. Of er nog iets van haar stoffelijke resten overblijft is twijfelachtig. De zwarte cultuur is in New Orleans na de orkaan Katrina voor een groot deel uitgeroeid. Blanke mannetjes in de regering-Bush – en bij haar slaafjes in dienst van de federale overheid - willen van de stad een soort van permanente Disneyland-achtige Mardi Gras voor blanke vrouwtjes en mannetjes maken. Alle dagen feest, alle dagen kermis: laat de toeristen maar komen, maar houd ze weg van de echte stad, de stad van dood en verderf. (Ja, ik heb de documentaire van Spike Lee gezien.)

Niets wat betreft ‘hoochiekoochie’ of ‘hoochie coochie’ is echt zeker. Het is een twilight zone van de begrippen. Sommigen beweren dat de twee woorden samen, ‘hoochie coochie’, niets meer of minder betekenen dan het vrouwelijk geslachtsorgaan. Drank (foezel) komt in deze betekenis niet aan bod. Een ‘hoochie coochie’ is de vagina, de ‘hoochie coochie man’ is degene die erop belust is. Sommige van die mannen willen het liever kort houden en korten het geslacht af tot ‘coochie’, zeker in een gesprek van man tot man.

Een bravere betekenis, in zekere zin, is die van de dans, de ‘hoochie coochie’. Het is alleszins een zeer seksueel beladen en geladen dans. De lichamen worden elastisch, zitten opeens vol dynamiet, elk spoor van gelatenheid verdwijnt als een blokje ijs in een glas Southern Comfort. Er wordt veel met de heupen gewiegd, met de bekkens geschud. Bovendien is elke dans een vorm van voorspel tot de daad, of alvast tot een poging tot de daad, want niet altijd lukt het de ‘hoochie koochie man’ om zich staande te houden, en vooral niet om te ejaculeren, meestal vanwege teveel ‘hooch’, maar vaak eisen ook de jaren hun tol.

Er wordt met stelligheid beweerd dat ‘coochie’ gelijk staat aan ‘cunt’, vagina. Vagina vind ik wel een mooi woord. Het roept bij mij altijd associaties op met Virginia Woolf en vooral met haar zuster, Vanessa. Ik heb daar geen duidelijke verklaring voor. Dat van die vagina wisten we inmiddels al. De ‘hoochie coochie’ doen echter is in deze versie niet zomaar wat schuifelen op de dansvloer, maar is echt de daad begaan. In niet zo lang vervlogen dagen was het datgene waarover niet mocht worden gesproken. En indien er echt niet over gesproken kon worden dan moest er ook niet over gesproken worden. Men kon nog altijd zingen en, tientallen jaren later, schreeuwen en brullen zoals Yoko Ono, John Lennon, John Lydon en Kurt Cobain.

Voilà, beste lezers, zo weet u in welk wespennest u terecht bent gekomen. Maar schrik niet, het is niet alleen een wespennest, het is ook een labyrint – en elk labyrint is aangenaam om in te vertoeven, ook al wil je voor het donker naar huis.

 

hooch,blues,kkk,c,flamoes,drank,booze,k,foezel,geslacht,hoochie coochie,kut,hoochiekoochie,vagina,seks,dt-fouten verwijderd,diversiteit,iedereen,voodoo

Hooch - of 'moonshine whiskey'.

AUSCHWITZ-BIRKENAU


auschwitz-birkenau

Zeer toevallig kwam ik op de website CityToGoTravel terecht, meer bepaald op de pagina over Krakau. Daar las ik het volgende:
“Interessante uitstapjes buiten de stad voeren naar het beruchte concentratiekamp Auschwitz-Birkenau en naar de ondergrondse zoutmijn Wielicka.”

Worden de mensen helemaal gek of wat? Hebben ze geen enkel historisch besef meer. Ik werd opeens bijzonder woedend toen ik dat las en kreeg tegelijk heel veel zin om buitensporig veel wodka te gaan drinken. Maar ik heb het bij water gehouden. Over een uur of zo maak ik een interessant uitstapje naar de Delhaize. Misschien kom ik wel terug met een gebraden kip.

09-07-07

THEOLOGIE VAN DE AFBEELDING


"do not forsake me, oh my darlin' "

“Het is eigenlijk doodsimpel. Elke afbeelding die de ene mens tot de andere brengt is verheven en mysterieus. En elke afbeelding die met welk ander doel dan ook getoond wordt, is een vorm van afgoderij en heiligschennis. In culturen waar het afbeelden van een mens stelselmatig verboden is, wordt iets als probleem ervaren waarvoor wij inmiddels, worstelend tussen afgoderij en mysterie, onze schouders ophalen.”

 

Uit: Péter Nádas, Een zweem van licht. Foto: Martin Pulaski

ALL YOU NEED IS A LOVE-IN

 

radio,radio centraal,7 juli,summer of love,liefde,flower power,zero de conduite,1967,william burroughs

Ziehier de playlist van Zéro de conduite (uitgezonden op 7 juli op radio centraal, de Antwerpse onafhankelijke stadszender op 106.7 fm).  Het thema was de zogeheten ‘summer of love’ van 1967, nu veertig jaar geleden, met enkele songs die als aankondiging van dat tijdloze moment – of reële profetie – eraan voorafgingen. De ‘summer of love’ was een soort van vacuüm. Als je deze muziek beluistert in de gepaste sfeer en omstandigheden kun je daar voor even naar terugkeren. De popmuziek die toen verscheen was zeer verscheiden van aard, maar zelfs de zeer commerciële singles stonden open voor experiment en vernieuwing. In die periode werd de elpee overigens belangrijker dan de single. De muziek werd ernstiger, vaak bevatten de teksten een boodschap, of waren ze poëtisch getint; bovendien waren er vaak vrij lange solo’s op gitaar of orgel en zelfs op bas en drum, en daarom was er meer tijd nodig, vandaar het belang van de langspeelplaat.  1967 was het jaar van flower power, Timothy Leary, Sergeant Pepper’s Lonely Hearts Club Band, Are You Experienced, the Cream, Love-ins, Golden Gate Park en Haight-Ashbury in San Francisco, Carnaby Street in Swinging London, witte fietsen in Amsterdam, Jasper Grootveld, Simon Vinkenooog, Witheek, Mary Quant, Twiggy, Brian Jones, het Conscienceplein in Antwerpen, Ferre Grignard, Jazz Bilzen, Jean-Paul Belmondo, Ravi Shankar, Allen Ginsberg, Jefferson Airplane, the Doors en Grateful Dead. Iedereen moest bloemen in de haren dragen en de meisjes liepen allemaal in minijurk. Jongens hadden purperen fluwelen jassen aan en rookten marihuana. Sommigen gaven de voorkeur aan een LSD-trip. Oosterse wijsheid was in de mode. Er werd nootmuskaat gerookt en heel hip was ook het roken van gebakken bananenschillen. Veel jongeren dachten dat Donovans Mellow Yellow precies daarover ging. Later bleek dat de song een geelkleurige dildo bejubelde. Zeer weinigen wisten toen wat een dildo was, een doodgewone banaan lag meer voor de hand. Het was een naïeve en idealistische tijd. Toen Steely Dan zich begin de jaren zeventig naar een dildo uit William Burroughs’ Naked Lunch noemde, waren die naïviteit en idealisme letterlijk of figuurlijk in rook opgegaan.

 

radio,radio centraal,7 juli,summer of love,liefde,flower power,zero de conduite,1967,william burroughs

  • The Times They Are A Changin' - Bob Dylan - The Times They Are A-Changin'
  • It's My Life - The Animals - The Complete Animals
  • In Our Time - Nancy Sinatra – The Essential Nancy Sinatra
  • Get Together - The Youngbloods - The Youngbloods
  • Love-In - The Morning Glories - A Whole Lot Of Rainbows
  • Are You Gonna Be There (At The Love In) - The Chocolate Watchband - Melts In Your Brain...Not On Your Wrist!
  • A Kind Of Love In - Julie Driscoll, Brian Auger & The Trinity
  • Our Day Will Come -Sharon Tandy- You Gotta Believe It’s Sharon Tandy
  • Run, Run, Run - Sly & The Family Stone - A Whole New Thing
  • Renaissance Fair - The Byrds - Younger Than Yesterday
  • Dance The Night Away – Cream -  Disraeli Gears
  • May This Be Love - Jimi Hendrix - Are You Experienced?
  • This Is What I Was Made For - The Grass Roots - Where Were You When I Needed You
  • I Can Hear The Grass Grow - The Move - Nuggets II: Original Artyfacts From The British Empire And Beyond, Vol. 1
  • All The World Is Love - The Hollies - At Abbey Road 1966 – 1970
  • There's No Life Without Love - The Kinks - Something Else
  • The 59th Street Bridge Song (Feelin' Groovy) - Harpers Bizarre - Feelin' Groovy: The Best Of Harpers Bizarre
  • Talking To The Flowers - The Everly Brothers - A Whole Lot Of Rainbows
  • We Love - YouThe Rolling Stones - Singles Collection: The London Years
  • Our Love Was - The Who - The Who Sell Out
  • Smell Of Incense - West Coast Pop Art Experimental Band - My Mind Goes High: Psychedelic Pop Nuggets From The WEA Vaults
  • My White Bicycle – Tomorrow - Nuggets II: Original Artyfacts From The British Empire And Beyond, Vol. 1
  • Talkin' About the Good Times - The Pretty Things - single
  • In My Own Time - Bee Gees - Bee Gees 1st
  • Apples and Oranges -Pink Floyd – 1967: The First 3 Singles
  • Mobius Trip - H.P. Lovecraft - Two Classic Albums From H.P. Lovecraft
  • Monterey - Eric Burdon & The Animals - The Twain Shall Meet
  • Flying High - Country Joe & The Fish - Electric Music For The Mind And Body
  • The Fat Angel – Donovan - Sunshine Superman
  • Plastic Fantastic Lover - Jefferson Airplane - Bless Its Pointed Little Head
  • Magic Of Love (Live) - Big Brother & The Holding Company - Cheap Thrills
  • Break On Through (Live) - The Doors - Essential Rarities