31-05-07

HEY BO DIDDLEY!




Het is gelukkig niet allemaal kommer en kwel. Ik las dat Bo Diddley, die een beroerte heeft gehad, aan de beterhand is. Daarnaast hoorde ik dat Ryan Adams (Easy Tiger) een nieuwe cd heeft. Gisteren zag ik trouwens het nieuwe schijfje van Chris en Carla (Fly High Brave Dreamers) liggen, maar ik heb het nog niet aangeschaft. Ik weet niet wat me scheelt, maar ik heb de voorbije dagen geen zin gehad om iets te kopen. Misschien zijn mijn driften voldoende bevredigd, maar dat betwijfel ik. Het zal eerder zijn dat ik zelfs te moe ben om een cd te kopen. Maar het blijft een goede zaak dat het beter gaat met Bo Diddley. Ik houd van de man. Van hem heb ik een paar weken geleden nog een schitterende dubbele verzamelaar gekocht, met eindelijk een degelijke, lekkere vettige sound, waarbij dat vuile ritme van Bo, Jerome, the Duchess et al heerlijk gaat klinken. Bo Diddley moet inderdaad goed klinken, cd’s uit de jaren ’80 van de man gooi je best in de vuilbak, die klinken als alle andere rotzooi uit die vreselijke periode. Niet dat het nu veel beter is, met Bush en Wolfowitz en Yves Leterme en Bart De Wever en de hele vermaledijde parade van levenshaters en afgeborstelde marionetten. Die Bart De Wever ligt nota bene wakker van een gedenkteken voor Peter Benoit, terwijl de wereld naar de verdoemenis gaat. Ik weet overigens helemaal niet meer voor wie ik nog kan stemmen. Die kerels zijn allemaal waardeloos, en de politica’s gaan dezelfde richting uit. Jongens toch! Vroeger was er nog klein links en eventueel de groenen, maar waar zijn klein links en de groenen naartoe? Ik kan nergens meer heen. Dakloos ben ik. Geen grond meer onder de voeten. Het Vlaams Blok ligt al op de loer… Maar liever op mijn blote voeten naar Fatima dan een stem voor dat geteisem. Ik zal zoals Diogenes de volgende dagen op zoek moeten gaan naar een mens. Een ‘mensch’ in het Jiddisch. In Wikipedia lees ik daarover het volgende:
In Yiddish (from which the word has migrated into American English), mensch roughly means "a good person." A role model. A "mensch" is a particularly good person, like "a stand-up guy," a person with the qualities one would hope for in a dear friend or trusted colleague. According to author and Yiddish popularist Leo Rosten, [A] mensch is a someone to admire and emulate, someone of noble character. The key to being "a real mensch" is nothing less than character, rectitude, dignity, a sense of what is right, responsible, decorous. (Rosten, Leo. 1968. The Joys of Yiddish. New York: Pocket Books. 237).


“Bo diddley done had a farm,
On that farm he had some women,
Women here, women there,
Women, women, women everywhere.”
Bo Diddley, door Bo Diddley alias Ellas McDaniel.

Nu begint het weer te bliksemen en donderen. En thuis in de slaapkamer staat het raam open. Een mens is nooit gerust.

IN MEMORIAM JEAN-CLAUDE BRIALY


 


Jean-Claude Brialy is gisteren overleden. De Franse acteur was- toch zeker in België - een beetje vergeten. Nochtans was hij een uitstekend acteur en speelde hij in tientallen klassiekers. Ik vind hem het beste in Le genou de Claire, als de vijfendertigjarige diplomaat Jerome, die een niet te stillen verlangen koestert om de knie van het tienermeisje Claire toch eens een keer aan te raken. Een briljante film van Eric Rohmer. Jean-Claude Brialy had tevens grote rollen in het geestige historische epos La nuit de Varennes van Ettore Scola, en in een van de betere films van Luis Buñuel, Le fantôme de la liberté, waarin hij het gedenkwaardige personage Foucauld neerzet, een man die “misselijk wordt van symmetrie”. Brialy geeft op overtuigende wijze gestalte aan de dichter Paul Verlaine, naast de Londense swinger Terence Stamp, die de getormenteerde Arthur Rimbaud voor zijn rekening neemt (in de interessante mislukking Una stagione al’inferno van Nelo Risi). Verder is hij nog te zien in de belangrijke Hitchcock-hommage, La mariée était en noir van François Truffaut, met een ijzingwekkende Jeanne Moreau in de hoofdrol en in de ‘musical’ van Jean-Luc Godard, Une femme est une femme, naast Anna Karina, die een stripteaseuse vertolkt. Allemaal zeer gedenkwaardige rollen van Jean-Claude Brialy.

LIKE A ROLLING STONE: PLAY FUCKING LOUD

 

bob dylan,live,like a rolling stone,the hawks,pop,rock,1966,greil marcus,clip


Het hoogtepunt van de populaire muziek. Bob Dylan & the Hawks spelen Like A Rolling Stone. 'Play fucking loud' beval Dylan zijn muzikanten. Er vond een chemische reactie plaats, rockmuziek werd uitgevonden. Greil Marcus schreef een heel boek over deze ene song. Dat mag ook wel. Hoeveel jonge levens werden er niet definitief door veranderd?

 

30-05-07

LIED VAN ONSCHULD - WILLIAM BLAKE


HOW SWEET I ROAM'D FROM FIELD TO FIELD
William Blake   

HOW sweet I roam'd from field to field,
And tasted all the summer's pride,
'Till I the prince of love beheld,
Who in the sunny beams did glide! -  

He shew'd me lilies for my hair,
And blushing roses for my brow;
He led me through his gardens fair
Where all his golden pleasures grow. -  

With sweet May dews my wings were wet,
And Phoebus fir'd my vocal rage;
He caught me in his silken net,
And shut me in his golden cage. -  

He loves to sit and hear me sing,
Then, laughing, sports and plays with me;
Then stretches out my golden wing, A
nd mocks my loss of liberty. 
 





Dit is een ‘song of innocence’ van William Blake, waar ik het een paar dagen geleden over had. Af en toe gebeurt het nog wel eens dat ik mijn gitaar neem en dit lied speel en probeer te zingen, meestal als er niemand in de buurt is. Een versie van de song is terug te vinden op The Fugs First Album, waar ook pareltjes op staan als I Couldn’t Get High. Het onschuldige lied van William Blake is een van mijn uitverkoren gedichten. Lange tijd heb ik het uit het hoofd gekend. Patti Smith is een grote bewonderaar van deze dichter-schilder. Op haar cd Trampin' vind je een nummer getiteld My Blakean Year. Ik heb het genoegen gehad haar dat te horen zingen in het Paleis voor Schone Kunsten naar aanleiding van het Rimbaud-jaar in Brussel (nog zo'n held van Patti Smith). Wie meer wil weten over het leven en werk van Blake raad ik de biografie van Peter Ackroyd aan, een meesterwerk op zichzelf.



29-05-07

LOST WEEKEND IN GENT EN BRUSSEL

feest,nachtleven,ontmoetingen,brussel,gent,blackout,euforie,drinken,roken,edgar allen poe,usher,gitaar,bob dylan,ierland,monk,le coq,alcohol

Familiefeest, Gent. Martin Pulaski.

Je kijkt met grote verwachtingen uit naar een lang weekend. Er zullen vele dingen gebeuren. Boeken zullen worden gelezen, films bekeken, mensen ontmoet, wijn en bier gedronken. Er zal feest worden gevierd. Dat is wat voorafgaat. Zaterdag doe je boodschappen en knap je wat klussen op. Je leest iets over de sixties, en in Murakami’s A Wild Sheep Chase. Je boekt een vlucht naar Italië. Je stippelt een traject uit: Treviso – Trieste – Padoua – Ferrara - Venetië.

’s Avonds kijk je nog een keer naar Performance. Mick Jagger in al zijn androgyne schoonheid. Anita Pallenberg in al haar androgyne schoonheid. Het mooiste stel uit het einde van de jaren zestig? Alvast op pellicule. Maar een zeer kortstondig stel. Keith Richards zat buiten in de auto op Anita Pallenberg ongeduldig en jaloers te wachten. Anita was een echt Rolling Stones-meisje. 

Dan komt de euforie van zondag. In Gent zie je je familieleden terug, je praat, wordt vrolijk van de drank, wil het feest zolang mogelijk rekken. Later in de trein naar Brussel praat je met een onbekende, een interessante man. Het was een vluchtig gesprek, de drank speelde in je hoofd. Je weet niet meer waar jullie het over hadden. 
 Terug in Brussel ga je naar de cafés, eerst De Dolle Mol, maar die legendarische kroeg gaat pas weer op 1 juni open, daags voor je verjaardag.

Daarna naar de Monk. In de Monk ga je, volledig tegen je gewoonte in, bij onbekenden aan een tafeltje zitten. Het zijn jonge mensen, ze hebben geen bezwaar tegen je aanwezigheid. Het is een delegatie uit verschillende nationaliteiten samengesteld. Dat is heerlijk aan Brussel, dat je hier aan één tafel zes verschillende nationaliteiten kunt aantreffen. Het spijtige is dat de alcohol je geheugen wist, dat je je van alle mooie dingen die werden gezegd, misschien wel van plannen die werden gesmeed, afspraken die werden gemaakt, niets meer herinnert. Je herinnert je alleen een meisje uit Ierland, Jean. Dat weet je nog omdat ze jou haar kaartje heeft gegeven. Met haar had je het over Galway, Doolin, Roundstone en de Aran-eilanden, hoe je van die streek houdt. Het lieflijkste landschap dat je ooit zag. En van de muziek, van de vriendelijke Ierse mensen, van de pubs en de Guinness.

Je nam afscheid van de delegatie, er kwamen andere mensen aan ‘jouw’ tafel zitten, echte jongeren, met lange haren, zoals de zoon van je schoonbroer,  de ‘kroonprins’ noemt zijn vader hem. Wat zullen ze gedacht hebben? Wat zit die oude kerel hier te doen? Waarschijnlijk niet. Ze zagen er zachtaardig uit.  

Vervolgens
begaf je je naar Le Coq, waar veel dronkaards zitten. Je nam plaats naast een oude man met een baard. Je weet nog dat je hem vroeg wat hij daar deed. Drinken, antwoordde hij. Hij was niet bepaald communicatief. Een superopgewekte jongen met een rastakapsel kwam samen met een andere man aan jouw tafeltje zitten. Er was ook een meisje tegen wie je zei dat je haar al eerder had gezien. Of dat je dat dacht. Ze was er met haar vriend: een verliefd stelletje. Af en toe raakte je haar voet aan, per ongeluk, denk je, je hebt nogal rusteloze voeten. Een andere man, met lange zwarte haren, een Indiaans type, waarschuwde je en zei je dat je je voeten thuis moest houden. Je verontschuldigde je, want je wilde geen pak slaag. Dat is al te vaak gebeurd. Het meisje zelf had echter niets gezegd. Ze wond zich niet op over je rusteloze voeten.  De man die bij de jongen met het rastakapsel was had een gitaar. Je vroeg of je een stukje mocht spelen. Ga je gang, zei hij. De muziek in het café werd stiller gezet. Je speelde een eigenzinnige versie van It Takes A Lot To Laugh It Takes A Train To Cry van Bob Dylan en nog wat impromptus, zoals Usher die moet hebben gespeeld in het verhaal The Fall Of the House Of Usher. Je ging flink tekeer op de gitaar; een e-snaar brak. (Ik gebruik het woord ‘eigenzinnig’, wat in dit geval ook vals of wat dan ook kan betekenen. Ik kan gewoonweg niet zo goed gitaar spelen.)  

De eigenaar van de gitaar zette zijn zonnebril op en zag er opeens heel cool uit. Hij vroeg of je wat wilde roken. Je zei hem dat je astma hebt, maar een trekje wilde je wel eens proberen, voegde je eraan toe. De uitbater zei dat jullie buiten moesten gaan. Hier binnen wordt geen cannabis gerookt. Jullie gingen buiten zitten, je nam een trekje en inhaleerde en de realiteit veranderde bijna volledig. Het was ongeveer twintig jaar geleden dat je nog gerookt had, cannabis, tabak of wat dan ook. Twee vreemde mannen zaten op het trottoir te lachen als oude gekken, de ene met een zonnebril op, de andere met een ‘gewone’ bril. Nu kreeg je nog meer zin om gitaar te spelen, maar dat ging niet meer vanwege die gebroken snaar.

De jongen met het rastakapsel was in slaap gevallen. Je wekte hem en zei hem dat hij voorzichtig moest zijn, niet iedereen in Brussel is even vriendelijk en vredelievend. Je herinnerde je de lelijkheid en het gevaar. Het was tijd voor een taxi. In de wagen telde je je geld en schrok toen je vaststelde dat je niet voldoende had voor het ritje. Je hoopte dat Laura, die al lang thuis was, nog wat geld zou hebben, 5 euro zou volstaan. Het was maandagochtend, de zon kwam op.

26-05-07

SUMMER OF LOVE 1967 IN HET WHITNEY MUSEUM


Jimi Hendrix door Martin Sharp, copyright Martin Sharp

Wie deze zomer naar New York reist kan in het Whitney Museum of American Art terecht voor een tentoonstelling getiteld Summer of Love: Art of the Psychedelic Era.  In de New York Times van gisteren las ik de volgende omschrijving van de tentoonstelling: “Tear gas, pot and patchouli were the scents of the 1960s. You can almost detect the last two, spicy and pungent, wafting through “Summer of Love: Art of the Psychedelic Era” at the Whitney Museum of American Art.” (Holland Cotter).  De tentoonstelling is te zien tot 16 september.

Afbeelding: "Explosion (Jimi Hendrix), 1967." Copyright: Martin Sharp.

 

25-05-07

JO RÖPKE EN DE FILMSCHOOL

jo ropke,film,filmschool,ritcs,vrienden,dood,in memoriam,easy rider,premiere,televisie,professoren,marc didden,william blak,humo,boek,leo steculorum,guillaume bijl,antwerpen,brussel

Ik heb de innemende filmliefhebber Jo Röpke nooit echt gekend, ook al heb ik les van hem gehad, lang geleden toen ik nog film studeerde aan het Rits (dat toen nog Ritcs heette). Aan die studies heb ik weinig goede herinneringen, waarbij ik een uitzondering maak voor de vriendschap. Ik heb op die school Marc Didden ontmoet, die lange tijd mijn beste vriend is geweest. We gingen zeker een keer per maand met z’n beiden in het Zoniënwoud wandelen en zongen dan liedjes van Creedence Clearwater Revival, The Rolling Stones en Pink Floyd. Waarschijnlijk werd er ook veel over film en meisjes gepraat, maar dat kan ik me niet meer zo goed herinneren. Samen met Marc schreef ik tijdens een verloren weekend een boek. Er bestaat maar één exemplaar van en dat is nu in zijn bezit. Al vele jaren. Eén hoofdstuk ging over alle mensen die, geloof ik, Pete heetten. Ik herinner mij dat er een Pete Lennon en een Pete McCartney in de lijst stond. Want het hoofdstuk was een lijst. Er stonden ook echte Petes in de lijst, de onlangs overleden Sneaky Pete bijvoorbeeld. Marc ging af en toe naar Londen; hij werkte al deeltijds als popjournalist voor Humo. Een keer heeft hij me zeer gelukkig gemaakt: hij had het verzameld werk van William Blake voor me meegebracht, een onovertroffen product van de verbeeldingskracht. Er gaat geen maand voorbij of ik lees er wel een stukje in en af en toe zing ik een van de Songs of Innocence, onder meer How Sweet I Roamed From Field To Field.

Op de filmschool ben ik bevriend geraakt met de kunstenaar Guillaume Bijl en de filosoof Leo Steculorum. Tijdens mijn Antwerpse jaren was Guillaume een van mijn beste vrienden. We hielden beiden hartstochtelijk van film (John Casavetes, Wim Wenders, Werner Herzog) en van het nachtleven (Pannenhuis, Mok, De Kroeg). Nu heb ik geen contact meer met hem. Een spijtige zaak, maar afscheid hoort bij het leven. Met Leo ben ik nog altijd goed bevriend.

Zoals ik al zei heb ik aan het Rits als onderwijsinstelling weinig goede herinneringen, ik heb er nauwelijks iets geleerd: een beetje fotografie, een beetje filmanalyse, een beetje scenarioschrijven. De dingen die ik er niet geleerd heb zal ik niet opsommen. Er hing altijd een vervelende sfeer, niet bepaald artistiek; men was er vrij streng. Veel van mijn medestudenten waren liefhebbers van kleinkunst, een genre dat ik hartsgrondig haatte. Hoe kan kunst klein zijn, vraag ik me nog steeds af. De meeste profs waren zeurkousen. Marc Galle bijvoorbeeld. Maar er waren nog ergere exemplaren, van wie ik de naam vergeten ben. Jo Röpke was anders. Hij kon boeiend over film vertellen en gaf je zin om naar de cinema te gaan, om de laatste Polanski of Fellini te gaan bewonderen. Het was niet echt lesgeven wat hij deed, het was werkelijk met veel enthousiasme en ironie vertellen. Een beetje zoals in zijn televisieprogramma Première, maar dan minder afgeborsteld, vrijer. Ik herinner me dat ik voor mijn examen bij Jo Röpke een uiteenzetting over de paranoia in Easy Rider gaf. Die uiteenzetting zal ongetwijfeld zeer idiosyncratisch zijn geweest, vooral omdat ik nog veel meer paranoia aan de film toeschreef dan er sowieso al in werd getoond. Jo Röpke vond mijn invalshoek origineel en gaf me een warme handdruk toen ik de examenruimte verliet. Dat was in 1970. Sindsdien heb ik hem nooit meer teruggezien. En nu is hij dood. Wel mooi dat hij in Cannes is gestorven. Moge hij in vrede rusten. Maar daar twijfel ik eigenlijk niet aan.

NAKED LUNCH : EERSTE ZIN


Een onvergetelijke openingszin is die van William Burroughs' Naked Lunch. Je bevindt je meteen in downtown Manhattan in een wereld van junk en junkies - en tot het laatste woord van deze baanbrekende roman raak je niet meer uit dat bizarre, tragikomische labyrint. En zelfs na dat laatste woord blijf je erin rondtrappelen. Je raakt er nooit meer uit.
"William was a Shootist. He shot like he wrote--with extreme precision
and no fear." Hunter S. Thompson

 

 "I CAN FEEL THE HEAT closing in, feel them out there making their moves, setting up their devil doll stool pigeons, crooning over my spoon and dropper I throw away at Washington Square Station, vault a turnstile and two flights down the iron stairs, catch an uptown A train . . ."

24-05-07

VARIANTEN VAN RELIGIEUZE BELEVING


i saw the light (after reading 'specimen days')

"Ik lijd bovenmatig in dit ziekenhuis, zowel lichamelijk als geestelijk. Behalve de brandende pijn en slapeloosheid (want ik slaap niet meer sinds ik hier ben opgesloten, en het beetje rust dat mijn deel is wordt onderbroken door boze dromen, en 's nachts schrik ik wakker door nachtmerries, afschuwelijke visioenen, bliksem, donder, enz.) drukt vrees, een afschuwelijke vrees mij neer, houdt mij in zijn greep zonder respijt, en laat mij niet los. Is dit alles rechtvaardig? Wat heb ik gedaan om zo'n overmatige strengheid te verdienen? In welke vorm zal deze vrees mij verpletteren? Hoe dankbaar zou ik zijn als iemand mij van dit leven bevrijdde!"

Uit: William James, Varianten van religieuze beleving.

23-05-07

BOZE JONGEN


angry young mod


Er was eens een boze jongen... Een boze jongen die de liefde predikte. Nostalgische gevoelens in verband met de zogeheten summer of love in 1967 overweldigen me nu de zon op mijn elleboog schijnt. Ik heb al meermaals geschreven dat ik het niet zo heb voor herdenkingen en dergelijke, maar hier maak ik een uitzondering: het gevoel is sterker dan mezelf. Nee, juister nog, ik val samen met het gevoel. Nochtans betekende die zomer hier bij ons niet zo heel veel. Ik was veel liever in San Francisco of in Londen geweest, maar dat was niet mogelijk. Wij probeerden onze dromen hier dan maar waar te maken, en ten dele zijn we daarin geslaagd. Mijn vrienden en ik hebben in Tongeren en Hasselt van 1967 een heel bijzonder jaar gemaakt. Ik vrees - voor degenen die al genoeg gehoord hebben over die beruchte zomer - dat ik hier de volgende weken en maanden nog op zal terugkomen.

TESTIKEL EN HOOFD


Word ik een etymoloog? Ik heb ‘testikel’ altijd een vreemd woord gevonden. Waarom weet ik niet meteen heel goed. Waarschijnlijk door de etymologisch niet correcte associatie met het Franse ‘teste’ of ‘tête’. Wat is het verband tussen testikel en hoofd, vraag ik me dan af. De vorm misschien? Een testikel 'rust' dan weer in een balzak, wat naar de populaire Franse schrijver Balzac zou kunnen verwijzen, maar het niet doet. Hoe het ook zij, logisch denken is niet mijn sterkste kant. Toen ik logica studeerde, in de jaren zeventig van de vorige eeuw, leed onze professor aan een zware depressie, vandaar. Opdat zijn broek niet zou afzakken gebruikte hij in plaats van een broeksriem een stuk touw.

Bij de oude Franse vorm van ‘tête’, ‘teste’ dus, denk ik haast altijd onwillekeurig aan het zeer cerebrale hoofdpersonage uit een aantal boeken van Paul Valéry (La Soirée avec Monsieur Teste, 1896; Lettre de Madame Émilie Teste, 1924; en Extraits du log-book de M. Teste, 1926). Hoofdpersonage, grappig toch, hoe het ene naar het andere leidt. Roland Barthes heeft niet voor niets het plezier van de tekst ontdekt. Teksten zijn nu eenmaal plezierig, of liever, je beleeft er plezier aan als je ze leest, of als je ermee speelt, zoals ik nu doe met die ‘testikels’. Maar terwijl Monsieur Teste over een hoofd beschikt dat bijna zuivere geest is, is het plezier van de tekst alleen maar mogelijk door de lichamelijkheid. Voor dat soort plezier is het noodzakelijk dat lichaam en geest één zijn. Er moet heel duidelijk een punt gezet worden achter die eeuwenoude dichotomie tussen lichaam en geest; er moet komaf worden gemaakt met het beeld van ‘the ghost in the machine’. 

In een tekst op internet – ik kan hem niet meer achterhalen – las ik dat er een verband bestaat tussen testis / testikel en het woord testament, op basis van het Latijnse testis ‘getuige’.
“We moeten ons verplaatsen”, lees ik, “in de uitgesproken macho-maatschappij die de oude Grieks-Romeinse wereld was. Iemand zonder testes, een castraat of eunuch dus, was geen man en kon dus ook geen rechtsgeldig getuigenis afleggen.” De Amerikanen leggen bij de eedaflegging hun hand op de bijbel, de Grieken en Romeinen grepen daarbij naar hun balzak. Als er nooit een bijbel zou geschreven zijn, zouden die Amerikanen echt wel een gek figuur slaan, in al die rechtbankspektakels waarmee ze onze Westerse beschaving overspoelen.

Ik wil graag nog eens terugkomen op de x. Er is al veel over geschreven, onder andere in de commentaren bij een stukje van mij over ‘seks’ en ‘sex’. Van Edgar Allan Poe, lazen we, is er het verhaal ‘X-ing a Paragrab.’ Destijds, in het pre-computertijdperk, werden teksten (of texten) doorgehaald met een x. Ik heb nog talloze kladversies van gedichten liggen, die krioelen van de x-en. Nee, tip-exx bestond toen ook nog niet. En je kunt de X – liefst de hoofdletter, dat gaat sneller en is duidelijker - tevens als kruis gebruiken om op je kalender de dagen te doorkruisen. Zo lees ik in ‘A Wild Sheep Chase’ van Haruki Murakami het volgende:
So it went: I passed through the month the way people X out days on a calendar, one after the other.”Zelf kruis ik dagen nooit uit met een X of met wat dan ook. Mijn kalenders zijn te mooi en ik vind het bovendien erg als er weer een dag voorbij is. Vandaag moet eigenlijk nog beginnen en is in zekere zin alweer voorbij.


Afbeelding: Paul Valéry.

22-05-07

SUNDAY MORNING COMING DOWN


Ik weet dat Kris Kristofferson niet erg geliefd is in deze contreien, maar telkens als ik zijn Sunday Morning Coming Down hoor, krijg ik een krop in mijn keel. Hetzelfde heb ik trouwens met zijn Me And Bobbie McGee. Een paar maanden geleden trad Kristofferson op in de AB, maar ik was toen in Portugal. Ik heb niets over het concert gehoord of gelezen. Als iemand er meer over weet, neem gerust contact met me op. Ik heb een e-mailadres.

Well I woke up Sunday morning,
With no way to hold my head that didn't hurt.
And the beer I had for breakfast wasn't bad,
So I had one more for dessert.
Then I fumbled through my closet for my clothes,
And found my cleanest dirty shirt.
An' I shaved my face and combed my hair,
An' stumbled down the stairs to meet the day.

I'd smoked my brain the night before,
On cigarettes and songs I'd been pickin'.
But I lit my first and watched a small kid,
Cussin' at a can that he was kicking.
Then I crossed the empty street,
'n caught the Sunday smell of someone fryin' chicken.
And it took me back to somethin',
That I'd lost somehow, somewhere along the way.

On the Sunday morning sidewalk,
Wishing, Lord, that I was stoned.
'Cos there's something in a Sunday,
Makes a body feel alone.
And there's nothin' short of dyin',
Half as lonesome as the sound,
On the sleepin' city sidewalks:
Sunday mornin' comin' down.

In the park I saw a daddy,
With a laughin' little girl who he was swingin'.
And I stopped beside a Sunday school,
And listened to the song they were singin'.
Then I headed back for home,
And somewhere far away a lonely bell was ringin'.
And it echoed through the canyons,
Like the disappearing dreams of yesterday.

On the Sunday morning sidewalk,
Wishing, Lord, that I was stoned.
'Cos there's something in a Sunday,
Makes a body feel alone.
And there's nothin' short of dyin',
Half as lonesome as the sound,
On the sleepin' city sidewalks:
Sunday mornin' comin' down.

21-05-07

OM 4 UUR 'S MORGENS


Opgedragen aan Cesare Pavese

Miezerige regen van vier uur ’s morgens dringt door je demi-saison. Er ontsnapt damp aan je mond, een teken van je eenzaamheid, dat als een vreemd verschijnsel, het spoor van een vergeten offer, ten hemel stijgt. Het zou iets moois kunnen zijn, maar je hebt er geen aandacht voor, je voelt alleen maar de pijn van onuitgesproken woorden, ergens achter in je keel.

Je hebt uren over de kermis gelopen tussen luidruchtige mannen en vrouwen, die dikke beren en roze olifanten torsten. Je voelde je niet misplaatst in het gedreun van rock ‘n’ rol en de melancholie van de neonverlichting. Niets is wat het lijkt op de kermis en niets lijkt er op jou. Je voelt je door niemand aangesproken en je bent tot niets verplicht. Je loopt gewoon door, je laat je meedrijven door de stroom, je netvlies ontvankelijk voor purperen spreuken, voor gifgroen opflitsende mascarons. Veelkleurig grijnzen, denk je, dat zou je moeten kunnen. Niet alleen frieten met mayonaise eten, maar ook veelkleurig grijnzen.  

Later, in de miezerige regen van vier uur ’s morgens, zou je moeten kunnen zeggen: “Het is allemaal goed”. Terwijl de regen uit de hemel je dorre lippen vruchtbaar maakt. Terwijl de woorden zich al beginnen los te maken, duiven, nog in de omgeving van Barcelona, maar al op weg naar huis.

biljarten




Foto: Martin Pulaski

20-05-07

HAMLET


Hij twijfelt bij een spoorweg,
neemt dan naast Ophelia plaats,
tweede mooiste in de trein,
de andere heeft geen naam.

"Zij die reeds getrouwd zijn
mogen allen blijven leven,
op één na", zegt de begeleider.
Ophelia's donkere ogen.

Zij lijkt op te willen gaan in zuchten.
"Voor mij moet niemand sterven.
Zelfs niet mijn oude vijand die
in zijn bunker met de blinde dames bidt."

"'s Winters als ik de feesten
van de tweedracht vier warm ik
zijn vlees in brandewijn.
Tot Palmzondag rijd ik met deze trein."

De andere loopt in rood satijn rond
in zijn eigen droom, haar borsten
koud als koper, haar blik van hem
afgewend. Zijn oogwit bloeddoorlopen.

19-05-07

VERVELING, VERMOEIDHEID EN LEEGTE

Ik verveel me. De leegte is overal om me heen. Het lukt me niet om eraan te ontsnappen. In weerwil van mijn afkeer van de man die zich Lux laat noemen - waarschijnlijk omdat hij zich altijd met de zeep van de filmsterren wast -, heb ik gisteravond uit pure verveling toch naar Luc Tuymans gekeken. Ik heb me ontiegelijk geërgerd aan het programma, of wat dacht je. Lux vindt zichzelf zo belangrijk dat hij zijn gasten niet een keer laat uitspreken. Mensen niet laten uitspreken is het toppunt van grofheid. In een van zijn laatste interviews heeft Jacques Derrida nog op die kwalijke eigenschap van de televisie (en van de media in het algemeen) gewezen. Er mag niet geaarzeld, niet getwijfeld, niet nagedacht worden op televisie. Dat is slecht voor de kijkcijfers. En gisteravond was dat ongetwijfeld slecht voor het imago van Lux. Ik had medelijden met Luc Tuymans, ook al is hij rijk en beroemd. Voor dat verdomde programma met de grote Belgische schilder als gast (terwijl de zeepman maar niet genoeg kon krijgen van de woorden ‘Vlaams’ en ‘Vlaanderen’) had ik al naar iets over de Azteken gekeken, “de grootste beschaving aller tijden”. Ik had gelezen dat het een programma van DBC Pierre was, wiens boek Vernon God Little ik graag heb gelezen. Maar wat een shitprogramma was dat, over die Azteken! Van het begin tot het einde kitschbeelden, van een onheilspellende lelijkheid, en wat verteld werd zouden zelfs onnozele kinderen niet geloven. Het is dan nog heel goed mogelijk dat er helemaal geen onnozele kinderen meer bestaan. Toch ben ik als een ervaren couch potato in mijn sofa blijven zitten. Meestal schiet ik bij zulke rotzooi mijn televisietoestel aan flarden, maar daar had ik gisteravond de energie niet meer voor. Ik vind het jammer dat ik het moet zeggen, maar de grote DBC Pierre had de uitstraling van een ezelsoor in mijn exemplaar van Don Quichot (het is een oude uitgave). En ik die dacht dat hij zulke grote avonturier was…

oblomov,gontsjarov,leegte,verveling,wat te doen,boeken,luc janssen,luc tuymans,schrijvers,dbc pierre

Ik verveel me. De leegte dreigt me op te slokken. Ik heb nergens zin in. Stapels boeken liggen op me te wachten. Op mijn ogen, op geknetter in mijn hersens. Het treurig beroep van schrijver, van Gérard de Nerval; Down and Dirty Pictures van Peter Biskind; Vorst van Thomas Bernhard, A Wild Sheep Chase van Haruki Murakami; Hard Boiled Wonderland en het einde van de wereld, van dezelfde schrijver; De Oude Geschiedenis van de Joden, van Flavius Josephus; Middlemarch van George Eliot; On Beauty van Zadie Smith; The Grapes Of Wrath van John Steinbeck. En Oblomov van Ivan Gontsjarov heb ik ook nog altijd niet gelezen. Ja, ik verveel me, en ik heb zin om heel veel bourbon whiskey te drinken, maar daar kan ik niet meer tegen. What to do, yeah, I really don’t know what to do. Ik zal nog maar eens door raam gaan kijken, naar de zonovergoten bomen in onze straat.

18-05-07

JIMI HENDRIX IN DIABET


essaouira straathoek

In Essaouira in het restaurant van de schelpen, aan de vissershaven, bestelde ik Tajine van Daurade, maar ik kreeg gewoon een gebakken Daurade, die - dat geef ik toe - ook uitstekend smaakte. Daarna ging ik met Laura nog maar eens een keer op zoek naar de regenboogbrug van Jimi Hendrix en naar zijn 'Castle made of sand'. Ik weet wel dat de echte Rainbow Bridge in Maui, een eiland nabij Hawaï, is gesitueerd, maar voor mij zal ze altijd de ingestorte brug naar het dorp Diabet zijn. Het 'Castle made of sand' ligt voor de kust van Diabet. Ik weet nog steeds niet wat het precies is: een rots, of iets wat door mensen in geconstrueerd. Het lijkt toch wel kantelen te hebben. Diabet zelf is een mythisch dorp, dat we ook tijdens onze derde reis naar Marokko en Essaouira niet hebben bereikt. Toch zijn we er nooit dichter bij geweest dan toen. We hadden zelfs plannen gemaakt om er de volgende dag met de fiets naartoe te rijden. Maar iets onnoembaars heeft ons daar doen van afzien. We wisten bovendien dat er in Diabet helemaal niets te zien, dat er niets te beleven valt. Volgens de Guide du Routard heeft Jimi Hendrix er vijf jaar gewoond. Mijn vriend en reisgenoot Jean vertelde me dat de gitarist er – volgens zijn Engelse reisgidsen - helemaal niet heeft gewoond, dat hij er wellicht een keer heeft overnacht in een vervallen huis. Dat zal wel dichter bij de waarheid zijn. In de Guide du Routard wordt ongelooflijk veel onzin verteld.


Foto: Martin Pualski, Straathoek in Essaouira.

 

17-05-07

SEKS, SUCCES EN STRAF


 emmanuelle béart

Wil een mens succes tegen elke prijs? Ik zou een stukje kunnen schrijven, helemaal naakt op mijn stoel gezeten, over erotiek, want dat lezen Vlamingen graag. Seks en erotiek, daar verveel je niemand mee. Het stukje zou zeker niet over Francesca Vanthielen gaan, want daar heb ik echt niets over te zeggen. Ik weet nauwelijks wie ze is. Ik geloof dat Francesca op televisie komt en af en toe in een Vlaamse film meespeelt, die meestal flopt, en zeker niet op filmfestivals wordt vertoond. Ze staat vaak in Humo afgebeeld, en soms wordt ze geïnterviewd, om de tien maanden ongeveer. Bij Humo kennen ze tien mensen, BV’s noemen ze die wezens, en die worden om beurten ondervraagd over hun seksleven. Vijf mensen uit de sportwereld, vier uit de showbusiness, en één kunstjesmaker, speciaal uigekozen om aan de behoeften van de ascetische elite tegemoet te komen. Francesca is één van die tien, vandaar dat ik weet dat ze om de tien maanden aan de beurt is. Dat was tot voor kort toch de gang van zaken, maar ik ben de draad een beetje kwijt, omdat de VRT met het genie Lux op de proppen is gekomen. Dat is echt een man die alles weet. Hij heeft de oogopslag van het genie, dat zie je meteen. En hij interviewt alleen maar kunstjesmakers. Ik geloof dat Humo nu met de handen in het haar zit, als Humo tenminste niet kaal is. Maar dat zijn zorgen voor later

Veel Vlamingen hebben de gewoonte ‘seks’ foutievelijk als ‘sex’ te spellen. Is het uit onwetenheid, domheid, of vinden ze dat een x er geiler uitziet dan een k of een s? Zelf vind ik de s een mooie letter, een hele mooie, meanderende letter; ze heeft de vorm van een kronkelende slang – en de slang is een metafoor voor zowel de vrouw als het mannelijk geslachtsorgaan, de penis dus. Wat ik van de k moet denken weet ik niet goed. Je hebt alvast kunst met een grote en een kleine k. En er is de k van het vrouwelijk geslachtsorgaan, daar valt veel over te zeggen en te denken. Maar, zoals ik al zei, ik weet niet goed wat. Kut met peren, zei mijn grootvader zaliger altijd, maar de man was een waardeloos sujet. Hem laat ik hier om die reden buiten beschouwing, anders zou het de hele tijd over kut gaan, en dat wil ik niet, toch?

Als ik naakt op mijn stoel zou zitten en ik zou de gordijnen open laten zouden voorbijgangers opmerken: kijk, die zit daar bloot op zijn stoel. Zij zouden het woord ‘naakt’ niet gebruiken, denk ik. Is ‘bloot’ een lekkerder woord dan ‘naakt’? Weer komt de k om de hoek loeren, die k van kut met peren. Of zijn de voorbijgangers allergisch voor de a van Afrodite?  Dat denk ik niet. Voor alle zekerheid zal ik het eens aan Laura moeten vragen. De k, zo denk ik nu opeens, kan het ook niet zijn, want de Vlamingen gebruiken bijzonder graag de woorden kont en flikker. Kijk, hij zit daar in zijn blote flikker op die stoel, hoor ik ze al zeggen. Nee, ik weet echt niet op wat die voorkeuren voor bepaalde woorden zijn gebaseerd. Je ziet het, van kabbala heb ik in tegenstelling tot Madonna geen kaas gegeten.

Het stukje zou evenmin over Els Tibau gaan. Ik weet zelfs niet wat die naam hier komt doen. Ik ken helemaal geen Els Tibau. Waarschijnlijk heb ik hem onbewust geregistreerd toen ik in een krantenwinkel stond om er Uncut, Mojo en Magazine Littéraire te kopen. Het woord ‘girlwatch’ is terwijl ik daar aan de kassa stond waarschijnlijk samen met Els Tibau mijn onbewuste binnengeslopen. In ieder geval laat ‘girlwatch’ me niet meer met rust. Ik heb er de voorbije nacht zelfs van gedroomd. Ik was een kleine jongen op school en was stout geweest. Als straf moest ik duizend keer dat woord ‘girlwatch’ schrijven. Ik vond het geen erge straf, want elke keer als ik het woord noteerde zag ik Brigitte Bardot in bikini voor me. Bij het ontwaken vond ik het erg dat het Brigitte Bardot was geweest en niet Emmanuelle Béart of zo. (Maar Emmanulle Béart zou ongetwijfeld geen bikini aan hebben gehad. Er bestaat geen mooier bloot dan dat van deze actrice in de vier uur durende film La belle noiseuse van Jacques Rivette.) Een Front National-madame als de rimpelige BB is niet mijn cup of tea. Maar zo gaat dat met het onbewuste en met straf schrijven. Je kiest je eigen straf niet uit.
seks,sex,erotiek,letters,bloot,naakt,francesca vanthielen,els tibau,emmanuelle beart

Weet je wat? Ik denk dat ik helemaal geen stukje zou schrijven om succes te krijgen. Het zou te zeer als straf aanvoelen. En het leven zelf is al voldoende straf, in alle betekenissen van het woord.

15-05-07

HOPE SANDOVAL, EEN OBSESSIE

hope sandoval,fade into you,mazzy star,schoonheid,among my swan,muziek,pop,popcultuur,live,concert

Mijn liefde voor Mazzy Star en Hope Sandoval is obsessief. Ik luister bijna elke dag naar deze hypnotiserende muziek. De stem van Hope Sandoval en de gitaar van David Roback versmelten in elkaar als geliefden, als woorden in een door bloesems of meer artificiële middelen bedwelmde conversatie. Fade Into You uit So Tonight That I Might See is een van hun allermooiste samenwerkingen. Na de cd Among My Swan, met zoals altijd een bevreemdende titel, ging Sandoval haar eigen weg met the Warm Inventions, maar dat lijkt alweer een eeuwigheid geleden en sindsdien lijkt de zangeres van de aardbodem te zijn verdwenen. Ik heb haar twee keer zien optreden, een keer met Mazzy Star, een keer met the Warm Inventions, telkens in het donker. Het enige wat je met veel moeite kon zien waren de contouren van haar lippen terwijl ze bezig waren de allerzachtste woorden te vormen. Het was geen afwezigheid van licht, maar het waren donkerblauwe spots die haar bijna onzichtbaar maakten. Alsof zij niet in deze wereld wilde zijn, er zelfs niet wilde ademhalen, terwijl ze zich in zekere zin toch volkomen aan ons, toeschouwers, bewonderaars, gaf. In donkerblauw licht, op de tast.

GELD MAAKT ONS KAPOT


treasure_of_the_sierra_madre

Ik kijk door het raam naar het sombere zinken dak. Erboven een stukje blauw en een grote wolk. Ik neem een afwachtende houding aan. Aan het raam, het dak, het stukje blauw en de hemel heb ik niets. Er komen geen associaties – en die wil ik ook niet. Ik zit niet bij mijn pyschoanalyst, daar zit ik al jaren niet meer. Ik ben op mijn werk, maar ik zou elders willen zijn. Het is vier uur en ik ben het werk beu. Als je werkt voor het geld heb je niets aan je leven. Het is een vloek dat wij geld nodig hebben om te leven, dat wij vervelend werk moeten doen om aan geld te komen. Geld maakt ons kapot; als we het niet hebben omdat we er willen hebben (en omdat we dan honger en dorst lijden), als we het wel hebben omdat we bang zijn om het te verliezen en er geen meer te hebben (en honger en dorst te krijgen). In het lied Something In the Night zingt Bruce Springsteen:

You're born with nothing and better off that way
As soon as you got something they send
Someone to try and take it away.

En in de meesterlijke film The Treasure Of the Sierra Madre van John Huston zie je hoe Humphrey Bogart verandert van een avonturier met een menselijk gezicht in een paranoïde smeerlap, zodra hij wat goud heeft vergaard. Op het einde van de film is Bogart dood en is het met zoveel moeite ontgonnen goud met de wind naar het Noorden weggewaaid, naar waar het vandaan kwam. Voor de oude goudzoeker, gespeeld door Walter Huston, vader van John Huston, is dit een immense, kosmische grap. Zijn lach werkt aanstekelijk – heel terecht won Walter Huston een Oscar - maar ik blijf er toch stil bij want ik had dat goud ook wel graag gewild. Ik speel niet op de Lotto, omdat ik niet geloof dat ik kan winnen, maar Laura speelt wel en samen met haar hoop ik dat ze ooit eens zal winnen. Een mens zit eigenaardig in mekaar.

14-05-07

JUNKIES EN HET VERLOREN PARADIJS


madredeus

Vroeger hield ik me veel op nabij rivieren en vooral op de groene oevers van de Zuid-Willemsvaart. Ik hield van de bedwelmende, mysterieuze geur die daar hing, alsof daar de echte wereld begon, ver weg van leugens en volwassenenmaskerades. Ook nu ga ik nog wel eens fietsen aan het kanaal naar Charleroi, van Anderlecht tot Halle, verder geraken mijn stramme spieren niet meer. De geur die daar hangt is er een van chemische producten en rottende matrassen, het einde van de echte wereld, het einde van ongeveer alles. Hier en daar staat nog wel een boom en groeit wat gras; er zitten vissers giftige vis te vangen, op het vuile kanaalwater varen roeiers in hun rode en gele kano’s. Op het voordek van een aak ligt een vrouw topless te zonnebaden in de gevaarlijke zon. Ik spoed me terug naar huis, waar ik wat ik zag zo snel mogelijk probeer te vergeten. Ik blader wat in een boek over François Truffaut, drink een glas Chardonnay, leg wat muziek op. Maar niets schijnt te helpen, de onrust blijft, ik word er moe van en doe een dutje op de sofa. In Nederland wordt het woord ‘bank’ gebruikt, maar dat is voor mij iets wat in een park staat, van hard hout gemaakt. Er zijn nog andere banken maar daar wil ik het nu zeker niet over hebben. Ik lig op de sofa, terwijl de muziek van Madredeus de kamer vult. O Paraiso, altijd hetzelfde ritueel. Vlucht naar het paradijs van de muziek en de slaap, broer van de dood.

 Later zit ik bij de televisie en bekijk achtereenvolgens Clean van Olivier Assayas en Drugstore Cowboy van Gus Van Sant, twee uitstekende no-bullshit films over druggebruikers. Clean heeft een open einde, je weet niet wat er met Maggie Cheung zal gebeuren. Op het einde opent ze een deur en kijkt uit over de magistrale baai van San Francisco; op de soundtrack hoor je haar zingen, begeleid door de narcotische gitaarsound van David Roback. In Clean heb je personages die beweren dat mensen niet veranderen. Dat zijn degenen die niemand een kans geven. Je hebt tevens degenen die van mening zijn dat mensen wel (kunnen) veranderen. Zij geven je een kans. En nog een kans. Ik denk dat zowel Olivier Assayas als Gus van Sant tot die tweede categorie behoren. In Drugstore Cowboy wordt het gebruik van drugs niet verheerlijkt, maar ook niet veroordeeld. William Burroughs speelt erin mee, dat zegt al genoeg. De junkies in Drugstore Cowboy zijn mooie jonge mensen. Sommigen worden blauw en sterven een gruwelijke dood. Het hoofdpersonage stopt met het gevaarlijk leven, vindt een job als arbeider en geeft zijn drugs aan Burroughs. Dan wordt hij in zijn miezerig kamertje in Portland, Oregon – op dit ogenblik de hipste stad van de VS - neergeschoten door nog jongere kerels, speedfreaks met maskers op. Ook hier een open einde. Je hoopt dat de voormalige junkie (Matt Dillon) zal overleven, maar dat weet je niet. Je zou hem zo graag een nieuw leven zien opbouwen. Je zou zelf zo graag een nieuw leven opbouwen. Maar om nu nog naar Portland te verhuizen is het te laat. Naar Halle misschien?

 Foto: Madredeus.