29-04-07

ECLIPS


Ik herinner me nu de eclips van 1999. Die vond plaats op een woensdag in augustus. In mijn straat en in de straten in de buurt was het opvallend stil. Het was een rust die tot de verbeelding sprak, helemaal anders dan de zondagsrust. Wolken, waardoorheen heldere zon, om halfelf, op weg naar het Bracops ziekenhuis, hier vlakbij. Ik moest bij de tandarts zijn. Ook daar hing een andere sfeer dan op andere dagen; het was er vooral ongedwongen. Ik kwam zelfs een kwartier vroeger dan voorzien aan de beurt.

Ik was pas om negen uur uit bed gestapt, nogal in de war. Na het ontbijt raakte ik nog meer in de war doordat een van de luidsprekers van een nieuwe micro stereoketen het al niet meer deed en ik kon hem niet hersteld krijgen. Terwijl ik met de kabeltjes van de aansluiting bezig was rinkelde de telefoon. Het was mijn moeder. Ik vroeg me af hoe zij wist dat ik thuis was. Ach, wellicht wist ze niet eens meer dat ik in normale omstandigheden nu op mijn werk zou zijn geweest. Zou ze me vaak hier thuis bellen als ik op mijn werk ben, vroeg ik me af. Aan mijn moeder zelf kon ik het niet meer vragen, ze herinnerde zich niet eens wat ze een minuut eerder gedaan had.
Het moment nadert, zei ze, het is bijna zover.
Welk moment, vroeg ik, hoewel ik dacht te begrijpen dat ze het over de eclips had.
Ja, welk moment was dat nu weer, ging ze verder.
Van dat atoom of zo, voegde ze er aarzelend aan toe.
Ja, de zonne-eclips, bevestigde ik.
In mijn woorden klonk het heel wat banaler dan in de hare. Bij mijn moeder leek het over de Apocalyps te gaan.

Op weg naar het Bracops ziekenhuis, in de hierboven al beschreven serene sfeer, zag ik vier witte figuren een in goud gehuld lichaam dragen. Iemand die pijn heeft, een stervende mens misschien, maar heel even zag wat ik zag eruit als een zinnenbeeld van verheven schoonheid.

Later op weg naar het Poelaertplein om daar de 99%-eclips te gaan bekijken, ontwaarde ik, terwijl ik door de regen liep, boven de Regentschapsstraat een engel in dezelfde gouden kleur. Je zou kunnen opwerpen dat het gewoon maar een bespottelijke schepping was van een of andere kitschartiest, maar ook nu weer was het de echte engel die ik zag, in het stralende licht dat door de donkere wolken priemde. De ene kant van de stad was helemaal zwart, de andere kant helder, met een blauwe hemel erboven. Het was enige minuten over twaalf.

Een half uur eerder had ik op de Anspachlaan vrouwen zien lopen die zich van niets bijzonders bewust leken te zijn. Ze waren niet opgewonden, haastten zich nergens heen. Het was voor hen een dag als een ander. Voor de meesten was dat echter niet het geval. Ze voelden een leegte in zichzelf en hoopten in Virton of op een andere plek waar de duisternis die dag zich zou voltrekken getuige te zijn van een wonder, opdat er in hen toch weer iets zou gaan zinderen. Een vonkje moest toch ergens te vinden zijn, iets wat hen zou verbinden met de anderen en met de wereld. Althans, dat schenen ze te denken of op zijn minst te vermoeden. De zon moest hen aan elkaar en aan het geheel vastlassen, al was het maar een heel klein beetje. Vandaar die lasbrillen wellicht. Ja, sommigen maakten gebruik van echte lasbrillen om de zonne-eclips te bekijken.
Ik was blij dat ik ook dat verlangen in mijn voelde bruisen. Dat ik wat dat betreft niet anders dan de anderen was. Dat ik die leegte ook met iets onbekends en ongelofelijks wilde vullen.

Het mooiste moment van het natuurverschijnsel vond ik om kwart over elf ongeveer, toen de maan voor de zon kwam, een klein stukje nog maar, ik was toen beneden in mijn straat, twee oude mensen liepen me voorbij, ik zette mijn brilletje op om even te kijken, zette het weer af, en zag de vrouw vriendelijk glimlachen. Hoewel ze zelf niet echt veel belangstelling leken te hebben vonden ze het toch niet bespottelijk wat ik deed. Op dat moment kwam tram 56 aangereden en ik moest een heel stuk teruglopen. Want ik had me bedacht, beter de tram nemen, boven de grond, zodat ik getuige kon zijn van het fenomeen, ook al was er weinig te zien, dan de metro, onder de grond, waar ik vast het gevoel zou hebben iets unieks te missen. En natuurlijk was het op een bepaalde manier een bijzondere rit. Er was bijna geen verkeer, er zaten weinig mensen in de tram. Een vader met zijn vrouw en hun drie kinderen. Opgewonden kinderen, ze maakten opmerkingen over alle gewone dingen die ze zagen en die voor hen blijkbaar heel ongewoon waren.

Op het Poelaertplein, in de schaduw van het Justitiepaleis, was er een man met een hond. Dat geblaf klonk ook weer helemaal anders dan op doordeweekse dagen. Het was een geblaf dat ik kon verdragen, een geblaf waarin verwondering, verbazing doorklonk. Op het Poelaertplein voelde ik mij niet eenzaam, maar ik was toch alleen. Door mijn brilletje zag ik lange tijd niets. Er waren te veel donkere wolken. Een jonge man naast me vroeg me of ik iets zag. Nee, zei ik, ik zie niets. Rien du tout?, vroeg hij. Non, rien du tout, zei ik. Waarschijnlijk vroeg hij zich net als ik af of zijn brilletje wel deugde. Je hoefde echter maar om je heen te kijken om vast te stellen dat niemand iets kon zien. Met het blote oog natuurlijk wel. Maar dan kon je slechts een seconde kijken (waar ik veel later nog altijd pijn van aan de ogen had). Het werd wat donkerder, maar echte duisternis was het niet.
Na een paar minuten was iedereen tevreden: eindelijk konden we onze brilletjes gebruiken en zagen we het stukje zon achter de maan uitsteken. Dat stelde echter niet veel voor. Alles was zwart en daarin een geel sikkeltje, meer niet. De hele sfeer die eraan vooraf ging, dat was voor mij ‘de eclips’, hoe de mensen zich gedroegen, het feit dat ze de steden verlieten, dat ze ergens in velden gingen zitten wachten op Iets.

Om twintig voor één ben ik met tegenzin weggegaan. Af en toe ben ik blijven staan om toch nog een blik te werpen op het natuurfenomeen. Intussen waren de wolken weggetrokken en nu kon ik mijn brilletje naar hartenlust gebruiken. Maar ik durfde niet lang kijken. Stel je voor dat het ding toch niet voldoende bescherming bood. Even later stapte ik de kerk van Onze-Lieve-Vrouw-Ter-Zavel binnen. Na de eclips was dat een beetje een anti-climax, vooral omdat ik er een week eerder ook al was binnengegaan en toen was de kerk overspoeld geweest door licht. Hoe dan ook nam ik me voor er vaker een bezoek te brengen, maar zeker niet om er te gaan bidden voor de god van Clothilde – en van Clovis, herinnerde ik me nog, terwijl ik de geschiedenisleraar weer voor me zag staan, met zijn perkamenten vingers naar het bord wijzend.

Die avond ging ik met pijn aan de ogen en hoofdpijn naar bed. Maar ik was gelukkig. Ik had iets bijzonders meegemaakt. Ik was een deel van de wereld geweest.

Commentaren

Een zalig verhaal Martin, ik herinner me die dag ook nog.
Groetjes !

Gepost door: Parelmoer | 29-04-07

Reageren op dit commentaar

ECLIPS IN AFRICA gedenkwaardige dag. Op de hei heb ik foto's staan maken, mét speciale filter voor de cameralens. Een wandelende vond zijn weg omhoog op het statief. Mijn eclipsbrilletje is dat jaar naar een Afrikaans Land verhuisd, alwaar het samen met andere exemplaren aan kinderen werd uitgedeeld. Toen bij hen later in 2000 een volledige zonsverduistering optrad, was van de brilletjes geen snipper meer over. Het werd donker op het land en de mensen gingen naar binnen. De dag leek voorbij. De nacht was zeer kort en toen het terug licht werd werd het leven hervat. De domme blanken die niet waren gaan slapen hadden zich staan vergapen aan de onverwacht korte nacht met de verdwenen zon. Het eclipsverhaal op een andere manier bekeken.
Dank voor je mooie verhaal, hier lezen is genieten.

Gepost door: sodade | 29-04-07

Reageren op dit commentaar

het betrof een wandelende tak... ter volledigheid en verduidelijking.

Gepost door: sodade | 29-04-07

Reageren op dit commentaar

Bedankt voor de mooie reacties, sodade en parelmoer. Jullie hebben trouwens mooie namen of pseudoniemen.

Gepost door: martin pulaski | 30-04-07

Reageren op dit commentaar

Dit is heerlijk geschreven, ik heb het dus zeer graag gelezen.

Gepost door: adem | 01-05-07

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.