31-03-07

DEATH LETTER BLUES - SON HOUSE

Een opname van Son House, een bijzonder intense bluesmuzikant, met een zeer expressieve stem. Hij was tevens een begenadigd bottleneckgitaarspeler. Hier voert hij Death Letter Blues uit, een van zijn bekendste opnames. De track is terug te vinden op de cd Son House: The Original Delta Blues. Er staan ook schitterende, geremasterde Son House klassiekers op als John The Revelator, Empire State Express, Preachin' Blues en Grinning In Your Face. Veel kijk- en luisterplezier, ook al is het onderwerp droevig. Met dank aan Lonesome Zorro die me op het idee bracht om deze beelden op hoochiekoochie te zetten. Het werd trouwens de hoogste tijd: ik heb de titel van mijn blog aan een blues van Muddy Waters ontleend, nog zo'n icoon uit de Mississippi delta.

30-03-07

ODE AAN DE GROOTSTAD EN DE RIJPE LEEFTIJD


shaving preparations # 6

Op mijn eigenzinnige wijze baan ik mij een weg door het leven. Ik ben geen vrolijke jongen, dat weet ik. Ongetwijfeld helpt mijn eigenzinnigheid tegen een gebrek aan vrolijkheid, tegen teveel levensernst, tegen een te hoge zuurtegraad, ongetwijfeld helpt mijn eigenzinnigheid me om donkere dagen te doorstaan. (It’s been a blue, blue day, zingt Ian Matthews…) Martine, een bezoekster van deze blog, schrijft “dat het leven inderdaad niet altijd een pretje is, maar dat er veel aan onszelf is gelegen om het zo aangenaam mogelijk te maken.” Ze heeft gelijk. We mogen niet toestaan dat anderen ons het leven zuur maken. Domme of vijandige woorden mogen ons niet van ons stuk brengen. Onze huid moet dik zijn, figuurlijk dan wel. De vraag is wel hoe je zulke dikke huid krijgt, als je geboren bent met een dunne? Het zij zo. We mogen al evenmin berusten in onze zwaarmoedigheid (of er een aangenaam tijdverdrijf van maken). There's more to the picture than meets the eye...

Ik had het in mijn vorige tekst over de onaangename kanten van de grootstad, over de vervreemding, de vervuiling, het feit dat je er vaak onzichtbaar bent. Maar ik wil er toch ook op wijzen dat ik zielsveel van grote steden houd, ook van Brussel. Alleen al bij het horen van stadsnamen als Berlijn, Boedapest, Wenen, Lissabon en New York krijg ik een warm, hunkerend gevoel. Ik zou meteen een hotel en een vlucht willen boeken en mijn koffers pakken. Het moet snel gaan, een vliegtuig vliegt niet snel genoeg! Nu, onverwijld, wil ik over Broadway lopen, langs The Strand, er een half uur of zo wat van die fraai ingebonden Amerikaanse boeken doorbladeren; de geur van de Oranienburgerstrasse opsnuiven, een groot glas Tsjechisch bier drinken in café Oranium; door de straatjes van Alfama slenteren, en er ergens in de schaduw inktvis eten, ik hoor de droeve stem van Mariza al op de achtergrond weerklinken; of op een Weens plein koffie zitten drinken, een glas Grüner Veltliner mag ook.

Zonder de sfeer en de mogelijkheden die een grootstad biedt zou het leven voor mij nog veel minder zin hebben. Dat geldt ook voor Brussel. Als de zon schijnt begeef ik me hier graag tussen de mensen, ook al begroeten ze me niet; ik ga naar toneelvoorstellingen in het Kaaitheater, de KVS of Les Brigittines, naar concerten in het Koninklijk Circus, de AB en de Botanique – en naar de bioscoop (hoewel dat lang geleden is). Ik heb me al vaak afgevraagd tot wanneer ik naar de Botanique en de AB en zo zal gaan. Tot het bittere einde misschien? Maar ik zal als halfkale grijsaard zeker vreemd bekeken worden door de mooie jonge goden. Wat maakt het ook uit: daar zal ik niet wakker van liggen.
In Brussel zijn talloos veel winkels waar je tweedehands boeken of platen kunt kopen. Gisteren heb ik in de Fnac een prachtig boek over Paula Rego aangeschaft. Eergisteren voor een prikje bij de Slegte een zeer mooie uitgave van George Eliots Middlemarch, een kanjer van een boek, moeilijk om in bed te lezen, dat wel.

Van leeftijd gesproken. Gisteravond in de metro naar huis ben ik beledigd en gecharmeerd tegelijk: een jonge vrouw vroeg me of ik niet op haar plaats wilde zitten. Ik schrok even, maar heb toch bijna meteen ja gezegd, dan kon ik verder lezen in Restless, van William Boyd, dat nogal meeslepend is. Ik ging ervan uit dat het lieve en aantrekkelijke meisje aan de volgende halte zou uitstappen en vond haar vraag getuigen van charme en hoffelijkheid, twee eigenschappen die ik erg mis in deze stad. Ze bleef echter zeker nog een tiental minuten (zeven haltes) staan. Nu is het bewijs geleverd dat ik echt een oude man ben. Ik zal dan toch wel duidelijk zichtbare rimpels hebben (die ik in de spiegel niet zie) ofwel zie ik er heel ziekelijk uit, dat is ook mogelijk. Als ik die man mijn plaats niet afsta valt hij zodadelijk over mij heen, heeft ze misschien gedacht. Wie zal het zeggen… Ik heb niet haar naar haar beweegredenen gevraagd.

Foto: Martin Pulaski, Zelfportret.

28-03-07

BESTAAN OF NIET BESTAAN


Ik woon sinds 1991 in Brussel, in de deelgemeente Anderlecht. Ik spreek meestal van Brussel omdat ik tegen de artificiële indeling in baronieën ben. Negentien burgemeesters en honderden schepenen zijn nergens voor nodig. Aan de negentien verschillende reglementeringen op allerlei vlak heb ik al helemaal een broertje dood. Maar wat ik eigenlijk wilde zeggen: ondanks het feit dat ik hier al zo lang woon ben ik nog altijd een vreemde – of zal ik schrijven ‘een vreemdeling’, daarbij verwijzend naar het lang geleden ophef makende boek van Albert Camus.

Ik verbleef onlangs anderhalve week in Lissabon en daar werd ik in sommige restaurants en cafés na één of twee bezoeken al begroet alsof ik een goede klant was. In een muziekwinkel in Coimbra knoopte de zaakvoerder met mij een gesprek aan over de stand van zaken in de muziekbusiness. Hij beweerde dat de meeste Portugezen slecht opgevoed zijn en weinig van muziek kennen. Als ik hem zijn zin had laten doen was hij nu nog altijd met me aan het praten. Ik weet niet of de Portugezen slecht opgevoed zijn. De treinen in Portugal rijden in ieder geval op tijd en worden zelfs schoongemaakt. De meeste gevels zijn netjes geverfd. De mensen zijn vriendelijk en vaak ook hoffelijk. In stations word je duidelijke informatie gegeven. De echte onbeschofteriken werken volgens mij allemaal in toeristische informatiecentra. Daar ben ik niet bepaald over te spreken. De Portugezen zullen een hekel hebben aan toeristen omdat velen er op aangewezen zijn voor hun levensonderhoud. Is dit een vreemde gevolgtrekking? Ja, ik weet het, ik zit niet logisch in elkaar. Ik spring ook graag van de hak op de tak. Maar toch kom ik altijd weer met mijn voeten op de grond.

In Brussel word ik nooit begroet in winkels, cafés of restaurants, zelfs niet als ik er al fortuinen heb uitgegeven zoals in de Fnac. Ik durf er niet over nadenken hoeveel franken en euro’s ik daar al naartoe heb gebracht, in ruil voor kortstondige eeuwigheid. Met dat bedrag had ik een huis kunnen laten bouwen en een bosje aanleggen. Misschien geen villa maar toch ook geen fermette.

In onze straat wordt evenmin gepraat of geglimlacht. Niemand neemt zijn hoed af of geeft een tikje tegen de rand ervan. Als men je passeert kijkt men een andere richting uit, of richt de blik naar de grond. Op die grond liggen nochtans vaak hondendrollen. Zou het daardoor zijn dat wij op straat niet worden begroet? Uit schrik om in zo’n drol te trappen? John Donne schreef dat niemand een eiland is. Ik zou willen dat het waar was en dat de wereld, zoals ook vaak wordt beweerd, een dorp is. Ik zou graag veel mensen groeten en zelf ook begroet worden zoals dat in de dorpen gebeurt (of gebeurde, want ik ben al lang niet meer in Belgische dorpen geweest). Ik zou willen gezien worden, zodat ik opnieuw, zoals in mijn kinderjaren, het gevoel krijg dat ik besta. Nu ziet noch hoort iemand mij en dat is juist de pest. Kan dit spoedig veranderen?

VANITAS (MIDDENPANEEL)

paula rego,vanitas,kunst

Dit is het middenpaneel van Paula Rego's triptiek, Vanitas.

PAULA REGO'S VANITAS (LINKERPANEEL)

paula rego,vanitas,kunst

Dit is het linkerpaneel van Paula Rego's triptiek, Vanitas.


27-03-07

DE SCHOONHEID VAN HET VERGANKELIJKE


In Lissabon bezocht ik het prachtige museum van de Armeense verzamelaar Calouste Gulbenkian. Het is een evenwichtig en luchtig gebouw waar de Egyptische, Romeinse, Middeleeuwse en recentere kunst goed tot haar recht komt. Ik zag er mooi werk van Fragonard, Rubens (portret van Helène Fourment), Rembrandt, Gainsborough, Turner, Renoir (een interessant portret van mevrouw Claude Monet), Burne-Jones (hippiemeisjes in de 19de eeuw), Degas, Dirk Bouts en Rogier Van der Weyden.

Er was een tijdelijke tentoonstelling gewijd aan juwelen en uurwerken van Cartier, maar die kon mij minder boeien. Juwelen zien er vaak zo kitscherig uit, of komt dat door de rijke apen die ze dragen, mensen als de hertog en hertogin van Windsor? Ik had wel graag zo’n diamanten tiara meegenomen, maar zou het ding meteen hebben laten verkopen. Met de opbrengst zou ik dan wellicht een werk van Paula Rego hebben gekocht. Aan recent werk van haar was ook een tentoonstelling gewijd. Eigenlijk ging het slechts om één enkele triptiek, maar wel een meesterstuk, Vanitas geheten. Het vanitas-thema heeft kunstenaars al altijd geboeid, en voor mezelf is het een leidmotief. Het leven is vluchtig, de dingen zijn er langer dan wij, vergeet niet dat je moet sterven: the way of all flesh. Je ziet op die vanitas-schilderijen de typische attributen zoals muziekinstrumenten, schedels, uurwerken, dure gewaden en maden. Ook bij Paula Rego (hoewel ik me geen maden kan herinneren), maar zij maakt zicht het thema geheel eigen, je kijkt ernaar, verliest jezelf en je gedachten in het werk, de tijd houdt op te bestaan. Heel even ben je onsterfelijk. Dat is wat ware schoonheid vermag.

 

gulbenkian,museum,cartier,paula rego,lissabon,vanitas,portugal,triptiek,kunst

Paula Rego, Vanitas, rechterluik van de triptiek.

26-03-07

DE BOEKEN IN LOOD VAN ANSELM KIEFER

anselm kiefer,bosnie,geschiedenis,kunstenaar,televisie,boeken


Anselm Kiefer is een van de belangrijkste kunstenaars van deze tijd. Zijn werk opent de ruimte en geeft je tijd om na te denken. Poëzie, mythe en geschiedenis gaan er hand in hand. Kiefer gebruikt weinig kleur, vooral zwart, grijs en wit, en toch denk je achteraf dat je alle mogelijke kleuren hebt gezien. Ogenblikken van geluk, extase, losgerukt van de gruwel van de geschiedenis. Het absurde universum krijgt een zin. Een mens is even belangrijk of onbelangrijk als een ster. Stenen, zonnebloempitten, sperma. Ziggoerats in Irak, het heilige land van de Tigris en de Eufraat. Eigenaardig dat dit land zo'n grote rol speelt bij Kiefer. Toevallig natuurlijk, maar ik leerde zijn werk kennen tijdens de golfoorlog, toen de Westerse bommen voor de eerste keer op Bagdad neervielen. Ik denk nu terug aan mijn gedicht uit 1993, "In loden boeken":

In loden boeken in groot octavo
heb ik uw naam neergeschreven,
al vloekende, al tierende. Geschiedenis
mag weten wie aan het woord is.

U hebt het geslacht opnieuw
aan de tand gevoeld, zonder genade
raak gezaaid, overal in het rond,
waar 's zondags klokken luidden.

Ik zie uw donkere voetsporen
in de sneeuw van een voetbalveld
waar zij geen rust kunnen vinden
nabij de doelen zonder wachters.

U klapt in uw handen voor deze doden.
Uw ploeg scoort voortdurend
tegen Bosniërs met bloed in hun haar.
Ze zijn doodmoe. Ze bukken zich.

Ze woelen het grijze gras om.

Het gedicht was uiteraard geïnspireerd door de schokkende beelden over Bosnië die ik elke dag op televisie zag. Maar de loden boeken kwamen van Kiefer. De tanden van de kunstenaar had ik nog niet gezien toen ik dit gedicht schreef.

anselm kiefer,bosnie,geschiedenis,kunstenaar,televisie,boeken


James Nachey, Bosnia

25-03-07

CARPE DIEM


coimbra philosophy

Ik ben terug uit Portugal, vermoeid maar tevreden. Het lijkt of mijn hoofd nu helemaal leeg is, maar uit ervaring weet ik dat dergelijke schijn bedriegt. Wellicht zijn mijn hersencellen bezig met het verwerken van alle nieuwe informatie en komen de resultaten daarvan spoedig aan de oppervlakte. De thuiskomst, gisterenmiddag, was geen pretje. Een donker, vochtig en koud Brussel. Een leeg, donker, koud en vochtig huis. Onze benedenbuur, de enige buur die we hadden, is verhuisd. Geen spatje warmte van anderen valt ons nog te beurt. In onze kamers was het maar tien graden en het duurde tot deze ochtend eer de temperatuur draaglijk werd. Wat een verschil met Portugal, waar we vorige vrijdag nog bier hadden zitten drinken en inktvis eten op een zonovergoten terras. Maar ik wil niet klagen. De kaartjesknipster in de trein van Zaventem naar Brussel had veel gevoel voor humor. Humor is het licht in de duisternis. Bovendien wil ik me graag houden aan de levensregel die ik in universiteitsstad Coimbra op een muur las en die hierboven staat afgebeeld.

Foto: Martin Pulaski

18-03-07

BRIEF UIT EVORA


Zo ben ik dan in Evora in Alentejo aangekomen. Dank zij mijn rusteloze geest. Lissabon is een parel aan de Atlantische oceaan. Later, als ik weer azerty ter beschikking heb, vertel ik er meer over. Dit is moeilijk typen. In Evora is het zo stil dat ik de echo van mijn eigen voetstappen kan horen weerklinken. Als ik zelfs niet meer dan fluister weerkaatsen de zuilen van de Romeinse tempel van Diana mijn stemgeluid.

Het water smaakt niet als wijn maar de wijn uit Alentejo smaakt heerlijk en zacht als de zon op mijn huid. Ik ben in een romantische bui. Nog niet helemaal heb ik de duisternis van me afgeschud, but I'm getting there. Ik volg mijn voetstappen. Morgen ben ik in Coimbra en misschien tref ik daar mijn goede vriendin Cristina. Ze is net terug in Porto van een verblijf in Amsterdam. Maar ook met alleen Laura aan mijn zijde is het hier aangenaam verblijven. Gisteren bijvoorbeeld was ik in de Kapel van de Beenderen. Schedels een beenderen van vijfduizend doden liggen er hoog opeengestapeld. Monniken hebben er muren en zuilen mee opgetrokken. De beenderen fluisteren ons toe dat ze op ons wachten. Ik neem nog even de tijd en drink een glas wijn op de gezondheid van Fernando Pessoa. Zijn geest dwaalt hier ongedurig rond. Kijk, op dit ogenblik doet hij een paar danspasjes. Ik denk dat hij graag een glaasje wijn met me zou drinken, maar de kloof tussen de levenden en de doden is te groot. Het zijn trouwens kleine schedels daar in die kapel. Dat daar zoveel hersens in kunnen...

Wij hebben het hier bijzonder goed getroffen met het weer. Alle dagen tussen de twintig en de vijfentwintig graden. Het zal wennen zijn in België, waar ik ondanks alles met enig heimwee naar terugverlang, als een zieke hond naar zijn hok. Het meest van al verlang ik terug naar mijn rock & roll en naar mijn vrienden. Maar de tijd vliegt en het leven is vluchtig als een schaduw op een witgeverfd huis. Ik maak me daarover geen zorgen: weldra ben ik weer in de oude vertrouwde kamers. Ik groet jullie allen.

10-03-07

WAAR HET WATER SMAAKT ALS WIJN

portugal,lissabon,woody guthrie,folk,reizen,wijn,verkoudheid,evora,coimbra,aveiro

Over enkele uurtjes vliegen we naar Lissabon. We blijven twee weken in Portugal en bezoeken uiteraard Lissabon, maar ook Evora, Coïmbra en Aveiro. En wie weet wat nog allemaal? Ik ben ziek, maar dat ben ik altijd voor ik op reis vertrek. No big deal. Maar onwillekeurig dacht ik aan het lied van Woody Guthrie, Goin’ Down The Road Feeling Bad:

I'm blowin' down this old dusty road,
I'm a-blowin' down this old dusty road,
I'm a-blowin' down this old dusty road, Lord, Lord,
An' I ain't a-gonna be treated this a-way.

I'm a-goin' where the water taste like wine,
I'm a-goin' where the water taste like wine,
I'm a-goin' where the water taste like wine, Lord,
An' I ain't a-gonna be treated this way.

I'm a-goin' where the dust storms never blow,
I'm a-goin' where them dust storms never blow,
I'm a-goin' where them dust storms never blow, blow, blow,
An' I ain't a-gonna be treated this way.

Woody Guthrie, Goin’ Down The Road Feeling Bad


Het vooruitzicht dat het water als wijn zal smaken is alvast goed. Misschien raak ik zo van mijn verkoudheid af. Ik heb mijn hart en ziel verloren in Portugal. Zal ik ze terug mee naar huis brengen over veertien dagen? We zullen wel zien. Ik moet me eerst nog scheren. Tot over veertien dagen, stekelige egels en zachte slakken. Ik wens jullie allen veel zon en liefde.

09-03-07

MAX STIRNER : IK HEB ME UIT HET NIETS OPGETROKKEN


Max Stirners ‘Der Einzige und sein Eigentum’ moet ik zeker grondig herlezen. Je moet tegen het denken in denken, schrijft hij. Het niets is geen leeg niets, maar je creëert jezelf elk moment opnieuw uit dat niets. Je bouwt jezelf op uit dat niets. Leopold Flam nam vaak de uitspraak in de mond, ‘ik heb mijn zaak op niets gesteld’. Dat begreep ik niet goed. Het is kennelijk een kwestie van formulering. ‘Ik heb me uit het niets opgetrokken’, dat vind ik veel duidelijker. Nu, na het nuttigen van een glaasje Southern Comfort, en met Joy Divsion op de achtergrond, die meteen voorgrond wordt, doet de uitspraak me denken aan Baron von Münchhausen, die zichzelf, zoals iedereen weet, aan zijn eigen vlecht uit een moeras kon trekken. Het niets is voor hem inderdaad geen leeg niets, maar een moeras-niets.

Joy Division, Heart and Soul, onovertroffen uitdrukking van het niet-lege niets. Die jazzy drumrolls, die gitaar zo metalig (New Orders dansmuziek wordt hier al aangekondigd). Als ik dit lied hoor zie ik een beeld van ijs waarin een ziel van vuur brandt. Maar ik dwaal af, ik wilde gewoonweg mezelf een leesopdracht geven – en de lezer van dit stukje een hint. Mission accomplished.

EEUWIGHEID: HÖLDERLIN EN DE GRIEKSE STERREN

ster,poezie,holderlin,griekse filosofen,evolutie,tim buckley,oj simpson,maagdenbron,heraclitus,empedocles,cadiz,westen,antigone

De kleine vlieg ziet het gesukkel van de oude man. De telefoon brengt zijn familie thuis. Tim Buckley en O.J. Simpson ontmoeten elkaar tijdens een dagje uit naar de maagdenbron. Een film is dat, hoe kan het ook anders? 


Hoe je je blind maakt voor de sterren, verrekijker, sterrenkijker nochtans altijd binnen handbereik, of niet soms? Als een vertaler, met verstomming geslagen, ben je vaak, woord voor woord: “duinbranden, purperslakken”… Wat heb je nog te betekenen na al die verdomde Oude Grieken? Zij die zo dicht bij de sterren waren. Heraclitus, Empedocles en hun honderden niet geboekstaafde epigonen.

Hoe je naar het Westen terugkeert. Maria, Sterre der zee! Genadeloos ontvangen daar waar de wilde hoeders waken. Begrijp je hen die hun juwelen laten fonkelen? De jouwe van Spaanse gitaarklanken overvloeiend, of van de echo van stemmen in de donkere en lichte straten van Cadiz. Uit dorre mond stijgt gekrijs op, een Enola Gay zonder de bommen, in elke snik het heimwee naar Hölderlins dagen, als hij aan Antigone dacht en zich in een hoek verschool, met zijn lange nagels, zijn sierlijke ogen die de bliksem hadden aanschouwd.

Toen zij allen nog slakken waren was jij een volleerde egel. Tot schuim bereid, niet meer tot schuimwijn of, zoals in de jaren ‘vijftig, op tafels het monotone ritme meekloppen.

De oude man ziet het gesukkel van de vlieg. Een halve dag nog om je te zalven. Zijn bevende handen. Of hij die somtijds observeert? Een uur nog, een half uur, een stonde, om je geluk te geven: eeuwigheid.

07-03-07

HET HEIMLICH MANEUVER


Gisteravond had ik het met mijn huisdokter over het Heimlich-maneuver. Hij vertelde me dat hij op een keer toen hij alleen thuis was een stukje voedsel in zijn keel had zitten en dreigde te verstikken. Het Heimlich-maneuver op zichzelf toepassen was onmogelijk. In een moment van helder denken heeft hij dan met alle macht zijn buik tegen een kast gedrukt, waardoor hij van de brok bevrijd werd. Anders had ik het niet overleefd, zei mijn huisdokter. Maar we mogen niet doemdenken, voegde hij eraan toe.

Vorige zaterdag in een Antwerps restaurant, na de radio en de witte blues, heb ik het Heimlich-maneuver moeten toepassen. Laura had een brokje vlees in de keel gekregen en kon nog maar moeilijk ademhalen. Onze vriendin Sofia zat ongerust toe te kijken. Kennelijk ben ik toch niet zo goed in zulke maneuvers, want het had geen resultaat.
Op dat ogenblik kwam mijn vriend Snaporaz net het restaurant binnen. Hij zou alleen maar iets komen drinken. Bij het zien van Laura’s toestand stelde hij meteen voor om ons naar het Sint-Vincentius Ziekenhuis te voeren. Op de spoedafdeling werden we bijzonder vriendelijk ontvangen, ook al had niemand van ons een identiteitskaart bij. Wij laten die thuis omdat we in Brussel voortdurend worden bestolen en overvallen. Over dat hele identiteitskaartengedoe heb ik vorig jaar al voldoende geklaagd.
Er moest wel een dokter worden opgebeld, die helemaal uit Hove moest komen voor dat stukje vlees. Laura kreeg gelukkig nog geen blauwe kleur, wat op verstikking zou wijzen. Iedereen bleef er nogal kalm bij. De dokter was er al snel. Enige minuten later kon Laura weer opgelucht ademhalen. Als dit in een Brussels restaurant was gebeurd had Laura het misschien niet overleefd. Ik heb niet bepaalde prettige herinneringen aan Brusselse ziekenhuizen. Zij geven mij vooral de indruk dat ik voet aan de grond zet in een ontwikkelingsland.

Sinds vorige zaterdag weet ik dat het Heimlich-maneuver die naam heeft en dat ik het niet helemaal goed heb gedaan. Ik heb al wat geoefend voor een volgende keer. Maar we mogen niet doemdenken, zegt mijn huisdokter. Ook al ben ik flink verkouden en vertrek ik zaterdag naar Portugal. Het is toch wel zeer eigenaardig, dat ik telkens voordat ik op reis vertrek ziek word. En het is geen ingebeelde ziekte, er zijn duidelijk waarneembare symptomen, een rode keel, hoesten, een lopende neus… Ik weet niet wat het vooruitzicht op reizen in mijn onbewuste teweegbrengt, maar het moet zeer onrustwekkend zijn. Mijn onbewuste wil kennelijk liefst van al braaf in zijn kamer blijven. Vorig jaar in april ben ik met een lichte verkoudheid naar La Palma vertrokken. Daar ben ik erg ziek geworden, bronchitis, een longontsteking. Aan mijn vakantie heb ik toen niets gehad, ik was al blij dat ik nog leefde toen ik weer thuiskwam. Dit mag nu niet gebeuren. Ik mag niet doemdenken, zegt mijn huisdokter. En ik zeg het hem na.

06-03-07

HUMBLE PIE IN BILZEN (1969)

Aansluitend op mijn radioprogramma van vorige zaterdag toon ik hier wat blanke blues van de toenmalige supergroep Humble Pie. Dit is een fragment van een concert opgenomen tijdens Jazz Bilzen, op 29 augustus 1969. Het was een koude, regenachtige dag. We hadden allemaal teveel gin en hoestsiroop gedronken. 

Humble Pie bestond uit Stever Marriott, Peter Frampton, Greg Ridley en Jerry Shirley. Zanger Steve Marriott was een van mijn grote voorbeelden inzake haarsnit en klederdracht. In 1969 zat hij volop in een overgangsperiode van mod naar acid freak. Humble Pie speelt hier naast eigen werk covers van Doctor John The Night Tripper (Gris Gris Gumbo Ya Ya en Walk On Gilded Splinters). De band was nog maar net opgericht.

05-03-07

BLUES VAN BLEKE JONGENS EN MEISJES


’Can Blue Men Sing The Whites’ is de titel van een sarcastisch lied van The Bonzo Dog Band uit 1967. Het is terug te vinden op de elpee ‘The Doughnut in Granny’s Greenhouse’. Er staat ook een nummer op dat ‘11 Mustachioed Daughters’ heet. Dat geeft u al wel een idee van de dadaïstische inslag van de Bonzos. Het was de tijd van de Britse bluesboom, met boegbeelden als John Mayall, Eric Clapton, Peter Green, the Yardbirds en honderden mindere goden. Dat de blanken – want daar gaat het natuurlijk over - dat inderdaad konden en nog kunnen, zingen én spelen, heb ik vorige zaterdag geprobeerd aan te tonen in mijn radioprogramma Zéro de conduite. Of ik daar in geslaagd ben, weet ik niet met zekerheid, want dat hangt natuurlijk van de bereidwilligheid van de luisteraar af. Puristen zullen het niet met me eens zijn, daarvoor zijn ze tenslotte puristen. Volgende maand maak ik opnieuw een ‘onzuiver’ programma. Het zal over geloof en religie gaan, terwijl ik zelf atheïst ben.

 

blues,blank,sixties,popcultuur,radio,pop,radio centraal,zero de conduite,thema,playlist

Dit is alvast de playlist van vorige zaterdag: 


Reconsider Baby - Elvis Presley - Elvis Is Back!
Little Red Rooster - The Rolling Stones - The Rolling Stones, Now!
I Ain't Got You - The Yardbirds – Ultimate Yardbrids
All For Myself – Them - The Story of Them Featuring Van Morrison
Gin House Blues - The Animals – Animalisms
The Super-Natural - John Mayall - A Hard Road
Chicken Shack - Alexis Korner's All Star Band - Blues Incorporated
Killing Floor - Michael Bloomfield’s Electric Flag - Essential Blues 1964-1969
Leopard-Skin Pill-Box Hat (Alternate Take) - Bob Dylan - No Direction Home : The Soundtrack (The Bootleg Series Vol. 7)
Night Owl Blues - Lovin' Spoonful - Do You Believe In Magic
Walkin' Blues - Paul Butterfield Blues Band - The Elektra Years
Rollin' And Tumblin' - Cream - Fresh Cream
Down The Road - Cuby + Blizzards - Cuby's Blues (The Best Of ...)
Yer Blues - The Beatles - The Beatles (White Album)
Grown So Ugly - Captain Beefheart & The Magic Band - Safe As Milk
Shake For Me - John Hammond, Jr. - Southern Fried
Come On In My Kitchen - Steve Miller Band - The Best Of 1968-1973
Hoochie Coochie Man - The Allman Brothers Band - Idlewild South
Crazy For My Baby - Charlie Musselwhite - Memphis Charlie
Pony Blues - Canned Heat – Gutbucket
Scratch My Back - Tony Joe White - Black & White
Tail Dragger - Link Wray - Guitar Preacher: The Polydor Years
Little Rain - The Blues Project - Anthology
Please Send Me Someone To Love - Fred Neil - The Many Sides Of Fred Neil
It Hurts Me Too - Karen Dalton - It's so Hard to Tell Who's Going to Love You the Best
Happy Woman Blues - Lucinda Williams - Happy Woman Blues
White Freight Liner Blues - Townes Van Zandt - Live At The Old Quarter, Houston, Texas
Long Long Gone - Jeffrey Lee Pierce -With Cypress Grove & Willie Love
Elvis Presley Blues - Gillian Welch – Time (The Revelator)
A Little Blues - The Be Good Tanyas - Hello Love
Cocksucker Blues - Silver Jews - Uncut: Gimme Shelter

De originele versie van Cocksucker Blues is van de Rolling Stones, maar zij hebben die song nooit officieel durven uitbrengen. Vanwege te weinig blues in hun bloed?

PATRICK DE SPIEGELAERE : DEATH HAS NO MERCY

dood,patrick de spiegelaere,im,arne sierens,blues

De begenadigde Belgische fotograaf Patrick De Spiegelaere is op de schandalig jonge leeftijd van zesenveertig jaar gestorven. Death has no mercy, zingen de blueszangers.

Arne Sierens drukt zijn bewondering en verdriet voor Patrick De Spiegelaere als volgt uit:

"Ik heb het geluk gehad een groot aantal keren te mogen gefotografeerd worden door hem. Het ging altijd heel simpel. Niet te veel shots. Niks te veel pose werd er gevraagd van zijn kant. Hoewel ik wel eens op een stoel ging staan of in mijn marcelleke stond. We moesten altijd heel veel lachen. Het resultaat was altijd een portret waarin ik mijn eigen vond. Superieure foto's omdat ze altijd zo menselijk waren. Hij kon iemand zijn eigen laten blootgeven. Merci, Patrick. Mijn hart bloedt."

Ik zou het niet beter kunnen zeggen, en als ik het wel zou kunnen zou ik het niet willen. Wat stil zijn van mijn kant is nu meer gepast.


Foto: copyright Patrick De Spiegelaere.

04-03-07

ZAL IK DAN TOCH MAAR ALLES BEWAREN?


years of music silent against a wall

In mij vechten – onder meer - twee naar het mij voorkomt onverzoenlijke tegenstellingen. Ik wil zoveel mogelijk bewaren maar ik wil me ook van zoveel mogelijk ontdoen. Dat laatste lukt me echter maar zelden. Ik blijf me met ‘ballast’ omringen en tegelijk is er het verlangen naar een lege ruimte.

Een kamer vol boeken. Een lege kamer. Wat zal het zijn? Een overvloed aan woorden of de leegte van zen?

Misschien is het daarom dat ik zo graag reis: dan ben ik weg van al het gewicht dat mij omringt en mij terugzuigt naar het verre of minder verre verleden. Er bestaat trouwens, zoals waarschijnlijk voor veel mensen, een verschil tussen de voorwerpen die ik bewaar. Sommige objecten hebben een sterke emotionele waarde, andere een minder sterke, nog andere betekenen eigenlijk helemaal niets. Bepaalde objecten kunnen als ik ze toevallig terugzie meteen heel sterke herinneringen oproepen. Landschappen, geuren, een lied, een gesprek. Zo vind ik dan altijd weer een gegronde reden om veel voorwerpen te bewaren. Want hoe weet ik van tevoren welke objecten een sterke emotionele geladenheid zullen hebben? Het is alsof alles wat ik heb aangeraakt een magische betekenis heeft gekregen. Het hoort bij mij, het is deel van me geworden en daarom kan ik er niet van scheiden.

Eigenlijk kan ik van niets en niemand scheiden. Mijn angst voor de dood is zo groot onder meer omdat ik dan van alles en iedereen afscheid moet nemen, van elk ding afstand moet doen. Misschien wordt mijn angst voor het einde kleiner als ik nu al de stap durf te zetten om bepaalde voorwerpen te verwijderen? Ik zou bijvoorbeeld De Slegte eens kunnen laten langskomen. De meeste dingen die ik heb verzameld zijn vanuit financieel oogpunt volkomen waardeloos. Voor een cd die je ooit twintig euro hebt betaald krijg je er nu nog twee – of helemaal niets. Voor boeken geldt hetzelfde. Overigens ben ik er niet toe in staat om waardevolle dingen, zoals een huis of een beeldhouwwerk, te kopen: die zouden mij nog meer aan de wereld binden, vermoed ik. Hoe kun je ooit weggaan uit een huis, waar het warm is in de winter, of uit een tuin, waarin je onder een boom kunt schuilen voor de brandende zon?

Foto: Martin Pulaski, Zelfportret met verzameling.

03-03-07

LINOS ZONG DE BLUES


"Daarop beeldde hij ook nog een wijngaard van goud uit, een schone
Dicht met stokken beplant en dààraan hingen de trossen,
Donker, en 't veld was bedekt met zilveren palen, ontelbaar.
Daaromheen dreef hij een zwartblauwe greppel ! Van tin was de heining.
Over de wijngaard leidde één voetpad, een enkel; de dragers
Keerden weer langs daar terug, wanneer zij de druivenoogst plukten,
Ook zag men jongens en meisjes uitbundig en dartel, die druiven,
Heerlijk, als honing zo zoet, in mandjes en vlechtwerk droegen.
Midden in begeleidde een knaap op zijn klinkende cither
Smeltend het lied dat hij zong met een stemmetje fijn. 't Was een Linos !
Prachtig ! De anderen stampten er bij, in de maat met hun dansen
Joelend en klagend en liepen hem na met huppelende voeten."

Homerus, Illias, Boek XVIII vs 527

Dit is een van de taferelen die Hefaestos op het schild van Achilles afbeeldt.

02-03-07

JAZZ BILZEN 1967 : SUMMER OF LOVE


where have all the flowers gone?

Het zal wel normaal zijn dat je terugverlangt naar idyllischer tijden als je zoveel slaaptekort hebt en je nog maar weinig echt kunt genieten van je ‘quality time’. Dit ben ikzelf als bloemenkind op jazz bilzen in 1967. De naam van het festival was niet echt goed gekozen omdat er naast jazz op zondag ook pop, blues en folk aan bod kwamen. De foto komt uit een aflevering van het BRT-programma ‘Tienerklanken’ (de VRT heette toen inderdaad nog BRT). Waarschijnlijk liepen er niet veel vreemde vogels zoals ik rond in België in die dagen van grijze middelmaat. Want hoe zag ik er niet uit! Was ik nu een jongen of een meisje, met die bloemen in mijn haar en die belletjes om mijn hals? Louis Neefs, de betreurde zanger van Jennifer Jennings, interviewde mij. Ik was ervan overtuigd dat bloemen in het haar en liefde en minirokken van de wereld in een paradijs zouden veranderen. Als iedereen zich de flower power-gedachte eigen maakte zou er geen geweld meer zijn, dacht ik. De oorlog in Vietnam zou meteen worden beëindigd. Mooie naïviteit, die me alvast in staat stelde goed te slapen. En we waren met zeer velen. Dat zou twee jaar later blijken met de Woodstock Nation. De bloemen die ik droeg kwamen uit de tuin van de ouders van een vriend van me. Procol Harum was die dag top of the bill. A Whiter Shade Of Pale was een hit, maar tegelijkertijd werd Procol Harum als een undergroundband beschouwd. Zo waren die tijden. Opeens leek alles te kunnen. De mensen van Bilzen waren buitengewoon vriendelijk en open. De mannen zagen de meisjes in hun minirokjes natuurlijk graag komen. Zo’n festival zorgde ook voor wat leven in de brouwerij, ook letterlijk. Misschien werd het evenement als een tweede carnaval beschouwd. Jazz Bilzen was een van de eerste grote popfestivals op het continent. De tijden zijn veranderd, beste vrienden. Het lijkt wel alsof weer de koude oorlog woedt. Alleen weet niemand goed wie de echte vijand is.

Foto: Martin Pulaski, Een jonger zelf.

01-03-07

SLAAPSTOORNISSEN EN LEGE AGENDA'S


1.

Het verdient aanbeveling je uit te spreken, niet zo vaak zoveel voor je te houden. Je emoties en je gedachten moet je veruiterlijken. Als je iemand graag ziet, moet je dat zeggen. Iemand eens een keer knuffelen, dat moet gewoon. Als iemand je kwetst of beledigt, mag je je niet laten doen, je moet je verdedigen. Je mag je niet in een hoekje laten drummen. Je moet echt je gedachten en indrukken uiten, niet alleen maar alles verinnerlijken en opsparen. Al wat je niet uitspreekt vindt op een andere, vaak zelfdestructieve manier een uitweg, soms in bepaalde stoornissen, kwalen en obsessies, in ergernis, neerslachtigheid en melancholie.

Je moet je eigen weg gaan, doen waar je zin in hebt, zonder anderen te kwetsen of te benadelen. Als je zin krijgt om aan sport te doen, doe je dat toch gewoon, in plaats van te wikken en te weggen en er uiteindelijk van af te zien. Van uitstel komt afstel, zeggen de mensen en ze hebben gelijk. Als je zin hebt om naar de film te gaan, ga je naar de film en wacht je niet tot je een partner vindt om je te vergezellen. Zo kun je nog lang wachten. Een tentoonstelling, een concert, een wandeling in het bos: hetzelfde.

Het is voor jou echter heel moeilijk om dingen alleen te doen, om ergens op je eentje naartoe te gaan, om zonder gezelschap een vriend, kennis of familielid een bezoek te brengen. Je bent niet bepaald jong meer maar dat zou je toch moeten aanleren, of opnieuw aanleren. En ook het positieve gevoel van in eenzaamheid te genieten van om het even wat. Schoonheid openbaart zich wellicht nog het vaakst en in de beste omstandigheden aan de eenzame wandelaar.

2.

Ik doorbladerde gisteren mijn agenda van 2006 en stelde tot mijn verbijstering vast dat mijn actief leven op één jaar zienderogen is afgenomen. Nu is het bijna een passief leven geworden; het is alsof ik een metamorfose heb ondergaan. Ik ben een kever geworden en lig op mijn rug. Sinds januari 2006 heb ik geen film meer gezien in de bioscoop. Ik ben nochtans een passioneel filmliefhebber. Theaterbezoek neemt ook af. Ik zit meer en meer thuis. Ik bekijk films op dvd, ik beluister muziek, ik lees een beetje, ik zit voor mijn computer en krijg zitvlees. Waar zijn mijn fietstochten gebleven, mijn wandelingen in het Zoniënwoud? En wat is er met mijn slaap gebeurd? Ik slaap gemiddeld nog drie uur, de rest is onrust, een soort mentaal geklapwiek. Lachen zou ik moeten doen, vanuit de buik, daar schijn je goed van te kunnen slapen. Heel graag zou ik ’s morgens eens uitgerust opstaan en rustig een kop koffie drinken. Nee, nogmaals, ik moet mijn leven opnieuw veranderen. Kan iemand mij helpen?