30-12-06

DE HUID VAN ORPHEUS

orpheus,hel,verlaten stad,gangen,bob dylan,muziek,stad


"And if my thought-dreams could be seen
They'd probably put my head in a guillotine
But it's alright, Ma, it's life, and life only."

Bob Dylan


De buitengewone ervaringen escaleren. Op mijn zintuigen kan ik niet langer rekenen. Toch weiger ik elke mystificerende interpretatie: niet de religie zal me klein krijgen.

In welke stad dool ik rond? Het jachtseizoen is geopend. Ik loop tussen flatgebouwen, tussen paardenkastanjes, ben opgejaagd wild. De schaduwen groeien, de zon wordt zeer klein. Alleen lichamen zie ik, ongedifferentieerde, hoofdloze lichamen. Uit gaten in gebouwen schieten handen tevoorschijn. Ook de lichamen hangen hun handen om mij. Andere handen omklemmen revolvers, de loop op mijn voorhoofd gericht. Ronde, zwarte gaten: ingangen van solide, stalen corridors. In een van de gangen zie ik mijn spiegelbeeld rennen. Ik bevind me in een gang in een gebouw waar ik een grote hoeveelheid projectieschermen zie hangen. Er wordt niets op geprojecteerd. Ook hier lopen lichamen op en af, moeiteloos, zonder voeten en zonder een uitgesproken gezicht.

Maar wat nu? Wat moet ik nu denken? Nu ik sommige steriele lichamen herken: vrienden van vroeger, kennissen, familie. Ik vraag hen of zij me ook zien, of zij me ook herkennen. Nee. Ze reageren niet eens. Niet één van de sterielen geeft een antwoord. Ze lachen ook niet. Nee, helemaal niets.

Een wirwar van kamers. Allemaal te sterk verlicht. Ik krijg er pijn van aan de ogen. Waar is mijn zonnebril? Toch ga ik ergens binnen. Hier zitten sommigen op stoelen. Alweer sterielen, die niet bewegen. De anderen, die niet op stoelen zitten, lopen in kringetjes. Ze zijn zo overdreven onrustig dat ik er zelf onrustig van word. Hun insectachtige silhouetten kruipen over de vaalgroene wanden. Het mechanische van hun stappen. De manier waarop zij elk obstakel vermijden. Een beetje zoals slakken dat doen. Waarom zien ze me niet? Ik krijg het koud, voel me koortsig. Ik word duizelig. Ik roep het uit: dat toch iemand me ziet, dat toch iemand me ziet.

Een brede boulevard in de middagzon. Bomen met zilvergrijze bladeren. Geen blad dat trilt. De rijstroken zijn leeg, geen auto’s, geen verkeer. Ik zit op de trappen voor het portaal van een kathedraal. Duizenden voetgangers glijden voorbij. Nu verbaast het me niet meer dat ze me niet opmerken: ik heb niet één voorbijganger gezien die geen kogelhoofd had. Voor het portaal van de kathedraal van de stad der kogelhoofdigen kom ik weer tot bewustzijn.

Ik ben me ten volle bewust van mijn bestaan. Er zijn tranen in mijn ogen. Waarom werd ik de voorbije nacht nog een keer in de huid van Orpheus genaaid? Ik neem een slok water en zet mijn geheugen van me af.

29-12-06

DE TOEKOMST VAN EEN ILLUSIE

"... iedereen mag dus voortaan iedere vrouw die hem bevalt als seksueel object kiezen, mag zijn rivaal bij vrouwen, of wie hem verder in de weg staat, zonder aarzelen doodslaan..."
Freud, De toekomst van een illusie. 

In het kielzog van de tijd. De dauw druppelt van de daken. Kijk! Een culturele missie achtervolt een herdershond door de steegjes van de antieke kuststad, waar Pier Paolo Pasolini nog heeft gefilmd. 

Dit is het geschikte weer voor een wereldramp. Deze morgen reeds werden er kleine schokgolven opgemerkt in de hoerenbuurt. In de rode burcht echter worden vlaggen en wimpels opgegeten. Met sardienenblikjes betalen ze de gedurende jaren hoog opgelopen schuld terug aan hun schuldeisers.

Vredesmanifestanten vechten voor een plaats op de veerboot over de Lethe. Maar de andere oever is onbereikbaar. Er is teveel modder aangeslibt. De baggeraars vergaten hun handen. Of neen… Ze vergaten hoe ze die moeten gebruiken. Het is een belachelijk schouwspel. Hoe ze bijvoorbeeld proberen om met hun handen zeemansliedjes te zingen.

De misthoorn heeft iets diep melancholisch, vooral in de herfst. Geen mens vraagt zich af hoe dat zo komt. Deze bedenking dreigt de betovering te verbreken. Er is geen houvast. Je moet wel in leugens geloven, in illusies, in toverkunst. En je om niets bekommeren.

dagdroom,freud,psychoanalyse,film,pasolini

28-12-06

ALS ER TOEKOMST WAS ZOU ZIJ JE UITLACHEN


Je zit wat ziek en enigszins levensmoe aan een tafel in de stationsrestauratie in M. In die hoop donkere stenen vraag je je af hoe je weer gezond kunt worden. Wat maakt je ziek en levensmoe? Waar ben je naar op zoek? Een andere stad? Een ander leven? Misschien wel. Is het niet je diepste wens dat alles anders wordt? Dat je terechtkomt in een plaats waar geen wanhoop is, geen ademnood, drank in zeer kleine hoeveelheden, geen drugs, geen geneesmiddelen, geen woede, geen ruzie. Nee, het gaat niet goed met je. Zeg maar: het gaat slecht. Je zou je gebrek door rijke gedachten moeten kunnen verjagen. Maar meteen sleuren ze je mee naar kamers zonder uitzicht. Soms denk je, ik ben de erfgenaam van Edgar Allan Poe, een man zonder vaderland, in zekere zin een Amerikaan, maar dan alleen maar van de geest. Amerika: je kent het land beter dan het hart van je geliefde. Maar wat maakt het uit. De tijd is een zakkenroller. Ook hier temidden van die donkere stenen, waar niets een diepe gedachte of een intens verlangen belichaamt. Je kon net zo goed als Poe op het einde in de goot liggen. Je laten gaan in een verlammend verlangen naar je noodlot. Maar je laat je nog niet gaan. Daar waar de grens begint blijf je staan, als voor een lange, donkere tunnel. Is het nog wel een plaats, een ruimte, daar waar je staan blijft? Je zou het niet kunnen zeggen, bij gebrek aan een moedertaal, een vaderland. Vader? Zijn beeld doemt op, de boerenzoon, de schipper, het natuurlijke kind. Een onontwarbaar kluwen van liefde en haat. Het beeld van je vader wordt verdrongen door herinneringen aan een film, In Cold Blood, beelden van zonen, van moordenaars.

Ook al zou je fris en monter zijn, zou je er nog keelpijn krijgen en grijze vlekken op je huid. Het is zo’n station waar bepaalde mensen – degenen die weinig weerstand bieden - onherroepelijk ziek in worden. Er hangt inderdaad iets ziekmakends in de lucht in die koude, kille ruimtes. De meeste mensen daarentegen passeren er twee keer per dag en merken er niets van. Sterke en onverschillige mensen, onderweg van de ene vergetelheid naar de andere. Jij bent echter een buitenstaander, iemand die nog net niet in de goot ligt, de sterren en de maan weerspiegeld in een plas regenwater.

Een poos kleurenblind zijn zou er niet slecht zijn. De restauratie zou het decor van een film noir worden. Opeens is het een magische plek. Je ziet het meteen gebeuren. Voor de deur stoppen een paar witte, bootachtige wagens; mannen met borsalino’s op het hoofd en anjers in de knoopsgaten stappen uit, vrouwen met diepe decolletés onder de pels. James Cagney’s gevaarlijke grijns, Gloria Grahames misprijzende koortsblik, een mengeling van afkeer en wurgende seks. Maar zij in dat station? Of in een hotelkamer in het vermolmde hotel aan de overkant van de straat? De gangstergodin wachtend op haar vriend, de moordenaar Jim? Nee, jongen, dat kan niet. Je bent niet eens kleurenblind. Dit is doodgewoon de restauratie van het station van het provinciestadje M.

Ken jij een stationsrestauratie, een zogeheten buffet, waar de tijd voortsnelt als een Eurostar? Waar de diensters glimlachen als net verkozen schuimwijnprinsessen? Neen, dat is ondenkbaar. Je hebt er nochtans al veel versleten in België. Je kent het klappen van de zweep. Je kent de kneepjes van het vak. Illusies zijn een prettig tijdverdrijf. Maar desondanks besteelt de tijd je waar je bij zit. Als er toekomst was, zou zij je uitlachen.

26-12-06

IN MEMORIAM JAMES BROWN


in memory of james brown


Het was zo al een somber jaar voor de populaire muziek. Anti-helden Syd Barrett en Arthur Lee en de legendarische stichter van het Atlantic label, Ahmet Ertegun, waren eerder al van ons weggerukt. Nu net voor de finale van dit ellendige jaar – ook op persoonlijk vlak – komt pietje de dood James Brown nog gauw aan ons ontfutselen.

Wat kan ik zeggen? Waar zijn die verdomde woorden nu? Het is de dag na kerstmis en ik draai al sinds vanochtend James Brown blues en rhythm & blues en funk en al de rest: muziek zoals niemand anders er heeft gemaakt. Een ononderbroken funky groove, soms traag en zwoel, soms gereduceerd tot een vlijmscherp naakt ritme, altijd onweerstaanbaar, gaande van Bewildered en I Don’t Mind in de jaren vijftig via Prisoner Of Love, (Do The) Mashed Potatoes, It’s A Man’s World, Papa’s Got A Brand New Bag, Cold Sweat en I Can’t Stand Myself (When You Touch Me) in de jaren zestig tot Get Up (I Feel Like Being A) Sex Machine PTS. 1 & 2, King Heroin, Get On The Good Foot en It’s Too Funky In Here in de jaren zeventig. Wat ben ik ook verslingerd aan zijn songtitels, en vooral aan die met een paar woorden tussen haakjes.

Zijn recentere opnames heb ik niet meer zo gevolgd. Zijn geestelijke erfgenamen Bruce Springsteen, Michael Jackson, Prince en Beck hebben de aandacht van de godfather wat afgeleid. Er waren tevens een aantal duistere zaken, wilde autoachtervolgingen in de stijl van The French Connection PT. 1, gevangenisstraffen, schandalen. Dingen waar ik niet nader op inga. Ik deed dat vroeger niet, nu zeker niet. Ik verwijs er hier alleen maar terloops naar om mijn afzwakkende interesse enigszins te verklaren. Dat de nadruk bij popmuziek zo sterk op het schandaal wordt gelegd, vind ik uiterst vermoeiend en vooral onterecht.
Ondanks die schandaalsfeer had Brown alleszins een sterke educatieve en morele ingesteldheid, denk maar aan zijn songs Don’t Be A Dropout, waarin hij de jongeren aanspoort om een diploma te halen, en Say It Loud-I’m Black And I’m Proud, een trots en welluidend manifest van en voor de Afro-Amerikaan.

James Brown was voor ons allen geïncarneerd ritme, ook in voor Brown – of voor onszelf - slechte tijden. En dat zal hij blijven, tot de laatste dag. James Browns grooves zijn de heerlijkste die ik ken. Al zijn nummers zetten mij tot dansen aan, zelfs nu nog, op toch al wat gevorderde leeftijd. In de Antwerpse Cinderella’s Ballroom behoorde hij tot de grote favorieten van de dansvloer. Cold Sweat, baby!

James Brown was niet de grondlegger van de soul en van de country soul; dat was Ray Charles, maar zijn funk zorgde net zo goed voor een revolutie in de populaire muziek. Moge de Funky President in vrede rusten.

Foto: James Brown In Memoriam.

25-12-06

A CHRISTMAS GIFT FOR YOU

kerstmis,kater,phil spector,rudolf,geluk,muziek,popcultuur,pop

We zaten zopas aan het ontbijt, nog wat stilletjes. De alcohol van gisteravond was nog niet geheel verteerd. De Panadol had niet het gewenste effect. De Motilium evenmin. Ondanks vlagen van misselijkheid dachten we met plezier terug aan de voorbije avond en nacht en dronken we koppen sterke koffie. De luidsprekers dompelden de keuken onder in de hemelse muziek van Phil Spectors A Christmas Gift For You. Frosty The Snowman van the Ronettes, Santa Claus Is Coming To Town van the Crystals, Rudolph The Red-Nosed Reindeer van die zelfde Crystals en Christmas (Baby Please Come Home) van Darlene Love. Stuk voor stuk parels van een wonderlijk gelukssnoer. Phil Spector, die geniale gek – of is hij een waanzinnig genie? Elk jaar rond deze tijd zoek ik zijn uniek geschenk weer op.


Nu kijk ik even door het raam en droom van een witte kerstmis. Rudolf laat zich niet zien in onze straat. Ik zie geen enkele voorbijganger met een blos op de wangen. De lucht is grijs en vuil. Laat het een kinderlijke droom blijven: een witte kerst en het geklingel van de belletjes van de slee. Straks worden we weer volwassen en drinken we nog een vodka met veel ijs. We blijven binnenshuis en creëren ons eigen kortstondig geluk. We vluchten weg in een roes die nog geen naam heeft. Hoe zou het met Phil Spector gaan?

24-12-06

DE MAN OP DE STOEL


Voor Thomas Bernhard.

Wat er ook moge gebeuren… Het maakt niet uit… Wat ik ook doe, het loopt altijd verkeerd af, ontspoort, loopt de spuigaten uit, de riool in, door de beek, naar de rivier, naar de zee. De open zee.

Daarom wacht ik af. Zit ik stil. Gewoon op mijn stoel. En kijk naar de muur. Werp een blik op de affiche. Hoe vaak heb ik die al niet bekeken… Maar wat staat er dan toch op afgebeeld? Ik zou het niet weten. Mijn ogen zien de dingen nog wel, maar ik zie ze niet. Ik denk alleen maar. Ik denk vooral uit schrik. Want ben ik er anders nog wel? Ja, almaar meer beperkt mijn doen zich tot dat ene: denken. Iets anders lijkt er niet te zijn. Of zei je van wel?

Meer dan eens denk ik: wat voel ik nu toch? En ja hoor, dan voel ik pijn. Het voelen neemt de overhand, het denken delft het onderspit. Het denken wordt naar de laagste regionen verbannen. De diepste lagen van het ondermaanse. Neen, dat is geen pretje. Denken is veel aangenamer dan voelen. Ik wil – want ik mag de wil niet uit het oog verliezen – niet langer voelen. Want voelen betekent bijna altijd pijn. Onbehagen. Weerzin. U begrijpt me wel. Neen, dat is geen pretje. Ik wil een lichaam worden zonder pijn. Een engel of iets dergelijks. Laat die vleugels maar weg. Een engel zonder vleugels volstaat. Een hoofd hoeft ook niet echt. Een torso is voldoende. Een beeld van een engel.

Maar vergis u niet: ik verander niet. Ik houd stand. Ik houd vast aan het leven. Het lijkt bijna alsof ik kranig ben. Ja, ik heb zelfs de indruk dat ik nogal moedig ben. Maar ik neem aan dat de mensen die me voorbijlopen op straat of in de Delhaize daar anders over denken. Die vinden vast dat ik niet moedig ben. Met mijn gebogen rug. Met mijn neerwaartse blik. Die geloven dat ik zwak ben. Dat ik geen ruggengraat heb. Was dat maar waar. Dat laatste. Een ruggengraat is nergens goed voor.

Dit lijkt wel Thomas Bernhard, zegt u. Maar dit is geen Thomas Bernhard. Gaat Thomas Bernhard naar de Delhaize? Thomas Berhard moet niet eens de straat op. Zie je hem niet aan zijn schrijftafel zitten? Daar in Oostenrijk in de sneeuw? Ja, een Oostenrijker, of wat dacht u misschien? Zoals Adolf Hitler en Egon Schiele. Hij heeft talrijke publicaties op zijn palmares staan. Es, ja. Vat de koe maar bij de horens. De analyse van een psychische ontbinding. Thomas Bernhard is een beklagenswaardig man. En dat niet alleen omdat hij mensen aan de andere oever van het meer met elkaar kan horen praten. Neen, neen. Dat niet alleen. Hij is helemaal niet aardig. Hij is beklagenswaardig. Waarom? Omdat hij zo veel klaagt. Ik heb al velen bezig gehoord, maar Thomas Bernhard slaat alles.

In den beginne hield ik van deze bittere man. Ik hield van zijn logica. Van zijn klagende, zeurende personages, waarin ik bijwijlen iets van mezelf herkende. Van zijn haat jegens het vaderland hield ik. Maar wordt het nu niet van het goede teveel? Op tijd en stond wil een mens ook eens hartelijk lachen. Beslist. Denken, voelen, willen, lachen. Niet altijd in het donker rondtasten. Niet altijd grijnzen aan de rand van de pikzwarte komedie. Soms wil een mens wel eens weg uit dat limbo.

De witte sfinks zal de zwarte sfinks omhelzen. Lachen en brullen dat het leven een hel is. “Het leven is een hel!” “Volstaat het niet er op een laag pitje in te hebben gesudderd?” “Met kerstmis, bijvoorbeeld.”

Maar denk nu niet dat de zee er stil bij ligt. De zee is altijd in beweging. Zo onafgebroken beweegt zij, kabbelt zij, deint zij, wiegt zij, reilt zij en zeilt zij en golft zij wijnrood of schuimt zij wit en stormt zij woedend over het strand en wast zij de ziel van de romanticus en van de Oude Griek vrij van schuld, dat je haar bewegen haast voor eeuwige rust zou aanzien. Maar jij laat je niet beetnemen door maritieme zinsbegoochelingen. Op je stoel van goud en donker schaduwspel. Zie nu de dwaze figuurtjes die dansen in het zwarte gat van Francis Bacon. Neen, lieve vriendin, ik weet het, dat je niet van zijn werk houdt. Maar hij is het. Ik kan er niets aan doen. Ik herken hem nu. Ik zie opeens wat beter.

Zo, dat hebben we dan weer gehad. Daar zat je naar te zoeken. Niets interessanters te doen, dan? Neen, niet echt. Ik ben nog steeds niet verbitterd. Cynisch? God vergeve me. Ik wil liever glimlachen. En later, als het weer zomer is, in het koren zitten wachten tot de zon ondergaat en daar als dan mijn vijand opdaagt hem wat schrik aanjagen met mijn zwarte gaten. Hem alleen maar wat doen huiveren. Neen, een slachtpartij wordt het niet. Dit is een Vlaams verhaal, ook al wil ik me al heel mijn leven aan dit anemisch bloed en deze verdomde bodem ontrukken.

EEN DROOM IN FUNCHAL


colours fly away

Wij zaten beiden bovenop de ronde tafel. Je luisterde naar m'n verhaal en vertelde me over weinig fraaie dingen die sommige mensen - die ik zelf ook bleek te kennen - je hadden aangedaan. Dat je zo openhartig met me was ontroerde me en gaf me nog meer moed om mezelf bloot te geven. Maar dan kwamen mijn ouders de kamer binnen. Ze gingen aan een kleine tafel naast de onze tegenover elkaar zitten en begonnen een gesprek. Het leek alsof ze deden alsof wij er niet waren, maar ik kon me tegelijk niet van de indruk ontdoen dat ze wilden horen wat ik je allemaal toevertrouwde. Jij besefte wat er in me omging: ik zag de woede zich van je meester maken. Ook voor jou waren mijn ouders indringers, ja, misschien nog wel meer voor jou dan voor mij. Je stond op - pas nu viel het me op dat je niet langer samen met mij op de tafel zat, maar heel gewoon op een stoel - stapte op m'n ouders toe en riep zonder enige twijfel in je stem: "buiten!" Daarbij maakte je een volstrekt duidelijk gebaar in de richting van de deur. Op dat moment bewonderde ik je, neen, bewondering is een te zwak woord, ik had het gevoel dat je deel van me werd, dat we ons verenigden in een gezamenlijke strijd tegen de vijand.

Foto: Martin Pulaski, Funchal.

23-12-06

LE BLEU DU CIEL



le bleu du ciel

Het vredigste blauw van de hemel als kerstwens voor alle lezers van hoochiekoochie en evenzeer voor alle niet-lezers van hoochiekoochie.

Foto: Martin Pulaski

22-12-06

EEN AGENDA


Het is hier wat met die agenda’s. Andere jaren krijgen we er twee hier op kantoor, nu helemaal geen meer. Ik ben er tijdens de lunchpauze van lieverlede dan maar een gaan kopen in de Club, toebehorend aan zo’n vreselijke winkelketen. In plaats van nog maar eens een lunchpauzegedicht te schrijven. Het is een exemplaartje van Artsen zonder grenzen geworden. Mijn werkgever vindt agenda’s ‘ouderwets’. Dat staat toch allemaal op je laptop? Alleen heb ik niet altijd mijn laptop bij me. In zulke gevallen moet ik afspraken opschrijven in een kleine agenda. Neen, ik heb niet zo’n directeursmodel nodig. Een kleintje volstaat. De kaft heeft een warme, licht roestbruine kleur. Je kunt er je onmiddellijk de Afrikaanse aarde bij voorstellen of de haren van je geliefde. Of David Bowie toen hij nog iets betekende.

Toen ik terug op kantoor kwam werd meegedeeld dat we alsnog een ‘officiële’ agenda krijgen. Geen grote, maar wel een kleine. Het is hier wat met die agenda’s. Heb ik 4,5 € voor niks uitgegeven… Ach nee, het is voor een goed doel en ik kan het kleinood nog altijd gebruiken als geheime agenda, voor de afspraken waar niemand iets van mag weten. Ik zal er in noteren met onzichtbare inkt.

21-12-06

IDENTITEIT EN MASKERADE : SLAVOJ ZIZEK

namen,spelen,zizek,cyberspace,zelf,filosofie,psychoanalyse,hitchcock

Bij Slavoj Zizek, las ik een interessant stuk over cyberspace en identiteit. Het citaat kan gelezen worden als een – a priori – commentaar op de hele discussie die hier een paar dagen geleden werd gevoerd over onder meer authenticiteit, jezelf zijn, het ego en de maskerade:


“Bovendien bepleit een hele school van cyberspace-theoretici de notie dat cyberspace-verschijnselen in onze alledaagse ervaringswerkelijkheid het deconstructionistische ‘gedecentreerde subject’ tastbaar maken: men moet beamen dat er sprake is van een ‘uitzaaiing’ van het unieke Zelf in een veelvoud van met elkaar wedijverende aspecten, in een ‘collectieve geest’, in talloze zelfbeelden zonder globaal coördinatiecentrum die werkzaam zijn in de virtuele werkelijkheid en die het zelf losmaken van pathologische traumata – door in virtuele ruimten te spelen kan ik nieuwe aspecten van ‘mijzelf’ ontdekken, een rijkdom aan verschuivende identiteiten, aan maskers zonder ‘werkelijke’ persoon erachter.”

Overigens wijs ik er graag op dat Zizek een filosoof is die er duidelijk veel plezier aan beleeft om – met kennis van zaken – naar talloos veel films, schrijvers, kunstenaars, psychoanalytici en andere filosofen te verwijzen. Zo komen op één pagina van het boek ‘Geloof’, waarin ik het bovenstaande citaat aantrof, Pontius Pilatus en het personage Judy / Madeleine uit Hitchcocks Vertigo voor. En zo geeft hij me meteen de kans om zelf ook weer wat namen te noemen. Maar ben ik dat zelf wel, die zo graag aan namedropping noemt?

20-12-06

IN MEMORIAM AHMET ERTEGÜN

dood,rhythm and blues,soul,atlantic,new york,pop,popcultuur,in memoriam,ray charles

Op 14 december overleed Ahmet Ertegün, samen met zijn broer Nesuhi stichter van het onafhankelijke Atlantic label, een van de belangrijkste, meest baanbrekende en succesvolle platenmaatschappijen van de vorige eeuw. Atlantic schonk ons rhythm and blues en soul, met namen als Ray Charles, Ben E. King, the Drifters, Don Covay en Aretha Franklin.

dood,rhythm and blues,soul,atlantic,new york,pop,popcultuur,in memoriam,ray charles

In de jaren veertig was popmuziek nog blank, stijf en seksloos. Na Ray Charles’ I’ve Got A Woman (1955) – op Atlantic - werd alles opeens en voor altijd anders. Ray Charles’ stem had nog een sterke gospelklank, de aanbedene echter was niet langer god maar de vrouw. Blanke jongens en meisjes overal ter wereld ontdekten hun heupen - en het genot van sensuele en ritmische grooves op de dansvloer. Een geweldloze revolutie! Twee Turkse broers, samen met Arif Mardin, Herb Abramson en - wat later - Jerry Wexler, hebben dit bewerkstelligd. Er waren in die periode nog andere invloedrijke labels, zoals Sun in Memphis en King in Cincinatti, maar Atlantic was een ware ijsbreker. (Soul On Ice was de titel van een zeer invloedrijk boek van de Afro-Amerikaanse leider Eldridge Cleaver.) Jerry Wexler heeft overigens een mooie autobiografie geschreven, Rhythm and the Blues, waarin die beginperiode van Atlantic uitvoerig aan bod komt.

dood,rhythm and blues,soul,atlantic,new york,pop,popcultuur,in memoriam,ray charles

Ahmet Ertegün heeft weliswaar de gezegende leeftijd van 83 gehaald, maar het blijft altijd erg dat een mens moet sterven. In Humo van deze week staat een mooi In Memoriam van de hand van Dirk Vermeiren. Daarin wordt echter niet vermeld – en eigenlijk is het slechts een detail – dat Ahmet Ertegün veel werk van René Magritte bezat. Via die weg was hij dan ook een beetje van bij ons. Moge hij in vrede rusten.

19-12-06

DE LICHTHEID VAN HET BESTAAN, SOMS


didi and agnes

Vrijdag had ik een verrukkelijke avond met Diana, een lieve vriendin en zielsverwante uit Antwerpen. Telkens als ik haar zie, wat niet vaak gebeurt, maakt zich een zeer bepaalde lichtheid van me meester. Ik noem het liever geen verliefdheid, want dat klinkt zo banaal. Toch ben ik graag verliefd. Dat houdt me geestelijk jong en stimuleert mijn verbeelding. Ik vertel mijn Laura – schoorvoetend – over mijn verliefdheden. Zij heeft er begrip voor; ze weet dat het telkens om eerder korte en onschadelijke opflakkeringen gaat. Maar ze zegt ook dat ik van haar veel minder zou verdragen. Jaloezie zou me veel sneller parten spelen. Ze heeft zeer waarschijnlijk gelijk.

Ik had het echter over lichtheid, dat is iets anders dan verliefdheid. Verliefdheid is een huis dat in brand staat, een snelle, diepe trek aan een sigaret; de lichtheid van onze ontmoetingen is vergelijkbaar met de zachte warmte van de zon, met lentedagen, als de magnolia’s in bloei staan.

We hebben samen heel gewone dingen gedaan. Bij Plaizier hebben we kerstkaartjes gekocht; we hebben over de kerstmarkt gewandeld, in de Archiduc een glaasje champagne gedronken en vis gegeten in mijn favoriet restaurant.
Zodra het tien uur is slaat de tijd op hol. Binnen enkele ogenblikken moeten we al afscheid nemen. De trein rijdt weg uit het station. Ik spoed me naar de metro. Neen, denk ik dan, ik ben niet de tragische held, Carlito, die op het perron wordt doodgeschoten in de armen van zijn geliefde, net voor zijn droom in vervulling zal gaan. Ik leid een doodgewoon bestaan. Mijn dagen vullen zich met woorden, met namen, met muziek, met beelden uit films. Zoals de slotscène uit Carlito’s Way. Het leven betekent niet veel, maar sommige momenten betekenen alles.

Foto: Martin Pulaski, Diana en Laura.

18-12-06

GENETICA


Stephan vertelde mij onlangs het volgende. “Ik ben een afstammeling van een familie waar bij één tak de verbeelding zeer sterk ontwikkeld was en bij de andere tak hadden temperament, opvliegendheid en zelfs een neiging tot agressie de overhand. Die beide elementen zijn in mij verenigd. Hoe kan het ook anders. Niemand ontsnapt aan de wetten van de genetica.
Ondanks het feit dat ze zelf zulke neigingen hadden, zij het sterk afgezwakt, maakten mijn ouders zich veel zorgen over me. Steeds wilde ik mijn wil doordrijven. Mijn wildste dromen moesten werkelijkheid worden, zoniet werd ik onhandelbaar.
Mijn jeugdvrienden hadden het vaak moeilijk met me. Als ze me niet gehoorzaamden gunde ik hen geen blik meer waardig. Bij al onze escapades, in al onze avonturen moest ik de leider zijn en daarmee basta. Mijn ouders waren te zwak om mij te kunnen temmen. Hoe meer pogingen ze deden hoe groter mijn triomfen werden. Al gauw was mijn wil wet. Niemand had nog iets over me te zeggen. Ik was nog geen zestien en ik ging al waar mijn passies mij voerden. Niets kon mijn driften aan banden leggen. Hoeveel schade ik anderen en mezelf ook toebracht, het veranderde niets aan mijn bestaan.”

Er viel een lange stilte. Ik schonk nog wat wijn in. De rest vertel ik je op een andere avond, zei Stephan. Laten we nu nog maar een spelletje whist spelen.

16-12-06

DE HEL VAN CHUBBY CHECKER


De hel, dat zijn niet de anderen, zegt ze.
De hel is een voortdurende limborock, zegt ze.
In de hel ben je de dubbelganger van Chubber Checker, zegt ze.
Je moet onder die stok door, zegt ze.
Naar de overkant, zegt ze.
Maar er is geen overkant, zegt hij.
Precies, zegt ze, dat is de hel.
Je gaat onder die stok door en bereikt de overkant, zegt ze.
En die overkant is helemaal hetzelfde als de kant waar je vandaan komt, zegt hij.
Ja, zegt ze, het is er het spiegelbeeld van.
Er is geen overkant, zegt hij, dat is de hel.
Er is alleen maar een spiegelbeeld, zegt ze.
Er is alleen maar een hiernumaals, zegt hij.

FOOD OF LOVE : HET BESTE VAN 2006


Het is de tijd van het jaar voor lijstjes. Hoewel het mijn tweede natuur is tegen conventies en massa-fenomenen in te gaan, kan ik aan het opstellen van nog maar eens een lijstje niet weerstaan. Voor één keer wil ik me wel beperken tot muziek. Het afgelopen jaar heb ik zeer genoten van deze cd’s:

Cat Power – The Greatest
Neko Case – Fox Confessor Brings The Flood
Richard Hawley – Coles Corner
M. Ward – Post-War
Bert Jansch – The Black Swan
Tom Waits – Orphans
Eels – Live At Town Hall
Yo La Tengo – I Am Not Afraid Of You And I Will Beat Your Ass
Bob Dylan – Modern Times
The Be Good Tanyas – Hello Love
Madeleine Peyroux – Half The Perfect World
Isobel Campbell & Mark Lanegan – Ballad Of The Broken Seas
Sparklehorse – Dreamt For Light Years In The Belly Of A Mountain
Lydia Mendoza – Recuerdos de Lydia Mendoza
Elvis Costello & Allen Toussaint – The River In Reverse
Tom Verlaine – Around
Sol Seppy – The Bells Of 1 2
Sufjan Stevens – The Avalanche
Jasmine Star – The Jasmine Star Album
Misia – Drama Box
Astrud Gilberto – Non-Stop To Brazil
Bonnie ‘Prince’ Billy – The Letting Go
Espers – Espers II
Beth Orton – Comfort Of Strangers
Jolie Holland – Springtime Can Kill You
Bruce Springsteen – We Shall Overcome / The Seeger Sessions
Jerry Lee Lewis – Last Man Standing
Solomon Burke – Nashville
Bright Eyes – Noise Floor (Rarities 1998-2005)
Flaming Lips – At War With The Mystics
The Mountain Goats – Get Lonely
Donald Fagen – Morph The Cat

De beste re-release is Coney Island Baby van Lou Reed.

De cd die me emotioneel het meest heeft geraakt is heel duidelijk Cat Powers The Greatest. Alle songs op dat schijfje komen rechtstreeks uit de ziel. Ook het ritme is het ritme van de onoverwinnelijke ziel. En Cat Power alias Chan Marshall heeft, nu Hope Sandoval zwijgt, de meest sensuele stem ter wereld. Ik vind het niet erg zinvol om mijn keuzes nog meer te becommentariëren. Dat wordt al overvloedig in de muziekbladen gedaan. Bovendien heb ik over heel wat van de zangers en zangeressen die hierboven in het lijstje staan de voorbije maanden al een stukje geschreven. De mooiste muziek van dit jaar staat volgens Laura op Bob Dylans Modern Times. Ik vind het goed werk, maar het kan me toch niet in dezelfde mate bekoren als Time Out Of Mind, in mijn ogen zijn tot op dit ogenblik laatste grote collectie songs. Desondanks zit ik nu al te reikhalzen naar 6 april, de dag waarop Dylan in Vorst optreedt.

De concerten die me zonder twijfel nog lang zullen bijblijven zijn die van Ryan Adams in het Koninklijk Circus, Sparklehorse in de AB, Allen Toussaint in de AB en Neko Case in de Botanique.

"If music be the food of love, play on;
Give me excess of it, that, surfeiting,
The appetite may sicken, and so die."

Shakespeare, Twelfth Night.

14-12-06

KWETSBAAR EN MELANCHOLISCH: STEFAN HERTMANS

melancholie,buitenstaander,stefan hertmans,democraat

Lucas Cranach der Älte - Die Melancholie - 1532 (Detail)

In Stefan Hertmans’ Het putje van Milete las ik de volgende beschouwing, die ik grotendeels kan beamen; ik kan er mij zelfs in herkennen:

“In die zin is de kwetsbare, melancholische mens misschien wel de enige echte democraat – omdat hij geen plaats opeist, omdat hij nergens voor staat, en dat nergens zijn zo helemaal met zijn eigen kleine lijf belichaamt. Hij meet zich nooit aan in de plaats van andere mensen te kunnen denken. Hij is er op een rare manier mee verzoend dat hij de andere, de buitenstaander, de vreemdeling is.”
melancholie,buitenstaander,stefan hertmans,democraat

13-12-06

ONDERWEG


Het vliegtuig trekt een kromme lijn naar halverwege hun agenda, de witte pagina’s van de zee in het Zuiden. Onbestendige stippen worden hagedissen stil in het zonlicht, olijfbomen, krekels.

Met een dodenhoed op het jaar door, zonder een sterrenbeeld boven hun hoofd, komen ze elke dag weer in weer of geen weer de hoek om naar nabij de kathedraal waar waarheid uit voorzorg in kaftjes verdwijnt.

Onder ons is het voorzichtig zijn en zeker. Is het met een zwarte teerling werpen. Op televisie kleur en toeval ontkennen: landsknecht of niets. Visie tussen de tanden geklemd, voor de aanwezigen een vriendelijke moord.

De afwezigen vluchtten nadat ze hun tulpen stuk sloegen op een terras. Witte asters zonder enige geur. Of toch een vleugje erbarmen en sperma, terwijl de vaas leeg op de kersenhouten tafel bleef staan.

Perfect is de scène van betekenis beroofd. Laat hen in plattelandsmodder wegzinken waar de knotwilgen hun namen vergeten. Naar een tweede adem happend gaan de bladzijden wit in vervulling.

IDENTITEITSCRISIS


Ik ben Base.
Ik ben Belgacom.
Ik ben Sibelga.
Ik ben Coditel.
Ik ben MIVB.
Ik ben Ethias.
Ik ben Fortis.
Ik ben Banksys.
Ik ben WWF.
Ik ben Kaaitheater.
Ik ben De Morgen.
Ik ben Mojo.
Ik ben Uncut.
Ik ben i-D.
Ik ben Vanity Fair.
Ik ben Purple.
Ik ben Humo.
Ik ben Fnac.
Ik ben Happy Days.
Ik ben Plus.
Ik ben Hoofdstedelijke Openbare Bibliotheek.
Ik ben Vlaamse Overheid.
Ik ben Vlimpers.
Ik ben Mediargus.
Ik ben Academisch Ziekenhuis VUB.
Ik ben Avanti.
Ik ben Microsoft.
Ik ben Opera.
Ik ben Skynetblogs.
Ik ben Flickr.
Ik ben MySpace.
Ik ben LastFM.
Ik ben MSN.
Ik ben een netwerk.
Ik ben niet ik.
Ik ben niet jij.
Ik ben een andere.

MENSENHATERS : GIACOMO LEOPARDI


"Iemand die weinig met mensen in contact komt, is zelden een mensenhater. Echte mensenhaters bevinden zich niet buiten, maar in de wereld. Want de praktische levenservaring en niet de filosofie, is het die de mensen tot haat brengt. En als iemand die zo is, zich van de samenleving afzondert, verliest hij in die afzondering zijn mensenhaat."

Giaocomo Leopardi, Gedachten.

11-12-06

FEESTZALEN, CAFES EN KAMERTJES

dagboek,cafes,ab,bed,films,vrienden,feest,wijn,townes van zandt,le coq,drinken,muziek,pop,fado,misia,collega,werk,vrt,dalida,sophie calle,beck,duivel,cirio,limburg,zingen,brussel,nachtleven,pp,euforie,receptie

Ik heb een duivels oorkussen voor je meegebracht, zei ze. Ja, dat kan ik wel gebruiken, zei ik, en nu nog een devil’s haircut. Er staat anders niet veel meer op, zei ze. Nee, er staat niet veel meer op, zei ik, maar een devil’s haircut behoort toch nog tot de mogelijkheden. Dat oorkussen mocht wel, want had ik mijn week niet in ledigheid doorgebracht? Oordeel zelf maar. Maar oordeel alleen over wat ik me er van herinner. Overigens, waarom zou je eigenlijk oordelen? Het is het leven zoals het is, daar valt niet veel anders over te zeggen. ’s Morgens sta je op en ’s avonds ga je in bed en voor niets gaat de zon op. 


Maandagavond, na de dagtaak, had ik met mijn Antwerpse vriend Theo afgesproken in café PP, waar we wat bier dronken. We aten kalfsvlees à la saltimbocca, lekker bereid, bij één van mijn favoriete Italianen, aan de Plattesteen. Daarna begaven we ons naar de AB voor het concert van Misia, de wonderlijke diva uit Porto. Begenadigde zangeres, begenadigde muzikanten. Het eerste deel was sobere fado gezongen door een in een lange zwarte jurk gehulde Misia, sereen en op blote voeten. Ze gaf veel uitleg bij de liederen, wat de verstaanbaarheid uiteraard ten goede kwam. Fado is droevige muziek, maar Misia heeft een bijzonder humoristische kant, waardoor een mooi evenwicht ontstaat tussen de zang en het gesproken woord. In dat opzicht deed ze me aan de diepbetreurde Townes Van Zandt denken, die de meest wanhopige songs, zoals Nothing en Waiting Around To Die, kon afwisselen met hilarische gesproken intermezzo’s. De beste galgenhumor die ik ooit heb gehoord, die van Townes.

Na de pauze keerde Misia terug in een elegant zwart mantelpakje, op hoge hakken en duidelijk bereid tot enige frivoliteit. Het publiek werd ten dans uitgenodigd in een hotelkamer in het Drama Box Hotel. Zo mochten we het ons voorstellen. Hulpmiddel: op de achtergrond een foto - in de stijl van Sophie Calle - van de hotelkamer; op het bed een ouderwetse, rode telefoon. Misia zong fado’s, bolero’s, tango’s, meestal in het Portugees, maar ook in de taal van haar moeder, het Spaans, en één keer, voor een lied van de tragische Dalida, in het Frans. Misia kreeg een staande ovatie. Nu, precies een week later hoor ik nog steeds haar pure en dramatische stem en het indringende, melancholische geluid van de Portugese gitaar.

Dinsdagmiddag hadden we een personeelsfeestje. Daar valt niet veel over te zeggen, behalve dat we een ‘studiebezoek’ brachten aan de VRT. Een gebouw waar ik in mijn jeugd voor werd klaargestoomd, maar waar ik om velerlei redenen aan verzaakt heb. Ik zag Kurt Van Eeghem door de gang schrijden. Laura luistert graag naar zijn programma. Zelf zet ik nooit de radio aan. Het hoogtepunt van het bezoek was de set van FC De Kampioenen. What a dump, zou Elizabeth Taylor zeggen. Ik kreeg er meteen een niesbui: het bed van Carmen was niet opgemaakt. Moet dit de smaak van de doorsnee Vlaming voorstellen? Ik vrees het een beetje. Gelukkig heb ik van de serie nog geen enkele aflevering gezien. Tot slot mochten we ook even de studio van de Rode Loper binnen. Er werd ons meegedeeld dat een blauwe achtergrond onzichtbaar werd gemaakt dank zij allerlei technologische snufjes, en dat de kijker thuis dan kleurige cirkels te zien krijgt. Je mag alleen geen blauwe kleren dragen, want dan word je onzichtbaar. Hello Jim! Ik zat te reikhalzen naar die rode loper, maar die viel niet te bespeuren. Ook dat programma heb ik nooit op televisie gezien, ook niet die psychedelische cirkels, ook niet de presentatrice, Jasmine of zo. De groep Clouseau, de Vlaamse Beatles, kan mij evenmin bekoren. Ik weet trouwens niet precies waarom ik een verband leg tussen een rode loper en de broertjes Wauters.

Dinsdagavond zat ik met mijn lieve vriendin Inge in café Cirio. Het is mijn geliefkoosde plek om af te spreken. Er wordt slechte wijn geschonken en nog slechtere half en half, maar er hangt altijd een soort van hartstocht in de lucht. Ik denk dat Misia zich er goed in haar vel zou voelen. In een hoek van het café was die avond een dame onwel geworden. Haar gezellin riep dat er een ambulance moest komen. Beide dames waren zeer dronken; ze leken een tragisch leven te leiden. Het was een aangrijpend, triestig tafereel, meer nog doordat nogal wat mensen in de Cirio met deze zielige mensen zaten te lachen, zij het niet al te luid. Ongeveer een half uur laten betraden de verplegers de gelagzaal. De oude vrouw, met felle rode lippen en een blik die gaten in de ziel brandde, werd op een brancard gelegd en naar buiten gedragen; de andere dame, waarschijnlijk haar dochter, liep er jammerend achter, mamie, mamie! In het café lachte niemand meer, de meeste klanten waren al vertrokken. Er hing een sterke geur van urine.

De rest van de avond verliep vrolijker. Inge en ik dronken witte wijn in de AB, waar nog maar eens feest werd gevierd. Ook aasden we op hapjes. Na een uur of zo dronk de witte wijn ons. Ik weet niet meer met wie we allemaal praatten, wie een glas stuk liet vallen en wie Nick Lowes I love the sound of breaking glass begon te declameren. Wel weet ik nog dat ik melancholisch werd toen we herinneringen aan Lucca oprakelden. Zulke mooie zomer zullen we nooit meer meemaken, zei ik. Ik voelde mij in de zieke melancholicus Leopardi veranderen en dat wilde ik voor geen geld van de wereld.
Toen Inge al naar huis was – zij houdt zich zeer stipt aan haar tijdschema’s, wijn of geen wijn - geraakte ik in gesprek met een stel jonge Limburgers. Limburg is de coolste plek van België, bleef het meisje zoooo lang herhalen tot ik haar gelijk moest geven, hoewel ik er sinds 2001 niet meer geweest ben. Vijf jaar, dat is een lange tijd. Maar ik vermoed dat het Limburgse meisje de waarheid sprak. Bovendien zijn er twee Limburgen, als de ene provincie tegenvalt, kun je het nog altijd in de andere proberen.
Van de AB begaf ik mij op een onbestemd uur met een groepje betrouwbare nachtraven naar Le Coq. Twee meisjes in het gezelschap zongen onophoudelijk. Ook een drankje bestellen deden ze al zingend. Het was alsof ik in Les parapluies de Cherbourg was beland. De situatie was bijna even mooi als in die film. Ze hielden echt niet op, behalve om af en toe een slokje van hun wijn te nemen. Toen ik in de taxi naar huis zat hoorde ik nog steeds hun jonge, vibrerende stemmen, Purple Rain, Yesterday, Nights In White Satin.

Woensdag heb ik in bed gelegen. Ik voelde me ziekjes. Sombere gedachten joegen als de wind buiten door mijn hoofd. Koortsige taferelen verjoegen schuldgevoelens en depressie en vice versa. Ik lag te woelen in mijn bed en piekerde over het ouder worden. Hoe je lijdzaam moet ondergaan dat je, vooral op het werk, stilaan wordt uitgesloten vanwege je leeftijd. Maar je wordt van alle kanten aangespoord om langer en harder te werken. Er moet een zilverfonds worden aangelegd! Oudere werknemers zijn waardevol, vanwege hun ervaring en hun inzicht. Dat is het officiële discours. In werkelijkheid zitten bepaalde jonge arrivisten ongeduldig te wachten tot je er eindelijk de brui aan geeft of de pijp uitgaat. Sommigen, vooral intelligente jongeren, respecteren je juist omdat je ouder bent, omdat je de meest verbluffende periode van de twintigste eeuw hebt meegemaakt, ze weten dat ze wat van je kunnen leren, voor hen is het duidelijk dat je niet opeens minderwaardig bent omdat je ouder wordt; anderen vinden dat dat allemaal niets te betekenen heeft en lachen je erom uit. Dit is de beste tijd die er geweest is, zeggen ze. Ik heb nooit een slechtere tijd gekend als deze. Maar ik ben na de oorlog geboren. Ongetwijfeld zijn er nog slechtere tijden geweest. De geschiedenis is een aaneenschakeling van schandalen en bloedbaden.

De rest van de week heb ik heb films zitten bekijken. Met The Big Lebowkski heb ik nog eens goed gelachen. In een gesprek met David Lynch op de VPRO werden hem vooral domme vragen gesteld. De monotonie van zijn antwoorden verbaasde me niet echt. In bijna elk antwoord kwam het woord ‘droom’ voor. Voor David Lynch is pas iets waardevol als het hem tot dromen aanzet. Een werk van Edward Hopper bijvoorbeeld, of Elvis Presley die in de Sun opnamestudio even op de canapé gaat liggen voor hij de rock & roll ‘uitvindt’ – alsof er daar een psychoanalyse moest gebeuren. Als Elvis weer opveert uit de canapé is de zaak voor elkaar: That’s Alright Mama! Buikschuddend heb ik gelachen met de onovertroffen antiheld WC Fields. Ossessione is een vroeg meesterwerk van de marxistische aristocraat Luchino Visconti. Het is een film waarin de mannelijke lichamelijkheid centraal staat, ook al gaat het over een femme fatale. De blik van de vrouw is een voorwendsel om het bijna tot dierlijkheid herleide lichaam van de man te tonen. Overigens is het verschil van Visconti’s versie van The Postman Always Rings Twice met de andere verfilmingen dat de man geen escapade maakt met een andere vrouw, maar met een intelligente, mooie jonge man. Die mooie, jonge man is een metafoor voor de vrijheid en voor het reddende gebaar. De femme fatale is de lokroep van de gebondenheid, de verzekering en de dood. Nog een meesterwerk is A Place In The Sun van George Stevens, met Elizabeth Taylor, Shelley Winters en Montgomery Clift. The Clash heeft erover gezongen in The Right Profile. Montgomery Clift was een beetje een held voor de punks. Zelfvernietiging stond hoog aangeschreven bij die generatie. Die young, stay pretty. Wellicht hadden zij het al zien aankomen dat ouder worden maar niets is in deze tijd. Joe Strummer heeft net op tijd de pijp aan Maarten gegeven. Wie meer wil weten over A Place In The Sun beveel ik de film zelf aan, en een boek over George Stevens. Het is een film die veel twijfel zaait aangaande goed en kwaad. Bijvoorbeeld: hoe kun je iemand juist beoordelen? En meer nog: hoe kun je iemand veroordelen?

Donderdag en vrijdag heb ik hard gewerkt. Werken is vermoeiend, zoals het leven zelf. Na een dergelijke dagtaak kan ik niet veel anders meer dan een film bekijken, en zelfs dat lukt me niet altijd. Soms raak ik niet veel verder dan eten en drinken. Maar dat maakt niet uit. Er komen wel weer andere dagen, voor nieuwe ernst en nieuwe vrolijkheid. Nog een beetje geduld en een paar kleine inspanningen, vrienden!