30-11-06

MEFISTO EN MAO: ALLE DUIVELS


Op 26 november schreef ik een stukje over een aantal acteurs in het toneelstuk Mefisto Forever en sprak ik mijn bewondering uit voor regisseur Guy Cassiers en zijn ploeg. Daar vloeide een naar mijn mening vrij absurde maar toch zeer boeiende polemiek uit voort. Omdat niet iedereen de kleine lettertjes leest heb ik van alle uitspraken die oorspronkelijk als commentaar zijn verschenen een klein toneelstukje gemaakt. Voor de begrijpelijkheid – en niet uit ijdelheid - heb ik een ‘normale’ tekst van mezelf ingelast, die ik op 27 november al eens heb gepost.
Ik denk dat wat volgt heel wat aan het licht brengt over wat ons bewust en onbewust bezighoudt, op sociaal, individueel, erotisch, politiek en artistiek vlak. Enjoy!

Marlon Vanco: Martin, drie fameuze bedenkingen:
1. Guy Cassiers is recent op een meer onfrisse manier in het nieuws gekomen: hij wil zijn vaste acteurs op straat zetten, er heerst momenteel verbijstering in en rond het Toneelhuis...
2. Mefisto en het gevaar van fascisme: okee, dat verstaan we, ttz de dreiging van extreem-rechts, een dankbaar en zeer hip onderwerp in het trendy A'pen...
3. Op je eigen site vinden we een foto van een schone naakte, prachtig, ware het niet dat aan de wand een portret van Mao prijkt, euh, hoe zit dat met het erfgoed van fascistisch links, zijn we die terreur van de gele culturele revolutie reeds vergeten, kan zoiets? Waarom geen foto's van Hitler, Mussolini, Stalin, Hoessein... is Mao sexy?

Eva Vanhoorne: Ik wou net ook bemerking 1 van Marlon maken, maar de heer Vanco was me voor.

Martin Pulaski:
1. Marlon en Eva: ik woon sinds 1991 in Brussel en denk bovendien dat de wereld groter is dan Antwerpen. Mefisto gaat niet over Antwerpen. Zo heb ik het stuk toch niet gezien. Ik heb een groep acteurs gezien die samen iets brachten wat die akelige negativiteit – noem het gerust doodsdrift - overstijgt.
Van wat in het Toneelhuis gebeurt ben ik niet op de hoogte. Is het allemaal de schuld van Guy Cassiers, dan? Indien dat het geval is, doet het nog steeds geen afbreuk aan de kwaliteit van deze 'voorstelling', zoals ik ze, in al mijn subjectiviteit, heb gezien.
2. De verantwoordelijkheid van het individu in en voor de gemeenschap was al een belangrijk thema bij Sofokles. Kijk maar naar Antigone die, verwijzend naar ongeschreven 'goddelijke' (of matriarchale) wetten, zich verzet tegen de wereldse wetten (‘proclamaties’) van Creon.
3. Marlon, ik bezat in de jaren ‘70 – de punktijd, de tijd van No More Heroes van The Stranglers - helaas geen posters van Hitler, Mussolini, en zo verder. Hier in Brussel was er een winkel die Mao-posters verkocht die een werkloze jonge kunstenaar kon betalen. Overigens: 1) ken je Andy Warhol, 2) is de notie conceptuele kunst je bekend, 3) het begrip ironie kwam ook al bij de oude Grieken voor. 4) fascistisch links: daar kan alleen maar Salvador Dali mee bedoeld zijn.
(Een affiche van Lenin heb ik in 1978 op een feestje bij mij thuis in Antwerpen verbrand, al dansend op No More Heroes – No More Shakespearoes. Als je het dan toch wilt weten.)

Marlon Vanco: Rustig aan Martin, ik had ook wel door dat het die Warhol-Mao was, niet de Monroe-Warhol, et alors? In de jaren 70 werd (dictator) Mao als een afgod door weldenkend links bewierookt en bewonderd. Wie het Rode Boekje niet wou kopen, was een nerd (ikke!). Een tip: lees eens 'Wilde Zwanen' van Jung Chang. Je conceptuele Mao zal van schaamte van de muur afbrokkelen. En de ironie komt er achteraan gedonderd. Nee, fascistisch links was ook de Bende van Vier, je kent ze wel, de familiale terreurbrigade van je afficheman. Btw, Warhol was een geniale kunstenaar, maar hij had een zeer pragmatisch geweten (zoals Dali, inderdaad).

Martin Pulaski: Marlon, de poster van Mao die ik bezat, was een echte Chinese. Het was geen reproductie van een werk van Warhol. Maar dat betekent geenszins dat ik een Chinees was. Overigens heb ik filosofie gestudeerd in de jaren ’70. De leer van mijnheer Mao stond niet op het programma en niemand van mijn medestudenten bezat dat rode boekje. Ik kende zelfs niemand die het rode boekje bezat. In de winkel waar ik de Mao-poster had gekocht vond ik wel een boekje met rijmelarijen van dit heerschap.
Het woord nerd was toen nog niet uitgevonden. Hoe konden wij dan nerds zijn?
Je begrijpt dat ik je opmerkingen over mijn foto zeer ernstig neem, omdat ze zozeer naast de kwestie zijn. Dergelijke foto’s waren vooral geïnspireerd door echte individuen als Luis Buñuel (denk maar aan Fantôme de la liberté, en Cet obscur objet du désir). Ik vind Warhol geen groot kunstenaar, wel een grote persoonlijkheid met een immense invloed op deze laat-kapitalistische cultuur waar wij ons zo aan vergenoegen. Warhol was zo’n beetje de Mao van de New Yorkse kunstwereld en voor sommigen is hij dat nog steeds.
Ik vind het merkwaardig dat je op mijn andere punten niet ingaat. Het belang van het individu moet je toch nauw aan het hart liggen als thema.

Marlon Vanco: Martin, maar waarom hang je de (kunst)foto van een massamoordenaar aan je muur? Vorige week was er nog een rel in Nederland omdat Jan Marijnissen van SP een fan-blogger terugfloot omdat die zijn sympathie voor de oude linkse rakker had uitgedrukt met een gestyleerde affiche van Mao. Marijnissen zei zich gescandaliseerd te voelen, een grootmoedige geste van die man, hij is een gewezen communist. En heb je Wilde Zwanen niet gelezen, het is een bijbel en een antidotum tegen de terreur van rood (desgevallend: zwart, bruin...).
Martin, vat het niet persoonlijk op, maar jij lijkt me vaak zo verbijsterend wereldvreemd. Daarin zit ook je kwetsbaarheid. Alsof jij enkel in een bordkartonnen wereld van muziek, film en literatuur leeft. Kijk eens om je heen, naar het reële bestaan: daar wonen de mensen van vlees en bloed. Met schoon respect voor je persoon. Als individu schat ik je puur en hoog.

Martin Pulaski: Marlon, je praat volledig naast de kwestie. Jij begon plots te fulmineren over een foto, een kunstwerk van mij uit de jaren ’70 (of zeer waarschijnlijk uit 1980), terwijl mijn stukje over ‘Mefisto forever’ ging, een toneelproductie uit 2006. Aan mijn muur hangt geen foto van Mao, wel van Madonna en van James Brown. Die ‘foto’ van Mao waar jij het over hebt was deel van een enscenering (in 1980 dus, 26 jaar geleden). We construeerden een scène met als subtekst een aanval op de censuur van de culturele revolutie en meer bepaald van ziekelijke onderdrukkers als de heer Mao (figuren waar onder meer Wilhelm Reich ons zo voor gewaarschuwd heeft). Tegelijk was het tegen de toenmalige strakke maoïsten gericht. De inspiratie was Buñuel en meer nog Dusan Makavejev. Het was een deconstructie van de mythe van Mao en van de Bende van Vier, godnogantoe. Wel geen deconstructie van de Bende van de Stronk. Dat is voor een andere keer.

PAUZE

Martin Pulaski: Wat jij doet is insinueren. Je insinueert dat ik sympathie heb voor Mao en misschien zelfs voor maoïsten. Wat ik met mijn fotoserie – want er zijn meer foto’s dan die ene waar jij je zowat blind op staart - heb gedaan is net het tegenovergestelde aantonen. Je moet wel even naar de foto kijken, niet alleen naar het model, maar naar het geheel. Ook naar de titel en naar de tekst die er onlosmakelijk deel van uitmaakt. Ben je zo wereldvreemd en verblind dat je niet ziet dat dat een scène is? Dit maakt mij zo boos: het lijkt op Orwells Big Brother, mensen worden beschuldigd van net het tegendeel van waar ze voor staan. In 1984 is oorlog vrede. Zijn we nu ook zelf al zover gekomen? Dat kan toch niet in deze tijd, waar je met een klik in google de min of meer juiste informatie kunt krijgen.
Ik moet trouwens geen bestsellers lezen om te weten dat de Mao-dictatuur een bloederig regime was. Geen polonaise aan mijn lijf, ook geen wilde zwanen. De echte realiteit is veel gruwelijker dan de voorstelling ervan in een op Hollywood gerichte bestseller. Ik las destijds de kranten, Le Monde, om er maar één te noemen.
Zal ik het eens simpel zeggen: die foto die jij uit zijn verband rukt is een protest tegen Mao en tegen de toenmalige seksuele en andere repressie. Hij is een uitgesproken pleidooi voor de vrijheid. Overigens mag het duidelijk zijn dat ik destijds helemaal niet leefde en zeker nu niet leef in een wereld van boeken en muziek. Ik heb dit jaar nog maar één boek uitgelezen: The Wind Up Bird Chronicle van Haruki Murakami. Wellicht ook een bestseller. In de tegenspraak toont zich de meester. De realiteit is de wereld. Ik probeer zoveel mogelijk wereld te zien en te zijn. Maar ik ben wel zeer kwetsbaar. Gebrek aan empathie, gevoelloosheid en domheid maken sommige mensen inderdaad kwetsbaar.

Marlon Vanco: Met plaatsvervangende schaamte lees ik: "Geen polonaise aan mijn lijf, ook geen wilde zwanen. De echte realiteit is veel gruwelijker dan de voorstelling ervan in een op Hollywood gerichte bestseller. Ik las destijds de kranten, Le Monde, om er maar één te noemen"... Wel professor Pulaski, ik las toevallig (die dag) niet Le Monde, maar gedurende een etmaal het bloedstollende boek. Rot op le monde!
Waarom publiceer je die foto in kwestie niet? Vergeet niet om de originele datum te vermelden, die leek bedenkelijk recent. Ik wil je altijd helpen.

Martin Pulaski: Zulk dik boek op zulke korte tijd? Je bent geobsedeerd door een foto uit 1980. Of heb je het over een heel andere foto, dan? Misschien berust dit alles op een misverstand? En “rot op le monde”? Is dat jouw subtekst? En jij zegt dat ik wereldvreemd ben? Ik houd van de wereld. Ook als hij in het Frans wordt geformuleerd.

Marlon Vanco: Oké. Laten we het maar bij een misverstand houden, ik was gewoon vreselijk geschrokken van die foto, in schrille contradictie met de boodschap van Mefisto.

Marc Tiefenthal: Vanco is net geen Brando. Door al dit proza tussen Vanco en Brando zou je, bij wijze van hypothese en van grap, bang worden om de heer Vanco in Brussel in het duister tegen het lijf te lopen. Wat Marlon niet weet, niet schijnt te weten en allicht niet wil weten, is dat Martin Pulaski een dichter is, d.i. iemand die een wereldbeeld heeft. Sommigen, de meesten, hebben dat niet en houden het bij het beeld dat hen pakweg op de treurbuis wordt voorgehouden. Iemand die een wereldbeeld heeft is daarom niet wereldvreemd, integendeel. Het zijn de lieden met een clichébeeld van de wereld recht uit de treurbuis die vervreemd zijn van de wereld. Bovendien heeft Martin Pulaski door wijsbegeerte te studeren de middelen meegekregen om een wereldbeeld te bouwen.

Martin Pulaski: Marc, you took the words right out of my mouth! Maar ik ben niet eens bang voor Virginia Woolf, waarom zou ik dan bang zijn voor Marlon Brando (met gestold bloed dan nog.)

Evy Zinnen: Mooi stukje bio van mp door mr mt.

daphne mao


Martin Pulaski: De ondertitel van de foto (op flickr) luidt: A Great Admirer Of An Electric Chairman Mao And, Especially, the Subcultural Revolution Guided By Ken Kesey and Lead Belly And Advised By Hunter S. Thompson And Not Forgetting Warren Oates. As Produced By Martin Pulaski.

Marlon Vanco: Doelfoto: rechter bovenhoek (was ook uitvergroot). Misverstand, achteraf bekeken, na tekst en uitleg? Maar geef toe, als een VB-er een analoge kunstfoto van Hitler op zijn blog zou plakken, zonder duiding, dan wordt hij gelyncht door de linkse inquisitie. En ook, professor, er wordt in die kringen nog vaak gekoketteerd met mister monster Mao. Ondanks dat met bloed doordrenkte boek, respecteer het alsjeblief.

Martin Pulaski: Marlon, je blijft rond de pot draaien én insinueren. Ik heb geen kunstfoto van Mao op mijn blog geplakt. Het gaat om een goedkope affiche van dat heerschap die als 'prop' werd gebruikt om een ironisch tafereel - ter bespotting van het maoïsme en uniformen op te bouwen. Jij laat uitschijnen dat ik een kunstfoto van Mao zelf heb gemaakt - waar op zich zelfs niets eens iets mis mee is, de Duitse kunstenaar Anselm Kiefer werkte meermaals met de Hitler-figuur, Hans-Jürgen Syberberg deed hetzelfde, zonder dat iemand daar aanstoot aan nam - terwijl die Mao slechts een ironisch onderdeel van het geheel is (in de ondertitel wordt hij zelfs 'electric chairman' genoemd, zegt dat dan niet voldoende?). En nu ga je mij al – zij het onrechtstreeks met het VB associëren.
Van een linkse inquisitie in België weet ik overigens niets, staat daarover iets in de recente pers? Naar mijn weten pleiten sociaal-democraten ook niet voor de doodstraf. Maar wellicht ben jij beter geïnformeerd, wereldwijs als je bent. Ik denk dat een heer van stand ten minste zijn verontschuldigingen zou aanbieden, na het uiten van zoveel koppig volgehouden onjuistheden ten overstaan van een "wereldvreemd sujet".

Evy Zinnen: Waarom dat strikje?

Martin Pulaski: Evy, wat had die strik te betekenen? Ik moet diep nadenken, want het gaat over iets dat ongeveer honderd jaar gelegen plaatsvond.
Die Mao-poster kwam uit een Chinese winkel in Sint-Joost. Ze hadden daar ook zeer grappige propaganda-posters. Een beetje zoals taferelen van heiligenlevens of van Jezus de heer. We vonden die Mao-poster wel grappig. De naïviteit van dat sociaal-realisme.
Ik heb sinds mijn kinderjaren een hevige afkeer van uniformen, ook van Chinese. Om dat Mao-uniform, dat op zich al belachelijk was, nog belachelijker te maken, had mijn vriendin daar zo'n strikje op gekleefd. Ligt dat niet voor de hand?
Die poster heeft daar - dat moet ik toegeven - een paar weken gehangen. Onze vrienden moesten er hartelijk om lachen. Daarna heb ik er de elektrische stoel van Andy Warhol gehangen.

Marlon Vanco: Martin, bedankt voor je uitleg achteraf. Maar waarom zou ik mij moeten verontschuldigen? De foto die aanleiding gaf tot een dubbelzinnige interpretatie stond toch op jouw blog. De duiding is geschied, het was dus om te lachen. Ik heb die seventies nooit grappig gevonden, de humor van dat intellectueel sérieux is mij steeds ontgaan. Ik ga simpel verder, volks en solo. Dag jong.

Eva Vanhoorne: (Zonder iets te willen insinueren maar... (-; )Is er een reden dat je zo hevig reageert, Martin?

Martin: Ja, Eva, er is een gefundeerde reden waarom ik zo hevig reageerde. Insinueren dat iemand het tegenovergestelde is van wat hij is, is een bedenkelijke tactiek, die me onder meer aan de schijnprocessen in de voormalige Sovjet-Unie doet denken. Dat wekt zeer terecht mijn verontwaardiging. Ik heb dat trouwens allemaal al uitvoerig uitgelegd. Maar ik vind - inderdaad - dat ik er nu voldoende woorden in heb geïnvesteerd. De hele zaak zal nu wel duidelijk zijn. Maar wat het voorbestaan van zulke tactieken betreft, ben ik pessimistisch.
Wat wou je eigenlijk niet insinueren, Eva?

Eva Vanhoorne: Ik bedoelde gewoon dat een mens zich meestal pas echt aangevallen voelt als 2 voorwaarden vervuld zijn:
a) de aangevallene de aanvaller een zekere autoriteit (recht van spreken, intelligentie, inzicht...) verleent (kwestie van te kunnen raken)
b) een kern van waarheid zit in wat de aanvaller insinueert en/of de aangevallene in het verleden een soortgelijke insinuatie te horen kreeg.
Maar je moet je niet aangevallen voelen door mij, hé. Ik ben een simpel meisje en observeer gewoon dat de reactie mij nogal disproportioneel tov de actie lijkt. Tenzij er achter de schermen ook vanalles is geschreven of gezegd, natuurlijk.

Martin Pulaski: Eva, hoe kom je aan voorwaarde b)? Mij lijkt verontwaardiging net zeer gerechtvaardigd als er geen kern van waarheid in de bewering zit, maar als het om een type bewering gaat die voor de gemeenschap en voor het vrije woord ernstige implicaties heeft en zelfs gevaarlijk kan zijn. Ergens in de polemiek stelde Marlon Vanco de vraag of "zoiets wel geoorloofd is" (doelend op een kunstwerk, of iets wat door de maker als een kunstwerk wordt beschouwd). Een zeer gevaarlijke uitspraak vind ik dat, en ik vind dat ik daar zeer terecht op heb gereageerd. Maar je hebt gelijk: het is buiten alle proporties. Waarschijnlijk tref je hier sporen aan van de kritisch-paranoïde methode.

Evy Zinnen: Volgens mij liep deze polemiek van in den beginne verkeerd; de 3 'fameuze bedenkingen', zoals Marlon ze zelf noemde.
We moeten verder kijken dan onze neus lang is. Minstens proberen. Onderwerp van de week.

Martin Pulaski: Ik begrijp niet goed wat je bedoelt, Evy. Ik dacht niet alleen aan mezelf, hoewel ik me beledigd voelde. Ik dacht zeker ook aan de maatschappelijke implicaties van de uitspraken van Marlon Vanco. Het vrije woord, de vrijheid van de kunstenaar, en zo van die dingen. Bovendien stoorde ik me zeer aan de tactiek - typisch voor autoritaire en paranoïde karakters - van de insinuatie. Ik probeer de dingen zoveel mogelijk in een ruimere context te plaatsen, wat me uiteraard niet altijd lukt.

Evy Zinnen: Neen, Martin, ik had het hier ook niet enkel over jou. Ik bedoelde dat ik vind dat Marlon’s opmerkingen onvoldoende gefundeerd zijn. De maatregelen die Cassiers genomen heeft zijn waarschijnlijk niet zijn individuele beslissingen. Bovendien is hij niet de eerste in de toneelwereld die dergelijke ‘strategie’ toepast. En er zijn acteurs die ‘afvloeien’ maar er zijn ook nieuwelingen in de ‘poule’ van het Toneelhuis, waaronder, bijvoorbeeld, Dirk Roofthooft. Zie artikels in de pers. Ikzelf heb ‘Mefisto’ niet gezien. Maar ik vermoed dat de context veel ‘breder’ is dan enkel maar die van het ‘duidelijke’ extremisme, meerbepaald de verdokenheid, de hypocrisie, het gevaar dat kunstenaars (gewild en soms ongewild) partij kiezen en die boodschap verdoken uitdragen in hun kunst. De maatschappelijke implicaties, zoals je zelf schrijft. Vermoed ik. Vérstrekkende maatschappelijke implicaties zelfs. Wat betreft Mao moeten de kleine lettertjes gelezen worden. Die vragen een beetje moeite. Ze staan overal. Klik klik en scroll scroll. Het hangt trouwens samen met Mefisto. Mijn bescheiden mening.
Tenslotte wil ik nog zeggen dat ik me in feite niet in deze polemiek wou mengen (Wat ben ik hier dan aan het doen?). Ze gaat zelfs mijn petje te boven omdat ik bijzonder weinig weet over toneel en kunst in het algemeen.
Maar ondertussen heb ik weer wat bijgeleerd. Hier en elders. Als een kip zonder kop misschien. Dan is dat maar zo. Maar ik heb net even gekeken en hier zijn geen kippen, wel bij de overburen, dat zijn boeren. ;-)

Foto: Martin Pulaski, Daphne & Mao

29-11-06

STAND VAN ZAKEN


Ik ben uitgeput van het strijden. Vandaag werk ik en rust ik tegelijk. Mijn verontwaardiging is weggeëbd. Ik hoop dat sommige bezoekers toch ook de kleine lettertjes lezen, dan is de hele polemiek niet vergeefs geweest. Die gaat ondertussen wel door. Als een kip die zonder kop over het erf loopt.

27-11-06

DAPHNE, BIE EN MAO MET STRIKJE


daphne, ibo en mao met strikje klein

















Foto: Daphne, Bie en Mao met strikje. Voorbereiding voor een fotosessie. Antwerpen, Lamorinièrestraat.

LECTUUR VAN EEN FOTO (OPEN BRIEF AAN MARLON VANCO)

deconstructie,interpretatie,mao,culturele revolutie,repliek,polemiek,james brown,seks,politiek,seksuele repressie,haruki murakami

Mao 1, Martin Pulaski, 1980.

Marlon, je praat volledig naast de kwestie. Jij begon plots te fulmineren over een foto, een kunstwerk van mij uit de jaren ’70 (of zeer waarschijnlijk uit 1980), terwijl mijn stukje over ‘Mefisto forever’ ging, een toneelproductie uit 2006. Aan mijn muur hangt geen foto van Mao, wel van Madonna en van James Brown. Die ‘foto’ van Mao waar jij het over hebt was deel van een enscenering (in 1980 dus, 26 jaar geleden). We construeerden een scène met als subtekst een aanval op de censuur van de culturele revolutie en meer bepaald van ziekelijke onderdrukkers als de heer Mao (figuren waar onder meer Wilhelm Reich ons zo voor gewaarschuwd heeft). Tegelijk was het tegen de toenmalige strakke maoïsten gericht. De inspiratie was Buñuel en meer nog Dusan Makavejev. Het was een deconstructie van de mythe van Mao en van de Bende van Vier, godnogantoe. Wel geen deconstructie van de Bende van de Stronk. Dat is voor een andere keer.

Wat jij doet is insinueren. Je insinueert dat ik sympathie heb voor Mao en misschien zelfs voor Maoïsten. Wat ik met mijn fotoserie – want er zijn meer foto’s dan die ene waar jij je zowat blind op staart - heb gedaan is net het tegenovergestelde aantonen. Je moet wel even naar de foto kijken, niet alleen naar het model, maar naar het geheel. Ook naar de titel en naar de tekst die er onlosmakelijk deel van uitmaakt. Ben je zo wereldvreemd en verblind dat je niet ziet dat dat een scène is? Dit maakt mij zo boos: het lijkt op Orwells Big Brother, mensen worden beschuldigd van net het tegendeel van waar ze voor staan. In 1984 is oorlog vrede. Zijn we nu ook zelf al zover gekomen? Dat kan toch niet in deze tijd, waar je met een klik in google de min of meer juiste informatie kunt krijgen.

Ik moet trouwens geen bestsellers lezen om te weten dat de Mao-dictatuur een bloederig regime was. Geen polonaise aan mijn lijf, ook geen wilde zwanen. De echte realiteit is veel gruwelijker dan de voorstelling ervan in een op Hollywood gerichte bestseller. Ik las destijds de kranten, Le Monde, om er maar één te noemen.

Zal ik het eens simpel zeggen: die foto die jij uit zijn verband rukt is een protest tegen Mao en tegen de toenmalige seksuele en andere repressie. Hij is een uitgesproken pleidooi voor de vrijheid. Overigens mag het duidelijk zijn dat ik destijds helemaal niet leefde en zeker nu niet leef in een wereld van boeken en muziek. Ik heb dit jaar nog maar één boek uitgelezen: The Wind Up Bird Chronicles van Haruki Murakami. Wellicht ook een bestseller. In de tegenspraak toont zich de meester. De realiteit is de wereld. Ik probeer zoveel mogelijk wereld te zien en te zijn. Maar ik ben wel zeer kwetsbaar. Gebrek aan empathie, gevoelloosheid en domheid maken sommige mensen kwetsbaar.

PHILIPPE NOIRET EN ROBERT ALTMAN

dood,afrika,philippe noiret,robert altman,anti-hollywood,anti-spektakel,film,auteurs,regisseurs,acteurs

Afgelopen week was weer een dodenweek. Er waren vanzelfsprekend de normale doden. Zij die sterven van ouderdom. Er waren de niet zo vanzelfsprekende doden, slachtoffers van misdaad en geweld, van honger, dorst en geneeslijke ziektes. Er waren de doden die stierven ten gevolge van onze onverschilligheid, een categorie die grotendeels samenvalt met de niet zo vanzelfsprekende doden. Er waren de onnoemelijke doden. Er waren als altijd de dode kinderen in Afrika, die af en toe op televisie worden getoond, als ze weer eens aan de beurt zijn. En er waren de beroemde doden. Mijn persoonlijke doden, noem ik ze, ook al waren ze geen familieleden of vrienden van me. Maar ik ben zo vaak in hun gezelschap of in het gezelschap van hun werk geweest dat ik hen beter ken dan sommige van mijn vrienden en dan al mijn familieleden samen.

Ik heb het over Robert Altman en Philippe Noiret. Philippe Noiret speelde de hoofdrol in enkele van mijn favoriete films: Coup de Torchon van Bertrand Tavernier; La Grande Bouffe, van Marco Ferreri; Zazie dans le métro van Louis Malle en Qui êtes-vous, Polly Maggoo? van de grote William Klein.

Robert Altman was de eigenzinnige maker van een aantal van mijn uitverkoren anti-Hollywoodfilms: McCabe & Mrs. Miller, The Long Goodbye (een te gekke Raymond Chandler), Thieves Like Us (met een zeer innemende Shelley Duvall, het verre zusje van Cristina Regadas), Nashville (Kuifje bij de Country & Western Sterren), A Wedding, Come Back to the Five and Dime, Jimmy Dean, Jimmy Dean (een anti-spectaculaire vrouwenfilm) en Short Cuts (gebaseerd op de verhalen van Raymond Carver). Blijkbaar had Robert iets voor Raymonds.

dood,afrika,philippe noiret,robert altman,anti-hollywood,anti-spektakel,film,auteurs,regisseurs,acteurs

Beide heren hebben het ondanks hun immens talent toch ook klaargespeeld om een hoop rotzooi te produceren. Die laat ik hier buiten beschouwing. Dat spreekt vanzelf. Echte mannen – menschen - als Robert Altman en Philippe Noiret worden met de dag schaarser. De nieuwe man is een lachertje in vergelijking met deze eigenzinnige reuzen. Ik zal hen missen. Maar gelukkig zijn er nog hun films.

Foto boven: Philippe Noiret en Isabelle Huppert in Coup de torchon.
Foto onder: Jennifer Jason Leigh in Short Cuts.

26-11-06

HEEFT MEFISTO DE TOEKOMST IN HANDEN?


Daar staat Peter Gorissen met een revolver in de hand. Bijna op de rand van het podium. Ik heb nog dertien kogels, zegt hij. Ik geef mij niet over. Ik maak er een eind aan en neem er twaalf van jullie mee. Ik zit in de zaal, niet ver van deze man, die De Dikke speelt, de naamloze nazi-minister van cultuur, waar ik meteen Göring in had herkend. Peter Gorissen speelt niet, hij is. Daarom ben ik nu heel bang dat hij echt dertien kogels in zijn revolver heeft en dat hij echt op het publiek, en misschien op mij, zal schieten. Ik acht Peter Gorissen daartoe in staat. Zozeer bewonder ik hem als acteur. Maar nu ben ik doodsbang. Ik kan me ook niet verbergen achter de theaterbezoeker voor me, want die heeft tijdens de pauze de zaal verlaten. Vreemd is dat, want dit is theater zoals het maar zelden te zien is, van een overweldigende schoonheid getuigend, elke seconde, in elk aspect – maar het is geen vrijblijvende schoonheid, dit is gevaarlijke schoonheid. Of beter nog: schoonheid die ons wijst op het gevaar rondom ons, en op de grote verantwoordelijkheid die wij met zijn allen hebben. Maar dat zijn bedenkingen achteraf. Met angst en beven kijk ik toe hoe Peter Gorissen de revolver richt. Zijn demonische blik, vol doodsverachting. Maar dan keert hij de zaal de rug toe, stopt het wapen in de mond en…

Ik heb hier nu een boek voor me liggen, de Gedichten van Hugo Claus, een verzamelbundel uit de periode 1948-1963. Dat boek heb ik lang geleden van Peter gekocht. Hij was op bezoek bij mijn beste vriend Jos, Peters neef. Peter deed zijn boeken van de hand omdat hij naar de Verenigde Staten vertrok, om er te gaan studeren in Los Angeles. Dat is bijna dertig jaar geleden. Sindsdien is er veel gebeurd in de wereld en in onze persoonlijke levens. Jos heeft zich het leven benomen. Als ik me niet vergis heeft Peter ernstige geestelijke inzinkingen gekend. Maar ondanks die tegenslagen is hij een schitterend acteur gebleven. Ook in dit stuk, Mefisto Forever, van Guy Cassiers en Tom Lanoye, schittert hij. De andere spelers moeten overigens nauwelijks voor hem onderdoen. De klasse van Dirk Roofthooft kennen we allemaal. Zijn melancholische pretoogjes kunnen de tragiek van een verhaal zeer geloofwaardig maken. Ik zal nooit vergeten hoe hij me in het café van De Bottelarij ooit troostte toen ik door te veel alcohol, en na een lang gesprek met een Amerikaanse operazangeres, ten prooi viel aan diepe melancholie – een zware aanval van verlatingsangst. Het werk van Guy Cassiers volg ik op de voet van sinds hij als jonge theatermaker van start ging. Vroeg in de jaren ’80 zag ik hem samen met zijn vader aan het werk in een gelijkvloerse verdieping aan de Cogels-Osylei. Was het een theatervoorstelling? Met zo’n twintig lotgenoten mochten we het appartement betreden. Er werd ons koffie aangeboden. Al gauw kregen vader en zoon ruzie. Er ontstond een stevige scheldpartij. Was dit komedie? Moesten we lachen? Huilen? De scène duurde gelukkig niet al te lang. Vervolgens mochten we de woning weer verlaten. Ik weet nog altijd niet wat ik toen heb meegemaakt. Wat ik wel weet is dat de vier Proust-voorstellingen van Guy Cassiers tot het beste theater behoren dat ik ooit heb gezien. En nu bereikt hij – samen met zijn ploeg - met Mefisto Forever weer zulk hoog niveau. Alleen ga je niet echt met een gelukzalig gevoel naar huis, na een voorstelling die je waarschuwt voor het reële gevaar van het huidige fascisme. Ik was me daar al wel van bewust, maar wat deed ik er eigenlijk tegen? Kunnen wij ooit voldoende doen? Wegkijken is niet de boodschap. Maar wat is dan wel de boodschap? Weinigen van ons hebben het talent van Guy Cassiers om de waarheid tot diep in de ziel te laten doordringen.

24-11-06

DUEL IN DE ZON

western,jennifer jones,king vidor,gedicht,film

Voor Jennifer Jones


Onder Texaanse zon duikt zij op
In teveel landschap, verdwijnt

Meteen weer uit het zicht
Haar oogverblind lichaam

In gevaarlijke bochten gevangen,
de droge rivier.

Met zeldzame liefde bekogeld
wild dier, tam beest.


Veel onzuiver bloed vloeit
over zijn vijandige handen

Vermengd met het zijne
bloeit het op dodenrotsen op.

23-11-06

VADERLANDSE OORDEN EN WOORDEN


In het vaderland moet je de weg naar de leegte en het niets terugvinden. Als je die oorden en hun woorden hebt teruggevonden moet je waarschijnlijk aan de wederopbouw beginnen. Het moet een soort van Wirtschaftswunder worden. Een wonder van de verbeelding. Daar zullen geen ontslagen vallen. Er rijden trouwens geen Volkswagens rond. Gerichte mobiliteit is er overbodig. Zul je er vrouwen kussen, vreemde huid strelen, juichend in het rond springen? Dat is nog maar de vraag. Ernst is je vreemd, Martin Pulaski, ook al kun je goed klagen en krijg je soms hoofdpijn van je eigen gezeur. In het vaderland moet je veel slapen. Je bent moe en je hebt allerlei klachten. Mensen in kamers, kantoren en op straat vallen je lastig met hun aanwezigheid. Ze zijn gemaskerd, je kent hun beweegredenen niet. Soms komen ze op je toe en vragen je geld of diensten. Anderen spuwen op de zitjes in de metro. Dat is niet de leegte en dat is niet het niets naar waar je moet terugkeren. Als je die oorden en woorden hebt teruggevonden kan er geen spoor van walging meer zijn. Nu lijk je op een kip zonder kop. Niet als je in de spiegel kijkt. Maar als je jezelf bedenkt. Ja, jezelf bedenkt in de toestand waarin je nu verkeert. Een kip zonder kop, maar wel moe en ten prooi aan hoofdpijn. Slachtoffer van slechte bedoelingen en boosaardigheid. Vanuit dat geometrisch punt vertrekkend, als je het vindt, laat je slechte mensen achter en spelen goede en slechte bedoelingen geen rol meer. Het is een open ruimte, zoals een open plek in een bos, waar plotseling de zon op schijnt. Je bent er welkom. Ik weet dat ik je er zal vinden. En jou ook. Het klinkt allemaal minder erg dan het is. Neen, ik maak een grapje. Het is allemaal minder erg dan het klinkt.

20-11-06

UIT HET HART (EEN LANG VERHAAL KORT II)

misia,astrud gilberto,porto,fado,herman brood,vrouwen,stemmen,james joyce,miranda richardson,muziek,pop,rock,cuby and the blizzards,ramones,alfred doblin,franz biberkopf,namen,paula rego

Zeven dagen lang op en af door de rua Alegria, van en naar het hotel. In de Rua de Passos Manuel koop je op een zonnige dag cd’s van Madredeus (O Paraiso), Mariza (Fado Curvo), Cesaria Evora (Miss Perfumado) en Mísia (Drama Box). Misia heeft je inmiddels helemaal ingepalmd. Op 4 december ga je samen met Theo H. naar haar concert in het Koninklijk Circus. Een koninklijke drama queen uit Porto in een koninklijke concertzaal. Drama Box bevat herinneringen aan Maria de Medeiros, Ute Lemper en Miranda Richardson. De laatste een van de mooiste Britse stemmen, ook als de moordenares Ruth Ellis, in Dance With A Stranger (scenario van Shelagh Delaney), een film waar mijn zoon als kleine jongen helemaal weg van was. Wat je volkomen begreep, je wilde zelf zo’n kleine jongen zijn, betoverd door Miranda Richardsons stem, en door de blik in haar ogen. 


Je denkt nu onwillekeurig – neen, niet werkelijk onwillekeurig - aan Herman Brood, die je in de jaren zeventig verfoeide, vooral vanwege de drugs en de slechte smaak; nu heb je echter het gevoel dat je hem enigszins hebt miskend. In de sixties bewonderde je hem nog als pianist van Cuby & the Blizzards en als herrieschopper. Maar dat hele gedoe met Wild Romance – en die leren broeken en al dat zweet - stond je niet aan. Je droeg toen zelf witte pakken, uit Firenze afkomstig. Excuseer, ik was even afgeleid: die verdomde kranten ook.

Je geeft je over aan de clichés van een stad en tegelijk ontwricht je ze ook. Fado komt oorspronkelijk uit Lissabon meen je je te herinneren, zoals Fernando Pessoa en al zijn heteroniemen, zoals Amalia Rodriguez. Toch hoor je die bijna denkbeeldige fado uit vele huizen in de binnenstad van het oude Porto opklinken. Mísia groeide op in Porto. Ze is niet zuiver op de graat wat de fado betreft. Wat een prachtige stem ook! Portugees is misschien de mooiste, de meest muzikale taal van de wereld. Luister naar Astrud Gilberto’s Take Me To Aruanda, een lied waar Haruki Murakami je de weg naar wees. Niet dat je The Girl From Ipanema niet kende. Ja, in het Engels zingt zij – maar het blijft een Braziliaanse stem. Luister daarna naar haar liederen in de Portugese taal: Tristeza, So Tinha De Ser Com Voce. Haar stem zalft zachter dan palmolie.

En dan ga je opieuw via metrostation São Bento naar de Ponte Dom Luis I tot aan Jardim do Morro. Daar, aan de overkant, in de Gaia wijk, ga je langs de oever van de Douro wandelen, langs de portozaken en de bootjes voor de toeristen. Je laat je niet verleiden voor een bezoek aan een portomagazijn. De geur, de sfeer volstaan. Geen polonaise aan mijn lijf, Alfred Döblin indachtig, Franz Biberkopf. Opeens staat hij hier voor je, de anti-held par excellence, met in zijn gevolg tal van uitvreters die jenever drinken en sardientjes uit blik eten. Tom Waits begeleidt hun schranspartij met een hemels-helse versie van Danny Says, de beste song van the Ramones. Die jongens zijn nu bijna allemaal dood. Ook weer zo’n droevige zaak.

“Hangin' out in L.A.
And there's nowhere to go.
It ain't Christmas if there ain't no snow.
Listening to Sheena on the radio.
Oh-ho oh-ho."

Om tranen bij in de ogen te krijgen. Ook als je aan zo’n vijvertje zit in het park van Palácio de Cristal en je denkt aan je jeugd, en aan de verwoesting van de tijd en de gedane zaken die geen keer nemen. Zou je niet beter alles de rug toekeren, zoals Portugal tot voor kort met Europa deed? Nu nog steeds de ogen gericht op de oude oceaan. Jij aan verwarring ten prooi, nu in deze tekst. Was je echte mentor de bijna blinde James Joyce, tegen wie Vivane Demuynck als Claire Goll gisteren in 'Alles is ijdelheid' zo tekeer ging? Gisteravond in het Kaaitheater herinnerde je je weer waarom je zo’n afkeer had gehad van die Claire Goll. Een vrouw zonder betekenis, die zichzelf als het centrum van de wereld beschouwde. Zoals Alma Mahler. Zoals Yoko Ono. In tegenstelling tot de miljoenen vrouwen die wel een centrum van de wereld zijn. Paula Rego. PJ Harvey. Patti Smith. Neko Case. Virginia Woolf. Jane Bowles. Isabelle Huppert. Ach. Namen noemen is soms zo vervelend. Aan de Cais da Ribeira is het heerlijk flaneren, en in de meer binnensteedse straatjes. Overal lekkere vis en de wijn van de Douro. Blijven dagdromen, jongen, de tijd tikt door, blijven dromen, tegen de tijd, tegen de demonen, de machtshongerigen.

Foto: Misia en Maria de Medeiros.

19-11-06

UIT HET HART (EEN LANG VERHAAL KORT I)

bar,oceaan,steden,porto,vriendschap,stemmen,lautreamont,zon,isidore ducasse,herbie hancock,strand,conversatie,cristina regadas,david lynch,kkk,pulaski,casimir pulaski,cafes,francis bacon,ronette pulaski,cafe majestic

Je drinkt Bitterzoete Beirao-likeur, ’s avonds in een bar aan de oude oceaan.“Oude oceaan, je bent het symbool der volkomen gelijkheid: altijd aan jezelf gelijk. Jij verandert niet wezenlijk, en als je golven op één plaats in opstand zijn, dan verkeren zij wat verder, in een andere streek, in de volmaaktste rust. Jij bent niet als de mens, die op straat stil blijft staan om te kijken naar twee buldoggen die elkaar naar de keel vliegen, maar die niet stil blijft staan, als er een begrafenisstoet voorbijgaat; die vanmorgen genaakbaar is en vanavond in een slecht humeur; die vandaag lacht en morgen huilt. Ik groet je oude oceaan!” Dat schreef Lautréamont in De zangen van Maldoror. Of mal d’aurore? Isidore Ducasse, in Montevideo geboren, in Brussel gepubliceerd. In die bar, daar, aan de oude oceaan. Muziek van Herbie Hancock op de achtergrond, Canteloupe Island, terwijl we converseren over Parijs, Brussel, Amsterdam, Porto. Door de bizarre verlichting lijkt het strand op een maanlandschap. Snelle foto’s, alsof de momenten eeuwig willen duren. In een kleine auto over de brede boulevard, en door de nauwe, steile straatjes. De nieuwe metro dendert over de brug van de Belgische architect Théophile Seyrig, de Ponte Dom Luís I, wij tevoet over het gangpad ernaast, diep onder ons het verlokkelijke water van de Douro, dat het land binnenstroomt. Op de heuvels in de verte de druiven. De naam van de architect wekt herinneringen op aan de diepbetreurde actrice. Delphine Seyrig. In galerij 111, tegenover het Palacio de Cristal het verbluffende werk van de Portugese kunstenares Paula Rego. Vrouwen die veel weten van het leven, die tederheid en berusting uitstralen in de nabijheid van hulpeloze varkens. De mannen even hulpeloos als de varkens. Oker, groen, oud roze, bruin. Wastafels, een man met schildpaddenhanden, abortus als een soort van mysterie. Een portret van een zachtaardige jongeman die nooit meer zal boksen. De ogen doen een beetje denken aan die van dokter Paul Gachet, de oren aan een boer in Novecento. 


Later in park van het Palacio de Cristal, waar je helemaal alleen op een eilandje zit te mediteren. Het zeer mooie park van Fundaçao de Serralves. De zalvende warmte van november. De sobere, strakke metrostations met de opschriften in een buitengewoon stijlvol lettertype. Een koude vrijdagnacht op een onbekend plein in het hart van de oude stad. De vriendinnen van Cristina zijn dronken. Wat ze allemaal niet willen weten over België. Ze zeggen dat het in België altijd donker is. Neen, zeg je, in de zomer schijnt er de zon. Zelfs nu nog, in de late herfst. Een van hen studeert filosofie. Maar alcohol nivelleert ons, maakt ons leden van een groot broeder- en zusterschap. Misérable miracle.

Hoe Agnes en Cristina elkaar vinden. Hoe ze praten over familietragedies en elkaar herkennen in hun zeer persoonlijke doden. Zelf heb je het gevoel dat er een ander leven begint in Porto. Een beter leven. Geld speelt geen rol meer, tijd, vergankelijkheid. Ofwel, alles is vergankelijk. Waarom je er dan nog langer zorgen over maken? Het vriendelijke personeel in het hotel aan de Rua da Alegria. Een van de mooiste cafés van Europa is café Majestic in de Rua de Santa Catarina, de winkelstraat van Porto. Bij Zara koop je witte hemden, gestreepte t-shirts (denkend aan Andy Warhol).

In weer een andere bar, jaren zeventig stijl, lang na middernacht, drink je bier en discussieer je met Cristina over Francis Bacon. Zijn geweld schrikt haar af. Je vertelt over je schuilnaam, Pulaski, waar hij vandaan komt. Dat je niet wist dat Pulaski een stadje was in het Zuiden van de Verenigde Staten, waar de KKK werd gesticht. Er zijn daar trouwens meer stadjes die Pulaski heten. Dat je je daar over schaamt. Maar dat generaal Casimir Pulaski, een vrijheidsstrijder was. Je hebt je pseudoniem in Twin Peaks gevonden, de serie van David Lynch, vertel je haar. Ronette Pulaski was helemaal aan het begin van de serie verkracht en gefolterd door een bende wilde vetzakken. Daarna lag ze voortdurend in het ziekenhuis. Je vond het een gepaste naam voor je openbare alter ego. De rest heb je pas later ontdekt. Nu moet je ermee door het leven. En hoochiekoochie dan? Dat schijnt slang te zijn voor zuipen en neuken. Dat wist je natuurlijk wel. Je hebt die naam met veel ironie gekozen. Het laatste wat men van je kan denken is dat je een macho bent. Voor Muddy Waters is het echter een perfect epitheton ornans, zonder dat het in enige mate afbreuk doet aan de waarde en de schoonheid van zijn blues. Vaak heeft Cristina het over haar geliefde vriend die in Amsterdam werkt. Hij is een Bosniër. Hij is bij het leger geweest. Een ongelovige moslim. Hoe kun je geloven, na zulke wrede burgeroorlog? Hoe kun je hoe dan ook geloven als er ooit een KKK werd gesticht? We praten alsof ons leven er van afhangt. En het is waar: ons leven hangt ervan af. De vriendschap is het hoogste goed.

Foto: Martin Pulaski, Cristina Regadas.

SCHOONHEID VOLGENS ERIC ROHMER

schoonheid,eric rohmer,haydee politoff,film,nouvelle vague

Haydée Politoff in La collectioneuse


Het ene meisje: “Je houdt van iemand omdat hij mooi is.”

Het andere meisje: “Nee, je vindt hem mooi omdat je van hem houdt.”

Eric Rohmer, La collectioneuse.

17-11-06

ROMANTIC AGONY?


Iemand voor het eerst in levenden lijve ontmoeten – MIP in de taal van de moderne mens - die je alleen maar kent van het internet is een vreemde ervaring. Toen we die maandagmiddag in Porto uit het vliegtuig stapten hadden we al een onnoemelijk stresserende ochtend achter de rug. Toevallig vertrokken we op de dag dat de nieuwe Europese veiligheidsmaatregelen voor luchthavens en vliegtuigen in voege traden. We waren goed op tijd in Zaventem, maar er stonden ellenlange rijen wachters bij de controle. Het leek uitgesloten dat we onze vlucht naar Porto nog zouden halen. Mijn reactie op dergelijke situaties is er een van verlamming, of is het catatonie? Ik ben niet meer tot handelen of beslissen in staat. In een rij is er trouwens niet veel handels- en beslissingmogelijkheid. Ik kan er over meespreken: ik heb al jaren in rijen gestaan. Maar wie niet eigenlijk? Mijn gezellin echter gaat zich in allerlei bochten wringen, windt zich op, maakt zich op zowat iedereen boos. Vooral op mij, vanwege mijn passiviteit. Die maandag scheelde het niet veel of ze zou de hele zeer trage rij neergemaaid hebben; gelukkig had ze geen machinegeweer bij. Toch is ze er in geslaagd ons helemaal naar voren in die vreselijke rij te loodsen. Heel vreemd vind ik dat die mensen aan de kop ons wilden laten voorgaan. Het lijkt me nog altijd een scène uit een mooie droom.
Bij de controle dacht ik opeens dat de vele medicijnen – ik heb altijd massa’s medicijnen bij, in navolging van Elvis; het verschil met hem is dat ik ze niet inneem, het is alleen maar voor het geval er iets zou gebeuren – misschien wel verboden producten waren. Kunnen pilletjes niet tot ontploffing gebracht worden? Je kunt er, als je er voldoende van gebruikt, in ieder geval iemand mee vergiftigen. Mijn rugzak ontlokte echter geen enkele opmerking bij het controlepersoneel. Mijn lichaam, geheel van metaal ontdaan, gaf wel een signaal. Wat de oorzaak was weet ik niet. Ik heb alvast geen ijzeren wil.

In Porto zou Cristina ons komen oppikken in de luchthaven. Hoewel ik al honderden foto’s van haar heb gezien en ze heel mooi en opvallend is, was ik toch bang dat ik haar niet zou herkennen. En wat moest ik zeggen? Kon ik wel spreken tegen een reeks foto’s? Bovendien schrikt schoonheid me af. Waarschijnlijk leg ik onbewust een verband met verschrikking en horror, zoals romantici als Shelley dat ook al deden. (Mario Praz heeft daar zeer boeiend over geschreven in zijn lijvige studie Lust, dood en duivel in de literatuur van de Romantiek, een boek dat beter bekend is onder de titel The Romantic Agony. Voor mij is het een werk dat een hele wereld heeft geopend.)

Er was niemand in de hal die ik meteen herkende. Was ze er niet? Hadden we slecht afgesproken? Had ik me iets op de mouw laten spelden? Terwijl ik een sms stond in te tikken – ik gebruik daarbij nog de gewone omgangstaal – stond ze echter opeens voor ons. Een jonge vrouw van vlees en bloed. Ze zag er minder extravagant uit dan op haar foto’s, wegens minder make-up, maar nog steeds bijzonder mooi. Maar wat was ze mager! Later zag ik haar van die fijne sigaretjes roken die heel goed bij haar pasten. Onze bagage ging maar net in haar kleine auto. Op een half uurtje waren we in ons hotel. Na de middag zou ze ons door het oude Porto gidsen. We zouden lang zitten praten in het bruine café Ceuta, we zouden elkaar goed leren kennen. We zouden ontdekken dat we zielsverwanten zijn. Ik zou vaststellen dat schoonheid niets met horror en verschrikking heeft te maken. Echte schoonheid is ook niet oppervlakkig, maar is de uitdrukking van diepe gedachten, een rijke verbeelding, empathie en mededogen, van een buitengewoon vermogen tot vriendschap en van nog wel wat andere dingen. Een mooi voorbeeld is Tom Waits: één en al schoonheid.

15-11-06

VRIJDAGAVOND IN PORTO

vrienden,museu serralves,wonen,porto,kunst,elis regina,evel,cristina regadas,antonio carlos jobim,platano,appartement,anos 80,uma topologia,muziek,zingen,eighties,midderenacht,drinken,stad

Gina Pane

Onze ideale gastvrouw Cristina had ons uitgenodigd voor een vegetarisch etentje in haar ruime en smaakvol ingerichte appartement dat uitkijkt op de Avenida dos Aliados. Aan de overkant van de boulevard, die veel weg heeft van een plein, kun je lekker gaan eten of koffie drinken in Guarany, een van de mooiste cafés van Porto. Bij het binnenkomen in Cristina’s salon werden wij meteen zacht ondergedompeld in de samba van de Braziliaanse zangeres Elis Regina en de tijdloze composities van Antonio Carlos Jobim. 


We hadden rode Evel en witte Platano Reserva meegebracht, lekkere wijn uit de Douro-streek. Cristina’s woning is een oord van muziek, poëzie en kunst. Ze bezit honderden tijdschriften, de meeste over kunst, literatuur en mode. Het enthousiasme waarmee ze boeken, tijdschriften en voorwerpen toont waar ze van houdt, en erover praat, doet me terugdenken aan jaren ’70 en ’80, toen ik zelf zulk enthousiasme ten toon spreidde als er vrienden te gast waren. Heel even had ik weer de indruk dat tijd niet bestaat, dat mijn jonge geest nog steeds in een jong lichaam huist. Maar een of andere spierkramp of een ander symptoom van aftakeling brengt me snel terug tot de realiteit. We praten over onze levens, onze families, vaak zijn het verhalen over ziekte en dood, alsof de melancholie van Porto ons aan haar onweerstaanbare wetten onderwerpt. Maar we hebben desondanks veel plezier; we drinken er lustig op los; af en toe laat de kat Marcello zich zien, hij wordt graag gestreeld; Cristina rookt de hele tijd flinterdunne sigaretten. Af en toe maakt zij een foto met een van haar Nikons. Ik durf mijn Canon niet eens uit mijn rugzakje halen, ik bevind me in het gezelschap van een echte fotografe.

Als het bijna middernacht is begeven we ons naar het Museu Serralves, waar een tentoonstelling opent over de jaren ‘80 (ANOS 80: UMA TOPOLOGIA). Het museum ligt een heel eind buiten het centrum van Porto. Na eerst een korte botsing zonder blikschade – voor Cristina’s deur - en een woordenwisseling met een boze chauffeur wordt het toch nog een vrolijke rit: om in de stemming te komen zingen we flarden liedjes van Duran Duran, Human League en ABC. Weet je waar Duran Duran die gekke naam vandaan heeft, vraag ik? Natuurlijk, zegt Cristina, dat komt uit Barbarella. Ondanks haar jonge leeftijd weet ze alles over die antieke films. Ze houdt het meest van Polanski’s Rosemary’s Baby.
In het museum is het buitengewoon druk. Veel bezoekers hebben zich in de stijl van de jaren ‘80 gekleed (of zoals zij zich die stijl voorstellen; sommigen zullen wellicht het tijdschrift The Face ter hand hebben genomen om wat voorbeelden te vinden.) Hoewel ik denk dat heel wat van hen op de gratis drank zijn afgekomen zie ik toch niemand met een glas wijn of bier. Aangezien ik al wat aangeschoten ben, vind ik dat niet erg. Later blijkt dat de drank in een rokerige kelder wordt geschonken. Het is dan al veel te laat om nog iets anders dan Coca Cola te bemachtigen.

In de vele zalen van het schitterende museum zien we werk van heel wat Belgen: onder meer van Thierry De Cordier, Lili Dujourie, Luc Tuymans en Jan Vercruysse. Het valt op hoezeer België en de Belgische kunsten geliefd zijn in Porto. Al de eerste dag van ons verblijf in de stad troffen we in het kleine museum waar Cristina werkt monografieën aan van Belgische kunstenaars en zagen we vertalingen in het Portugees van gedichten van Leonard Nolens. In het Museu Serralves liep een kleine tentoonstelling over het lichaam in de kunst van de 20ste eeuw net af. Heel interessant, met werk van Hugo Ball, Marcel Duchamp, Herman Nitsch, Günther Brus en het Wiener Aktionismus, de performances van Gina Pane, de bizarre aanwezigheid van Valie Export, de lichaamskunst van Yves Klein, de poëtische lichaamstaal van Joseph Beuys en de directe lichamelijkheid in het abstract expressionisme van de manisch-depressieve kunstenaar Jackson Pollock. De curator van die tentoonstelling was de Belg Guy Schraenen. Een overzichtstentoonstelling van het werk van Luc Tuymans was net afgelopen. De banieren hingen nog in de straten. Cristina zelf was vol lof over toneelgroep Stan, Ultima Vez, Anne Teresa De Keersmaeker, de Belgische rock van deus, Dead Man Ray, Rudy Trouvé en nog heel wat andere(n). Als anti-chauvinist was het bijzonder moeilijk om aan deze passie te weerstaan. Toch heb ik sinds die avond nog altijd geen Belgische cd’s gekocht.

Maar ik wil even terugkeren naar de jaren ’80-tentoonstelling. De curator, een mij onbekende Duitser, had zeer veel materiaal uit de periode bijeengebracht. Naast de reeds genoemde Belgen werd ik vooral getroffen door het werk van Marleen Dumas, Richard Deacon, Jenny Holzer, Ilya Kabakov, Martin Kippenberger, Matt Mullican, Raymond Pettibon, Richard Prince, Cindy Sherman en Jeff Wall.

Lang na middernacht begaven we ons met een groepje dronken vrienden – zeer nieuwsgierig naar de Belgische politiek en demografie - van Cristina naar de goedkoopste bar van Porto, die echter net ging sluiten. Een geluk, zo kon ik zaterdagochtend, the day after, toch nog op tijd uit bed voor het ontbijt. In mijn hoofd zoemde nog steeds Inutil Paisagem van Antonio Carlos Jobim en Elis Regina. Ik had het klaargespeeld de hele vrijdag geen druppel Porto te drinken.

vrienden,museu serralves,wonen,porto,kunst,elis regina,evel,cristina regadas,antonio carlos jobim,platano,appartement,anos 80,uma topologia,muziek,zingen,eighties,midderenacht,drinken,stad

JACK KEROUAC EN DE OUDE DUIVEL

san francisco,mexico,jack kerouac,malcolm lowry,poetisch proza

Doodshoofd van Jose Guadalupe Posada

De oude jonge man met de pet is op weg naar de regenboog in het Westen. Zijn huid is de huid van Adam in de eerste hagel, storm en sneeuw. God, vraagt hij, hoeveel kleuren zijn er onder uw zon, hoeveel mazen in uw net? Terwijl toestellen flitsen om zijn aftakeling voor eeuwig aan banden te leggen.

De jonge oude man met de pet is op weg naar de begrafenis van een junkiemeisje in Mexico Stad. Doodskoppen van suiker lachen hem vanuit etalages volmondig toe. Hij zucht als iemand in doodsstrijd als hij marmeren trappen beklimt en terugdenkt aan de dagen van dwaze misverstanden, kalverliefdes en andere vormen van onzalig nietsnutten.

De jonge oude man met de pet is op weg naar een bijeenkomst van ongeschoeide karmelietessen die zijn Boek willen horen. Aan de voet van Twin Peaks in de mist zit een oude onbekende meester met een ratelslang. Kom, zegt hij, ik heb op je gewacht, je bent moe, laten we ons Lazarus drinken. Je reis is ten einde. Je speeksel is op.

Trouwe bezoekers van hoochiekoochie herinneren zich dit fragment – oorspronkelijk gepost op 28/8/2006 - misschien nog. Vanwege de spam heb ik dit, jammer genoeg samen met het commentaar, moeten wissen. Ik wilde dit poëtisch proza echter niet verloren laten gaan, en daarom plaats ik het hier opnieuw. Nu kan ik er ook even bij vermelden dat ik mijn inspiratie gehaald heb bij Jack Kerouac (Mexico City Blues, met het ongeëvenaarde “The wheel of the quivering meat conception / Turns in the void expelling human beings…” en dan volgt een opsomming van een hele resem andere wezens), en Malcolm Lowry (Under The Vulcano). Voorts zijn er in dit stukje indrukken van een verblijf in San Francisco verwerkt. Twin Peaks verwijst niet naar de tv-serie van David Lynch maar naar een wijk in de stad aan de Stille Oceaan, waar beats en hippies zich zo thuisvoelden.

SATAN 'SCHRIJFT' SPAM


satan


Beerputbewoners hebben mijn blog bevuild met hun laatkapitalistische stinkende boodschappen, beter bekend als spam. Denken zij dat wij hun vuiligheid zoals Viagra, Dolzan of Xanax zullen aanschaffen of dat wij nu meteen naar Bangkok zullen vertrekken om daar kinderen te gaan verkrachten? Ze zijn letterlijk aan het verkeerde adres. Als ik medicijnen nodig heb ga ik naar de arts. Kinderen zijn de toekomst. Niemand weet of zij geen andere Gandhi of Shakespeare zullen worden. Overigens is er met een gewone postbode ook niets mis. Wie kinderen schendt verdient levend gevild te worden. Ik twijfel er geen ogenblik aan of deze beerputbewoners stinken vreselijk uit hun bek. Zelfs uit hun codes stijgt de zwavellucht op.

Ik begrijp dat ik niet het enige slachtoffer ben van deze praktijken, maar dat is een magere troost. Het blijft een verschrikking om datgene wat je met liefde en veel inzet aan de wereld heb geschonken bezoedeld aan te treffen na een aangenaam verblijf bij vrienden in het buitenland. Het is een nog grotere verschrikking als je vaststelt dat ze een deel van hun smerigheid plaatsen bij een foto van een dierbare overleden vriend. Ik twijfel er geen ogenblik aan dat ze dat weten, cynisch en destructief als ze zijn. Ik heb al een stukje moeten wissen omdat het onbegonnen werk was de honderden woorduitwerpselen te verwijderen. Nu ga ik zo lang als ik er geduld voor heb verder wieden in dit elektronisch dagboek. Wat maakt dit alles mij moedeloos. Enkele van de teksten die ik destijds heb gepost zal ik opnieuw publiek maken, als ze tenminste niet al te tijdsgebonden zijn. De fijne stukjes commentaar zullen er helaas niet meer bij staan.

13-11-06

EEN ZWERVER KOMT THUIS


casa de serralves

De rusteloosheid zit me in het bloed. Ik ben graag thuis tussen mijn boeken en mijn muziek en ik breng veel tijd door aan mijn computer, werkend aan oude en nieuwe teksten, of contacten onderhoudend met mijn cyberspacevrienden. Vroeger zat ik graag aan een tafel met een boek en potloden. Al lezend onderstreepte ik en schreef uitspraken die me troffen over in een werkschrift. Dat was grondstof voor mijn eigen schriftuur. Nu gebeurt het nog maar zelden dat ik met een boek aan tafel zit en nog minder dat ik zinnen onderstreep. Ik vind het zin-loos en nutteloos, haast compulsief gedrag. Als ik nog lees is het vooral in bed. Aan tafel eet en drink ik wijn, en als er bezoek is praat ik ook wel wat. Maar van thuis blijven is de pret af. Genieten van de hierboven genoemde bezigheden doe ik niet langer. Zelfs de beste film op dvd gaat me al snel vervelen. Een volledige cd beluisteren is onbegonnen werk. Na drie songs heb ik het wel gehoord. Meer van hetzelfde! Bespaar mij het cocoonen. Het zwerven zit me in het bloed. Ik wil weg van huis. Het liefst verblijf ik in een hotelkamer. Daar kom ik eindelijk wat tot rust, daar slaap ik enige uren aan een stuk. Ja, ik cocoon in een hotelkamer, en zelfs in een metrostation. Ik houd van het flaneren in een nog niet kapotgeflaneerde stad. Ik verplaats me wel graag met metro en tram, desnoods zelfs met de bus, maar wat ik echt boven al verkies is te voet gaan. Dat is in mijn ogen de beste manier om een stad of een land te verkennen. De voorbije dagen in Porto heb ik mijn schoenzolen niet gespaard. Het is een heerlijke stad om in te wandelen. Vervallen, maar schrijnend mooi van (oude) architectuur. ’s Middags de geur van gebakken vis en altijd – ook al hoor je hem niet echt – de droeve klanken van de fado. Beleefde, bescheiden, wat schuchtere mensen. Ze spreken stil, alsof ze zich enigszins schamen voor hun aanwezigheid. Het katholicisme heeft er zijn akelige sporen getrokken, maar ook de kerken, vaak parels van barokkunst, baden in het helderste licht van de Atlantische Oceaan. Overal waar je kijkt zie je azulejo’s – en bovenal in het São Bento station -, een troost voor het te veel gelezen en geleden hebbende, vermoeide oog.

Terug in België, in Brussel: de duisternis hier is wat mij meteen opvalt, de terneerdrukkende duisternis en pas daarna de vochtige kou. Je hele appartement is al na een week afwezigheid een vreemde plek geworden, vijandig aan je lichaam. Het is gaan toebehoren aan die donkere wereld van vocht, kou. Het heeft iets vijandigs gekregen. Net als veel inwoners van dit land is het niet gastvrij, zelfs niet jegens zijn oude vertrouwde bewoners, die het nochtans koesteren en zelfs met liefde bejegenen. Misschien is het appartement zich bewust van mijn ontrouw, van mijn diepe wens om het voor altijd de rug toe te keren en een zwervend bestaan te gaan leiden. Mijn kamers mogen echter op twee oren slapen: gebrek aan financiën, zwakte en vermoeidheid kluisteren mij gemiddeld veertien uur per dag aan ze vast. Tussen hun muren ontvang ik nieuwe woorden en luister ik naar soul, blues, country, en voortaan ook fado of bekijk ik nog een keer Days Of Heaven. De straten van mijn stad ontwijk ik zoveel mogelijk. God die niet bestaat, laat het maar regenen op de slechte mensen!

Foto: Martin Pulaski,
Casa Seralves in Porto.

05-11-06

VLEES EN PORTO

porto,vertaler,absurd,surrealisme,ocmw,vlees,reizen,uncle meat,hotel

De lezers van Brussel Deze Week kennen dit al. Maar ik vermoed dat niet iedereen dat krantje leest. Er stond deze week een artikel in over het OCMW van Koekelberg, meer bepaald over de vindingrijkheid van de vertaler van de instelling.

Hier volgen enkele voorbeelden van vertalingen uit het Frans, bestemd om bestellingen te plaatsen bij Nederlandstalige slagers:

Bouilli sans os: gekookt zonder os.
Sauté de porc au filet: sauté van varken aan het net.
Rôti carré porc milieu sans os: gebraad van vierkant varken zonder beenderen.
Pied porc en gelee filet pur: voet van varken in bevroren zuiver net.
Langue de boeuf: taal van rundvlees.
Filet agneau entier: net lam in gehele staat.
Roulade volaille fines herbes: rollade van kip met fijn gras.
Escalope à la reine: schnitzel aan de koningin.
Américain nature: natuurlijke Amerikaan.
Américain préparé: voorbereide Amerikaan.
Champignons à la grrèque: paddestoelen aan de Griek.

Vanuit dit vrolijk vlezig vertaalbureau neem ik voor enkele dagen afscheid. Mijn eigen never-ending-tour voert me voor een week naar Porto. Over acht dagen ben ik terug, met een gezwollen lever en een rode neus. Mocht je mij ondertussen toch nodig hebben is het niet moeilijk om me te vinden: ik logeer in het Trip Hotel. Zij het verkleed als voorbereide Amerikaan.

Afbeelding: Nonkel Vlees.

LUCINDA WILLIAMS: ROCK & ROLL WOMAN

muziek,rock,lucinda williams,country,live,pop,concert,ab

Ik heb niets geschreven over het concert van Lucinda Williams. Lezers van deze notities weten dat ik nochtans een fan ben. Het was een goed concert, maar vrij kort en toch ook wel een beetje een teleurstelling, vooral wegens het hoge rockgehalte. De mythe van seks en drugs en rock & roll is Lucinda kennelijk een beetje naar het hoofd gestegen. Ik heb niet bepaald iets tegen harde rockgitaren en stevige bas en drums, maar vrijdagavond leed de subtiele zinnelijkheid, zo kenmerkend voor Lucinda Williams, daar toch wel onder. Ze was wel heel goed bij stem. De paar nieuwe songs die ze ten gehore bracht beloofden veel goeds voor de nieuwe cd. Een van die nummers was, zo merkte ze bescheiden op, geïnspireerd door God en Jim Morrison. Mij deed het vooral aan Patti Smith denken, maar ja, die dame is ook in de leer geweest bij de Lizard King. Ik laat het hierbij, omdat er sinds het concert en dit moment al te veel tijd verstreken is om nog echt spontaan te kunnen zijn. Versta me echter niet verkeerd: mijn lichte teleurstelling ging echt wel gepaard met veel luisterplezier. Alleen weet ik dat Lucinda tot meer en beter in staat is.

03-11-06

VIER VROUWENPORTRETTEN

vrouwen,fotografen,fotografie,annumi,roweun,estrella,strange me,flickr

Eiikii, Untitled

Ik zwerf al sinds juni 2005 rond op de flickr-website. Je treft er zeer diverse foto’s aan, van wazige familiesnapshots tot diepzinnige, technisch perfecte kunstfoto’s. En alles daartussen. Op flickr is de verbeelding aan de macht. Je vindt er geen big brothers, wel heel gewone mensen en zeer vreemde vogels.
Elk plekje van onze planeet zal al wel miljoenen keren gefotografeerd zijn; iedereen met een digitaal fototoestel zal wel honderden, zoniet duizenden foto’s op zijn harde schijf hebben staan. Het is met andere woorden onbegonnen werk om alle foto’s die op flickr worden gepubliceerd aandachtig te bekijken, laat staan te bestuderen. Je kunt je alleen maar door het toeval laten leiden, denk ik, je laten aanspreken door wat er voor jou uitspringt, door wat je emotioneel of intellectueel treft of door wat je verbeelding op het spel zet. Zulke foto’s zijn, wat mij betreft, altijd het werk van eigenzinnige mensen. Tijdens dat anderhalf jaar op flickr heb ik de evolutie van heel wat fotografen / kunstenaars gevolgd. Telkens weer ging mijn aandacht naar het werk van vier vrouwelijke fotografen. Zowel sterke als zwakke vrouwen, uniek, veelzeggend, elk van hen een (micro)kosmos. Ik heb het over Gabriela Iacob, Agata Lenczewska-Madsen, Cristina Regadas en *Estrella (Louise).

Gabriela Iacob ’s artiestennaam op flickr was een hele tijd ‘strange me’, nu noemt ze zich bescheiden ***************. Deze vrouw is zo uniek en fascinerend dat ze me zelf veel zin geeft om ook *************** te worden. Dat is natuurlijk uitgesloten. Ik heb haar talent niet, en ik ken haar wereld niet.
In haar werk vind ik geen sporen van het gewone, dagelijkse leven, van de rompslomp en de dagelijkse zinloze bedrijvigheid van de mensen. Gabriela Iacob schept haar eigen wereld van kleuren, geuren, bloemen, huid, ogen, haar eigen erotisch-mysterieuze verbeelding. Het is een sublieme, zeer muzikale wereld die teruggrijpt naar oude scheppingsmythen en zicht geeft op een nieuwe, eenzame wereld. Haar beelden rijmen op de gelukzalige droefheid van Tim Buckley en Hope Sandoval.

 

vrouwen,fotografen,fotografie,annumi,roweun,estrella,strange me,flickr

Gabriela Iacob, Untitled

Agata Lenczewska-Madsen ‘s belangstelling voor het ongewone in het gewone werkt aanstekelijk. Haar beelden sporen je aan tot verwondering. Haar manier om naar de wereld en naar zichzelf te kijken lijkt wel een gezonde ziekte. Iedereen wil op die manier wel ziek worden, denk ik.
Nooit velt deze fotografe een oordeel, ze is nieuwsgierig, ze stelt vragen aan de dingen. Haar foto’s zijn mogelijke antwoorden op die vragen. Er is altijd schoonheid in haar werk aanwezig, maar ook droefheid, melancholie, onzekerheid, het plezier van het vlees en de geest. Je treft bij haar ook eenvoudig plezier aan. Ze is ernstig, maar net zo goed zit ze vol gekkigheid. Agata Lenczewska-Madsen noemde zich al Annukka en Annumi. Wat zal het morgen zijn? Op weg naar haar foto’s weet je nooit wat je te wachten staat. Ik vind het heerlijk door haar verbeelding te worden verrast.

vrouwen,fotografen,fotografie,annumi,roweun,estrella,strange me,flickr

Agata Lenczewski-Madsen

Cristina Regadas (alias Roweun alias Eiikii) is een genereuze kunstenares. Haar ogen dansen als sterren. Het zijn de kostbaarste edelstenen die je ooit zag. Die zelfde ogen tonen ons een wereld van droeve schoonheid en schone droefheid, een wereld waar we niets van afweten, zelfs al zouden we onszelf voorliegen dat we bijzonder intelligent zijn. Cristina Regadas toont ons in haar foto’s ook haar eigen veelzijdige schoonheid. Neen, ze toont die niet, ze schenkt ons die schoonheid. Als je ooit één van haar zelfportretten hebt gezien is het heel moeilijk om de straat op te gaan en niet teleurgesteld te worden door wat en wie je om je heen ziet. Cristina Regadas is ieders perfecte zus. Ze is ieders perfecte geliefde. Ze is een grote artieste met een nog groter hart. Wat heeft ze prachtige lippen!

vrouwen,fotografen,fotografie,annumi,roweun,estrella,strange me,flickr

Eiikii, Untitled

*Estrella (Louise), die haar familienaam niet bekendmaakt, is niet zomaar een fotograaf. Ze is een artieste en een ontdekkingsreizigster. Ze toont ons een wereld die we allemaal kennen en die ons toebehoort, maar de meesten onder ons herinneren er zich niets meer van. Estrella herinnert zich nog alles haarscherp. Elk detail. Elke bloem, elke pop, elke schaduw, elke krakende trap. Op haar ontdekkingsreizen zwerft ze in alle richtingen, zonder ooit verloren te lopen. Ze vindt sporen van het onbekende, nieuwe verhalen van mysterie en verbeelding (denk aan Edgar Allen Poe, en meer nog, aan Lewis Carroll), maakt er nieuwe combinaties mee en toont die vervolgens aan ons. Opeens stellen we vast dat de droom nog niet gedaan is. We zijn nog steeds spelende kinderen.
Haar werk ziet er onschuldig, speels en zeer mooi uit, maar onder de vloed van die beelden is er iets angstaanjagends aan de gang, alsof een tragedie wordt verwacht. Het is een synthese van verbeelding en realiteit, van verleden, heden en toekomst.Kunst als schild tegen de brute realiteit? Daar ben ik niet zo zeker van, omdat de realiteit altijd in Estrella’s foto’s aanwezig is. Haar foto’s zijn een vorm van combinatiekunst. De combinatie van het werkelijke en het onwerkelijke, van angst en verlangen, van zekerheid en verwondering.

---

Voetnoot: inmiddels werken de links naar de flickrprofielen niet meer. Maar met wat zoeken op google is het niet echt moeilijk om werk van deze blijvend interessante kunstenaars terug te vinden.

02-11-06

FREEDOM FOR THE STALLION


“Freedom for the stallion
Freedom for the mare and her colt
Freedom for the baby child
Who has not grown old enough to vote.
Lord, have mercy, what you gonna do about the people who are praying to you?
They got men making laws that destroy other men,
They've made money "God"
It's a doggone sin,
Oh, Lord, you got to help us find the way.

Big ship's a-sailing, slaves all chained and bound,
Heading for a brand new land that some cat said he upped and found.
Lord, have mercy, what you gonna do about the people who are praying to you?
They got men making laws that destroy other men,
They've made money "God"
It's a doggone sin.
Oh, Lord, you got to help us find the way.

Some sing a sad song
Some got to moan the blues
Trying to make the best of a home
That the man didn't even get to choose
Lord, have mercy, how you gonna be with people like John and me
They've got men building fences to keep other men out
Ignore him if he whispers and kill him if he shouts
Oh, Lord, you got to help us find the way
Oh, Lord, you got to help them find the way
Oh, Lord, you got to help us find the way.”

Allen Toussaint.

Ik noem voorlopig geen namen of titels. Je vindt ze bijna allemaal in de biografie en de discografie. Het was een schitterend, vrolijk concert, gisteravond in de AB. Een beetje een terugblik op een zeer gevuld scheppend leven. Ik heb de hand van de grootmeester mogen drukken.