30-10-06

HEINRICH VON KLEIST : MICHAEL KOHLHAAS

doctorow,kleist,milos forman,wraak,jeugdherberg,zelfmoord,romantiek,1995,blog,meta,schoten,vrienden,geliefkoosd,uitverkoren,1975,kafka

Een paar weken geleden raadde ik een cyberspacevriendin, die ik onlangs overigens heel even in de tastbare werkelijkheid heb ontmoet, een novelle van de Pruisische schrijver Heinrich Von Kleist aan, namelijk Michael Kohlhaas. Dat is niet alleen mijn favoriet verhaal, het is een klassiek werk, geliefd door schrijvers als Franz Kafka en E.L. Doctorow. Ik vermoed dat mijn vriendin inmiddels met haar lectuur begonnen is. Misschien heeft ze de zeer meeslepende novelle al uit en leest ze nu andere verhalen van Kleist. Ze zijn allemaal onvergetelijk: De Markiezin van O. (waar Eric Rohmer een schitterende film van maakte, in de subtiele, door Ingres geïnspireerde kleuren van Nestor Almendros, met Edith Clever en Bruno Ganz in de hoofdrollen – wat zou er trouwens met Edith Clever gebeurd zijn?), De aardbeving in Chili, Een verloving op San Domingo… Ik zou ze net zo goed allemaal kunnen opsommen. En dan laat ik Kleists toneelwerk nog buiten beschouwing. 

Ik las Michael Kohlhaas in 1975, toen ik in een echtscheiding verwikkeld was en mijn eindexamens filosofie deed. In die periode legde ik ook de laatste hand aan mijn licentieverhandeling over het einde van het burgerlijke gezin. Daarmee voegde ik in zekere zin het woord bij de daad. Of was het omgekeerd? Ik herinner me niet dat ik me op iemand wilde wreken, maar de wraakgedachte had mij al sinds ik een kleine jongen was zeer gefascineerd. Die vreemde fascinatie kan wellicht verklaard worden door de vele westerns die ik zag als kind, of door de betovering van Alexandre Dumas’ De graaf van Monte Christo. Niemand gaat echter zo ver in het uitvoeren van zijn wraakgevoelens als Michael Kohlhaas. (Ja, beste cinefiel, deze novelle werd ook verfilmd. Ik wil die film van Volker Schlöndorff echter met de mantel der liefde bedekken, ook al spelen er de sixties-iconen Anna Karina en Anita Pallenberg in mee.) Ik bezit een vijftal vertalingen van het werk, naast een Duitstalig exemplaar, uitgegeven in 1943, met een voorwoord van een nazistische professor uit Berlijn. Ik meende mij te herinneren dat ik Michael Kohlhaas voor het eerst las in de vertaling van Nico Van Suchtelen. (Al in 1933 nam Nico van Suchtelen nadrukkelijk stelling tegen het Nationaal-socialisme. Dat viel bijzonder goed te rijmen met het vertalen van een iemand als Kleist. Het is een schande dat de nazi’s geprobeerd hebben van schrijvers als Kleist en Hölderlin bloed-en-bodem-denkers te maken.) Dat boek was eigenlijk een Sinterklaaspremie, een mooi geïllustreerde uitgave van de Wereldbibliotheek uit 1939. Wereldbibliotheek gaf regelmatig zulke juweeltjes uit. Wie af en toe een antiquariaat binnenstapt zal ze al wel hebben aangetroffen.

Maar mijn geheugen heeft parten met me gespeeld: niet dat het er veel toe doet maar ik las Michael Kohlhaas de eerste keer in een verzamelwerk, getiteld Demonie en droom. Vertellingen der Duitsche Romantiek, verzameld en vertaald door D.A.M. Binnendijk en N. Brut en verschenen bij Uitgeverij Contact in Amsterdam in 1943. Al deze boeken hebben vreselijke bombardementen meegemaakt. Terwijl ze verschenen werden miljoenen mensen naar concentratie- en uitroeiingskampen gevoerd. Dit is geen terzijde. Dit is de kern van deze tekst. In het boek Demonie en Droom is een zegel geplakt van de Belgische Spoorwegen, afgestempeld in Rotselaar op 13 III 1943. Op de titelpagina zit een postzegel van 3,25 Belgische Frank met een afbeelding van Koning Leopold III, afgestempeld in Brussel op 25-8-44. In deze verzameling verhalen uit de Duitse romantiek (Jean Paul, Novalis, Hoffmann, von Chamisso, Brentano, von Arnim, von Eichendorff) heb ik Kleists Michael Kohlhaas echt ontdekt. Later las ik het verhaal in de nieuwe spelling in zo’n boekje uitgegeven in de Prisma-klassieken reeks. Ik vond die oude, vooroorlogse spelling echter veel beter geschikt voor dat vreselijke en tragische verhaal.

 

doctorow,kleist,milos forman,wraak,jeugdherberg,zelfmoord,romantiek,1995,blog,meta,schoten,vrienden,geliefkoosd,uitverkoren,1975,kafka,inge vande walle,isabelle dewulf,sonja spee


Heinrich Von Kleist roept heel wat herinneringen bij me op. In april 1995 bracht ik een werkbezoek aan New York. Ik logeerde er in een jeugdherberg ergens boven de 100ste straat, in de buurt van Amsterdam Avenue en Broadway. Overal lagen lege hulsjes van de crack, die in die buurt massaal werd gebruikt. Ik deelde een sober ingerichte kamer met Inge, Isabelle, Sonja en Henk. Het was de eerste keer dat ik in een jeugdherberg overnachtte en ik had nog nooit een kamer gedeeld met andere vrouwen dan de mijne. Het was wennen! Ik zat bovendien opgezadeld met een zware luchtwegeninfectie. (Toen ik een week later terugkeerde uit New York bleek dat ik een longontsteking had opgelopen.) Als ik ’s nachts op mijn stapelbed lag voelde ik me geroepen om een of ander verhaal van Heinrich Von Kleist na te vertellen. Of zijn duo-zelfmoord samen met Henriette Vogel, nabij de Wannsee, in de buurt van Berlijn, toe te lichten. Ik weet niet of mijn kamergenoten opgezet waren met mijn mededeelzaamheid. Noem het maar onweerstaanbare drang. Inge en Isabelle zijn desondanks nog steeds heel goede vriendinnen van me. Sonja en Henk zijn helaas uit mijn leven verdwenen. Sonja, waar ben je nu? Ik zou echt heel graag je mooie Hollandse accent nog eens horen, en je schaterende lach. Isabelle heb ik al een hele tijd niet meer gezien, ik moet haar dringend eens een mailtje sturen. 

Elke keer als ik in Berlijn kom wil ik naar de plek gaan waar Kleist de fatale schoten heeft gelost, daar aan de Wannsee. Maar nog nooit heb ik er de moed voor kunnen opbrengen. Ik ben bang dat ik ten prooi zou vallen aan dwangneurotisch imitatiegedrag.

Ach ja, wat ik bijna vergat. E.L. Doctorow heeft in zijn roman Ragtime het verhaal van Michael Kohlhaas gewoon geïncorporeerd. Michael Kohlhaas heet er Coalhouse Walker Jr.. In de roman, die niet slecht is, wordt nergens verwezen naar de bron. Ook de film van Milos Forman, een groot succes in 1981, leidde niet tot bekentenissen. Zelfs Randy Newman, die de heerlijk ragtime-muziek componeerde, hield zijn mond.

Foto boven: Edith Clever, 1974.
Foto onder: Bruno Ganz en Edith Clever, in Die Marquise von O.

29-10-06

WE ARE FLOATING IN SPACE


De zestigduizendste bezoeker kwam vorige nacht langs, terwijl ik de dvd van Before Sunset zat te bekijken, met een blikje bier bij de hand. Het spreekt vanzelf dat dat aantal mij blij maakt, als is kwantiteit zeker niet belangrijker dan kwaliteit. Integendeel. Hoezeer we ook doen alsof het allemaal niet zoveel uitmaakt denk ik toch dat wij bloggers er allemaal naar verlangen om in de smaak te vallen, om gelezen te worden. Om geliefd te worden zelfs. Wij willen iets meedelen aan een publiek. Sommigen van ons zijn kunstenaars, anderen publicisten, kroniekschrijvers, amateurpsychologen, politici, onnozelaars, freaks, nerds, godsdienstwaanzinnigen, mystici, atheïsten, uitvinders, wetenschappers, geneeskundigen, noem maar op, we hebben alle kleuren van de regenboog. Het maakt niet echt uit. We schrijven om gelezen te worden. We gaan op zoek naar verwante zielen, of verwante zielen komen bij ons terecht. We leren elkaar beter kennen. We lezen elkaars teksten. We bekijken elkaars foto’s. We laten elkaar onze favoriete stukjes muziek horen, onze favoriete stukjes film zien. Elke dag komt er een vondst, een speeltje bij; en het netwerk groeit. We ontmoeten andere cyberspacevrienden.

De elektronische civitas groeit zienderogen. Via de blogs, via myspace, via flickr, via lastfm, via netwerken die ik (nog) niet ken. Er zijn miljoenen blogs. Niet voor iedereen allemaal even interessant, maar toch. Hier knelt echter het schoentje. Want hoe krijg je alle blogs die je echt interesseren ook gelezen? En hoe speel je het klaar om op de blogs van al je cyberspacevrienden regelmatig zinvol commentaar achter te laten? Niet zomaar, “dag Jef, nog een mooie zondag”, maar iets waaruit blijkt dat je werkelijk geïnteresseerd bent in die persoon, of op zijn minst toch in zijn uitingen? Na enige maanden in cyberspace wordt dat onbegonnen werk. Je slaagt er niet meer in je honderd flickrvrienden een bezoek te brengen, je geraakt evenmin nog bij je twintig favoriete bloggers, je vijftig myspacekennissen wachten vruchteloos op een levensteken van je. Het onvermijdelijke gebeurt. Je raakt in de knoei. Je hebt te weinig vrije tijd. Je creativiteit begint te lijden onder de vele tijd die je doorbrengt voor de computer. Je boeken blijven ongelezen op je nachtkastje liggen. Je slaagt er niet meer in om nog iets zinvols te schrijven. De bezieling verdwijnt, het vonkje dooft uit. Je maakt geen foto’s meer. Je wordt passief. Om toch nog iets te doen maak je wat compilaties van favoriete songs. Daarvoor moet je maar wat slepen van de ene lijst naar de andere. En even branden. Maar waarom zou je nog branden? Je beluistert de mix gewoon op je computer terwijl je zit te wachten op je bezoekers. Ja ja, je zit in de knoei. Je voelt je schuldig omdat je nergens meer op de koffie gaat. Wat kun je eraan doen? De stekker uit het stopcontact trekken en de straat op gaan, op zoek naar avontuur en echte vrienden van vlees en bloed? Of alles op zijn beloop laten en zien wat er van komt? Wat Prozac helpt je wel weer van je schuldgevoelens af. Neen, geen Prozac, dat is zo jaren ’90. Ik weet niet hoe het anti-depressivum du jour heet, vul het zelf maar in, je hebt misschien wel geneeskunde gestudeerd. Of misschien lees je de medische blogs…

De cyberwereld is een gesloten circuit van netwerken dat uitdijt, zoals het heelal; een microkosmos die de macrokosmos imiteert. De afstand tussen de elementaire deeltjes wordt groter, we komen niet dichter tot elkaar, we verwijderen ons van elkaar. En toch zoeken we bij elkaar een bevestiging van ons bestaan en troost voor het kwaad dat ons is aangedaan (want elke mens is ooit kwaad aangedaan). Wie verklaart deze paradox? Ik niet. Ik heb geen antwoord. Ik heb twijfels. Ik verwaarloos jullie. Ik vlucht weg. Zie mij hier maar zitten bij mijn dromen van vrouwen.

28-10-06

DROMEN VAN VROUWEN


girls! girls! girls!

“Im just a gift to the women of this world
Im just a gift to the women of this world
Responsibility sits so hard on my shoulder
Like a good wine, I’m better as I grow older, and now
I’m just a gift to the women of this world
I’m just a gift to the women of this world
I’m just a gift to the women of this world
It’s hard to settle for second best
After you’ve had me, you know that you’ve had the best
And now you know that
I’m just a gift to the women of this world”

Lou Reed, A Gift

Dit is een tekstfragment van een song uit de uitstekende elpee Coney Island Baby. Het zou me niet verbazen als Lou Reed dit nog meende ook. Ik citeer dit hier als een variatie op het thema uit mijn vorige notitie. De collage hierboven is er weer een andere variatie op.

Foto (collage): Martin Pulaski

26-10-06

AVONTUREN MET VROUWEN



De vele andere vrouwen in mijn leven waar ik nooit avonturen mee had… Avonturen. Ja, dan moeten we elkaar eerst begrijpen. Waarover hebben we het als we zeggen: avonturen? In de context van de het gesprek met Laura vorige zaterdag in de taxi zal het woord wel een seksuele connotatie hebben. Het spreekt vanzelf dat je met vrouwen (en met mannen) ook heel andere en misschien wel boeiendere avonturen kunt hebben dank seksuele. Maar in die taxi ging het echt wel over avonturen van seksuele aard. Niet-avonturen moet ik zeggen. Zal ik wat namen noemen? Dat doe ik toch zo graag. Het noemen van een naam, hem proeven op mijn tong, zijn geur ruiken, mij laten meeslepen door de associaties die hij oproept, is al een avontuur op zich. Sommige namen van vrouwen met wie ik geen avonturen heb gehad ben ik vergeten. Ze zijn verdwenen in de tijd, samen met de rook om mijn hoofd. De vriendin van Ginette, uit Zonhoven. Gabriella. Maria M. (het zusje van Eva), we zaten zo vaak samen op café, Angèle…

Ik zie dat het tijd is voor een afspraak. Ik moet mijn mijmering hier afbreken. Maar ik beloof dat ik erop terug zal komen. Nog een fijne avond, beste lezer.

25-10-06

DE HERFST VAN SPARKLEHORSE

sparklehorse,mark linkous,herfst,popcultuur,beatles,pop,wijn,live,concert,ab,john lennon,medusa,metamorfose

Gisteren was er dat concert van Sparklehorse in de AB. Vonden jullie het ook zo ontzaglijk mooi en aangrijpend? Mark Linkous heeft een metamorfose ondergaan. Hij leek helemaal niet meer op de introverte, gedeprimeerde jongeman van vroeger dagen. Weg is zijn zonnebril, zijn boze blik, zijn als door de blik van Medusa uitgelokte verlamming (voor een deel in de letterlijke betekenis van het woord). Mark Linkous sprak ons toe, bedankte ons voor ons warm onthaal, stelde zijn muzikanten voor, maakte enkele danspasjes en nam twee keer duidelijk vanuit het hart afscheid van ons.

Als ultieme afsluiter stuurde hij ons - na ons anderhalf uur te hebben laten genieten van zijn, door onder meer John Lennons Strawberry Fields Forever geïnspireerde, weemoedige en gelukzalige melodieën en, eveneens vol vuur en verve, zijn surrealistische ‘natuurlyriek’(waarin paarden en de zon geregeld om aandacht vroegen) - met een flinke portie oorverdovende razernij naar huis, alsof hij er ons alsnog wilde aan herinneren dat hij geen gemakkelijke jongen was, geen huis-tuin-en-keuken poweet.

Gisteren was een dag van storm en goud. ’s Morgens dacht ik, dit is geen weer voor een melancholische geest. Om middernacht was ik van het tegendeel overtuigd. Of toch bijna. Ik denk dat de herfst het ideale seizoen is voor Sparklehorse. Dit lijken mij dagen te zijn waarop Mark Linkous zijn paarden lustig / lusteloos door de droevige mooie wereld kan laten draven, en blij kan zijn met de tranen op de laatste vruchten van het jaar. Ook kan hij volop verlangen naar de aantrekkelijkste weduwe in de stad. Waarschijnlijk is hij daar een glaasje wijn mee gaan drinken in een café dat ik nog niet heb ontdekt. Je kunt er alleen naartoe met een gasoline horsey en als je bij zonsopgang weer buiten komt zeg je: good morning spider. Een aantal lichtjaren doorbrengen in de buik van een berg lijkt me voorlopig geen slechte tijdsbesteding. Zeker niet als je er kunt liggen dromen van vers fruit, vruchtbare zomers en langoureuze vrouwen. Laat de wijn maar komen, vrienden.

24-10-06

CECILIA EN DE UITVINDING VAN MOREL


after the show, polaroid


Uit mijn tekst van gisteren over twee strippers uit ‘Nachtschade’ – een stripteasevoorstelling van Victoria in het Kaaitheater - is wegens een mij onbekende, waarschijnlijk technische reden een heel stuk weggevallen. Op die manier heeft onder meer de verwijzing naar Adolfo Bioy Casares op het einde van mijn relaas geen enkele zin. Ik heb de originele versie niet meer, daarom zal ik proberen wat ik gisteren schreef hier te reconstrueren. Maar mijn geheugen is niet meer wat het geweest is.
De schaars geklede Cecilia vertelde me dat ze uit Buenos Aires kwam. Dat is de stad van Borges, mijn favoriete schrijver, merkte ik enthousiast op. (Ik heb veel favoriete schrijvers.) Is hij niet erg moeilijk, vroeg Cecilia. Helemaal niet, zei ik. Borges neemt thema’s uit de wereldliteratuur, van Walter Scott, of Chesterton of Shakespeare of zo – vooral Britse schrijvers – en maakt op basis daarvan een spannend verhaal. De verrader is zo een van die thema’s. Ik ben wel het nichtje van Adolfo Bioy Casares, viel de stripteaseuse mij in de rede. Bioy Casares, zei ik, dat was de vriend van Borges. Ja, dat weet ik, zei ze. Ze hebben samen verhalen geschreven. Bioy Casares noemde zich dan Bustos Domecq. Morels uitvinding van Bioy Casares is een van mijn uitverkoren liefdesgeschiedenissen, zei ik. Die uitvinding uit de titel is een prachtige ‘machine’, die het hoofdpersonage het eeuwige leven schenkt. Cecilia legt me haar familieverwantschap uit, het is een verhaal van nichtjes, neefjes, tantes, ooms en grootgrondbezitters. Helemaal duidelijk wordt het mij niet, maar wat geeft het. Ik krijg al meteen zin om naar Argentinië te gaan. Maar dan is het tijd om afscheid te nemen. Cecilia geeft me nog een heerlijk zachte zoen, maar dat staat hier beneden al.
In de taxi naar huis vertelde ik Laura over de vele andere vrouwen in mijn leven waar ik nooit avonturen mee had. Of ze mij geloofde weet ik niet zeker, maar ik denk het wel. Ze weet dat ik niet goed kan liegen.

23-10-06

STRIPTEASE EN RODE ROZEN

striptease,kaaitheater,victoria,bloot,bioy casares,cecilia,stripper,verlangen,morel,eeuwigheid,brussel,amsterdam,cafe,nacht

Victoria - Nachtschade - Eric De Volder


In het café van het Kaaitheater liep de stripper voorbij de grote tafel in het midden, waaraan we nog wat zaten na te genieten. Hij fronste zijn wenkbrauwen toen hij me zag zitten. De grappige blik in zijn ogen bracht me aan het lachen. Even later kwam hij naast me zitten. Je keek zo boos, zei hij. Ik ben nochtans niet boos, zei ik, integendeel. Het zal mijn natuurlijke gelaatsuitdrukking zijn.Ja, dat zeg ik ook altijd, als ze mij zeggen dat ik boos kijk, zei de stripper lachend.

Een vriendelijke en vooral zeer gespierde jongeman, dat wel; maar waarom moest nu uitgerekend van de zes strippers de ene mannelijke naast me komen zitten en een gesprek met me aanknopen? Zeker vier van de vrouwelijke strippers waren nog in het café aanwezig. Ze hadden bovendien niet veel meer kleren aan dan toen ze op het podium hun act deden. Net voldoende om niet gearresteerd te worden wegens openbare zedenschennis. Maar het zij zo. Hij was een vriendelijke jonge man, uit Amsterdam. Waarschijnlijk voelde hij zich wat eenzaam. Hij vond het wel leuk in Brussel, zei hij. Maar wat was het moeilijk om met de fiets uit de stad weg te raken. Hij vertelde een paar weetjes over het leven als mannelijke stripper. Wat hij nu had gedaan was echter iets helemaal anders. Victoria had van het zinnenprikkelend uitkleden kunst gemaakt. Choreografen hadden er andere ruimtes en andere bewegingen voor bedacht. De wereld van de striptease werd binnenstebuiten gekeerd. De stripper was zeer tevreden over de samenwerking. Het was heerlijk geweest, zei hij. En overal werden ze goed ontvangen, daverend applaus, rode rozen.

Later op de avond had ik toch nog een kort gesprek met Cecilia. Ik was die onzichtbare stripteaseuse, zei ze. Ze was inderdaad onzichtbaar geweest, behalve op het einde van haar performance. Dan zagen we haar blote kont. Eindelijk wat licht! Ze kwam uit Buenos Aires.
Ik woon in Parijs met mijn Russische vriend, zei Cecilia. Toen ze hoorde dat mijn zoon ook in Parijs woont schreef ze haar mobiel nummer – en dat van haar Russische vriend – op een bierviltje. Bel me eens op als je in Parijs bent, zei ze. Voilà, nu weet ik bij wie ik terecht kan als ik me eens een keer eenzaam voel in een luizig Parijs hotel. Bij het afscheid gaf Cecilia me nog een hele zachte zoen. Vandaag heb ik gelezen dat ze in een Argentijnse film heeft meegespeeld. Een echte filmster heeft me gekust!

Bioy Casares heeft een roman geschreven die ik iedereen graag aanbeveel: De uitvinding van Morel.

22-10-06

GESPREK OVER GEWELD


new york, public library2

 “Matthias, jij bevat toch zo veel en er is geen mens die dat weet. Dat vind ik zo jammer. Waarom sluit jij je zo van iedereen af? En waarom ben je zo streng voor jezelf? Waarom laat je niet alles los? Dat begrijp ik maar niet.”
“Dat weet ik zelf ook niet. Ik denk dat ik gek word. Alles is verward. Nu bijvoorbeeld heb ik de indruk dat je een vraag stelt over mijn geweld. Het geweld in mij. Je kent de uitspraak van George Steiner dat als men niet meer tegen anderen praat de Medusa zich naar binnen keert.”
“Wat bedoel je? Je geweld… Waar heb je het toch over?”
“Ja, wel, hoe zal ik het zeggen… Wanneer mij gevraagd wordt, waarom doe je dit niet en waarom doe je dat niet, heb ik vaak de indruk dat de echte vraag is: waarom gebruik je geen geweld? Of iets dergelijks. En dan vind ik geen antwoord.”
“Is dat niet wat ver gezocht, Matthias? Ik vroeg je toch niet naar je geweld?”
“Misschien niet Laura, jij niet… Maar het probleem is… Wat ik bevat… Ja, je hebt wellicht gelijk. Vermoedelijk zit er veel in mij; verlangen, liefde, dromen. Ik zie mezelf als een microkosmos, een weerspiegeling van de hele wereld… Laura, dat kan toch alleen maar een geschonden wereld zijn, een wereld vol geweld, een wereld vol afzichtelijke monsters, zoals Goya ze heeft getekend, zo werkelijk…”
“Maar als dat waar is, als die wereld in jou echt zo lelijk is, dan zou je die nog niet moeten verzwijgen, vind ik. Zulke wereld kun je toch ook, hoe zal ik het zeggen, vrij maken, vorm geven? Of niet dan?”
“Ja, dat is nu net het grote probleem. Ik geloof dat dat niet mogelijk is door het geweld. Want er is niets wat deugt in die wereld. Alles is er vermoeid, uitgeput, verdord. Je weet wel. Hoe het water van de oceanen is opgedroogd. Lang geleden. Hoe we aan land zijn gekomen. Hoe de schaarste is ontstaan. Elke mens mist iets. Er is een groot tekort. Ja, zoals ik al zei, het is een geschonden wereld.
“Matthias, jij hebt het nu over de gewone wereld. De buitenwereld. De realiteit. Ik bedoelde iets anders. Of is er dan geen verschil tussen binnen en buiten?”
“Ik weet het niet, Laura. Geen groot verschil, geloof ik. Het geweld domineert alles. De angst. De schaarste veroorzaakt dat geweld… Ik heb dat niet zelf bedacht. Wacht even, ik zal je wat voorlezen”

‘De mens is een praktisch organisme dat met een veelvoud van soortgelijke organismen in een schaarsteveld leeft. Maar deze schaarste is een negatieve kracht die ieder mens en ieder gedeeltelijk veelvoud tegelijkertijd als menselijke en als niet-menselijke werkelijkheden bepaalt.'
'Het schandaal is niet gelegen louter in het feit dat de ander bestaat, maar in het in ieders waarnemen van de ander als via geïnterioriseerde schaarste één-te-veel. Onder de noemer van de geïnterioriseerde schaarste is de rationaliteit van ieders praxis de rationaliteit van het geweld. Hier is geweld geen eenvoudige, naïeve woestheid van de mens, maar ieders begrijpelijke reïnteriorisering van het contingente feit van de schaarste.’
'Laat ik het allemaal los? Zal ik het allemaal loslaten? Verwoest ik wat ik zie? De mooie wereld. De gefundeerde orde. Goesting genoeg om alles te laten ontploffen. Wie niet soms? Niet waar? Verdomde rotwereld. Alles verbranden. Want het is moeilijk de mensen niet te haten. Neen, ik doe het niet. Ik weiger. Ik zal niet haten. Ik doe het niet. Jij die in mij bent, hoewel ik toch man, ik spuw niet op je, neen, dat mag je niet denken, ik beledig je niet als ik eens een keer vloek, als ik eens een keer schreeuw, als ik eens een keer huil als een mens, als ik alleen ben, hier buiten waar het zo koud is, waar de zon dood is, zoals voor Ray Charles in zijn lied, als er nergens plezier is, als de tijd mij herleidt tot een lichaam van ziekte en pijn, als de tijd mij probeert te breken…Jij die in mij bent, o, ik weet het, jij liep ook door de donkere straten. Je hebt veel geleden. Ik ben zelf nog een leerling. Het grote leed moet nog komen. Daarom herhaal ik het: ik beledig je niet als ik dit schrijf. ’


“Laura, ik weet niet meer wanneer ik dit heb geschreven, dit laatste. Dat over de schaarste heb ik van iemand overgeschreven, van wie weet ik niet meer. Van Sartre misschien, die amfetamineverslaafde mensenhater. Dat zou wel eens kunnen. Wat betekenen al die woorden? Het gaat niet meer. Ik ben moe. Uitgeput.”
“Lieveling, je beeft. Waarom wind je je zo op? Dat is toch nergens voor nodig.”
“Neen, maar het gebeurt vanzelf. Er is niets aan te doen. Neen, niet vanzelf. Het is van het schrijven dat ik gek word. Omdat er niets is. Tenzij vuilnis. Ellende. Maar dat is hetzelfde als niets. Vuilnis wil ik niet uitstorten op de mensen die ik liefheb. De mensen voor wie ik wil schrijven.”
“Waarom zoek je dan geen andere oplossing?”
“Omdat ik weet dat ik moet schrijven. Ik ben er zeker van, er moet iets zijn. Er zijn nog mooie vrouwen, zachtmoedige mannen, kinderen. Alle vrouwen, alle kinderen. Er moet iets zijn… De tekst die ik nu schrijf voor…”
“Maar het zoeken maakt je kapot, Matthias. En ik zie geen bevrijding. Integendeel. Je beperkt je steeds meer. Dat merk ik heel goed aan deze tekst voor…”
“Ik weet niet of het zelf-beperking is. Ik geloof dat het intensiteit is. Wat ik schrijf moet goed zijn. Mijn woorden moeten branden. Wat ik schrijf moet een liefdesvuur zijn. Het is een moeilijke opdracht, maar ik ben er zeker van dat het moet.”
“Dat klinkt als een obsessie, Matthias…”
“Het is een obsessie, Laura. Een romantische obsessie. Zoeken naar iets zinvols in een wereld van geweld. Maar liefste nu kan ik niet meer. Ik ovel me niet eens meer in staat om met je te vrijen.Laten we naar bed gaan. Misschien kan ik wel slapen.”

Dit is een fragment uit de experimentele roman 'Stasis'. Het is een geval apart. Later volgen misschien nog enkele fragmenten.

Foto: Martin Pulaski, Public Library New York, 1992.

19-10-06

SOUL MAN : SAM AND DAVE

Sam & Dave-Soul Man


Add to My Profile | More Videos

18-10-06

NIEUWE BEKENTENISSEN VAN EEN CONSUMENT

boeken,cd s,dvd s,blog,logboek,consumeren,koopgedrag,rousseau,eerlijkheid,exhibitionisme,ziekte,consumentisme,tom waits,bekentenissen,lijst

Toen ik op 8 maart vorig jaar met deze weblog van start ging had ik de eerste zinnen uit Rousseaus Bekentenissen voor ogen: “Ik ga iets ondernemen dat nooit eerder is gedaan en dat, als het eenmaal is uitgevoerd, niet zal worden nagevolgd. Ik wil aan mijn medemensen een mens laten zien zoals hij werkelijk is en die mens, dat ben ik zelf.” Wat voor Rousseau mogelijk was geweest, moest voor mij ook mogelijk zijn, vond ik. Inmiddels zijn we anderhalf jaar later… Ben ik even eerlijk geweest als Rousseau? Heb ik me laten zien zoals ik werkelijk ben? In het begin maakte ik alleen gebruik van woorden, een paar maanden later is er flickr bijgekomen, waardoor ik mijn autobiografie ook kon illustreren. Voortdurend moest ik op mijn hoede zijn om toch maar niet de grens tussen openhartigheid en exhibitionisme te overschrijden. Ik wilde laten zien wie ik was zonder mijn intimiteit prijs te geven. Dat zal wel een paradox zijn, denk ik nu. Ik wilde praten over mijn geluk en mijn ongeluk, over mijn gezondheid en mijn kwalen. (Op dit ogenblik kan ik nauwelijks schrijven van de pijn. Ik heb opnieuw een opflakkering van het ‘irritable bowel syndrome’, een ziekte die ik niemand toewens. Bij nader inzien wens ik niemand om het even welke ziekte toe.) 


Tijdens het ontbijt zat ik mij weer eens af te vragen waar mijn consumptiedrang vandaan komt. Ik zie nu dat mijn eerste notitie in dit elektronisch dagboek daar ook al over ging. “Kopen om te ontsnappen”, schreef ik. “Mijn huis staat vol oud, waardeloos papier.” Sindsdien is er veel nieuw waardeloos papier bijgekomen. En niet alleen papier! Aan wat wil ik ontsnappen? Wellicht aan het besef dat het leven kortstondig is. Aan de angst voor ziekte en dood. Aan de zekerheid dat de beste jaren van mijn leven voorbij zijn. Ook al zijn de dingen die ik koop vanuit economisch gezichtspunt waardeloos, toch zullen ze zeer waarschijnlijk langer bestaan dan ik. Ook hier zit weer iets paradoxaals in. Want hoe meer ik mij omring met boeken en films en muziek hoe moeilijker het zal zijn om er afstand van te doen en om afscheid te nemen van het leven. Al dat papier en plastic, waarop en waarin eeuwigheid vervat zit, is mij dierbaar en ketent mij aan het leven.

Ach, waar maak ik me druk over. Op dit ogenblik gebeuren de ergste dingen in de wereld. Tot mijn achtendertigste heb ik een mooi en soms avontuurlijk leven gehad. Ik heb het interessantste decennium van de vorige eeuw als tiener mee gemaakt (ik bedoel echt mee maken). Na mijn achtendertigste – toen ik een vast beroep heb aangevat - heb ik nog talloze gelukkige momenten beleefd en vooral veel boeiende reizen gemaakt. En de toekomst? We zullen wel zien. Nu leef ik nu.
Ik zal nog maar eens eerlijk zijn en opbiechten wat mijn spilzucht heeft opgeleverd:

Polycarbonaat (met geluid):

Bonnie ‘Prince’ Billy – The Letting Go
Hacienda Brothers – What’s Wrong With Right
Lambchop – Damaged
Matt Ward – Post-War
John Philips – John The Wolfking Of L.A.
Bert Jansch – The Black Swan
Mercury Rev – The Essential Mercury Rev
Solomon Burke – Nashville
Sparklehorse – Dreamt For Light Years In The Belly Of A Mountain
Hard Workin’ Man – The Jack Nitzsche Story Volume 2
Yo La Tengo – I Am Not Afraid Of You And I Will Beat Your Ass

Polycarbonaat (met beelden en geluid):

Terrence Malick – Days Of Heaven
Brian De Palma – Carlito’s Way
Brian De Palma – Carrie
Tom Tykwer – Lola Rennt
Paul Auster – Lulu On The Bridge
Sam Peckinpah – The Wild Bunch
John Ford – The Searchers
Richard Linklater – Before Sunset
Martin Scorsese – The Last Waltz
Frederico Fellini – De Witte Sjeik
Michael Powell – Peeping Tom
James Mangold – Walk The Line
Margaret Brown – Be Here To Love Me
Blake Edwards – Breakfast At Tiffany’s
Richard Brooks – In Cold Blood
Bennett Miller – Capote
Wong Kar Wai – Chung King Express
Wong Kar Wai – Fallen Angels
Wong Kar Wai – In The Mood For Love
Wong Kar Wai – 2046

Papier:

Dictionary Of Idioms
Berlin Atlas
Portugal Rough Guide
40 digitale fotobewerkingtechnieken
George Pelecanos – Drama City
Laurence Sterne – Tristram Shandy
Hanif Kureishi – My Ear At His Heart
Geerten Meijsing en Doeschka Meijsing - Moord en Doodslag
Voltaire – Fransman in Londen – Brieven uit Engeland
Stefan Hertmans – Het Putje van Milete
Tom Piazza – My Cold War
Michael Cunningham – Specimen Days (nog een keer)
John Irving – My Movie Business – A Memoir
Sean Hepburn Ferrer - Audrey Hepburn, An Elegant Spirit
Film Posters of the 70s
Diverse tijdschriften.

Benzine heb ik echter niet gekocht.

Over veel van die dvd’s en cd’s en over een aantal boeken zou ik nu al verhalen kunnen vertellen, over In Cold Blood bijvoorbeeld, of over The Black Swan, of over Days Of Heaven. Maar ik laat het allemaal bezinken. En misschien zal ik het dan later, stuk voor stuk, bezingen of verwensen. Wat ik koop is vaak goud waard. Alleen is het geen tastbaar goud. Het zijn stuk voor stuk oliebronnen voor de geest: ze geven hem energie en voeding. Zo kan hij in beweging blijven en zich blijven kenbaar maken. Zo kan hij zich laten kennen in een zo eerlijk mogelijk verhaal. Zo kan hij beelden uit het leven grijpen en er kleine muziekjes van maken. En wie weet zal hij ze ooit voor het voetlicht brengen als een zanger zonder naam. Als’t god belieft, pleegde mijn moeder te zeggen. Die moeten we dan ook nog maar eens een keer uitvinden.

“The world is not my home
I’m just a-passing through
You got to come on up to the house.”
Tom Waits

17-10-06

EUROPESE REGELTJES VOOR BLOGGERS?


Als het aan Viviane Reding: EU-commissaris voor 'Informatiemaatschappij en Media' ligt dan moeten zelfs YouTube-uploaders en andere amateur videobloggers straks een 'uitzend-licentie soort van' hebben. De Europese Commissie werkt aan een voorstel dat stelt dat alle Europese websites (..en mobiele telefoons!) die videobeelden ondersteunen aan bepaalde EU regels moeten voldoen. Volgens Reding is dit slechts om 'haatboodschappen' te weren en onze kinderen te beschermen.
Dit las ik op de Sargasso website. Een nare tijding, want waar er rook is is er vuur.

13-10-06

ADIOS SEÑOR


Droomt de jongen met z’n kattenogen
van wat ik zelf zie glinsteren
over the rainbow? Maar niet licht
is de nevel die om zijn verblijf speelt
en spookt in zijn rokerig leven.

Door een gat in de wall of sound
fluister ik zijn linkerslaap toe : ik kom
je nacht binnen. Schiet eerst en stel
daarna wat vragen. De valse tijd
die ons nekt zal ik de nek breken.

Mijn retoriek - valt van zijn kaken.
Zijn ziel? Een kolonie die moet knielen
en bloeden bloedt noch knielt. Maar
haar schatten zijn van mij en nemen mij
zolang ik duur - mijn zwarte slaap.

Ik ben hier en ik ben hier niet langer.
Adios señor. Dat ik mijn masker opzet
en vertrek : hij ziet het. Heroïne
zuigt het hart van zijn stad leeg,
slappe klaprozen - haar minnaars.

11-10-06

MUZIEK: JE MOET ZELF MAAR KIEZEN WAT JE MOOI VINDT


De website Last-fm laat mij elke week zien welke mijn favoriete muzikanten, elpees en songs zijn. Het is is een soort van alternatief marktontderzoek van mijn ‘onbewuste’ muziekkeuze. Maar houd ik echt zoveel van Vashti Bunyan? Helemaal niet. Ik zou zelfs niet één titel van een lied van deze zangeres kunnen noemen. Dat noemen van titels en namen wordt trouwens hoe langer hoe moeilijker. Think! Maar ik weet weliswaar dat ik van the Rolling Stones, Bob Dylan, the Who, Fairport Convention, Hank Williams en Aretha Franklin nog altijd zonder nadenken tientallen titels zou kunnen noemen.

Ik zit nu na te denken over een bewuste en noodzakelijke – noodlottige - lijst van favoriete platen in plaats van een onbewuste en toevallige. Maar het hangt toch altijd allemaal af van het moment, van het seizoen, van de stand van de sterren en de maan, van de armen van je geliefde en van de inhoud van je glas. Niets is definitief. (Zelfs god is ooit gestorven. Niemand schijnt daar nog wakker van te liggen, maar in de 19de eeuw was dat pagina één-nieuws. Nu hebben we Tom Boonen en Bush.)

Daarnet hoorde ik Shine van Daniel Lanois. Ik kreeg er geen kippenvel van, maar volgende week behoort Lanois wellicht bij mijn select clubje. Te mooi om waar te zijn. Wat me wel tot tranen toe ontroerde vanavond was Innocent When You Dream van Tom Waits, zoals het lied ‘gebruikt’ wordt in Wayne Wangs en Paul Austers morele fabel Smoke. Te waar om mooi te zijn. Tom Waits? Ja. Wayne Wang? Ja. Paul Auster? Ja. Met deze lofbetuiging en deze droom zeg ik u tot ziens, mesdames et messieurs.

10-10-06

ANNELIES BECK EN MY SUMMER OF LOVE

feest,ballingschap,politiek,kamertjeszonden,film,fotografie,pawel pawlikowski,ryszard lenczewski,landschappen,herman heijermans,annelies beck,pop,gent,brussel,wijn,antwerpen,feesten,zomer,summer of love,bv

Dat gezeur over politiek moet maar weer eens ophouden. Het is genoeg geweest, hier in dit logboek althans. Er is geen reden om feest te vieren in dit land. Alleen in Antwerpen en Gent en op nog een paar plaatsen. Een beetje feest. Festen. Een half glas lauwe witte wijn op de stasis. Een mooi Grieks woord, dat wel. Voorlopig kruip ik weer in mijn vroegere huid van apolitieke anarchist, of hoe zal ik mezelf in deze context definiëren? Toch wil ik eerst nog mijn verontschuldigingen aanbieden aan de zes dames die vorige zondag mijn stem kregen. Onrechtstreeks – en vooral onvrijwillig - heb ik getwijfeld aan hun intelligentie, door mijn ergernis over het feit dat wij niet kunnen stemmen op bekwame, intelligente, meertalige politici. Die ergernis blijft, maar ik wil graag duidelijk maken dat ik niet twijfel aan de bekwaamheid en de intelligentie van deze vrouwen. Ik twijfel niet maar ik ben ook niet zeker. Een verwarrende state of mind.


Een halfglas lauwe witte wijn, schrijf ik. Maar neem van me aan dat ik veel zin heb om na een lange, zelfgekozen ballingschap – sinds 1991 woon ik in Brussel – naar mijn geboortestad Antwerpen terug te keren, of anders naar het lieflijke Gent, waar het alle dagen feest lijkt te zijn, ook al duren de officiële Gentse Feesten maar een tiental dagen. Voorlopig blijf ik echter in deze oude woning mijn bitterheid koesteren en twijfelen en vragen stellen en plechtig doen.
Voorlopig zeur ik niet meer over politiek. Ik keer terug naar mijn oude thema’s, letteren, muziek, ziekte, dood, vriendschap, liefde en Bonanza.

Gisteren zag ik Joaquin Phoenix in de huid van Johnny Cash. I Walk the Line, geen meesterwerk, maar goed voor twee uur genieten van het acteertalent. Wat gaf die film me zin om mij vol te stoppen met amfetamine en als een jonge dwaas door de straten van mijn stad te rennen, zomaar, nergens heen, met in mijn hoofd de echo van Echo & the Bunnymen, come to my rescue!

Zondagavond laat, nog euforisch van mijn moreel verantwoord stemgedrag, genoot ik van My Summer Of Love van Pawel Pawlikowski, een mij onbekende regisseur, met twee ook weer uitstekend acterende jonge actrices, mij even onbekend. Een film navertellen is niet mijn grootste gave en het heeft ook geen zin. Zeer indrukwekkende fotografie, dat kan ik wel gezegd krijgen, van de Poolse director of photography – ik gebruik bewust de Engelse term - Ryszard Lenczewski. De film is voor een groot deel in zonovergoten, glooiende landschappen gedraaid. Landschappen of niet, ik koester de kamertjeszonden, om het woord van Herman Heijermans nog maar eens een keer te gebruiken. Vanuit mijn kamer de weids uitgestrekte landouwen aanschouwen, dat is voor mij het tweede grootste - denkbare - genot.

 

feest,ballingschap,politiek,kamertjeszonden,film,fotografie,pawel pawlikowski,ryszard lenczewski,landschappen,herman heijermans,annelies beck,pop,gent,brussel,wijn,antwerpen,feesten,zomer,summer of love,bv

Nu rest mij alleen nog even de naam Annelies Beck te noemen. Dat schijnt zoekers aan te trekken. Dat heb ik op de blog dorstig gelezen, waarvoor mijn dank. Nu afwachten of deze strategie wat oplevert. Ik vrees echter dat mannen - of dames - die kicken op mevrouw Beck helemaal niets zullen voelen voor de mooie meisjes uit 'My Summer Of Love'.

---

Foto's uit: My Summer Of Love van Pawel Pawlikowski

08-10-06

DE HERFST VAN DE MOOIE VROUWEN

anderlecht,stemmen,verkiezingen,vrouwen,identiteit,veranderen,wafels,exotica,stem,guillaume bijl,despina,ryan adams,voodoobilly,identiteitskaart,kunst,performance,conceptuele kunst,memento,christopher nolan,namen,handen wassen,belgie,huisdokter

Omstreeks 2.20 uur ben ik uiteindelijk, na veel getreuzel en gedoe, mijn stem gaan uitbrengen. Ik had eerst goed de folder met de instructies gelezen, zodat ik niets verkeerd zou doen. In het stembureau, een zaaltje van het Anderlechtse voetbalstadion, werd ik vriendelijk bejegend, ondanks of dankzij het rode westernhemd dat ik voor de gelegenheid had aangetrokken. Ik had dat ook al aan bij het concert van Ryan Adams, vorige donderdag. Hiermee is bewezen dat het kledingstuk geschikt is voor zeer uiteenlopende gelegenheden, waarvoor mijn dank aan een winkeltje in Budapest dat Voodoobilly heet. Als je een winkel al kunt bedanken?


Dat ik geen identiteitskaart bezat werd als de normaalste zaak van de wereld beschouwd. Wellicht heeft de helft van het Anderlechtse kiespubliek geen identiteitskaart. Op elke hoek staan dieven op de uitkijk. Het kleinood is zeer in trek, meer dan vlijmscherpe messen en fonkelende diamanten. Heden ten dage wisselen mensen graag van identiteit. Zo’n kaart is dan een noodzakelijk attribuut. Maar dat allemaal terzijde.
Ik moest de brief waarin zwart op wit en in kleur te lezen viel wie ik ben even afstaan en mocht me dan naar het stemhokje begeven. Meteen gingen mijn gedachten naar mijn oude vriend Guillaume Bijl, die ooit op een van zijn tentoonstellingen stemhokjes van over heel de wereld bijeenbracht. In mijn eigen stemhokje probeerde ik het scherm aan de praat te krijgen met mijn rechterwijsvinger, zonder enig resultaat. Ik wilde al mijn beklag gaan doen, maar dan herinnerde ik mij gelukkig weer het foldertje: je moest gebruik maken van een elektronisch potlood! Zo heb ik toch geen gek figuur geslagen. Ik had op voorhand de namen en de nummers van de lokale politici op mijn linkerhand geschreven, een beetje in navolging van de protagonist uit Christoper Nolans Memento (met mijn geheugen gaat het ook niet altijd even goed; stel dat ik in een vlaag van vroegtijdige dementie met mijn potlood een cirkel zwart zou hebben gemaakt naast de naam van zo’n vermaledijde blokker!, maar het is waar, dan moet je het al heel erg zitten hebben).

Ik heb mijn handen al een paar keer gewassen. Voor het eten, na het eten. Ja, tijdens het weekend nemen wij de Spaanse gewoonte aan van om drie uur te lunchen. Voor het plassen, na het plassen, enzovoort enzoverder. Maar het zal wel inkt van goed kwaliteit zijn want de namen en de nummers staan nog altijd goed leesbaar op mijn linkerhandpalm. Ik zal ze even overschrijven voor de nieuwsgierigen onder u:

9. Elke
21. Hilde
27. Kristel
30. Leila
38. Despina
45. Fadila

U ziet het, of u ziet het niet: het zijn allemaal vrouwen, drie Nederlandstalige, drie Franstalige, mijn stem netjes verdeeld over twee van onze taalgemeenschappen. De Franstalige dames hebben echter exotische namen, ze zullen wellicht van vreemde origine zijn. Mooi zo! Perfect! Hoe exotischer België wordt, hoe beter. Voor de rest zijn ze even Belgisch als u en ik. Wie weet trouwens wat de essentie van het Belg zijn is? want ik weet het niet hoor. Lange tenen, grote oren, kaalhoofdigheid, vroegtijdige dementie? Water uit het kraantje? Jean-Claude Vandamme? Guillaume Bijl? Tom Boonen? Paul-Henri Spaak? Zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan, ik ben heel goed in opsommen en vragen stellen.

Ik ben tevreden over de stem die ik heb uitgebracht. Stem? Het zijn zes stemmen, zoals in de goede oude tijd, toen het aantal stemmen dat je kon uitbrengen rechtevenredig was met je rijkdom. En terwijl jij als man ging stemmen voor tientallen andere mannen bleef moeder de vrouw lekker thuis om wafels te bakken. Of niet soms? We mogen daarom niet klagen: we zijn er sindsdien enorm op vooruitgegaan. En toch klagen we en willen we dat de dingen veranderen. Wat willen we dat verandert? Op de terugweg kwamen we onze huisdokter tegen. We bleven even praten. Denk je dat er nu iets zal veranderen, vroeg hij. Ik vroeg me af aan wat hij dacht dat er zonodig moest veranderen. Laten we het hopen, antwoordde mijn levensgezellin. Wat bedoelde zij daar eigenlijk mee? Hoe beter wij elkaar kennen, hoe slechter wij elkaar kennen. Dat is een feit. Niemand kent niemand. Misschien moeten we dat eens proberen te veranderen.

Van die zes vrouwen voor wie ik heb gestemd is Despina de mooiste. Toevallig heeft ze ook de mooiste naam. Ik hoop dat ik haar ooit leer kennen. Ik hoop van u hetzelfde.

WAT TE DOEN? VROEG LENIN

solomon burke,nashville,anderlecht,sociaal-democraat,verkiezingen,moraal,slecht bestuur,brussel,lenin,tchernichewski,pop,popcultuur,vlaams,nationalisme,waals,frans,oud,proteststem,thomas mann

Het is zondag, twaalf uur, de zon schijnt door de ramen van mijn werkkamer. Zou ik ze open gooien? Ja, dat ga ik doen.

Mijn jukebox draait ‘Nashville’ de nieuwe cd van de oude Solomon Burke. Zoals de titel aangeeft is het countrymuziek. Niets nieuws voor de man die ongeveer vijftig jaar geleden al He’ll Have To Go opnam, en vele andere countryklassiekers. Het verschil met zijn vroegere grammofoonplaten is dat hier – zeer geslaagde – duetten op staan met Dolly Parton, Gillian Welch, Emmylou Harris en Patty Griffin. Solomon Burkes diepe soulstem, vol nuance en emotie weet me opnieuw te bekoren. De songs werden opgenomen bij Buddy Miller thuis. Het is muziek van en voor de werkende mens, korte verhalen die iedereen kan begrijpen.

Wat me bij de verkiezingen brengt. Het is tien over twaalf en ik weet nog steeds niet voor wie ik ga stemmen. Niet dat ik bij die ontevreden burgers hoor die – zonder twee keer na te denken - een proteststem zal uitbrengen. Ik woon in Anderlecht, waar het Vlaams Blok de grootste ‘Vlaamse’ partij is. De kopstukken van dat gedrocht zijn oude ventjes en madammekes die wellicht wel hun naam kunnen schrijven. Maar veel meer? En toch stemmen de tachtig of zo Vlaamse inwoners van Anderlecht voor dat blok. Waarschijnlijk zijn die tachtig of zo stemmers ook oude ventjes en madammekes die nog net hun naam kunnen schrijven. Zelfs al zou ik ooit een proteststem uitbrengen, bijvoorbeeld in een vlaag van zinsverbijstering, dan zouden mijn genen mij nog altijd niet toestaan om voor dat verdomde haatzaaiende blok te stemmen.

Maar welke alternatieven zijn er? Ik word geleidelijk aan, of nogal snel, in zekere zin apolitiek. Het tegenovergestelde traject van Thomas Mann, die in zijn jonge jaren apolitiek was en op het einde van zijn leven een overtuigd sociaaldemocraat. Maar ondanks mijn apolitieke en escapistische neigingen zal ik toch voor een democratische partij stemmen. Ik kan kiezen tussen de lijst PS-sp-a-cdH en Ecolo. Ecolo heeft zichzelf ernstige geschaad door samen met de vermaledijde liberalen de gemeente te hebben ‘bestuurd’. Zijn deze dames en heren nog geloofwaardig? En de andere lijst is een vreselijk allegaartje, dat zich ook voor een groot deel tot senioren richt. In Anderlecht wonen toch niet alleen maar senioren? (Ik moet hier voorzichtig zijn want ik ben ook niet meer van de jongsten…) Het voordeel van de lijst PS-sp-a-cdH is dat hij vrij duidelijk is, en tweetalig (die van Ecolo is enkel in het Frans opgesteld, ook al staan er leden van Groen! op). Deze politici hebben tevens het voordeel dat ze zes jaar in de oppositie hebben gezeten en daardoor strijdvaardiger zijn. Maar als ik voor hen stem zal het met weinig overtuiging zijn. Het is dorpspolitiek. Ik heb niets tegen dorpen, maar Brussel pretendeert de hoofdstad van Europa te zijn. Waarom vormt deze stad dan ook geen bestuurlijke eenheid, zodat we kunnen stemmen voor de bekwaamste politici van de hele ‘Europese hoofdstad’. Omdat de oude ventjes en madammekes die net nog hun naam kunnen schrijven dan meteen van de kaart worden geveegd? Omdat ze dan hun handen uit de vleespotten moeten halen? Waarschijnlijk, want die heertjes en madammekes, hebben precies dank zij die verdeeldheid veel macht.

Zowat elke weldenkende inwoner van Brussel (ik bedoel de negentien ‘gemeenten’) weet dat het huidige model niet werkt, of eerder dat het wel werkt, maar verlammend. Iedereen weet het, maar we kunnen niet stemmen voor het alternatief, voor een middelgrote stad die bestuurd wordt door bekwame, intelligente, meertalige politici.

Ik heb echter een sociaal geweten, dus ben ik moreel verplicht om voor een sociale partij te stemmen. Dat kan in deze context alleen de sp-a (weliswaar als deel van dat allegaartje) of Ecolo zijn. Zeer frustrerend, dames en heren. Liefst van al zou ik nu in een vliegtuig naar Timboektoe stappen. Maar helaas. Overigens mag ik misschien niet eens stemmen want ik heb nog steeds geen nieuwe identiteitskaart! Maar dat is een ander Anderlechts verhaal!

06-10-06

RYAN ADAMS IN HET KONINKLIJK CIRCUS

 

flying burrito brothers,ryan adams,cardinals,brussel,koninklijk circus,grateful dead,allman brothers,pop,rock,country,blues,popcultuur,live,concert,batman,robin,maskers,communicatie

Gisteren traden Ryan Adams & the Cardinals op in het Koninklijk Circus in Brussel, een heerlijke ouderwetse concertzaal, met staanplaats voor de mensen die dicht bij het podium willen staan of die graag wat dansen en met knusse zetels voor degenen met stramme leden of een zwak gestel. Ryan Adams trekt heel wat dronkaards aan: die kunnen ook in de zetels terecht.

Wat hebben wij gisteravond gehoord? Veel, heel veel. Ik probeer een korte opsomming te geven. Singer-songwriter stuff; traditionele en alternatieve country; Canned Heat-stijl blues; Rolling Stones-achtige blues & gospel funk, denk hierbij aan Tumbling Dice of Can’t You Hear Me Knocking; Bo Diddley beat, acid rock in de traditie van the Grateful Dead (met heel wat schitterende spacy jams); door Prince geïnspireerde funk; piano-pop met een knipoog naar Elton John; een flard van The Wind Cries Mary; een beetje disco en punk rock, denk hierbij vooral aan The Clash; en nog het meest southern boogie in de stijl van de grootmeesters van het genre, de Allman Brothers; en natuurlijk ook harmonieuze country rock met als referentie de perfectie van Chris Hillman en Gram Parsons ten tijde van The Gilded Palace of Sin. En dat allemaal zonder aan eigenheid in te boeten: Ryan Adams, dames en heren, een man die de zich de hele geschiedenis van de rock & roll van 1950 tot nu eigen heeft gemaakt. Ik denk dat hij zijn hele platencollectie – die ongetwijfeld zeer uitgebreid is – kan naspelen. Maar nogmaals, Ryan Adams is geen epigoon, hij is geheel en al zichzelf. Een wonderkind van 32 jaar.
In The Cardinals heeft Ryan Adams de ideale band gevonden om zijn songs op de beste manier vorm te geven, om zijn soms extreme emoties enigszins aan banden te leggen, om hem in zekere zin met zijn voeten op de grond te houden, ook al bereiken ze samen grote hoogten. Of zoals Adams zingt: To Be Young (Is To Be Sad Is To Be High), wat, nu de zanger toch ook al weer 32 is, bijzonder nostalgisch klonk. Want is het alles bij mekaar niet mooi om jong te zijn, en droevig, en high?

Ryan Adams en zijn band speelden zo lang en zoveel songs dat het onbegonnen werk is ze hier allemaal op te sommen. Bovendien heb ik lang niet alles herkend. De man is trouwens bijzonder productief. Vorig jaar alleen al heeft hij drie cd’s uitgebracht, waarvan één dubbele. Toch een aantal titels die me door hun intense, vaak emotioneel overweldigende uitvoering zijn bijgebleven. A Kiss Before I Go, The End (over zijn geboortestad Jacksonville), Cold Roses (uit de gelijknamige dubbel-cd), Easy Plateau, het hierboven al genoemde To Be Young, New York, New York (prachtige versie van de eerste track uit ‘Gold’), Dear Chicago (uit Demolition), Magnolia Mountain, Peaceful Valley, Beautiful Sorta, Rescue Blues, Blue Hotel, 29 (dit was qua stijl echt een mix van Canned Heat en Grateful Dead), Shakedown On 9th Street, Wharf Rat (een Grateful Dead cover) en tot slot I See Monsters, uit Love Is Hell. Ik dacht ook Elton Johns Rocket Man te hebben gehoord. Maar na meer dan twee uur hemelse muziek ga je misschien hallucineren.

Ryan Adams is niet bepaald verbaal communicatief. Maar vergeleken met concerten in andere Europese steden viel het in Brussel nogal mee.Zo excuseerde hij zich voor zijn rasperige stem, vanwege een griepje. Zijn stem deed hem denken aan die van zijn oude grootmoeder. Of stel je voor dat je ontwaakt naast de wat oudere Judy Garland, na een nachtje uit, hoe ze dan ’s morgens moet hebben geklonken… Zijn monoloog ontspoorde, ik had niets anders verwacht. Wel, zegt hij, dit is mijn manier om jullie ‘hello’ te zeggen. Let er maar niet op, spreken brengt me altijd in moeilijkheden, maar ik kan wel songs spelen. En dan zijn we weer vertrokken voor een uurtje muziek.

En andere keer heeft hij het over Batman en Robin. Ik begreep er geen woord van. De monoloog hield waarschijnlijk verband met zijn Batman t-shirt. Afsluiter I See Monsters zou hij trouwens uitvoeren met een Batman cape om de schouders en een soort van grinnikende berenkop-masker op het hoofd (of was het een weerwolfkop?). Een vreemd en vervreemdend zicht. Niemand in het publiek die nog om een encore durfde vragen. Dat had ook weinig zin. Ryan Adams & the Cardinals hadden bijna 150 minuten gespeeld en alles gegeven wat ze in zich hadden.

Dit concert staat reeds genoteerd in de toptien van de beste concerten die ik ooit heb bijgewoond (en die nu in mij wonen).

05-10-06

ESSE EST PERCIPI

bomen,zon,fantasie,realiteit,dak,borges,foto,martin pulaski

De zon schijnt, maar niet door de bomen. Ik zie namelijk geen bomen, alleen maar een grijs dak. En wat ik niet zie, bestaat niet. 

Wandelaars, geniet van uw wandeling! Fantasten, geniet van uw gefantaseerde tuinen en parken!

"Tevergeefs tracht ik los te raken van mijn lichaam
en het waken van een onophoudelijke spiegel
die het verspilt en bespiedt
en van het huis dat zijn patio's herhaalt
en van de wereld die doorgaat tot aan een verscheurde buitenbuurt
van stegen waar de wind versaagt en van grof slijk."

Jorge Luis Borges, Slapeloosheid.

Esse est percipi.

Foto: Martin Pulaski, Zelfportret (werelden in werelden).

03-10-06

ALS DE GODEN ZWIJGEN MOETEN WIJ DE VREDE STICHTEN

oorlog,muziek,wapens,schieten,vijanden,woii,vader,chaos,oostenrijk,rock and roll,texas,familie,blues,pop,country,liefde,duitsland,extremisme,verbroedering,vijand,wereld,doden,fabien collin,goden

T-Bone Walker


Elke keer als je uit je bed komt ’s morgens (of op een ander moment van de dag) stap je in een vreemde, chaotische wereld. Wetenschappers en filosofen hebben er logica en orde proberen aan op te leggen, maar je kan je alleen maar afvragen of ze daar enigszins in zijn geslaagd. Ze hebben zich vaak volledig ingezet, elk voor hun project, vaak in dialoog met andere wetenschappers en filosofen, maar de wereld is een chaos gebleven. Ook de wetgeving, waarover zo lang is nagedacht, door zoveel deskundigen, stelt weinig voor. Iemand stapt ’s morgens uit zijn bed, koopt een geweer en kogels, rijdt naar een school, en schiet er een tiental kinderen neer. Waarom? Hoe kan dat gebeuren? Waarom zijn er geweren? Hoe komt het dat je zomaar kogels kunt kopen? Hoe komt het dat mensen liever wapens hanteren dan muziekinstrumenten? Omdat het gemakkelijker is een mens te doden dan een lied te spelen? Waarom verandert een land van kameraden, zoals Joegoslavië, van de weeromstuit in een land van aartsvijanden? (Ik weet dat ik simplificeer, maar toch komt het daar op neer.) Wat is een vaderland? Moet je dat vaderland – de democratie, de vrijheid van meningsuiting, enzovoort – toch verdedigen, ook als je geweten bezwaren aantekent tegen het gebruik van wapens? Of moet je je familie en vrienden laten vermoorden, verkrachten en folteren door de vijand? Waarom is er überhaupt een vijand? Waarom ben ik zo boos op het Vlaams Blok? Waarom zijn Vlaams Blokkers zo boos op meisjes met hoofddoekjes op en bepaalde mannen met baarden. Weet jij het? Heb jij antwoorden? Waarom is er iets en niet niets? 

Geef me water, geef me brood, geef me liefde, anders ga ik dood. Ik droomde de vorige nacht van tedere omhelzingen. Ik zwierf door Istanbul met twee van de mooiste meisjes van de wereld. Ik zag slangenbezweerders, grote diamanten, vervallen paleizen. Ik liep op een houten brug over een overstroomd kerkhof, waar tientallen lijken lagen te rotten. De tweede wereldoorlog heeft aan 25 miljoen inwoners van de Sovjet-Unie het leven gekost. Vijf miljoen Duitsers zijn omgekomen. Om maar iets te zeggen. Ik houd van Duitsland. Maar tijdens de tweede wereldoorlog was de mof de vijand van mijn vader. Mijn vader heeft tegen de Duitsers gevochten. Zij hebben hem gevangen genomen en op een boerderij in Oostenrijk doen werken. Daarna kwamen de Amerikanen chocolade uitdelen. Ik ontwaakte met hun rock & roll. Nog steeds luister ik bijna uitsluitend naar Amerikaanse muziek. Veel Texaanse blues, country en soul. T-Bone Walker, Janis Joplin, Townes Van Zandt. In Texas wonen bijzonder veel immigranten uit Duitsland afkomstig. Doug Sahm, veel te jong gestorven, een van mijn geliefde muzikanten, had Duitse wortels. Zie je, ik kom altijd bij de muziek terecht. Zo ben ik. Maar ik ben ook anders. Ik ben met zovelen. Probeer dat maar eens uit te leggen. Je est un autre. Et maintenant?

Afbeelding: Shirin Neshat.

02-10-06

BRUSSEL 0110


Prachtig was dat, gisteren in Brussel, daar voor het paleis van Saksen-Coburg. Vlaamse en Waalse en geïmmigreerde zangeressen, zangers en muzikanten die me anders – in de meeste gevallen – geheel onberoerd laten gaven me gisteren een echt warm gevoel. Warm gevoel? Een uitdrukking die ik niet vaak gebruik. Ik heb van die zonnige namiddag met volle teugen genoten. Volle teugen? Jongens, waar ga ik naartoe met mijn stijl. Het zal de vermoeidheid zijn. Adamo en Rocco Granata ontlokten mij tranen met hun korte toespraakjes en hun liedjes, Jan Decorte was fel maar ook grappig, met zijn shakespearoes (dat was pas goed gekozen), Lio was kort en speels, Neeka en Philipe Cathérine virtuoos en poëtisch als de wolken, Rejane zette mijn ziel op stelten, Marie Daulne gaf mij een kick, Willem Vermandere zette mij aan het denken, Lange JoJo werkte op mijn zenuwen, evenals Lou & zijn eeuwige bananen. Wat heb ik genoten van Daan en Victor Lazlo’s Cheek To Cheek en van de uitbundigheid van Jaune Toujours en Monsoon. Dat was pas dorpspolitiek! Dani Klein, Baï Kamara, Roland, Mousta Largo, La Fille D’Ernest, Willy Willy, Arno, Laura Lynn. Iedereen was er. En lang leve Patrick Riguelle, de veelzijdigste mens van België! En de hele Laatste Show Band.