30-09-06

JAMAICAANSE RUM, DRUMMERS EN DROMEN

jacques tourneur,i walked with a zombie,film,koorts,droom,suikerrietvelden,jackie,drums,rum,gas,zwarte eik,waterput,landschap,verhaal,voodoo,david bowie,orpheus,eurydike,mythe

Voor Agata

Ik liep door donkere suikerrietvelden in de richting van een plek waar mij onbekende mensen muziek speelden. Op het eiland had iedereen die ik de voorbije dagen had ontmoet geheimzinnig gedaan over wie deze muzikanten waren en wat zij met hun muziek beoogden. Ik hoorde het monotone, bijna hypnotiserende gedreun van steel drums, met daarachter, tussen, onder en boven, het geluid van allerlei andere percussie-instrumenten, die waarschijnlijk in geen enkele muziekencyclopedie zijn terug te vinden. 


Ik kon niet omkijken om te zien of Jackie me volgde. Een kerel in het hotel, iemand die het eiland kende, had ons gewaarschuwd voor diepe waterputten, verborgen onder het struikgewas in de suikerrietvelden. Je moest bij elke stap die je deed goed uitkijken, zelfs bij volle maan, zoals nu. Ja, de maan scheen heerlijk, als in een gelukzalige droom, en nooit had ik zoveel sterren zo nabij gezien. Maar hoe kwam het toch dat ik Jackie’s voetstappen niet kon horen? Had zij, onoplettend, een ander pad genomen en bevond zij zich nu al tussen de muzikanten en dansers? Wellicht had zij zich onder hen gemengd en lachte, sprong en danste zij nu samen met hen als bezeten door Orpheus. Wij hadden inderdaad nogal wat van die Jamaïcaanse rum naar binnen. Eigenlijk kon ze nu om het even waar zijn. Ik kon alleen maar flink doorstappen en goed uitkijken dat ik niet in zo’n waterput viel.

Na een tijd, ik weet niet meer of het minuten of uren waren, viel ik in slaap en begon meteen te dromen. Ik lag op een veld van groen er purper gras. Niet ver van me vandaan zag ik Jackie wegrennen van me, in zuidelijke richting. Ik probeerde haar naam te roepen, maar mijn stem maakte geen geluid. ‘Jacqueline!’, riep ik zo luid als ik kon, waarbij ik bijna verstikte, maar mijn inspanningen waren tevergeefs. Ze verwijderde zich van me, in haar purperen en groene jurk. De zon kleurde haar haar rood, zoals dat van David Bowie in The Man Who Fell To Earth. Ik hoorde de wind fluisteren in de zwarte eiken achter me. ‘Jackie’, ‘Jackie’ fluisterden ze, met een snik in hun stem. Ik voelde me zelf een zwarte eik met een snik in mijn stem. Spoedig zou de zon ondergaan en ik lag alleen op het vochtige gras.

29-09-06

IK NEEM MIJN HOED AF VOOR TOM BARMAN

tom barman,muziek,engagement,verantwoordelijkheid,0110,voor tolerantie,zelfportret,pop,popcultuur,no more loud music,foto,martin pulaski

Vanmorgen hoorde ik – die nooit naar de radio luister! – toevallig een gesprek met Tom Barman. Over Barman heb ik hier al geschreven, meer bepaald op 2 augustus 2005 (de boekhouder in mij steekt de kop op), naar aanleiding van een aflevering van Zomergasten: Tom in gesprek met de sympathieke gastvrouw Connie Palmen. Ik schreef toen ondermeer dit: “En dan was er Tom. Na vijf minuten al was ik in mijn fantasie zijn beste vriend. Wat een innemende man! Zo eerlijk en emotioneel en vol respect voor oude mensen.” 

Een zelfde gevoel kreeg ik nu weer, in de keuken, toen hij het over zijn vader en zijn moeder had. En over Moravia’s De onverschilligen, een boek dat ik nog steeds niet heb gelezen. Dat moet ik binnenkort toch eens doen. En over zijn liefde voor de film, waar John Casavetes aan de basis van ligt. Liggen? Casavetes stond! Je kunt trouwens weinig betere leermeesters hebben, zeker niet als je de emotionele kant van de mens niet uit de weg wilt gaan. Barman had het ook over een zeer kortstondige verliefdheid tijdens een treinreis, waar natuurlijk niets uit voortvloeide. Het is iets wat we allemaal wel eens meemaken, verliefd worden op een meisje of jongen, of man of vrouw, in de metro, tram, trein, of bus. Voor het gevoel van leegte dat op dat moment van verliefdheid volgde vond Tom Barman troost in muziek. Muziek is niet alleen het voedsel van de liefde maar ook de klank van de troost.

Sinds kort is mijn bewondering voor Tom Barman nog veel groter geworden. (Ik ben even mijn hoed gaan opzetten om hem te kunnen afzetten. Een mooi symbolisch gebaar, dat ik van Marnix Gijsen heb geleerd). Wat op 1 oktober zal gebeuren en waar Barman zich zo voor heeft ingezet is iets nieuws in de Belgische geschiedenis, en zeker in de geschiedenis van het Belgische entertainment, waar elke entertainer een wolf is voor elke andere entertainer en waar het doel van entertainen erin bestaat het publiek te helpen wegvluchten naar artificiële paradijzen. In welk land is dat overigens niet het geval? Tom Barman en de honderden zangers, zangeressen, muzikanten en technici willen echter duidelijk maken dat wij allen verantwoordelijk zijn voor de maatschappij waar we in leven. Het gaat hier zeker niet om een egotrip, of om naïef idealisme, maar om een voorbeeldig maatschappelijk engagement.

De lezer van deze stukjes van mij zal onderhand wel weten dat ik een soort van melancholische anarchist ben, met sterk escapistische inslag. Een ontgoochelde en verbitterde, enigszins wereldvreemde ‘rebel’. In die verbittering mag ik niet berusten. Het volstaat niet dat ik rechtse extremisten, nationalisten, crapuleuze straatvechters, Vlaams Blok-politici (meestal met een dubieus verleden, en met een stralende stalinistische toekomst voor ogen, goelag voor wie niet past in het blauwe uniform inbegrepen), soms in vitriool dompel. Woorden schieten altijd tekort. Het woord ‘schieten’ staat hier nu. Ik wil niet zeggen dat we met z’n allen maar moeten gaan schieten op elkaar, omdat woorden tekort schieten. Neen, eerder het tegendeel van schieten. Wat we moeten doen is nadenken, spreken, liefhebben, begrijpen, streven naar het geluk van elke gemeenschap en elk individu. Dat kan alleen maar door de daad bij het woord te voegen. Dat is wat zoveel muzikanten en entertainers volgende zondag zullen doen. De bruine horde mag geen tweede kans krijgen. Niet in de Vlaamse gemeenten, niet in de Waalse, niet in Brussel en niet in die van de Oost-kantons. Nergens. Elke denkende mens is daarvan overtuigd. Het komt er nu op aan dit nu ook te zeggen en te doen. Bovendien vind ik dat de staat geen geld mag schenken aan een partij die de staat wil vernietigen.

Tot slot wil ik nu al Tom Barman bedanken voor wat volgende zondag zal gebeuren. No more loud music!

28-09-06

KLEINE BELGISCHE KUNSTGESCHIEDENIS

andre delvaux,gedicht,t serclaes,breughel,marvin gaye,john singer sargent,relativering,nationalisme,erfgoed,tijd,invloed


Een oude koewachter aanschouwde
In Brussel van Icarus de val.
Kuste daarna de arm van ’t Serclaes
En bewonderde de blote vrouwen
In het vervallen station.

Bij zijn geuzen slurpte hij aan een mossel
Dan was het weer de vlieger in
Terug naar zijn graanschuur
Diep in het zand van Arkansas.

Een zekere Russel, in zijn vrije tijd bokser,
Strandde aan de Belgische kust.
Is dit Oostende, vroeg hij, waar Marvin Gaye
Van seks en drugs genas
En al die spirituele boeken las?

In de vierde strofe stond een gigant op
Die - conceptueel - varkens kon maken
Met blauwe paardenstaarten. Schilderen
Deed hij in de stijl van John Singer Sargent:
Aan palmbomen slingerden
Rokende dames in witte gewaden.

...

(Waarmee nogmaals bewezen wordt dat geen nationale kunstgeschiedenis bestaat, en nationaal erfgoed onzin is. Alles loopt in elkaar over. Iedereen beïnvloedt elkaar, rechtstreeks en onrechtstreeks. Kunst heft de tijd op. Maakt van iedereen tijdgenoten.)

FRANCOISE HARDY MET WITTE LAARSJES

 

muziek,helden,favorieten,pop,popcultuur,francoise hardy,zangeres,chanson,ye ye

Françoise Hardy met witte botjes aan. Leve internet en de verzuchtende liedjes van de Franse yé ye.

27-09-06

WHO KNOWS WHERE THE TIME GOES?


mother and dad

Sinds de vorige notitie is er een hele afstand gelopen door heel wat lange afstand-lopers. Ik van mijn kant ben traag geweest. Maar is een schildpad traag? The hands on the clock keep turning time, hoor ik nu net Sandy Denny zingen. Niets is toevallig, denk ik soms. Sandy Denny is jaren geleden dronken van een trap gevallen, teveel flessen gekocht in het nachtwinkeltje om de hoek. Ze liet een dochter van een jaar ongeveer achter. Sandy Denny heeft een door geen enkele populaire zangeres geëvenaarde stem. Ze wordt bij de folkzangeressen onderverdeeld, maar ze overstijgt alle genres. Luister eens naar Who Knows Where The Times Goes…

De ondraaglijke traagheid van het bestaan als iedereen zegt: sneller, sneller, sneller! RAP. Help! Ik kan niet meer volgen. Nochtans bewonder ik sommige mensen vanwege hun werklust, hun energie en hun inzet. Ze lijken zeven dagen te werken en nul uur niets te doen. Ik denk dat ik op een hele ‘werkdag’ ongeveer 3 uur niets doe, tenzij: 1° tijd verliezen; 2° afzien van de tijd. Er zijn zelfs dagen dat ik helemaal niets doe. (Trouwens, mijn winterslaap is in het verschiet.)
Wat zou alles eenvoudiger en lichter zijn als tijd niet zou bestaan. We zouden er kunnen van uitgaan dat hij inderdaad niet bestaat, dat alleen dag en nacht en de seizoenen bestaan. We zouden kringlopen kunnen aanvaarden, en de eeuwige terugkeer. Een troostende gedachte.
Deze overwegingen doen me denken aan Haruki Murakami, die op zijn veertigste (in 1989) plots een enorme schrik kreeg. De beste jaren van zijn leven waren voorbij, de meest productieve, dacht hij, hij zou zich enorm moeten haasten om nog iets duurzaams tot stand te brengen.

Op mijn veertigste dacht ik daar helemaal niet aan. Ik voelde mij nog een jonge man en genoot van het leven. Ik had wel een aan het pathologische grenzende angst voor de dood, maar dat ging slechts om momenten die ik heel snel weer vergat. Ik besefte niet dat ik mijn kostbare tijd verspilde met oppervlakkigheden. Ik besefte niet echt hoe kort het leven is. Inmiddels zijn we zestien jaar later en besef ik het wel. En toch wil ik nog af en toe het surrealistische spelletje spelen dat tijd niet bestaat. Maar ik doe niets liever dan werken. Ik wil niets anders meer dan werken als een homo ludens.

Foto: Martin Pulaski, Ouders na de oorlog.

25-09-06

PULASKI NEEMT EEN INITIATIEF


Kom toch eens naar Brussel! Lieflijke stad aan de Zenne! Elke dag wordt het hier gezelliger. Een keer per jaar rijden er zelfs geen auto’s. En in de zomer is het altijd kermis. De hele maand augustus speelt Toots Thielemans op de Grote Markt. Zelfs als het regent loopt het Warandepark vol voor de grote zangkunstenaar Johan Vernimmen. De koning en koningin kijken minzaam toe vanop hun balkon. Elke dag komt er ook een nieuwe straat bij. En in elke straat een ministerie van binnenlandse zaken. En in elk ministerie van binnenlandse zaken 10.000 ambtenaren. Allemaal in het blauw. Dat schijnt het volk graag te zien. Blauw. In elke groep van 10.000 binenlandse zaken-ambtenaren zit een Pulaski of een dubbelganger van Pulaski. Ik ga ze eens een keer allemaal bijeen trommelen. Dan zingen we met z’n’ allen samen nog een keer ‘Dolce Paola’. Of ‘Arme Joe’. Ach en waarom niet ‘Jennifer Jennings’?
En op elke hoek van elke straat een papierwinkel, dat was ik nog bijna vergeten te vermelden. De verkopers hebben altijd inkt aan hun vingers. "Comment ça va", zeggen ze, als Pulaski de zaak binnenstapt. "Comme ci comme ça", zegt Pulaski, "enfin, over het weer hebben we alvast niet te klagen." "Comme d'habitude?" vraagt de verkoper met de inktvingers. "Inderdaad, een adressenboekje", zegt Pulaski, "voor het geval dat dat van gisteren vandaag weer vol zou raken".

22-09-06

GESPREK MET AGATA OVER BOEKEN EN FILM

film,sven nykvist,haruki murakami,julio cortazar,heinrich von kleist,verloren onschuld,overlijden,dood,kleist,sportdag,ambtenaren,in memoriam,opzoeken,bergman,agata,boeken,google,cameraman,director of photography

Haruki Murakami is mij een te modieuze auteur, zegt A. Ik heb geen zin om hem te lezen. Iedereen leest hem. Misschien wel, zeg ik, wellicht is hij een hype. Maar hij is desondanks een uitstekend schrijver. Waarom lees je geen boek van Julio Cortazar, Rayuela, bijvoorbeeld? Ik zeg haar dat ik het ooit geprobeerd heb, in de jaren zeventig van de vorige eeuw, toen ik hier in Brussel in een wonderlijke boekwinkel werkte, maar dat de roman mij niet echt lag. Hij was me wat te experimenteel. Waar moest je bijvoorbeeld beginnen? Dat is enigszins ironisch want ik schreef toen zelf nogal experimenteel – en tegelijk ook wel archaïsch. Het heeft lang geduurd tot ik toegang vond tot Rayuela, zegt A, maar uiteindelijk is het me gelukt en nu vind ik het een meesterwerk. Het boek zal wel niet meer verkrijgbaar zijn in het Nederlands, zeg ik. De schrijver is nochtans in Brussel geboren. Zijn werk zou hier alleen al daarom permanent verkrijgbaar moeten zijn. Maar ik heb alleszins een mooi excuus gevonden om mij nog wat langer in Murakami te verdiepen. 


Ik begrijp A.’s verzet tegen het modieuze maar al te goed. Toen ik nog zo jong was als zij – dat was in 1977 - had ik net dezelfde houding. Ik weigerde resoluut bestsellers te lezen. Jef Geeraerts, Umberto Eco, Een vlucht regenwulpen, fuck you! Wat ik zocht waren zonderlingen als Lautréamont, Joris-Karl Huysmans (waar in die tijd nog bijna niets van in het Nederlands was vertaald, gek, want Huysmans was van Nederlandse komaf), Raymond Roussel, Heinrich Von Kleist of Alfred Kubin.

Maar ik vind Murakami inderdaad een uitstekend schrijver. Neem nu ‘De tweede aanval op de bakkerij’. De verteller en zijn echtgenote – ze zijn nog maar net gehuwd – worden ’s nachts wakker met een razende honger. In de koelkast ligt echter niets eetbaars en het is te laat om nog op restaurant te gaan. De verteller associeert de honger met een vulkaan. Opeens herinnert hij zich dat hij een hele tijd geleden nog eens zulke honger heeft gehad. Dat was ten tijde van de aanval op de bakkerij. Het grappige is dat Murakami een eerder verhaal ‘De aanval op de bakkerij’ had genoemd. Nu krijgt de bruid van de echtgenoot-verteller dit verhaal in het kort voorgeschoteld – om maar eens een culinaire term te gebruiken. Die eerste aanval op een bakkerij gebeurde ten tijde van de studentenrevolte in Japan in 1969. Samen met een vriend overviel hij om financiële en ‘filosofische’ redenen een bakkerij. De bakker was echter niet bereid om meteen zijn brood af te staan. De twee ‘revolutionaire’ studenten moesten eerst de ouvertures van Tannhäuser en Der Fliegende Holländer beluisteren, voor ze met een voldoende grote voorraad brood mochten vertrekken. Die daad was meteen het einde van de ‘revolutie’ voor de verteller. Al snel had hij zich aangepast aan de burgerlijke maatschappij met haar repressieve normen en waarden. Dat verraad aan de jeugdidealen knaagt echter aan zijn geweten (of maakt vreemde kronkelingen in zijn onbewuste). Het is een vloek die op hem rust. In ‘De tweede aanval op de bakkerij’ voert de verteller dan opnieuw een aanval uit op een bakkerij, samen met zijn bruid, die tot verbazing van de verteller blijkt te beschikken over een Remington geweer en skimaskers. Geen van beiden hadden ooit geschoten of geskied. “Het huwelijksleven is een vreemde zaak”, merkt de verteller daarbij op. Na de tweede aanval op de bakkerij is de verteller van de ‘vloek’ bevrijd. Wat een prachtig verhaal! Het doet mij heel sterk aan sommige films van Buñuel denken.

A. vertelde me dat Sven Nykvist is overleden, een van de beste cameramannen (de uitdrukking ‘director of photography’ dekt beter de lading) die de filmwereld ooit heeft gekend. Ik wist het niet, omdat ik, zoals u weet geen kranten lees en niet naar journaals luister of kijk. Soms vang ik wel eens iets op, bijvoorbeeld over de rellen in Budapest, maar meestal weet ik van niets. Ik leef al een tijd lang met mijn blik naar binnen gekeerd, waar niets te zien is, zelfs geen vulkaan. Alleen films kunnen mijn blik weer naar buiten doen keren. Voorlopig althans. Nykvist is vooral bekend door zijn onovertroffen samenwerking met Ingmar Bergman (De Stilte, Persona, Het uur van de wolf, De schaamte, Scènes uit een huwelijk, Herfstsonate), maar ook door onder meer zijn camerawerk voor The Unbearable Lightness of Being van Philip Kaufman, Het Offer van Andrej Tarkovski, Le Locataire van Roman Polanski en Pretty Baby van Louis Malle. Ik noem maar enige titels van films die ik zelf heb gezien en bewonderd.

Ik opende net mijn boekenkast om iets op te zoeken (soms zoek ik iets op in een boek, in plaats van via google); er viel een aarden kruik uit, waarvan het oor afbrak. Uit de kruik viel één ding: een medaille van de 8ste sportdag van de Vlaamse ambtenaren op 25 september 1997. Gisteren was het de 17de sportdag, waar ik niet bij aanwezig kon zijn. Weer zo’n vreemd toeval. Jammer van die kruik natuurlijk. In het stuk van Heinrich von Kleist ‘Der zerbrochene Krug’ is de gebroken kruik een symbool van de verloren onschuld. Maar nu ga ik wellicht te ver met mijn associaties. Nochtans gaat het in die twee bakkerijverhalen van Murakami ook over de verloren onschuld. En waar gaat het in de films van Bergman over?

20-09-06

MIJN RUIMTE?

dood,angst,myspace,david cronenberg,crash,rosanna arquette,deborah unger,internet,cyberspace,film,doden,vrienden,verminkt

Rosanna Arquette


Ik verdiep mij in de wonderlijke, nutteloze en tijdrovende wereld van MySpace. Inmiddels heb ik er al vele vrienden, waaronder André Breton, Schopenhauer en Jacques Derrida. In MySpace bestaat geen dood. Het is een goed middel tegen mijn grootste angst: ik weet dat ik nu voor altijd zal voortleven. Overigens heb ik niet alleen dode vrienden in die gigantische ruimte, waar nooit iets schijnt te gebeuren, behalve dat je er – soms bizarre, soms zeer amateuristische - muziek kunt beluisteren en sporadisch downloaden. Na er zowat een maand te hebben rondgehangen heb ik al 175 vrienden, doden inclusief, en er komen er elke dag bij. Bob Dylan en Neil Young bij de eersten. David Lynch heb ik mijn vriendschap aangeboden, maar voorlopig heeft hij ze niet geaccepteerd. Eddy Wally en Eels daarentegen wel, zonder enige tegenstribbeling. Is dat laatste wel een woord? Door lang in MySpace rond te hangen dreig ik mijn geheugen en mijn woordenschat te verliezen. Het is een vreemde wereld.

Gisteren zag ik David Cronenbergs Crash. Dat is pas een echt vreemde wereld. Gelukkig is het fictie. Of niet? Mannen en vrouwen die geil worden van auto-ongevallen en de verwondingen die daar het gevolg van zijn. Maar uiteindelijk gaat het niet om die auto’s en die ongevallen, aldus Cronenberg, maar om de psyche en meer bepaalde de psyche van de begerende mens. Ik weet niet wat ik daar van moet denken. Rosanna Arquette als lustige verminkte wekte bij mij gemengde gevoelens op. Wat de hele film lang mijn aandacht heeft getrokken waren de ogen van Deborah Unger. Wat een prachtige, fascinerende ogen. Zou David Cronenberg daar ook zo van onder de indruk zijn geweest? Ik zal het hem eens moeten vragen.

 

dood,angst,myspace,david cronenberg,crash,rosanna arquette,deborah unger,internet,cyberspace,film,doden,vrienden,verminkt

Deborah Unger

19-09-06

VAN DE POSTBODE GEEN NIEUWS

robert shelton,lana turner,dagboek,film,muziek,bob dylan,james ellroy,goethe,dashiel hammet,james cain,black dahlia,hank williams,goebbels,pop,popcultuur,johnny stampanato,mildred pierce,plezier,lezen,kijken

"To be a poet does not necessarily mean that you have to write words on paper. One of those truck drivers at the motel is a poet. I mean what else does a poet have to do ?" Aldus een provocerende en raadselachtige Bob Dylan tot Robert Shelton (in 1965 of 66). De uitspraak is terug te vinden in Sheltons No Direction Home, verschenen in 1986. Robert Shelton was de journalist die Dylan mee beroemd maakte door als eerste een recensie over hem te schrijven, in The New York Times. 

Het is een meeslepend boek, maar waardoor komt dat? Misschien doordat hij er ongeveer twintig jaar aan heeft gewerkt. Of omdat Dylan in de jaren zestig een bijzonder meeslepend man was. Het is evenzeer een vervelend boek, met belachelijke interpretaties van songs, vrijblijvend en nietszeggend. Ook Hank Williams heeft over 'mockingbirds' gezongen, deelt Shelton ergens mee. Maar dat betekent zeker niet dat Hank Williams een eenvoudig man was, voegt Shelton eraan toe. En wat dan nog? Wie is wel eenvoudig? Goethe misschien? Of Goebbels?

Neen, Robert Shelton heeft niets bijzonders te vertellen en ik al evenmin. Misschien is het door dat niets-te-vertellen-hebben dat ik niets bijzonders aantref bij de anderen? De dagen van verwondering, herkenning, van opgewonden empathie lijken definitief voorbij. Zelfs Dashiel Hammets woorden staan naakt en banaal op de bladzijden. Zonder enige glans of schittering. Alleen een oude zwartwit film als The Postman Always Rings Twice kan mijn aandacht nog vasthouden. Waarschijnlijk door de maagdelijke witte en tegelijk bijzonder sexy jurken van Lana Turner. Mevrouw Turner had in het echte leven problemen met de drank, is zeven keer gehuwd geweest, en was de moeder van Cheryl Crane, die op haar beurt haar mama’s minnaar, de gangster Johnny Stampanato, vermoordde. In een van zijn vele staccato romans heeft ex-alcoholist James Ellroy daar boeiend over geschreven. Vraag me niet meer welk boek, ze lijken allemaal zo op elkaar. Er is overigens weer eens een roman van Ellroy verfilmd, The Black Dahlia.

Maar ik mag toch zeker de nuchtere, stijlvolle boeken van James M. Cain niet vergeten. Zelden heb ik meer plezier beleefd aan lezen, dan toen ik in bed lag met Mildred Pierce. Bovendien is Cain de enige, echte auteur van The Postman Always Rings Twice.

18-09-06

IN DE MIST VAN HET HOOFD

ik,munchhausen,individu,zelf,ego,yo la tengo,dostojewski,lacan,groddeck,nietzsche,freud

De vraag naar wie ik ben en wat ik ben laat me niet met rust. Niet dat ik er in deze context voortdurend op wil terugkomen. Want wie van jullie heeft er iets aan? Aan het feit dat ik deze vraag stel. Aan het feit dat er geen antwoord op is. Je stelt een probleem maar je weet vooraf dat er geen oplossing voor is. Er is al zoveel over geschreven, Nietzsche, Freud, Lacan, Groddeck, etcetera. Vooral etcetera. We bevinden ons nog steeds in de mist. In de mist van de stad en de mist van het platteland. In die van het communisme en in die van het liberalisme. In die van het individu en in die van de gemeenschap. In die van de liefde en die van de haat. Mist, modder, oersoep. En daaruit moet je jezelf oproepen, opwekken, oprichten, optrekken. Als een baron von Münchhausen. Of jullie, moeten jullie het doen? Want jullie zijn een deel van het probleem en een deel van de oplossing die er geen is. Zonder jullie ben ik er niet, ontsta ik niet. Zonder jullie blijven alle plooien gladgestreken. 


Ik ben min of meer de antipode van het hoofdpersonage uit Dostojewski’s Aantekeningen uit het ondergrondse, en toch voel ik me ook verwant met deze voormalige ambtenaar. Als afsluiter van deze korte aantekening uit mijn ‘eigen’ ondergrondse wil ik de eerste vijf zinnen uit deze korte, krachtige roman citeren: “Ik ben een ziek man… Ik ben een slecht man. Een onaantrekkelijk man ben ik. Ik geloof dat ik aan een leverkwaal lijd. Ik begrijp trouwens geen lor van mijn ziekte en weet niet eens precies wàt mij zeer doet.” Ik had er ook zes kunnen citeren, het hele boek zelfs, maar vijf moeten volstaan.

Nu kan ik me opnieuw wat verdiepen in de vraag naar wie ik ben en wat ik ben. En wat luisteren naar Yo La Tengo’s I Am Not Afraid Of You And I Will Beat Your Ass. Als het me lukt die twee dingen te combineren…

16-09-06

WERKEN IN MUZIEK II

zero de conduite,radio centraal,jobs,popcultuur,pop,radio,soul,rock,antwerpen,werken,folk,blues,country


Met veel vertraging volgt hier mijn playlist van Zero de conduite van 2 september. Voor de lezers die het niet weten: Zero de conduite is mijn maandelijks programma op radio centraal in Antwerpen.

Workin' Man Blues - Merle Haggard - Down Every Road
I'm The Man That Built The Bridges - Tom Paxton - Ramblin' Boy & Ain't That News
Spike Driver Blues - Mississippi John Hurt - Avalon Blues: The Complete 1928 OKeh Recordings
Pick A Bale Of Cotton – Leadbelly - The Songsters Tradition - Before The Blues
Unemployment Stomp - Big Bill Broonzy - News And The Blues: Telling It Like It Is
Deportees - Billy Bragg - Tracks Inspired By Bob Dylan
Good Morning Mr. Railroad Man - Ry Cooder - Boomer’s Story
Brakeman’s Blues - The Kentucky Colonels - Long Journey Home
Truck Drivin' Man - Jim & Jesse - Y'All Come: The Essential Jim & Jesse
Mama Hated Diesels - Commander Cody & His Lost Planet Airmen- Too Much Fun-The Best of Commander Cody and His LPA
Drug Store Truck Drivin' Man - The Byrds - Dr. Byrds & Mr. Hyde
The Carpenter - Guy Clark -Craftsman
Workin' For The Man - Roy Orbison - the BIG O: THE Original Singles Collection
Guitar Man - Elvis Presley - Tomorrow Is A Long Time
Six Days On The Road - Taj Mahal - Giant Step & De Ole Folks At Home
Working In The Coalmine - Lee Dorsey - Chartbusters USA Volume 1
Please Mr. Postman - The Marvelettes - Hitsville U.S.A., The Motown Singles Collection 1959-1971
Captain Of Your Ship - Reperata And The Delrons - The Best Of Reperata And The Delrons
Corporal Clegg - Pink Floyd - A Saucerful Of Secrets
Taxman - The Beatles – Revolver
Spaceman – Nilsson - Son of Schmilsson
Big Shot - Bonzo Dog Doo-Dah Band – Gorilla
New York Mining Disaster 1941 - Bee Gees - Bee Gees 1st
Factory Girl - The Rolling Stones -Beggars Banquet
Truly Fine Citizen - Moby Grape - Vintage, The Very Best Of Moby Grape
Singing Cowboy - Love - Four Sail
Smugglin' Man - Tim Hardin - Hang On To A Dream: The Verve Recordings
Sisters Of Mercy - Leonard Cohen - The Essential Leonard Cohen
Sailor Song - Rickie Lee Jones - - Duchess of Coolsville
Waitress In The Sky - The Replacements – Tim
The Whores Hustle And The Hustlers Whore - PJ Harvey - Stories From The City, Stories From The Sea
The Greatest - Cat Power - The Greatest
Sinaloa Cowboys - Bruce Springsteen - The Ghost Of Tom Joad
Some Bartenders Have the Gift of Pardon - Mark Eitzel - 60 Watt Silver Lining
Understanding Salesmen – Eels - Blinking Lights And Other Revelations
Undertaker - M. Ward - Tranfiguration of Vincent
Working Class Hero - John Lennon - John Lennon/Plastic Ono Band


Het zal wel duidelijk zijn dat de nadruk op liederen over werk en jobs lag, waaronder het oudste beroep van de wereld – Sisters Of Mercy van Leonard Cohen en ook wel The Whores Hustle And The Hustlers Whore van PJ Harvey. Illegaal werk werd niet buiten beschouwing gelaten. De Sinaloa Cowboys van Bruce Springsteen zijn geen cowboys maar immigranten uit Mexico, die in een lab werken waar metamfetamine wordt gemaakt, sterk spul, jongens. Overigens heeft Mark Lanegan een al even sterke song gemaakt over metamfetamine, waarschijnlijk gebaseerd op jarenlange ervaring met de materie. Understanding Salesmen van Eels lijkt me geïnspireerd door Death Of A Salesman van Arthur Miller (Volker Schlöndorf maakte er een aangrijpende film van met Dustin Hoffman). Truly Fine Citizen van Moby Grape gaat, terloops, over een boekverkoper. Taxman van The Beatles is een nogal reactionaire protestsong tegen het feit dat er belastingen moeten worden betaald. The Jam heeft dit nummer gewoon gekopieerd en Start! genoemd. Terug te vinden op Sound Affects. Cat Powers The Greatest gaat over een bokser. Op 4 november treedt Cat Power op in de AB, ik kan er echter niet naartoe want ik maak dan weer mijn radioprogramma. De ironie van de geschiedenis? Drug Store Truck Driving Man van The Byrds is een anekdotisch verhaal over een trucker uit Nashville die als nevenberoep dat van dj had. Wellicht was hij lid van de KKK. Alleszins weigerde hij de plaatjes van the Byrds – drugverslaafde hippies ! - te draaien, ook al speelden daar heel wat muzikanten uit Nashville op mee en hadden McGuinn en zijn vrienden hun haar in die periode kort geknipt, zoals het echte rednecks betaamt. Corporal Clegg is van Roger Waters. Het lied gaat over een militair, zoals veel van Waters’ songs. I’m The Man That Built The Bridges van Tom Paxton is overduidelijk een communistisch strijdlied. Waitress In The Sky is erg grappig. Het is een persiflage op Spirit In The Sky van de hippie-troubadour Norman Greenbaum. In Factory Girl drijven Jagger en Richard de spot met een meisje met dikke knieën. Mysogynie is de heren nooit vreemd geweest. Under My Thumb, Stupid Girl, Amanda Jones, Brown Sugar, “black girls just want to get fucked all night”, etcetera. Het grappigste lied van de avond was, wat niet zal verbazen, Big Shot van The Bonzo Dog Doo-Dah Band (“You got a light, mac? No...but I've got a dark brown overcoat.”)

We hebben het klaargespeeld om niet één song van Bob Dylan te draaien. Het was desondanks een leuke avond.

IN AFWACHTING VAN HET FEEST


Een warme nazomeravond, in afwachting van visite. We zullen goed voor onze gasten zorgen. De Australische Chardonnay en de Crèmant de Limoux staan koud, de Argentijnse Malbec is op de juiste temperatuur. Over de gerechten schrijf ik nog niets, onze vrienden zouden dit nog maar eens gauw moeten lezen, dan is de verrassing eraf! Ik denk dat het een leuke avond zal worden. Ik ken de genodigden niet goed, er is een collega van A. bij, die ze heel graag ziet. Ik heb hen ook al wel eens ontmoet op een paar feestjes en toen voelde ik me goed bij hen. K. kwam ik nog eens alleen tegen in een Brussels café, hij leek me een zielsverwant. We konden meteen praten over Moby Grape en Alexander Spence. Dat gebeurt omzeggens nooit. Alleen met Patrick Riguelle is me dat ook een keer overkomen, die muzikale zielsverwantschap.
Ondanks de vrolijke vooruitzichten ben ik gespannen. Dat is altijd zo als er bezoek komt. Het is dezelfde spanning als wanneer ik op reis moet vertrekken. Soms is het zo erg dat ik ziek word. Alsof mijn lichaam me geen plezier gunt. Ik kom net van onder de douche, maar door de sterke koffie die ik daarna heb gedronken voel ik me alweer zweterig. Moet ik nu nog een keer onder de douche? Heerlijk natuurlijk, maar me afdrogen doe ik niet echt graag. Ik zou liever met mijn nat lijf door het huis lopen, warm als het is. Maar ik geloof dat dat verboden is. Het zou trouwens geen zicht zijn.

14-09-06

VAN SPROOKJES EN DROMEN


Marco vertelt me dat hij Pink Floyds The Piper At The Gates Of Dawn een vrij moeilijke langspeelplaat vindt. Dat zal wel zo zijn, maar het is vreemd omdat ik het zelf een heel ‘gemakkelijke’ elpee vind. Overigens, wat is moeilijk en wat is gemakkelijk? Maar ik ben natuurlijk met die muziek opgegroeid. Ik ben de elpee destijds gaan kopen in Nederland, omdat ze in België niet verkrijgbaar was. Pink Floyd was mij opgevallen door de eerste single, Arnold Layne, die op piratenstation Radio London grijs werd gedraaid.

The Piper At The Gates Of Dawn kwam uit in het magische jaar 1967 en maakte op mij een even sterke indruk als Strawberry Fields Forever, misschien de beste single ooit gemaakt, en A Day In The Life. Die plaat van Pink Floyd was zo sprookjesachtig; ze opende een geheel andere wereld dan degene waarin ik vertoefde, het internaat van het Koninklijk Atheneum in Tongeren. Ooit vertel ik het verhaal hoe ik daar verzeild ben geraakt. Het woord ‘zeil’ speelt er onrechtstreeks een rol in. In de liedjes van Syd Barrett zat een uitgesproken verlangen naar de onschuld van zijn kindertijd, toen zijn moeder hem sprookjes vertelde, oh mother, tell me more... Ik kende die teksten vroeger allemaal uit het hoofd. Nu helaas niet meer. Toen ik onlangs voorlas in de Muziekdoos in Antwerpen, een paar dagen na het overlijden van Syd, bleken er een paar toehoorders aanwezig te zijn die The Gnome nog van buiten kenden. We hebben toen stukjes ervan samen gezongen. Dat vond ik een heel mooi saluut aan Syd Barrett. Ik denk niet dat ik dat vlug zal vergeten.

Overigens heeft The Piper At The Gates Of My Dawn mij geïnspireerd tot het schrijven van een jeugdwerk, het toneelstuk De droom, dat we één keer hebben opgevoerd in datzelfde Atheneum, met vloeistofprojecties, net zoals de originele Pink Floyd. Het stuk durf ik niet meer herlezen, ik herinner me dat het over de strijd tussen goed en kwaad ging, er kwamen elfjes in voor en de Duivelse Avantokani – de jongen die deze rol speelde is nu ergens burgemeester. Ongetwijfeld was ik wat het thema betreft beïnvloed, niet door drugs, maar door de verplichte lectuur van Vondel. Het eindigde allemaal met een extatische dans op Interstellar Overdrive.
Die zomer ben ik ben op televisie geweest, in het programma Tienerklanken, met bloemen in mijn haar. Die had ik geplukt in de tuin van de ouders van mijn vriend Valère. Het waren mijn vijf minuten roem, helaas geen vijftien minuten. Ik werd op straat, tijdens Jazz Bilzen, geïnterviewd door Louis Neefs. Mijn vriend Jos had een video-opname van die aflevering van Tienerklanken. Ik had het tegen Louis Neefs over de oorlog in Vietnam en dat wij de wereld zouden veranderen. Ik zat wat uit mijn nek te kletsen, een jongen van zeventien. Later heb ik dat fragment nog eens teruggezien in een uitzending over de jaren zestig. Jos had het op video. Hij heeft ooit een foto van me gemaakt, in de jaren ’80, met een beeld van mezelf uit die video op de achtergrond. Van de sprankeling in mijn zeventienjarige ogen en van de uitdagende androgynie van mijn modstijl was niets overgebleven. Ik was mezelf geworden, een man zoals iedereen. De droom was over.

13-09-06

GEEN LEVENSTEKENS

verveling,levensmoeheid,afwachting

Marcel Duchamp, Paradise

De laatste dagen van de zomer houd ik me gedeisd. Het is stil en ik ben stil. Ik zonder me af, zonder te weten waarom. Ik zoek niemand op, er wordt niet gebeld. Geen gesprekken, geen e-mails. Niemand kijk ik in de ogen. Geen gebaren. Geen wenken. Geen levenstekens. Ik wacht af. Ik weet niet wat er zal gebeuren. Ik neem geen beslissingen. Een paar dagen geleden was het 11 september. Ik heb geen krant gelezen en de televisie niet aangezet. Waarom herdenken wij dingen die vijf jaar of vijftig jaar geleden zijn gebeurd? Wat hebben wij met het getal vijf? Ach, ik weet het allemaal niet. Verwacht van mij vooral geen antwoorden. Ik weet niet eens wat ik vanavond zal eten. 

Maar morgen is een nieuwe dag. Misschien open ik dan weer mijn ramen en nodig ik al mijn vrienden en kennissen uit. Misschien heb ik dan invallen, ideeën, inspiratie en werklust.

10-09-06

HOE IK MIJN WEEK OVERLEEFDE


Ik las een interview met Bob Dylan, waaruit bleek dat hij erg tevreden is met zijn leven.
Zondag en maandag voelde ik me ellendig van een of ander virus in de darmen. Na twee dagen was het gedaan. De oorzaak was onbekend, maar hield geen verband met zware kost of alcoholmisbruik.
Op het werk werd verhuisd. Wie eerst hier zat moest nu daar gaan zitten. Zo werd de sleur doorbroken en sprak ik af en toe opnieuw met een collega. Zelf mocht ik in mijn hoek blijven zitten.
Voortaan bevindt zich niet te ver van mij vandaan een collega die opgewekt door het leven gaat. Zulke collega’s heb ik veel te weinig. Ze zit echter toch nog een heel eind van me verwijderd, zodat ik nog altijd niet echt opgewekt door het leven kan gaan.
Vorige dinsdag heb ik thuis gewerkt. Telewerken noemt men dat. Ik heb een achttal brieven ontworpen voor mijne excellentie, zij het niet op ministerpapier. Een brief op kantoor komt overeen met vier of vijf brieven thuis.
Ik praatte wat met die opgewekte collega. En lachte. En vertelde verhalen over Budapest, Esztergom. Over Hongarije in 1987, 1989 en nu. Kamperen, de prijs van een koffie, een glas bier. Ik gaf een kort verslag van wat me in de buurt van café Kafka is overkomen. Men heeft mij in dat café zonder twijfel horen gillen. Waarom heeft niemand mij geholpen? Mijn kaak was ontwricht van het angstschreeuwen. Angstschreeuw, het woord met de meeste medeklinkers. Ngstschr. Ik moet er uitgezien hebben als op het schilderij van Edvard Munch.
Op het terras van café Cirio ontmoette ik een oude kennis. Ik gaf een kort verslag van het hierboven genoemde. Ik was gehaast want binnen zat iemand op me te wachten.
Ja, diezelfde donderdagavond had ik in dat café een afspraak met mijn vriend en schoonbroer G. Ik ga niet meer alleen op café in Brussel. Ik gaf G. een langer verslag van het hierboven genoemde. Wat mij is overkomen betekent weinig in vergelijking met wat mijn andere schoonbroer, G.’s broer, op een Grieks eiland is te beurt gevallen. Hij werd zo erg toegetakeld dat hij nu een bij wijze van spreken een plantaardig bestaan leidt. De familie A. is een echt tragische familie. Toch was de avond met G. lichtvoetig en opgewekt - of is dat hetzelfde? Will the circle be unbroken, by and by lord, by and by? We hebben mosselen gegeten bij Den Boer, een aangenaam, ongedwongen restaurant op de vismarkt. De huiswijn smaakte een beetje zuur. Daarna heb ik als tegengif nog twee trappisten gedronken in de Roskam. Er zat niemand die ik kende. Wie zou ik er wel kennen? Op weg naar huis heeft G. mij death metal laten horen, de muziek waar zijn dochter verlekkerd op is. Ik niet. Ik houd van volksmuziek, maar misschien is death metal de volksmuziek van deze tijd (voor sommige mensen)? Wil je de nieuwe Dylan niet eens horen, vroeg ik G.. Nee, zei hij, dan val ik misschien wel in slaap als ik op weg ben naar Gent. Ik concentreer me dan op de teksten en mogelijk dwaal ik dan af. Ja, zeg ik, zet dan maar beter death metal op. Dat is inderdaad veiliger.
Woensdag was een schitterende dag. Ik heb met mijn gezellin op het terras van de P&P een glas bier gedronken. Tot onze spijt stelden we vast dat Brussel een lelijke stad is met veel lelijke mensen op straat. Velen spuwen gewoon in het rond, alsof ze thuis zijn. Overal slingeren blikjes en plastieken verpakkingen rond en men deponeert ook op de meest in het oog springende plaatsen zijn mest. Budapest is niet bepaald een mooie stad, maar de mensen zijn er mooi, vriendelijk en beleefd. En de aantrekkelijkste vrouwen van de wereld vullen er de straten en pleinen. Na de P&P heb ik thuis tonijn gegrild, die we op ons eigen terras hebben opgegeten. Op de achtergrond stond muziek op uit het begin van de 20ste eeuw. De dag voordien had ik tijdens de middagpauze – ik werkte thuis, remember? – het terras schoongemaakt. Toen we die vis zaten te eten zei ik tegen mijn gezellin dat men in Holland boenen zegt in plaats van schoonmaken. Dat meen ik toch te hebben begrepen. Ik vind de Nederlandse taal zo mooi. Hollandse woorden, Vlaamse woorden, bastaardwoorden. Wat maakt het uit. De verschillende accenten. Zegswijzen uit alle streken. De Franse kronkelingen bij de West-Vlamingen. Het zogenaamde zingen van de Limburgers. Het televisiedialect van de Antwerpenaren. Het Pascale Bal-taaltje van de Gentenaren. Alle verschillen maken mij euforisch. Vooral als ik er gegrilde tonijn bij eet.
Vrijdag was de dag na donderdag! De twee trappisten hebben mij lang doen slapen. Ik moest niet gaan werken, had voldoende tijd te verliezen. Daarna heb ik ruimtevrienden bezocht. Ik heb er nu al een heleboel, voornamelijk muzikanten. Ik heb nog een keer naar Modern Times geluisterd en naar Mingus, Mingus, Mingus. In een winkel in de Westland zag ik The Last Waltz in het rek staan, maar daar heb ik aan kunnen weerstaan. In de Delhaize heb ik een viertal flessen rode wijn gekocht, om te ‘proeven’. Ik ben op zoek naar een wijn die perfect past bij de Osso Bucco van A..
Zaterdag heb ik een plantje geplant en een backup gemaakt van al mijn mappen en bestanden.Ik heb naar Gram Parsons geluisterd en ben tot na vier uur ’s nachts wakker gebleven om naar de match van Justine Henin te kijken. Achteraf had ik er spijt van. Verloren tijd. Het is mij opnieuw duidelijk geworden dat ik helemaal niet van sport houd.
Vandaag heb ik ramen schoongemaakt (of geboend?). Na laat te zijn opgestaan, met een suffe kop. Na de ramen heb ik opnieuw mijn spacevrienden opgezocht. De computer met zijn vervelende metamorfosen maakte mij nog suffer. Ik ben mijn fiets gaan afstoffen, dat was een jaar of zo niet meer gebeurd, ik heb mijn banden opgepompt en ik ben een tochtje gaan maken in het Pajottenland. Daar heb ik foto’s gemaakt van het landschap. Een uurtje geleden heb ik naar de Pete Seeger Tribute dvd van Bruce Springsteen gekeken. Het zag er allemaal vals spontaan uit. Het leek mij niet uit het hart te komen. Maar ik kan me nogmaals – zoals iedereen – sterk vergissen.
Nu is het zondagavond en schrijf ik deze opsomming. Je moet iets doen. Je moet zin geven aan je leven. In zinnen vind je zin. Maar het is een hoop werk, neem dat maar van me aan. Ik denk dat rock & roll gemakkelijker is. Drie akkoorden en dan wham bam, thank you mam!

09-09-06

EEN ROMANCE


Als ik toch eens zou schrijven
wat jij me vroeg:
de abrikozen op tafel,
frambozen van vroeger
toen de zomer een spel was
op het water, de oevers nabij.

Als ik toch eens zou blijven
bij jou in het wit
en een bij mocht me kussen,
prinses van de liefde.
Bij jou in het krijt staan -
mij weer aan je honing verslaven.

Als ik toch eens zou drijven
op een droom van tranen
en asters. In deze zomer
van ernstige stenen - en sterren
waarnaar je stem opstijgt,
ver boven donkere wolken.

05-09-06

DEZE TREIN STOPT HIER NIET LANGER


Ik droomde over mijn vader, mijn moeder, mijn broer, mijn oude schoolvrienden. Heftige emoties hadden me in hun greep. Je moet naar hen toe, je moet het hen zeggen. Wat? Wat er in je hart omgaat… De landschappen die ik zag tijdens mijn reis lagen te zuchten onder een genadeloze zon. Of hevige regen veranderde akkers en boomgaarden in bruine modderpoelen. Vaak kon ik niet verder. Veel wegen waren versperd. Iedereen scheen de aarde te hebben verlaten en toch waren overal werken aan de gang. Onzichtbare arbeiders hadden diepe gaten in het asfalt geboord. Maar nu hing de stilte van een sneeuwvlakte boven afgronden. Mijn vijanden konden me niet van mijn plan afbrengen om mijn moeder op te zoeken. Maar ik kon haar niet vinden. Mijn vader was ver weg in een vergeten land. Wat ik hem nooit gezegd had. Mijn liefde voor hem. Wat hij nog steeds voor me betekende. Donkere en dreigende schaduwen waar ik zijn gezicht zocht. Nergens zijn stem of de geur van zijn lichaam, die ik me zo goed kon herinneren. Tabak, aftershave, brillantine. In Limburg reisde ik door kleine dorpen, duizenden kilometers van elkaar verwijderd en op geen enkele kaart aangeduid.
Het openbaar vervoer was een chaos. Bussen en treinen brachten me overal en nergens heen. Mijn naam was Niemand, maar zonder muziek van Ennio Morricone op de achtergrond. De namen van mijn oude schoolvrienden zaten wel nog diep in mijn geheugen gegrift. Hen moet ik zien. Ik huur een hotelkamer in Maastricht. Ik nodig hen uit. We gaan drinken, lachen. Maar hoe kon ik hen bereiken? Ik had geen adressen en ik was vergeten hoe ze eruit zagen. Ik voelde me uitgeput, een oude kerel. Veel te oud voor de reünie die ik voor ogen had gehad. Iedereen zou me uitlachen als ik met zulk voorstel op de proppen zou komen. Of moest ik toch Ivo maar eens aanspreken. Hij is de geknipte persoon om een reünie te organiseren. Of zou ik aanbellen bij de ouders van Josiane. Ik kom in vrede, ik heb jullie mooie dochter goed gekend. Neen. Ze zouden me niet geloven. Ze zouden allerlei dingen zoeken achter de woorden die ik zou uitspreken. Bijvoorbeeld achter het voltooid deelwoord ‘gekend’. Met tranen in de ogen dacht ik terug aan de tijd toen ik Josiane’s blonde haren streelde. Waar ben je? Waar is iedereen naartoe? Ik moet dringend bij mijn broer op visite, voor het te laat is. De tijd staat niet stil. Het begin van de wereld snelt naar het einde van de wereld.
Deze trein stopt hier niet langer, mijnheer. Neen, dat station is al een tijdje geleden afgebroken. Het spijt me zeer, ik kan u niet helpen.

04-09-06

LACHEN MET KURT WAGNER EN BOB DYLAN

bob dylan,kurt wagner,lambchop,wolken,letters,film,schrijven,david lynch

De wolken. Stemmen op de achtergrond. Op de voorgrond luid gewenk. Lambchop kwam me vertellen dat de letter p verdwijnt. Het is niets nieuws. Geleidelijk aan verdwijnen alle letters. De Fransen zijn daarmee begonnen. Altijd weer de Fransen, eerst hoofden afhakken van nobele mensen, daarna gedichten schrijven over zeep en uiteindelijk de letters doen verdwijnen. Neen, beste Kurt Wagner, hoe mooi je ook zingt, en hoe mysterieus je ook mag klinken, de boodschap is niet nieuw. Maar je bent een vriendelijke kerel en een integere muzikant. Voor jou steek ik mijn handen in het vuur. De zon breekt door de wolken. Zondag op aarde.

Just walkin’ through the world mysterious and vague, zingt Bob Dylan. Zo is het helemaal. De films van David Lynch zijn doodgewoon, de doodgewone wereld is mysterieus en vaag. Bob Dylan klinkt wel wat gevaarlijk als hij zegt dat hij zijn opponenten zal afslachten als hij ze ooit in slapende toestand aantreft. Wat gaat er om in het hoofd van zo’n man? Ik weet niet eens wat er omgaat in mijn eigen hoofd. Wel weet ik dat ik mijn opponenten nooit zou afslachten, zeker niet als ze slapen. Iemand die slaapt is onschuldig. Een vrouw die slaapt is heilig. De volgende dagen zal Bob Dylan hier nog vaak komen rondspoken, denk ik. En Kurt Wagner ook, denk ik. Twee ernstige heren. Maar hebben ze het lachen verleerd? Dat denk ik niet. Kurt met zijn pet, Bob met zijn hoed.

02-09-06

WERKEN IN DE MUZIEK


Over enkele uren vertrek ik weer naar Antwerpen voor mijn maandelijks radioprogramma. Alleen al het idee naar mijn geliefde geboortestad terug te keren stemt me vrolijk, ook al is ze zo erg besmet door het haat en negativisme predikende Vlaams Blok (waar niemand enig belang bij heeft). Die politieke situatie wil ik vandaag echter vergeten. Ik word er enkele uren lang mijn andere, opgewekte zelf, dat van dj op radio centraal, en ontmoet nog een keer mijn goede vrienden.
De schrik om bij terugkeer ’s avonds laat op de trein beroofd te worden zit er wel in, maar ik probeer er zo weinig mogelijk aan te denken. Ik ben wel alert. Wantrouwen heeft zich meester van me gemaakt. Je moet altijd op je zaken letten. Mijn identiteitskaart kan niet worden gestolen, want die heb ik nog niet. Ik neem ook zo weinig mogelijk mee. Een iPod kan niet meer, dat is veel te gevaarlijk. Ik heb het niet over schrik om overvallen te worden in Antwerpen. De fascisten zijn niet gevaarlijk op dat vlak, voorlopig toch nog niet. Ik heb het over de schrik bij mijn terugkeer in Brussel; de stations Brussel-Noord, Brussel-Centraal en Brussel-Zuid. Alledrie spuuglelijke stations overigens, maar ook die wil ik buiten beschouwing laten. In ieder geval is het een herademing in Antwerpen Centraal aan te komen. Die grote open hal is voor mij een symbool van gastvrijheid. Het is alsof de stad mij met open armen ontvangt.

Vandaag is mijn programma gewijd aan het thema werk en jobs. Doordat ik een voorkeur heb voor Amerikaanse populaire muziek (country, blues, r&b, soul, folk, enzovoort) zijn de beroepen ook nogal Amerikaans geaard. Wat betekent voor de doorsnee Europeaan een ‘state trooper’, een ‘brakeman’, ‘pick a bale of cotton’, een ‘moonshiner ‘of de ‘new york mining disaster 1941’? Sommigen kennen dat allemaal wel, door de muziek, of dankzij de film, maar het maakt mij niet uit. Ik wil gewoon een goed en goed samenhangend programma maken. Anderen zullen wel aandacht besteden aan typisch Europese, Belgische en Vlaamse verschijnselen. Ik ben zeer sterk gehecht aan de Europese cultuur (Parijs, Wenen, Berlijn), maar naast die Europese Dr. Jekyll ben ik ook een Amerikaanse Mr. Hyde; mijn ziel vloeit over van de americana, ook al verafschuwt zelfs de Mr. Hyde in mij de Amerikaanse president en zijn trawanten. Americana is de cultuur van de ‘gewone’ Amerikaanse mensen, bijna allemaal immigranten. Van al deze mensen hebben er maar weinig voor Bush gestemd. Klootzakken vind je natuurlijk overal, net zo goed in de Verenigde Staten als bij ons. Maar ik houd met hart en ziel van al die hybride muziekvormen die de Amerikaanse bevolking in haar korte geschiedenis heeft voortgebracht. Exemplarisch is de muziek van Bob Dylan, die eigenlijk een synthese is van al die verschillende vormen. Zijn Modern Times brengt dat hybride weer voortreffelijk ten gehore.
In Budapest hoorde ik nogmaals hoe Béla Bartok zijn composities baseerde op de volksmuziek van zijn land, van Transsylvanië, maar ook van Turkije (waar hij opnames maakte). Het maakt niet uit welke muziek een muzikant speelt, zegt Bartok, alleen moet hij het kunnen en het goed doen, anders brengt hij er niets van terecht, niet in de ‘klassieke’ muziek en niet in de ‘volksmuziek’. Zelf maak ik niet eens dat onderscheid. Is het nodig, moeten we categoriseren, hiërarchieën aanbrengen om de werkelijkheid te begrijpen? Of moeten we ons net tegen dergelijk indelingen – het hokjesdenken – verzetten? Stof om over na te denken, maar niet nu, want ik ben gehaast, ik zie de treinbestuurder al aanstalten maken om te vertrekken.