05-09-06

DEZE TREIN STOPT HIER NIET LANGER


Ik droomde over mijn vader, mijn moeder, mijn broer, mijn oude schoolvrienden. Heftige emoties hadden me in hun greep. Je moet naar hen toe, je moet het hen zeggen. Wat? Wat er in je hart omgaat… De landschappen die ik zag tijdens mijn reis lagen te zuchten onder een genadeloze zon. Of hevige regen veranderde akkers en boomgaarden in bruine modderpoelen. Vaak kon ik niet verder. Veel wegen waren versperd. Iedereen scheen de aarde te hebben verlaten en toch waren overal werken aan de gang. Onzichtbare arbeiders hadden diepe gaten in het asfalt geboord. Maar nu hing de stilte van een sneeuwvlakte boven afgronden. Mijn vijanden konden me niet van mijn plan afbrengen om mijn moeder op te zoeken. Maar ik kon haar niet vinden. Mijn vader was ver weg in een vergeten land. Wat ik hem nooit gezegd had. Mijn liefde voor hem. Wat hij nog steeds voor me betekende. Donkere en dreigende schaduwen waar ik zijn gezicht zocht. Nergens zijn stem of de geur van zijn lichaam, die ik me zo goed kon herinneren. Tabak, aftershave, brillantine. In Limburg reisde ik door kleine dorpen, duizenden kilometers van elkaar verwijderd en op geen enkele kaart aangeduid.
Het openbaar vervoer was een chaos. Bussen en treinen brachten me overal en nergens heen. Mijn naam was Niemand, maar zonder muziek van Ennio Morricone op de achtergrond. De namen van mijn oude schoolvrienden zaten wel nog diep in mijn geheugen gegrift. Hen moet ik zien. Ik huur een hotelkamer in Maastricht. Ik nodig hen uit. We gaan drinken, lachen. Maar hoe kon ik hen bereiken? Ik had geen adressen en ik was vergeten hoe ze eruit zagen. Ik voelde me uitgeput, een oude kerel. Veel te oud voor de reünie die ik voor ogen had gehad. Iedereen zou me uitlachen als ik met zulk voorstel op de proppen zou komen. Of moest ik toch Ivo maar eens aanspreken. Hij is de geknipte persoon om een reünie te organiseren. Of zou ik aanbellen bij de ouders van Josiane. Ik kom in vrede, ik heb jullie mooie dochter goed gekend. Neen. Ze zouden me niet geloven. Ze zouden allerlei dingen zoeken achter de woorden die ik zou uitspreken. Bijvoorbeeld achter het voltooid deelwoord ‘gekend’. Met tranen in de ogen dacht ik terug aan de tijd toen ik Josiane’s blonde haren streelde. Waar ben je? Waar is iedereen naartoe? Ik moet dringend bij mijn broer op visite, voor het te laat is. De tijd staat niet stil. Het begin van de wereld snelt naar het einde van de wereld.
Deze trein stopt hier niet langer, mijnheer. Neen, dat station is al een tijdje geleden afgebroken. Het spijt me zeer, ik kan u niet helpen.

Commentaren

bijzonder
dit is bijzonder Martin.
en ook bijzonder mooi.

Gepost door: Evy | 05-09-06

Reageren op dit commentaar

Zug Teruggaan zal inderdaad nooit meer lukken, maar de trein rijdt nog steeds vooruit, en er zijn nog altijd nieuwe stationnetjes waar een en ander te beleven valt. Met die instelling lukt het me wel het leven te leven.

Gepost door: Ester | 06-09-06

Reageren op dit commentaar

droom droom maar martin, ik loop eventjes met je mee als het mag...
ja, ik lees hier nog wel hoor...
groetjes, loretta

Gepost door: loretta | 07-09-06

Reageren op dit commentaar

dromen Mijn dromen zijn ook altijd zoeken naar iets of iemand en nooit ergens geraken en kilometers afleggen en zeer moe worden en altijd op tijd wakker worden voor ik in coma val van vermoeidheiden ,van de verlatenheid en de schaamte omdat ik te laat ben.
Angela

Gepost door: Angela | 01-10-06

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.