28-06-06

HET KUNSTWERK VAN ZIDANE


Voetbal zegt me weinig, bijna niets. Maar het geeft me wel een kick als ik supporters in zoveel verschillende kleuren gehuld, en met vlaggen wapperend, en toeterend en juichend over de Brusselse lanen zie paraderen. Bevallige meisjes uit Ecuador, Brazilië, Portugal, die uit raampjes van opgesmukte auto’s hangen en welluidend glimlachen. Patriottisme in ludieke verpakking lijkt dan opeens ongevaarlijk geworden. Er zijn er zoveel en er zijn zoveel verschillen tussen hen dat ze uiteindelijk in elkaar opgaan en één worden. Zolang het sportief patriottisme geen nationalisme wordt en de supporters elkaar niet brutaal te lijf gaan is er niets aan de hand. Integendeel, het is dan een feest. Voorlopig heb ik nog geen geweld gezien, alleen plezier. De verliezers schijnen binnen te blijven. Wat me ook vrolijk maakt zijn de vele vlaggen aan de gevels. Dat geeft met het opwindende gevoel dat ik niet in Brussel woon, maar overal tegelijk, in een wereld die ten gevolge van ik weet niet wat, het één-al is geworden. Ik mag er niet te lang bij stil staan, want dan herinner ik me weer de markt en het spektakel. Ik sta er dan ook niet lang bij stil.
Omdat voetbal me weinig zegt heb ik nog geen enkele match gezien. Gisteravond dan opeens een flits van Frankrijk tegen Spanje. Zidane maakte een doelpunt. Die beweging bezat een sublieme schoonheid. Het was waarschijnlijk sport, maar het was ook tijdloze kunst, performance, wiskunde, abstractie. Helaas kan ik zaterdag niet kijken als Frankrijk tegen Brazilië speelt. Laat voetbal me dan toch niet onverschillig?

27-06-06

DE ROOS VAN KEVIN AYERS


kevin ayers


De heren die zich Marco Polo en Marlon Vanco noemen, hebben mijn hoofd zowat op hol gebracht met hun verhalen en vragen over Nico alias Christa Paffgen. Ik zet geen muziek meer op, want ik hoor toch al de hele tijd ‘Je juis le petit chevalier’ in dat op hol gebrachte hoofd weerklinken. Een lief en sprookjesachtig liedje, terug te vinden op Nico’s lp Desertshore. Ik draaide het lang geleden heel vaak voor mijn zoontje (gek dat ik hem nog steeds zo noem, maar in dit geval wel gepast). Het was een van de weinige ‘kinderliederen’ die ik bezat. In die dagen wist ik ook niet dat Nico’s zoontje Ari dat liedje zong. Het was ofwel dat ofwel Robert Schumann, wat mijn zoontje moest aanhoren. Mooie dagen in een woning vlakbij het Zoniënwoud - en overal hing een geur van bloemen en honing. Er waren alle dagen vrienden bij ons in huis en vaak bezoekers uit de hele wereld. We luisterden samen naar veel van de wonderlijke muziek die toen uitkwam en dronken liters jasmijnthee.


Desertshore was de eerste lp van Nico die ik zelf kocht. Heel wat later was de waard van café Het Pannenhuis in Antwerpen zo vriendelijk mij een versleten exemplaar van Chelsea Girl cadeau te doen. Er viel nog naar te luisteren… Ik weet niet hoeveel exemplaren ik inmiddels heb bezeten.


Maar ondertussen zijn we - in het commentaargesprek hier beneden - bij Kevin Ayers beland. In 1968 of ’69 – anneé érotique - zag ik The Soft Machine, waar Ayers korte tijd deel van uitmaakte, op het pop- en jazzfestival dat Jazz Bilzen heette. Kevin Ayers was er niet meer bij. En popfestivals bestonden toen gewoon nog niet, vandaar dat het woord pop niet in de benaming voorkwam. The Soft Machine speelde dromerige, aparte muziek, met verwijzingen naar moderne Europese kunststromingen (dada en surrealisme) en jazz. Nadat Kevin Ayers en Robert Wyatt de groep hadden verlaten, veranderde the Soft Machine in een bloedloos pseudo-intellectueel jazzorkestje. Kevin Ayers ging op zijn eentje verder, of liever, met the Whole World, want zo heette de band die hem begeleidde. De man was een levensgenieter, maar in zijn teksten kon hij behalve surrealistisch ook ernstig uit de hoek komen (ik denk nu aan ‘Irreversible Neural Damage’ op The Confessions Of Dr. Dream).

Samen met mijn oude vriend Marc Didden heb ik Kevin Ayers geïnterviewd; dat was kort na het verschijnen van die ‘droomelpee’. De weken voor het interview had ik alle platen van Ayers uitgeleend uit de mediatheek (die toen nog betaalbaar was) en ze met obsessieve aandacht beluisterd. Ik was werkelijk in de ban gekomen van deze muzikant-songschrijver, die van wijn, lekker eten en mooie vrouwen hield. Wat een prachtige stem had die zanger. In die periode ben ik zelf ook wijn gaan drinken, iets wat ik tot dan nooit had gedaan. Kevin Ayers heeft rechtstreeks schuld aan mijn drankprobleem. De avond voor het interview moest Kevin Ayers playbacken voor een belachelijk Vlaams popprogramma – gelukkig ontsnapt de naam mij, waarschijnlijk dank zij al die Gewürzstraminer die ik toen dronk. Het wordt stilaan duidelijk hoe idioot ik wel was – en toch al vader. (Gezag heb ik nooit veel gehad, maar dit geheel terzijde.) In dat popprogramma trad Peter Koelewijn ook op. Peter Koelewijn in hetzelfde programma als Kevin Ayers! Postmodernisme avant la lettre… Later zijn we samen gaan eten in een goed restaurant ergens op het platteland. Kevin Ayers schrok er van de levende kreeften in het aquarium. Hij merkte ook op dat er druppeltjes gecondenseerd water van een roos in mijn glas wijn druppelden. Zoiets vergeet je natuurlijk niet. De volgende dag het interview. Ik denk dat er weinig popmensen zo intelligent en zo belezen waren in die tijd (1974) – en nu nog steeds. Meestal hebben die jongens en meisjes zeer weinig te vertellen. Het was een gezegende dag en een gezegend gesprek van een uur of drie. Fragmenten ervan hebben in Humo gestaan. Het was het debuut en meteen ook het einde van mijn carrière als popjournalist. Niet lang daarna heb ik nog iets geschreven over de moord van Mick Jagger en Keith Richard op Brian Jones. Dat had ik allemaal verzonnen. Maar het ziet er naar uit dat mijn verzinsels op zijn minst gedeeltelijk klopten. Overigens is Humo pas veel later samenzweringstheorieën gaan publiceren.

Ik heb er alleszins geen spijt van dat die carrière zo kort was. Popjournalisten leiden een leven van seks en drugs en rock & roll, veel meer nog dan de artiesten aan wie ze zulk leven toeschrijven. Aan mij is dat allemaal niet besteed, geef mij maar de bijbel, een fikse wandeling in de bergen en een glas water! Of niet soms?

25-06-06

GESPREK MET CHRISTA PAFFGEN

muziek,antwerpen,de kat,kevin ayers,wijn,nachtleven

Voor Marco Polo

In die tijd kende Zwart alle titels van zijn boeken uit het hoofd, vond betekenis in zijn dromen en sprak zijn geliefde vrouwen bij hun voornaam aan. Dat vertelde hij op een late zomeravond in café De Kat tegen ‘Nico’. Hij zei dat hij - ook in die tijd - met ‘Kevin Ayers' kreeft had gegeten, Gewürztraminer gedronken en Frans gesproken. “Puis je m’asseoir près de toi” had Kevin Ayers gezegd. “‘No kidding” had Nico geantwoord. En daarna: “Deutschland über alles”.
“Kindness I suppose”, zei Zwart, maar hij besefte meteen dat hij met zulke onzin aan het verkeerde adres was. De conversatie was afgelopen; in weerwil van haar traagheid snelde de donkerharige vrouw, als een bliksemflits op de purperen heide, de deur uit, haar harmonium aan haar zoontje 'Ari' toevertrouwend.

Later diezelfde nacht strompelde Zwart door de Venusstraat, vond zijn hotelkamer terug, zijn vrouw lag al in bed met twee vertrouwde gezichten waarvan de namen ontbraken. Hij had ze nochtans uren tevoren op alfabet op zijn planken gezet.

muziek,antwerpen,de kat,kevin ayers,wijn,nachtleven

Foto's: 

Boven: de hoes van Nico's Chelsea Girl, een van de mooiste en meest melancholische elpees in mijn bezit.
Onder: Kevin Ayers, John Cale, Nico, Brian Eno.

LES ENFANTS DU PARADIS


Mijn buurvrouw zal het wel ontkennen maar ik geloof dat er niets mooiers bestaat dan die twee joodse jongetjes die daar beneden op hun rode fietsen dansen. In hun spel ontstaat een betere wereld, hun fietsbellen rinkelen een zacht verzoek: laat ons binnen in het paradijs door de kleine wijnrode hemelpoort.

22-06-06

VALT IJSLAND NOG TE REDDEN?


deborah in ijsland


Zaterdag 24 juni ga ik wellicht nog een keer naar mijn geboortestad. In Antwerpen, in de omgeving van het Eilandje, vindt er die dag een muzikale benefiet met bands uit IJsland plaats. De opbrengsten van het evenement gaan naar de oganisatie Saving Iceland, die zich verzet tegen de zware industrialisering van het eiland, dat nu nog tamelijk ongeschonden is. Ik ben er nooit geweest, maar foto’s die ik er van heb gezien en wat er mij over verteld is hebben mij veel zin gegeven om er - nog voor de verwoesting die de multinationals er misschien zullen aanrichten - naartoe te trekken. Of kunnen ze toch nog worden tegengehouden? Valt IJsland nog te redden?
Het evenement begint om 19 uur, met een documentaire. Om 20.30 uur volgen de concerten.

Foto: Deborah Anné in Ijsland. De fotograaf ken ik niet. Ik zou het eens aan Deborah moeten vragen.

21-06-06

TRY-OUT


Wat is er met je aan de hand, dat je weer naar het hospitaal moet?
Niets ergs.
Alleen maar een routineonderzoek en allergietesten.
Je moet jezelf goed verzorgen.
Dat doe ik, ik verzorg me goed.
Ik drink niet te veel, ik gebruik geen drugs.
Wel medicijnen, natuurlijk.
Ik eet groenten, vis, neem vitamines.
Maar er zijn, zoals je weet, veel spanningen, stress.
Soms heb ik het gevoel dat ik de wereld verlies.
Alles wordt donkerder, letterlijk.
Mijn hoofd zit in een donkere wolk.
De stemmen van de mensen rondom me klinken irreëel.

Ik wil niet over problemen praten.
Ik zou liever wat lachen.
Onnozel doen.
Doe me eens lachen…
Neen, je hebt gelijk, we moeten niet over onze problemen praten.
Laat dat maar aan Elvis over.

Jammer dat dit gisteren allemaal gebeurde.
Net voor de zomer begon.
Nog een onderzoek, bij weer een andere dokter.
Een gepeperde rekening.
Gisteren.
Toen je de leegte omhelsde en er een punt achter zette.

Vandaag begint de zomer.
Omelet?
Iets uit de diepvries?
Iets van bij de Chinees?
De mozzarella zal nu wel bedorven zijn.

Dit is geen bijster creatieve periode voor jou.
Ik heb veel te zeggen, maar ik heb nog meer te zwijgen.
Er is een diep verdriet in de kern van al wat leeft.
Het is ons verdriet dat wij daar aantreffen.
Wij vernietigen elkaar met precisie.
Neen, geen creatieve periode.
Punten, gesloten deuren.
Ik moet nochtans kunnen schrijven.
Maar nu ben ik stil, er zijn geen woorden.

Ben je bang?
Je moet niet bang zijn.
Voor wat ben je bang?
Voor gedachten.
Ik kan moeilijk met iets beginnen.
Beginnen, dat is het moeilijkste.
Je mag niet bang zijn voor gedachten.
Gedachten kunnen je geen pijn doen.
Ik zou veel kunnen schrijven, maar ik zou sommige mensen kwetsen met mijn woorden.
Als ik alles zou schrijven.
De waarheid.
De waarheid die ik voel.
Als ik woorden zou schrijven zonder erbij na te denken.
Gedachteloze woorden.
Zelfs over die omelet heb ik nagedacht.
Dat domme woord.
Dom woord, maar zo verwant met Hamlet.

Houd je geen dagboek bij?
Neen, al jaren niet meer.
Ik zet alles hier op de elektronische pagina’s.
Voor mij behoort het dagboek tot het verleden.
Soms schrijf ik een gedicht.
Vijf of zes per jaar, dat volstaat.
Ik verkies de dialoog boven de monoloog.
Maar met wie kan ik praten?
Er zullen toch wel wat mensen zijn?
Je moet vrienden hebben.
Je mag niet eenzaam zijn.

En je foto’s, zijn die dan geen dagboek?
De foto’s van jezelf?
Ik weet het niet.
Ik maak foto’s van mezelf omdat er op dit ogenblik niets anders is.
Misschien wil ik wel bewijzen dat ik besta.
Voor wie zijn die bewijzen?
Ik ben niet egotistisch, denk ik.

Gisteravond heb ik de zon zien ondergaan.
Ik zat nog wat op het terras voor ik naar mijn kamer ging.
Mooie zonsondergang net voor het begin van de zomer.
Maar het heeft geen zin daarover te schrijven.
Iedereen kan dat fenomeen met zijn eigen ogen zien.
Ik heb daar niets aan toe te voegen.
Neen, dat is niet waar.
Niet iedereen ziet de dingen op dezelfde wijze.
Ik zou graag lezen wat jij hebt gezien.

Die deur en dat punt zijn er toevallig gekomen.
Ik heb die daar niet bewust gezet.
Misschien wijzen ze niet op een einde maar op een nieuw begin.
Dat betwijfel ik, maar je weet het nooit met zekerheid.
In ieder geval weet ik niet hoe ik het moet doen.
Hoe moet ik herbeginnen?
Waar?
Misschien komt de verandering vanzelf, zoals het weer verandert, of een stemming.
Dat is een mooie gedachte, ik hoop dat het zo zal gebeuren.
Zie je nu dat je niet bang moet zijn voor gedachten.
Onbedachtzame woorden kunnen pijn doen.
Gedachten niet.
Het is zoals met de liefde, die is ook onbedachtzaam.
En wat doet meer pijn dan liefde?
Woorden van liefde, misschien?
Neen, gedachten kunnen ook pijn doen.
Bijvoorbeeld, in het begin van de zomer denken aan het einde van de zomer.
Ja, dat is waar.
Daar had ik niet aan gedacht.

THE DEATH OF CHATTERTON


Chatterton_Death

The Death Of Chatterton, door Henry Wallis (1830-1916)

20-06-06

ZEN











                                                   .

19-06-06

EEN SCHADUWLIED


do you want to dance?

Waar ben ik?
Waar ben je?
Wat is er gebeurd?
Waar zijn de bomen?
Waar is het bos?
Waar is de ware wereld?
Of zit die misschien in het hoofd van zo'n Oude Griek?
Waar zijn de vrienden?
De beatniks met hun lange pullovers aan?
Om eens een dichter te citeren.
Waar is de dolfijn?
Waar is Rembrandt?
Waar is van Eyck?
Waar is mijnheer Flaubert?
Waar zijn de kermismeisjes van mijn 13 jaar?
De Zanzi Bar-Engelen?
De Congo Bar-Koninginnen?
De Nieuwe Memlinc-meisjes met de witte beatbotjes aan?
Waar is de droomgeliefde uit het Bobby Darin-lied?
Gibt mir Antwort weite Wälder !
Waar is Edie Sedgwick?
Waar is Neil Cassady?
In welk huis woont mijnheer Barrett?
Waar is de diepbedroefde met de blauwe stem?
De blauwe.
Je weet wie ik bedoel.
De jonge countryzanger die stierf in Joshua Tree.
“Some may come and some may go…”
Waar is ons geheugen?
Onze geschiedenis?
De de de deum, de de de deum.

18-06-06

PARADIJS : EEN ALLES VERGETEN NU


Dit geheugen verdient geen lauwerkrans.
Het herinnert zich niets.
Van die rijke verzameling woorden.
Van die rijke verzameling namen.
Van die veelzijdige waarheid.
Geen muze kan dit lege vat weer vullen.
Hier is niets te vinden.

Geen longziekten.
Geen kanker.
Geen aids.
Geen brood en wijn.
Geen blikken parade.
Geen mislukking.
Geen domme triomfen.
Geen oorlogsveteranen.
Geen heiligentranen.
Geen stronthoofden van het Vlaams Blok.
Geen met purper en geel begroeide kanaaloevers.
Geen oranje.
Geen andere kleuren.
Geen rustige waters.
Geen geur van het dorp in mijn jeugd.
Geen roeibootjes in het park.
Geen eiland Robinson.
Geen Straatsburgdok.
Geen Zoniënwoud.
Geen Rolling Stones.
Geen lied van The Beatles.
Geen Jambalaya van Hank Williams.
Geen Ne me quitte pas.
Geen Tombe la neige.
Geen Jimmie Reed.
Geen Aretha Franklin.
Geen Patti Smith.
Geen People Have the Power.
Geen enkele Elvis.
Geen geile danseressen.
Geen schatjes in zwarte kant.
Geen Marcel Proust.
Geen Franz Kafka.
Geen Vergilius.
Geen Isidore Ducasse.
Geen enkele dichter te jong gestorven van teveel dit of dat.
Geen River of Life van William Blake.
Geen minnaar.
Geen minnares.
Geen geliefde.
Geen menselijke of goddelijke komedie.
Geen Campanella.
Geen bruisend Walhalla.
Geen zoet El Dorado.
Geen Shangri La glanzend in de zon.
Geen woordenboeken.
Geen allergieën.
Geen allegorieën.
Geen handschoenen.
Geen orkanen.
Geen spraak.
Geen taal.
Geen teken.
Geen licht.
Geen donker.
Geen schaduw.
Geen nuance.
Geen toeval.
Geen god.
Geen boeddha.

Alleen wat gelach.
Een ogenblik.
Wat rinkelend lachen.
Dat het een lust is.
Een lusthof.
Een eeuwig (h)eden.
Een alles vergeten nu.

16-06-06

DE GEEST VAN EMILY DICKINSON


emily-dickinson


Een ontmoeting met de geest van Emily Dickinson. Durf ik deze ervaring zo noemen? Een moeder met haar dochter, uit Amherst, Massachussetts gekomen. In de bus naar Elafonisi verklappen we elkaar onze vredesidealen, de oude en de nieuwe. “Je bent altijd welkom bij ons thuis, in Amherst”, zegt de moeder, “je moet wel je slaapzak meebrengen.” “Slapen op een houten vloer”.

Ik wandel alleen over het eiland, mijn vrouw is achtergebleven, bang voor de zeevogels. Tussen de rotsen zitten enkele naakte mensen, uit oudere tijden achtergebleven. Hun gezichten lijken op maskers. Ze hebben geen duidelijk geslacht.

In het zonlicht - heerlijk - begeef ik mij naar de kapel en zie haar daar - de moeder -, geknield, in oude Religieuze Extase. Ze zingt “Kyrie Eleison.” Ik sta in de deuropening, denk aan mijn maanden als misdienaar. Moet ik niet invallen? “Christe Eleison”? Ik zwijg. De moeder uit Amherst ziet me niet eens. Ik zou haar aan het schrikken brengen.

"Alles wat je hebt beleefd zal je je ook één keer herinneren".

Als ik de kapel verlaat, opnieuw de brandende zon – overweldigend. Reusachtige meeuwen vallen me aan. Neen, toch niet. Ze klapwieken met hun vleugels. Omineuze bewakers van het - mysterie. Voor het heilige – op de vlucht.

De moeder struikelt over een steen op het strand. Haar witte jurk, witte huid, bloedende knieën. Ze glimlacht als ze haar lang gewaad opschort tot boven de knieën. Dan wast ze haar wonden schoon met water uit de Libische zee.

Later eten we honinggebakjes en drinken - rode wijn. “Jullie zijn echt welkom in Amherst”, zegt de moeder nogmaals. De Griekse buschauffeur en de dochter, die Cricket heet, zitten - wat te flirten. De hemelse moeder en de aardse dochter. De renaissance komt weer tot leven. Ik ruik haar geuren en proef haar smaken. Haar extase zie ik ontstaan, in alle rust en vrede, zoals de geboorte van Venus.

’s Avonds in mijn hotelkamer in Chania, waar ik mijn strijd tegen de kakkerlakken heb gestaakt, kijk ik even door het raam naar de passanten beneden. De Griek en het meisje slenteren voorbij. Hun lichamen op weg - naar de goddelijke eenwording. Ik neem mijn vrouw in mijn armen. Met dit dak boven ons hoofd zijn we veilig voor het wit geweld van de vogels. Veilig - voor de leugens van god.

14-06-06

JE MOET DOOR EN DOOR MODERN ZIJN


ascenseur


“Wie weet waar ik terechtkom, moet ik hebben gepeinsd. Ik ben nog altijd thuis, en ik blijf dromen van Timboektoe. Maar waar zal ik morgen zijn?” Dat schreef ik gisteren. Nu is het vandaag en ik ben nog steeds thuis, waar het eten en de wijn het beste smaken. Hier thuis zing ik zoals ik gebekt ben. Of zing ik helemaal niet. Ik kan nog altijd kiezen. Of is dat ook al van tevoren voor me uitgestippeld, wat ik zal kiezen? Laten we maar niet over Plato’s grot beginnen, over onze blindheid – of is het verblinding? -, over de afwezigheid van religie in de hedendaagse maatschappij, “once i was blind now I can see”. Over de tijd toen je kon zeggen dat je op weg was naar het licht. Ik zal daar niet over praten. We zijn niet op weg en er is geen licht. Dat geeft ook niet. Er is de gewone weg, er zijn straten, autosnelwegen, die echt bestaan, ook al duiden we ze met woorden aan, om elkaar erop te wijzen dat ze bestaan. Er is ook licht, maar het is het gewone licht van de zon, of van een of andere lamp of straatlantaarn. Het licht in de werken van Edward Hopper was al zulk licht: het kwam niet van god noch engel noch duivel. Het was het aanwezige licht. Die werken van Hopper, met dat licht, hebben de beeldenwereld waarin we nu leven sterk bepaald. Heeft hij er zelf kunnen voor kiezen om zo te schilderen of heeft hij gewoon gedaan wat hij dacht te moeten doen?

Opeens heb ik het gevoel dat ik nu in Parijs zou moeten zitten, in een café op de linkeroever, Les Deux Magots of zo, maar dan in de jaren vijftig, toen het nog geen peperdure toeristenval zal geweest zijn. Daar zaten de mannen te filosoferen over de nieuwe wereld, de wereld die sommigen van hen hadden helpen bevrijden van de nazi’s. Ik denk dat ze een beetje filosofeerden zoals ik nu doe, maar zij deden het onder invloed van amfetamine, dat leek toen nog iets onschuldigs; soldaten namen de drug om ’s nachts wakker te kunnen blijven, om nog beter kanonnenvlees te zijn, vlees dat ten gevolge van de artificiële energie en daarmee gepaard gaande waakzaamheid, net iets langer meegaat. Ze filosofeerden en kleedden zich in het zwart. Dat valt minder op in de grot van Plato. Ze rookten talloos veel sigaretten. De cafés waar zij zaten moesten blauw zien van de rook. Gitanes. Gauloises. Enkele vrouwen zongen levensliederen, die daar chansons werden genoemd. Er werd geluisterd naar Django Reinhardt, Chet Baker, Miles Davis. Miles Davis speelde de muziek voor L’ascenseur pour l’échafaud. Existentialisme comme il faut. Simone De Beauvoir werd verliefd op een Amerikaanse schrijver, Nelson Algren, als ik me niet vergis, de auteur van Walk On The Wild Side (een titel met nog altijd veel repercussies). Yves Montand ging met Marilyn Monroe naar bed. Simone Signoret werd nostalgisch. Arthur Miller keek toe en zag hoe alles ineenstortte. Wat waren de mensen toen pessimistisch! Zelfs een handelsreiziger moest sterven. En dichter bij ons, dank zij Roland Verhavert, de meeuwen in de haven.

Ik laat me door namen en emoties meeslepen. Ik heb al die dingen meegemaakt en niet meegemaakt. Ik denk er nu aan dat Timboektoe, waarover ik het gisteren had, en hierboven nog een keer, een hond is. Timboektoe is een taalvaardige hond in een boek van Paul Auster.
In Kafka On The Shore komen vooral sprekende katten voor, en een man, Nakata genaamd, die kats kan spreken. Vandaag, in de metro, heb ik nog een paar pagina’s gelezen en Nakata heeft nu een sprekende hond ontmoet, een beetje zoals Timboektoe, maar een veel minder sympathiek exemplaar. Hij heeft voorlopig ook nog geen naam. Maar misschien moet de lezer het boek zelf maar lezen, ik beveel het van harte aan: Kafka On The Shore, van Haruki Murakami.

Ik heb pijn aan mijn ogen, van teveel naar schermen te staren, van teveel woorden – en oorden - zien tevoorschijn komen, alsof je naar schaduwen kijkt op de wanden van een grot, kleine, onvermijdelijke schaduwen. Zal ik blind worden zoals Sartre? Ik neem nochtans geen amfetamine. Als ik dat wel zou doen zou ik me als kanonnenvlees van de literatuur voelen. Een fel schitterende ster, die daarna weer snel uitdooft.
Ik wil nochtans veel vertellen. Over het pessimisme, over de liefde, over de lust en het leed van de dagen. Ik houd van de werkende mens, maar hij kan me ook vreselijk de keel uithangen. Met hij bedoel ik vanzelfsprekend ook zij. Het zij zo.

Was Schopenhauer de eerste moderne filosoof, met zijn pessimisme, zijn filosofie van de wil en zijn zogenaamde vrouwenhaat? Ik denk het niet. Zijn leerling, Nietzsche, was de eerste moderne filosoof. Hij leek wel vrouwonvriendelijk, maar vermoedelijk was hij dat niet. Waarschijnlijk had een vrouw hem ziek gemaakt. Een andere vrouw beantwoordde zijn liefde niet. Daarna is hij gek geworden. Tussendoor heeft hij die boeken geschreven die nu iedereen leest. Het leven is kort, maar kijk wat je allemaal kunt doen gedurende die korte tijd. Misschien moet ik toch eens naar Timboektoe?

13-06-06

ALLES IS METAFOOR, ALLES IS IRONIE

haruki murakami,goethe,bob dylan,tijd,lik a rolling stone,tongeren,atheneum,metro,neko case,17,boeken,berusting,dromen,metafoor,schrijven,eckermann,1965,big brother,bloggen,timboektoe

Volgens Goethe is alles metafoor. Als Goethe dat beweert zal het wel waar zijn. Ik heb al lang geen boeken van de oude Duitser meer gelezen, maar ik herinner me wel het plezier dat ik heb beleefd aan het lezen van Natuurlijke Verwantschap, Het lijden van de jonge Werther, Faust, Wilhelm Meisters leerjaren en zeker ook de gesprekken met Eckermann, die ik in mijn snelle gedachten nogal eens met Meister Eckhart verwar. En eigenlijk zijn het gesprekken met Goethe. Naast het plezier waren er ook vaak opwellingen van ergernis, vooral vanwege zijn belerende toon, zijn betweterigheid, zijn miskenning van grote schrijvers en filosofen als Kleist en Schopenhauer. 


Die uitspraak over de metafoor vond ik echter in Kafka On The Shore, een merkwaardige en zeer meeslepende roman van Haruki Murakami. In dat boek las ik een passage die ik graag wil citeren omdat ik er nogal wat van mezelf in herken. Het gaat over de jonge Nakata, die op gevorderde leeftijd prettig gestoorde gesprekken zal voeren met intelligente en minder intelligente katten. Aan het woord is een lerares die de jonge Nakata vermoedelijk een ernstig trauma heeft bezorgd, zij het onvrijwillig, ervan uitgaande dat zij niet met opzet ongesteld werd. De jonge Nakata is – voor het traumatische voorval - een stille, intelligente jongen. Maar er is nog iets anders dat de lerares opvalt:

“Every so often I felt a sense of resignation in him. Even when he did well on difficult assignments, he never seemed happy. He never struggled to succeed, never seemed to experience the pain of trial and error. He never sighed or cracked a smile. It was as if these were things he had to get through, so he just did them. He efficiently handled whatever came his way – like a factory worker, screwdriver in hand, working on a conveyor belt, tightening a screw on each part that comes down the line.”

Ik denk dat die berusting er bij mij ook al vroeg was en dat ze altijd is gebleven. Eigenlijk heb ik nooit iets willen bereiken. Toen ik nog klein was wilde ik wel balletdanser worden, en wat later generaal, maar lang hebben die verwachtingen en dromen niet geduurd. Vanaf mijn vijftiende of misschien al vroeger heb ik gedaan wat gedaan moest worden. Ik haakte in op wat toevallig mijn weg kruiste. Of was het mijn lot dat voor me was uitgestippeld? Zo hoorde ik in 1965 Like A Rolling Stone op een transistorradio terwijl ik ’s middags de trap afkwam van het hoofdgebouw van het Atheneum in Tongeren en me naar het speelplein begaf. Ik wist meteen dat dit de beste single was die ik ooit zou horen. Tot op dit ogenblik blijf ik daarbij. Maar hoe komt dat? Was het toeval, of was Like A Rolling Stone al ergens in mij aanwezig. Was er een ‘natuurlijke verwantschap’?

Hoe het ook zij, in dat boek van Murakami heb ik, zoals ik al zei, die metaforenuitspraak van Goethe gelezen. In dat geval is voor mij ook de foto van Julie Delpy uit Killing Zoe een metafoor en de foto van de hoes van Allen Toussaints Southern Nights… En deze hele weblog, genaamd hoochiekoochie, is een grote metafoor. Maar voor wat? Voor mijn leven? In plaats van te leven maak ik hoochiekoochie en zet ik foto’s en commentaren op flickr. Maar is dat dan geen leven? Is het een surrogaatleven? In je kamer je leven zitten te tikken op een klavier, de woorden op het scherm zien verschijnen, terwijl buiten de zon schijnt en mooie lachende mensen de terrassen overspoelen, is dat niet wat bespottelijk? Is het geen tijdverlies? We hebben zo weinig tijd! We hebben zo veel te doen…

Laura kwam met het krantje ‘Metro’ thuis – echt een Big Brother-verschijnsel – om mij pagina één te tonen: “Belgische jongeren luchten hart via blog”. Ongeveer 38 % van de Belgische jongeren heeft een eigen blog, zo staat er. Ik had altijd al een sterk voorgevoel dat ik een tiener was, maar een voorgevoel is niet meer dan dat. Nu is het echter bewezen. Niemand zou het me ‘aangeven’ maar ik ben geen dag ouder dan 17. Of zoals Neko Case zingt: “Im holding on to that teenage feeling.” En ik zou meer zeggen: I can’t get no satisfaction, whatever the man says.


Volgens de onderzoekers is het bloggen echter een tijdelijke activiteit, “met een levensduur van gemiddeld zes maanden tot een jaar”. Dan ben ik toch weer eens een uitzondering. Als je volhoudt win je. Overigens heeft dat blogverschijnsel ook toevallig mijn weg gekruist, en heb ik op dat ogenblik gedacht: dat moet ik eens proberen. Wie weet waar ik terechtkom, moet ik hebben gepeinsd. Ik ben nog altijd thuis, en ik blijf dromen van La città del sole
. Waar zal ik morgen zijn?

12-06-06

NEIL YOUNG, ALLEN TOUSSAINT EN ELVIS COSTELLO MAKEN DE WERELD BETER

allen toussaint,new orleans,elvis costello,neil young,muziek,pop,soul,popcultuur,bush,politiek,ohio,katrina,pathos,joe henry

Als ik Neil Youngs Living With War beluister, en zeker ook als ik Allen Toussaint en Elvis Costello hoor verbroederen op hun prachtige nieuwe cd, The River In Reverse, dan denk ik dat het misschien toch nog goed komt met de wereld. 


Neil Young is politiek niet bepaald rechtlijnig, hij heeft destijds Ronald Reagan gesteund en vader Bush kreeg ook zijn goedkeuring. Maar nu gaat hij flink tekeer tegen de zoon. Het is van de single Ohio geleden dat Neil Young zich nog zo boos gemaakt heeft op ‘the powers that be’. Een song als Let’s Impeach The President laat weinig aan de verbeelding over en in dit geval is dat ook nergens voor nodig. Het moet maar eens gedaan zijn met die verdomde oorlog. Weg met de president!

Van Elvis Costello’s enthousiasme voor ongeveer alle muziek smelt mijn hart. De muzikale keuzes die hij maakt hebben net zo goed een politieke achtergrond. Zoals nu de samenwerking met Allen Toussaint, die tijdelijk in New York verblijft, omdat de orkaan Katrina zijn huis heeft verwoest. Met Costello’s stem heb ik het altijd wat moeilijk gehad; soms klinkt hij toch wat te pathetisch, maar ik heb er vrede mee genomen, al sinds My Aim Is True. Zijn klassieke zijsprongen kunnen mij echter minder boeien.


De producer Joe Henry verdient ook alle lof. Amerikaanse enigszins ‘vergeten’ artiesten, die een onmiskenbaar belang hebben gehad voor de cultuur – en dat belang nog hebben – brengt hij opnieuw onder de aandacht. Solomon Burke en Betty Lavette passeerden al de revue, nu is Allen Toussaint, de grootmeester uit New Orleans aan de beurt. Ik hoop dat Costello, Toussaint, samen met hun band spoedig naar België komen.

09-06-06

EEN FAMILIEGESCHIEDENIS


De Autobahn trok een zo goed als rechte lijn van Hier naar waar je moest zijn, namelijk nabij de zee in het Zuiden, de geur van sinaasappels in het witte zonlicht. Het witte zonlicht in je gezicht. Geen zonnebril die je daar tegen beschermt. Alsof er goden bij komen kijken, opeens, als insecten die uit machines komen kruipen. Alsof er weer wat moet worden gebloed voor een of andere schande. Maar dat waren andere tijden, andere normen en waarden. Stel je ze maar voor, goden met baarden.

Met een dodenhoed op kwam je nochtans glimlachend de hoek om, soms, met een zwarte teerling tussen de tanden geklemd. Of je daalde af in een familiegraf, met voor alle aanwezigen een vriendelijk of beleefd woord.

Recht naar de golven waar – graven en bunkers uit het oog verloren - ook gesurfd wordt. Maar eerst volgde een ruiker tulpen nog een gebogen lijn, namelijk toen je hem over het balkon gooide terwijl de te kostbare psychedelische vaas op tafel bleef staan.

Je bloedende ogen zochten een roofvogel boven de rotsen, terwijl je voetenin de plattelandsmodder wegzonken en je de namen van de bomen vergat.De namen, zoals ze in de boeken stonden genoteerd. Het laatste spoor dat ze nalieten.
Stel je de luxe voor, dakloze, naamloze, laatste mens, mens zonder woorden!

BIG BROTHER EN HET HELE SPEKTAKEL



george-orwell


Wat nu volgt vloeit voort uit een een schitterende beschouwing die ik las bij Marco Zuidpolo (marcozuidpolo.skynetblogs.be) . Zijn stuk gaat in hoofdzaak over wie of wat bepaalt wat we denken en doen. Volgens hem zijn vooral de media een beslissende factor. De huiveringwekkende Big Brother uit Orwells 1984 is werkelijkheid geworden.

Het vermakelijke - of net niet - is dat Big Brother nu een mediaspektakel is. Velen onder ons vinden het aangenaam dat ze aan dat grote oog dat alles ziet overgeleverd zijn. Velen onder ons vinden het een aangenaam tijdverdrijf om beledigd en bespot te worden (want als een andere mens wordt beledigd of bespot, word je zelf ook beledigd of bespot). Toch weet ik niet of de media de ware schuldigen zijn, als er al van schuld sprake kan zijn. Zakenwereld, politiek en media zijn met elkaar verweven. Het is het welbekende Empire (van Michael Hardt en Antonio Negri). Wat we zien – of net niet zien – is een groot spektakel, waar alles zijn plaats vindt. Ook onze kritiek, onze tegendraadsheid is er wellicht onderdeel van. Ik ben pessimistisch geworden, wat dat betreft. Toch denk ik – en nu spreek ik mezelf tegen - dat we nog kunnen ontregelen, storen, maar ik weet ook niet goed hoe. We moeten er over nadenken. Ieder voor zich, maar ook samen, zoals we nu al doen. Het historisch besef is belangrijk: bijvoorbeeld hoe Marco Zuidpolo een hele reeks mediafenomenen op een rijtje zet, terwijl wij die misschien al grotendeels vergeten zijn.

Ik heb me gedeeltelijk onttrokken aan het spektakel. Ik heb geen abonnement meer op de krant (en lees er ook geen meer), op televisie kijk ik alleen naar films, die ik zelf selecteer, nooit op het moment dat ze worden uitgezonden. Toch koop ik boeken en cd's - en zo laat ik me weer vangen. In plaats van zelf boeken te schrijven en zelf muziek te maken. Maar wellicht zou ik dan kakelen als een vrij rondlopende kip. Terwijl ze zo lekker smaakt, goed gekruid, gemarineerd in rode wijn. Wat ik wilde zeggen, ik lees geen kranten meer, kijk nooit naar het journaal, luister niet naar de radio - maar die onthouding heeft weinig zin. Ik weet dat Justine Henin gewonnen heeft. Dat vandaag het wereldkampioenschap begint, enz. Bovendien heb ik door mij van het spektakel te isoleren nog maar weinig inspiratie. Als ik niet weet wat er gebeurt kan ik er mij ook niet tegen verzettten. De rest is voor vanavond, of morgen. Of overmorgen.

08-06-06

LAAT DE ARMEN DE BELASTINGEN BETALEN

hamburg,justine henin,monaco,film,julie delpy,killing zoe,bruno ganz,wim wenders,rita hayworth,stockholm,steden,rio,bangkok,ljubljana,istanbul,lisa kreuzer,dagdroom

Julie Delpy in Killing Zoe van Roger Avary

Mijn gedachten dwalen af van mijn werk. Ik denk aan vliegtuigen die opstijgen, die naar plaatsen vertrekken waar ik niemand ken, waar alles nog mogelijk is. Vliegtuigen naar Stockholm, naar Rio, naar Bangkok, naar Ljubljana, naar Istanbul. Ik zou een vlucht kunnen boeken. Jij zou een vlucht kunnen boeken. Ik zou een auto kunnen kopen, een oude, kersenrode kever, rood als de lippen van Rita Hayworth. Net zo’n auto als in Der Amerikanische Freund van Wim Wenders. Herinner je Dennis Hopper, de grootse Bruno Ganz, de vergeten Lisa Kreuzer!
We zouden naar Hamburg kunnen rijden, Zimmerman een bezoekje brengen. Hem vertellen dat alles in orde is. “If you don’t bring good news, don’t bring any”, zou ons motto zijn. We zouden verder reizen, almaar verder. Tot in het land dat ons bij onze geboorte beloofd werd. Met de legoblokjes uit onze verbeelding zouden we een droomhuis bouwen, en daarin een nieuw leven beginnen, zonder verdriet en zonder zinloos verlangen.

Mijn gedachten dwalen af van mijn werk. Ik denk aan Julie Delpy, nog jong, in Killing Zoe, ik denk aan de tijd dat ik Justine Henin bewonderde, een meisje met het profiel van een loser,die keer op keer won. Tot zij naar Monaco vertrok. “Laat de armen maar belasting betalen”, zou haar motto kunnen zijn. Mijn gedachten dwalen af. Ik wil nooit rijk worden. Monaco behoort niet tot mijn dromen.

hamburg,justine henin,monaco,film,julie delpy,killing zoe,bruno ganz,wim wenders,rita hayworth,stockholm,steden,rio,bangkok,ljubljana,istanbul,lisa kreuzer,dagdroom

Julie Delpy in Killing Zoe van Roger Avary

07-06-06

OFFER AAN EEN DODE BOOM


De stilte is hersteld. De donkere wolken zijn weggetrokken. Ik heb mijn woorden naar het Noorden gestuurd. Mijn offer aan de dode boom, in dit wereldwijde web met kleine letters. Zo wordt gezegd. Ik wacht geduldig tot hij zijn jonge, elektronische blaadjes toont. Tot dan geef ik mij over aan de stille verrukking van beelden.

06-06-06

KUREN


Mijn computer (?) heeft vreemde kuren. Als ik commentaar wil geven bij andere blogs, commentaar wil lezen bij mijn eigen blogs of fouten verbeteren in oudere stukjes, krijg ik heel vaak een foutmelding en wordt het contact met het internet verbroken. Vaak, maar niet altijd. Vreemd. Weet iemand wat ik hier kan aan doen? Zijn er nog bloggers met gelijkaardige ervaringen? Scheelt er iets aan mijn computer? Is het een virus?

17:04 Gepost in Varia | Permalink | Commentaren (6) | Tags: computer, internet |  Facebook

DAN PENN EN SPOONER OLDHAM: BESCHEIDEN MEESTERS

brugge,verjaardag,weekend,cactus,honky tonk,vrienden,dan penn,spooner oldham,soul,pop,muziek,stoepa,hits,muscle shoals,memphis,nashville,vs,patrick riguelle

Vorige zaterdag in Brugge hing er, zoals het cliché zegt, ‘magic in the air’. Ondanks een lichte kater na het vieren van mijn zoveelste verjaardag, de avond ervoor, met lieve vrienden, was ik in een uitstekende stemming. De rust van een zonovergoten Brugge zal daar zeker een rol in hebben gespeeld. We liepen vol verwachting door de straatjes en langs de reien, pratend over weer andere vakantiebestemmingen (Budapest, Lissabon), maar vooral over Dan Penn en Spooner Oldham, en denkend aan onze vrienden Anne-Marie en Theo, die we spoedig zouden ontmoeten. De laatste keer dat we elkaar hadden gezien was op 2 januari in Charleroi, na een heuglijk verblijf in Barcelona. 


In de Honky Tonk, een cd- en platenzaak in de Brugse binnenstad, bevonden zich maar twee andere klanten; ze zouden ook naar Dan Penn en Spooner Oldham gaan. Ik kocht er een verzamel-cd van bekende en minder bekende soulzangeressen en bestelde een dubbel-cd van Al Green.
Met onze vrienden hadden we afgesproken in restaurant De Stoepa, kort bij het station en niet te ver van de Magdalenazaal, waar het concert plaats zou vinden. Een bevallig meisje, met prachtige ogen, bracht ons wijn en pasta. Even later stapten Spooner Oldham, Dan Penn en hun echtgenotes en vrienden het restaurant binnen. Aangename verrassing, en nog maar eens een toeval.

Het concert zelf was de eenvoud en bescheidenheid zelf: twee oudere mannen op een podium gezeten. Dan Penn op een stoel, de Martin gitaar als ritme-instrument in de handen, Spooner Oldham achter zijn elektrische Wurlitzer piano. Twee oudere mannen die wel een aantal van de allerbeste soulsongs hebben geschreven, vaak samen, soms alleen, soms met andere songsmeden als Donnie Fritts en Chips Moman: Out Of Left Field en It Tears Me Up (voor Percy Sledge), Dark End Of the Street (voor James Carr; er zijn talloze versies van, waaronder natuurlijk die van the Flying Burrito Brothers), I’m Your Puppet (voor James en Bobby Purify), Do Right Woman, Do Right Man (voor Aretha Franklin), Cry Like A Baby en I Met Her In Church (voor The Box Tops), Sweet Inspiration (voor the Sweet Inspirations), Is A Bluebird Blue (voor Conway Twitty, Dan Penns eerste hit), I’m Living Good (voor The Ovations), The Lord Loves A Rolling Stone (voor Roger McGuinn), de intentieverklaring Nobody’s Fool (oorspronkelijk op de gelijknamige elpee uit 1973 van Dan Penn, nu een collectors item, uitstekend gecoverd door Alex Chilton), Rainbow Road (voor Joe Simon, maar ook met veel klasse uitgevoerd door de diepbetreurde Arthur Alexander), She Ain’t Gonna Do Right en You Left The Water Running (voor Wilson Pickett, kennelijk ook opgenomen door Otis Redding, de beste versie is waarschijnlijk die van Sam & Dave), Woman Left Lonely (voor Janis Joplin) en Zero Willpower (voor Irma Thomas). Dan Penn, met zijn rijke, subtiele en gevoelige stem, en Spooner Oldham, met geïnspireerde begeleiding op de Wurlitzer, brachten doorleefde vertolkingen van bijna alle hierboven genoemde nummers, met daarbovenop nog eens het grappige Memphis Women and Chicken en de gospel Glory Train.
Zelden heb ik zulke koude rillingen gevoeld als bij Rainbow Road. De afsluiter Zero Willpower was puur gevoel, een perfecte synthese van hoe country soul hoort te klinken.
Deze blanke mannen hebben overigens bijzonder veel respect voor de meestal zwarte artiesten voor wie ze schreven en met wie ze in de studio’s in Muscle Shoals, Memphis, Nashville en Los Angeles samenwerkten. Op een bescheiden en soms wat humoristische manier werden een aantal verhalen verteld over Otis Redding, Arthur Alexander (het grote voorbeeld voor Dan Penn, als songschrijver) en Janis Joplin. 

Tijdens de pauze konden we bij de echtgenotes - echte Southern Ladies - terecht voor een poster, of gewoon een babbeltje. Na het concert mochten we samen met andere jonge snaken als Roland en Patrick Riguelle in de rij staan voor een handtekening. Een mooier verjaardagscadeau dan een dergelijk uniek concert kun je je niet wensen. Maar de vriendschap van Gerda, bij wie logeerden, is al even mooi. En wat zal ik in de brieven van Pessoa aantreffen, die ik van mijn Anderlechtse muze cadeau kreeg?