26-04-06

ZIEK IN TAZACORTE


Ziek zijn op La Palma is geen pretje. Afgesneden van het vaderland, wachtend op de terugkeer. De goede lucht schijnt haar werk niet behoorlijk te doen. Een hardnekkige hoest. Ik denk veel aan de vrienden en iedereen daar bij ons. Ook aan deze unieke wereld hier van skynetblogs, die ik nu al een tiental dagen de rug heb toegekeerd. Ik zit in het halfduister, buiten schijnt de milde zon. Om het kwartier begint hier om een onverklaarbare reden James Browns I Feel Good, een tiental seconden en dan is het weer gedaan. Waarschijnlijk een computer game. Ik verlang naar huis, maar wacht geduldig 1 mei af. Lieve groeten voor iedereen die dit leest.

16-04-06

MONUMENT VOOR JOE


Ik heb de indruk dat er mogelijk onomkeerbare haat is ontstaan bij een groep jongeren in Brussel. Die haat en bloeddorstigheid hebben wijzelf, door onze ongastvrijheid, misschien enigszins in de hand hebben gewerkt. Maar dat mag geen verontschuldiging zijn voor zulke onmenselijke wreedheid.
Waarschijnlijk komt het willen bezitten van dat consumptievoorwerp, een mp3-speler, maar op de tweede plaats en is er echt sprake van uit diepe haat voortvloeiende moordlust. De kinderen van het nazisme hebben met hun absurde zuiverheidsobsessie een al even fanatieke groep ‘ideologische’ en zelfs racistische misdadigers en moordenaars doen ontstaan. Ook al ben ik atheïst, toch weiger ik nog steeds de hele islam te veroordelen. Ik geloof niet dat de islam slechter is dan het christendom, het joodse geloof of de vrijzinnigheid. Religies - en vooral hun leiders en instituten - hebben veel ellende berokkend en veel dieprood bloed doen vergieten. Maar religies hebben mensen ook bij elkaar gebracht en hen - ons -morele principes aangeleerd. Religies hebben zich meermaals overgeven aan paranoia, onverdraagzaamheid en systematisch fanatisme. Doorheen de geschiedenis hebben religieuze leiders dikwijls bonden gesmeed met despoten en dictators, soms op een cynische wijze ten dienste van hun geloof, meestal uit vraatzucht en machtswellust. Maar mede door dat falen van religies, door die lage en ‘onmenselijke’ kanten van hun leiders en het fanatisme en de onnadenkendheid van hun volgelingen, hebben ze gelukkig ook vrije mensen, vrije broeders en zusters, afvalligen, ketters, denkers, vrije geesten helpen ontstaan. Niet dat we die religies daar echt nodig voor hadden, maar hun dogmatisme heeft ons er wel toe aangezet om elk dogma in twijfel te trekken.

Goed en kwaad zitten in ons allen. Het kwaad houdt verband met wrok, verbittering, afgunst, zich beter voelen dan de anderen. Het kwaad ontstaat vaak bij gebrek aan democratische gemeenschap, in afgeslotenheid, als een samenzwering tegen de ‘onzuiveren’.

Wij bloggers hebben daarom ook een grote verantwoordelijkheid om, als spontane gemeenschap, alle mogelijke pogingen te ondernemen om dit kwaad in te dijken, zowel de zuiverheidsideologieën van extreem-rechtse bewegingen en individuen en van allerhande fanatici, als de bloeddorstigheid van om het even welk fundamentalistisch, onnadenkend, wraakzuchtig spiegelbeeeld daarvan.

Voor onverschilligheid, moet ik toegeven, bestaat geen enkel excuus. Wij zijn allen verantwoordelijk.

Die arme jongen, Joe, blijf in mijn gedachten spoken. Ik zal hem niet vergeten, om de eenvoudige, egoïstische reden dat ik zelf ook Joe had kunnen zijn. Misschien moeten we een monument oprichten voor Joe. In het midden van het Centraal Station van Brussel. Niet omdat hij een held is maar een slachtoffer. Een slachtoffer in de ware betekenis van het woord. Neen, niet 'misschien', we moeten dat hoe dan ook doen. Een vredelievend monument oprichten. Met de onderliggende boodschap dat iedereen hier welkom is, uitgezonderd fanatici en laffe moordenaars. Joe, je bent hier welkom, Rachid, je bent hier welkom, Véronique, je bent hier welkom, Baa, Milena en Anya, jullie zijn hier welkom. Brussel behoort jullie, behoort ons toe.

BESTEMMING LA PALMA


what's so funny about peace, love and understanding?


Om toch niet in somberheid afscheid te nemen plaatste ik hierboven een foto van een wonderlijk landschap in het Noorden van van La Palma.

JOE IS DOOD


Joe is dood, een jongen van zeventien. Vermoord in het Centraal Station hier in Brussel, op vijf minuten van de plek waar ik werk. Een uur na de moord was ik geheel toevallig in dat zelfde station. Er was niets meer te zien. Business as usual. Ik heb het pas de dag nadien in de krant gelezen. Een jongen van zeventien. De mooiste leeftijd, nog zoveel onvervulde dromen. Dit maakt me sprakeloos. Ik lig er al een paar nachten wakker van. Ik wil er over schrijven. Ik wil nadenken over oplossingen. Praten met mensen. We moeten met elkaar spreken. Een van de weinig aangename eigenschappen van Brussel is dat het een multiculturele stad is. Warschau is ook ooit een multiculturele stad geweest. De nazi’s hadden daar echter andere gedachten over. Nu is er van die veelzijdige wereld niets meer over in Warschau. Moet dit in Brussel ook gebeuren? Dat wil ik niet. Ik zie de Vlaams Blokkers al klaar staan met hun boeventronies en hun goedkope slogans, in het Frans. Want in Brussel proberen ze het in het Frans. Maar de gasten die Joe hebben vermoord spelen met vuur. Ze steken een jongen vol toekomst en dromen en mogelijkheden dood voor een iPod. Maar ze doen nog veel meer. Ze maken een samenleving kapot. Als hier een burgeroorlog komt, wat niet onmogelijk is, zijn zij mee verantwoordelijk. Ik ben zelf ook al meermaals beroofd, overvallen, met messen bedreigd en in het hospitaal geklopt. In 1997 was het het ergst. Op een zonnige avond in juni, vlakbij de Beurs. Gebroken neus, tanden kapotgeslagen, zware hersenschudding, hematoom. Voor tweeduizend frank. Sindsdien loop ik nooit meer echt gerust op straat. Maar meestal denk ik er niet aan. Een jongen van 17 neersteken voor een mp3s-speler? Kan het nog erger? Wat kunnen we doen?

Ik vind het erg dat dit waarschijnlijk mijn laatste notitie is tot 2 mei, dan ben ik terug. Ik vlucht niet weg. Als ik terugben wil ik iets doen, nadenken over oplossingen. Geen racisme, dat heeft geen zin. Iets anders, iets constructiefs is nodig. We moeten deze stad opnieuw uitvinden. De manier waarop we met elkaar omgaan, met elkaar spreken.

Ik leef mee met de ouders, de familie, de vrienden van Joe en ik wens ze veel moed en sereniteit.

15-04-06

GOEDE MENSEN


Graag wil ik alle lezers van hoochiekoochie danken voor al hun bezoeken, en misschien lezen zij ook wel eens een stukje, wie weet. Niets verbaast me nog. Vooral wil ik degenen dank zeggen die hier regelmatig langs komen en me de voorbije dagen beterschap hebben gewenst en een fijne en verkwikkende reis. Ik waardeer dat zeer, het is een hart onder de riem. Toch wil ik er even op wijzen dat ik nog niet weg ben... Het zou kunnen dat hier toch nog wat geweeklaag of enige verontwaardiging zal verschijnen. Of anders aanbiddingen, lofzangen, gedweep met die of die. Misschien wat bagatellen over mijn dagelijks bestaan, dat kan ook.
Om heel precies te zijn vertrekken wij maandagochtend om vier uur 's ochtends. Ik heb dus nog even de tijd.

11:11 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) | Tags: blog, dank, afscheid |  Facebook

14-04-06

DROMEN VAN ANDALUSIË


sevilla

De voorbije nacht zag ik weer de dorre maar toch bekoorlijke landschappen van Andalusië. Wat ik hier op een rijtje zet deed zich aan mij voor als een experimentele film, waarbij narratieve structuur en logica plaats hadden gemaakt voor de eloquentie van de beelden. Alcohol, kerken, een flamencozangeres, meeuwen op het strand, twee kleine meisje in matrozenjurkjes, busstations, witte dorpen, het vloeide allemaal door een grote, meanderende rivier.

Een of andere busreis met Alsina Graëlls langs de verminkte Costa del Sol. Was het van Malaga naar het lelijke, charmante Almuñecar? In oktober, als er geen toeristen meer zijn, alle pretparken gesloten. En daarna, vermoeid van de lange reis, drink je Montilla en eet je wat ham en olijven. Later nog frisse Mahou en lauwe Osborne Brandy aan de toog tussen oude mannen.

Bar Fernando, vlak bij Campo del Principe in Granada. Het Alhambra, een begenadigd oord. Begenadigd? Je kunt er niets over zeggen, je moet het zien, ondergaan. Het Albaicin. De muzikaliteit van de inwoners van Granada. De sierlijkheid van hun bewegingen. Het meisje dat zo mooi stond te zingen terwijl ze de winkel schoonmaakte in het Cuesta del Gomerez, waar al de gitaarmakers hun zaak hebben.

Granada: het drukste gewoel dat ik ooit heb meegemaakt en een vreselijke stank van uitlaatgassen, maar wat hogerop, de rust van het Albaicin, de kleine straatjes waar nauwelijks auto's komen, met de landelijke carmenes, die je vanop het Alhambra heel goed kunt zien liggen. Het ruisende water, overal in het Generalife, die prachtige tuin, een werkelijk paradijs. De Arabische cultuur heeft veel goeds met zich meegebracht naar Andalusië. In de brandende zon water drinken op een terras in het Juderia.

Misschien is Cordoba nog bedwelmender, nog muzikaler, nog religieuzer dan Granada. De Mezquita is een gigantische moskee, in het midden waarvan de katholieken een kathedraal hebben gebouwd, die er zelfs niet echt staat te storen. Voor de Mezquita ben ik totaal van slag geraakt van een tuin met sinaasappelbomen en een fontein. In Cordoba is er een lekker sfeervolle bar, die ook Mezquita heet. Je kunt er van de beste sherry drinken tot je scheel ziet. In de restaurants krijg je sherry bij het eten, een goede combinatie. Ik wil zeker nog terug naar Cordoba. Ook al om weer door het plantsoen met de duizenden duiven te wandelen, bij zonsondergang, op een gelukkige manier moe van de hitte en de toevallige goedheid van het leven.

Een van de allermooiste paleizen die ik ooit mocht zien is Casa de Pilatos (of Palacio de San Andres) in Sevilla. Sevilla is een bekoorlijke stad, met misschien de mooiste en de jongste vrouwen van de wereld. We komen er echter met teveel toeristen bijeen. We blijven er beter weg en laten die stad aan zichzelf. Dat geldt evenzeer voor Firenze en Venetië, door het toerisme versleten steden. Het is beter er over te lezen in romans van Henry James, Thomas Mann en E.M. Forster.

Iets helemaal anders is Jerez de la Frontera. Stilte, drank, paarden en flamenco. Dat lijken clichés, maar zo eenvoudig lijkt die stad. Iedereen slaapt er voortdurend zijn roes uit. ’s Avonds komen een paar kleine bars en tablao's tot leven. Mannen drinken en zingen, vrouwen kijken toe of dansen met stevige benen en vurige ogen. Er zijn nog hoedenwinkels in Jerez. Tussen oleanders wandelen oude mannen met wandelstokken.

Cadiz leeft en is van lucht en licht gemaakt. Cadiz heeft mijn hart gestolen. Ik houd van alle havens en van de oude oceaan, die mijn verbeelding naar Amerika en naar het dichterbije Afrika leidt. Ik houd van Cadiz om tien uur 's avonds, in de drukke calle San Francisco. Ik hoor de stemmen wandelen, poëtisch in hun onverstaanbaarheid. Ik houd van Cadiz, zelfs in een vermolmde jeugdherberg of in een luizig pension, bij wijze van spreken dan, want het is proper, ook al is het vervallen. In de oktobernamiddag schittert vanop het strand in de verte de beloofde stad: Cadiz. De kathedraal is dan een toekomstvisioen. Elk gebouw staat op zijn plaats, daar aan de horizon, in de beloofde stad. Het strand is immens en bijna geheel verlaten, alleen zie je af en toe iemand een eenzame sport beoefenen. Niets meer, niets minder. Of toch wel. Vijf meeuwen vliegen over onze hoofden, vijf jongens wagen zich in het water (19 graden), twintig of dertig mieren vervoeren een stukje deegwaar. Ze voelen zich al helemaal Italiaans en heffen met z'n allen O Sole Mio aan. In Cadiz eet je alleen maar vis en drink je veel Oloroso, of goedkope witte wijn uit Sanlucar de Barrameda.

Voor mij is de Costa de la Luz de mooiste streek van de wereld. Alleen al het horen van de plaatsnamen kan me in vervoering brengen. Cadiz, Chiclana, El Puerto de Santa Maria, Conil de la Frontera, Los Caños de Meca, en Tarifa. Nochtans zag ik op die stranden dode vluchtelingen aanspoelen terwijl in Tarifa de surfers ongestoord hun gang gingen. De onverschilligheid van de roes, van het geluk. Genoeg daarover.

Overmorgen sluit ik mijn boeken en vertrek ik opnieuw op vakantie, nog een keer naar La Palma, om er zuivere lucht in te ademen en tot rust te komen. Maar eerst moet ik genezen, en deze koortsige herinneringen aan Andalusië verjagen.

12-04-06

EMILIANA TORRINI IN BRUSSEL


EmilianaTorrini 2


Ik ben ziek, keelontsteking, piepende adem, hoofdpijn, the whole shenanigan. Van mij valt vandaag niets goeds te verwachten. Ik was gisteren ook al ziek, maar nog niet zo erg.
Niets, behalve dit. Ik heb gisteren in de AB een weergaloze zangeres gehoord: Emiliana Torrini. Het was een van de betere concerten van mijn leven. Ik zal als ik beter ben eens een lijstje proberen te maken. Nu moet ik werken, anders werken.

11-04-06

HET ACTIEVE LEVEN

popcultuur,drinken,dagen,dagelijks leven,tijdverdrijf,dood,gene pitney,dossiers,kantoor,pop,muziek,film,bullit,peter yates,kvs,opening,conversaties,patrick riguelle,zielsverwanten,country,gitaar,gitaar spelen,steelgitaar,gitaristen,gram parsons,joshua tree,ray charles,lachen,russ meyer,shari eubank,supervixens,hoochiekoochie,muddy waters,neuken,zuipen

Shari Eubank

Wat deed ik de voorbije vier of vijf dagen om de tijd te verdrijven en, vooral, om mijn plaats hier op aarde te rechtvaardigen? Want wie denken we wel dat we zijn, dat we hier zo maar mogen verblijven, zonder meer? Ik dacht veel aan de dood, niet mijn dood maar die van anderen, die toevallig of niet de geest gaven. Ik heb er af en toe en hier en daar iets over geschreven: Ivor Cutler, Gene Pitney en Gerard Reve. Ivor Cutler en Gerard Reve waren oude, zieke mannen. Het uitblazen van de laatste adem moet voor hen een verlossing zijn geweest. Gene Pitney was nog te jong. Hij is tijdens een zoveelste toernee in zijn slaap gestorven. 

Donderdag en vrijdag heb ik thuis gewerkt, dossiers behandeld. Dat gaat thuis veel beter dan op kantoor, omdat ik me dan beter kan concentreren. Op kantoor zitten we sinds oktober met z’n allen samen in een grote ruimte. Dat is nog steeds wennen. Thuis werk ik sneller, maar ik neem soms een pauze om eens door het raam te kijken naar de bomen, of de planten water te geven. Ik drink veel water, weinig koffie. ’s Avonds ga ik boodschappen doen en naar de apotheek, voor mijn vrouw, die ziek is. Dit staat in de tegenwoordige tijd, maar behoort tot het verleden. Ze is niet langer ziek wil ik zeggen.

Donderdagavond heb ik, zoals ik hier al liet verstaan, veel naar Gene Pitney geluisterd. Ik was bijna vergeten hoe goed hij was, wat voor een verbluffende zanger, met zoveel inventiviteit in zijn songs, in de arrangementen, maar ook in de keuzes die hij maakte. Ik heb daarna niet naar Hello Mary Loy geluisterd. Ik heb naar Bullit zitten kijken, van Peter Yates, met Steve McQueen, Robert Vaughn en Jacqueline Bisset. De eerste zestig minuten van Bullit overrompelden me door het camerawerk, de posities van de camera, de belichting en de soundtrack. Maar niet door het vrij vervelende verhaal. Ik ben in slaap gevallen en daarna, weer wat uitgerust, heb ik nog wat liggen lezen in het boek van Geert Mak.

Vrijdag was ongeveer hetzelfde scenario, niet als Bullit, maar als de rest van mijn dagen. ’s Avonds ben ik nog laat helemaal alleen naar de heropening van de oude KVS gegaan. Toen ik er aan kwam, buiten adem van het rennen, was ongeveer alles gedaan, de toespraken, het gratis drinken… De mooiste acteurs en actrices waren al vertrokken. Alleen mijn jonge vriend B. stond er nog aan de toog met zijn vriendin, klaar om ook te vertrekken. Ze gaven me nog even respijt om een paar vrolijke verhalen te vertellen over dronkenschap en wreedheid. Dan was ik weer alleen. Wat te doen vroeg ik mij af, zoals de Russische nihilist Tchernichevski. Ik heb het gebouw bezocht, de volledig nieuwe, imposante binnenkant, de bol, een grote zaal, maar toch intiem.

Later heb ik aan een tafeltje in de bar boven naar een enthousiaste jonge man zitten luisteren. Hij kende me van zien en wilde me duidelijk maken wat de jeugd zoal nodig heeft en hoe zij verschilt van de oudere generatie. Voor de generatie van zijn ouders is het hoogste geluk het verwerven van bezit, zegt hij. Ik ben ouder dan zijn vader en bezit niets. Jij bent anders, zegt hij. Niet representatief voor jouw generatie. Jij bent meer zoals wij, een wat oudere versie, ha ha. We praten lang over die verschillen, over de 'revolutie' en het 'behoudsgezinde', zijn vriendin wordt er moe van, haar ogen vallen toe, ze raakt zelfs haar wijn niet meer aan.

Na het afscheid ben ik op dreef en ga ik op zoek naar ander gezelschap. Ik maak geheel toevallig kennis met een zielsverwant, alsof de bliksem mij treft; maar dan wel een ongevaarlijke bliksem. P., zo heet hij, en ik praten over the Byrds, the Flying Burrito Brothers, Gram Parsons, Sneaky Pete en zijn steelgitaar, Elliott Murphy’s eerste langspeelplaten, Aquashow, Diamonds By The Yard en Just A Story From America. Sneaky Pete als begeleider van Commander Cody toen die op de Grote Markt in Brussel optrad in 1976 in het voorprogramma van Elliott Murphy.
P. legt me uit hoe je op een luie manier toch behoorlijk gitaar kunt spelen. Je moet dan de duim gebruiken, dan hoef je geen barrées te nemen. Mijn nieuwe zielsverwant is zelf een gitarist en vooral een begenadigd steelgitarist. Ik heb hem al live aan het werk gezien. Nu bejubelt hij het gitaarspel van AP Carter, James Burton, Cliff Gallup, David Gilmour. We houden allebei van de elpee ‘More’. Gene Pitney, komt ter sprake, waarna er een stilte valt. Muddy Waters, Champion Jack Dupree. Waar is M. toch? Voorzichtig geworden? Wat had ik hem graag gezien, nu op deze feestelijke avond. Hij heeft me deze plek leren kennen. Met hem ben ik hier naar stukken van Hugo Claus komen kijken, in het begin van de jaren zeventig. Ik heb in die periode bij de KVS gesolliciteerd als machinist. Maar ik was waarschijnlijk niet sterk genoeg, ik woog maar vijfenvijftig kilo. Niet dat ze mij daar gewogen hebben.
Steel gitaar, het mooiste instrument voor mij, zegt P.. Het motel waar Gram Parsons is gestorven. Bij Humo werkt iemand die daar, in dat Bed heeft geslapen, zegt hij. Neen, zeg ik, dat heb ik nooit gedaan. Dat zou ik niet willen. Dat is mij wat te morbide. Isn’t that my girl, and isn’t that my best friend? Gene Pitney. We bevelen elkaar boeken aan, geen literatuur, boeken over muzikanten. Ray Charles. Mijn eerste single was ‘I Can’t Stop Loving You’. ‘Modern Sounds In Country & Western’, daar zat steel gitaar op, naar de achtergrond gemixt. Erg goede steel gitaar, zegt P.. Bill Monroe, Flatt & Scruggs. Rednecks. We hebben niet alleen over muziek gepraat, we hebben ook veel gelachen. Dat is nog het beste, dat lachen. We probeerden elkaar niet te overtroeven met onze kennis, we wilden elkaar ons enthousiasme meedelen. Heerlijk.

popcultuur,drinken,dagen,dagelijks leven,tijdverdrijf,dood,gene pitney,dossiers,kantoor,pop,muziek,film,bullit,peter yates,kvs,opening,conversaties,patrick riguelle,zielsverwanten,country,gitaar,gitaar spelen,steelgitaar,gitaristen,gram parsons,joshua tree,ray charles,lachen,russ meyer,shari eubank,supervixens,hoochiekoochie,muddy waters,neuken,zuipen

Gene Vincent & his Blue Caps


Zaterdag was ik tot niet veel in staat. Ik heb wel veel uitzinnig plezier beleefd aan een kitschfilm die ik van Arte had opgenomen, ‘Supervixens’, van Russ Meyer, met de fantastiche Shari Eubank (in de rollen van Super Angel en Super Vixen). De film is niet helemaal vermakelijk, er komt ook heel wat geweld in, vooral ten aanzien van vrouwen. Maar dat geweld wordt ‘afgekeurd’, en de vrouwen in de film zijn sterk, veel sterker dan de mannen. En loontje komt om zijn boontje. Russ Meyer is zeer geliefd in het rockmilieu. Heel wat rockgroepen hebben hun naam bij hem gevonden, of de titel van een song of een album. De meeste van die rockgroepen hebben weinig te vertellen. Waarom vinden ze niet zelf iets uit? Nou ja, iedereen heeft altijd wel ergens iets van iemand anders. Zo heb ik 'hoochiekoochie' van Muddy Waters, zij het anders gespeld. Die bluesconnotatie voor een 'literaire' weblog sprak me wel aan. Die verwijzing naar neuken en zuipen, om het maar eens te zeggen zoals het is. Twee bezigheden die mij volkomen vreemd zijn.

De voorbije dagen deed ik ook andere dingen, waar ik geen woorden voor heb gevonden, of indien wel bewaar ik ze voor later.

10-04-06

BARBARA LODEN : WANDA

wanda,barbara loden,film,elia kazan,feminisme,low budget,film als drug,laudanum,ether,white lightning,licht,schaduw,cinema,postzegel,canvas

Een van de subliemste films die ik ooit heb gezien is 'Wanda' van Barbara Loden. Ik ben nu te moe om er dieper op in te gaan. Het verhaal ligt op het tipje van mijn tong. Ook de goesting om de context ter sprake te brengen. De verrader Elia Kazan, die meesterwerken als On The Waterfront heeft gemaakt. De vrouw als heldin. De vrouw als misbruikte vod. Het positieve en het negatieve feminisme. De schoonheid van low-budgetfilms. Ik kan me onderdompelen in films zoals een negentiende-eeuwse decadente dichter in ether of in laudanum. Ether en laudanum, en zelfs ‘white lightning’ vind ik alleen maar mooie woorden, geef mij het licht en de schaduw van films, in donkere zalen, tussen de liefhebbers kort bij het doek of met mijn geliefde thuis, op het kleinere scherm. Ik weet dat het geen zin heeft om gewoon maar titels van films of namen van regisseurs op te sommen, maar het is zo moeilijk om eraan te weerstaan.

wanda,barbara loden,film,elia kazan,feminisme,low budget,film als drug,laudanum,ether,white lightning,licht,schaduw,cinema,postzegel,canvas


Overigens heeft Barbara Loden ooit, per ongeluk bijna, op een Amerikaanse postzegel gestaan.


Stuur eens een briefje naar Canvas, en vraag gewoon: 'Wanda', van Barbara Loden. Je weet niet welk avontuur je te wachten staat.

TWEE BROERS

fietsen,eiland,vliegtuig,broer,station,ds,el paso,engels,spaans,border radio,soul,hippie,tim buckley,kolenmijn,mijnwerker,vader,streekkrant,moeder,dood,alleen,aldi,bier,rio grande,verwelkt,leeg,texas,deejay

Hoe vervoert hij zijn fiets naar het eiland en van het eiland weer naar huis? Hij vraagt zich af of hij ermee op het vliegtuig kan, in de trein en de bus. Hij is op weg naar zijn broer, maar het is niet duidelijk of hij droomt of waakt. Zijn broer woont nog steeds thuis, in het dorp aan de rivier en het kanaal. Zal zijn broer hem komen oppikken als hij aankomt in het station van G. (want hij heeft beslist om toch maar de trein te nemen)? Hij weet het niet. Wij weten het ook niet. Evenmin weten we of het een kanonschot is, achter de horizon, of een donderslag, of een oude auto misschien. Het zou wel eens een DS kunnen zijn. Hij vraagt zich af of hij zijn broer nog wel zal herkennen. Misschien is zijn gezicht gerimpeld en opgezwollen van de drank. Hij is lang weggeweest. Een soort van zelfgekozen ballingschap in El Paso, Texas. Hij heeft er Engels geleerd, zij het op de Texaanse wijze uitgesproken, en een beetje Spaans, tussen de immigranten uit Latijns-Amerika, verschoppelingen die in donkere stegen hun wijsheid moeten verbergen. You just can't live in Texas, if you don't have a lot of soul. Dat liedje werd veel gedraaid op zo'n border radio. De deejay was een oude hippie waarschijnlijk, want hij draaide ook wel eens Wings van Tim Buckley.


Zijn broer was er niet. Hij heeft twee uur gewacht en dan maar de bus genomen. Nu komt hij in zijn geboortedorp aan, waar het donker is als in de gangen van een kolenmijn. Zijn vader, die lange tijd mijnwerker is geweest, heeft hem daar vaak over verteld, over die donkerte. Zijn broer zit aan tafel, bij het licht van een lamp van 40 watt. Met ogen die er vermoeid uit zien, maar dan kan ook door dat zwakke licht zijn, zit hij de zoekertjes in de Streekkrant uit te pluizen. Of zijn het de overlijdensberichten? In de kamer ruikt het naar oude koffie en bier. Zijn broer stelt voor om wat te gaan fietsen. Een goed idee, zegt hij. Maar als hij buiten komt is het alsof hij blind is. Ze fietsen naar het kanaal. Hij is er gerust in dat hij niet in het water zal rijden. Hij voelt instinctmatig welke weg hij moet volgen; bovendien rijdt zijn broer aan zijn zijde, als een door god verwenste engelbewaarder.
Eerst is de weg van beton, maar al snel wordt het mulle grond, waar het moeizaam rijden is. Ze zullen in het bos aangekomen zijn. Gaandeweg klaart de hemel op. Daar komt de zon al op. Het heeft allemaal niets te betekenen, denkt hij. Het leven stelt niet veel voor, of het nu donker is of licht. Toch begint de hele omgeving nu licht te weerkaatsen, alsof alles betoverd raakt door hun aanwezigheid. Van zijn broer en hem. Dat licht gaat zijn verstand te boven. In Texas heeft hij alles wat idyllisch of pittoresk kan worden genoemd afgezworen. We kunnen hem moeilijk ongelijk geven. Wat verder is de bodem vervuild. Donkerbruine olievlekken ontsieren het witte Kempense zand.

Hun moeder is gestorven. Zou hij haar durven kussen, of eens knuffelen? Neen, dat kan niet, dat is iets wat zij zelf ook nooit deed. Het zou ongepast zijn om dat nu wel te doen. Het moet een koud weerzien zijn. Terugfietsend beseft hij dat hij alleen is op de wereld. Zijn broer is er nog wel, ja, maar die blijft hier in het bijna leegstaande huis. Hij mag bij zijn broer intrekken, heeft hij gezegd. Ze kunnen kaarten, haring eten, grote flessen bier van de Aldi drinken, fietstochten maken naar de mergelgroeven, of nog verder, tot in Duitsland. Voor hem heeft het geen zin meer, na Texas. Na wat daar is gebeurd, bij de Rio Grande.
Zijn broer zegt dat hij een deksel voor de theepot zal kopen. Die theepot staat op een traptrede, een porseleinen pot met een tinnen deksel. Immens droefgeestig maakt dat ongerijmd beeld hem. Het zal nooit meer beter worden. Het is een lege, verwelkte wereld.

09-04-06

OMDAT DE CONTEXT ONTBREEKT

associaties,neurose,schildpad,boeken,psychoanalyse,es,freud,groddeck,lacan,narcisme,melancholie,context,bestaan,alleen,afhankelijkheid,karakter,energie,verliefdheid,liefde,film,truman capote

Het is geen eenvoudige opdracht om in een korte tekst, bijvoorbeeld over het Es (Freud, Groddeck, Lacan), duidelijk te maken waar je het over hebt, waar je naartoe wilt. Ook al het feit dat je de ene keer nadenkend schrijft en de andere keer associatief bemoeilijkt het lezen. Je wilt iets kwijt over de rol van narcisme en melancholie in je leven, maar je weet niet of iemand daar iets aan heeft, omdat de context ontbreekt: de context is mijn hele bestaan, alles wat ik voel en droom en denk en ben geweest en ben en zou willen zijn. 


Sommige dingen zou ik graag alleen kunnen doen, bijvoorbeeld naar de bioscoop gaan. Nu zou ik bijvoorbeeld graag de film over Truman Capote zien. Maar ik kan het niet. Ik moet iemand aan mijn zijde hebben. Door die zwakheid in mijn ‘karakter’ – ik houd niet van dat woord - zit ik veel thuis, terwijl dat niet altijd goed voor me is. Vaak voel ik een leegte, die ik met allerlei dingen wil vullen. Misschien is dat ook wel nodig. Ik moet geregeld opgeladen worden. Als ik geen energie heb wil dat niet zeggen dat ik niets meer tot mij kan nemen. Integendeel: ik moet de leegte vullen met beelden, muziek, woorden, geuren van mensen die lekker ruiken... Alleen naar een concert gaan, op reis zelfs. Maar ik kan niets alleen, ik kan niet alleen zijn. Wellicht is dat niet ongewoon. Maar ja, dan ben ik misschien graag ongewoon.

Ik word heel graag verliefd, want verliefdheid zet mij aan tot schrijven, vooral van gedichten, een moeizame, plezierige bezigheid. Maar liefde is zo giftig, ook. Liefde kan je wereld dooreenschudden, zo hard dat je hem niet meer herkent, dat je jezelf niet meer herkent. Ik word nogal vaak verliefd, maar dan als een schildpad, die vlug zijn kop weer in zijn schild terugtrekt. Het is alsof liefde mijn bestaan zou kunnen bedreigen.

En dan vraag ik me af: wat moet ik nu eigenlijk doen?

GERARD REVE : OP WEG NAAR HET EINDE

Gerard Reve is nooit een van mijn uitverkoren schrijvers geweest. Zijn stijl en zijn humor waren groots, maar toch moest ik altijd moeite doen om zijn boeken uitgelezen te krijgen. Tijdens een lang en dronken gesprek heeft Toulouse, een Antwerpse vriend, me ertoe over kunnen halen 'De Avonden' toch maar eens te lezen. Ik heb dat de dag nadien gedaan, in bed met een kater, en opeens besefte ik dat ik een meesterwerk in mijn handen had. Later is dat besef weer weggeëbt. Maar ik twijfel al lang niet meer aan zijn klasse en, vooral, aan zijn totale oorspronkelijkheid. 

Ik hef het glas op de herinnering aan alle gesprekken en discussies die ik met vrienden en toevallige passanten over Gerard Reve voerde.

 

dood,schrijvers,literatuur,gerard reve,in memoriam

"De ergste menselijke zonde is de bereidheid zich in een hoek te laten trappen. Ik wil niet in een hoek of verborgen kelder leven. Dat kan ik niet. Zo iets geweldigs is het leven nu ook weer niet: ik bedoel dat ik, als ik in zedelijk opzicht niet waardig, met opgeheven hoofd kan leven, dan maak ik er een eind aan, want met minder neem ik geen genoegen, al neemt dat hele leger van fluweeldragende kirders er wel genoegen mee. Ik ben een schepsel Gods, en geen karikatuur."

Gerard Reve, Op weg naar het einde.

WOORDEN OPGESPOORD

 

proza,smeekbede,literatuur,muze,aanroeping,verwaarlozing,woorden,zinnen,creeren,schrijven,schoonheid,lusteloosheid,koffie,porto,amaretto,wijn,bier,betekenis

Ja, ja, ik heb je opnieuw verwaarloosd. Het is niet dat ik niet aan je heb gedacht. Je moest eens weten hoeveel gedachten aan jou op een dag door mijn hoofd razen. Doe geen poging, ze zijn niet te tellen. Zo vaak voel ik de aandrang om je te gebruiken als ik dat zo mag noemen. Of ben jij het die mij gebruikt? Je te gebruiken, om van antwoord te dienen, commentaar te geven, te argumenteren. Om verhalen te vertellen, verzinsels, hele en halve leugens; of rechtuit de waarheid te spreken. Gelul, geleuter en kleinspraak. Of om je gewoonweg maar uit te drukken, te formuleren, voor het plezier, om je mooie vormen te zien verschijnen. Zonder meer. 

Maar net voor het moment van je ontstaan overvalt me opeens die oude vertrouwde lusteloosheid. Alle energie is aan mijn lijf onttrokken, alsof het bloed was, opgezogen door vampiers. Zo fantastisch gaat het er echter niet aan toe.

Kan ik je dan niet meer zien? Kan ik je niet meer oproepen? Ik span me nochtans ik. Ik drink liters koffie, slik alle mogelijke vitamines en mineralen, omega-3, wat je maar wilt. Australische wijn, Amaretto uit Sicilië, Porto uit Porto, bier uit Jupille, solidair als ik ben met de arbeiders daar, maar het is vergeefse moeite. Van koffie word ik zenuwachtig, de pillen lijken placebo’s, de alcohol maakt me lethargisch.


Ik wil je niet verwaarlozen, echt niet. Ik heb eerder de indruk dat jij je voor mij uit de voeten maakt. Waarom dan toch? Ben je bang voor mij? Dat is toch te gek. Ik heb je lief, ik wil alles voor je doen, ik wil je alles geven. Ik zal je altijd volgen, tot in Mexico, tot in Paramaribo, tot aan het eind van de wereld, waar het laatste gras groeit.
Jij weet dat natuurlijk allemaal niet, want je hebt geen ziel. Ik kan jou een ziel schenken, en jij kunt me op jouw beurt plezier verschaffen, het plezier van je ontstaan en van de rijkdom van je betekenis, die ik nog minder in de hand heb.

Wellicht wegens mijn geestelijke uitputting ga je mij uit de weg. Ik heb inderdaad teveel van mezelf gevergd – en misschien ook teveel aan jou gegeven, maar dat mag ik niet zeggen, want dan spreek ik mezelf tegen - en leef nu al te lang tegen mijn ziel in, tegen wat mijn ziel verlangt (en ik heb het niet over ziel in christelijke betekenis, begrijp dat wel). Ziel of natuur of wezen? Je diepste zelf? Against your own heart, om het eens in het Engels te zeggen.
Maar ik had je ervoor gewaarschuwd, ik had het nog zo gezegd, meen ik mij te herinneren. Het is zo goed als zeker dat je niet altijd op me zult kunnen rekenen, heb ik gezegd, denk ik, maar dat betekent niet dat ik je vergeten zal zijn. Ik ben een heel trouwe man en ik kom altijd naar je terug. Maar die periodes van dorheid, wanneer ik je het meeste mis moet je proberen te aanvaarden. Zoals nu, nu ik zo in je nabijheid ben, maar je toch niet kan vinden. Alleen wat zwakke schaduw van je zie ik hier voor me opdoemen. Toch weet ik dat ik je op het spoor ben. Neen, je sporen kun je niet uitwissen.

07-04-06

WO ES WAR

associaties,google,surrealisme,combinaties,meester,verbanden,freud,es,id,guy davenport,pale fire,nabokov,kurt drawert,nazi s,geert mak,endlosung,in europa,a streetcar named desire,blanche dubois,stanley kowalski,snatch,patti palladin,judy nylon,pop,popcultuur,boeken,bugatti,neerharen,dood,meir,antwerpen,dostojewski,ivor cutler,tennessee williams

Is er nog tijd om iets te doen? Stanley! Stanley! Wo Es War Soll Ich Werden. Dat heb ik altijd een fascinerende uitspraak gevonden. Ik tikte die in in het Google-balkje en kwam op Guy Davenport terecht, een schrijver waar ik nog nooit van had gehoord, maar die wel een boek heeft geschreven met die gevleugelde woorden van Freud als titel. Het werk is in honderd exemplaren uitgegeven bij The Finial Press, in Champaign, Illinois, heb ik gelezen. Het lijkt wel een grap van Borges, of een voetnoot in Pale Fire van Nabokov (wellicht de grootste vijand die Freud ooit heeft gehad). Maar kennelijk heeft Davenport echt bestaan, er is zelfs een kort in memoriam in Le Monde verschenen. Verder ontdekte ik de Duitse dichter Kurt Drawert, die in een gedichtenbundel uitgaf met deze titel (Suhrkamp, 1996). Ik ben niet de meester in mijn eigen huis. Ik heb niet eens een eigen huis. Maar moet ik me dat laten welgevallen? Moet ik dat? Neen, dat moet ik niet. Ik moet het onbewuste om de tuin leiden, zo lang tot ik er bij in slaap val. En dan weer wakker worden en mezelf terugvinden in mijn eigen huid. Want de slaap van de rede… Je weet wel. Is er nog tijd? Om gevaren te trotseren? Om avonturen te beleven en daarna te zeggen: ik heb avonturen beleefd? Om gek te doen en toch niet gek te zijn. Hoe houd je jezelf in de hand zonder alles onder controle te houden? Hoe bekijk je jezelf vanop een redelijke afstand. Het leven kan mooi zijn, zelfs al zijn wij niet de heren van de schepping en luistert het paard dat wij berijden niet naar onze orders. 


Ik las nog maar eens over de nazi’s in het dikke en grandioze Europaboek van Geert Mak. Hoe de ambtenaren in de Berlijnse ministeries de Endlösung tot twee cijfers na de komma berekenden. Nooit zagen ze een lijk in rook opgaan, maar ze werkten gedwee mee aan de moord op zes miljoen mensen. Wisten zij niet waar hun paarden naartoe reden? Alleen al daarom is die uitspraak van Freud zo belangrijk. Je moet weten wat je wilt en wat je doet. Klaar als een klontje. Deze tekst is door mezelf geschreven en ook weer niet. Verheldering komt later. Na de val sta je weer op. Daar bedoel ik niets religieus mee. Woordverlies, afasie, vervolgens een stroom van betekenisvol schrijven. Ik ben er zeker van. Dit is een oefening in geduld. Ik laat de woorden komen. Stanley, uit A Streetcar Named Desire. Maar ook uit een lied van Snatch (dat waren Patti Palladin en Judy Nylon). Ooit zag ik de Bugatti’s rijden door de straten van mijn dorp. Hemelse auto’s zag ik. Vorige week zag ik de dood zitten op zo’n paaltje op de Meir in Antwerpen. Hij had een zwart pak aan en las, van de wereld weg, Schuld en Boete van Dostojewski. Een paar dagen geleden, toen ik op weg was naar het Centraal Station hier in Brussel, passeerde Ivor Cutler me, zonder me zelfs een blik waardig te gunnen. Ivor Cutler? Dat kon toch niet, ik had een paar uur voordien gelezen dat hij dood was. En zo gaat het leven zijn gang, running and hiding, anywhere you want me to go. Stanley, Wo Es War Soll Ich Werden! Down, anyway you want me to go. Hello Mary Lou, Goodbye Heart. Ik heb dan toch niet zitten glimlachen, uiteindelijk. Ik ben doodgewoon in slaap gevallen.


Foto uit de film Zardoz van John Boorman.

06-04-06

EENZAAMHEID EN VERDRIET


gene pitney


Soms is de eenzaamheid een zegen, soms is ze een vloek. Het leven in ballingschap - ook al heb ik er in een ogenblik van nuchterheid voor gekozen - in deze lelijke, vuile stad, is meestal een vloek. Je komt hier maar beter niet meer buiten; zelfs als de zon schijnt zie je overal het vuil en de onverschilligheid. Schoonheid speelt in dit oord geen rol meer. Sommigen durven Brussel de hoofdstad van Europa noemen, wat wel gek is voor een gat waar negentig procent van de bevolking maar één taal kent en ze dan nog gruwelijk mishandelt ook. Maar zelfs al zou Brussel helemaal ontworpen zijn door Frank Lloyd Wright in samenspraak met Victor Horta en Alvar Aalto, dan nog zou ik hier vaak ten prooi vallen aan vloekende eenzaamheid en verdriet. Ik heb vrienden in Gent en Antwerpen (en nog een aantal onnoembare plekken) en ik ken mensen in Canada, de Verenigde Staten, Denemarken, Spanje, Portugal en Ethiopië, maar in Brussel heb ik geen enkele vriend. Als mijn levensgezellin ziek is, zoals nu, en ik wil ergens naartoe, zoals morgen naar de heropening van de KVS - voor mij een historische gebeurtenis, een moment van schoonheid in onze lelijke stad, een teken van hoop, van mogelijkheden - dan is er niemand die mij kan vergezellen. Ik kan het aan niemand vragen. Er zijn geen vrienden, je staat er alleen voor, en alleen kom ik niet buiten. Ik herken me heel goed in de uitspraak van Raven Ruëll: “Ik ben heel melancholisch aangelegd en ween veel.” Vaak voel ik me overbodig, niet alleen een outsider, maar een uitgestotene uit de maatschappij.

Nu Gene Pitney dood is komen zulke gevoelens nog meer naar boven. Hij was samen met Roy Orbison en Del Shannon (zelfmoord) een meester in het bezingen van de eenzaamheid en het verdriet. Een van de droevigste liederen die ik ken is zijn ‘I’m gonna be strong’, met dit stukje perfecte wanhoop:

Our love is gone, there’s no sense in holding on
‘cause your pity now would be too much to bear
So I’m gonna be strong and pretend I don’t care

Nog droeviger is ‘I Must Be Seeing Things’. Through a tear I can see him kissing her. Pure paranoia en pathetische kitsch. Maar soms, heel soms, kan pathetische kitsch de perfectie benaderen. Dat was bij Gene Pitney vaak het geval. Toen ik jong was maakten zijn songs al veel indruk op me. Ik was gek op de twee hiervoor genoemde songs, maar nog meer op Backstage (I’m Lonely), met de volgende autobiografische regels:

Every night a different room
Every night a different club
And yet I'm lonely all the time
When I sign my autograph
When I hold an interview
Can't get you out of my mind

Zoveel troost kwam uit die stem gevloeid, uit die woorden, uit die melodramatische muziek (die de wereld van Douglas Sirk-films oproept). Door nu te zitten luisteren naar deze songs word ik helemaal sprakeloos. Verdriet grijpt me bij de keel. Ik ben al even pathetisch als Gene Pitney, maar dan zonder zijn stem en zonder de violen. Gene Pitney speelde mee op de allereerste elpee van the Rolling Stones, samen met zijn toenmalige producer, Phil Spector. Een van de eerste songs van Jagger en Richard kreeg de titel mee ‘Now I’ve Got A Witness’ (Like Uncle Phil and Uncle Gene). Pitney’s liefste lied, Hello Mary Lou, werd een hit voor Ricky Nelson.
En hier stopt mijn ‘biografietje’. Veel is te vinden op het Internet. Ik moet nu even zwijgen. Over die andere dingen zal ik het een andere keer hebben. De klantonvriendelijkheid van een kabelmaatschappij? Wat betekent dat nu nog? Laat mij maar wat zwelgen in eenzaamheid en verdriet en daarna luister ik nog eens naar Hello Mary Lou en ik twijfel er niet aan dat er dan weer een glimlach op mijn gezicht zal verschijnen.

GENE PITNEY : BACKSTAGE I'M LONELY

gene pitney,dood,popcultuur,pop,in memoriam,ivor cutler,robert wyatt

Nu is Gene Pitney ook al dood. Ik moet er over schrijven. Zijn naam en zijn muziek roepen zoveel herinneringen op aan mijn jeugd. Backstage I’m Lonely… Maar ik moet er eerst over nadenken. En treuren. Al die in memoriams. Gisteren heb ik nog een dubbele cd van Wilson Pickett gekocht, me laten vangen door de platenmaatschappij. Ik las gisteren of eergisteren een zeer mooi in memoriam van de hand van Robert Wyatt voor Ivor Cutler, die onlangs gestorven is. Ook een heel eigenzinnige man was dat, die Ivor Cutler. Hij speelde nog mee in The Magical Mystery Tour. Maar hij was vooral een boeiende kunstenaar en dichter. 

Nu ga ik nadenken over de eenzaamheid, de liefde, en de dood van Gene Pitney. Ik wil daarna ook nog iets vertellen over de opening van de KVS en de groteske klantonvriendelijkheid van kabelmaatschappij Coditel.

04-04-06

ONTSNAPPEN AAN DIONYSUS EN APOLLO


Sinds ik dat Sargasso-kroontje heb gekregen lijk ik aan writer’s block te lijden. Hoe is dat mogelijk? Die lauwerkrans zou me net moeten stimuleren. Maar misschien ben ik gewoon te moe, vanwege het vele werk en allerlei andere beslommeringen en zorgen.

Bij Evy las ik over Dionysus en Apollo. Er staat “dat je zo veel mogelijk moet ontsnappen aan Apollinische beschavingspogingen. Dat je minstens één keer per dag naar de lucht, of naar de sterren moet kijken. Je overgeven aan de stroom van het leven.” Ik ben het daar volledig mee eens. Ik zou dat maar al te graag doen, ontsnappen aan de Apollinische beschaving. Maar ik kan dat niet. Ik ben niet vrij. Ik heb geen keuze? Soms is er wel eens, helemaal onaangekondigd, een uitweg uit de routine, het alledaagse. Je slaat een zijweg in en ziet de dingen zoals ze zijn: extase. Maar hoe komt het dat je die zijweg inslaat? Ben jij dat? Of laat je je leiden door iets onbekends? (Freud zou dit het onbewuste noemen, denk ik).

Maar dan nog. Als ik me vanuit een vrije wil zou kunnen overgeven aan Dionysus zou ik toch nog aarzelen. Want het lijkt me gevaarlijk. Het doet me denken aan een sprong in de chaos, of in de Etna, zoals Empedocles, en aan de waanzin van Nietzsche. Wij hebben ook orde nodig, redelijkheid, moraal, schoonheid. Dingen die ik allemaal als apollinisch beschouw. Dionysus staat dan voor de roes, de extase, en uiteindelijk (zelf)vernietiging.
Natuurlijk is hier al zeer veel over nagedacht en geschreven, maar dat geeft niet. Ik denk dat we hier bij de basis van onze cultuur zijn aanbeland. Nu ga ik even naar de wolken kijken. Met dank aan Evy voor de inspiratie.

03-04-06

COWBOYS IN GREYHOUNDS


Cowboys in bussen zijn nuchtere Mexicanen.
Overal waar zij komen krimp je
Van heimwee ineen. Slak van de voorbijgang.

Cowboys in bussen zijn Indianen.
In de broekzakken sigaretten goedkoop,
Zilver, van goden geblauwde signalen.

Cowboys in bussen zijn naar Las Vegas
Onderweg zonder god noch gebod en geen spoor
Van zonsondergangswaanzin. De tranen,
de ogen, indigo druppels versteend.

Cowboys in bussen zijn verhalen verteld.
Ontrafelde stripjes, meisjes zonder kamers.
Gestreken hemden met versleten kragen
En gaten waar de soul gebrand heeft.

Zo was de ondergang van het Westen.

BRUSSELSE NACHTEN

werk,vrienden,intelligentie,transcendentie,ego,cat power,alexander spence,skip,orval,drinken,cafes,schaterlachen,nazi s,eighties,kater,antwerpen,radio,televisie,ziel,restaurant,faust,greenwich,peter sloterdijk,geert mak,cafe kafka,cafe de monk,droom,rva,vpro

Het ware drukke dagen, maar een soort dorheid had zich daarna van me meester gemaakt. Dat gebeurt wel vaker, ik geloof ten minste één keer per week, maar ik houd het niet nauwlettend in de gaten. Vrijdag was het ongewoon druk op het werk. ’s Avonds ben ik gaan drinken en lekker eten met lieve vrienden (die ook ex-collega’s zijn). Ze zijn jong en weten zo buitengewoon veel dat ik soms denk dat ze hun ziel aan de duivel hebben verkocht. Meermaals vraag ik me af of ik dat niet beter zelf zou doen. Maar de vraag is of ik wel een ziel heb, ik ben geen katholiek, ik ben niet eens gelovig (tenzij je goedgelovigheid ook een geloof noemt). Ik geloof wel in de ‘ziel’ van de muziek, het ritme, de beweging, ook de ‘geestelijke’ beweging die ze veroorzaakt lijkt mij te bestaan, de ontroering, de vervoering. Daar geloof ik allemaal wel in. Maar een eigen ziel die ik zou kunnen verkopen, zoals Faust? Ik betwijfel het. 


Laten we echter terugkeren naar de Greenwich. We zitten daar dan te praten en te luisteren en na een tijdje vergeet je wie wat weet, het heeft geen belang meer, er vindt een transcendentie van het ego plaats. Dat kan wel even duren, maar je komt natuurlijk altijd wel weer terug bij jezelf terecht. Nog een geluk, anders zou je niet meer kunnen functioneren in de gemeenschap van volkeren.

Ik zal geen poging doen om de conversatie hier te reconstrueren, veel meer dan zeven procent herinner ik er mij overigens niet meer van. We hadden het onder meer over Peter Sloterdijk en Geert Mak. Dat dat boek van Geert Mak over Europa zo moeilijk leest in bed. Dat Sloterdijk geen eenvoudige jongen is. Je kunt hem nergens bij indelen, hij hoort nergens thuis. En andere diepzinnigheden. Dan komt het moment van afscheid, mijn vrienden moeten naar huis, mij lokt de stad met haar bekoringen.

werk,vrienden,intelligentie,transcendentie,ego,cat power,alexander spence,skip,orval,drinken,cafes,schaterlachen,nazi s,eighties,kater,antwerpen,radio,televisie,ziel,restaurant,faust,greenwich,peter sloterdijk,geert mak,cafe kafka,cafe de monk,droom,rva,vpro

In café Kafka ontmoet ik een zielsverwant, al is het niet Kafka, zelfs niet Kamiel. Ik kan hem moeilijk ‘vriend’ noemen omdat ik hem nog maar twee weken ken. Maar ik noem hem toch maar zielsverwant. We houden onder meer van dezelfde muziek. Cat Power, Alexander Spence. Ik dacht dat ik de enige Belg was die Alexander Spence zelfs nog maar kende. Wat heb ik mij vergist. Vrijdagnacht in café De Monk bleek dat deze man zelfs de songs van Spence kon zingen, wat ik zelf niet eens kan. Ik kan helemaal niet zingen. In een van die liedjes van Alexander Spence (die ook Skip heet) komt de zin: ‘I’ve searched everywhere in heaven, but I’ve never found a friend like you…’ Ondertussen dronken we Orval, geloof ik, of was het Tripel van Westmalle? Ik denk Orval, niet omdat ik dat bier lekkerder vind, maar omdat het minder straf is dan de heerlijke Tripel. Ja, dit klinkt weer als een opstel. Zou ik het niet over een andere boeg gooien?

Die nacht heb ik in een droom zo liggen schaterlachen. Dat heb ik gisteren al verteld. Werklozen liepen in een processie en droegen elk een of ander grappig voorwerp. Een eindeloze stoet was het, op weg naar het stempelkantoor. Vroeger, nog in de jaren ’80 van de vorige eeuw, moesten werkloze Belgen elke dag op een ander uur een stempeltje gaan halen in een stempelkantoor. Ik heb dat zelf lang moeten doen. Vreselijk vernederend was dat. We moesten in dat kantoor in een rij gaan staan, op nummer! Nazi’s hadden het niet beter kunnen bedenken. Ik ben de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening er nog altijd dankbaar voor dat hij mij niet heeft vergast. Ik ben nu zeer ernstig. Het waren volgens mij zulke mensen als daar toen werkten die de Endlösung hebben bedacht. In ieder geval heb ik, in tegenstelling tot vrijdagnacht in mijn slaap, als werkloze nooit gelachen, toch niet als ik in de rij stond.


Trappist is lekker bier maar het is ook vergift. Over zaterdag kan ik daarom kort zijn (en over zondag ook). Ik had een flinke kater en in die toestand moest ik naar Antwerpen voor mijn radioprogramma. Ik neem in zo’n geval wat pilletjes tegen misselijkheid en braakneigingen. Anders zou het bijvoorbeeld kunnen gebeuren dat ik het mooie pak van de kaartjesknipper onderkots, en daarvoor ben ik veel te goed opgevoed. De treinreis leek drie keer zo lang te duren. Misschien is dat een nevenwerking van die pilletjes? Eens in Antwerpen loop je dan dan misselijk over de Meir, tussen al die prille zonnige winkelende meisjes. Het is een verschijnsel dat ik heel sterk met Antwerpen associeer, prille zonnige winkelende meisjes. Vervolgens wat nachos met een glas bier; mijn vriend PG in hogere sferen; toch nog een radioprogramma maken dat enige samenhang vertoont; konijn met pruimen en abrikozen bij de vrienden; met een vroege trein weer naar huis.

Gisteren voornamelijk zitten suffen en me laten deprimeren door een programma op de VPRO over vrouwenhandel. Zonder enige glamour, gelukkig – maar wel een wakende nachtmerrie.

02-04-06

GELAUWERD

radio,sargasso,blogs,bekroning,trots,hoochiekoochie,voorbereiding,zero de conduite,2006

Icoon

Vandaag heb ik een leeg hoofd. Ik heb niet echt iets te vertellen en dat doe ik dan ook beter niet. Ik kan me van de voorbije twee dagen maar één ding herinneren dat de moeite waard is om te vermelden: ik heb liggen schaterlachen in mijn slaap. Een heerlijke ervaring. Overigens weet ik hoe ik aan dat lege hoofd kom. De radio. Mijn programma. Ik investeer al mijn gevoelens en emoties in die muziek. Daarna moet ik weer opgeladen worden. Maar laat me niet beginnen met van dat gepsychologiseer…

Dan is er toch nog iets anders: ik kan hier heel moeilijk zwijgen over mijn gevoel van trots. Het zit namelijk zo. De website Sargasso uit Nederland heeft een overzicht van de situatie in weblogland gepubliceerd in het kader van de ‘Battle of the Blogs 2006’. Hoochiekoochie heeft van Sargasso een kroontje gekregen. Met andere woorden: hoochiekoochie is nu in het bezit van het Sargasso Kwaliteits Keurmerk! Het is wel wat vreemd omdat ik helemaal aan geen battle of the blogs heb meegedaan. Maar dat hoeft ook niet. Sargasso stuurt zelf acht scouts op pad om de kwaliteit van de weblogs te beoordelen. En voilà, nu kan ik op mijn lauweren rusten. Of, neen, net niet. Voortaan ken ik geen rust meer. Ik vrees dat ik mijn reis zal moeten annuleren. Want je kunt dat keurmerk ook verliezen, door bijvoorbeeld te weinig te posten. Maar als ik nu eens niets te vertellen heb? Wat dan? Hemeltje.