22-03-06

TEGEN DE TIJD



Tegen de tijd dat de zomer eindigt in het begin
Zijn we vanuit de buitenkant naar binnen gekomen
In opstand
In braakland
We hinken er lustig op los zonder enige expertise
Doordeweeks gekleed of op zijn zondags.

Dagen dat we proberen een trompet te vinden
In een houten Marokkaanse fluit
Zo'n ding waar je geen geluid uit krijgt
Je staat dan voor de spiegel als een trompe l'oeil
Of een thuisgebleven admiraal dat kan ook.

Nachten dat we liggen te tellen de sabels
Of allerlei vachten en daaronder verborgen
Instrumenten dodelijk nauwelijks omzwachteld
Een klier van een kerel die weer iemands buik openrijt
Legt jou daarna in de watten en van de weeromstuit
Moet je lachen maar huilen staat je nader.

Daar liggen we dan niet eens onder de sterren
Maar onder een al te bekend dak niet het onze
En even voor het ontwaken stoppen wij al deze dingen
Goed weg in laden in kastjes in donkere kamers
Voor het geval dat iemand toch nog iets recht
Komt trekken.

Tegen het begin van de zomer die eindigt in de lente
Zijn we vanuit de binnenkant naar buiten komen lopen
En leunen nu wat tegen onszelf aan
Midden in een veld van klaver
Daar sta je dan een vogelschrik in welstand.

01:11 Gepost in Gedicht | Permalink | Commentaren (1) | Tags: tijd, dag, nacht, landschap |  Facebook

Commentaren

.. mooie wereldkaart, die van hieronder.
en mooie watten, die van hierboven.

Gepost door: evy | 22-03-06

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.