21-03-06

NACHTELIJKE TOCHTEN



Ik loop met jou in een urinekelder.
Zwarte asters die met hun bladeren
Beschimmelde bakstenen bedekken.

In mezelf verbrokkelt de wereld
Zonder woorden om zin te geven
aan wat rest van de dagen.

Ik loop met jou door een dwazentuin
waar slaapwandelaars weelde vergaren
en gebral triomfeert.

Niets betekende wat jij zei.
"Spreek mij tegen
of ik zeg een verkeerd woord."

Ik loop met jou hand in hand
over Borges’ wereldkaart.
“No shit”, zei je.

Haat tegen de gouden tijd
Van de voorouders gloeit in onze ogen.
Tot wij met onze mobiele telefoontjes
Televisietoestellen stukslaan.

‘s Morgens braken we afschuw uit
Voor het dagelijks bestaan
En denken: ons geluk is opgebruikt.

De commentaren zijn gesloten.