15-03-06

HET BARRE LAND, DE RIVIEREN EN HET GROTE MEER



Ik wandel in een landschap van ondiepe plassen en riviertjes. Waarschijnlijk heerst hier al lange tijd droogte. De dorre onvruchtbaarheid geeft de omgeving een ongewone schoonheid. Roestbruine en rode vlekken, desolaatheid. Geblakerde aarde. Overal in het rond liggen koperkleurige stenen. Een riviertje met bijna stilstaand water en roestige kiezelsteentjes op de bedding. Ik wandel niet langer. Zonder me ervan bewust te zijn heb ik plaats genomen in een lichte kano en roei zonder bestemming. Het water is transparant als kristal van Val-Saint-Lambert. Hier en daar verheffen zich eilandjes boven het oppervlak. Stenen, rotsblokken. Het riviertje is nu zo ondiep dat roeien bijna niet meer mogelijk is. Ik raak de grond met mijn riemen. Iemand die me begeleidt wijst me in de verte een plek aan, waar het beter is om te roeien, en toch ook niet gevaarlijk.
Maar ik moet wel aan land gaan - het riviertje mondt immers niet uit in dat meer. De bodem is hier nog net zo dor en overweldigend als waar ik vandaan kom. Mijn kano draag ik zelf, wat niet moeilijk is, het is een lichtgewicht model.
Er is nauwelijks een niveauverschil tussen het wateroppervlak van het riviertje en het vasteland en tussen het vasteland en het wateroppervlak van het meer ook niet - water en land liggen in elkaars verlengde. Geen sprake van hoogte of laagte.
”Dit is hier het gebied van het barre land, de rivieren en het grote meer”, zegt mijn begeleider.

Nu vaar ik op het meer. Wat is het hier kalm, vredig. Geen wind, geen storende geluiden. Niet lang kan ik van die harmonie genieten. Een stem in mij dwingt mij ertoe rechtsomkeert te maken. Maar waarom altijd terugkeren?

De doorgang, de lange engte gelegen tussen het meer en de rivier waarlangs ik moet terugvaren is omhooggestuwd. In plaats van het land verheft zich dreigend een hoge stenen muur. Waarschijnlijk is het een stuwdam. Het water zal gezakt zijn zonder dat ik het heb gemerkt. Maar wat nu?De muur is, wat je er ook van zeggen mag, een zeer kunstzinnig bouwsel. Hij lijkt enigszins op een (uitgedijde) sculptuur van Henry Moore. De steen is gepolijst en de openingen in de muur hebben ronde, vrouwelijke vormen. De hele muur is een spel van gebogen lijnen.

Ik sta boven op de muur. Tot mijn ontzetting stel ik vast dat er aan de andere zijde ook een afgrond gaapt. Dat brengt me aan het duizelen, de muur biedt geen houvast meer, ik moet loslaten, eerst de handen, daarna de voeten.

Commentaren

.. veel, veel, veel

Gepost door: evy | 28-04-06

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.