09-03-06

MIJN CREDO

moraal,schrijven,gedragsregels,credo,foto,martin pulaski,regels

Als je ziek bent heb je tijd om wat aan ‘bezinning’ te doen. De ziekte is een moment van rust in het gejaagde bestaan. Wat klink ik plechtig, herderlijk bijna. Het zij zo. Ik zat er aan te denken om ooit nog eens een soort van credo te formuleren. 

Bijvoorbeeld. Dat ik altijd verantwoordelijk moet zijn voor mijn daden. Dat een persoonlijke mislukking betekent dat ik zelf misluk en niet dat anderen mij doen mislukken. Dat goed en slecht niet perfect van elkaar te scheiden zijn. Dat er geen zuiverheid bestaat. Dat je altijd naar de jongeren moet luisteren en kijken. Zij brengen het nieuwe in de wereld en wijzen de weg naar de schoonheid en het ongewone. Zij geven ademruimte aan de ziel. Dat je altijd naar de ouderen moet luisteren en kijken. Zij kennen alle nuances van het bestaan. Dat je je eigen gedachten niet mag prijsgeven, maar dat je je ook niet mag opsluiten in je eigen gedachten. Dat je op elk moment moet luisteren, zien, voelen, ruiken: the politics of experience. Dat je nooit iemand mag verraden. Dat je de anderen moet behandelen zoals je zelf behandeld wilt worden. Dat je geen slaaf mag zijn van je gewoonten. Dat je tot het einde strijd moet leveren tegen berusting, moedeloosheid, verbittering, cynisme en ziekte. Strijden tegen de ziekte is ook strijden tegen de chaos. (Of moet je de chaos aanvaarden? Misschien toch wel. Het leven is chaos…)
Dat je het schrijven en de kunst nooit mag opgeven. De poëtische existentie. Ofwel schrijven ofwel niets. Leven in het ‘echte’, maar ook esthetisch leven. Dat betekent je wapenen tegen waanzin, geweld en vernietiging. Wapenen? Wil je wel wapens gebruiken? Liever instrumenten, toestellen, machines. Schrijven als reconstructie van een waardevol verleden en als verkenning van een raadselachtige toekomst. De ‘grote voorbeelden’ verzoenen met de ‘gewone mensen’. Geen hiërarchie aanbrengen. De blik van Walt Whitman, van Max Ernst, van Virginia Woolf.

De commentaren zijn gesloten.