03-03-06

TEENBEAT EN DE GEUR VAN DE UNDERGROUND


tiq 4 februari '67


De voorbije nacht lag ik te denken aan mijn oude muziek- en undergroundtijdschriften uit de jaren ’60 en begin jaren ‘70, voor het merendeel verwoest door waterschade, toen ik in een vochtig appartement woonde in Antwerpen in de glamoureuze jaren ‘80. Hoe belangrijk die tijdschriften voor me waren! Ik geloofde zo ongeveer alles wat er in stond, alsof het de uitspraken van profeten of evangelisten waren. Mijn ouders, mijn leraars wisten niets. De waarheid was in die flitsende artikels te vinden over carnaby street, Italiaanse brommers, revolutionaire cassetterecorders, de pil, mellow yellow, masturberen, de schoonheid van een bloot meisje, muziek van cowboys en easy riders, de veelkleurige droomwerelden van lsd-trips en de bizarre symboliek van underground films.

Hoe blij alleen al de geur van zo’n blad mij kon maken als ik het net gekocht had op een zonnige zaterdagmiddag in ‘mijn’ krantenwinkel in Maastricht, en later in de Free Press Book Shop in de Brusselse Spoormakerstraat. In mijn tienerjaren was ik verslaafd aan Juke Box, Muziek Express, Pop Foto, Muziek Parade. Dat waren eigenlijk vrij vulgaire fanblaadjes, zonder veel inhoud, tenzij je wilde weten welke de favoriete kleur van Brian Jones was. Daarna, vanaf 1966 veranderde de situatie grondig. Eerst met Teen Beat, Tiq, Taboe en Twen en daarna met Hitweek en vooral met Witheek, Aloha, It, Zig Zag, Crawdaddy, Rolling Stone. Het ging toen niet alleen meer over popsterren en hun voorkeuren, maar over onderwerpen zoals ik hierboven al opsomde, maar ook over utopieën, nieuwe manieren van leven en communiceren. Over de revolutie, die zeker zou komen. Er verschenen ook heel wat gestencilde provotijdschriftjes, zoals Lynx, en ik gaf er zelf ook een uit dat eerst Testament heette en later Subterranean. Rolling Stone ben ik vrij lang blijven lezen, niet alleen voor de muziekbijdragen maar ook voor de uitstekende artikels over Amerikaanse politiek, van gerenommeerde auteurs als Hunter S. Thompson, Tom Wolfe en Greil Marcus. Voor een groot deel bepaalde wat daar geschreven stond mijn wereld, ik twijfelde zelden aan de mening van deze en andere publicisten, zoals Jan Donkers in Nederland, die mij tot Gram Parsons en Hank Williams heeft ‘bekeerd’, waar ik hem nog altijd zeer dankbaar voor ben. Er blijven nog wel wat sporen over van die tijdschriften, in bepaalde opzichten ben ik er blijvend door beïnvloed, maar veel is het niet. De tijdschriften zijn tot pulp vergaan, de ideeën die erin werden verkondigd zijn achtergebleven in de gouden dagen. Rolling Stone lees ik niet meer sinds de jaren ’80, toen hoofdredacteur Jann Wenner er een yuppietijdschrift van heeft gemaakt. De Britse bladen zoals New Musical Express en Melody Maker hebben me nooit echt kunnen bekoren, vooral vanwege hun afzichtelijke lay-out. Om op de hoogte te blijven van wat er zoal gebeurt in de populaire muziekwereld lees ik nu toch weer Britse magazines, zoals Mojo en Uncut, maar helaas zien ze er nog altijd even onaantrekkelijk uit. Waarschijnlijk gaan de uitgevers er nog altijd van uit dat populaire muziek voor de ‘lagere klassen’ is en dat je die alleen kunt verleiden met wansmaak. Terwijl het net de intellectuelen zijn die meestal zulke slechte smaak hebben. Of heb jij al ooit eens een goed geklede intellectueel gezien misschien?

Commentaren

.. Neen. Maar sommige mensen spelen poppenkast.

En met Italiaanse brommers heb ik ook nog gereden. Ducati, Guzzi en Laverda. Met alledrie. Met veel vallen en opstaan. Zelfs toen al. Jàren geleden.

Gepost door: evy | 03-03-06

Reageren op dit commentaar

garelli ik met een gele garelli

Gepost door: martin | 03-03-06

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.