31-12-05

GROETEN UIT BARCELONA


liefde

Voor jullie allen mijn allerliefste wensen uit Barcelona, de hoofdstad van Europa. Drink veel, maar met mate.

23-12-05

HET BESTE VAN 2005



NY PRAIRIE WIND


Uit het hoofd: Neil Young – “Prairie Wind”. Cat Power – “The Greatest”. Sufjan Stevens – “Illinoise”. South San Gabriel - “The Carlton Chronicles: Not Until The Operation’s Through”. Bettye Lavette – “I’ve Got My Own Hell To Raise”. Bob Dylan – “No Direction Home”. Iron & Wine / Calexico – “In the Reins”. My Morning Jacket – “Z”. Aimée Mann – “The Forgotten Arm”. Bright Eyes – “I 'm Wide Awake, It's Morning “. Ro Theater / Guy Cassiers - “Proust 4”. Jim Jarmusch - “Broken Flowers”. Alexander Payne – “Sideways”. Walt Whitman – “Leaves Of Grass – Grasbladen. Vertaald door 22 dichters.” Murakami Haruki – “Norwegian Wood”. Bright Eyes in Botanique, Rilo Kiley in Botanique. Bettye Lavette in AB club. Mercury Rev in Koninklijk Circus. Walkabouts in AB. Edgar Reitz – “Heimat 3”. Bettina Rheims' foto's. Alles van the Kinks. Alles van Mazzy Star en Hope Sandoval.

Ziezo, dat is uit het hoofd. De rest zit in het onbewuste of is voor altijd uitgewist.

22-12-05

LAATSTE KLACHTEN VAN HET JAAR


hope16

Zeer waarschijnlijk zal dit mijn laatste notitie zijn, dit jaar dan toch. (Ik bedoel op hoochiekoochie, want ik heb nog altijd een cahier en potloden en pennen: een leven zonder computer hoeft niet tot wanhoop te leiden. De buikgriep daarentegen!)
Het is mijn voornemen om de volgende dagen toch af en toe nog eens iets te noteren. Zodra mijn computer is hersteld kan ik de resultaten van mijn feestvreugde dan met u delen. Als ik enige zinnige zinnen op papier krijg, in al dat gewoel.
Ik wens u allen alvast een fijne vakantie en veel geluk, waanzinnige liefde, gezondheid, verontwaardiging, opstandigheid en plezier in 2006 en de rest van uw lang leven.

Op de foto de hemelse zangeres Hope Sandoval.

19-12-05

WHEN THE MUSIC'S OVER...


SteveWynn


‘Boys don’t cry’ zongen de jongens vroeger, en dat is nog altijd het geval in wat wij de wereld noemen. Een wereld beheerst door George W. Bush, Arnold Schwarzenegger en andere gore helden. Kerels die zelf niet huilen, maar veeleer anderen willen doen huilen; het lijkt er zelfs op dat dergelijke sterke mannen de wereld willen vernietigen, met alle softies, dierenliefhebbers, asielzoekers, arabieren, kortom met alle mogelijke categorieën van ellendigheid die zij zich kunnen voorstellen erbij.
Ik heb gisteren urenlang gehuild, bijna de hele dag. Er waren vele redenen voor. Een reden was de toestand van de wereld, zoals hierboven al duidelijk werd. Een andere reden was dat ik mijn computer miste, dat dierbaar wezen (waar ik maandenlang mijn emoties in had geïnvesteerd). De dag voordien was mijn vriend B het wezentje komen halen om het naar Antwerpen te brengen, waar B’s vriend het zal proberen te herstellen. Het heeft een nieuwe ziel nodig, en misschien een nieuw hart. Zijn (of haar) geheugen is nog goed. Hoe lang dat zal duren weet alleen god, maar daar geloof ik niet in. Agata gelooft wel in god, maar ik niet. Ik geloof dat alleen Polen nog in God geloven, ik ben echter geen echte Pool. Ik doe maar alsof.

Bij het betreden van mijn kamer, zondagochtend, werd het mij droef te moede, om eens een oude uitdrukking te gebruiken. Ik dacht, ik zal wat lieflijke muziek opleggen, bij wijze van troost. Ik had onlangs speciaal een compilatie gemaakt van melancholische liederen, met dat doel – van troost in troosteloze dagen - voor ogen. Het derde lied was There’s Too Much On My Mind, van The Kinks, hier beneden, voorafgaand aan 'Het Nieuwe Leven' (een tekst die kennelijk te lang is, beweert een zekere Marlon, die overigens in 'Het Nieuwe Leven' zelf opduikt), aangehaald. Toen ik Ray Davies ‘there’s too much on my mind and there’s nothing i can say about it, there’s too much on my mind and there’s nothing i can do about it ’ hoorde zingen, werd het mij teveel. De tranen rolden over mijn wangen. En ik schaamde me niet. George W. en Schwarzenegger hadden mij gerust voor een keer mogen begluren.
Er zijn nog andere redenen, en ze zijn van zeer ernstige aard. Sommige kan ik onmogelijk onthullen, omdat ik het vertrouwen van mensen die me dierbaar zijn niet wil schenden. Vandaar ook die identificatie met het lied van Ray Davies: ik kan er niet over spreken. Eigenlijk denk ik dat ik er wel iets over zou kunnen zeggen, maar daarvoor heb ik tijd nodig, en die heb ik niet, aangezien ik thuis niet kan werken. Dit schrijf ik snel tijdens een vrij moment op het werk.


Mijn schoonbroer woonde in een klein dorp, op Mykonos, al een tiental jaren. Het is een goede kerel. Hij zou geen vlieg kwaad doen, zoals de mensen zeggen. Zowat een maand geleden heeft iemand hem in dat lieflijke dorp de kop ingeslagen. Schedelbreuk, twee weken coma. Mijn schoonbroer was met niets in orde. Ook niet met het ziekenhonds. Met de helikopter van Mykonos naar een beter ziekenhuis in Athene werd hij gevoerd. Maar was het een goed ziekenhuis? We betwijfelen het. Vervolgens werd hij met een speciaal vliegtuig van Athene naar Sint-Pieters hier in Brussel overgebracht. Dat gaat veel geld kosten aan de familie. Maar veel erger is zijn toestand. Kan er nog iets, of is het een stand die toe is? Zal hij ooit nog kunnen praten, lachen, lopen? We maken ons daar veel zorgen over. We zijn van streek. A, die zo al zelden echt gelukkig is – waarom weet niemand, waarom zijn sommige mensen toch zo ongelukkig? – is van streek. Het ongeluk heeft haar familie eens te meer getroffen. Een Griekse tragedie.

Gisteravond tegen wil en dank naar Steve Wynn & the Miracle 3. We hadden vrijdagavond al kaartjes voor Julius C. van Dood Paard in de la laten liggen. Ik dacht echter dat die muziek ons zou opbeuren, een mooiere wereld voor ons zou openen. Dat was ook mogelijk geweest, omdat Steve Wynn daartoe in staat is, met zijn aanstekelijke songs, met zijn opgewekte, dynamische melodieën, met zijn jong-dylaneske stem en vloeiende gitaarlijnen. Met zijn positieve punk attitude. Is dat laatste een tegenspraak? Voor mij althans niet. Zoals te verwachten was heeft de muziek ons niet opgebeurd. A’s gevoelens hebben het begeven, haar zenuwen hebben het begeven, haar gezond verstand heeft het begeven. Haar vermogen om plezier te maken is omgeslagen in afschuw en haat. The horror! In grote droefheid, misnoegdheid en verontwaardiging zijn we huiswaarts gekeerd. Vreemden voor elkaar, niet in staat elkaar te troosten, elkaar het onzegbare te zeggen. Niet in staat om lief te hebben. Nooit in mijn leven heb ik zo verlangd naar een machine als gisteravond na dat concert. Maar wat had ik met die machine kunnen doen? Ik was verblind door het leven, sprakeloos, verlamd. Zou ik ooit nog kunnen spreken? En was dat van enig belang.

14-12-05

HET NIEUWE LEVEN


on the barge

Wat doe je op dit strand? Je weet het niet. Je loopt in de zon die het zout in je huid brandt. Achter je rug rijdt een Volkswagen voorbij. Een rode vlek die vermoeid klinkt. In een van de witte huizen zingt een vrouw een lied. Maar je luistert niet. Je hoort de koekoek roepen in de dennenbomen. Toen je klein was. Koekoek. Koekoek.Koekoek. Met je vogelborst was je zelf die koekoek. Harde kale berken stonden tussen de dennen. In de koude bossen.

Maar niet lang blijf je daar rondhangen. De hitte van Lissabon verjaagt je rijke gedachten. En rode wijn uit de witte stad danst in je hoofd. Er is geen schaduw. Alleen deze wrange smaak op de tong. Alleen de oceaan.

Met zijn rug naar Europa zit op een steen een neger. Een zwarte Homerus die niet meer vertelt. En jij? Vertel jij hém iets? Over je schaduwrijk land. Over de Noordenwind en zijn woeste zee. Onze gitzwarte zee. Onze koude wind. Hoor je zijn lied, Violetta? Hoor je de meeuwen schreeuwen? Mijn platteland schreeuwen ze. Onze meeuwen. Mijn platteland. Er hangt wat pek aan hun vleugels. Wat baggerspecie.

Als je zijn gegier terughoort stopt hij je weer tussen de arme lakens. In je donkere kamer. Achter de versleten gordijnen. Over Vlaanderens helden weet iedereen alles. Wie zij liefhebben en wie zij bedriegen. De kleur van hun ogen en van hun dasspeld. En dat zij allemaal te koop zijn. Maar wat gebeurt achter de gordijnen? Waar geen zout in de huid brandt. Waar je leeft op de gele bladzijden van de gelezen en leven zal op de witte bladzijden van de ongelezen boeken.

De Noordenwind. Je ontsnapt niet aan zijn streken. Mijn goede vriend, zegt hij. Je zwarte haren rukte ik uit. Je dromen sloegen voor mij als Arabische paarden op de vlucht, als Arabische vluchtelingen lieten ze alles achter. Wat wanhopige minnaars met zichzelf doen, dàt deed ik met je illusies. Ik gooide ze van het balkon naar beneden. Wat waren ze bloedeloos, die illusies van jou. Wilde je ze zelf buitenschoppen Had je genoeg van de verstikkende lucht die ze verspreidden? Metafysische systemen, zegt hij, die kreeg je voor niets. De zwarte sneeuw moest je er wel bijnemen. Dank zij mij, zegt hij, keerde je die dwaasheid de rug toe.

Ging het zo? Wie zal het zeggen? Wij zijn zo begaan met onze eigen mythologie. Ja, je ziet het al gebeuren. Je stapt in het vel van de verongelijkte minnaar. Gaat met de deuren slaan. Omdat je aan een ander denkt. Altijd iemand anders dan degene die je bent. Een die je zijn wil. Een die je graag was geweest. Een derde. En met een andere derde op nog een ander strand.

In dat kleine café aan de haven. Daar zat je nooit. Aangetrokken door het lied op de jukebox omstreeks middernacht. Liep je er voorbij. Liep je er nogmaals voorbij met je kop op het kussen. Alleen met je gedachten over het universum en op de pick-up Paul Anka's Hello Jim. Je hand voerde het ritueel uit om de kosmos en de liefjes te vergeten in onschuldige slaap. Binnenstappen deed je niet. Je was op je hoede voor het gevaar. De blauwe zeeman met het bloedgleufmes. Een vent als twee druppels water je vader. De dreiging uit zijn dronken ogen. De zatte broederschap van zes uur 's morgens. Het blote vlees op hoge hakken. De diepgang van gelogen liefde kende je uit het hoofd. De daad was overbodig.

Onverhoeds wat wrange woorden. Bitter tegen je dame uit de mond gemorst. Geen esdoornblad bij de hand. Geen Venetiaans masker. Als de wijngeest zijn dwarse danspassen zet in je dagdroom. Als hij zijn rode hoofd schudt en zijn blanke voeten verroert. Met je schampere tong een moment van geluk verspild. Onmin gezaaid. Maar weet je het dan niet? Je krijgt geen tweede kans. De tijd staat niet stil. En niet elk decennium baart een renaissance. Niets duurt hier lang. Het aftandse doek gaat op. Je zegt een paar woorden. Het aftandse doek valt. Ook Elvis werd dik en moest heengaan. De waarheid is eenvoudig. Op het einde doet iemand de deur dicht.

Hoor hem eens zingen, mijnheer. Hij is in de wind. 't Zal zo'n hula hula lied zijn. Hij valt nog steeds voor Hawaïanen. Met vreemd gestemde gitaren. Hùn muziek vond je niet op de jukebox. En niet in de platenwinkel in het dorp. Hij wist alles van de Hawaïanen. Dat ze goed waren, met eerlijke ogen. Hij zei, zo wil ik ook zijn. Met net zo'n vette buik en zo'n gekleurd hemd en zulke ogen.

Luister nu maar. Doe die was maar uit je oren. De kust is klaar.Alle gevaar is geweken. De rode Volkswagen is een kleine kever geworden, vlekje vermiljoen aan de horizon. Ja, nu hoor je al beter. 't Klinkt minder exotisch dan je vermoedde. 't Is geen blues wat zij zingt. Geen Tristan und Isolde. 't Is meer zo'n levenslied. Zo een waarin rake klappen worden uitgedeeld. Waarin alle leed toebehoort aan de zwakken en alle honger aan de armen. Verdriet schittert als diamant in de vergeten straat. Het bekende melodietje. Wat lijkt het op het oude deuntje. Van de kleine jongen in pied-de-poule met gouden polshorloge. Het brave mannetje dat zijn weg verloor.

Wat deed hij in de buitenwijken? Hij wist het niet. De stadsranden met hun geur van seringen. Wat verder de stinkende giftige krotten. Waar de ongewensten wonen. De propere mensen een doorn in het oog. Een doorn in het donker gestreeld en gekoesterd. Zijn wij niet proper! zeggen de propere mensen. Zijn wij niet goed! Ja natuurlijk, als je eerst de anderen slechtmaakt en uitbant.

Is het niet mooi, dan? Aan de drooglijn het ondergoed met woestijnvlekken in die geen waspoeder eruit krijgt. Moestuinen. Netels en pisbloemen tussen het puin. Een vermolmde sinaasappelkrat uit Spanje. Een Cortinawrak in het bosje. Een roestige Flandria-brommer. Daar verloor het brave ventje zijn weg.

De deuntjes lokken ons naar de steden. Die levens opbranden als regenwoud. Daar gaan wij op zoek naar schoonheid. Niet in de natuur. Die wij slecht noemden en hebben gedood. In de steden bezoeken wij de musea. De rotte appelen van Cézanne. Nature morte, still life. We aanschouwen beelden van goden, van engelen, van de natuur die wij verloren in een kinderspel. In de steden wandelen wij door groene parken. Bestuderen wij de namen van de bomen. Vieren wij Pasen vanwege het woord. Wij verliezen onze tijd. Slaan op de vlucht voor een wonder. Onze wieg stond in Hollywood. Daar ben ik geboren. Daar voel ik me thuis. Mijn moeder heet Marilyn. Mijn vader heet Marlon. Noem mij maar Elvis. In die naam voel ik mij thuis.

Gevoelens, zei je? Gevoelens zeggen niets. Het woord doet denken aan dikke kale priesters. Toeterzatte venten stinkend uit hun bek. Vrouwen van over de veertig verlangend naar de operatietafel. Zonsondergangen in Napels op digitale foto's. Zo'n karretje met koele watermeloenen. Een ritje op de rug van een kameel. Drie muntjes in de fontein. Altijd zoals in een lied. Wij dromen er lustig op los en weten het: Dromen zijn bedrog. Voor kostschoolmeisjes en Freudianen voedingsstof.

Three coins in the fountain. Each one seeking happiness. Verliezen is scheepsrecht, zeg je. De beste schippers staan aan de toog. Rollen over de vloer Lazarus achterna. Vestigen zich op het Eilandje En verliezen hun gezond verstand. Ballingen die graag thuis zouden komen. Waarom zou je iets voelen voor hen?

Jij gaat op zoek naar schoonheid. In de ogen van moordzuchtige cowboys. In het gekwek van zuipende wijven in louche kroegen. Op de wangen van jongetjes met puisten. Titaantjes die friet eten en voetballen. In de fervente ogen van jonge meisjes die pa en ma brutaal de rug toekeren. Op zoek naar schoonheid in schofterige seksfilms zonder actie of plot. In de dialogen van smakeloos geklede boeven tevreden met hun lot. Bij uitvretertjes thuis. Mislukkelingen die haring eten met mayonaise. Of sardientjes uit blik. Op met jenever doordrenkte bierviltjes kribbelen zij hun onsterfelijke verzen, denkend aan hun moeder, aan hun eerste lief tussen de dennenbomen, denkend aan Walt Whitman. Die schoonheid zoek je soms. Als je het aankunt. Als je lever nog meewil. Als je longen het toestaan. Als je bereid bent.

Neen, zeg je. Ik heb mijn buik vol Vlaanderens helden, zelfingenomen nulliteiten die rondzwerven op golfterreinen of door onze straten jagen in Jaguars. Hun huizen vol kitsch en schone kunsten. Voortaan hou ik van pure Vlaamse lelijkheid. Wat wij pure Vlaamse lelijkheid noemden, aldus beschouwden. Daar hou ik van. Dit is het nieuwe leven. Vanaf nu bewonder ik de baksteen. Ik ga op bedevaart naar Rupelmonde. Die duivenkoten. 'k Zie ze zo geire. Mosselen met friet. Een tripel van Westmalle en een boterham met plattekees. Vlaamse karbonade. Witlof en spruiten. Een heerlijk nieuw leven met een bord vol spek en bloemkool. Schipper naast Mathilde op DVD. Bobbejaan Schoepen op CD.

Je verbergt je waanzin in een houten kistje en gaat naar de kermis. De vrouw met de drie tieten ga je zien. De dame met de baard. De madam met de elf vingers. De koning der boksers. Op de kermis haal je je olie. Daar steek je je licht op. Vanaf heden ben je te vinden op de foor. Kramer onder de kramers.

Begin een nieuw leven. Houd van de taxichauffeur die kotst in het Centraal Station. Vraag de Brabantse dwerg in ruil voor de blonde jongen op het Lido. Dat Noorse matroosje van Visconti. Geef Madonna gratis en voor niks erbovenop. Verlang naar de WC-madam in de Quick. Dat is vast een goed mens. Een die veel peren heeft gezien. Die een wijsje kan meezingen. Na de dagtaak is ze wellicht een van die zuipende wijven in de louche kroeg. Sluit ook haar in je hart.

Je zit niet om raad verlegen? Al goed. Je moet niet overdrijven met het tegendraadse. Schoonheid kan ook doodgewoon schoonheid zijn. Zo'n beeld van Klee. Zo'n Zone van Apollinaire. Zo'n Atalante van Jean Vigo. Zo'n Blue Moon Of Kentucky. Zo'n Doodslied van Blind Willie McTell. Op doodsliederen heb je het wel begrepen. If the blues was whiskey I'd stay drunk all the time. Zo'n bottleneckgitaarsolo van Blind Willie Johnson. De duim over de bassnaren, de melodie van de langere vingers. And the people did run and pray. And the people did run and pray. And the people did run and pray. And the people did run and pray. And the people did run and pray. Dat antieke voorhoofd. Die Ethiopische trots. Emotie stroomt uit elke noot. Uit elke porie.

Hoe speel je het klaar? Je gooit je niet zomaar voor de leeuwen. Je weet hoe het moet. Je beheerst de dingen die je doet. En die doe je goed. Je hebt je beide handen onder controle. Je moet niet overdrijven met het tegendraadse. Je moet je kunsten kennen. Je talenten. Ze hangen aan je handen en je lippen. Schoonheid stroomt uit elke porie.

Wil je nog een goede raad? Luister dan. Je moet altijd naar alles en iedereen luisteren. Je moet alles horen. Luisteren naar het verdriet van Michelangelo. Luisteren naar de vrouwen die de kamer binnenkomen leuterend over baby's en tepelzweren, de stam van de holenbeer en de truitjes van Marc'O Polo. Het geheimzinnige van hun stemmen. Ook het gerinkel van hun koffiekopjes kan verrukkelijk klinken. Luisteren naar Connie Francis en Anneke Grönloh. Naar de rolschaatsers buiten op het trottoir. De trage wagens in de beregende straat. De dreunende bussen. Zo'n bellende tram met reclame van Captain Iglo op z'n flank. Die nu ook in dit gedicht zijn plaats vindt. Sponsor kom maar op met dat geld! Generale! De Leeuw! Vooruitzicht! Colombia! Baggerwerken De Paepe! Saddam Hoessein! Hier met dat geld! Ik zal je sandwichman zijn. Ik zal je naam door de straten dragen.

Luister. De steden zitten als brandkasten met goudstaven vol met verhalen die uitpuilen van schoonheid en gevaar. Je kunt er niet naast kijken. De parels liggen voor het rapen. De zwijnen doen er niets mee. Maar jij.

Drie muntjes in de fontein. De eeuwige liedjes stijgen je naar het hoofd. Door hùn woorden bekijk je de wereld. Maar je kunt er niet op dansen. Verloren gelopen jongetje in pied de poule pak met je gouden polshorloge. Met je nauwe schoenen. Met je stramme benen. Met je beeld uit de oude tijd dat je aankijkt in de spiegel. Wat heeft ie een gek hoedje op. Je luistert niet. Je maakt het jezelf lastig. Je verklaart jezelf gek. Je geeft je aan bij de instanties. Je stopt je ziel weer in het kistje. Terug in het houten kistje. Rustig.

Je zit op een steen in het brandende zand aan het water. Voor eeuwig in de zon. Alles is wit en verblindend. Je bent rustig. Gelukkig zonder verhaal. Je moet niets meer vertellen. Je bent thuis. Voor altijd bij het water.

11-12-05

THE KINKS : TOO MUCH ON MY MIND


‘There’s too much on my mind’ van Ray Davies (the Kinks) is een van de meest melancholische songs ooit gemaakt. Het is een lied vol troost en schoonheid. Dit is de tekst:

There's too much on my mind,
There's too much on my mind,
And I can't sleep at night thinking about it.
I'm thinking all the time,
There's too much on my mind,
It seems there's more to life than just to live it.

There's too much on my mind,
And there is nothing I can say.
There's too much on my mind,
And there is nothing I can do
About it,
About it.

My thought just weigh me down,
And drag me to the ground,
And shake my head till there's no more life in me.
It's ruining my brain,
I'll never be the same,
My poor demented mind is slowly going.

There's too much on my mind,
And there is nothing I can say.
There's too much on my mind,
And there is nothing I can do
About it,
About it.

There's too much on my mind.

HANDEN EN VLEUGELS


De zoon zit neer met in zijn handen zijn vaders postzegels uit alle landen van de wereld.Waarom zo'n verzameling, denkt hij. Wat heeft ze toegevoegd aan zijn leven? Wat blijft mij over? Is er een methode voor het bestaan?

Soms twijfelt hij aan de zinnen die zijn lichaam dragen. Af en toe, in vertwijfeling of wanhoop, gaat hij naar de haven toe, waar mannen met geruite hemden aan de schepen, die hun bonte vlaggen voeren, lossen en weer laden. Grote witte vogels spiegelen zich er in het water. Dokwerkers en meeuwen (geen leeuwentemmers, geen efemere fotomodellen) bezegelen opnieuw de zekerheid van zijn wereld met hun handen en hun vleugels.

07-12-05

BERGMANESK, ETCETERA


zevende zegel
 

STILTE 1.

Heel stil ben ik en toch wordt wat ik niet zeg nog gehoord. Misschien wil ik wel dat mijn zwijgen wordt afgeluisterd, zoals de seriemoordenaar ernaar verlangt te worden gepakt (zegt het cliché). Zwijgen als de dood. Of van de dood een deugd maken? Dit klinkt allemaal wel Bergmanesk.

VRIJE WIL.

Het is mijn wens om vrij te zijn.Maar ik weet het niet. Ik voel me gebonden, opgesloten in een gevangenis van stilte en vergetelheid. "Free at last, free at last", maar toch werd hij doodgeschoten. Martin Luther King. Ik weet het echt niet of wij vrij kunnen zijn. Vaak citeer ik dan maar iemand, als ik het niet weet. Bob Dylan bijvoorbeeld:

“Life is sad
Life is a bust
All ya can do is do what you must.
You do what you must do and ya do it well,
I'll do it for you, honey baby,
Can't you tell?"
(Uit Buckets of Rain, op Blood On the Tracks)

SCHIMMEN.

Een schim is maar een woord. Maar een woord. Maar een woord kan diepe lagen aanboren, in de psyche, in het lichaam, in de wereld. Het woord schim is een pijl recht naar het hart. Het woord legt zenuwen bloot, haalt de grond onder de voeten weg. De schim waarover ik het onlangs had, was geen echte schim, geen visioen of hallucinatie, het was een woord, een metafoor, maar met een reële stem, met een duidelijk traceerbaar accent. Ik gebruik geen drugs en ben geen alcoholist.

VERONTWAARDIGING.

Ik ben met niets tevreden en heb niet echt iets. Niets om over naar huis te schrijven. Soms is er een kleinigheid, soms is er helemaal niets. Zelfs geen grond onder je voeten. Zelfs geen schim. Zelfs geen stem. Misschien heb je wel veel als je met alles tevreden bent, als je berust in je lot. Maar dat is dan ook weer niet goed. Gisteren las ik in de krant het woord 'verontwaardiging'. Dario Fo wil burgemeester van Milaan worden en zegt dat we te weinig verontwaardigd zijn over allerlei onaanvaardbare gedragingen en toestanden. Ik denk dat hij gelijk heeft en dan kun je natuurlijk niet berusten in je lot en met alles tevreden zijn.

STILTE 2.

Ik heb me stil gehouden. Door de ramen van de wereld gekeken tot ik erbij neerviel. Tegen die ramen gesproken, als er zich schimmen lieten zien. Naar de schimmen achter die ramen heb ik geluisterd. Vooral geluisterd, ja. Me stil gehouden. Nu ben ik op van de zenuwen, zoals men zegt. Schimmen. Woorden. Kon ik maar aan mezelf ontsnappen in een mooie, grote auto met een goedgeklede en zwijgzame chauffeur, om het even waar naartoe als het maar weg is van de wereld (zoals Baudelaire het wenste). Maar je weet dat ik dat niet kan, mijn lief, net zomin als ik een Bergman kan zijn.

BLUES VAN HET SCHIMMIGE BESTAAN



Voor Jim Jarmusch en Wim Wenders

Niet naar Berlijn rijdt deze trein.
Niet naar Berlijn breng ik deze bladen.
Deze lege volhheid,
Deze volle leegte.
Dit begin van een storm
Deze siddering in mijn leden
Breng ik niet naar Berlijn.

In de richting van een haven rijdt deze trein.
In de richting van een diepe rivier.
Ik denk aan het water in de haven.
Ik denk aan het water in de diepe rivier.
Want dat water weerspiegelt haar ogen.
Haar ogen weerspiegelen de hemel.
De hemel weerspiegelt haar ziel.

Ik probeer alle liederen te vergeten.
Ik probeer alle liederen te vergeten.
Ook die over de liefde probeer ik te vergeten.
De liederen over de ogen en de handen van mijn geliefde
Die nu bij de kapper zit in het helle licht
Probeer ik te vergeten.
Maar ik kan niet. De liederen over de liefde
Blijven in mijn leden sidderen.

Vanuit de trein zie ik vitrines
Waarin hoeren hun huid belichten.
Hoe zij daarin van haar verschillen.
Zij die haar eigen ogen belicht
En de ogen van haar vrienden
En de ogen van haar geliefde
De ogen van de dorpen en de steden
De ogen van de wereld.

Niet naar Berlijn rijdt deze trein
Vol vreemden, zo nabij en zo ver.
In een andere wereld lijken zij te leven.
Niet in de wereld die haar ogen belichten.
Niet in de woorden die zij spreekt.
Niet in haar naam die ik niet aankan.
Deze wanhoop breng ik niet naar Berlijn.

Ik zwijg en denk aan het water.
Ik denk aan niets en niemand.
Ik denk, ik heb geen leven.
Ik denk, er is geen trein.
Ik denk, ik kom nergens aan.
Ik kom nergens aan, denk ik.

Het enige wat ik wil is blijven.

05-12-05

IN MEMORIAM LINK WRAY

 

link wray,ab,rock and roll,rock,pop,popcultuur,robert gordon,dood,gitarist,gitaar,pulp fiction

Zanger en gitarist Link Wray overleed begin november in Kopenhagen. Dat is precies een maand geleden. En ongeveer even lang ben ik op de hoogte van zijn dood. Waarom heb ik er dan met geen woord over gerept, terwijl ik zijn muziek bijna dagelijks op mijn iPod hoor? Ik weet het niet, ik moet het antwoord schuldig blijven. Link Wray was zeker geen muzikaal genie, maar hij was origineel en echt. Het door velen geprezen instrumentale ‘Rumble’ (ook te horen in Pulp Fiction) heeft mij nooit zo kunnen bekoren, maar ik ben wel gek op de platen die Link Wray in het begin van de jaren negentienzeventig heeft opgenomen, voor het grootste deel in een schuur. Link Wray was een halfbloed Shawnee Indiaan. Zulke mensen krijgen altijd minder kansen dan anderen en wellicht heeft hij om die reden zijn toevlucht moeten zoeken tot een dergelijke minimalistische studio. 

Muziekliefhebbers die geïnteresseerd zijn in stevige gitaarrock met country- en gospelinvloeden (of americana) raad ik de volgende elpees aan: LINK WRAY (1971), MORDICAI JONES (1971), BEANS AND FATBACK (1973), BE WHAT YOU WANT TO (1973), THE LINK WRAY RUMBLE (1974) en de twee platen die hij samen met Robert Gordon opnam, ROBERT GORDON WITH LINK WRAY (1977) en FRESH FISH SPECIAL (1977). Allemaal zeer de moeite waard.

 

link wray,ab,rock and roll,rock,pop,popcultuur,robert gordon,dood,gitarist,gitaar,pulp fiction

In de periode dat Link Wray met de wat overroepen Robert Gordon samenwerkte heb ik hem ook live aan het werk gezien in de AB. Dat was een van de meest intense concerten die ik ooit heb bijgewoond. Ik ben er met nogal zware koorts naartoe gegaan, op de vooravond van mijn verjaardag, aan het begin van de zomer, en als een genezen jongeman heb ik de AB toen verlaten. Miraculeuze genezing! Natuulijk had ik wel behoorlijk wat Jim Beam gedronken, want dat hoorde bij die muziek en bij de wijze waarop ik toen leefde, en die drank helpt ook tegen griepjes wordt beweerd. Om te weten in welk jaar dat precies was, zou ik mijn dagboeken moeten gaan uitpluizen, maar het zal waarschijnlijk in 1979 zijn geweest, de tijd van the Clash, the Jam en the Slits (waar ik toen ook nog van hield, dat is nu veel minder het geval).
Link Wray was een man naar mijn hart. Niemand speelde gitaar zoals hij. Om je er een idee van te vormen, mocht je hem niet kennen, raad ik je aan om te beginnen met I’m So Glad op Beans And Fatback, terug te vinden op de compilatie-CD Guitar Preacher - The Polydor Years.
Link Wray werd geboren op 2 mei 1929 en stierf op 5 november 2005: voor een rock & roller kan dat tellen.

04-12-05

ALL IS A PROCESSION / WALT WHITMAN


Die ode aan de grote beer is niet geschreven. Wel de ervaring van een treinreis, maar die tekst onthul ik vandaag nog niet. Er is nog werk aan. Gisteren op de trein heb ik niet alleen wat zitten schrijven maar ook gelezen in de nieuwe Nederlandse vertaling van Walt Whitman's Leaves Of Grass. Dit stukje wil ik toch even citeren, maar dan wel in het origineel:

The man's body is sacred and the woman's body is sacred... it is no matter who,
Is it a slave? Is it one of the dullfaced immigrants just landed on the wharf?

Each belongs here or anywhere just as much as the welloff... just as much as you,
Each has his or her place in the procession.

All is a procession,
The universe is a procession with measured and beautiful motion.

03-12-05

ODE AAN DE GROTE BEER


poe


Ik heb een kater en ben verliefd op een schim, of op meerdere schimmen.
Een kater heb ik van wijn en vooral van Westmalle Tripels. Die wijn dronk ik met vrienden uit Gent in het restaurant Bij den Boer. Het bier in café Kafka. Ja, ik was het bijna vergeten, als aperitief een caipirinha in de Archiduc. Daar stond Arno aan de toog. Ik denk dat hij daar vaak staat. Ligt hij dan niet meestal in bed met een van zijn madammen? Hij zag er oud, moe en eenzaam uit. Ik heb een kater en voel me oud, moe en eenzaam.Toch ben ik uitzonderlijk eens een keer om halfeen gaan slapen en is het geen drie of vier uur geworden. Dat kan niet als je om halfeen gaat slapen. Het was een mooie avond, we hebben zelfs gelachen. Maar ook over dementie en de dood gepraat en over de verdwijning van onze vriend JFK Canard.

De buurt rond Sint-Katelijne ziet er schitterend uit. Dit is geen metafoor, alles schittert er echt. Het speet ons al een beetje dat we in een restaurant hadden gereserveerd, je kon op de kerstmarkt allerlei lekkere dingen eten, van Spaanse churros tot Finse versgerookte zalm. Als ik mijn camera had bijgehad dan had ik foto’s kunnen maken en die op flickr zetten en dan had ik me niet moeten vermoeien met deze dingen hier te noteren. Schrijven als je een kater hebt is als zingen met een stoflong. Hoewel ik geen stoflong heb, denk ik, en ook niet kan zingen. Toch zing ik soms, maar dit geheel terzijde. Zulke vergelijkingen zijn loze beweringen. We weten helemaal niets. Nu moet je niet denken dat Bij den Boer geen goed restaurant is, want dat is het wel. Ik kan alleen niet goed tegen wijn en trappist, zowat de lekkerste dingen die ik ken. Is dit een opstel, dat ik hier zit te schrijven?

Gisterochtend was ik doodmoe en had ik ook al een beetje een kater. Ik was donderdagavond na een voorstelling van Baraque Frituur in de KVS pas om vier gaan slapen. Baraque Frituur was bijzonder grappig. We hebben wat afgelachen. Het stuk van Ivan Vrambout gaat over de clichés die Vlamingen over Walen gebruiken (en vaak als waarheid aannemen) en vice versa. Het onderwerp ‘stoflong’ werd er in aangesneden. Boterhammen smeren voor de kinderen. Werken tot je erbij neervalt. Lui met je gat in de zon liggen op een terril. Maar het leukste waren de citaten uit Mieke Maaike’s Obscene Jeugd, van onze Vlaamse viezentist. Als je een meisje met een Frans accent allerlei schunnigheden uit dat boekje hoort debiteren, lijkt het wel alsof ze zaad in de mond heeft in plaats van speeksel. De vier acteurs waren uitstekend, twee Vlaamse en twee Waalse. Er werden geen oplossingen aangereikt voor Brussel-Halle-Vilvoorde. Wel werd natuurlijk het Vlaams Blok nog eens goed belachelijk gemaakt, de mannen met de vlaggen. Ze weten niet eens dat die leeuw uit Arabië komt. Niet dat ik me om die reden wil gaan opblazen in Irak of zo. Ik luister liever naar muziek of lees een boek van Stendhal. Zelfs ben ik nog liever verliefd op een schim. Ik ben al vaak verliefd geweest in mijn leven, dat duurt een paar maanden en dan ebt het weer weg. Gedaan met de slapeloze nachten en het schrijven van lullige poëzie. Maar ik ben nog nooit verliefd geweest op een schim. Na de voorstelling van Baraque Frituur bood de KVS een kleine receptie aan. In plaats van hapjes waren er frieten. Een goed idee. En wijn, wat minder toepasselijk was. Maar we hebben er toch van gedronken. In de bus naar huis heb ik stomverbaasd zitten lezen in The Murders In the Rue Morgue. Edgar Allen Poe was echt wel een genie. Wat zit ik hier een opstelletje te schrijven als ik eigenlijk een verhaal van Poe of Borges zou moeten lezen! En verliefd te wezen op een schim. Ik was bijzonder euforisch tijdens die busrit. Thuis moest ik mijn computer opgestart krijgen, want ik wou nog iets schrijven over Baraque Frituur. Dat opstarten heeft meer dan een uur geduurd. Van mijn euforie was niet veel meer overgebleven. Gelukkig had ik in een nachtwinkel nog een trappist kunnen kopen. Die was net leeg toen de computer in gang schoot. ‘Welkom’ zei hij. Maar wat had ik nog te vertellen? Ik was alles vergeten. Gelukkig hoorde ik toen opeens een stem. De stem van een schim. Die praatte er maar lustig op los, en ik luisterde, en al luisterend werd ik verliefd op de stem van die schim. Op het timbre, op het accent… Ze leek een beetje op die van Meryl Streep in Sophie’s Choice. Een heel avontuur. Ik wist niet waar ik het had. Van slapen kon bijna geen sprake zijn. Toch ben ik gisteren al om negen uur weer opgestaan. Ik voelde me helemaal niet opgetogen. Ik had denk ik wat de blues wordt genoemd. Hoe kon ik die stem ooit terugvinden. Hoe kon ik van die schim, waar ik inmiddels verliefd op was geworden, iemand van vlees en bloed maken, iemand met een zachte huid? Een perzikenhuid. Met borsten als druiventrossen. (hier begint de lullige poëzie al, en het plagiaat). Ik kon het niet. Je mag trouwens niet verliefd worden als je gehuwd bent. Dat is verboden. Neen, dat mag niet. Dan zet je alles op het spel. En spelen mag eigenlijk ook al niet, ook al wordt dat veel gedaan in de verhalen van Edgar Allen Poe, om het nog niet over Poesjkin te hebben. Maar je weet hoe beiden aan hun eind zijn gekomen. Geniale verhalen schrijven over verliefde kaartspelers is gevaarlijk en kan je je leven kosten. Dat zou op boekomslagen kunnen staan, zoals de opschriften op sigarettenpakjes.

Nu moet ik dit opstel beëindigen, net op het ogenblik dat het wat begon te worden. Maar ik moet mijn radioprogramma nog wat voorbereiden en dan moet ik naar Antwerpen vertrekken. Het is de eerste zaterdag van de maand, dan maak ik Zero de Conduite op Radio Centraal, samen met mijn vriend Patje, die ik meestal niet noem. Ik heb de vrienden met wie we zijn gaan eten, de liefste mensen van de wereld, ook niet genoemd. Patje heet ook niet werkelijk Patje. Maar iedereen noemt hem wel zo. Het was onlangs zijn verjaardag. Proficiat Patje! Ik heb een boek voor hem gekocht. Dat mag ik wel schrijven, want hij heeft geen computer, hij kan dit niet lezen. Of hij zou al naar een internetcafé moeten gaan, wat weinig waarschijnlijk is. Ik zal meteen eens bellen, om te horen waar hij zoal uithangt. Maar die schim, die laat me meer niet los. Is het de muze die weer opgedoken is, of is het een gevaarlijke sirene en moet ik was in mijn oren stoppen? Ik weet het niet. Ik zal wel zien. Maar ik wil wel weer graag opnieuw leren slapen. Slapen lijkt me een leuke bezigheid. Ik denk dat de levenshouding van Warren Zevon (I’ll sleep when I’m dead) niet zo goed was. Lang leve de slaap! De vergetelheid. De zijnsvergetelheid. De zinsverbijstering. Op de trein naar Antwerpen zal ik dan misschien nog een ode aan de Grote Beer schrijven of andere onzin.

02-12-05

HET TOEVAL WIL DE BOMEN


het toeval wil de bomen
zo kaal vandaag
gelaten laten wachten
op licht

het toeval wil de woorden
zo arm vandaag
als armen die niet tot de kruinen
reiken
alles wat is gebeurd
is ook niet gebeurd
in één zelfde ogenblik

en wij die de verschrikking
van de wereld zijn
wij vreemden hier voorbij
gewandeld