31-10-05

TERUG UIT ANDALOUSIE


jaen


We zijn weer thuis. Terug uit het land waar de sinaasappels bloeien. De spannende avonturen die ik in Andalousië heb beleefd, kan ik nog niet uit de doeken doen. Later misschien? Nu ben ik moe, moe, moe. Moe van die avonturen natuurlijk (voornamelijk luisteren, praten, eten, drinken, weinig slapen), moe van ritten met taxi’s, wachten in luchthavens, turbulente vluchten, club sandwiches en Heineken pils, late aankomsten, Brussels by night en koffers uitpakken. Andalousië is een betoverende regio, vriendelijk en gastvrij, met een geschiedenis die wellicht nog rijker is dan de onze, en, belangrijkst van al, de mooiste vrouwen van de wereld. Maar wat hebben die Spanjaarden – of alleen maar de Andalousiërs? - een slechte smaak op gebied van populaire muziek! Hun verteltalent is dan weer ongeëvenaard; als ik in hun gezelschap ben schaam ik me telkens weer om mijn schraalheid. Ik ken geen enkel verhaal, tenzij dat ene, narcistische, het mijne. Wat dat betreft lijk ik op Rousseau en Montaigne. Maar dan zonder hun uitzonderlijke, bijna bovenmenselijke begaafdheid en gracieuze stijl, zonder hun grote geest.

Hoe zoet en leerrijk een reis ook is, het is nog zoeter om weer thuis te komen, bij de geliefde, en bij de boeken en de muziek. "Gee, it's great to be back home!"

Foto: Martin Pulaski

23-10-05

VERTREK NAAR JAEN


Morgen om kwart voor vijf op. Dat wordt moeilijk, vooral omdat ik moeilijk vroeg in bed kan en tot op het allerlaatste moment (maar wanneer is dat precies?) nog allerlei ‘belangrijke’ dingen wil doen.
Ik vertrek naar Jaén, een kleine en kennelijk toeristisch weinig aantrekkelijke stad in Andalousië. Het is een studiereis met wat in het officiële jargon een delegatie van de Vlaamse Gemeenschap wordt genoemd. Ik ga er met een groep jonge mensen bekijken hoe het met de jeugdhuizen in de provincie Jaén is gesteld. We zullen er ongetwijfeld veel mensen ontmoeten, ambtenaren en gewone stervelingen. (Ach, ambtenaren zijn natuurlijk ook gewone stervelingen.) Om 7 uur vertrekt het vliegtuig naar Madrid, daar moeten we twee uur wachten, dan vliegen we verder naar Granada en vandaar gaan we met de taxi naar het honderd kilometer noordelijker gelegen Jaén. De volgende dagen bezoeken we een aantal stadjes en dorpen en hun jeugdhuizen: Torredelcampo, Porcuna, Arjona, Baeza en Alcala La Real. Volgende zondag keren we terug via Granada en Madrid.

Ik betwijfel dat ik tijdens die drukke week iets zal kunnen posten, als we al een internetaansluiting vinden. Maar die schade haal ik dan wel in vanaf Allerheiligen. Misschien zal ik veel te vertellen hebben.
Mochten de mensen ginds mij tegenvallen heb ik nog altijd Het boek der rusteloosheid van Pessoa en TC Boyle's The Inner Circle, een roman die zich afspeelt in het milieu van Dr. Alfred Kinsey. Bovendien heb ik mijn ipod volgestopt met mijn uitverkoren muziek. De nieuwe cd’s van Shelby Lynne, My Morning Jacket, Ryan Adams en Calexico staan erop. Maar jullie kennen mijn muzikale voorkeur al… Natuurlijk ontbreken Bob Dylan en Betty Lavette ook niet.

Afscheid nemen valt me altijd moeilijk. Ook nu weer. Maar het moet, en daarom maak ik van deze de laatste zin. Voorlopig.

22-10-05

BETTYE LAVETTE : I'VE GOT MY OWN HELL TO RAISE


BETTYE LAVETTE 3


Je weet het al of je weet het nog niet of het maakt je niet uit: op de dag van alle heiligen treedt Bob Dylan op in Vorst. Maar wat je misschien nog niet weet en wat je misschien wel interesseert is dat Bettye Lavette, de meest miskende queen van de soul, op de dag van alle zielen, alle zielen jongens en meisjes!, optreedt in de AB club, voor 10 euro. Nog nooit van Bettye Lavette gehoord? Geloof me dan op mijn woord: het is een buitengewone soulzangeres, die zichzelf trouw is gebleven, die zich niet heeft laten kapot maken door pooiers, drank, drugs, geld en platenmaatschappijen (zoals bijvoorbeeld Aretha Franklin) en die nu pas eigenlijk de kans krijgt om echte platen te maken en ze ook uit te brengen. Hieronder citeer ik een tekst van He Made A Woman Out Of Me, een song geschreven door Burch/Hill en een ‘moderne’ kitchensink versie van The Taming Of the Shrew en in de jaren zestig net geen hit voor Bettye Lavette. Bobbie Gentry coverde het lied, en het werd ook gebruikt in de soundtrack van Alamo Bay in een productie van Ry Cooder. In dat laatste geval ging het om een schuchtere maar moedige, zeer blanke, en enigszins perverse versie door de actrice Amy Madigan. De uitvoering van Bettye Lavette werd echter nooit overtroffen. Ivo Van Hove had ze kunnen gebruiken in zijn bewerking van Het temmen van de feeks (waar wel een prachtig Cheree van Suicide in werd gebruikt).

He made a woman out of me

I was born on a levy
A little bit south of Montgomery
Mama worked in the big house
And daddy he worked for the County
I never had no learnin'
Until I turned 16
When Joe Henry come up the river, yonder
Law, made a woman out of me
Lord, he made a woman outta me
I used to tease Joe Henry
Guess it served me right
Wasn't long till he left me
Crying out in the night
Joe Henry had his say
He wouldn't set me free
I fear to tell everybody
That the man made a woman outta me
Lord, he made a woman outta me
When I think back to that day
So long ago
I get a little feelin' on my mind
Although it hurt me
There's one thing I know
When he left, he left him a woman behind
When I meet another young man
Wantin' to love and run
My mind goes back to Joe Henry James
And a heck of a job he done
Ain't no other man let me down
You see I been set free
Ever since way back yonder
When Joe made a woman outta me
Lord, he made a woman outta me
Lord, he made a woman outta me
Joe made a woman outta me
Lord, he made a woman outta me
Joe made a woman outta me
Lord, he made a woman outta me

21-10-05

IVO VAN HOVE TEMT DE FEEKSEN!


feeks


Verveling, zuchten. Waar vindt een mens energie? Zoals de actrices en acteurs van Toneelgroep Amsterdam. Gisteren zag ik een verbluffende opvoering van De getemde feeks (of Het temmen van de feeks) door dit illustere gezelschap. Ivo van Hove is een visionair, pervers en uitdagend regisseur. Shakespeare’s komedie was niet echt komisch, hoewel ik vaak heb gelachen, vooral bij situaties waar het ‘normale’ abnormaal werd genoemd, en het abnormale - bijvoorbeeld het hooliganisme - tot norm verheven. Het fijne stijlmiddel van de omkering! Ik heb ook hard gelachen met de zakenman Baptista Minola (Hugo Koolschijn, een schitterend acteur) toen die zelf in de lach schoot. Hans Kesting als Petruchio is weergaloos. Halina Reijn als Katarina, de feeks die moet worden getemd en Karina Smulders, als haar ‘brave’ zus Bianca lijken met plezier hun perverse en tegendraadse rollen te vertolken. Ze schrikken voor niets terug, niet om in een koelkast te kruipen, niet om zich voor een zaal bejaarde Rotary-leden te 'laten' neuken, niet om op een tafel te gaan staan en daar te pissen, niet om – ergste feit van de hele voorstelling volgens De Standaard – een werkelijk ontroerend pleidooi te houden voor de onderdanigheid van de vrouw. Waarom vinden sommigen dit zo erg? Dat is gewoon The Taming Of the Shrew: de vrouw wordt haar plaats gewezen, uiteindelijk is ze getemd en geeft ze toe dat ondergeschiktheid en gehoorzaamheid aan de man de natuurlijke toestand is. Dat staat zo in het stuk. Betekent dat ook dat Halina Reijn en Ivo van Hove dat vinden? Dat weet ik niet en dat maakt me niets uit. Ik weet wel dat Halina Reijn op een tafel heeft staan pissen. Dat lijkt me niet echt onderdanig. Dat is gewoon polymorf pervers. Het stuk was na twee uur al gedaan en kreeg helaas geen staande ovatie. De bejaarde leden van de Rotary club hebben nog tot een stuk in de nacht schuimwijn en bier staan drinken. Ze hadden nette pakken aan, geen hooligan-kostuums. Wij hebben zelf schuimwijn en bier staan drinken en hebben de bejaarde leden van de Rotary club goed in de gaten gehouden. We voelden ons zeer jong. Tot deze morgen de wekker begon te rinkelen.

19-10-05

VERNIETIGING EN ZELFVERNIETIGING

gauguin,muziek,neil young,pessimisme,ecologie,vernietiging,zelfvernietiging,pop,popcultuur

De orkanen blijven komen. Westerse excellentie. Wij vernietigen onszelf bijzonder graag met precisie. Hoe meer we ons met techniek omringen hoe ongelukkiger en hulpelozer we worden. We vernietigen niet alleen onszelf maar ook de aarde die ons heeft voortgebracht, en de dieren die ons vooraf gingen en waaruit we ontstaan zijn. Had Gauguin dan toch gelijk: best van al de 'wildernis' en zo ver mogelijk van de beschaving weg leven en sterven? Of zoals Neil Young nu zingt: bury me on the prairie. Neil Young zingt dat lied op een cd en een dvd, technische hulpmiddelen die ons de das omdoen, de nek omwringen, de adem benemen. Neen, ik ben in geen goede stemming. De goede vibraties vullen niet langer de ether. Welke remedies voor deze weltschmerz? Opium, morfine, ether, spinazie? Of toch nog een keer het utopische 'After The Goldrush' beluisteren?

WESTERSE INVLOED


Sophocles, Heraclitus, Van Eyck, Bosch, Vermeer, Bach, Velasquez, Montaigne, Shakespeare, Goya, Hölderlin, Flaubert, Nietzsche, Schubert, Schumann, Kafka, Proust, Musil, Debussy, Ravel, Bartok, Robert Johnson, Hank Williams, Jean Renoir, Fritz Lang, John Ford, Luchino Visconti, Ingmar Bergman, Elvis Presley, Martin Scorsese, Bob Dylan.

POSTMODERNE HERFSTSONATE


De mooie dagen hebben we gehad. De moeilijke weken en maanden ook. De herfst is er: paddenstoelen, rode wijn, kastanjes, en druk druk druk. Voor velen zal het een heerlijke zomer zijn geweest, maar voor velen ook niet. Ik denk nu aan de mensen die getroffen werden door orkanen en aardbevingen of ten prooi vielen aan zware ziektes en geweld. Het verhaal van de gelukkigen wordt niet verteld. Zij hebben met hun bootjes op een kalme zee gevaren en zijn veilig teruggekeerd naar de thuishaven.
Zelf mag ik niet klagen. Er is mij niets tragisch overkomen. Maar allerlei echte of vermoede kwalen hebben mij vaak verhinderd van het leven te genieten, of zelfs alleen nog maar mensen te ontmoeten. Ik heb wel veel ontmoetingen gehad met artsen allerhande. Gisteren nog was ik te gast bij een cardioloog. Een van de vriendelijkste mensen die ik ooit heb ontmoet, maar ik was er niet op de koffie of om over boeken te praten. Ik moest onderzocht worden. Ik geloof niet dat ik ooit zo zorgvuldig ben nagekeken. De dokter zei dat ik een moedige man ben! Waarom? Omdat ik zo heb zitten trappen en duwen en hijgen op die fiets. Ik ben er nog altijd zeer moe van. Maar met mijn hart is er niets mis, dat is nu duidelijk, daar moet ik me geen zorgen meer over maken. Ik mag fietsen, lopen, zwemmen, dansen… Maar wijn en koffie moet ik achterwege laten. En ik moet veel slapen, dat schijnt gezond te zijn. De dokter zei dat er niets mis is met mijn hartsaangelegenheden. Mijn duivel verschuilt zich in mijn darmen, het is een duivel die mijn ziel in leven heeft geroepen. Een zware last die ik tors, sporen uit het verleden, moedeloosheid, slapheid, berusting… Gebrek aan zelfvertrouwen. Ja, dat is mijn grote kwaal: gebrek aan zelfvertrouwen. En een cardioloog moet me dat zeggen, terwijl ik al een tweetal psychoanalyses achter de rug heb, die telkens jaren hebben aangesleept!

Neen, ik ben een gezonde man, behalve dat hoesten natuurlijk. Maar genoeg daarover. Er spoken Spaanse woorden in mijn hoofd. Ik ben nog maar net terug uit de Spaanse les, hier in Anderlecht. Veel heb ik nog niet geleerd, maar het zal zeker de moeite lonen. Als een mens dingen bijleert is hij tevreden. Spaans is ook niet zo maar gekozen, uit verveling of iets dergelijks. Ik vind het een mooie taal, ik houd van de Spaanse cultuur, Borges en Lorca horen bij mijn favoriete schrijvers en ik ga ook vaak naar Spanje en naar La Palma.

Wat hebben we toch weinig tijd. Ik wil films zien, naar het theater, allerlei dingen schrijven, vrienden ontmoeten, lezen, muziek beluisteren. De voorbije weken heb ik maar enkele cd’s beluisterd: No Direction Home en The Gaslight Tapes van Bob Dylan, Laura Veirs, Neko Case en vooral Ryan Adams, die met Jacksonville City Lights, wellicht zijn beste plaat heeft gemaakt.

Ik heb veel tijd besteed aan de flickrvrienden. De verwante zielen in cyberspace. Hoewel het geen echte contacten zijn, bieden de woorden van sommige van deze mensen me toch vaak veel troost. Bij sommigen heb ik het gevoel dat ik ze al jaren ken. Het is wel een verslaving geworden, waar mijn sociaal leven en mijn huwelijk onder lijden. En zo komt het ook dat ik veel te weinig slaap en zelfs de lokroep van seks me niet altijd meer als sirenenzang in de oren klinkt. Maar nu moet ik echt in bed. Volgende maandag vertrek ik naar Jaén, en dan moet ik genezen en uitgerust zijn, zodat ik daar in het verre Andalousië niet de impressie nalaat dat wij Belgen slappelingen zijn, altijd moe, lusteloos, besluiteloos en met een ziekelijk gebrek aan zelfvertrouwen.

Toch nog dit: luister eens naar Me and the Devil Blues van Robert Johnson.

16-10-05

ELVIS, KANSAS CITY WINE, HOESTEN


elvis 2


Ik geraak maar niet van mijn hoest af. Overdag gaat het wel, maar vanaf acht uur 's avonds ongeveer begint het. Een soort van geblaf dat van heel diep komt, en elke dag een beetje dieper, lijkt het wel. Ik moet er de dagboeken van Kafka eens op nalezen. Die man kon daar heel levendig over schrijven, over zijn kwalen en het verschrikkelijke dat ons allemaal te wachten staat. Lucinda Williams, Sharon Stone, Bob Dylan, Koningin Paola, alle baliemensen van alle hotels waar ik ooit heb gelogeerd, al mijn vrienden, mijn nichtje in Ontario, mijn broer in Lanaken, de muggen die om mijn hoofd zoemen (en het is al midden oktober, wat zit ik te klagen als we nog zo'n mooie dagen mogen meemaken).

Was ik toch maar van die hoest af en bevond ik mij maar in Zweden of ergens in Rusland, in zo'n naargeestig stuk van Tsjechov of Strindberg of Ibsen of in een film van Bergman. Die personages lijken nooit te zullen sterven en als ze al hoesten is het eerder kuchen, heel lichtjes, met een fijn zakdoekje voor de mond. Ook al gaat het over de dood en het eeuwige zwijgen, iets wat Franse filosofen onbekend is, toch blijft het enigszins lichtvoetig en luchtig, als slaapkamers die net zijn schoongemaakt, met de hoofdkussens weer mooi op hun plaats en... Terwijl in Kansas City geile mannen hun whisky zitten te drinken ergens op de hoek van 12th Street en Vine. Het is whiskey met een e maar ze noemen het Kansas City Wine. Ze hebben bloeddoorlopen ogen en leven niet veel langer dan een vlinder, een mus die van het stadsbestuur gif wordt toegediend. Lastposten die liedjes zingen over lust en ongenoegen.

They got a crazy way of loving.

Als de bussen maar op tijd rijden.

Verboden: dialecten, benzedrine, Lucky Strike en alle andere sigaretten, alle whiskymerken maar ook drankjes waar maar 2° alcohol in zit, pulpromans, boekskes, slechte vrienden, sport, kunstlicht, kunstenaars, katholieken, gezelligheid, gebraden kippen die in de rij staan te wachten voor een treinkaartje of voor om het even wat, de catechismus, het rode boekje, boekenrekken van ikea, pseudo-surrealisten, 'grapjassen', Andy Warhol na zijn dood, Luc Tuymans. Enozovoort. Kom mij maar niet vertellen dat je van de Las Vegas Elvis houdt. Bullshit! Elvis was cool in 1954 op Sun, dan nog enkele singles op RCA, zoals Don't Be Cruel en tenslotte, zijn hoogtepunt, From Elvis In Memphis in 1968, een laatste stuiptrekking voor de karatelessen en de bananenburgers. Long Black Limousine, het grootste kunstwerk ooit.

You gotta make up your mind between me and the cherry wine.

15-10-05

PESSOA EN ONZE VELE ZELVEN


pessoa


Fernando Pessoa schrijft in Het boek der rusteloosheid dat ieder van ons meerdere anderen is, een uitgebreide reeks zichzelven. “Daarom is degene die de omgeving minacht, niet dezelfde als die zich erover verblijdt of eronder lijdt. In de uitgestrekte kolonie van ons zijn bevinden zich lieden van velerlei soort, die verschillend voelen en verschillend denken.”

Dat is helemaal waar. Vroeger, als me weer eens werd aangewreven dat ik mezelf tegensprak - “gisteren zei je dat het wit was en vandaag beweer je dat het zwart is” -dan verdedigde ik mij met de stelling dat elke mens twee kanten heeft en verwees daarbij onwillekeurig naar de psychoanalyse met het bewuste en het onbewuste (wat sommigen het onderbewuste noemen), of naar de dialectiek met de these en de antithese, of naar het Oosterse denken, met yin en yang, of naar de linguïstiek en de taalfilosofie met de tekst en de subtekst, en zo kon ik nog wel wat voorbeelden aanreiken. Maar het ging daarbij telkens om twee facetten van een mens.

Ik denk nu dat wat Pessoa beweert veel juister is. Wij bestaan uit veel meer dan twee zelven. De ene dag vind ik Brussel een aangename stad om in te leven, de andere dag, meestal als bij donker weer, erger ik mij aan de stank, het lawaai en de lelijkste gebouwen van de wereld. Het ene moment heb ik het enigszins verheven over Fernando Pessoa, het andere moment sta ik te dansen op de muziek van The Walkabouts of Los Lobos. Ik ben een jongeman van 25 en dan kijk ik in de spiegel en zie ik een ander zelf en denk ik: bijna even oud als Neil Young, als Bob Dylan. Beide mannen zijn op het nippertje aan de dood ontsnapt. Hoe lang heb ik nog te leven? Wat staat er mij nog te wachten? Ik moet dringend eens naar de nieuwe cd van Neil Young (Prairie Wind, beeldige titel) luisteren om te horen wat hij daar over denkt. Wat staat er mijn generatie te wachten? De boomers… Maar als jongeman van 25 heb ik nog een grootse toekomst voor mij. Er zijn nog zoveel mogelijkheden.

Een van mijn zelven ging gisteren naar het Kaaitheater waar Chunking van Grace Ellen Barkey, choreografe van Needcompany, werd opgevoerd. De voorstelling had één voordeel: ze duurde niet lang, zodat we al snel naar het café konden, om te hoesten en Duvels te drinken. Wat een vervelend gedoe! Wat denken deze mensen? Dat ze kunstenaars zijn of wat? Ik ben natuurlijk geen theaterrecensent die met behulp van een aantal hoogdravende woorden allerlei kwaliteiten verzint omdat hij anders de volgende keer misschien niet meer wordt uitgenodigd om champagne te komen drinken. In mijn ogen ging deze voorstelling nergens over, ging ze nergens naartoe, betekende ze niets en, erger nog, was ze onsamenhangend, langdradig en lelijk van uitvoering. Alleen het decor was echt heel mooi. Daar heb ik dan ook veel zitten naar kijken. In het derde deel werd ‘gedanst’ op Kill yr Idols van Sonic Youth. Sonic Youth was ooit cool, begin jaren negentig. In het zwart geklede kunstenaars dweepten met deze band uit New York. Basspeelster Kim Gordon vonden ze het einde. Niet alleen omdat ze een knappe blondine was, maar vooral omdat ze een kunstenaar was. Ze stelde tentoon in echte galerijen! Maar luister toch eens naar Sonic Youth. Die jongens en meisjes kunnen niet spelen en niet zingen. Ik ken maar een song van hen die de moeite loont en dat is Tunic, over Karen Carpenter. Maar dat lied is vooral mooi door het onderwerp en niet echt door de uitvoering.

Ik had nochtans veel verwacht van Chunking, omdat ik enorm veel houd van het werk van de Needcompany. Isabella’s Room, No Comment en the Snakesong Trilogy waren echt wel goede stukken. “Het onderbewuste is als een slapende vulkaan en Chunking is jouw ‘wake-up call’!” schrijft Elke Janssens in het programmablaadje. Hoe komt het dan dat ik voor een keer zo goed heb geslapen? En dat mijn vulkaan zich nog altijd in comateuze toestand bevindt?

In een interview met Grace Ellen Barkey las ik dat ze het Brussels openbaar vervoer vreselijk vind. De reizigers worden als vuilniszakken behandeld, zegt ze. Dat is honderd procent waar. Had ze daar maar een stuk over gemaakt. Over die vuilniszakken die in bussen worden gestopt, in trams, in metro’s, in treinen; die worden afgeblaft; die niet weten waar ze naartoe worden gevoerd; die in duistere stegen worden gedumpt omdat de bestuurder vindt dat het zo welletjes is geweest en terugkeert naar af. Of die een half uurtje in een donkere bus moeten zitten wachten tot de bestuurder zijn sigaret heeft opgerookt. En dan maar hopen dat de man tijdens de rit geen hartaanval krijgt.

De Duvel daarentegen was bijzonder lekker. België is een fantastisch land, als je een glas bier voor je hebt staan. Maar een van je zelven komt toch weer roet in het eten gooien als je wat pindanootjes zit te eten: jongen, die zijn slecht voor je cholesterol, en al dat zout! Als je niet oppast krijg je nog een hartaanval. En een ander zelf krijgt een hoestaanval, zodat het naar de toiletten moet snellen, om daar in alle intimiteit een bevrijdend salvo af te vuren. En nog een ander zelf hoort Slow Train Coming van Bob Dylan in zijn hoofd opklinken.

13-10-05

OUDE BOEKEN, NIEUWE SPELLING

 

films,schrijvers,handke,scannen,varia,borges,groene boekje,oude boeken,boeken,literatuur,spelling,koopverslaving,agata,flickr,pessoa,etc,stad,steden

Er verschijnt een nieuw groen boekje, met nieuwe spellingsregels voor de Nederlandse taal. Ik heb de oude spellingsregels nog niet eens onder de knie. De taalgevoelige lezer van hoochiekoochie zal dat al wel gemerkt hebben.


Een ander nadeel van de spellingswijziging is dat mijn boekenverzameling alweer veroudert en daardoor waarschijnlijk in (financiële) waarde afneemt. Toch heb ik niet het voornemen de vertalingen die ik nu bezit van Borges, Proust, Pessoa, Borges, Casanova, Rousseau, Nietzsche, Schopenhauer, Kierkegaard en de kinderen van mindere goden aan de papierversnipperaar te offeren en nieuwe edities aan te schaffen.
Wat ik al geleerd heb is dat we niet het verkleinwoord van ‘haiku’ als ‘haikutje’ mogen schrijven; daar is een speciale regel voor uitgevonden, waardoor haiku’tje verplichte kost wordt. Dat is belangrijke informatie voor een dichter.

Mijn koopverslaving is overigens verschoven van boeken en cd’s – waar ik weliswaar nog niet helemaal van ben afgekickt – naar dvd’s. Gisteren heb ik de ‘volledige’ collectie films van Jim Jarmush gekocht (jammer dat Dead Man eraan ontbreekt), evenals beide delen van Once Upon A Time In America (Sergio Leone), Memento (Christopher Nolan), Kill Bill (Quentin Tarantino) en The Deer Hunter (Michael Cimino). Als deze verslaving nog toeneemt leidt ze me rechtstreeks naar het armenhuis.

Agata L. bracht me ertoe om boekomslagen van boeken van Fernando Pessoa en een gedicht van Peter Handke te scannen en de resultaten op flickr te zette, als ‘propaganda’ voor uitstekende literatuur.Ik houd overigens van de zenachtige eenvoud van Agata’s dagboek. Zelf leef ik in de stad en de stad leeft in mijn hoofd. Het is allemaal bijzonder complex en chaotisch. Geen wonder dat mijn weblog eruitziet zoals ze eruitziet. Of is weblog mannelijk? Toch maar dat nieuwe groene boekje aanschaffen misschien?

11-10-05

MEDEDOGEN MET PHILOCTETES


philoctetes 3

Philoctetes, onderweg om met de Grieken in de Trojaanse oorlog te gaan vechten wordt op het eiland Lemnos in de voet gebeten door een slang. Al kort daarna druipt stinkende pus uit zijn voet en vloekt hij het uit van de pijn. Zijn gezellen laten Philoctetes verzwakt en hulpeloos achter op het onbewoonde eiland. Philoctetes is kreupel en heeft geen andere hulpmiddelen dan zijn boog en zijn pijlen, "zonder andere vrienden dan de dieren die tevens zijn voedsel waren."
Tien jaar later komen de Grieken hem weer zoeken, want inmiddels hebben ze begrepen dat ze zonder de boog van Philoctetes de oorlog tegen Troje niet kunnen winnen. Ze komen niet terug om hem te helpen, of uit schuldgevoel en schaamte, maar alleen omdat ze hem kunnen gebruiken. Hij is niet meer dan een middel om een doel te bereiken.

Bij Sophocles, de schrijver van deze tragedie, is er echter de troost van het koor dat smeekt: "Heb mededogen met hem!"
En Philoctetes zegt het volgende:
"Red me, heb mededogen, in het besef dat elk sterfelijk leven vatbaar is voor gevaar en vreselijk onheil. Er kunnen goede dingen gebeuren, maar ook het omgekeerde is mogelijk. Iemand die niets te lijden heeft moet op zijn hoede zijn voor vreselijk onheil en vooral als het je goed gaat in het leven, moet je oppassen dat je niet onverwacht te gronde gaat."
Sophocles was kennelijk negentig toen hij deze tragedie schreef.

09-10-05

ZIEKTE EN MORAAL


Na een lange slaap, hopend op beterschap, ben ik even in mijn werkkamer komen zitten. Komen zitten. Werken kan ik niet. Lezen? Als je wanhopig bent en ziek en als er niemand is om troost bij te vinden en als er geen zekerheid is over de volgende droom en de volgende nachtmerrie? Als het toeval geen uitweg meer biedt en de dood bijna aantrekkelijk lijkt (zonder enige romantiek of pathetiek, bedoel ik wel).

Ik zit te denken dat de wereld een goede plaats is. Of liever dat de wereld een goede plaats zou zijn zonder ons, mensen. Jim Morrison heeft daar op een enigszins pathetische manier over gezongen, maar hij had gelijk. Wat hebben wij mensen de aarde aangedaan! De mensen zijn een schimmel op de aardkorst. Wat wij elkaar aandoen is al even erg. Voor een paar euro snijden wij elkaar de strot over of verklikken elkaar, leveren elkaar over aan de bloeddorstigste vijand. Bij de mensen is het de gewoonte de zieken en de zwakken uit te stoten, op te sluiten, te vernietigen met medicijnen, of gewoonweg uit te roeien in kampen, zoals de nationaal-socialisten deden.

Wij vernietigen elkaar met precisie. Waarom? Om de race te winnen? Of gewoon zomaar, de theorie van Darwin bevestigend. Alsof we die theorie niet kunnen bevestigen en toch vrij zijn en zelf beslissen over wat we doen en niet doen. Een soort van moreel leven leiden, waarbij we ervan uitgaan dat iedereen gelijk is, waarbij we zeggen: bejegen de andere zoals je zelf bejegend zou willen worden. Kennelijk een eeuwenoude gedragsregel die niet meer is dan dat: eeuwen oud. Nu is het ieder voor zich. En toch weiger ik dat te aanvaarden. Ik blijf mijn oude waarden trouw. Maar zoals Bob Dylan zingt: I've been double crossed for the very last time.

ALLE MUZIEK ONTSTAAT UIT EENVOUD


goya ets


Koorts geeft me zin om erop los te gaan. Art Pepper's jazz vult de kamer, Lucinda Williams met haar hitsige stem hebben we net gehad, niet letterlijk maar wel onbeteugeld. Did you only want me for these three days? En altijd the Beatles weer, You never give me your money.

Martin Scorsese over de blues op BBC. Kan iemand beter in de huid kruipen van een ontdekkingsreiziger op zoek naar de wortels van een muziekvorm? Wat blijkt? Alle muziek ontstaat uit eenvoud, bijvoorbeeld een klein fluitje, met twee gaatjes, en wat tromgeroffel. Wat wij al doen om te overleven! Atomen splitsen, Hiroshima bombarderen, dictators uitlachen, na ze een gouden troon te hebben geschonken en hun bananen te hebben gegeten. En dan 's avonds psychedelisch wortelsap drinken en op fluitjes blazen en seks op vele manieren, om te vergeten, of net niet, om de volgende dag opnieuw de dansvloer te kunnen betreden, waar de Tighten Up wordt gedanst.

Van een mens kan alles worden afgenomen, hoorde ik in de documentaire van Scorsese, behalve de cultuur. Niemand weet wat cultuur is. Wat is cultuur? Waar komt cultuur vandaan? Ik dacht aan Free Money van Patti Smith. Laat ons dat geld toekomen, op ons neerwaaien, dan kunnen Agnes, Annukka, Laura, Pat, Diana, de drie Jannen, Gary, Boris, Stephen, Charlie, Inge en de anderen nachtenlang de Watusi dansen in the land of thousand dances. Pascale zal ons eerst het beste bier inschenken of een andere Elixir d'Anvers, en daarna geeft zij de toon aan, tot een volgende danser aan de beurt is om de toon aan te geven. Tot de ochtend komt van een van die dagen. En dan koffie in Timbouktou of in die buurt. Zoveel en zoveel kilometer van hier tot daar.

TEGEN HET VERGETEN


Ik probeer te genezen. Maar dat gaat zo maar niet. Het moet mij genezen en voorlopig lukt dat niet. Inmiddels vergeet ik niets en niemand. Dat moest ik toch even zeggen.

07-10-05

ZIEK ALS EEN HOND UIT DE HEL


Ik heb heel wat te vertellen, maar het zal voor een andere keer zijn. Een virale infectie heeft me heel snel te pakken gekregen. Keelpijn, niezen, hoesten, en zeer moe. Zo ziek als een hond, maar is een hond wel zo ziek?
Gelukkig kan ik luisteren naar cd's van George Jones, Emmylou Harris en Willie Nelson die John P., een 'cyberspace' vriend uit Massachussetts, me heeft toegestuurd. De prachtige Bradley Barn Sessions heb ik al beluisterd, waarop onder meer een duet van George Jones met Keith Richards, Say It's Not You.
Maar nu moet ik terug in bed.

04-10-05

THERE'S NO SUCCESS LIKE FAILURE


masked and anonymous

Kennelijk is heel Groot-Brittannië in de ban van Bob Dylan. Telkens als ik BBC2 aanzet is er wel iets van of over Bob Dylan. Loop ik voorbij een Engelse boekwinkel hier in Brussel willen etalages vol boeken over de grote songschrijver mij verleiden om even binnen te komen, waar ik wegens geldgebrek voorlopig aan heb kunnen weerstaan. Documentaires en films bekijken op televisie is goedkoper. Zo zag ik een paar dagen geleden het merkwaardige epos Masked and Anonymous, een film van een mij volmaakt onbekende regisseur die Larry Charles heet. Ik heb nog steeds geen moeite gedaan om via google te weten te komen wie dat nu eigenlijk is. Let the mystery be! De scenarioschrijver heeft een Russische naam, maar ik heb heel sterk de indruk dat die Rus in werkelijkheid Robert Zimmerman heet, een beroemde Amerikaan uit de staat Minnesota, wiens voorouders ooit uit Rusland of Oekraïne naar de Verenigde Staten zijn geëmigreerd en na lange omzwervingen in die koude staat, vlak bij de Canadese grens, een huis, een zaak hebben opgebouwd. Dergelijke reizen zijn overigens voortreffelijk gereconstrueerd in het Museum Of Immigration in New York. Alleen al voor dat museum is het moeite waard om de stad de bezoeken.

Waarom denk ik dat de meester ook de scenarioschrijver is? In de eerste plaats doordat de film heel sterk lijkt op een song van Bob Dylan, het meest van al misschien nog wel op Desolation Row. De wereld van Masked and Anonymous is de wereld van Dylan, bevolkt met personages uit zijn songs, uit zijn verbeelding en uit zijn biografie. Het is een bijzonder boeiende ervaring om gedurende twee uur in die chaotische wereld ondergedompeld te worden. Bob Dylan schreef ooit “I accept chaos. I hope chaos accepts me”. Als je deze film bekijkt doe je er ook goed aan om de chaos te accepteren, hoewel het een chaos is die een kunstenaar naar zijn hand heeft gezet, vorm heeft gegeven, Apollinisch heeft gemaakt, om met Nietzsche te spreken. Overigens zijn Dylan en Nietzsche verwante geesten, denk ik. Het komt me voor dat beiden de muziek als een soort van oorsprong zien, voor Nietzsche van de tragedie (of ook wel de opera van Richard Wagner), voor Dylan de zin van het bestaan, waar ook het tragische overheerst. Het tragische betekent dat er een noodlot heerst, bij de Grieken ananke genoemd, waar je hoegenaamd niet kunt aan ontkomen. Iedereen kent het verhaal van de jonge man die naar Isfahan vlucht om aan de dood te ontsnappen, en het is precies in Isfahan dat de dood hem op staat te wachten. Tragisch. Het noodlot, het lot, het menselijk bestaan. In de film heet Bob Dylan Jack Fate. Het is een onverschrokken schriel mannetje, niets lijkt hem te raken, liefde, haat, revolutie, om het even… Maar elk ding en elk dier en elke mens zijn het waard er te zijn omdat ze er zijn, en dwingen om die reden bewondering af. Wat zijn goed en kwaad in een tragisch bewustzijn? Toch zong de man ooit: I define these words quite clear, no doubt, somehow. Let vooral op de uitdrukkingen “no doubt” en “somehow”.

De (arche)typisch Dylaniaanse mythologische figuren, zei ik. Je ziet in Masked and Anonymous een heleboel figuranten rondlopen, die eruitzien als Gandhi of Paus Johannes Paulus of zo, maar dat zijn dan ook zo van die schriele mannetjes zoals Jack Fate zelf. Je weet toch dat Bob Dylan ooit voor de paus heeft opgetreden? En dat zowat alle Dylan-fans toen boos en teleurgesteld waren. Maar waarom zou je niet optreden voor de paus als je ook optreedt voor vijfduizend boe-roepers in Royal Albert Hall in Londen in 1966 of Manchester, waarbij ze je voor Judas uitschelden? Andere typische mythologische Dylaniaanse figuren zijn de reporter of journalist als vijand en als medestander – dat is een constante in Dylans biografie – en de vrouw als muze, als moeder en als hoer (La maman et la putain, bij de geniale filmregisseur Jean Eustache). Ik ben hier even aan het freewheelen en uit de mouw aan het schudden, dat is wel zo leuk. Graag zou ik nu ook nog, na zovele jaren van abstinentie, een lekkere joint roken, maar helaas heb ik te veel last van astma en kan dat gewoonweg niet. Ooit komt een dag dat ik me eens op een goede spacecake trakteer. (Of jij misschien Ingrid, of een van die andere Dylan fans?)

In Masked and Anonymous wordt heel goed en heel slecht geacteerd. Ik heb een mooie monoloog van Jeff Bridges gehoord, in de dubbelzinnige rol van de reporter Friend, over Jimi Hendrix en Woodstock. Dat Jimi Hendrix The Star Spangled Banner daar speelde, niet om te provoceren of als protest tegen de oorlog in Vietnam, maar om zijn liefde voor zijn land te verklaren, en vooral om liefde te krijgen, want dat was het enige wat hij echt verlangde, dat de mensen hem liefhadden? Verlangen wij dat niet allemaal dan?
Ook andere acteurs en actrices laten zich gewillig door Jack Fate manipuleren: Jessica Lange, de fantastische John Goodman, Mickey Rourke, Penélope Cruz en een klein meisje dat ons allen ontwapent als zij The Times They Are A-Changing zingt:
The first one now will later be last.

Hoogtepunt van de film is wellicht een paranoiascène op basis van het Shakespeare-thema dat de hele wereld een toneelscène is en iedereen een rol speel, met andere woorden dat iedereen anoniem is en gemaskerd door het leven gaat. Een gemaskerde hoeft geen masker te dragen maar kan wel heel goed een Jago zijn. Een Jago hoeft geen geniepige of venijnige kop te hebben, maar kan een vriendelijke jongen, een computerspecialist, een verleidelijk meisje, of een vriendelijke dame op leeftijd zijn. Wat je maar vreest. Geen klein kindje echter, dat nog niet. Dan komen we bij Roman Polanksi terecht, en dat is een heel ander hoofdstuk, voor een andere nacht.

Ik wilde het nog over een andere interessante mislukking hebben, Broken Flowers, van Jim Jarmusch, een film opgedragen aan Jean Eustache, en er via Wim Wenders en Der Amerikansische Freund ook heel subtiel naar verwijzend, maar ik ben veel te moe, zeker nu ik Doug Sahm hoor zingen, Stoned Faces Don’t Lie, zingt hij, was het maar waar, reden die volkswagentjes nog altijd maar zo vriendelijk rond, was de wereld maar liever lief, zoals in 1968 werd gedroomd, een van de wreedste jaren van de 20ste eeuw, in zekere zin… Was was was. In Golden Gate Park. Slaap. Moe. Wat zeg ik? Wie ben ik? Waar is mijn slaapmasker?

MENSEN AAN HET WOORD LATEN


Vorige vrijdag zag ik op Arte Laure Adler, een al wat oudere maar nog bijzonder mooie vrouw en directrice van France Culture, de zogenaamde schandaalauteur Michel Houellebecq interviewen.

denken,spreken,filosofie,jacques derrida,laure adler,michel houellebeck,televisie,varia,arte

Dit feit op zich betekent natuurlijk niets: de man heeft een nieuw boek uit en er daar moeten zoveel als mogelijk exemplaren van worden verkocht. Wat wel zeer merkwaardig was en alle lof verdient was het zeldzame fenomeen dat een interviewer haar gesprekspartner liet uitspreken, en zelfs liet aarzelen en, nog ongewoner, zwijgen. Soms duurden Houellebecqs monologen meerdere minuten en zat hij volgens mij te raaskallen. Maar dat geeft niet, integendeel, iemand die raaskalt op televisie en niet onderbroken wordt door een of andere brulaap met een slecht kapsel is een evenement op zich.
Een paar jaar geleden waarschuwde Jacques Derrida voor het verloren gaan van het denken in de media, precies doordat mensen die denken en – uitzonderlijk – aan het woord gelaten worden nooit de kans krijgen om hun gedachten uit te spreken. Bij denken hoort veel twijfel, aarzeling, stilte. In de media rust daar een taboe op. Alleen vlotte jongens en meisjes krijgen enige aandacht. Laura Adler probeert nu kennelijk het denken en het ongehinderd uitspreken van gedachten voor de ondergang te behoeden. Hopelijk zal ze in haar opzet slagen. Een eenling kan heel veel bereiken.

“Nous, les spectateurs, assistons impuissants à l'homogénéisation inexorable d'un modèle télévisuel régi par l'esprit de profit et l'obsession de la concurrence.”
Laure Adler

02-10-05

PIZZERIA SANTA LUCIA


Het gezang en gevloek van de dronken vrienden beneden zit hem tot hier. Een zacht wapen van Brussel-Zuid ligt goed in de hand van de Italiaan als hij George Simon twee kogels door de kop jaagt en Knockaert recht in het hart schiet. Nu zwijgen ze zich de statistieken uit. De olifantvan Côte D'Or wendt gelaten het hoofd af. Waarom zou hij zich over iets opwinden: morgen gaat hij zelf tegen de vlakte.

Thuis hanteer ik de afstandsbedienaars, wapens om mijn eigen wereld in de hand te houden en wat stoort de mond te snoeren. Tot alles doodbloedt voor mijn zwakke ogen in langzaam, langzaam licht en donker.

01-10-05

BOB DYLAN, THE GREAT GATSBY, MOSSELEN


fitzgerald


Ondanks de vorige notities en in weerwil van medische problemen en bezoeken aan dokters en een ziekenhuis en allerlei andere misère heb ik toch een mooie week gehad. Over onze wandeling in Haspengouw heb ik het hiervoor al gehad, net zoals over de prachtige documentaire van Martin Scorsese over Bob Dylan. No Direction Home heeft me zin gegeven om alle muziek van Bob Dylan opnieuw te gaan beluisteren vanaf het begin tot vandaag, en dat zal ik ook doen als mij de tijd gegund is, want het werk van Dylan is omvangrijk.

De ellende laat ik buiten beschouwing. Laten we er even van uitgaan dat de ellende niet bestaat, of zich alleen in nachtmerries voordoet.

Wat heeft mijn week dan zo goed gemaakt? The Great Gatsby van F. Scott Fitzgerald! Misschien wel de beste roman die ik ooit heb gelezen, en ik druk me heel voorzichtig uit. Dat ‘misschien’ beschermt mij tegen roekeloosheid (wat een gek woord: ‘roekeloosheid’), wat in dit geval betekent een onverwerkt enthousiasme, de echo van een grootse stijl, van een meeslepend verhaal… Maar ik denk dat dat ‘misschien’ binnen korte tijd weg mag vallen, dat het dan ‘zeker’ zal worden. F. Scott Fitzgerald is niet de belangrijkste 20ste eeuwse schrijver, daarvoor is zijn oeuvre te beperkt en te ongelijkmatig. Maar The Great Gatsby is een geval apart, een subliem hoogtepunt – als dat maar geen pleonasme is – in vertelkunst en in stijl, een dun boekje dat van heel veel zogenaamde Amerikaanse meesterwerken (of Great American Novels, zoals Underworld van Don DeLillo) de schraalheid laat zien, ondanks hun omvang. Waarom zijn die recente Amerikaanse romans allemaal zo dik? Is het een weddenschap? En wie is er dan mee begonnen? Een – weliswaar voortreffelijke – pulpschrijver als Tom Wolfe? Het maakt niet uit. Jay Gatsby en de andere personages zijn voor altijd en een dag in mijn geheugen gegrift. Lieve hemel, sta me bij en laat me mijn gezond verstand bewaren tot het einde komt, zodat ik mijn geliefden kan blijven herkennen, maar toch ook zal kunnen terugdenken aan de boeken die ik heb gelezen en nog zal lezen (muziek, films, etcetera)!

Ook heb ik lekkere mosselen gegeten, en pasta met zeevruchten, en parelhoen met krielaardappeltjes en prinsessenbonen zoals wij die groente noemen, en goede wijn gedronken, en dan ook nog bananen en sinaasappelen en reines-claudes.

Vrienden hebben mij gebeld of gemaild en mij aangemoedigd en mij op die wijze gelukkig gemaakt. Mensen die ik niet ken heb ik een gezicht gegeven en zij hebben waarschijnlijk hetzelfde gedaan met mij. Ik kan niet haten. Ik zou boos willen zijn op velerlei dingen in de wereld maar kan het niet. De wereld heeft te veel goeds te bieden in de zomer en in de lente. Zelfs de winter heeft de schoonheid van de sneeuw en de kale bomen, ook al brengt hij veel schade toe en maken de koude dagen het leven duur en zien wij er met rode wangen en blauwe neuzen veel minder goed uit dan met een bleke huid op een zomerstrand. Alle seizoenen hebben hun eigen, goede kwaliteiten, behalve de herfst misschien, als alles zo weerloos staat te sterven, maar de zon maakt de zichtbare dingen dan allemaal weer zo afgetekend en troosteloos dat je ze je hart aanbiedt om hen op die manier kracht te geven tot 21 december. En met kerstmis wordt eigenlijk al het begin van de lente gevierd, het nieuwe leven. Dan is het weer tijd om elkaar te benaderen of ons van elkaar te verwijderen al naargelang onze stemming of onze verhouding met elkaar en met de wereld.

Sommige mensen weten niet wat ze missen door boos te zijn op de wereld en op de mensen. Ik ben alleen maar boos op mezelf omdat ik soms boos ben op de wereld en op de mensen en op mezelf. Houd me tegen, maak me gelukkig!