28-09-05

NOOIT MEER NAAR HUIS


saint Just
Saint-Just

Wat vertel ik je? Waarover? Over een wandeling in de mooie streek rond Alden-Biezen, waar we langs fruitbomen, canadabomen en het huis van de burgemeester liepen? Waar we de lieflijke Demer aanschouwden, en in de vochtrijke weiden de koeien zagen grazen en ons door zachtmoedige paarden lieten begroeten? Hoe we over een holle weg naar het kasteel snelden omdat er schuimende wijn op ons te wachten stond? Hoe we terugdachten aan het rockfestival dat Jazz Bilzen heette, meer dan dertig jaar geleden, een van de eerste rockfestivals (met een jazz-luik) op het Europese continent en de optredens van Champion Jack Dupree, the Small Faces, the Pretty Things, the Soft Machine, Kevin Ayers, Ornette Coleman, Procol Harum, Chris Farlowe, Fabien Collin (“de Antwerpse Bob Dylan”) en the Bonzo Dog Band?

fabien collin, limburg,no direction home,bilzen,bob dylan,landschapsbureau,jazz bilzen,vrijheid,heimat,martin scorsese,film,pop,popcultuur,edgar reitz,muze,verhuizing

Fabien Collin

Nee, geen goed idee, om daarover te vertellen. De muze is nog niet bereid om me echt naar mijn jeugd in Limburg te laten terugkeren. Zal de muze mij dat ooit toestaan? Grote voorbeelden als Edgar Reitz (Heimat) en Marcel Proust maken het haar zeer moeilijk. De muze wil zeker niet dat ik een belachelijk figuur sla. De muze wil niet dat ik wie dan ook sla, zelfs geen belachelijk figuur.

Vandaag ben ik samen met mijn collega’s in een nieuw kantoorgebouw ingetrokken. Overal rondom ons kartonnen dozen van Hoger-Lager, die dringend uitgepakt moesten worden. We moesten ons kennelijk gedragen alsof alles beter was en niets meer beter kan, nu we met zijn allen samen zaten in een landschap - op eilanden in dat nieuw landschap - en niet meer zoals vroeger alleen met onze eigen intimiteit; nu voor altijd begluurd door de Grote Meester, die ons nooit slaat, maar ook niet zalft, die er is en nagaat of wij er ook zijn. Wij weten niet wie onze Grote Meester is en stilaan zullen we vergeten wie wij zelf zijn. Als er een god was, zou ik uitroepen: god sta me bij, maar er is geen god. Vanmiddag, terugkerend van een korte lunch, zagen mijn vriend B. en ik aan de achterzijde van ons nieuwe kantoorgebouw een dode duif liggen. Dat is het symbool voor onze nieuwe werkomgeving, zei B. Hoe kan als dat waar is dan iedereen zo vol vuur zijn Hoger-Lager dozen uitpakken en doen alsof er niets aan de hand is. Alsof vrijheid niets betekent, alsof de Franse Revoluties (de eerste, de tweede en de derde) nooit plaats hebben gevonden, alsof er geen dada, geen surrealisme, geen Summer of Love, geen 1968 en 1969 zijn geweest… Wat met ons gebeurt is maar een detail in de geschiedenis, om de hatelijke woorden van de hatelijke Le Pen in een juistere context te plaatsen, maar het is een detail dat veelzeggend is. De restauratie van de macht is volop bezig. De rechtse, pseudo-liberale, christelijke en vooral kapitalistische staat wordt opnieuw heel stevig opgebouwd. De machtigen vieren feest in hun buitenverblijven in Toscane en Chili, de onderdanen kijken naar 24, Big Brother en Temptation Island.

Ik zag gisteren en eergisteren No Direction Home van Martin Scorsese over de jonge Bob Dylan, een grandioze documentaire over hoe een genie zichzelf uitvond, over hoe hij met zijn stem en zijn woorden de wereld van de verbeelding losknoopte – met immense gevolgen die nog steeds nazinderen – en de vrijheid opeiste, voor alle onderdrukten, voor alle outsiders, voor iedereen, en vooral voor zichzelf. En Martin Scorsese en Bob Dylan weten net zoals wij heel goed dat je allen maar vrij kunt zijn als iedereen vrij is. Free At Last, Free At Last, zong Martin Luther King. Ja, ik noem het zingen wat hij deed. Maar zijn wij ooit vrij? Zullen wij ooit vrij zijn? Ik durf het meer dan ooit betwijfelen. Wat ik niet betwijfel is de waarde, de schoonheid van deze televisiefilm van Martin Scorsese, samen met Heimat het beste wat ik ooit op dat verdomde scherm zag.

Overigens denk ik ook dat Hunter Thompson het perfecte moment gekozen heeft om zich een kogel door de kop te schieten. In deze ellendige nieuwe wereld loont het de moeite niet om als een uitgeputte, door de muze verlaten, zwakke en zieke mens het leven nog lang te rekken.

Denk je misschien dat ik depressief ben? Ik denk het zelf niet. Ziek en zwak en uitgeput en door de muze verlaten ben ik wel, maar depressief, no way!

Hierboven zie je een portret van de Franse revolutionair Saint-Just. en van de Antwerpse folksinger Fabien Collin.

25-09-05

ALLES WAT HET GEVAL IS?


Vandaag was de wereld zoals hij was. Een verzameling feiten, alles wat het geval was. Wie haalt het in zijn hoofd om daar nog iets aan te toe te voegen? Aan de wrede hemel, de mooie hemel, de wind die het zaad van de bomen verspreidt over de aarde en die jonge en zeer oude bomen uit de grond rukt. Mensen die elkaar liefhebben en vernietigen, of beide relaties combineren. Molshopen, mos, klavertjes, hallucinogene paddestoelen, hongersnood. Alle talen die wij spreken, en alle woorden van die talen. Het ongezegde laat je ongezegd. Je kijkt naar de beelden van de storm. Wat heeft de storm aangericht. De mensen zijn weggereden, daarna zijn ze teruggekeerd. Ik ben een tijdje wakker geweest, ik heb een tijdje geslapen. Op de achtergrond was er muziek van Art Pepper - en veel stilte. Het is halfacht, boven Brussel kleurt de hemel rood.

24-09-05

NAAKT IN EEN RODE LEREN JAS EN ANDERE HERINNERINGEN

 

naakt,ierland,oostende,thomas bernhard,damiaan de schrijver,theater,stan,leer,hamsun,galway,hoochiekoochie

De schitterende nazomer wekt herinneringen aan Ierland, de Aran-eilanden, met de fietstocht in de gietende regen, de heerlijke verveling in Roundstone, wandelen en fietsen in de zon in Doolin; in de pubs Guinness drinken en de ziel die opgetild wordt door de muziek. In Galway belden we aan op een verkeerd adres. Ik dacht dat dit het bed and breakfast-huis was waar we een paar keer zouden overnachten. De eigenaar toonde ons onze kamer, bood ons thee en koekjes aan. Ik had al een paar spullen uitgepakt. De man zei: jullie komen toch uit Londen. Nee, uit Brussel, moesten we hem teleurstellen. Zijn vrouw was op familiebezoek, zei hij. Had zich waarschijnlijk vergist, vermoedde hij. Ze had Londen en Brussel door elkaar gehaald. Dat was niet het geval. Ik had mij vergist. We moesten weer vertrekken. En op zoek gaan naar het juiste adres. Mijn schoenen had ik naast het bed laten staan. ’s Avonds moest ik nog eens terugkeren om die te gaan halen. Wat een mens allemaal meemaakt!

Twee keer kruiste een vrouw in een rode leren jas onze weg. Ze had open schoenen aan de voeten, je zag haar blote tenen. Ook haar benen waren bloot, en haar jas waaide even open, waardoor je een stuk van haar bloot bovenbeen te zien kreeg. Ik was ervan overtuigd dat ze naakt was onder haar jas. De tweede keer hield ze haar jas nadrukkelijk dicht, als om erop te wijzen: kijk ik ben helemaal naakt onder dit leder.

Als ik schrijf zoals nu besef ik dat mijn taalgebruik aangetast is door het werk voor de overheid. De ambtelijke taal, waar ik me altijd zo tegen verzet heb, heeft mijn geestelijke paden overwoekerd. Die titel van Knut Hamsun, zijn laatste boek, zogezegd, Langs overwoekerde paden, werd een paar jaar geleden met veel sarcasme uitgesproken, geroepen bijna, door Damiaan Deschrijver, de toneelspeler van Stan, in Alles is rustig. Een burlesk, nihilistisch, pessimistisch en bijzonder grappig stuk van Thomas Bernhard. De zwartgallige Oostenrijker. Wat had Thomas Bernhard een afkeer van de cultuur, die hij door en door kende en die hij als geen ander koesterde! Hoe was hij gedegouteerd, niet door Goethe, maar door de Goethe-vereerders, de Duitse cultuurminnaars, de schone zielen… Maar net zo goed was hij geobsedeerd door de ziekte en alle mogelijke lichamelijke kwellingen. Een verwante ziel. Met Knut Hamsun daarentegen voel ik mij niet verwant, wat mij niet belet zijn boeken geweldig te vinden.

naakt,ierland,oostende,thomas bernhard,damiaan de schrijver,theater,stan,leer,hamsun,galway,hoochiekoochie

23-09-05

TEGEN DE ONVERSCHILLIGHEID


Een mens wordt onverschillig, gevoelloos en apathisch. Je wordt afgestompt door het dagelijks leven, de sleur van het werk, de monotonie van de uren, door de onverschilligheid en het egoïsme van de anderen – waarin je jezelf weigert te herkennen -, door de wreedheid van geldzuchtige politici en zakenmensen, door de terreur van fanatici en het geweld van veroverende legers, door de genadeloze woestheid van de natuur. Toch blijf je je tegen die onverschilligheid verzetten. Je eigen schijnbare onverschilligheid en die van de anderen. Je streeft naar het verschil, de verschilligheid.

Op dit ogenblik raast opnieuw een orkaan in de richting van de kust van Texas en Louisiana. De inwoners van Galveston, Houston en New Orleans moeten hun woningen verlaten. Op de brede autosnelwegen vormen zich files van honderd kilometer en langer. In de regio is het ongeveer veertig graden. De auto’s staan heel vaak stil, de benzine raakt op. Ze kunnen niet meer verder. De stank van de uitlaatgassen vult de lucht. Een reële nachtmerrie waar maar geen eind aan komt.

Dit alles verscheurt mijn ziel. Waarschijnlijk raakt dit me dieper dan bijvoorbeeld, nog niet zo lang geleden, de tsunami, wat toch een vreselijke natuurramp was, die honderden duizenden levens heeft gekost. Waarom? Omdat ik in mijn hart een Amerikaan ben, zoals Malcolm Lowry in zijn hart een Mexicaan was (om maar één voorbeeld te noemen). Toen ik voor de eerste keer in de Verenigde Staten kwam, in 1992 in New Orleans, had ik zeer sterk het gevoel dat ik thuis kwam. Zonder dat ik er inspanningen voor moest doen schudde ik mijn schuchterheid van mij af en stapte de wereld in. Opeens kon ik met iedereen praten, wat me hier in België nooit gelukt was. Hier was ik altijd een outsider geweest (en dat ben ik nog steeds).
Daardoor leef ik nu mee met de inwoners van New Orleans, Houston, Galveston en al de andere kleinere stadjes en dorpen die het wellicht zwaar te verduren zullen krijgen. Maar ik kijk machteloos toe, vanuit mijn ziekenkamer, mij met moeite van deze computer naar de televisie begevend. Overigens kan ik CNN niet ontvangen in Brussel. De kabelmaatschappij Coditel heeft dat van de kabel gegooid. Waarom CNN? Waarschijnlijk omdat er op deze zender geen Frans wordt gesproken, en er zelfs niet voor Franse ondertitels wordt gezorgd. Coditel zal redeneren dat er dan toch geen mens naar kijkt. Coditel zal redeneren dat de inwoners van Brussel allen Frans spreken en geen enkele andere taal kennen.

22-09-05

DE RIVIER VAN HERACLITUS


RIVER 2


In dezelfde rivier treden wij en treden wij niet, wij zijn en wij zijn niet. Die uitspraak van Heraclitus duikt overal en altijd op. Op droge zolders, in vochtige kelders, in de schaduw van een eenzame spar daar beneden in de vallei waar wij soms wandelen. Uit het lood geslagen doordat er weer iemand te jong is gestorven. Als we elkaar - scherpe lippen en vurige ogen - haten en vernietigen of – ook hier de natuur nabootsend, met het vel van abrikozen - liefhebben en leven geven. In de koude rivier waden wij als jonge meisjes, bijna, en op een harde steen leggen wij ons hoofd te rusten. De zomer komt en de libellen fluisteren moeraskoorts in onze oren. Een gevaarlijk leven begint. Slechte vrienden en vrouwen, drank en drugs, de stad opengevouwen. Daarna de rust van de tropen: je kent elk stijlbeeld en niets brengt je nog van de wijs. Je leeft het leven van een ambtenaar die elke wet naar zijn hand zet.

Maar op een lenteavond heeft je lieverd je toch van de wijs gebracht. Ze wist je te vinden en je te treffen in je – symbolische – hart. De boogschutster is een leeuwin die geen aflaten kent. Werd je genoeg geknuffeld als kleine jongen, als baby? Neen! Je gaat de mensen en de wereld uit de weg en zegt dat het water te koud is en de rivier te breed. Je hoort de aarde niet zingen en de sterren zijn niet meer dan sterren. Gloeiende stenen. Dat je tijdens je leven maar een paar keer de volle maan ziet? Het zal je een zorg wezen. Wij verschillen niet van de dieren, zeg je. Een koe die naar een Apollo kijkt. Op een lenteavond was dat. Wie sprak je aan? Je keek in de spiegel en maakte een foto: zo zie ik er uit. Dit ben ik in deze kamer. Maar morgen? Wat gebeurt met mijn vlees na deze lente, deze zomer, deze herfst? In de winter? Als het ijzelt en rijmt op de oude mijnen? Als de stilte ondoordringbaar wordt en water als smeltend ijzer over ons heen stroomt. Als wij afscheid hebben genomen van de wereld en de wereld aan onze voeten ligt of ons naar het hoofd stijgt. Als wij naar de ark snakken, die ons uit het vocht weghaalt, of de karavaan uit de droogte en nu, nu wij dorst hebben, de dorst van een matroos, na zeven dagen koorts eindelijk in de haven. Zijn handen gevouwen bij een hoer. Maar nog wat mos op zijn vloeiende slapen. De oevers van de rivier die door zijn dorp stroomt vergeten. Het koude, het warme water. Het smeulende vuur op de heuvels en vader’s rabarberwijn onaangeroerd in de grote vaten. Tot je dan weer Strawberry Fields Forever hoort en de tijd aanbreekt om een gedicht te bedenken.

21-09-05

LENNY'S VERJAARDAG


india song

Het was Lenny's verjaardag.

Natuurlijk dronken we die avond veel. Dat was niet ongewoon, we deden dat ook als we niets te vieren hadden. Nu hadden we twee belangrijke redenen: het was Lenny's verjaardag en ik had net vernomen dat ik vrijgesteld was van burgerdienst.

Laura lag in bed, aan de griep ten prooi gevallen.

Lenny en ik hadden elkaar veel te vertellen. Theoretische en praktische problemen, nieuwe inzichten van de voorbije weken, verwachtingen die we koesterden...

We bevinden ons in een impasse, zegt Lenny.
Ja, dat is goed mogelijk, zeg ik.
Welke mogelijkheden resten ons nog om eruit te geraken? zegt Lenny. Kunnen we iets bereiken met ons theaterproject?
Ik denk het eigenlijk niet, zeg ik, we zijn niet voldoende professioneel, en wat nog erger is, maar weinigen van ons zetten er zich met hart en ziel voor in. Zij schijnen niet te begrijpen hoeveel dit theater voor ons betekent. Zij schijnen niet in te zien dat het voor ons een middel is om het leven te veranderen. Ik denk dat we zullen mislukken.
Ik denk het niet, zegt Lenny.

Hij is enthousiast, zit vol plannen. Ja, het is zijn verjaardag vandaag.

Ons gesprek belandt bij Tsjernitsjevski, de Russische nihilist, uitvinder van de nieuwe mens. Die nieuwe mens heet Rachmetoff. "Dat is de nieuwe mens, edel, voornaam, sterk en ascetisch. Hij oefent zijn lichaamskracht en leeft met de schippers onder het volk aan de Volga. Straks gaat hij weer naar de hoofdstad, werkt grondig in de wetenschap, ontzegt zich alles wat het volk ook ontbeert, is ten strengste eenvoudig in leefwijze en kleding."
De nihilist oefent zich in lijden, zeg ik. Maar, zelfverzaking en zelfverbrijzeling, zijn dat onze idealen, vraag ik.
Ik geloof het niet, zegt Lenny.

We schenken de glazen nog eens vol. Het Is lekkere port.

We kunnen al onze problemen net zo goed herleiden tot de angst, zeg ik. Of niet soms? Kijk maar naar de films van Bergman, luister naar de songs van John Cale. Fear is a man’s best friend. Lees Kierkegaard en Heidegger. Alles komt voort uit de angst.
Dat is het laatste steunpunt van de burgerlijke moraal, zegt Lenny. De angst, bah.
Misschien heb je wel gelijk, zeg ik. Maar Heideggers angstbegrip is niet alleen maar burgerlijk. Er zijn bepaalde overeenkomsten met het zenboeddhisme. Misschien is Heideggers angst een equivalent van het satori-begrip.
Ach, zegt Lenny, ik vind die hele angst een modeverschijnsel. Typische Franse blah blah. Zoals dat boek van Hélène Cixous, dat heet ANGST. Het is verschenen bij éditions des femmes.
Maar de jonge mensen die gaan dansen, worden die niet gedreven door de angst, vraag ik. De angst jaagt hen de dansvloer op. Kijk maar eens als zij aan het dansen zijn: hun blik is naar binnen gekeerd. Zij keren zich af van de buitenwereld. Ze maken spastische armbewegingen en schudden het hoofd alsof ze van iets bezeten zijn.
Het is een vorm van gespletenheid, zegt Lenny. Ze keren zich af van wat er rondom hen gebeurt, maar tegelijk geven ze zich over aan het ritme dat buiten hen pulseert. Die gespletenheid uit zich ook in die merkwaardige houding van 'raak me aan/raak me niet aan'. Dat stel ik bij mezelf overigens ook vast.

De radio staat aan. Een oude, rasperige stem neuzelt op melancholische toon:
You never found me
You never found me
You never found me

De mensen gaan niet langer dansen om elkaar te ontmoeten, zegt Lenny. Ze willen elkaar ontlopen. Ze zijn bang voor elkaar, daarom houden ze zich op een afstand. Raak me niet aan. Waarom bekijk je me zo? Toch blijft hun verlangen hen parten spelen. Raak me aan. Bekijk me. Wat drukken hun gebaren eigenlijk uit? Het is een taal, dat is duidelijk. Maar wie zal ze ontcijferen. Een moeilijke klus. Het is een taal die niet begrepen wil worden. Vandaar haar proteïsche aard. Elke dag is ze wel weer wat veranderd. Als je een half jaar weg bent geweest en je gaat nog eens kijken dan begrijp je er niets meer van. Volledig veranderd.
Dat klopt, zeg ik, je ziet dat heel goed in disco's. Elke week wordt er een andere dans uitgevonden, al gaat het soms maar om een kleine variatie op die van vorige week.
Zouden er bij de mieren ook zulke transformaties plaatsvinden, vraagt Lenny.

Ik herinner mij deze dialoog nog goed. Maar als een geheel. Eigenlijk weet ik niet meer echt wie wat zei. We werden één met onze woorden, we leken personages in een roman van Virgina Woolf. The Waves. De zinnen knoopten zich aan elkaar, het was alsof ze los van onze lippen en onze hersencellen onstonden.

De gebaren van degenen die dansen maken deel uit van een taal die er alles voor doet om iets te verbergen, zegt Lenny.
Maar wat wil zij dan toch verbergen, vraag ik. Misschien zoeken wij er te veel achter. We vermoeden iets ontzettends dat schuil gaat achter die dansende taal, een ongeneeslijke ziekte, of erger. Maar wat als het nu alleen maar gewoon dansen is, plezier, extase. Misschien lezen we teveel, interpreteren we teveel. Misschien leven we te weinig.

"You never found me..."

De oude man gaat maar door met zijn monotoon, bezwerend lied. We worden er stil van. Wat is dit toch? Dit klinkt eeuwen oud. Je zou haast zeggen: niet van deze wereld. Wie is het? Waarschijnlijk zullen we het nooit te weten komen. Zo is de kans ook erg klein dat ik nog ooit de muziek van S.D. Burman, uit de Indische film "Kaagaz Ze Phool" (Papieren bloemen), uit 1959 van de regisseur Guru Dutt, te horen zal krijgen.

Intussen is de fles porto leeg en schenken en drinken we de laatste druppels jenever.

Het nieuws gaat over de Katangese Gendarmes. Wat gebeurt er eigenlijk in Zaïre? In Tchatchatcha? En wie zijn die verdomde Katangese Gendarmes? Ik begrijp er niets van. Weet jij wat dat nog betekent, tegenwoordig, huurlingen? Ik niet.
We worden nihilisten, zegt Lenny. We willen de wereld veranderen. Maar we kunnen hem niet veranderen. Il n'y rien à faire.

De fles graanjenever Vieux Système is nu helemaal leeg. Gelukkig voor ons is er nog een drankwinkeltje op de hoek van de Artanstraat. Dat blijft de hele nacht open. Voor versomberen worden spoeden we ons erheen. Eens in de nachtwinkel kunnen we moeilijk beslissen wat het zal worden. Vodka, pernod, tequila? Na lang aarzelen kiezen we voor de grappa, de tequila is te duur. Nu we toch in de buurt zijn besluiten we even op visite te gaan bij Jacques en Sylvia. Als we aanbellen is er eerst geen reactie, maar na een minuut wachten - we kennen het ritueel - gaat er boven een raam open en verschijnt een blonde krullenkop in de opening. Het duurt even eer ze ons herkent, maar dan werpt ze ons de sleutel toe.

Het is intussen al lang na middernacht. We drinken grappa in de vroege ochtend. Sylvia houdt ons gezelschap, Jacques is niet thuis. We drinken en vertellen onzin. Het klaart op. De vogels zien er groot uit en slaken onheilspellende kreten.

Ik bleef alleen achter in Sylvia's salon. Lenny was vertrokken zonder dat ik het had gemerkt. Ook Sylvia was nergens te bespeuren. Ik was waarschijnlijk even ingedommeld. Misschien was zij gaan slapen, of zat ze in de badkamer. Een scherpe geur van grappa hing in de kamer. Een aangename geur is dat niet. Urine lijkt het wel. En toch heeft hij ook iets aangenaams.Omstreeks negen uur kwam Jacques thuis, net op tijd om me naar het stempellokaal te voeren. Daarna moesten we zonodig wat gaan rondslenteren in het Shopping Center van Woluwe. Sylvia heeft er een wekker gekocht. Ze zag er bijzonder bleek uit. Ze zei dat ze het koud had.

Omstreeks twee uur 's middags werd ik - weer thuis - uit mijn bed gebeld. Ik was nog helemaal niet uitgerust van het verjaardagsfeestje, een lange nacht zuipen en praten en zuipen en door de straten lopen en gek worden.

Maar ik kan dat niet, iemand voor de deur laten staan. En daardoor begon alles weer van voren af aan. Het waren Louis en Boris. Ze hadden een fles jenever meegebracht, Blankenheym & Nolet, dubbel gebeid, erg lekker na die verduivelde grappa.

Laura is intussen genezen en doet zich tegoed aan de jenever. Als de fles leeg is begeven we ons naar het biologisch restaurant Le Romarin, waar de keuken eenvoudig is, maar uitstekend, en waar de wijn fris is en goed om de de dorst te lessen. Voor arme mensen als wij zijn dit dagen van overvloed.

Zo was het leven in 1977.

Foto: uit India Song van Marguérite Duras.

20-09-05

BOB DYLAN OP BBC2: NO DIRECTION HOME


bob dylan washington square


Volgende week maandag en dinsdag op BBC2 het televisie-evenement waar we al maandenlang reikhalzend naar uitkijken. Martin Scorsese's documentaire over Bob Dylan, No Direction Home.

BRUSSEL IN SEPTEMBER

 

brussel,herfst,sfeer,stad,passanten,ziekte
Foto: Martin Pulaski.

Buiten schijnt de zon. Zachte nazomer maakt Brussel mooier en aantrekkelijker dan ooit. Kom en flaneer over mijn trottoirs, werp een blik in mijn etalages, bekijk vooral mijn passanten, nu ze voor het laatst dit jaar hun zomerse stofjes hebben aangetrokken! Drink een glas op een van mijn terrassen, dat van de P&P bijvoorbeeld. Of ergens aan de Sablon, of in het Egmontpark, bij de bourgeois, die van het leven weten te genieten. Niet voor mij, echter. Ik zit binnen en geef mij over aan ziekte en sombere gedachten.

19-09-05

BOERENPOLKA


jayne mansfield


Giftige liefde sluipt de telefooncel uit. Zoete woorden, zegt men. Maanschijn en abrikozen. Velletje! Je luistert naar een boerenpolka van een accordeonspeler uit een continent afkomstig waar stil staan als ijsbloemen: de danseurs. Waar dichters met de ogen half gesloten narcotisch glimlachen naar sterren, en als op wolken meewiegen op de sierlijke cadans van hun siliconen.

Plato kijkt toe van tussen de zuilen en geselt in stilte zijn vriend. Tijd berust in zijn droevige iconen.

18-09-05

TEVREDEN ALS TEVREDEN SCHILDPADDEN


building on a sunny sunday afternoon waiting for a surrealist painter of the 20th century

Vandaag is er niets gebeurd. Het was een schitterende dag in Brussel, en waarschijnlijk ook in de rest van het land. De zon, het zachte weer en overal wandelaars en fietsers waar anders de automobilisten hun vergiftigende gang gaan, kleine stofdeeltjes verspreidend. Vandaag waren er kinderen, moeders, honden, bejaarden en ikzelf, overal in de straten en op de pleinen van Brussel, tevreden als, als, als tevreden schildpadden! Wat klinkt dat lullig, een tevreden mens. Hoewel Van Morrison een prachtig nummer heeft dat Satisfied heet, en een van de laatste goeie songs van the Rolling Stones, Keith Richards eigenlijk, heet Happy.

GEZONDHEID! SALUD! SANTE!


telefoneren

Ik weet niet wat me bezielt om zo laat nog hier tegen onbekenden te komen spreken. Ik ben zelf een onbekende. Spreek ik tegen mezelf? Misschien? Maar ook tegen jullie, in de eerste plaats tegen jullie, die mijn eenzaamheid delen maar niet mijn momenten van geluk en vreugde. Ik verheug mij over jullie aanwezigheid, jullie korte of langere bezoeken aan mijn sober salon, jullie nieuwsgierigheid, jullie herkenning, jullie afkeer, jullie genoegens, jullie wrevels, jullie eenvoudigweg bestaan! Ik wil jullie daarvoor - en voor alles wat ik niet kan noemen - bedanken, plechtig lijkt het wel, maar net zo goed lallend en brallend en razend als een tot de dood veroordeelde stier. Ik hef mijn glas voor jullie, ik proef het schuim, mijn vrienden. En inmiddels verblijf ik.

ONVOLTOOID LIED


Zoals de oude dichters deden, met leed
van een onvoltooid lied onder het vel,
zo trekt hij door blauwe velden onder
de Grote Beer, op zoek naar een beeld
dat de koude aarde weigert te geven.

In de tuin van een onbeëindigd paleis
waar nooit iemand komt, komt hij bij,
zijn schoenen nog vochtig en donkerblauw,
staat hij uit zich op in een nieuw leven
dat licht is omdat niets wordt voltooid.

17-09-05

KRZYSTZTOF KIESLOWSKI EN JEAN VIGO

 

dita parlo,jean vigo,kieslowski,van eeden,inspiratie,hoochiekoochie,varia,film

De tekst in poëtisch proza ‘Veronica’, die ik hier gisteren te lezen aanbood, is geschreven na het zien van de film ‘La double vie de Véronique’ van de betreurde Krzysztof Kieslowski. Het gedicht ‘L’Atalante’ is gebaseerd op het gelijknamige meesterwerk van de nog dieper betreurde Jean Vigo, met de fantastische Dita Parlo in de hoofdrol. Ik heb misschien al vijftig versies geschreven van ‘L’Atalante’, maar nooit slaag ik erin de beelden van de meester te evenaren. Beschouw me echter niet als een sadist, want dat zou ik zijn als ik het gedicht als een volkomen mislukking beschouwde (en het hier dan zou laten lezen).


Iets helemaal anders, maar misschien toch ook niet, zijn deze woorden van Frederik Van Eeden, uit ‘De nachtbruid’:

"Wie leeft om te eten, te drinken, wat te werken en uit te rusten, zijn plichtje te doen en zijn zorgjes te vergeten, en verder den nacht zoo dof en bot en wezenloos mogelijk door te brengen, - wien er vooral aan gelegen is zijn maag en zijn brandkast te vullen en zijn slaap leeg te laten - zoo iemand noem ik niet een gezond en gelukkig maar een beklagenswaardig mensch."

L'ATALANTE


Dit lied zal niet met jou verzinken.
De vrouw op het voordek drinkt en waait
in de wind als was ze een wimpel
aan de mast, de wolken bevallig.

De man op de brug dompelt de aak onder
in donkernuances, de vrouw in het wit
is je bruid Juliet. Stalen klinkers smelten
tot op één meter van haar geheupwieg.

Als alle kranen in de haven hun geratel staken
zie je als in een spiegel je eigen stilstand.
Later, in Juliet’s ogen, ontwaar je het geheim
dat 's werelds reuzen kluistert.

Maar de grootstad lokt met haar Air
à danser en haar troostrijke straten.
Juliet laat je roer los voor de Hungerkünstler
die haar in geaderd marmer bekoelt.

16-09-05

HET DUBBELE LEVEN VAN VERONICA


jacob

Als ik toch een aanbidder moet zijn aanbid ik bij voorkeur een denk-beeld. Van in het begin van mijn verzinsel bestaat de sopraan namelijk niet echt. De tong die trilt in haar open mond wijst op haar onwezenlijk wezen. Als zij zingt, wandel ik bij een vijver waar kinderen zich komen verdrinken. Als zij zingt, vlieg ik over de hoge pijnboomtoppen, ergens in een woud in Centraal-Europa.

Dat verzinnen en verzinnebeelden gebeurt meestal in het donker: zonder omzien stel ik me nu voor dat Veronica zich uitkleedt voor het diepgelovige koor, dat haar losbandigheid prijst.

Is het geen droom die telkens terugkeert? Een droom van haar eeuwig evenbeeld. Van k
abbelend lentewater waarin ik slaap uit mijn altijd verbaasde ogen was.

Als ik toch een aanbidder moet zijn duurt wat zich in het halfdonker aanbiedt liefst niet te lang. Er is nog zoveel schijnbaars voorhanden, zoveel schitterend beeld, voedingsstof voor de verbeelding.

15-09-05

ANITA PALLENBERG, MARIANNE FAITHFUL EN ANDERE MUZEN


up on the roof

Op flickr heb ik gisteravond een foto geplaatst van de vrouw die meestal Laura schijnt te heten, maar soms ook Daphne en heel af en toe Senga. Op de foto zie je Laura in een rode regenjas gehuld door het raam stappen om buiten op het dak wat frisse ochtendlucht in te ademen na een hele nacht dansen op punk rock, new wave en reggae in de Antwerpse clubs. Het is een oude foto, maar hij is niet verouderd. Nogal wat bezoekers van mijn flickr pagina zijn gefascineerd door dat beeld van die blonde vrouw in rode regenjas. Eén – regelmatige – bezoekster vergelijkt haar met Marianne Faithfull, een andere met Anita Pallenberg. Femmes fatales, allebei.

De bezoekers feliciteren mij met die foto, terwijl ik helemaal niet de held ben; de heldin is Laura, het hoofdpersonage van een moment reële fictie. Ik noem haar geen femme fatale, maar een muze. Een vrouw met vele namen en vele gezichten: blij, bedroefd, tragisch, magisch, verbijsterd, extatisch. Engel, duivelin, en menselijk al te menselijk. Heeft ze vleugels? Alvast geen zichtbare.

De bezoekers en commentatoren, vooral vrouwen, zijn nieuwsgierig en stellen veel vragen over de foto, wat me een genoegen is. Maar ik zou een boek moeten schrijven om al die vragen te beantwoorden. Twee boeken. Ik heb hen gezegd dat het wellicht beter is het mysterie te laten bestaan. Let the mystery be, zingt Iris DeMent, een bijzonder mooie song op haar eerste cd.

Het verhaal van Laura, Daphne, de muze, heeft twee kanten. Een kant houdt verband met de verbeelding, de andere kant met het dagelijkse leven. Een versie van het verhaal zou een roman kunnen zijn, de tweede versie de psychoanalyse van een zeer moeilijk geval.Maar hoe zit het dan met Marianne Faithfull en Anita Pallenberg, werd me gevraagd. Over die twee populaire iconen wil ik niet echt iets vertellen; alleen vind ik het zeer merkwaardig en pertinent dat deze dames met Laura, de muze, in verband worden gebracht. Dat de verwantschappen worden gezien tussen de levens die deze vrouwen hebben geleid, hoezeer ze ogenschijnlijk ook van elkaar verschillen. Natuurlijk houd ik van Marianne Faithfull, zeker van Broken English en Sister Morphine, haar recentere werk spreekt me echter minder aan. (Het verhaal dat ik niet wilde vertellen wordt enigszins chaotisch, misschien moet ik dan toch die twee boeken maar eens gaan schrijven.)

Zoals Edie Sedgwicks lot verbonden is met Bob Dylan en Andy Warhol zijn de levens en mythes van Marianne Faithfull en Anita Pallenberg verweven met de Rolling Stones, met de drie koningen Brian Jones, Keith Richards en Mick Jagger. In de mythologie van de pop zijn Faithfull en Pallenberg rock & roll- en seks- en drugskoninginnen, iconen van de swinging sixties, van de tragische seventies (na Woodstock en Altamont en het ‘gemodder’ van allerlei pseudo-hippies), filmsterren uit occulte films als Girl On A Motorcycle, Performance en Barbarella. Maar het zijn toch ook sterke en mooie vrouwen die weigeren te sterven.

Wie meer wil weten over de rol die de muzen spelen in het leven van een kunstenaar raad ik het boek The White Goddess van Robert Graves aan. Het is een zeer grondig onderzoek maar Graves sprak ook uit ervaring. Wie meer wil weten over Laura, Daphne en Senga moet wachten op mijn twee boeken. Of op ‘haar’ eigen verhaal.

14-09-05

BOB DYLAN, EDIE SEDGWICK EN DE CHELSEA GIRLS


warhol, sedgwick

Een paar dagen geleden had ik het over Bob Dylan’s Leopard Skin Pillbox Hat, met name dat die tekst een heel bijzondere prijs verdient.
Boven het stuk staat een foto van Edie Sedgwick op de set van zo’n vervelend New Yorks meesterwerk van Andy Warhol. De echte regisseur van die Warhol-films was trouwens niet Warhol zelf, maar de misantroop Paul Morrissey. Edie Sedgwick was een van de vele supersterren die Andy Warhol’s Factory frequenteerden en in zijn films ‘acteerden’, veel drugs gebruikten (vooral amfetamine en barbituraten), aan kinky seks deden en hoopten ofwel heel snel beroemd te worden ofwel heel snel dood te gaan (en op die manier mooi te blijven).

In mijn ogen was Edie Sedgwick de enige echte superster in de entourage van Andy Warhol. Ze is er trouwens in geslaagd om zowel jong te sterven als relatief beroemd te worden en te blijven. In de tweede helft van de jaren ’60 was ze de mooiste vrouw van de wereld. Ze was toen al fotomodel geweest voor onder meer Time, Life en Vogue. Maar wilde meer dan alleen maar fotomodelletje spelen. Haar kort, mooi en tragisch leven wordt bijzonder goed beschreven in de biografie van Jean Stein, en John Palmer en David Weisman hebben in de periode 1970-1971 een vrij goede documentaire over haar gemaakt onder de titel Ciao Manhattan!

Waarom stond die foto nu boven dat stukje over Leopard Skin Pillbox Hat? Heel eenvoudig omdat al van in 1966 werd beweerd dat die song, net zoals Just Like a Woman, over Edie Sedgwick gaat. Waarschijnlijk zullen we het nooit met zekerheid weten, want Dylan zelf vindt het leuker allerlei dingen over zijn leven en zijn werk te verzinnen dan wat dan ook te verhelderen of verduidelijken. Hoe meer hij over zichzelf vertelt, zoals onlangs nog in Chronicles 1, hoe onzichtbaarder hij wordt.

HET WILDE AROMA VAN BRUSSEL

burgemeester,brussel,pissen,wildplassen,metro,walm,stank,varia

Foto: Martin Pulaski.

De burgemeester van Brussel, de onverbeterlijke burgemeester van Brussel, is van mening dat de Brusselaars best op straat mogen plassen.
Openbare toiletten zijn geheel overbodig, bovendien kosten ze veel geld, zegt hij. Als iemand dringend moet dan kan hij (of zij) altijd nog een café of restaurant binnenstappen. Maar als het zo eenvoudig is, hoe komt het dan dat in heel Brussel een walgelijke walm van urine hangt? Ik weet dat ik hier vaak op terugkom, maar het is dan ook echt ergerniswekkend en beschamend. Natuurlijk zouden de Brusselaars en de bezoekers van Brussel welopgevoed moeten zijn en niet tegen gevels of zo maar midden op straat plassen, maar kennelijk is dat niet het geval. Dus moet je hen een kans geven om dat wangedrag te vermijden en als dat dan niet helpt moet je deze mensen een boete doen betalen of de toegang tot de stad ontzeggen. Ik heb al veel gereisd en ik heb nog nooit ergens een stad aangetroffen waar het zo stinkt als hier in dit vemaledijde oord. Ik vermoed dat de onverbeterlijke burgemeester van Brussel een chronisch verstopte neus heeft.

13-09-05

ONBESCHOFT GEDRAG IN DE MEDIA


derrida

In Voor de dag op Radio 1 hoorde ik een kort interview met Linda Van Den Bosch van de Taalunie. De Taalunie bestaat 25 jaar en er is een onderzoek verschenen over de stand van zaken van het Nederlands. Is er nog een gemeenschappelijke taal voor Nederland en Vlaanderen, of ontwikkelen zich twee aparte talen? Uit het onderzoek blijkt volgens Linda Van De Bosch dat er nog duidelijk sprake is van één zelfde taal voor Nederlanders, Vlamingen én Surinamers. Zowel Nederlanders, Vlamingen als Surinamers zijn trots op hun taal, zo blijkt. Overigens waarderen de Nederlanders het Nederlands zoals het door de Vlamingen wordt gesproken, vooral vanwege de minder agressieve klanken. Ik vond dit allemaal opbeurend nieuws. Ik had dus toch nog een taal, het Nederlands bestond en bestaat nog. Prachtig! Maar, wierp de interviewer tegen, kan dat wel, éénzelfde taal als de culturen zo uiteengroeien: de Vlamingen kijken toch al lang niet meer naar de Nederlandse televisie. Alsof de cultuur alleen op televisie bestaat. Ja, zei mevrouw Van Den Bosch, de cultuur hebben we eigenlijk niet echt onderzocht, alleen maar de taal. De interviewer ging door en vroeg zich af of er nog wel een Taalunie nodig is, als er toch twee verschillende talen bestaan! Dat vroeg hij letterlijk. Linda Van Den Bosch was een moment sprakeloos. Had ze tegen een dove zitten oreren? Een zwakbegaafde? Had ze niet al de hele tijd zitten beweren dat uit het onderzoek blijkt dat het Nederlands onze gemeenschappelijke taal is. Mijn vraag is dan of je als interviewer nog beledigender kunt zijn? Misschien is ons Nederlands dan zachter, de stijl van sommige interviewers van ‘onze’ radio is alleszins lomp, grof en zeer onbeschoft. Overigens wees Jacques Derrida er al een hele tijd geleden op dat de media hoe dan ook geen ruimte en tijd bieden iemand te laten nadenken, te aarzelen, te zwijgen, en een antwoord te geven dat beredeneerd en genuanceerd is. Gelukkig luister is bijna nooit naar de radio, tenzij naar mijn eigen programma (waar ik niemand in interview).

De foto hierboven is niet van de onbeschofterik, maar van Jacques Derrida, of wat had u gedacht. Long live rock & roll radio!

11-09-05

WIE ZOU HET ZIJN?

varia,bezoekers,teller

Mijn drieduizendste bezoeker heeft zich aangediend. Wie zou het zijn?