29-08-05

KATJA SCHUURMAN EN CONNIE PALMEN


rickie lee jones


Zomergasten is dan toch niet altijd goed.
De aflevering gisteravond was zelfs gewoon heel slecht en buitengewoon vervelend.
Katja Schuurmans leeftijd impliceert niet dat zij representatief is voor de jeugd, wat sommige commentaron op het forum van zomergasten lijken te willen poneren. Ik hoop alvast dat ze niet representatief is voor de jeugd. Aan de ene kant een ideale, multiculturele samenleving nastreven, en aan de andere kant een Hollandse racist als Theo Van Gogh verafgoden lijkt me weinig consequent. De reactie van Connie Palmen op die naïeve verheerlijking van haar goeroe was zeer terecht. Van Gogh verdiende niet te worden vermoord, dat verdient geen mens. Maar hij was een kinderachtige domkop, dat alleszins. (Nog dommer was hem vermoorden.)
Ik had de indruk dat Connie Palmen zich erg verveelde in het bijzijn van haar gast. Ik heb me ook verveeld. Waarom iemand uitnodigen die weinig te vertellen heeft en vooral lijdt aan slechte smaak, vooral op audiovisueel gebied. Ik heb nooit slechtere muziekclips gezien dan gisteravond in Zomergasten. En ook zelden heb ik zo slecht zien acteren als in het fragment van het heldenepos Gandhi. Dan werd er ook nog een pathetische brabantse 'soldaat' getoond: dat leek echt een Hollywood soap. Irréversible heb ik helaas gemist, toen lag ik al in bed. Connie Palmen had dat ook beter gedaan, ze zag er moe uit. Of toch verveeld? Gelukkig was er die storing, heb ik net gelezen. Dan kon iedereen toch wat vroeger naar huis. En Magnolia had iedereen al gezien.

Ik had beter een terrasje gedaan, men vertelde me dat het gisteren zeer mooi weer was. Of gewoon wat gelezen in een van de vele boeken die ik in Berlijn heb gekocht. Of Duchess of Coolsville van Rickie Lee Jones beluisterd. Dat is pas een spannende vrouw, en forever young, ondanks haar rimpels. Katja Schuurman ziet er nu al oud uit, zonder rimpels. Maar genoeg.

26-08-05

BROODJE HAM


Heerlijke parmezaanse hammen liggen in een vitrine uitgestald.
De meisjes achter het buffet snijden er behendig flinke stukken af, waarmee ze grote broodjes beleggen. De mensen die voor en naast me staan te dringen krijgen allemaal van die lekkere, grote broodjes. Na lang wachten is het mijn beurt. Mijn broodje is wel bijzonder klein uitgevallen. Ik probeer mijn teleurstelling te verbergen en neem nog vlug twee aan elkaar klevende wafels mee, omdat het minuscule broodje mijn honger niet zal stillen. Maar twee wafels is dan weer teveel van het goede. Ik wil een exemplaar aan een tafelgenoot geven. De man neemt mij beide wafels af en werpt ze woedend op de grond.
"Ik zal u eens een paar motten geven", zegt hij.
“Legitieme mehari”, zeg ik.

25-08-05

BEREKENENDE APEN


hussserl

Twee dagen geleden vermelde ik hier terloops mijn weerzin voor het boekhouden. Ik schreef ook dat ik geen sympathie heb voor de rekenende en berekenende mens. Ik bedoelde daarmee natuurlijk niet de wiskundigen en natuurwetenschappers. Daar heb ik net grote bewondering voor (ook al vind ik de materie vaak moeilijk, omdat mijn kennis van de wiskunde zo klein is). Op een mooie zomeravond, een tweetal weken geleden, heb ik nog vol ontzag zitten kijken en luisteren naar een alweer zeer geslaagde aflevering van Zomergasten met Robbert Dijkgraaf, hoogleraar mathematische fysica aan de Universiteit van Amsterdam. Zulke wetenschappers deel ik zeker niet in bij de berekenende en rekenende mensen. Ik dacht toen ik zo oneerbiedig over dat rekenen schreef aan het ‘berekenende denken’ van Martin Heidegger, dat hij als filosoof afkeurt. Bij hem gaat het natuurlijk heel wat verder dan vervelende apen die wat zitten te rekenen. Ik ben zelf helaas nog maar weinig met filosofie bezig. Ik weet dan ook niet hoe het nu gesteld is met de tegenstelling tussen wetenschap en filosofie. Bij Heidegger was dat ongetwijfeld een zeer belangrijk thema, net zoals de techniek dat was. Heidegger was van oordeel dat de filosofie werd achtervolgd door de vrees aan aanzien en zeggenschap te verliezen als ze geen wetenschap zou zijn. Dat zou dan gelden als een gebrek dat wordt gelijkgesteld met onwetenschappelijkheid. “In de technische interpretatie van het denken is het zijn als element van het denken prijsgegeven”, aldus Heidegger. Mijn gebrek aan sympathie voor de berekenaar en de technocraat plaats ik voor het gemak even in deze filosofische context. (Een belangrijke filosoof voor het verband tussen wetenschap en filosofie was natuurlijk ook Edmund Husserl, die daar dieper op in ging in onder meer Philosophie als strenge Wissenschaft).

Verwacht van mij nu niet dat deze notities er voortaan als filosofische beschouwingen zullen gaan uitzien. Ik blijf mijn grillige weg volgen, waarbij ik me vooral laat leiden door het toeval en waarbij ik zo waarheidsgetrouw mogelijk verslag uitbreng van wat in mij omgaat, van wat mij aanspreekt, van wat mij zegt wat ik moet zeggen. So don’t turn your back on me, baby, want ik blijf tot het einde mijner dagen lid van sergeant pepper’s lonely hearts club.

DE WITTE REGELING IS VAN KRACHT


RODE TREIN 2


Gisteren nog eens gelachen. We stonden al een tijdje te wachten op de metro naar huis terug in station Brussel Centraal, na een avondje Finse dans tijdens het zeer kleinschalige en sympathieke Brigittinenfestival. Geduldig wachten doe je dan; je spant je in om je niet te ergeren aan het oponthoud; je praat wat over Edgar Allen Poe of leest een stukje in The Purloined Letter en verbaast je over de beschaafde conversatie in de 19de eeuw (toen was het nog “good heavens!”, nu is het “fucking shit” of iets dergelijks). Na een tiental minuten onderdrukte ergernis viel de stemmige muziek stil (Roxy Music) en kwam er een Officiële Stem uit de luidsprekers. Eerst in het Frans, daarna zelfs in keurig Nederlands volgde deze mededeling “beste klanten, gelieve er rekening mee te houden dat tot 29 augustus de witte regeling van kracht is op de lijnen 1A en 1B! Dank u voor het begrip!” Jongens toch, gelachen dat we hebben! We waren duidelijk teruggekeerd in het kleine rijk van het surrealisme. De witte regeling is van kracht. Wat zou een Japanse of Griekse bezoeker daar dan bij denken (er van uitgaande dat hij of zij de Brusselse variant van het Frans machtig is)? Of zelfs een Fransman? Zelf vond ik het een slecht gekozen symboliek. Als je zo lang op een metro moet wachten, betekent dat voor mij eerder dat de zwarte regeling van kracht is. Gelukkig was er nog Roxy Music. Dat heb ik in Berlijn niet gehoord in de stations. Maar daar heb je natuurlijk ook geen tijd om naar muziek te luisteren. Je hoeft er helemaal niet te wachten.

In de Brigittinenkapel zijn we gaan kijken naar een voorstelling van de Finse dansgroep Nomadi. Ik had het stuk gekozen vanwege de titel ‘Lucid Dreaming’, en misschien ook wel voor de naam van het gezelschap. Ik heb een nomadische familiegeschiedenis. En alles wat met dromen te maken heeft wekt bij mij verwachtingen. In dit geval had ik droomachtig dansen verwacht, op droomachtige muziek, met veel helder licht, zodat je de droomsituaties goed kunt zien. Niets van dat alles, tenzij het felle licht. Eeen mooi voorbeeld van wat ik droomachtige muziek noem is terug te vinden op de nieuwe cd van Brian Eno, Another Day On Earth. Lucid Dream echter was gewoonweg de slechtste voorstelling die ik ooit heb gezien. Zelfs als het een schoolvoorstelling was geweest had ik ze slecht gevonden. Het enige plezier dat we aan de avond hebben beleefd was de ‘nabespreking’. Wat kan het toch een fijn gevoel geven iets tot op de grond af te breken, vooral als niemand het hoort en je er niemand mee kwetst. Nu breng ik het natuurlijk wel in de openbaarheid, maar ik vermoed dat de Nomadi uit Finland mijn stukjes niet lezen. Bovendien moeten ze als ze het lef hebben om met zulke ondingen voor het voetlicht treden bereid zijn bekritiseerd te worden. Neen, ik heb nog een tweede plezier beleefd aan de avond: het heerlijke Belgische bier. In de Brigitinnenkapel kost een tripel van Westmalle maar 2,2 €.

Hier thuis is vandaag de rode regeling van kracht.


Foto: Martin Pulaski

23-08-05

WANDA GORONSKI EN DE ANGST VOOR DE ANGST?

 

wandagorowski2.jpg



Binnen afzienbare tijd zal Wanda Goronski hier in haar eigen woorden haar levensverhaal vertellen. Haar motto is: "there's nothing to fear but fear itself", een uitspraak die ze voor het eerst hoorde uit de (gefilmde) mond van Dennis Hopper in Der Amerikanische Freund (gisteren nog maar eens uitgezonden op Arte) van Wim Wenders, die ik een paar dagen geleden zag passeren in een Berlijnse straat. De uitspraak is niet van Dennis Hopper en ook niet van Wim Wenders maar van de Amerikaanse president Franklin Delano Roosevelt. Ik weet niet of Wanda dat weet en het is overigens een weinig origineel motto. Maar zoals je zal lezen is Wandag Goronski wel een bijzondere vrouw. Een heel mooie vrouw, met van die sensuele lippen.

Foto: Martin Pulaski, Daringman.

BERLIJN EN DE VERZOENING


hegel2


Vorige zaterdag zijn we teruggekeerd uit Berlijn, een stad die ik na een derde bezoek meer koester dan ooit. Uitleggen waarom dat het geval is, is heel moeilijk. Ik moet daar nog lang over nadenken. Je kunt bijvoorbeeld moeilijk zeggen dat het een mooie stad is, zoals Parijs of Wenen. De mensen zijn er ook niet zo vriendelijk als in New Orleans of San Antonio.
Een aantal elementen zijn me wel al duidelijk: het is een levende stad, de jeugd is er nadrukkelijk aanwezig (zonder de oudere generaties te schofferen), er is een groot historisch besef, waar dat respect voor oudere mensen deel van uitmaakt. Er is veel schaamte bij de Berlijners, waar ze nu openlijk voor uitkomen. Ze bouwen monumenten om zichzelf en de bezoekers aan hun vreselijke misdaden te herinneren, ze proberen in het reine te komen met zichzelf en met hun recente verleden, ze wensen zich te verontschuldigen, ze streven naar verzoening, een term die voor Hegel al zo belangrijk was (en Ian McEwan heeft over dat hele ‘boetedoeningsproces’ de schitterende roman Atonement geschreven). Die mentaliteitsverandering houdt onder meer in dat in Berlijn ongeveer alles toegestaan is. Veel mensen flaneren er in opvallende kleren en met buitenissige kapsels door de straten. Niemand maalt er om. Ik voel me in Berlijn een grijze mus en wil er graag een metamorfose ondergaan, niet omdat ik me niet geaccepteerd voel zoals ik ben, maar om actief deel te kunnen nemen aan het grote feest. Want dat is het eigenlijk: een groot feest (zoals Ernest Hemingway de jaren ’20 in Parijs heeft beleefd, zo zal het nu zijn voor de kunstenaars en schrijvers in Berlijn, denk ik). Maar op een week verander je natuurlijk niet van gedaante. De vraag is of je überhaupt wel van gedaante kunt veranderen. Is dat niet iets dat alleen maar in mythes gebeurt? Wellicht ben ik gedoemd om tot het einde mijner dagen het bestaan van een grijze mus te leiden. Ach, wat geeft het ook, mijn dagen zijn toch geteld, zij het niet door mezelf. Ik houd er geen boekhouding van bij. Ik houd nergens een boekhouding van bij. Eerlijk gezegd kan ik niet rekenen. De rekenende en berekenende mens vind ik ook niet sympathiek. Sartre betaalde zijn belastingen niet (maar hij had natuurlijk wel genoeg geld om de geaccumuleerde bedragen en boetes uiteindelijk toch te betalen, hij had zelfs genoeg geld om de Nobelprijs te kunnen weigeren).

Maar ik had het over Berlijn. De mentaliteitsverandering houdt verder in dat niemand zich er een vreemdeling schijnt te voelen. De Turken, bijvoorbeeld, zijn echte en overtuigde Berlijners, en er zijn veel Turken in Berlijn. In tegenstelling tot in andere delen van Duitsland spreekt bijna iedereen in Berlijn Engels. Wat overigens ook wijst op de mentaliteitswijziging is de toevoeging van het woord ‘bitte’ aan aanmaningen en bevelen. De Turken zijn er al sinds de jaren ’50 en ’60. Sindsdien zijn er immigranten uit de hele wereld toegestroomd. In de punk- en new wave-jaren was de stad hip doordat David Bowie, Brian Eno en Iggy Pop er woonden en de nieuwe figuratieven (Georg Baselitz) en de Neue Wilden (Rainer Fetting) er ophef maakten. Het leven in West-Berlijn was goedkoop, de cafés waren de hele nacht open. Die tijd is nu definitief voorbij. De stad is zeker niet meer goedkoop. Italianen en Chinezen zijn in alle grote steden aanwezig. Iedereen weet dat ze goed kunnen koken. Dat is in Berlijn niet anders. Lang leve de Italianen! Voor de Chinezen zijn we nu wel wat bang, met hun vele vogels. Er zijn sinds de afbraak van de Muur natuurlijk zeer veel immigranten bij gekomen uit Oost-Europa, vooral Russen en Polen. In de boulevardpers zag ik paranoïde koppen over de Russische invasie in Duitsland, hoe zij bijvoorbeeld de mooiste Duitse stranden overspoelen, en er hun slechte manieren tentoon spreiden, stinkend naar vodka en look! Terwijl je op elk strand van de wereld onder de voet wordt gelopen door bierdrinkende of biologische groenten etende Duitsers. Ik overdrijf een beetje. Vooroordelen zijn nergens goed voor. In de wijk waar wij logeerden, de buurt van de Oranierburgerstrasse en de prachtig gerestaureerde Nieuwe synagoge, een deel van Berlijn Mitte (vroeger Oost-Berlijn), waar veel nieuwe restaurants en cafés hun deuren hebben geopend, doen heel wat Indiërs, Pakistanen en Thais kennelijk gouden zaken. Een beetje zoals in Brussel, maar dan op veel grotere schaal. Overigens kun je Brussel en Berlijn niet met elkaar vergelijken. Als ik dat zou doen, zou ik meteen moeten verhuizen. Als je je eigen stad in volstrekt negatieve termen beschrijft kun je er niet meer leven. Je kunt je natuurlijk opsluiten in je kamer. Dat is misschien nog het beste. Toch wil ik op een paar belangrijke verschilpunten wijzen: in Berlijn wordt er niet tegen de gevels gepist, de typische Brusselse urinegeur is er afwezig, men staat er ’s nachts op donkere straathoeken niet met messen te zwaaien, er zijn overal bomen die er opvallend gezond uitzien, er zijn zelfs zoveel bomen dat zelfs de meest ingenieuze bouwwerken vaak aan het oog worden onttrokken, er zijn overal groene parken, pleintjes, speelpleintjes, hoekjes. Er is een rivier en er zijn grote bossen en meren rondom de stad. Het openbaar vervoer werkt er. Ongeveer elke minuut stopt er op alle plaatsen van de stad een metro, tram of bus. Op een half uur leg je enorme afstanden af. Je zou wel gek zijn om je auto uit de garage te halen. Er is dan ook weinig luchtvervuiling. De Berlijners zijn niet opvallend vriendelijk, maar ze doen een inspanning en ze werken aan een multiculterele levenshouding. Ze spreken vaak meerdere talen. Zoals iedereen weet is Brussel ééntalig – kan het nog dommer in de ‘hoofdstad van Europa’? Maar ik besef dat ik dreig te weinig genuanceerd uit de hoek te komen. Ik kan over Brussel ook wel een aantal interessante dingen verzinnen, mocht dat nodig zijn. Wellicht zou dat beter zijn voor mijn geestelijke gezondheid dan het bejubelen van een gigantische bouwwerf? En laat ik de beschrijvingen van Berlijn best over aan de reisgidsen, en aan auteurs als Alfred Döblin, Klaus Mann of Walter Benjamin. Recentere schrijvers die over Berlijn hebben geschreven ken ik helaas niet. Er zijn natuurlijk ook de films van Fassbinder en Wim Wenders. Toch zal ik nog op mijn Berlijnse impressies terugkomen. Het moet.

Foto: Martin Pulaski, Hegel's graf.

22-08-05

WAAROM IK NOOIT EEN HIPPIE BEN GEWEEST


mods in tongeren

Nu ik terug ben uit Berlijn wil ik, voor ik wat vertel over de indrukken die ik daar opdeed, even verduidelijken waarom ik nooit een hippie ben geweest, wat verwanten, vrienden en kennissen – die het kunnen weten – nochtans beweren; een authentieke hippie zelfs, zeggen sommigen. Dat zijn degenen die me op televisie hebben gezien in een documentaire over Jazz Bilzen 1967. Ik was in hun ogen een hippie omdat ik toen kennelijk de uitspraak heb gedaan “ik houd van bloemen". Er zaten ook bloemen in mijn haar. Die kwamen uit de tuin van mijn tante Berb in Neerharen. De interviewer, Louis Neefs, vroeg me waar ik van hield en waar ik tegen was. Ik was destijds tegen de oorlog in Vietnam. Ik heb die reportage zelf ook gezien, toch al weer een tijdje geleden, bij een derde herhaling. Ik had er bij mijn vriend Jos in Leuven al een fragment van gezien op video. Toen de documentaire een tweede keer werd uitgezonden heeft Jos dat fragment zeer toevallig en spontaan opgenomen, verrast zo opeens zijn vriend op televisie te zien. Hij heeft toen ik bij hem op bezoek was een foto gemaakt van me, zoals ik op dat ogenblik was, al enigszins verwelkt, met op de achtergrond het stilstaande beeld van mezelf in 1967 met die bloemen op mijn jas en in mijn haar. Het was duidelijk dat ik van bloemen hield. Ja, ik herinner me nu heel goed dat ik ook tegen die oorlog in Vietnam was en voor de vrede. De mensen moesten maar eens wat liever gaan worden voor elkaar. Er was al meer van voldoende haat in de wereld. Ik was helemaal weg van flower power en love-ins. Maar het spijtige was dat ik in Limburg nogal alleen was met zulke standpunten en gevoelens - en met lang haar. Was ik op mijn zeventiende dan toch een hippie? Ik heb altijd gevonden dat ik een mod was, zeker in 1967. Ik hield van modieuze kleren. Roze, turkooizen of gele fluwelen jassen, gestreepte broeken, hemden met bloemenmotieven… Mijn haar was geknipt – bij een kapper in Maastricht - zoals dat van Steve Marriott van The Small Faces, mijn favoriete Britse beatgroep in die dagen en een van de weinige die ik in die periode ook live heb gezien, in Diepenbeek. Een meisje dat ik die avond ontmoet had - veel gestreel en gekus - heeft mijn zonnebril als aandenken bewaard. Ik weet niet meer hoe ze heette. Wat zou er met haar zijn gebeurd? Ach, beter dat ik het niet weet. (En zo spring ik maar van de hak op de tak…)

Mijn muzikale helden waren dus die Engelse beatgroepen: Small Faces, Kinks, Who. Ik hield ook van The Rolling Stones. Between The Buttons vond ik een schitterende elpee. Je moet eens naar de foto op de hoes kijken: zijn dat hippies? Natuurlijk niet. En van Bob Dylan, heel zeker. Bob Dylan, dat is toch nooit een hippie geweest, hij was veeleer een anti-hippie.

Later, in 1970, na het debacle van Altamont en het bijna profetische lied Gimme Shelter, had ik als barman in de Dolle Mol in Brussel een afkeer van de hippies die er kwamen, vooral omdat ze stuk voor stuk aan bewustzijnsvernauwing leden. Ze waren nergens in geïnteresseerd als het niets met drugs, volle rijst, namaak-blues (door blanken gespeeld) en vooral Jimi Hendrix te maken had. Domme mensen vond ik hen. In De Dolle Mol weigerde ik platen van Jimi Hendrix te draaien. Maar de countrymuziek waar ik destijds zo van hield mocht niet, die was niet hip genoeg. Wat wel mocht – omdat nogal wat Vlaamsche schrijvers aan de toog hingen - was De Zotte Morgen van Zjef Vannuytsel, maar die haatte ik helemaal. Samen met Max dreef ik de spot met die naïeve hippies. Maar Max vond dat ik toch nog enigszins aan de verkeerde kant stond: ik ging naar films kijken als Jeremiah (een cowboyhippiefilm). En ik had contacten met Robert, een softdrugs-dealer. Robert was geen slechte jongen maar zeker niet mijn vriend. Ik hield vooral niet van de muziek waar hij van hield (Cat Stevens en kierewiete folk). Door mij heeft hij Lou Reed en The Velvet Underground en David Bowie leren kennen en is zijn smaak wat veranderd. Robert was een kennis van Sarah. Via Sarah heb ik eens wat Congolese wiet van hem gekocht. Ik dacht eerst dat hij een oplichter was: volgens mij zat er gewoon thee in het luciferdoosje. Bij nader inzien bleek het toch echte goede Congolese marihuana te zijn. Maar wist ik veel. Ik was een Limburgse mod, die nog nooit wiet had gezien.Ik geef toe dat ik een tijd lang van de roes van hasjiesj en - in mindere mate - van wiet heb gehouden. Het was zo prettig om onder invloed naar sommige muziek te luisteren. Vooral naar die van Jimi Hendrix!

Sinds 1967 was ik een absolute fan van The Velvet Underground. Dat was de volmaakte anti-hippie rock & roll band. White Light White Heat was een van mijn vijf uitverkoren elpees. Als ik die oplegde waren al mijn vrienden na vijf minuten de deur van mijn kamer uit. Niemand hield van die muziek. Letterlijk niemand. Tot in 1972 of 73, in die ellendige periode van de glam, toen Lou Reed met ruggensteun van David Bowie succes kreeg met Transformer. Ik heb ook nooit van The Grateful Dead gehouden (ik maakte wel een uitzondering voor hun countryplaten). Woodstock vond ik vreselijk vervelend. Santana was om te schreien. En dan al die Britse hippiegroepen zoals Third Ear Band, Edgar Broughton Band, weet ik veel wat nog allemaal. Bah! Nadat Syd Barrett Pink Floyd de rug had toegekeerd hield ik die groep ook voor bekeken. Van Syd Barrett hield ik enorm veel omdat hij surrealistische sprookjes schreef, en een heel eigenzinnige gitaarstijl had en zeker ook wel omdat hij zich heel goed kleedde. Ik bewonder Syd Barrett nog steeds. De intellectuele ‘goeroe’ en anti-psychiater Ronald Laing, die ik destijds vereerde, heeft hem niet kunnen genezen van zijn schizofrenie. Ronald Laing is nu dood, Syd Barrett zit waarschijnlijk ergens rustig te genieten van de bloemen in zijn Engelse tuin.

Nadat ik filosofie was gaan studeren kreeg ik een beter inzicht in waar het in feite allemaal om ging. Lang haar of kort haar was niet belangrijk. Er was niets mis met outsiders, met de tegen de stroom invaren, met de beat-generation of met pop art en dergelijke dingen. Er was niets mis met rock & roll. Maar wat heel duidelijk werd was dat de wereld moest veranderen en dat kon je niet door je op te sluiten in een subcultuurtje. De wereld kon je alleen maar veranderen als je deel werd van een gemeenschap. Je kon je leven zin geven door te lezen en te schrijven, of iets anders te doen, maar dat volstond niet als je het in je eentje bleef doen. En nog volstaat dat niet. De paradox waar ik moest uitgeraken was - en is - dat je je oorspronkelijkheid, je eigen-aardigheid, verliest als je deel wordt van de gemeenschap. Hoe moet je dat dan doen? Dat is de vraag.

CASIMIR PULASKI


casimir pulaski 2


Ter opheldering wat informatie over een verre voorouder van Martin Pulaski. Je mag ook gerust de nieuwe cd van Sufjan Stevens opleggen, de track 'Casimir Pulaski Day'.

Casimir Pulaski belongs to that select group of heroes, including the Marquis de Lafayefte, Thomas Paine, Giuseppe Garibaldi, and Pulaski's fellow countryman, Thaddeus Kosciuszko, who opposed tyranny not only in their homelands, but wherever they found it. We especially honor Pulaski because he paid the ultimate price, having sustained a mortal wound while fighting for American independence at the battle of Savannah in 1779. Today he remains a symbol of the ideal of valiant resistance to oppression everywhere in the world.

PLEASE MISTER POSTMAN



is ze weggegaan 2



Waar zit ik dan toch?
Waar houd ik me schuil? One block from heaven? Of ergens in no man's land, volgestopt met cortisone en antibiotica? Gemaskerd en gesluierd? In een schuilkelder weggedoken uit schrik voor de vogelgriep? Gegijzeld door een bondage girl? Wachtend op een liefdesverklaring van Connie Palmen? Tussen de regels van Jorge Luis Borges verhaal 'De ronde ruïnes' verdwaald? Of in de ban geraakt van de moorden in de rue Morgue? Ben ik misschien in slaap gevallen in een Grieks vliegtuig, met een Berlijnse piloot aan het stuur? (Is iedereen in slaap gevallen? Geen brieven, geen e-mail, geen sms, geen berichten op het antwoordapparaat. Geen levensteken. Op de achtergrond alleen maar schaduwachtige stemmen die liedjes van Phil Spector imiteren.)

Ik wil zo spoedig mogelijk een antwoord op al deze vragen. Op dit ogenblik is er maar een ding waar je niet moet aant twijfelen: Ratzinger was in Duitsland.

12-08-05

ICH BIN EIN BERLINER!


einstein in berlin

Morgen heel vroeg vertrekken we naar Berlijn. Ik ben een hele week weg en zal waarschijnlijk niets op mijn weblog plaatsen. Waarschijnlijk zal ik helemaal niets schrijven. Ik ben een zwakke mens en beschik maar over een kleine voorraad energie, die ik zuinig moet gebruiken. Wat ik zal doen is wat ik altijd doe: door de straten slenteren, mij door de stad en haar inwoners laten overweldigen, musea bezoeken, kunstwerken in mij opnemen, mij laten inspireren, luisteren naar de Duitse taal, met dat mooie Berlijnse accent, dat me zeker zal doen terugdenken aan Franz Biberkopf, op terrassen zitten in het voormalige Oost-Berlijn, waar het gonst van het nieuwe leven, van jonge mensen die lang droomden van een project en dat nu verwezenlijken. Ik zal tijdschriften en boeken en folders lezen. In boekwinkels in boeken bladeren en ze weer terugleggen of als ze een heel lekkere geur hebben ze kopen; in muziekwinkels, zoals ik die zaken noem, mij overgeven aan mijn obsessie voor cd's. Ik zal oog in oog staan met de verschrikkelijke geschiedenis van de vorige eeuw, op elke plaats waar ik kom; elke plaatsnaam die ik lees zal er mij aan herinneren; in de schaduw van elk gebouw zal ik de kilte ervan even voelen. Ik zal veel tijd doorbrengen in een mooie hotelkamer met een parketvloer en een zacht bed. Ik zal genieten van het heerlijke ontbijtbuffet en het éne kopje koffie dat ik nog mag drinken, 's morgens. Ik zal lang gemiste gesprekken hebben met mijn levensgezellin. Na zeven dagen zal ik terugkeren en zal ik mij mijn nachtmerries en dagdromen proberen te herinneren en, na een paar dagen rust hier thuis, zal ik die dan neerschrijven en, indien ze interessant zijn, zal ik ze, samen met een aantal indrukken en mogelijk ook wat woedeaanvallen en ergernissen, hier onder de aandacht brengen. Tot ziens en geniet van elk ogenblik.

10-08-05

DOCTOR ARTURO MAUSS EN DE VERVELING


portrait of the artist as a young vampire

Doctor Arturo Mauss verveelt zich altijd. Overal waar hij komt verveelt hij zich en dat doe hij met veel nadruk. Een toevallige voorbijganger die hem eens vluchtig bekijkt zou kunnen denken, kijk, iemand die zich vreselijk verveelt en die daar nog een hoge borst over durft opzetten, hoe is het in hemelsnaam mogelijk.

Maar de verveling van Doctor Arturo Mauss is zomaar geen gewone verveling. De mensen die de man met wat meer aandacht bekijken worden onvermijdelijk getroffen door zijn hoog, wijs voorhoofd, zijn scherpe, vorsende blik; dit zijn nu eens ogen die elk levend wezen tot op het bot, die elk voorwerp tot op de draad kunnen ontleden. Aandachtige mensen komen steeds tot dezelfde conclusie: wat ziet deze man er toch verstandig uit. Dat moet wel een knappe kop zijn. Ze hebben overigens gelijk. Hij is zeer verstandig. Niet voor niets is Doctor Arturo Mauss een door alle academici gerespecteerd academicus. Wordt zijn naam in intellectuele kringen niet met diepe eerbied, als het ware op fluistertoon, uitgesproken, overal waar onze christelijke beschaving is doorgedrongen? En heeft iemand het ooit nagelaten zijn naam door zijn titel te laten voorafgaan?

Maar dat verstand is nu precies zijn probleem. Doctor Arturo Mauss is zo geleerd, zo overvol van 'Vernunft', hij is met zijn buitengewoon intellect zo ver boven het gewone leven der mensen verheven, dat hij niet goed meer weet wat hij daar boven, op die eenzame hoogte, met al zijn kennis moet aanvangen.

De gedachte dat zijn kennis overbodig zou kunnen zijn, - door hemzelf als 'pseudo-gedachte' bestempeld aangezien ze een oorsprong heeft buiten hem en het bijgevolg door hem niet verifieerbaar is of zij wel een ware gedachte is - heeft hij, zoals van hem kon worden verwacht, reeds lang geleden verworpen, hoewel we moeten toegeven dat het laatste voltooid deelwoord wat onnauwkeurig is gebruikt, zeker als we een poging doen om uit te gaan van Doctor Arturo's standpunt dat een gedachte die a priori reeds als minder-dan-een-gedachte werd onderkend, een gedachte is die nauwelijks of helemaal niet het overwegen waard is, zodat het eveneens uitgesloten is dat zij zou kunnen worden verworpen.

Dat een bepaalde gedachte-inhoud eerst de indruk kan geven te moeten worden verworpen, omdat zij een gedachte wordt genoemd, en dat zij daarna, omdat zij als pseudo-gedachte wordt bestempeld toch niet wordt verworpen, heeft zo zijn redenen. En wel de volgende.

In de eerste plaats is er sprake van snelheid. Snelheid van uitvoering. Snelheid van uitvoering van denkprocessen. Bij doctor Arturo Mauss worden denkprocessen zo snel uitgevoerd dat ze voor een gewone sterveling niet eens lijken plaats te vinden. Een gewone sterveling merkt er niets van, zoals hij ook niets merkt van de snelheid van het licht en zich niet afvraagt hoe het komt dat planten kunnen groeien of hoe het weer eigenlijk in elkaar zit. Zo snel voert Arturo Mauss zijn denkprocessen uit.

Snelheid dus. Maar daarnaast treffen we logica aan. Want we mogen natuurlijk evenmin de ijzeren logica uit het oog verliezen waarmee doctor Arturo Mauss zijn lichtsnelle denkprocessen, eens ze in gang zijn gezet, binnen de juiste banen weet te houden, onder meer door zijn koortsachtige geest niet toe te staan zich om de tuin te laten leiden door allerlei verleidelijke buitenissigheden, wat eigenlijk geniaal is, want iedereen weet hoeveel knappe koppen er al op de klippen zijn gelopen door wel toe te geven aan die verleiding.

Hoe komt nu zo'n denkproces op gang? Want iets moet toch dat buitengewoon ingewikkelde denkproces een prikkel hebben gegeven, en aangezien het resultaat, het denkproces dus, belangrijk is, moet de prikkel ook belangrijk zijn. Wat is er dan zo belangrijk voor doctor Arturo Mauss? Bewondering. Verering. Succes. De gedachte dat zijn kennis overbodig zou kunnen zijn is eigenlijk een spelletje om de tijd te doden, om de verveling te bestrijden (maar ook om ze zichtbaar te maken). Maar zeg doctor Arturo Mauss: het is een pseudo-gedachte, aangezien ik ze niet echt heb gedacht, maar ze mij uit verveling heb laten influisteren. Door wie? Door de reclamebureaus. Door de reclamebureaus die de verkeerde ideeën en de pseudo-gedachten aanreiken. Ik wist van in het begin dat het om een pseudo-gedachte ging. Maar waarom verwerpt hij ze dan niet? Doctor Arturo Mauss hoeft een pseudo-gedachte helemaal niet te verwerpen omdat hij van de buitenwereld een prikkel krijgt die hem zegt dat hij daar te belangrijk, te verstandig voor is. Over heel de wereld maakt zijn kennis het voorwerp uit van lof, bewondering, ontzag, verering, noem maar op, wat er allemaal toe bijdraagt hem in een oogwenk te doen inzien dat het onzinnig zou zijn een overbodige pseudo-gedachte, namelijk dat zijn supermenselijke verstand overbodig zou zijn, in overweging te nemen, te verwerpen of proberen te weerleggen.

We vermoeden dat er op de hele wereld niemand te vinden is die het hierover met doctor Arturo Mauss oneens zou kunnen zijn. Tenzij iemand die zich nog meer verveelt dan doctor Arturo Mauss. Maar zo iemand bestaat niet.

09-08-05

BLOEMARDINNE'S LAATSTE KANS


mozart


De messias is terug en zijn naam is Mozart.
Een begaafde jongen. Iedereen houdt van hem. Helaas vooral de Pralineschijters.

In de woestijnen is nog plaats voor je genieën die nu leven. Laat ze omkomen van de dorst !

De messias is terug maar het vlees valt van de botten. Ezechiël heeft zich vergist. Don't need no ticket, you just thank the Lord. Of zullen we plaatsnemen in de rode sofa en Georges Bataille herlezen? Over hoe er gepist moet worden onder de blauwe hemel. Gekotst op de rug van de dwergbaron. Mozartpralines. Voor jou mijn lief. Dat de violen weer bomen worden en de stemmen weer wind. Een leeg universum, dan ben ik gelukkig.

Bloemardinne wist niet wat ze vertelde. En Zuster Bertken dan? Zuster Bertken evenmin. Onwetenden vinden de juiste woorden. Ver weg van zeep en haartransplantaties. Zelf ging ik naar Zwitserland om de wereld te veranderen. Ik kwam terug met twee gevlamde steentjes. En een danseresje. In een doosje. Een muziekdoosje. In de vorm van een chalet.

Alles was tot zijn juiste proporties teruggebracht. Van de wereld had ik mijn wereldje gemaakt. Ik huwde het zwarte danseresje in Jeruzalem en noemde haar Bloemardinne.

We leefden nog lang en gelukkig in onze chalet beschermd door tragische lawines. Schuberts romantisch gemurmel overstemde het gehinnik van brandende paarden. Onze nachten waren onderwaterdonker en vol Mantovani.

06-08-05

LA VITA NUOVA


Zwart had gedroomd dat hij opnieuw was begonnen te roken. De eerste sigaret smaakte geweldig. Voor hem vertegenwoordigde ze veel meer dan alleen maar een sigaret. Op straat, aan een krantenkiosk waar ook rookartikelen te koop waren, wou hij zich op een nieuw pakje Camel trakteren. Toen hij naar geld zocht in zijn jaszak merkte hij dat hij nog een halfvol pakje in zijn bezit had. Het was niet nodig dat hij een nieuw pakje kocht. Maar lucifers, die had hij niet. Hij vroeg aan de dame van de kiosk of ze hem een doosje lucifers wilde verkopen. Dat weigerde ze.
- Ik heb er geen, zei ze.
Zwart zag dat ze loog. Tussen de kranten lagen duidelijk zichtbaar de doosjes Union Match. Hij griste er een weg en stak het in zijn zak. Dat gaf hem een aangenaam gevoel. Wat was hij sterk. Vol zelfvertrouwen gaf hij zijn compagnon, die er de hele tijd stil had bijgestaan, ook een vuurtje. 't Leek wel een reclameclip. Maar voor Zwart betekende de droom, zoals de sigaret in de droom, zoveel meer. Het was voor hem, toen hij wakker werd, haast alsof hem een nieuw leven was beloofd.

- Vita nuova, zei hij. En ik heb niet eens moeten roken. Dat roken is bijkomstig. Het vuur is de boodschap. Dat ik iets durf. Dat ik voor mezelf durf opkomen. Dat ik de leugens niet langer slik. Komt er aan mijn periode van lijdzame moedeloosheid een einde? Ja. Ik moet hard werken; discipline heb ik nodig, voldoende rust en een matig leven. Dan zal alles terugkeren. Zwart voelde zich op dit moment werkelijk sterk. Hij was als Prometheus geworden, had het vuur gestolen van de goden en het aan de mensen geschonken.

Maar waarom weigerde die dame jou vuur? Misschien was het toch niet tegen de goden en de maatschappelijke orde dat ik me verzette. Misschien kwam ik in opstand tegen dat aspect van mezelf dat me belet vrij te zijn. Of was het de muze die me geen vuur wilde geven? En ben ik overmoedig geweest? Deze laatste interpretatie weigerde Zwart te aanvaarden, trouwhartig als hij was.

05-08-05

FUCKING LILJA


LILJA


Nog altijd ben ik somber gestemd en dat allemaal door het zien van een sombere film: Lilja 4-ever.
Erger kan niet en het is allemaal waar. Echt gebeurd. Moet ik daarvoor een televisie bezitten? En nog kijken ook? Geef mij dan maar Hollywood. Spielbergs, duizend Star Wars, Jedis, Supermen, Lords of the Ring. Oscarmateriaal. Scharzenegger for president zou ik zo zeggen! Lulkoek al de rest. En Bruce Willis vice-president. God help the man! Condo mag buitenlandse zaken houden, als ze maar een grote bek opzet. Fuck al the foreigners and drop the big one on Luxembourg! Het is nu ook nog gaan regenen en ik ben er erg aan toe. Moe van die film en de nachtmerries, wat wil je, met al dat dramatisch gedoe. Dan lees ik in de Humo ook nog over die Polen die hier in het zwart komen werken. Ze beweren dat Brussel onveilig is, gevaarlijker dan Warschau en de gebieden aan de evenaar, waar er nochtans krokodillen leven. Hoe komen ze erbij. Geen vlieg zou hier iemand kwaad berokkenen. Laat staan dat iemand in deze stad de bijbel leest. En wat is er gevaarlijker dan de bijbel lezen? Ze zeggen ook dat al die Polen elke zondag naar de kerk gaan maar ons op maandag zoveel mogelijk bestelen. Het staat in de Humo. Hulp politie! Kom dan toch eens iets doen als het waar is! Misschien gaan we beter met z'n allen naar de Congo of wat zal ik zeggen? Nog een geluk dat het einde van de film niet op de video stond, anders had ik hier nog veel meer depressieve onzin moeten noteren. Morgen wordt alles weer beter, als het maar ophoudt met regelen. Ik hoop dat Lilja nog leeft ook. Want misschien vergis ik me in verband met die krokodillen en die Polen en zo, maar Liljas zijn er overal.

Overigens heb ik een nieuwe job, voorlopig alleen des nachts: coincidence consultant.

04-08-05

LA MAMAN ET LA PUTAIN, ETCETERA


la maman et la putain

La Maman et la putain, Five Easy Pieces, Days Of Heaven, Wanda, Magnolia, Bring Me the Head of Alfredo Garcia, The Shooting, High Noon, Le charme discret de la bourgeoisie, Winerschläfer, The Searchers, Heaven's Gate, Lost In Translation, Tirez sur le pianiste, North By Northwest, Touch Of Evil, Cul De Sac, Repulsion, M, L’avventura, Blow Up, Bad Timing, Jackie Brown, Mean Streets, Sunrise, La Dolce Vita, Stranger Than Paradise, Andrej Rublev, L’atalante, To Be Or Not To Be, Dinner At Eight, Fat City, The Fortune Cookie, Saturday Night And Sunday Morning, Les Enfants Du Paradis, Lost Highway, Point Blank, Singing In The Rain, Celine Et Julie Vont En Bateau, La vie de Jésus, Eternal Sunshine Of the Spotless Mind, Night Of The Living Dead, Ossessione, I Walked With A Zombie, Ascenseur Pour L’echafaud, Night Of The Iguana, Hud, Nosferatu, Vampyr, Out Of The Past, Toni, Red Shoes, Le Salaire De La Peur, Du Rififi Chez Les Hommes, The Killing Of A Chinese Bookie, L’annee Dernière A Marienbad, Dillinger E Morto, Memento, Possession, Performance, Buffalo 66, The Big Heat, It’s A Wonderful Life, Invasion Of The Body Snatchers, Lone Star, I Want You, Le retour à la bien-aimée, Sue, 1900, Last Tango In Paris, Swimming Pool, Lucia y el sexo, Diarios de motocicleta, Die Ehe Der Maria Braun, Johnny Guitar, Two Lane Blacktop, The Last Picture Show, Der Himmer Uber Berlin, Vertigo, La Pianiste, Requiem For A Dream, Being John Malkovich, Fight Club, Breaking the Waves, 21 Grams, The Man Without a Past, Jean Eustache, Bob Rafelson, Terence Malick, Barbara Loden, PT Anderson, Sam Peckinpah, Monte Hellman, Fred Zinneman, Luis Bunuel, Tom Tykwer, John Ford, Michael Cimino, Sofia Coppola, François Truffaut, Alfred Hitchcock, Orson Welles, Roman Polanski, Fritz Lang, Michelangelo Antonioni, Nicholas Roeg, Quentin Tarantino, Martin Scorsese, Friedrich Wilhelm Murnau, Frederico Fellini, Jim Jarmusch, Jean Vigo, Andrej Tarkovski, Ernst Lubitsch, George Cukor, John Huston, Billy Wilder, Karel Reisz, Marcel Carné, David Lynch, John Boorman, Stanley Donen, Gene Kelly, Jacques Rivette, Bruno Dumont, Michel Gondry, George Romero, Luchino Visconti, Jacques Tourneur, Louis Malle, Martin Ritt, GW Murnau, Carl Dreyer, Jean Renoir, Michael Powell, Henri-Georges Clouzot, Jules Dassin, John Casavetes, Alain Resnais, Marco Ferreri, Christopher Nolan, Andrzej Zulawski, Donald Cammel, Vincent Gallo, Frank Capra, Don Siegel, John Sayles, Michael Winterbottom, Jean-François Adam, Amos Kollek, Bernardo Bertolucci, Francois Ozon, Julio Medem, Walter Salles, Rainer Werner Fassbinder, Nicholas Ray, Peter Bogdanovich, Wim Wenders, Michael Haneke, Darren Aronowsky, Spike Jonze, David Fincher, Lars Von Trier, Alejandro Gonzales Inarritu, Aki Kaurismaki, Bulle Ogier, Isabelle Huppert, Steve Buscemi, Cary Grant, Greta Garbo, Karen Black, Isabella Rosselini, Gary Cooper, Groucho Marx, Buster Keaton, Jean-Pierre Léaud, Juliet Berto, Marlon Brando, Lee Marvin, Angie Dickinson, Charlotte Gainsbourg, Peter Lorre, Harry Dean Stanton, Miou Miou, Bruno Ganz, Paz Vega, Gaél Garcia Bernal, Emmanuelle Béart, Isabelle Adjani, Emmanuelle Devos, Vincent Cassel, Scarlet Johansson, Vivien Leigh, Delphine Seyrig, Anna Thomson, Charlotte Rampling, Ludivine Sagnier, Gloria Swanson, Elizabeth Taylor, Richard Burton, Ava Gardner, Joan Crawford, Caroll Baker, Karl Malden, Eva Marie-Saint, Rod Steiger Alan Ladd, Judith Malina, Julian Beck, Faye Dunaway, Robert Mitchum, Grace Kelly, Juliette Binoche, Rosanna Arquette, Patricia Arquette, Françoise Dorleac.

Inderdaad, nog eens een lijstje. Het verlangen was groot. Ik heb het weer gedaan. Maar eigenlijk is dit een wedstrijd. Je moet gewoon bij de filmtitels de bijhorende regisseur, acteurs en actrices plaatsen. Aan deze wedstrijd zijn helaas geen prijzen verbonden. Wordt vervolgd.

BALLINGSCHAP IN DE SCHADUW


Het is zo'n heerlijke zomerdag. En toch kom je je kamer niet uit... Waarom ga je geen ommetje maken? Op wat zit je te wachten? Het is nog lang eer Laura thuiskomt van kantoor. Hier valt niets te verrichten.
Jazeker, je kan voor het open venster gaan staan, zoals die man van De Braekeleer, dan zie je wat er op straat gebeurt en wie weet vang je wel een glimp op van iemand aan de overkant... Een jonge vrouw, wie weet, met weinig kleren aan, warm als het is. Maar ik heb in dat gebouw nog nooit iemand gezien. Misschien staat het wel leeg. In onze straat gebeurt overigens nooit iets. Heel uitzonderlijk eens wat blikschade. Meer niet.

Hoewel dat allemaal niet zo zeker is. Hoe vaak dwaalt je aandacht niet af van de straat. Van de hele wereld en haar stand van zaken. Een niet te stuiten stroom van herinneringen dringt zich aan je op. Voor je het weet zit je op de rand van je tafel, roerloos als een hagedis op een of ander zonnig muurtje in Arles. Je treedt uit je observerende zelf om als een zielig persoontje rond te dolen in een schimmig labyrint, bevolkt door groteske figuren die je nauwelijks herkent. De kracht die hen in beeld brengt kan zeker niet van realisme worden beschuldigd. Soms gebeurt het dat je jezelf tussen de schimmen uit je verleden ziet lopen. Of je maakt een fietstocht met je vrienden, naar Geleen in Nederland. Het is zo'n heerlijke zomerdag. Er is nog geen gewicht in je leven. ...Dan voel je ineens weer dat gewicht van vandaag. Misschien omdat je de zon in je ogen voelt schijnen. Het leven is geen pretje. Je bent terug en je vraagt je af hoe het komt dat onze zintuigen zich als wij in onze gedachten of denkbeelden verzinken aan het reële onttrekken. Kunnen wij dan nooit waarnemen, voelen en denken tegelijk?

Ik neem maar plaats aan mijn tafel. Waar zouden mijn vrienden nu zijn?
Ze laten niets meer van zich horen. Vroeger was dat wel anders. Ze lieten mij nooit met rust. En als ze niet aan mijn deur hingen zat er altijd wel een brief van ze in de bus. Zelf schreef ik ook onafgebroken brieven aan mijn vrienden. Duizenden brieven hebben ze van mij ontvangen. In elke omslag, dacht ik, stop ik een stukje van mijn schaduw. Maar bij nader inzien was het niet mijn schaduw die ik onder hen heb verdeeld. In elke brief zat een stukje van mijn ego. Zodat er nu alleen nog schaduw overblijft. Maar schaduw of zelf, wat maakt het uit in een wereld bevolkt door schaduwen. Plato had gelijk. Het ware leven speelt zich elders af. Nooit daar waar je je bevindt. Zelf, schaduw : het zijn twee verschillende woorden, meer niet. Woorden die me vaak beletten te denken, die me al even vaak beletten te leven omdat ze mij in hun ban houden met hun luister, hun abracadabra. Stukjes zelf waren die brieven. Stukjes licht taalspel, overstromend van verbeelding en verwachting. Stukjes schuimend utopia. Geen wonder dat ik veel vrienden had. Ik schonk hen stukjes van dat andere leven dat in die tijd in mij ontwaakte. Uit de wereld waar dat andere leven zich afspeelt ben ik al lang verbannen. Soms als ik droom ben ik er weer even. Het lijkt enigszins op wat er gebeurt op het eiland van Adolfo Bioy Casares. Bij het ontwaken blijft er nauwelijks een spoor van over. Alleen een onverklaarbaar verdriet wijst er op dat ik er weer geweest ben.

Een balling heeft niet veel te vertellen. Zijn bron is opgedroogd, denkt hij. Hij kan zich tot zijn eigen oren beperken, natuurlijk, een zichzelf met verhaaltjes uit de kindertijd in slaap wiegen. Zichzelf wijs maken hoe mooi het leven als kind was. Dat is het enige wat de balling nog rest : dat zoete paradijs der kinderjaren.Het is toch wel een mooie tafel. Volstaat dat dan niet, aan zo'n mooie tafel zitten? Met een dak boven je hoofd. De halve wereld moet het met veel minder doen. Neen. Je hebt geen spijt. Alles wat voorbij is zit veilig opgeborgen in je geheugen. Het is dood en het leeft tegelijkertijd. Spijt is trouwens een lachwekkende emotie. Maar dat geeft niet. Ik heb niets tegen mensen die spijt hebben. En een lachwekkende mens kan een andere lachwekkende mens het leven redden. Dat is al gebeurd. Je moet doen wat je moet doen. Als je graag pralines eet, moet je pralines eten. Zo simpel is het. En als je ze niet kunt betalen? Dan moet iemand anders dat maar doen.

02-08-05

TOM BARMAN EN CONNIE PALMEN


connie palmen


Ik heb nooit een boek gelezen van Connie Palmen en ken al evenmin het werk van Tom Barman. Belgische rock & roll heeft me nooit echt kunnen boeien, zeker niet als die uitgesproken beïnvloed is door Captain Beefheart, Tom Waits en R.E.M. Voor Belgische artiesten die helemaal samenvallen met zichzelf, zoals Marva, Salvatore Adamo en Marc Aryan (hoewel ik betwijfel of die laatste wel een Belg is, het zou wel eens een Magyaar of een Savoyard kunnen zijn), kan ik wel enig respect opbrengen. Maar vraag me niet om ernaar te luisteren. Ik luister voorlopig niet meer naar muziek. Alle geluiden storen mij. Dat is de gesel van het stadsleven en het leven van de werkende mens. De schrik die bezit van je heeft genomen. Ten minste twee keer per dag kan er in je omgeving een bom ontploffen. Ik luister nu naar concrete muziek, de geluiden die ik zelf voortbreng. Het enige mooie geluid dat ik produceer, hoor ik als ik ’s avonds mijn sokken uitdoe. Ik heb het nu even niet over de geur. Gewoon dat geluid. Hemels. Wie heeft er dan nog behoefte aan het eeuwige gerasp van Bob Dylan of de hemelse mathematica van Bach? Om nog maar te zwijgen van Belgische rock.

Toch hebben Tom Barman en Connie Palmen mij vorige zondag verrast en tot tranen toe ontroerd. Ik heb het over het televisieprogramma ‘zomergasten’, een ongeëvenaard trage en mooie reeks zomergesprekken in een doodgewone studio. Voor ‘zomergasten’ is er geen jacht, geen Toscaanse villa nodig. De gesprekken sprankelen, of er wordt gestotterd, er is gebral en er is stilte. De gasten zijn mooi en lelijk. Onbekende wetenschappers of ‘Vlaamse idolen’ (Tom Lanoye, Hugo Claus). Sommige zomergasten worden achteraf met de dood bedreigd (Ayaan Hirshi Ali). Het programma bestaat al lang, zeker wel tien jaar, het is nooit vervelend, telkens zie je de geschiedenis de revue passeren, en besef je hoe weinig vat je hebt op de gebeurtenissen.

Hoewel ik nooit een boek van Connie Palmen had en heb gelezen vond ik tot vorige zondag de aflevering met haar als gast de beste. Dat kwam door haar stem, denk ik. Ze drinkt wijn, en rookt sigaretten en het is duidelijk dat ze dat lekker vindt. Ze houdt ook van Elvis en is onder meer daardoor intelligent. Een intellectueel, een schrijver, een kunstenaar die niet van Elvis houdt lijkt me nogal dom. Hoe kun je intelligent zijn en niet van Elvis houden? Destijds was Connie heel charmant, een mooie vrouw, belezen, met een innemende stem en enigszins droevige ogen (die toch veel glimlachen). Waarom de verleden tijd gebruiken? Ze spreekt het mooiste Nederlands van de wereld. Je kent dat wel, een beetje Hollands, maar door het lichte Limburgse accent toch ook dicht bij ‘ons’. Van Connie moet je niet per se boeken lezen, je moet zeker wel luisteren naar haar stem vol emotie en intelligentie.

En dan was er Tom. Na vijf minuten al was ik in mijn fantasie zijn beste vriend. Wat een innemende man! Zo eerlijk en emotioneel en vol respect voor oude mensen. Zelfs onze oude droevige koning krijgt zijn zegen. De man die ons – met uitzondering van één dag – allemaal verenigde, de man die België een kwaliteitslabel bezorgde. Destijds beter bekend in de Verenigde Staten dan ‘onze’ chocolade. Een uiterst glamoureuze koning, met aan zijn zijde een lelijke heks, bezeten van god, schrijfster van bloedeloze sprookjes. Tom bewondert Herman Decroo, die, tot mijn verrassing alweer, grammaticaal correcte zinnen kan uitspreken (weliswaar in het Frans). Hoe kan het ook anders, Herman Decroo is een perfect Belgisch kunstwerk. Ik denk van de hand van Marcel Broodthaers, maar ik kan me vergissen. Tom Barman heeft me een bijzonder ontroerend stukje Mingus laten zien. Een van de grootste Amerikaanse kunstenaars wordt uit zijn woning gezet. Meubeltjes op straat. En dan is er niets meer dan waanzin en treurende weduwen. Charles Mingus. Ook Connie vond het een schande, al zei ze dat natuurlijk niet. Het was van dat stil verdriet, waar je nog een glaasje bij inschenkt. Jeff Wall bleek voor zijn werk, A sudden gust of wind (zie foto hierboven), geïnspireerd te zijn geweest door Hokusai. De man die het net heel fijn vindt dat zijn hoed wegwaait. Een en al vrolijkheid: eindelijk van dat gekke hoofddeksel verlost! De film L’emploi du temps, blijkbaar een meesterwerk dat ik over het hoofd heb gezien. Een schitterend stukje Nicole Kidman in Birth. Een tragische Britse voetbalheld, Paul Gascoigne. De heavy metal band Metallica bij de psychiater. Keiharde gasten maar stuk voor stuk zeer kwetsbare jongens, zo bleek nu. Captain Beefheart die na de confrontatie met het werk van Van Gogh de zon maar onbeduidend vindt. De stem van Captain Beefheart moet je zeker ooit gehoord hebben. Tom vertelde dat die andere Tom (Waits) veel gepikt heeft van de kapitein. Dat is inderdaad het geval, maar iedereen weet dat iedereen van iedereen pikt.

Als hoogtepunt kregen we een fragment uit een van mijn favoriete films, Bad Timing van Nicholas Roeg – waar je alleen al moet naar kijken voor de ogen van Theresa Russell –, en tot slot een zingende Joseph Brodsky. Niemand heb ik ooit mooier poëzie zien en horen voordragen. De beste zomergast is nu Tom Barman. Connie Palmen staat op nummer twee. Graag zou ik hen beiden eens uitnodigen bij mij thuis. Ze zouden zelfs sigaretten mogen roken.