06-08-05

LA VITA NUOVA


Zwart had gedroomd dat hij opnieuw was begonnen te roken. De eerste sigaret smaakte geweldig. Voor hem vertegenwoordigde ze veel meer dan alleen maar een sigaret. Op straat, aan een krantenkiosk waar ook rookartikelen te koop waren, wou hij zich op een nieuw pakje Camel trakteren. Toen hij naar geld zocht in zijn jaszak merkte hij dat hij nog een halfvol pakje in zijn bezit had. Het was niet nodig dat hij een nieuw pakje kocht. Maar lucifers, die had hij niet. Hij vroeg aan de dame van de kiosk of ze hem een doosje lucifers wilde verkopen. Dat weigerde ze.
- Ik heb er geen, zei ze.
Zwart zag dat ze loog. Tussen de kranten lagen duidelijk zichtbaar de doosjes Union Match. Hij griste er een weg en stak het in zijn zak. Dat gaf hem een aangenaam gevoel. Wat was hij sterk. Vol zelfvertrouwen gaf hij zijn compagnon, die er de hele tijd stil had bijgestaan, ook een vuurtje. 't Leek wel een reclameclip. Maar voor Zwart betekende de droom, zoals de sigaret in de droom, zoveel meer. Het was voor hem, toen hij wakker werd, haast alsof hem een nieuw leven was beloofd.

- Vita nuova, zei hij. En ik heb niet eens moeten roken. Dat roken is bijkomstig. Het vuur is de boodschap. Dat ik iets durf. Dat ik voor mezelf durf opkomen. Dat ik de leugens niet langer slik. Komt er aan mijn periode van lijdzame moedeloosheid een einde? Ja. Ik moet hard werken; discipline heb ik nodig, voldoende rust en een matig leven. Dan zal alles terugkeren. Zwart voelde zich op dit moment werkelijk sterk. Hij was als Prometheus geworden, had het vuur gestolen van de goden en het aan de mensen geschonken.

Maar waarom weigerde die dame jou vuur? Misschien was het toch niet tegen de goden en de maatschappelijke orde dat ik me verzette. Misschien kwam ik in opstand tegen dat aspect van mezelf dat me belet vrij te zijn. Of was het de muze die me geen vuur wilde geven? En ben ik overmoedig geweest? Deze laatste interpretatie weigerde Zwart te aanvaarden, trouwhartig als hij was.

De commentaren zijn gesloten.