29-07-05

DE KLEINE TRAGEDIE VAN EEN HÖLDERLINLEZER


Friedrich Hölderlin


Met Hölderllins gedichten op zoek naar een café, om even op adem te komen. Je voelt een soort trots. Maar waarom eigenlijk ? Er was je een ochtend van kristal beloofd, heldere lucht die je de adem zou terugschenken.

Hoe je in het donker je tenen telde. De tel verloor. Opnieuw begon. Een haast net zo donkere prinses gleed uit haar witte jurk. Heel even lichtte haar verblindende huid op in de nacht. Daarna hulde zij zich in slangenvel en vulde haar ogen met bloeddorst. Een superieure onverschilligheid voor je lijden nam bezit van haar. Je zette de zwarte parel uit het hoofd.

(Niemand ontsnapt aan de wetmatigheden, in je boek genoteerd.)

Maar niets van dat alles. De zon schroeit en verblindt. Het graan kan elk ogenblik in brand schieten. Nergens is een landbouwer te bespeuren. Het is te heet.

's Avonds gaat het beter. Er worden grote glazen strogeel bier geschonken. De echo van de accordeonmuziek lijkt het bestaan van een hiernamaals te bevestigen, vooral waarschijnlijk omdat je met niemand praat, je kent hun dialect niet, maar wel evenveel drinkt als zij.

Een jong meisje danst op een ruwe houten vloer. Haar bloemetjesjurk is vochtig van haar zweet dat naar appelwijn ruikt. Je had haar graag bij de heupen genomen, en dan zou ze je toegeglimlacht hebben. Dat zou voldoende zijn geweest om je waKker te schudden uit je lethargie. Maar je gaat weer op dezelfde stoel zitten, alleen aan een tafeltje. Met tegenzin grote slokken bitter bier drinkend. Je hebt opeens zin om zo'n vlot type te vermoorden. Een schot tussen de domme ogen zou volstaan.

De commentaren zijn gesloten.