26-07-05

DE TOREN


empire 3


Twee mannen stappen gehaast door een maïsveld. Ze zijn al lang onderweg. Nu duikt voor hun ogen aan de horizon de Torro de l'Oro op. Vol verwondering laten ze hun blik rusten op het bouwwerk. Ze zwijgen lange tijd en denken bij zichzelf: 'die toren behoort mij toe, ik zag hem het eerst.'

Kraaien in de blauwe lucht. Af en toe scheren ze over de maïsstengels.

De ene man, die een blauw pak aan heeft, neemt het woord. "Dat is de toren van 1750", zegt hij.De tweede man, klein van gestalte, zegt: "Je mag zeggen wat je wilt, maar die toren is van mij, ik heb hem het eerst gezien".

Dicht bij de gouden toren brandt een vuurtje. De kleine man ziet een grote sleutel, die ligt te gloeien in de vlammen. Dat is de sleutel van de poort, denkt hij. In zijn hoofd wordt alles nu glashelder. Een paar meter achter hem daagt zijn metgezel op. De man in het blauw, met een mes in de hand.

De man in het blauw stopt het mes in zijn zak en loopt door: wat verderop heeft hij een brug ontwaard. Dat is de brug naar de toren, denkt hij. Niets houdt mij nu nog tegen. Het geheim is voor mij.

De kleine man twijfelt. Eerst de sleutel uit het vuur, of meteen naar de toren, dat is de vraag. De sleutel, denkt hij, die moet ik hebben. Laat hem maar lopen. Die geraakt toch niet door de poort.

De man in het blauw nadert de brug. Daar stort hij al neer, zijn hart stil gevallen. Zijn gelaat heeft nu dezelfde kleur als zijn pak. Uit dit voorval schept de kleine man nieuwe moed. Hij begeeft zich in de vlammen om zich de sleutel toe te eigenen. Aangezien hij echter blootsvoets is, verbrandt hij meteen zijn voetzolen. De sleutel blijft buiten bereik.

Nu zit hij radeloos onder een notenboom. Zijn voeten doen pijn, maar daar denkt hij niet aan. Hij denkt aan de toren en aan de sleutel in het vuur. Hoe geraak ik toch in de toren binnen zonder sleutel?Plotseling treft een bliksemflits de top van de toren. Het bouwwerk vat meteen vuur. Allerlei gedaanten, bevangen door schrik voor de vuurdood, springen door de ramen.

De kleine man scharrelt zijn weinige bezittingen bijeen en keert terug op zijn schreden. De zon is inmiddels aan de hemel verschenen. Hij probeert zo lang als hij kan in de zon te kijken. Tot hij zich moet onderwerpen. Niets is sterker dan de zon, zegt hij. Achter hem staat de Torro de l'Oro. In het bovenste gedeelte is het vuur al gedoofd.

De commentaren zijn gesloten.