17-04-15

JUDITH MALINA IS DOOD

JMJB-photo-74.jpg

Judith Malina, een van de heldinnen uit de lange en mooie dagen van mijn adolescentie, overleed een week geleden. Ik verneem het nu pas - terwijl ik een film van Mike Leigh programmeer om later te bekijken. Het valt me moeilijk om over haar te schrijven. Wat kun je vertellen over iemand die je nooit hebt gekend maar die desondanks je enigszins starre en zelfingenomen wereldbeeld mede heeft verbrijzeld? Want dat heeft ze samen met haar partner Julian Beck en hun radicaal en experimenteel theatergezelschap Living Theatre gedaan. Hun voorstellingen, als je ze zo mag noemen, van ‘Paradise Now’ in Théâtre 140 in Brussel in 1969 hebben mijn leven voor altijd veranderd, hoezeer de utopie die Judith Malina en Julian Beck - een droom van liefde en geweldloosheid - ook is mislukt. In ‘Paradise Now’ herkende ik mezelf zoals ik nooit geweest was en zoals ik dacht nooit te zullen worden: bevrijd van de ketens van religie, gezin en onderwijs; open voor het stichten van een paradijs op aarde, een paradijs zoals John Lennon het bezingt in ‘Imagine’.

Wellicht omdat de ervaring die wij – langharig werkschuw tuig - toen deelden zo intens was valt het nu zo moeilijk om er iets over te zeggen. De barrières die worden opgeworpen door de ‘helden van deze tijd’, mannen en vrouwen die een reële dystopie willen installeren, een maatschappij van beschuldiging, vernedering, racisme, geweld, wild kapitalisme en permanente oorlog, zijn te groot. Van de utopische schoonheid die uitging van het werk van Judith Malina en Julian Beck blijft zo te zien niets meer over. Het radicale theater, gebaseerd op de ideeën van Erwin Piscator en een hele reeks anarchistische denkers, is al lang ten grave gedragen. Fijnzinnig tijdverdrijf voor belezen mensen, wonend in ruime lofts of in groene zones gelegen woningen met grote ramen waar veel oogverblindend licht binnenvalt, is ervoor in de plaats gekomen. Of zou er op aarde toch nog een Pasolini, een Pierre Clementi, rondlopen?

En teruggaan in de tijd, zoals hij in 1969 voor mij was, is onmogelijk. Of anders gezegd: ik ben er te moe, te zwak voor, mijn herinneringen zijn door zwaarmoedigheid zo aan banden gelegd dat ik er onmogelijk nog woorden voor kan vinden. Tenzij ik ze zou kunnen uitschreeuwen op een groot plein, niets dan woede, razernij… Maar dat zou niet in overeenstemming zijn met de woorden van Judith Malina, woorden waarmee ze haar dagboek ‘The Diaries of Judith Malina. 1947-1957’ besluit:

Where there is love
There is only love.

Judith Malina is dood. Nu is het tijd voor nieuwe woorden en nieuw leven. Laat het dan komen.

judith-malina-julian-beck-prison-1971.jpg

13-04-15

AGNES MATZERATH

blechtrommel_szenenfoto_16_5_4_01_020_1024.jpg

Zuchtend sloeg Zwart de krant open, hierbij enige hinder ondervindend van de windvlagen. Op pagina 2 stond een foto van Françoise Villers afgedrukt, die hij met een onverklaarbaar gevoel van welbehagen aan een onderzoek onderwierp. Ze heeft behalve een mooie naam (Zwart las Villiers in plaats van Villers) ook nog een lief gezicht. Snoet is een afschuwelijk woord. Beledigend. Waarom dan? Ze heeft iets van een actrice. Bulle Ogier. De salamander. Nou. Ik zit vandaag wel met actrices in mijn hoofd. Stijl heeft ze vast, met die lange zwarte sjaal. Of zou het een andere kleur zijn? Niets is wat het lijkt. Bevallige hals en arm. Zwart bladerde door tot hij de Filmagenda vond. Niet één film die de moeite loonde. Of toch wel één, maar die had hij al een keer gezien.

Zodra de lichten waren gedoofd werd hij weer ondergedompeld in het afschuwelijke. Angst kneep hem de keel toe, zijn hart sloeg op hol. Hij vreesde dat hij zou verstikken. Zo onopvallend mogelijk slikte hij een valium. Elke beweging leek gevaarlijk; je zo stil mogelijk houden was de boodschap. Daar hij evenwel wist dat hij aan de duisternis zou wennen, werd hij al gauw rustiger en ging regelmatiger ademhalen. De filmische ruimte had ook een aandeel in deze herwonnen rust: het licht dat van het witte doek afstraalde werkte op hem in als een hypnoticum. Alleen zijn vochtige handpalmen rukten hem af en toe weg uit die zweverige toestand en stopten hem dan telkens gedurende enkele seconden weer in zijn sterfelijke, van angst verstarde, lichaam.

De naam Angela Winkler verbergt en onthult, ook voor wie de actrice niet kent, een bijna tastbare schoonheid. Voor Zwart was de film ‘De blikken trommel’ vooral het verhaal van Agnes Matzerath. Haar zachte, felle zinnelijkheid overrompelde hem. Hij betreurde het dat zij al halverwege het verhaal sterven moest. Maar dat was haar noodlot. De dood stond in al haar gebaren geschreven.

Hoe zou ik evenveel kracht kunnen leggen in mijn woorden als in deze kleuren? Dood proza. Onnodig te zoeken naar een equivalent voor dat zo erotische bloedwarme rood, voor het bruin van verdorde velden, puinen. Voor de kinderlijke alwetende ogen van Oskar Matzerath. Voor de stemmen van Bebra en Roswitha Raguna. Hier schiet elke vergelijking, elke metafoor tekort. Onnodig, inderdaad. De kritiek van Menno ter Braak op de tachtigers zou ik nooit mogen vergeten. Geen schilderijen, geen films maken met woorden.

Toen hij uit de bioscoop kwam trof hem het verblindende licht en de zachte, lichtzoete geur die in de straat hing. Tijdens de begrafenis van Agnes Matzerath was de zon door de wolken gebroken en onmiddellijk daarna was de wind gaan liggen. Mannen droegen hun regenjas onder de arm; sommigen floten een wijsje. Vrouwen, die net zo gewichtloos leken als in reclameclips, zweefden over de brede trottoirs. Nog half versuft keek Zwart om zich heen, hopend in een van de voorbijgangsters de vitale en melancholische trekken van Agnes Matzerath te ontdekken. Een ontroostbare jonge vrouw die rondzwierf in deze stad, op zoek naar hem.

AGNESMATZERATH.jpg

Fragment uit de onafgewerkte roman ‘De weg naar het centrum’ (1987-1990). Gedeeltelijk gepubliceerd in het tijdschrift Letters, 6de jaargang, nr. 4, december 1990.

11-04-15

DE RODE KAMER

STOCKHOLM 053.JPG

Tussen mijn boeken zag ik August Strindbergs ‘De Rode Kamer’ (1879) staan, een autobiografische roman, die ik lang geleden met, zo meende ik mij te herinneren, veel aandacht en bewondering had gelezen. Het kon niet anders of ik had er destijds iets over geschreven.

In mijn dagboek uit 1980 vond ik enkele notities terug. Ik was toen inderdaad zeer onder de indruk van deze bijtende roman van een verbitterde schrijver. Ja, ik voelde me in een aantal opzichten – van innerlijke aard - zelfs verwant met het personage Olle Montanus. Strindberg introduceert hem als volgt:

“De ander was een geciviliseerd boerentype, met een gebroken maar corpulent lichaam, hangende oogleden, een mongolensnor; hij was uitermate slecht gekleed en leek op Joost mag weten wat – sjouwer ambachtsman of artiest – op een bepaalde manier zag hij er verwaarloosd uit.”

Olle Montanus is kunstenaar, bohemien en anarchist. Hij heeft zijn hele jeugd zwaar lichamelijk werk verricht, als landarbeider. Voor de boeren bestaat de natuur alleen als iets nuttigs – ze bezit, in hun ogen, geen ‘schoonheid’, geen ‘ziel’, wat ze voor veel kunstenaars en filosofen als Rousseau juist wel bezit of zeker in die tijd bezat.

Montanus onttrekt zich aan de nuttige arbeid, “de vloek van de zondeval”, en wordt artiest: hij gaat nutteloze arbeid verrichten. Hij geeft gehoor aan zijn vrijheidsbegeerte, en aan die andere drijfveer die iemand ertoe aanzet kunstenaar te worden, met name de hoogmoed. De kunstenaar wil herscheppen, beter maken, mooier maken, als het ware voor god spelen.

Nu ontstaat al gauw de behoefte aan erkenning van zijn nutteloze arbeid – zonder deze erkenning ziet hij onvermijdelijk zijn eigen nietigheid voor ogen, “dan houdt zijn scheppingsvermogen dikwijls op en gaat hij ten onder, want om weer te keren tot zijn juk, als hij eenmaal de vrijheid geproefd heeft, kan alleen de godsdienstige”. Montanus verliest nu het geloof aan de zin (“het hogere”) van zijn kunst, probeert zich weer “in de slavernij te begeven” maar dat is onmogelijk: de enige uitweg uit deze onhoudbare toestand is zelfmoord.

Het belangrijkste is uiteraard dat de kunstenaar het geloof in de zin van zijn werk niet mag verliezen. Maar beslist hij daar zelf over? Is daar inderdaad niet een zekere erkenning voor nodig? En wat als hij die erkenning uit de weg gaat of onmogelijk maakt? Betekent dit dat een kunstenaar of schrijver die voor de miskenning kiest ook voor de zelfmoord kiest?

STOCKHOLM 032.JPG

...

Foto's: Martin Pulaski, Stockholm, 18 8 2013, Strindbergs werkkamer; enkele van zijn publicaties.

06-04-15

HET GEHEIME LEVEN

pasqal quiqnard,james salter,schrijven,visioen,worry doll,wit blad,tafel,pagina,kunst


Vie Secrète’ van Pascal Quignard wordt wellicht, zoals ‘Het boek der rusteloosheid’ van Fernando Pessoa / Bernardo Soares, een boek om te koesteren, een boek dat wil blijven.

Mozart vertelde Röchlitz dat bij het componeren alles in gehelen komt, opeens, niet beetje bij beetje zich ontvouwend. Neen: opeens, als een panorama dat plots opduikt. Dat vermoeit op een bijna onvoorstelbare manier de geest en het lichaam. De componist moet over veel moed en wilskracht beschikken om dat ‘geheel’ te noteren.

Het visioen ondergaan is niet de essentie van kunst, schrijft Pascal Quignard: je moet de moed hebben om terug te keren naar het visioen, en om het neer te schrijven. Je aandacht mag niet verslappen: je moet in een keer het panorama dat je zag te boek stellen.

De pagina’s die elkaar opvolgen openen een ruimte die degene die noteert niet kan zien. Een componist, een schrijver ziet nooit het blad waarop hij schrijft. Noch ziet hij ooit al schrijvend zijn geschrift. Nooit is er voor de schrijver een wit blad, schrijft Pascal Quignard. Het zijn alleen maar professoren en journalisten die het over een ‘wit blad’ hebben. Ik heb mijn hand nog nooit zien schrijven, schrijft hij.

En of het niet waar is. Als je schrijft bevind je je altijd in een andere wereld. Het is de wereld waar je naar terugkeert: daar waar het visioen zich voltrokken heeft, zich voltrekt. Heel moeilijk voor sommigen, zoals ik, gemakkelijker voor anderen, die ’s ochtends aan hun tafel gaan zitten en vertrekken. Ik geloof dat het bij mij met de plaats te maken heeft. Als ik aan mijn tafel ga zitten geraak ik er ternauwernood weg, ik zit vast in wat mij omringt en in routines. Pas als ik op straat loop kan ik de stap zetten naar de andere wereld, die ik zo nodig heb – om hem te kunnen neerschrijven. Gelukkig zijn er dagen dat het wel lukt, zoals toen ik ‘Worry Doll’ schreef, een tekst die als het ware uit de lucht kwam vallen.

In ‘Burning the Days’ schrijft James Salter – in verband met William Faulkner - over hetzelfde onderwerp dit: A writer cannot really grasp what he has written. It is not like a building or a sculpture; it cannot be seen whole. It is only a kind of smoke seized and printed on a page.

04-04-15

ZERO DE CONDUITE: STIJL

thecramps.jpg

Zéro de conduite is een POPprogramma op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Heerlijk als je druk bezig bent in de keuken, of bij het aperitief, en later aan tafel bij de antipasti, de zeeduivel en wat nog meer, het mysterieuze dessert. Stem af op 106.7 FM. Je kunt het programma eveneens via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.

the-who-0.jpg

Vanavond hebben we het over Stijl. Voor elkeen wat, maar toch vooral rock & roll-stijl. Een stijl die geen stijl is en tegelijk alle bestaande stijlen omvat of impliceert. 'Stijl' gaat niet alleen over mode en ook niet alleen over wat zichtbaar is: deze aflevering van zéro de conduite gaat net zo goed over bijvoorbeeld muziek en - zijdelings - literatuur en filosofie. In dit programma alleen al komen een vijftal muziekstijlen aan bod. Wat nog iets anders is dan hokjes of genres en sub-genres. Het thema van vanavond is vooral gekozen omdat het morgen Pasen is. Het is lichtvoetig, dansbaar, en soms zelfs vrolijk, zoals veel mensen dat zijn op zo’n mooie feestdag. Qua statement trekt vooral Sly Stone’s ‘Everyday People’ de aandacht:  Sometimes I'm right and I can be wrong / My own beliefs are in my song / The butcher, the banker, the drummer and then / Makes no difference what group I'm in / I am everyday people, yeah, yeah. Misschien moeten we toch weer wat meer naar die ‘idealistische hippie stuff’ gaan luisteren. Het wordt tijd om een punt te zetten achter veel nodeloze tragiek. Moedig en met stijl door het leven gaan, goede mensen van goede wil.

Veel luistergenot en vergeet niet te dansen!
Elvis1.jpg

 

Sweetest Smile and the Funkiest Style - Aretha Franklin - ['Hey Now Hey (The Other Side of the Sky)' Outtake]

Everyday People - Sly & The Family Stone - Stand

Hot Pants - James Brown - Star Time

Mini-Skirt Minnie - Sir Mack Rice - The Complete Stax/Volt Singles: 1959-1968

Soulful Dress - Sugar Pie DeSanto - Chess Chartbusters Vol. 1

Shoppin' For Clothes - The Coasters - Yakety Yak

Devil With The Blue Dress - Shorty Long - Hitsville U.S.A., The Motown Singles Collection 1959-1971

Pink Shoe Laces - Dodie Stevens - Early Girls, Vol. 1: Popsicles & Icicles

Levi Jacket (& A Long Tail Shirt) - Carl Perkins - Restless: The Columbia Recordings

Blue Suede Shoes - Elvis Presley - The King Of Rock 'n' Roll: The Complete 50s Masters

Betty Lou Got A New Pair Of Shoes - Bobby Freeman - Golden Age Of American Rock & Roll - The Follow-Up Hits

The Way I Walk - Cramps - Off The Bone

Leopard-Skin Pill-Box Hat - Bob Dylan - Blonde On Blonde

Hi-Heel Sneakers - Tommy Tucker - Chess Chartbusters Vol. 6

Fancy - Bobbie Gentry - The Fame Studio Story 1961-1973 - Home Of The Muscle Shoals

High Fashion Queen - The Flying Burrito Brothers - Burrito De Luxe

Wedding Dress - Alice Gerrard - Follow the Music

Little Red Shoes - The Monroe Brothers - What Would You Give In Exchange For Your Soul?

Famous Blue Raincoat - Leonard Cohen - Songs Of Love And Hate

Style It Takes - Lou Reed & John Cale - Songs For Drella

Esquivel: Mini Skirt - Kronos Quartet, Luanne Warner - Nuevo

Big Shot - Bonzo Dog Doo-Dah Band - Gorilla

I Love My Shirt – Donovan - Barabajagal

Indian Style  - Asylum Choir - Look Inside The Asylum Choir

I'm A Boy - The Who - Thirty Years Of Maximum R&B

Dedicated Follower Of Fashion - The Kinks - The Kink Kontroversy

Pretty Flamingo - The Everly Brothers - Two Yanks In England

Pretty Ballerina - The Left Banke - There's Gonna Be A Storm: The Complete Recordings 1966-1969

Funky Pretty - The Beach Boys - Holland

Fashion - David Bowie - Scary Monsters (And Super Creeps)

The Model - Kraftwerk - The Man Machine

Diamonds, Fur Coat, Champagne - Suicide / The Second Album

Posed By Models - Young Marble Giants - Colossal Youth

Improperly Dressed - The Slits - Return of the Giant Slits

My Hat - Pere Ubu - Datapanik in the Year Zero (1980-1982)

This Year's Girl - Elvis Costello & The Attractions - This Year's Model

Cadillac Walk - Mink De Ville - Cabretta

Rick James Style - The Lemonheads - Come On Feel The Lemonheads

Dress - PJ Harvey - Dry

The Dress Looks Nice On You - Sufjan Stevens - Seven Swans

young marble giants.jpg


Research & presentatie: Martin Pulaski

28-03-15

ZERO DE CONDUITE EXTRA: UNSUNG HEROES

running down the road 2.jpg

Zéro de conduite is een POPprogramma op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Heerlijk als je druk bezig bent in de keuken, of bij het aperitief, en later aan tafel bij de karakollen, de met uitsterven bedreigde tonijn, het mysterieuze dessert! Stem af op 106.7 FM. Je kunt het programma eveneens via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.

Deze aflevering van Zéro de conduite is een tussendoortje, als goedmaker voor mijn lange afwezigheid. Wegens meermaals de griep, waaronder in februari een die hardnekkig was, heb ik januari en februari moeten overslaan. In maart was ik aan herstel toe, waarvoor ik me naar zonniger oorden begaf. Deborah Anné heeft me dan vervangen, waarvoor veel dank en een zoen.

Vandaag is er geen thema, tenzij talent, eigenzinnigheid, vastberadenheid en - in sommige gevallen - miskenning ook thema’s mogen worden genoemd. Er komen uitverkoren songs aan bod van songwriters die ik als persoonlijke ‘helden beschouw’, al zijn het grotendeels antihelden. Onterecht heeft een aantal van hen weinig aandacht gekregen van het publiek en van de muziekpers. In sommige gevallen gebeurde dat wel, maar dan was het vaak te laat – aan postume bijval heeft de artiest niets meer. Maar niet alle muzikanten die aan bod komen zijn miskend of hebben te weinig succes gehad. En niet iedereen is jong gestorven; sommigen leven zelfs nog en stellen het goed.

Voor deze selectie heb ik me, zoals ik meestal doe, door toeval en intuïtie laten leiden.

Veel luisterplezier. Volgende zaterdag, de dag voor Pasen, ben ik er terug, met een reguliere thematische uitzending.

moby grape 69-2.jpg


May You Never - John Martyn - Solid Air

My Front Pages - Arlo Guthrie - Running Down the Road

Trout Steel - Mike Cooper - Trout Steel

Frank's Tune - Sid Selvidge - The Cold Of The Morning

Down Along the Border - Bob Carpenter - Silent Passage

Tongue in Cheek - Anne Briggs - Sing a Song For You

Harper Road - Sun Kil Moon - April

Desert Trip - Jonathan Wilson - Fanfare

Gringo Go Home - Dan Stuart - The Deliverance Of Marlowe Billings

Are we Dreaming - Kevin Coyne - Dynamite Daze

Day By Day - Kevin Ayers - The Confessions Of Doctor Dream And Other Stories

Her Eyes Are A Blue Million Miles - Captain Beefheart & The Magic Band - Clear Spot

79th Street Blues - Humble Pie - Town And Country (bonus track)

Up The Wooden Hills To Bedfordshire -The Small Faces – The Small Faces

Stranger In A Strange Land - Leon Russell - Leon Russell And The Shelter People

Darlin' Be Home Soon - Joe Cocker - Joe Cocker!

My Captain - Jesse Ed Davis - Ululu

Cody, Cody - The Flying Burrito Brothers - Burrito De Luxe

I Am Not Willing - Moby Grape - Moby Grape 69'

Going Back To Iuka - Don Nix - Living By The Days

Make A Little Love - Alex Chilton - High Priest

Down In The Dumps - Lonnie Mack - The Wham Of That Memphis Man

Down in the Alley - Ronnie Hawkins - Ronnie Hawkins

Move 'Em Out - Delaney & Bonnie - Delany & Bonnie Together

Wish Someone Would Care - Irma Thomas - Time Is On My Side

I Loved Another Woman - Fleetwood Mac - Peter Green's Fleetwood Mac

He's Got All The Whiskey - Bobby Charles - Bobby Charles

New Mexico - Rick Danko - Rick Danko

I Don't Want - Sir Douglas Quintet - Mendocino

Nothing Will Take Your Place - Boz Scaggs - Boz Scaggs & Band

delaney&bonnie.jpg

Research & presentatie: Martin Pulaski

27-03-15

BRINGING IT ALL BACK HOME

 

bringing it all back home.jpg

Vijftig jaar geleden, op 22 maart 1965, verscheen in de Verenigde Staten de baanbrekende, gedeeltelijk elektrische langspeelplaat ‘Bringing It All Back Home’ van Bob Dylan. De zanger en liedjesschrijver keerde folk, realisme en protest de rug toe. Zijn teksten waren nu symbolistisch, surrealistisch en autobiografisch. In Nederland en België zouden we nog tot 1967 moeten wachten op deze lp, die hier onder de titel ‘Subterranean Homesick Blues’ verscheen. Pas in 1970 zou het album in mijn bezit komen. Met de opbrengst van mijn verkoop van ‘The Freewheelin’ Bob Dylan’ aan mijn toenmalige vriend Marc D., kon ik me eindelijk de Nederlandse persing van ‘Subterranean Homesick Blues’ aanschaffen. Ik herinner me nog dat ik ze met trillende handen in de Maison Bleue in Brussel in ontvangst nam. Pas toen hoorde ik nummers als ‘On The Road Again’ en ‘Outlaw Blues’ voor het eerst. Of had Francis Heselmans ze mij al een keer laten horen? Hij was alvast minder arm dan ik en bezat bijgevolg ook een grotere platencollectie. Met de meeste andere songs was ik al vertrouwd via singles en ep’s.

Over symbolistische dichters vond ik dit: “Symbolistische dichters roepen liever de maan op dan de zon, liever de herfst dan de lente, liever stilstaand dan snelstromend water en liever regen dan een blauwe hemel”, schrijft filosoof en kunsthistoricus Michael Francis Gibson: “Ze klagen over treurigheid en verveling, over teleurstelling in de liefde, over machteloosheid en over matheid en eenzaamheid. Ze zijn bedroefd omdat ze ondervinden dat ze in een wereld leven die in doodsnood verkeert”.
Zegt dat niet heel veel over deze fase in het werk van Bob Dylan? Meer wil ik over deze tijdloze plaat niet kwijt. De geschiedenis van ‘Bringing It All Back Home’ is bekend. Hoewel ik dat soms ook wel eens durf betwijfelen.

21-03-15

STILTE

match factory girl 2.jpg

Een paar dagen geleden zag ik voor de zoveelste keer ‘Het meisje van de luciferfabriek’ (Tulitikkutehtaan tyttö) van Aki Kaurismäki, een film die niet verjaart, alsof hij buiten de tijd werd gemaakt. Wat mij dit keer bovenal opviel was de stilte, de vele scènes zonder dialoog. Misschien was ik vergeten dat ik die eigenschap vroeger ook al opgemerkt had.

Wat heerlijk toch, zulke stille mensen en bijna geen lawaai, alleen wat rommelige rockabilly en ‘zigeunermuziek’ - en af en toe een gebenedijd woord. Was het vroeger, toen ik nog een kleine jongen was, bij ons ook niet zo? Waren met name de Vlamingen geen in zichzelf gekeerde, zwijgzame mensen? Misschien vergis ik me, maar ik herinner me die oudere generaties zo. Ook mijn ouders spraken weinig; mijn moeder wat meer dan mijn vader. Die zwijgzaamheid is niet altijd een zegen. Zo heb ik met mijn vader nooit een gesprek gehad, waardoor ik nu bijna niets over hem weet. Als het in mijn psychoanalyse over mijn vader gaat moet ik er bijna altijd het zwijgen toe doen. Omdat er van mijn familie bijna niemand meer overblijft, zeker niet van de generatie van mijn ouders, kan ik ook aan niemand meer iets over hem vragen. Aan mijn oudere broer? Hij is al net zo zwijgzaam als mijn vader. En van het vele drinken zit zijn geheugen vol gaten. Ik kan bijvoorbeeld niemand vragen welke rol mijn vader gespeeld heeft in de weerstand. Waarom mijn ouders in Lanklaar gedomicilieerd waren, een gemeente waar ze nooit hebben gewoond. Of hoe mijn halfbroer heet – want dat ik een halfbroer heb, dat weet ik wel zeker.
Nicolas-de-STAEL.jpg

Al gaat er in het leven weinig boven een gesprek met een vriendin of een vriend houd ik van stilte. Van stille mensen, van stille schilderijen, zoals die van Giorgio Morandi en Nicolas De Staël, van stille muziek, zoals die van Claude Debussy, Karen Dalton en Nick Drake, van stille wegen en van straten op een zondagmiddag als de winkels toe zijn, van de stille geluiden in bossen. Ik heb een afkeer gekregen van bijna alle televisieprogramma’s, het inhoudsloos gekwetter en getetter en betweterig gebrabbel. Geef mij dan maar het getsjilp van de vogels of muziek die daar op lijkt, die van Olivier Messiaen bijvoorbeeld. Wat hebben die drukke mensen toch allemaal te vertellen? 'Praatjesmakers' noemde iemand hen onlangs terecht. De radio zet ik ook bijna nooit meer aan. Al dat gewauwel. Zelfs het nieuws maakt een neurotische wrak van me, zeker als het belangrijkste item de moeilijkheid betreft om met de auto van Geel in Brussel te geraken. Neem dan toch de trein. Af en toe luister ik nog wel eens naar Klara, omdat de stemmen daar wat zachter zijn, maar dan schrik ik opeens op van de deprimerende tonen van Vivaldi en draai ik vliegensvlug de knop om.

Maar vergis je niet: ik houd van stemmen, ik vind het fijn naar je te luisteren, naar je woorden, je lach, en niet één lied van Sam Amidon of Neko Case werkt me op de zenuwen. Ik mis alleen die zwijgende Vlaamse boeren uit mijn kinderjaren, toen ik geheel verdiept was in een of ander avontuur van Bob Morane of me liet meeslepen door de opzienbarende ontdekking van dr. Fleming. Daarom ben ik diep gelukkig met de films van regisseurs als Aki Kaurismäki. Wat hij toont is geen mooie wereld, maar alles bij hem straalt schoonheid uit. Hij schijnt geen lelijkheid te kennen. En is de ergste lelijkheid niet het lawaai?
match factory girl 3.png

...

Foto's: Het meisje van de luciferfabriek; Nicolas de Staël; Het meisje van de luciferfabriek.


20-03-15

EQUINOX

spring2 19 03 2008.jpg

Nog onder de indruk van de zonsverduistering wens ik alle lezers van hoochiekoochie en, waarom niet, alle mensen van goede wil, een heerlijke lente. Vandaag, de dag van de equinox. Liefde!

Huit sont les conséquences de l’amour. L’amour hâte le coeur, éteint les maux, écarte la mort, défait les liens qui ne le concernent pas, augmente le jour, raccourcit la nuit, rend l’âme audacieuse, illumine le soleil. Tels sont les huit effets de l’amour-passion.
Pascal Quignard, Vie secrète.

...

Foto: Agnes Anquinet, Brussel, 19 3 2008

09-03-15

TIEN JAAR LATER

 

IMG_1487.JPG

 

Gisteren bestond Hoochiekoochie precies tien jaar. Het leek mij een goed moment voor wat gemijmer over de tijd, en voor enige bedenkingen over bloggen, schrijven en publiceren. Over hoe en in welke mate de wereld op die tien jaar veranderd is en zeker ook de literatuur, die daar een – steeds minder belangwekkend – onderdeel van is. Over de media, de communicatiemiddelen, de sociale netwerken en de rol die ik daar zelf met mijn blog en op andere manieren in speel.

Maar ik bevind me op een klein eiland middenin de Atlantische Oceaan: La Palma. Een eiland waar ik me tien jaar geleden ook al bevond. Ik weet niet wat het is, maar hier hangt iets in de lucht of zit iets in de (vulkanische) grond dat redelijk denken noch schrijven bevordert. Of zit dat iets in mezelf, is het een weerstand die ik zou moeten overwinnen (maar niet kan)? Houdt mijn – hopelijk tijdelijke - onmacht verband met ver weg van huis zijn, ver weg van de ‘normale’ gedragspatronen, de gewoontes, de beweegsystemen, de af te leggen afstanden? Met het slapen in een weliswaar comfortabel maar toch vreemd bed (van waaruit ik zowel de bergen als de oceaan kan zien, als ik de gordijnen openlaat)? En met de maan, de volle maan, en de sterren zo helder en zo dichtbij?

Wie zal het zeggen? Ik vind niet één zinnig woord om nu iets over Hoochiekoochie mee te delen. Geen enkele gedachte komt mijn hersens pijnigen of strelen. Buiten waait de wind*, maar binnenin mij is het windstil.

Een ding wil ik echter zeker doen: alle trouwe en ontrouwe lezers van mijn blog vanuit het diepste van mijn hart dank zeggen voor hun tijd en aandacht en constructieve bijdragen. Zonder hen, zonder jullie, zou ik me ongetwijfeld al na enkele weken teruggetrokken hebben uit dit hachelijke avontuur. Er zou echt heel gauw een einde gekomen zijn aan deze ‘fantastic voyage’. Nu echter blijft de bestemming achter de horizon verborgen, ook al is dit werk altijd al een eindspel geweest, een laatste bedrijf, en zijn de teerlingen voor eens en voor altijd geworpen. Niet alleen omdat het een spel is laten we dit werk toch ook gedeeltelijk aan het toeval over. De stijl, de vorm, de inhoud, de duur van het laatste bedrijf kent niemand.

 


*Inmiddels is de wind gaan liggen. Het is een zachte, heldere dag geworden. De zon gaat stilaan onder. Tijd voor een glas wijn dat ik samen met mijn levensgezellin op jullie gezondheid zal drinken.

Foto: MP, Los Llanos, 9 3 2015

 

27-02-15

OVER DUNNE EN DIKKE BOEKEN

rimbaud-self-portrait.jpg

Rainer Maria Rilke is een van de moeilijkste dichters die ik heb gelezen. Je moet zowat de hele wereldliteratuur (en zeker Nietzsche) kennen om hem goed te kunnen begrijpen. Maar je kunt hem even goed als een onschuldige benaderen en zo - als de sterren goed staan - tot zijn kern doordringen. Is dat moeilijk of gebeurt het maar zelden? Misschien wel, maar het loont de moeite. Bovendien is het een moeite die eigenlijk geen moeite kost. Het vergt een open geest, een open hart. Van Morrison zingt erover in ‘Heart Is Open’, een wonderlijk lied op een wonderlijke plaat, ‘Common One’, verschenen in het ellendige jaar 1980. I believe I go walking in the woods.

Dunne boeken, zoals ‘Die Sonette an Orpheus’ of ‘Une saison en enfer’, kunnen je jaren kosten. Niet dat het verloren tijd is. Bijna elk woord kan een schatkamer zijn, of een sarcofaag met alleen tot jou gerichte inscripties aan de binnenkant. Dunne boeken, kort als het leven.

Maar het leven duurt soms ook lang. De dagen laten zich dan graag vullen met meeslepende verhalen, die je vaak aantreft in dikke boeken. Bijvoorbeeld in ‘Middlemarch’ van George Eliot (altijd weer moet ik opzoeken hoe je ‘Eliot’ spelt), ‘Misdaad en straf’ van Dostojewski of ‘Le rouge et le noir’ van Stendhal.

Of het leven nu kort is of lang – en zelfs als de duur je koud laat: het komt er in elk geval op aan het kaf te scheiden van het koren. In welk jaar een boek werd geschreven speelt daarbij geen rol. Het gaat om de gedachten die er in worden uitgedrukt, om de stijl, de oorspronkelijkheid, het inzicht, de schoonheid, de troost. Geen enkel boek dat je iets verrassends of inspirerends meedeelt is werkelijk moeilijk.

Waarom deze notities? Omdat ik morgen op reis vertrek en nog moet beslissen welke boeken ik mee zal nemen. Ik zal veel tijd hebben om te wandelen en te lezen. Een heerlijk vooruitzicht, na al die lange dagen van ziekte en donkere lucht.

rilke2.jpg

22-02-15

ALLEEN MAAR ADEM EN HUID

davidson_wales-1965.jpg

“De steden en landen verliezen hun vertrouwde geuren. En toch blijf je er naar op zoek gaan…” Mocht je kunnen zou je naar de verste uithoeken van de aarde reizen. Op de wereldkaart kijken en een willekeurige bestemming selecteren. Als kind wilde je al – samen met je oudere broer – ontdekkingsreiziger worden. Maar je kunt niet naar de verste uithoeken en er valt ook niets meer te ontdekken. De verste uithoeken zijn illusies, die voor eens en voor waarschijnlijk altijd tot het spektakel behoren. Tot de reisprogramma’s op televisie en de bijlagen van de kwaliteitskranten. In de keuze van je bestemmingen is er wel altijd een willekeur aanwezig. Maar je moet met allerlei factoren rekening houden: geld, zwakke gezondheid, ongedierte, afkeer van luchthavens, afwezigheid van verste uithoeken.

Je hebt vrienden die veel reizen. De ene dag zitten ze daar, de andere dag al daar; waar ze neerstrijken is altijd een verrassing. Maar vaak ook niet. Er lijkt een systeem in hun manier van reizen te zitten, en zeker in wat zij als bestemming kiezen. Misschien minder in de weg ernaartoe? Hun reizen zijn, denk je, in zekere zin doelgericht, zinvol, hebben nuttigheidswaarde – waar je hoegenaamd niets negatiefs in ziet. En of zij een grote ecologische voetafdruk maken? Wat maakt jou dat uit? Je vrienden zijn geen fabrieken, geen vliegtuigmaatschappijen, geen kernreactoren.

Jouw manier van reizen, waarbij de ecologische voetafdruk je evenmin zorgen baart (je leeft een bijzonder verantwoord leven wat dat betreft), is echter anders. Je reist anders dan zij, maar ook anders dan in de dagdromen van je kindertijd. Je verlangt niet naar ontdekkingen, zelden of nooit hoor je de lokroep van exotica, van nieuwe grenzen, van halfnaakte Balinese danseressen, van de ongerepte natuur en de wildernis. Er bestaat geen wildernis noch een ongerepte natuur. Je bestemmingen, nooit doelbewust of op basis van duidelijke plannen gekozen, zijn meestal dicht bij de deur. Grote steden, kleine steden of ergens dichtbij de oceaan. Meestal weet je al van tevoren wat je er zult aantreffen: geen verrassingen. Maar aangezien willekeur een belangrijke factor is bij de keuze van je bestemmingen is het toch heel goed mogelijk dat je wel verrast wordt. Net zoals wanneer je in je eigen stad de deur uitgaat en een ander parcours neemt dan datgene wat je vertrouwd is. Maar is het je daar om te doen? Wil je verrast worden door wat je vertrouwd is? En het gedwongen planmatige aspect van je keuzes houdt uiteraard eveneens de mogelijkheid in dat je verrast wordt. Want worden plannen niet altijd in mindere of meerdere mate gedwarsboomd?

Je reist, denk je, vooral om terug te kunnen keren, om weer naar huis te kunnen gaan. Niet noodzakelijk naar het huis waar je nu in woont, maar naar iets wat je bij gebrek aan een betere term ‘het oorspronkelijke huis’ durft noemen. Je bent ervan overtuigd dat dat huis, eigenlijk is het een ‘thuis’ (maar heel zeker geen ‘tehuis’) niet bestaat, nooit bestaan heeft, nooit zal bestaan. Maar als je op je bestemming bent aangekomen en je verlaat daar voor de eerste keer (of de tweede, derde keer) je hotel, dan neem je iets waar, een soort van metafysische tegenwoordigheid, wat je herinnert aan die oorsprong. Waar je misschien vandaan komt, maar misschien ook niet, want het kan net zo goed een voorstelling zijn, iets wat je je inbeeldt. Je loopt door de enigszins vreemde straten met het gevoel dat het de straten van het eerste begin zijn, van je verleden dat er nooit is geweest.

Je gaat op reis zonder er al te veel over na te denken. Maar toch gaat het om een fenomeen dat aandacht vraagt, dat misschien wel een diepere zin geeft aan je leven. In de oorden waar je naartoe trekt hoop je – meestal onbewust – de oorsprong aan te treffen van je leven, een oorsprong die er niet geweest is. Vooral hoop je er manieren te vinden om er naar terug te kunnen keren. Terug te keren naar het begin – toen er nog geen woorden waren, geen muren, geen huizen, geen straten, alleen maar adem en huid.

 

...

Foto: Bruce Davidson, Wales, 1965.

21-02-15

GEMURMEL VAN JE HART

P1000175.JPG

De rook om je hoofd zal wel nooit meer verdwijnen. I’m just trying to do this jigsaw puzzle until it rains anymore. Een regel uit een lied dat me rechtstreeks naar een kerstavond in de haven van Antwerpen leidt. Niet de regel op zich: het lied, de sfeer van het lied, de stem van de zanger. Of toch niet? Een puzzel is je hele leven nu. De kleurige stukken passen niet in elkaar, als ze dat ooit al deden. Hield je je ooit bezig met puzzels? Dat weet je niet meer zo goed. Zeker wel met monopolie, daar was je een krak in. Al heel jong klaargestoomd voor de markt, met een net pak in prince de galles met lange broek, gouden polshorloge en altijd als je buiten ging leren handschoenen aan.

Op weg naar de markt verloor je de weg. Je verdwaalde in smalle, donkere straatjes, in provinciesteden, in metropolen, in de dichte mist maar ook in de brandende zon. Er was geen weg terug. Je raakte de draad kwijt. Het besef van tijd. Wat was gisteren, wat veertig jaar geleden, wat is vandaag? Wat moet nog gebeuren? Angstvallig en reikhalzend wachtte je op het nieuwe millennium. Alles zou anders worden, niets maakte het verschil. De wereld verandert gedurig en toch lijken de gebeurtenissen op elkaar, zoals de uren en de dagen en de gezichten van mensen die je niet kent. Zou de mode een houvast kunnen bieden? In dat jaar groen, in dat blauw, en dan een keer fuchsia? Neen, ook de kleuren niet. Ook de mode niet. Je ziet geen verschillen. Op het ene feest dragen de vrouwen lange, donkere rokken, op het andere dansen ze vrolijk of cool in mini.

Wat je waarneemt is een caleidoscoop. Niets biedt houvast, alles wankelt, trilt, vervaagt. De steden en landen verliezen hun vertrouwde geuren. En toch blijf je er naar op zoek gaan, naar de geuren die je van een ver afgelegen oord terug thuis kunnen brengen en naar de vreemden die je weer naar een houten tafel kunnen begeleiden, waar je met een boezemvriend zit te praten alsof de tijd niet bestaat, of naar het bed van een bijna vergeten geliefde, waar de huid haar oneindige geheimen onthult. Ja. Ook al denk je dat je moedeloos en uitgeblust bent, toch verzet je je tegen de onverschilligheid, die je misschien onterecht aan de werkelijkheid toeschrijft. Je weet dat die onverschilligheid maar een laag is. Overal sluimert het verschil. En ook in jouw oor fluistert er nog ooit wel eens een stem die er alleen maar voor jou is. Woorden die rijmen op het genuanceerde gemurmel van je hart.
P1030683.JPG

...

Foto's: Martin Pulaski, Parijs 3 mei 2010; Antwerpen 21 maart 2010.

19-02-15

DUANE MICHALS

duane michals grandpa goes to heaven.jpg

duane michals letter-from-my-father-web.jpg


"Photographers tend not to photograph what they can't see, which is the very reason one should try to attempt it. Otherwise we're going to go on forever just photographing more faces and more rooms and more places. Photography has to transcend description. It has to go beyond description to bring insight into the subject, or reveal the subject, not as it looks, but how does it feel?"

 "I don't trust reality. So all of the writing on and painting on the photographs is born out of the frustration to express what you do not see."

Duane Michals

...

Duane Michals, 
Grandpa Goes to Heaven, 1989; A Letter from My Father, 1960/1975.

 

18-02-15

HOEVEEL WAARHEID?

stephen-shore-holocaust-ukraine.jpg

 ‘Hoeveel waarheid heeft de mens nodig?’ is een boeiende verzameling thematisch samenhangende essays van Rüdiger Safranski. Hij behandelt onder meer de noodlottige gevolgen van het verlangen naar waarheid bij Nietzsche, Kleist en Rousseau. Net voor zijn algehele instorting schreef Nietzsche dat het ‘herenvolk’ het lage ‘ongedierte’ moest uitroeien. Ook de waanvoorstellingen van Hitler en Goebbels, die zoals geweten door een groot deel van de Duitse bevolking voor ‘waarheid’ werden aanzien, komen aan bod. Een van de weinige schrijvers die in Safranski’s ogen genade vindt als het op waarheid en vrijheid aankomt is – geheel terecht – Franz Kafka. Hoewel zeker ook Musil en Canetti wat dat betreft alle lof verdienen. En inmiddels leven we in andere tijden. Soms lijkt het er wel op dat elke keer als je er een nacht over geslapen hebt een nieuwe tijd is aangebroken. Wat je denkt en voelt stemt niet meer overeen met wat er in de wereld lijkt te gebeuren.

Maar de waarheid - hoe kunnen we daar dan mee omgaan? In het laatste hoofdstuk van zijn boek maakt Safranski een onderscheid tussen de culturele waarheidssfeer en de politieke waarheidssfeer. Eerst merkt hij op dat de werkelijkheid ‘waar’ is noch ‘onwaar’: ze is gewoon werkelijk. Alleen interpretaties van de werkelijkheid kunnen waar of onwaar genoemd worden. Het is de angst voor de vrijheid die ons doet geloven in een van onszelf onafhankelijke waarheid.

Dat onderscheid dan. De culturele waarheidssfeer, beweert Safranski, is hoogst individueel; het betreft existentiële daden van zingeving van het zinloze. “Die waarheidssfeer is fantasierijk, vindingrijk, metafysisch, imaginair, experimenteel, uitbundig, afgrondelijk…” De culturele waarheidssfeer is er niet toe verplicht consensus na te streven. Ze hoeft niet het algemeen belang noch het leven te dienen. Er kan sprake zijn van doodsdrift, vernielzucht, zelfdestructie, haat en terreur. De andere waarheidssfeer, de politieke, “waarin de ervaring van het onoverbrugbare anders-zijn van de ander en het respect voor diens vrijheid is opgenomen”, is verplicht consensus na te streven en is daarom redelijk, zakelijk, prozaïsch, pragmatisch – zij dient het algemeen belang en het leven. De politieke waarheid aanvaardt het compromis. Er bestaat misschien wel een tegenstrever maar geen absolute vijand.

De vraag is echter of je die twee waarheden wel zo goed uit elkaar kunt houden. Enerzijds de avontuurlijke cultuur, anderzijds de nuchtere en afgeslankte politiek. Het is misschien een wat vergezochte vergelijking, maar het doet me denken aan het onderhouden van een dubbele tuin: in de ene helft groeien de ‘ongevaarlijke’ plantensoorten, in de andere het onkruid. Dat lijkt me niet bepaald realistisch. En dan heb ik het nog niet over mollen.

En hoever kun je meegaan in de idee van een politieke consensus? Want bestaat er niet nog steeds een ‘herenvolk’? Een elite die beweert dat er geen alternatief is, dat zich in de economie en het neoliberalisme de absolute waarheid toont… Terwijl dagelijks wordt aangetoond hoe perfide die waarheid is, en zeker niet alleen in de culturele wereld maar in elke levenssfeer. De Arabische Lente en Russische Revolutie mogen dan wel mislukt zijn, er blijven altijd dromen en utopieën. Dromen en utopieën kunnen verwezenlijkt worden. Wat nu in Griekenland gebeurt is een 'kleinigheid', maar wel hoopgevend. De twee waarheidssferen van Safranski lijken daar samen te vallen.


...

Foto: Stephen Shore,
Tzylia Bederman, Bucha, Ukraine, July 18, 2012.

16-02-15

LIEFDE IN BARRE LANDEN

sandro_Botticelli.jpg

Nog zwak en uitgeput van de voorbije griepweken zag ik op televisie de film ‘Groenland’ van Thomas Kaan, over onmogelijke liefde, jaloezie, obsessie. Was het dan toch Valentijn geworden? Een fotograaf, Belg in Amsterdam, en een jonge vrouw verlangen naar elkaar en lijken hun levens met elkaar te willen delen. Maar ze kijken helemaal verschillend naar wat hen omgeeft – en naar elkaar. Hoe zij kijken en wat zij zien is hoe en wat zij zijn. Hij heeft de blik van een fotograaf – iemand die veel wil behouden, wat hij ziet, de tijd, de momenten. Zij is beweeglijk en merkt scheuren in wat hij als ‘ideale’ beelden ziet. Wat verwacht hij van haar? Dat ze zoals hij wordt? Dat ze met elkaar versmelten? Dat ze zijn spiegelbeeld wordt? Of gewoonweg zijn beeld, een beeld waar hij alles voor over heeft? Maar dan moet ze wel stil staan, niet veranderen van de voorstelling die hij van haar heeft. Dat kan alleen maar heel slecht aflopen, zoals de liefdes in ‘A la recherche du temps perdu’. De liefde van Charles Swann voor Odette de Crécy bijvoorbeeld. Zoals zoveel obsessionele liefdes. In werkelijkheid is de fotograaf niet echt geïnteresseerd in de jonge vrouw. Het gaat alleen maar om liefde. Liefde die soms kouder is dan de dood.

‘Groenland’ is niet echt een geslaagde film. De fotografie is ondermaats en nogal willekeurig. Maar hij zet wel tot denken aan.  Ik herinnerde me dat ik een paar dagen eerder iets over de liefde had gelezen in Rüdiger Safranski’s biografie van Friedrich Schiller. Lang moest ik niet zoeken, heb boek lag nog binnen handbereik. Het fragment gaat over Schiller’s toneelstuk ‘Luise Millerin’ (Kabale und Liebe).

“De volledige transparantie die Ferdinand van Luise verlangt laat bij de ander het verontrustende geheim verdwijnen. Maar leeft die liefde niet ook van de geheimzinnige ondoordringbaarheid van de ander? Kun je iemand nog liefhebben als je hem helemaal hebt doorzien? Zeker, je zult hem tot vervelens toe kunnen beheersen. Maar is het liefde als de geliefde je niet meer voor een verrassing kan plaatsen? In elk geval wil Ferdinand voor zijn liefde het volmaakt transparante ‘jij’. Maar zo’n transparante ander houdt op een ‘jij’ te zijn. Want elk ‘jij’ vormt een uitdagend andere wereld, waarmee je niet eindeloos een kunt worden. Zo’n verlangen naar eenheid berooft de ander van zijn realiteit en maakt hem, als is het maar in mijn beleving, aan mijzelf gelijk. Dat kan een tijdje goed gaan, maar uiteindelijk zal de ander in zijn anders-zijn des te nadrukkelijker uit de beelden waarin mijn verlangen naar eenheid hem heeft opgesloten, tevoorschijn treden. Zo komt het uiteindelijk tot dat zo pijnlijk heen en weer gaan tussen grote communie en hevige vijandigheid, tussen euforisch eenheidsgevoel en grenzeloos wantrouwen.”

Groenland werd veroverd door Erik de Noorman. Leif Erikson bracht er het christendom. Later werd het immense eiland een kolonie van Denemarken. Inmiddels is het een autonome regio, maar mij is de status niet helemaal duidelijk. Denemarken heeft er ongetwijfeld nog veel macht. Van de oorspronkelijke bevolking, de Inuit, schijnt er niet veel over te blijven. De bodem is er echter rijk, en nu de ijskap smelt zal er weldra wellicht ook olie kunnen worden ontgonnen. Erik de Noorman noemde het land Groenland als een vorm van public relations. Een land met zo’n naam leek hem heel wat interessanter dan bijvoorbeeld ‘Bar land’.
eric-de-noorman.jpg

Wat is dat toch met Denemarken? De avond dat ik ‘Groenland’ zag werden in Kopenhagen aanslagen gepleegd. Ik heb de reacties niet gezien, maar ik kan ze mij voorstellen: kil en afstandelijk. De voorbije weken zag ik de Deense serie ‘The Legacy’ (Arvingerne). Zo ben ik ertoe gekomen de Denen op die manier te zien, wat ongetwijfeld kortzichtig van me is. Baseer je oordeel nooit op snelle en populaire fictie. Maar een cultuur die zulke kille personages kan voortbrengen moet zelf toch ook iets kils hebben? In ‘Borgen’ zag ik al zulke ijskoude karakters de revue passeren. Ze slikken hun woorden in en tonen geen passie. Soms zijn ze wel heftig in hun negativiteit. Soms wil ik wel eens naar Kopenhagen. Er wordt verteld dat het een mooie stad is en heel vriendelijk voor voetgangers en fietsers. Echt ecologisch. Maar ik denk niet dat ik er ooit geraak. Wel wil ik mijn vriendin Agata – die ik nooit in het zogenaamde echte leven heb ontmoet – graag eens opzoeken. Ik ken Agata nu bijna tien jaar. We schrijven elkaar niet veel meer. Dat is ooit wel anders geweest. Ik geloof dat we elkaar goed kennen, maar er bestaat natuurlijk een groot verschil tussen geloven en weten. Soms denk ik dat zij het moeilijk heeft als Poolse vrouw in dat geestelijk barre land (zo stel ik het me voor). Maar ongetwijfeld vergis ik me. Agata is sterker dan om het even welke Deen die ik mij inbeeld. Haar eenzaamheid maakt haar hard en stralend als een kleine diamant. Misschien ontmoet ik haar best in een ander land, in Vietnam, Argentinië of ik weet veel waar. Ergens waar kleine diamanten op hun zachtst zijn. Of gewoon in een droom? Dat gaat ook als je ziek bent.

 

Schiller-Kabale-und-Liebe-3.-Akt-6.-Szene.jpg

...


31-01-15

STILTE VOOR DE STORM

IMG_1284.JPG

Stilte. Tijdens elke periode van stilte, van zwijgen in mijn leven, denk ik onwillekeurig aan Hölderlin. Aan zíjn lange tijd van zwijgen, aan de toren in Tübingen, aan zijn kamer daar en het uitzicht op de Neckar. De kamer die ik ooit als een soort van bedevaarder bezocht, liftend via Keulen en Stuttgart. Duitse automobilisten met afgrijzen naar me kijkend vanuit hun Mercedes of BMW, alsof ik een lid was van de Baader-Meinhof-Groep. Misschien begrijpelijk want het was kort na de Duitse Herfst. In het tijdschrift Aurora had ik teksten geschreven met verwijzingen naar de ellendige Heinrich Von Kleist en naar zijn zuster Ulrike. Misschien had de geheime dienst haar naam met die van Ulrike Meinhof verward? Onwillekeurig ook denk ik aan de onderdanige brieven aan zijn moeder: uw gehoorzaamste zoon, Hölderlin. Verzeihen Sie, liebste Mutter! Wenn ich mich Ihnen nicht für sie verständlich machen können.

Altijd denk ik als ik niet spreken kan aan hem. Niet aan Rimbaud, niet aan Nietzsche, niet aan Virginia Woolf, niet aan Gérard de Nerval. Waarom heb ik me zo aan hem gehecht? Ik weet het echt niet. Maar ik ben er wel dankbaar voor. Want ik denk liever aan hem dan aan de stilte zelf en aan de dood, waar zij zo op lijkt. En dankbaar ben ik ook de hemel, de wolken, die ik vanuit mijn kamer zie. Soms hangen ze stil, alsof ze slapen, maar even later komen ze weer in beweging. Op dit ogenblik hangt er sneeuw in de lucht en morgen woedt er misschien een storm, die met de hoeden aan de haal gaat en zelfs de wilgen en berken uit de grond rukt.

21-01-15

EEN VARKEN IS GEEN MENS

IMG_0884.JPG

Van sommige lezers van mijn blog krijg ik soms wat ongewone vragen. Wellicht gaat het om retoriek, maar mogelijk verwachten zij desondanks enig advies van me. Meestal kan ik dat niet geven, omdat ik wat betreft de gebieden waarover de vragen handelen zelf in het duister tast. Omdat ik echter een goede opvoeding heb genoten, waar wellevendheid en hoffelijkheid een onderdeel van waren, probeer ik toch meestal een antwoord te geven. Ik ben er mij bewust van dat ik met mijn antwoorden tekortschiet. Bovendien vermoed ik dat geen enkel antwoord van mij aan geen enkele verwachting kan voldoen. Twee recente voorbeelden.

1.

Wat is er in godsnaam gebeurd met Brussel, Belegerd, Bezet, wat in hemelsnaam bezielt Mayeur*? En dan vandaag op het nieuws: 300.000 mensen verliezen hun uitkering. Wat een meesterlijke strategie van Di Rupo, mooi getimed deze maatregel. Dat we dat niet hadden zien aankomen, zo blind, zo naïef, zo veel vertrouwen in de socialistische zwijnen. 300.000 mensen in de armoede gedumpt, vooral in Wallonië, Brussel belegerd en in Verviers knalt de linkse politie onschuldige moslims neer. Wir haben es nicht gewusst: rood=het nieuwe bruin? Hoe verblind zijn wij geweest mijn rode vriend?
Gepost door: geert de hooghe | 19-01-15

Beste Geert, je commentaar houdt geen verband met wat ik hierboven** schrijf. Echter: als Brussel belegerd is, is dat niet alleen een beslissing van de burgemeester maar net zo goed van de federale regering, en met name van minister Jambon. Dat in geval van dreiging sommige ambassades en dergelijke extra beveiligd worden - in de hoofdstad van Europa - lijkt me normaal. Het gevaar voor een aanslag is daar niet denkbeeldig. Maar militairen op straat blijft beangstigend en maakt de bevolking ongerust. Veel meer nog in een klein stadje als Antwerpen, neem ik aan - een stadje waar je normaliter nooit militairen met machinegeweren en dergelijke op straat ziet. En waar ze ook helemaal niet nodig zijn.

Van die driehonderdduizend mensen, dat moet je mij niet zeggen. Ik kreeg gisterochtend zelf de tranen in de ogen toen ik het nieuws hoorde (ik was vergeten dat die maatregel er zat aan te komen). Het is een ware schande! Natuurlijk is Di Rupo daar niet alleen verantwoordelijk voor, maar hij is wel 'medeplichtig'. Deze maatregel zal de problemen die er al zijn zeker niet oplossen, integendeel. 300.000 desperado's op een dag erbij...

Of de politieagenten in Verviers links waren, dat weet ik niet. Weet jij het dan wel? En of de slachtoffers al dan niet onschuldig waren, al dan niet moslims, weet ik ook niet. Ze waren verdacht, of dat wordt toch beweerd. De toestand is chaotisch, dubbelzinnig, onduidelijk, gevaarlijk. Het lijkt erop dat deze regering of degenen die de macht hebben bewust verwarring willen zaaien.

Bedoel je mij met 'rode vriend'? Naar mijn weten ben ik noch je vriend, noch rood. Ik ben eerder kleurloos. Maar als je het esthetisch bedoelt is het goed. Rood is een mooie kleur.

En socialistische zwijnen? Ook nu betreur ik het weer dat degenen met wie je het niet eens bent ontmenselijkt worden. Het is niets nieuws, maar het is gevaarlijk. Je zou het een vorm van verbaal terrorisme kunnen noemen. Het is immers veel gemakkelijker om zwijnen uit te roeien dan socialistische mensen.

2.

Best interessant, en waarom in Luik dan ook, is dat ook een hoofdstad of is er een andere reden? Of is het ook een onnodig belegerd bezet stadje nu zoals Antwerpen? Want na Antwerpen en Brussel doet nu ook Luik een beroep op het leger ....

Maar jazeker, diegenen waarmee we het niet eens zijn gaan we niet ontmenselijken. Bij ontmenselijken zit daar ook het aanduiden als fascisten in?
Gepost door: Valerie | 20-01-15

Dag Valerie, waarom vragen jullie mij om advies over zaken die ik niet goed ken? Ik ben alvast geen terrorismebestrijder, wel een pacifist en een gewetensbezwaarde. Mijn aanvoelen is dat in België geen permanente militaire aanwezigheid in de straten van de grote en kleine steden nodig is. Niet in Antwerpen, niet in Luik, niet in Bouillon en niet in De Panne. Misschien op kwetsbare plekken in de hoofdstad, omdat het ook de hoofdstad van Europa is. Misschien. Maar zoals je weet heeft de aanwezigheid van soldaten in Parijs de aanslagen daar ook niet kunnen beletten.

Je vraag over fascisten begrijp ik niet goed. Ik heb het in mijn tekst hierboven** niet over fascisten, maar over het fenomeen 'miskenning'. Nu is het wel zo dat naar mijn weten fascisten en nazi's altijd mensen waren, geen dieren of andere wezens. Bijgevolg sluit je iemand niet uit van de menselijk soort door hem een fascist te noemen. Een fascist een varken noemen echter is weer iets geheel anders. Een varken is namelijk geen mens. En een zwijn is dat evenmin.

Nog een prettige dag, Valerie.

 

*In de post van Geert De Hooghe heb ik enkele tikfouten verbeterd.
**Vlaamse schrijvers over de bloedige aanslagen in Parijs.

Foto: Martin Pulaski, Neerpede, 23 11 2014

20-01-15

ALLES IS RUSTIG

 

IMG_0680.JPG

Er is geen reden tot paniek. De kans dat ik een van de volgende dagen word overreden is oneindig groot. Goed dat ik het weet. Bestormen maar die autosalons, subsidiëren maar die bedrijfswagens. Alles gaat goed. Het is rustig in het land. Er wordt volop aan nieuwe jobs gewerkt. En vooral: we zijn in de veilige handen van mensen die het goed met ons voor hebben. Met ons allen. Zelfs met de driehonderdduizend mannen en vrouwen die op één dag uit de boot genaamd ‘Welvaart’ vallen. En we voelen ons uitermate veilig: gewapende soldaten marcheren door onze goed verlichte straten. Zelfs wordt er nog zout gestrooid in de goed verlichte straten.

...

Foto: Martin Pulaski, 19 10 2014

17-01-15

VLAAMSE SCHRIJVERS OVER DE BLOEDIGE AANSLAGEN IN PARIJS

im lauf der zeit.jpg

In De Morgen van 14 januari vroeg Dirk Leyman zich af waar de Vlaamse schrijvers bleven met hun reacties op de bloedige aanslagen in Parijs. Kennelijk ben je in Vlaanderen alleen maar een schrijver als je ook een BV bent, de slimste mens van de wereld of een geregelde gast in Ter Zake, Reyers Laat, en andere door de NVA gesponsorde spektakelshows.
Normaal gezien wind ik me over dergelijke vormen van miskenning en verzwijgen niet op. Ik leef in een andere wereld. Roem en bijval zijn nooit mijn deel geweest: ik heb er niet naar gezocht, ik ben er niet handig genoeg voor.

Wellicht omdat uitsluiting een niet te onderschatten aspect is van de tragische gebeurtenissen in Parijs en ook aangeroerd werd in de vele discussies en opiniestukken achteraf heb ik dit keer wel last met een vraag als die van Dirk Leyman. Op 13 januari publiceerde ik op mijn blog mijn bedenkingen bij de aanslag op Charlie Hebdo. Het was niet mijn bedoeling aan al de meningen die al geformuleerd waren nog een mening toe te voegen. Ik had en heb geen mening. Aanvankelijk wilde ik zwijgen, dat leek me het best. Maar uiteindelijk koos ik ervoor om mijn ervaring van die dagen te beschrijven. Op die manier wilde ik laten zien welke impact terreur en de gevolgen ervan kunnen hebben op een individu. Een individu dat toevallig ook een schrijver is, zij het een schrijver die in de Vlaamse Letteren niet bestaat en bijgevolg geen recht van spreken heeft. 

13-01-15

DE SPIJKERS VAN CREATIEVE GEESTLOOSHEID

giotto_di_bondone_-_stygmatyzacja_sw__franciszka_1295-1300.jpg

Donderdag 8  januari 2015, omstreeks half vijf. Aan het kruispunt beneden aan mijn straat zie ik rechts van me tussen de kale bomen een blauw in de lucht zoals ik er nooit tevoren een zag. Het is een onaards blauw, een beetje turkoois, maar nog anders, dieper, mysterieuzer. Het licht van de zielen van de doden in Parijs? Hoewel een geloof in een hiernamaals en een opperwezen me geheel vreemd is.

De aanslag op Charlie Hebdo, een dag eerder, had me diep geraakt. Het is merkwaardig dat woede, afschuw, verdriet, ontreddering soms zo selectief zijn. Want er gebeuren elke dag moorden en aanslagen, ergere zelfs dan die in Parijs. Maar Charlie Hebdo was, hoewel ik het zelden las - ik ben geen trouwe lezer van strips, comics, graphic novels en getekende satire -, een tijdschrift dat bij mijn generatie hoorde, bij de tegencultuur, bij de late jaren zestig en vroege jaren zeventig; de redactie van Charlie Hebdo was een groep kunstenaars die nog altijd die geest uitdrukten, zij het scherper, agressiever, met meer verbittering en meer gevaar voor het eigen leven dan in die gouden dagen. Wolinski heb ik altijd bijzonder geestig gevonden.

Meteen zal de hele islamitische wereld met de vinger gewezen worden, dacht ik bijna meteen nadat ik het nieuws had gehoord. Dat is het tragische gevolg van zulke waanzinnige acties – die waarschijnlijk helemaal niet waanzinnig zijn, maar politiek beredeneerd.

Wat gaan we doen, nu we eigenlijk niet meer werkelijk kunnen spreken? Iedereen heeft wel een mening, maar wat zegt een mening? Onze woorden en ons begripsvermogen zijn al lang niet meer toereikend. De realiteit ontglipt ons. We worden allemaal radicaler, misschien vooral omdat we zo tot zwijgen veroordeeld zijn.

Op dertig jaar tijd van ‘Touche pas à mon pote’, de slogan van Harlem Désir, waar wij ons als antiracisten massaal achter schaarden naar ‘Je suis Charlie’, een uiting van solidariteit maar tegelijk van ontreddering en wanhoop. Overigens kan iedereen zich in ‘Je suis Charlie’ vinden – ikzelf ook – wat zeker niet het geval was met die andere slogan. In Figaro Magazine noemde de mystieke fascist Louis Pauwels de antiracisten debielen die aan geestelijk Aids leden.

Mijn eerste publieke reactie, na de gevoelens van verslagenheid en wanhoop, was een pleidooi houden voor de vrije meningsuiting, omdat dat wellicht de basis is van alle vrijheid. Het vrije woord, waar ik in de jaren negentig voor geijverd heb in het Arkcomité voor het Vrije Woord, dat de gelijknamige jaarlijkse prijs uitreikt. Die reactie was niet beredeneerd. Ik stond er zelfs niet bij stil dat miljoenen mensen hetzelfde zouden doen. Lang moest ik niet zoeken naar John Stuart Stuart Mill’s ‘On Liberty’ (1859). Op facebook plaatste ik dit citaat:

This, then, is the appropriate region of human liberty. It comprises, first, the inward domain of consciousness; demanding liberty of conscience, in the most comprehensive sense; liberty of thought and feeling; absolute freedom of opinion and sentiment on all subjects, practical or speculative, scientific, moral, or theological. The liberty of expressing and publishing opinions may seem to fall under a different principle, since it belongs to that part of the conduct of an individual which concerns other people; but, being almost of as much importance as the liberty of thought itself, and resting in great part on the same reasons, is practically inseparable from it. Secondly, the principle requires liberty of tastes and pursuits; of framing the plan of our life to suit our own character; of doing as we like, subject to such consequences as may follow: without impediment from our fellow-creatures, so long as what we do does not harm them, even though they should think our conduct foolish, perverse, or wrong. Thirdly, from this liberty of each individual, follows the liberty, within the same limits, of combination among individuals; freedom to unite, for any purpose not involving harm to others: the persons combining being supposed to be of full age, and not forced or deceived.

Dat moest volstaan. Ik had er verder geen mening over. Wat is een mening? Wel dacht ik al aan de noodlottige gevolgen van alle georganiseerde religies, van de politieke interpretaties van zogenaamd heilige teksten.  Ik heb me lang en intensief met religie beziggehouden, onder meer toen ik Milan Ryzls ‘Zoeken naar God’ heb vertaald en bewerkt.

Zonder ‘mening’ kon ik alleen nog soelaas zoeken in beelden en muziek. Ik beluisterde ‘Dead Souls’ van Joy Division. De krachtige song kan over veel gaan; ik hoor vooral innerlijke strijd en zeker ook wanhoop, dezelfde wanhoop die mij zo verlamde – en dat nu nog altijd voor een deel doet:
 
Someone take these dreams away
That point me to another day
A duel of personalities
They stretch all true realities.

Denis_Diderot.PNG

Op facebook plaatste ik een portret van  Denis Diderot, als symbool van de waarden van de Verlichting, met name van de vrije meningsuiting, en een reproductie van ‘De parabel der blinden' van Pieter Bruegel de Oude uit 1568. Dat werk vind ik interessant omdat het over bijbelinterpretatie gaat, met name of je al dan niet verplicht bent om je handen te wassen voor het eten. Bij mijn zoon, die in Parijs woont en werkt, vond ik een treffende tekening van de ‘Je suis Charlie’-slogan, die ik deelde.

Een dag later, op 9 januari, was mijn woede niet verwerkt. Ik nam weer mijn toevlucht tot muziek, en wel tot ‘Religion’ van Public Image Limited. John Lydon valt de katholieke kerk aan, maar de razernij is universeel.

Fat pig priest
Sanctimonious smiles
He takes the money
You take the lies

Boven de link naar het nummer schreef ik dit:

Misschien kan kunst de wereld niet redden. Maar religie kan de wereld alleen maar verwoesten. Judaïsme, christendom, islam, hindoeïsme, allemaal hetzelfde bedrog, allemaal leidend tot verblinding, fanatisme, geweld, oorlog.

Mijn woede was mede gevoed door het bekijken van een aflevering van Reyers Laat. Op een lagere en schofterige manier dan daar gebeurde kun je niet met de tragische dood van twaalf mensen omgaan. Bart De Wever zat er met zijn kop van pure haat de schuld voor de aanslag in de schoenen van gelovigen, communisten en socialisten te schuiven en samen met Mia Doornaert de hele islamitische wereld naar de verdoemenis te wensen. Zonder ook maar een ogenblik een poging te doen om iets te begrijpen van de context, de achtergrond, de geschiedenis van die weerzinwekkende gebeurtenis.

Nadat er wat kritische opmerkingen waren geformuleerd bij mijn atheïstische stellingname vond ik het nodig dat uitgangspunt te nuanceren. Niet omdat ik mijn kritiek van de godsdiensten wilde afzwakken, maar ter verduidelijking. Ik voegde eraan toe dat ik, nogmaals, een verdediger ben van de vrijheid van meningsuiting en bijgevolg ook van godsdienstvrijheid. Maar ik was en ben ervan overtuigd dat geen enkele godsdienst of belijder van een godsdienst het vrije woord, in welke vorm dan ook, mag belemmeren. Ik voegde er eveneens aan toe dat ik me nu niet opeens als de vijand van de moslims zag, ook al moeten we ons verzetten tegen elke vorm van fanatisme en tegen alle fanatici, waar ze ook vandaan komen. Ik schreef – in weerwil van mijn sprakeloosheid, van het gevoel dat de woorden niet meer volstonden – dat we zoveel mogelijk moesten nuanceren, naar elkaar luisteren, met elkaar praten.

wolinski-et-les-femmes.jpg


Wolinski had ik horen zeggen dat humor altijd links en vrijdenkend is. Rechts is verbitterd en zuur. Kijk maar naar de Antwerpse burgemeester en naar Marine Le Pen. Misschien zijn ze wel verstandig, slim, gewiekst, maar ze hebben geen gevoel voor humor. Hebben ze wel een ziel? Ik maakte inderdaad een onderscheid tussen links en rechts, met duidelijke sympathie voor de gauchisten van Charlie Hebdo, maar vond toch tegelijk dat we polarisatie moesten vermijden. Je kunt niet in alles consequent zijn.

Iemand vond dat ik de religie in een te negatief licht plaatste. Jezus, Mohammed en Boeddha predikten an sich gewoon liefde, schreef ze. Mijn aanval was inderdaad op de georganiseerde religies gericht, die vooral ideologisch en politiek gebruikt worden, meestal als dekmantel voor verwoestingen en veroveringen. De ‘strijders voor het geloof’ zijn blind voor de boodschappen van liefde van Jezus, Mohammed, Boeddha en andere ‘wereldverbeteraars’. Ze kennen geen liefde, alleen haat en wraakzucht. Of de wil tot macht, tot bezit. Het zijn veroveraars, of huurlingen van veroveraars. Als ze al lezen zijn het gesimplificeerde en verminkte internetversies van de heilige geschriften. Overigens: wie van ons leest Job? Prediker? Het Hooglied? Ik weet alvast dat Nick Cave ‘Het Evangelie van Marcus’ heeft gelezen. “Christus sprak tot me door Zijn isolement, door de druk van Zijn aanstaande dood, door Zijn woede over het afgezaagde, door zijn Verdriet. Christus, zo leek het, was het slachtoffer geworden van het gebrek aan verbeeldingskracht onder de mensheid, en was aan het kruis genageld met de spijkers van creatieve geesteloosheid.” Zo schrijft Nick Cave in het voorwoord bij het ‘Het Evangelie van Marcus’.
nick-cave-suit-photo.jpg

Alle religies bevatten waardevolle morele stelregels. Mensen met goede bedoelingen hebben ze bedacht, omdat ze van het leven hielden en van de andere mensen, van de kinderen, de dieren, de aarde. Ze mogen dan wel gedroomd hebben van verre paradijzen: bijna altijd ging het om dromen van paradijzen hier en nu. Denk aan Julian Beck’s ‘Paradise Now’. Maar zolang de religies bestaan zijn ze misbruikt om mensen te onderdrukken en uit te buiten, om ze tegen elkaar op te zetten, om onverdraagzaamheid en oorlogszucht aan te wakkeren.  Het is niets nieuws en het gebeurt nog steeds.

In alles wat ik doe blijf ik streven naar bevrijding van wat Bob Marley 'mental slavery' noemde. Mij lijkt de hypothese dat de vrije gedachte een hogere vorm van  bewustzijn is dan een denken dat zich onderwerpt aan instellingen, machtsstructuren, economische systemen, godsdiensten, et cetera, geen vorm van cultureel snobisme of elitarisme.  Maar het streven naar een universeel vrij denken, een werkelijk vrije gedachte, kan niet op fanatieke wijze gebeuren, dat is evenzeer duidelijk. Er is openheid van geest voor nodig, geduld, dialoog, luisterbereidheid, begrip.

De volgende dagen kon ik er niet aan weerstaan de vele stemmen die zinnige en onzinnige verhalen lieten horen over de aanslag op Charlie Hebdo en de andere tragische gebeurtenissen te beluisteren. Tientallen verhalen, boos, verontwaardigd, begripvol (niet voor de terreur, uiteraard), inzichtelijk, esoterisch, literair, historisch… Bij veel van wat ik las zat ik te knikken, soms met tranen in de ogen, soms met woede in het hart, soms tot nieuwe inzichten komend.

Een duidelijk en helder en juist statement vond ik bij een van mijn favoriete schrijvers, Ian McEwan:

"Murderous and self-sanctifying, radical Islam has become a global attractor for psychopaths. It has never been embarrassed to proclaim its list of hatreds: education, tolerance, plurality, pleasure and, above all, freedom of expression -- the freedom that underpins all others. Even more important than the abstractions are the people that jihadists hate and have killed: children, schoolgirls, gays, women, atheists, non-Muslims, and many, many Muslims. To that list we must now add the brave and lively staff of Charlie Hebdo, who hoped to face down hatred with laughter. The slaughter in Paris is a tragedy for the open society. On a dark night for mental freedom, a few fragile points of light: the calm, determined crowds gathered in cities across France; the hope that the general revulsion at these murders might have a unifying effect; the fact that a cult rooted in hate is a frail thing and cannot last; the fact that the psychopaths are vastly outnumbered."

In heel die periode was ik ziek. Ik had bronchitis, koorts. Op 29 december had Agnes op straat haar pols gebroken; ze was gestruikeld op de terugweg van de supermarkt. Ik moest mijn dagelijks leven geheel anders inrichten. Voor het eerst in lange tijd moest ik mij geheel inzetten voor iemand anders, op elk gebied, en voor mezelf. Het was en is moeilijk. Soms was ik blij met die nieuwe opdracht, soms stak de wanhoop weer de kop op. Door de ziekte was mij ook de mogelijkheid ontnomen vrienden te ontmoeten, te praten, te luisteren naar wat zij dachten en voelden.

Lezen is bijna altijd een vorm van troost. Ik las de voorbije dagen het meesterwerk ‘Light Years’ (1975) van James Salter. Een verbluffend boek, vol treffende beschouwingen over de aard van de mens en zijn omgang met wat er rest van de natuur en de seizoenen. Een boek over momenten van intens geluk, eros en liefde en over ontgoocheling, teleurstelling, verbittering, melancholie. Over diepe, bleke wanhoop. Het prachtige boek kon me niet troosten, integendeel. Maar ik putte er desondanks moed uit en citeerde dit:

“We preserve ourselves as if that were important, and always at the expense of others. We hoard ourselves. We succeed if they fail, we are wise if they are foolish, and we go onward, clutching, until there is no one – we are left with no companion save God. In whom we do not believe. Who we know does not exist.”

Na het beluisteren van zoveel stemmen, na het treuren, na de optocht van miljoenen sympathisanten van Charlie Hebdo, lijkt de stilte nog te zijn toegenomen. Het lijkt op een rouwproces maar het kan net zo goed een periode van bezinning zijn. Ondertussen is de wind opgehouden met rukken en wordt de hemel weer helder. Gelukkig zie ik op dit ogenblik dat uitzinnige, onwereldse blauw niet.
je suis charlie jean julien.jpg

Interessante artikels:

https://decorrespondent.nl/2324/Zo-bewijs-je-Charlie-Hebdo-misschien-wel-de-meeste-eer/17887105236-48fe7417
http://www.knack.be/nieuws/wereld/wat-we-misschien-van-de-duivelsverzen-kunnen-leren/article-opinion-524185.html
http://www.independent.co.uk/voices/comment/charlie-hebdo-paris-attack-brothers-campaign-of-terror-can-be-traced-back-to-algeria-in-1954-9969184.html
http://www.newyorker.com/news/news-desk/blame-for-charlie-hebdo-murders
http://www.salon.com/2014/11/23/karen_armstrong_sam_harris_anti_islam_talk_fills_me_with_despair/
http://www.liberation.fr/societe/2015/01/07/cohn-bendit-charlie-c-est-la-radicalite-anticlericale-c-est-pour-ca-qu-ils-ont-ete-tues_1175497
http://www.rferl.mobi/a/iran-journalists-demonstration-charlie-hebdo-massacre/26783226.html
http://www.rferl.mobi/a/iran-journalists-demonstration-charlie-hebdo-massacre/26783226.html
http://www.globalinfo.nl/Achtergrond/de-kleine-tegenstemm...

01-01-15

FREAK OUT!

frank-zappa-freak-out-1966.jpg

The Mothers Of Invention - Freak Out! (1966)

22-12-14

SCHOOLVRIENDEN

1967 londen 1 001.jpg

Schoolvrienden in Londen, in juni 1967. De jongen links was mijn beste vriend, Jan De Pooter. Helaas al enkele jaren geleden overleden. Jan was een Beatles- en ik een Rolling Stones-fan. We hielden allebei met hart en ziel van the Small Faces. Londen was toen het centrum van de wereld, een magische stad, doordrongen van de geest van Jimi Hendrix, Brian Jones en Sergeant Pepper's. Terwijl je daar door de straten liep voelde je dat op dat moment alles liefde was. 

 

HET CAFÉ VAN DE VERLOREN JEUGD

modiano.jpg

“Als ik zou vallen, zouden de andere mensen op de boulevard de Clichy gewoon doorlopen. Ik hoefde me geen illusies te maken. “
Dat las ik in ‘In het café van de verloren jeugd’, een roman van Patrick Modiano, verschenen in 2007.

Het café van de verloren jeugd was een stamcafé van Guy Debord. Maar zeker niet alleen van hem. Ik heb er gezeten tot voorjaar 2011, al lang voorbij de leeftijd van een oudere jongere. Meermaals ben ik gevallen. Eén keer lag ik een half uur in het midden van de straat, niet meer tot bewegen in staat. De autobestuurders reden langs me heen, de voetgangers vervolgden vrolijk hun weg, nog wat badend in de late zon van een dag in juni. Sindsdien maak ik me weinig illusies. De weinige illusies die ik wel nog heb, houden verband met vriendschap. Alleen je vrienden laten je niet vallen, en als je dan toch valt, laten ze je niet liggen. 

15-12-14

STAKEN

the-celebration-georg grosz.jpg

Meestal ben ik aan de stille kant, maar al een aantal weken - of zijn het maanden ? - geleden heb ik die stilte doorbroken. Van mij worden wellicht alleen maar muzikale intermezzo’s en enkele in mooie woorden gegoten mijmeringen verwacht. Nostalgisch en melancholisch gedagdroom en de zucht naar liefde en tederheid. Maar nu moet ik toch over politiek spreken, ook al ben ik politicus noch ideoloog. Aangesloten ben ik bij geen partij, al ben ik altijd progressief en links geweest. Mijn helden, of noem ze antihelden, zijn geen politici, maar kunstenaars, schrijvers, troubadours en wat men gewone mensen noemt.  Neen, zeker geen politici. Maar de situatie is te ernstig om over wat er in dit land op politiek gebied gebeurt nog langer het zwijgen toe te doen.

Gisteren las ik deze uitspraak van de Grote Leider (ik wil zijn naam niet meer noemen):  “Je kan natuurlijk veel doen om de competitiviteit te herstellen en ook moeilijke maatregelen nemen. Als men natuurlijk ondertussen de economie kapotstaakt, dan is het allemaal voor niks.”

N
iets ongewoons voor hem, maar mij kunnen zulke woorden nog altijd razend maken. Op facebook reageerde ik spontaan met dit commentaar: “Er moet helemaal niets worden hersteld, en zeker de competitiviteit niet. Alleen het woord al doet me braken. De bevolkingsgroepen tegen elkaar in het harnas jagen, verdeling en haat zaaien onder de burgers (kijk eens naar zijn blik): dat is zijn idee van competitie. Wat opnieuw moet worden uitgevonden is solidariteit, rechtvaardigheid, mededogen en plezier. Daarvoor je stem verheffen; actie voeren via staking en andere vormen van protest, is een recht en, als je er even over nadenkt, zelfs een morele plicht. En dat heeft niets met "de socialisten" te maken.”

Al is mijn razernij afgenomen, denk ik er nu, maandagvoormiddag, nog net zo over. En ik voeg er het volgende aan toe.

We worden tegen elkaar uitgespeeld. Degenen die staken en degenen die willen werken. Degenen die sympathiseren met de stakers, degenen die ze verwerpelijk vinden.  De leiders van dit land, politiek of economisch, hebben daar alle belang bij en ze doen er alles voor om de haatgevoelens aan te zwengelen.

Daar moeten we ons tegen verzetten. Degenen die willen werken zijn niet de vijanden van degenen die nu staken. Misschien zijn ze verblind, misschien zijn ze bang, misschien kunnen ze niet anders.

Misschien moeten we beter naar ze luisteren. Niet om ons van onze gerechtvaardigde verontwaardiging af te laten leiden, maar om meer duidelijkheid te krijgen in de huidige situatie. Het heeft geen zin de hele bevolking in twee groepen te verdelen, twee groepen die beide uit individuen bestaan die min of meer dezelfde behoeften, noden, wensen en verwachtingen hebben. Twee groepen die dezelfde vijand hebben: de verderfelijke grootkapitalist die nog altijd het laatst lacht. Die vijand moet het lachen vergaan. Hij en zijn marionetten in deze regeringen – democratisch verkozen, dat wel – moeten de rekening betalen. Om voor eens en voor altijd gedaan te maken met zijn spilzucht, zijn minachting, zijn schijnbaar onaantastbare macht en zijn verhevenheid boven de menselijke wet.


...

Tekening: Georg Grosz

14-12-14

DE BETOVERING VAN BOEKEN

viva 6.jpg

Elke stad bevat meerdere steden, sommige zichtbaar, sommige onzichtbaar. Gisteren trof ik in Brussel zo’n onzichtbare, ondergrondse stad aan. Ik had altijd al wel een vermoeden gehad dat ze bestond, maar nu weet ik het zeker.
Om vijf over tien kwam ik in het Hotel van Cleve in de Ravensteinstraat aan, goed op tijd dacht ik voor de boekenverkoop van het Filmmuseum (officieel Cinematek, een naam waar ik me nooit mee zal verzoenen), een van de fijnste instellingen van dit land. Enigszins verbaasd stelde ik vast dat er al vrij veel boekenliefhebbers in de grote ruimte aanwezig waren. In haast volstrekte stilte, alsof ze een eredienst  bijwoonden, stonden ze over tientalen dozen vol schitterende boeken over voornamelijk film gebogen. Ik zag dat sommigen al flinke stapels torsten. Het kleine publiek hier riep herinneringen op aan de tijd toen ik filosofie studeerde, evenals aan de periode dat ik ongeveer vijf avonden per week in het Filmmuseum doorbracht. Ernstige, gepassioneerde mensen, vervuld van een hartstocht voor schoonheid, voor wat ik alleen maar ‘het geestelijke’ kan noemen. Ieder voor zich maar toch verenigd in dezelfde passie.

Wat een prachtige boeken voor zo weinig geld. Het stemt wel tot nadenken dat ze nog maar zo weinig waard zijn; in Hotel van Cleve gemiddeld drie euro. Nieuw hebben ze stuk voor stuk een tienvoud gekost. Sommige zijn collector’s items. Maar ze moeten dan wel een collector vinden die erin geïnteresseerd is.

Hier een lijst van de trofeeën waarmee ik naar huis ben teruggekeerd. Gelukkig was ik niet alleen of ik had de helft van wat ik had geselecteerd achter moeten laten.

pierre_clementi_theredlist3.jpg

John Ford, door Joseph McBride en Michael Wilmington, in de mooie Cinema Two-reeks van Secker & Warburg.
Faulkner and Film, door Bruce F. Kawin. Over de interactie tussen film en literatuur, met aandacht voor de verfilmingen van Faulkners romans en de originele scenario’s van de schrijver.
Abel Gance, door Norman King, British Film Institute Books. Over een van mijn favoriete regisseurs, met veel aandacht voor zijn meesterwerk ‘Napoléon’. In ‘Napoléon’ speelt Abel Gance de rol van Saint-Just, wat geen toeval is.
Fields For President, door W.C. Fields. Een pocketuitgave uit 1972, toen Fields opnieuw werd erkend als een van de grootste komieken ooit, “one of the original antiheroes so currently in vogue with today’s “let it all hang out” generation.”
Memoirs of a Mangy Lover, door Groucho Marx. “The craziest Don Juan in the history of seduction.”
Samuel Fuller, door Nicholas Graham, in de Cinema One-reeks in samenwerking met het British Film Institute. Graham onderzoekt de thema’s en methodes van de grote Amerikaanse filmregisseur.
Quelques messages personnels, door Pierre Clémenti. Pierre Clémenti was een van de antihelden van mijn generatie. Hij acteerde in films van onder meer Bertolucci, Pasolini en Buñuel. De mooie, lieve jongen zat twee jaar in een Romeinse gevangenis opgesloten vanwege bezit van een kleine hoeveelheid cocaïne, zeer waarschijnlijk door de politie zelf in zijn kamer verstopt. Zo ging de gevestigde orde in die dagen om met wat nu iconen worden genoemd, in het oog springende exponenten van de tegencultuur. Brian Jones, Julian Beck en Judith Malina zijn andere voorbeelden.
The Rolling Stone Inverviews, Vol 2, verschenen in 1973, toen Rolling Stone nog een links tijdschrift was, een van de invloedrijkste bladen van de tegencultuur. Interviews met o.m. Bob Dylan, Van Morrison, Johnny Otis en Leon Russell.
Child of Satan, Child of God – Her Own Story, door Susan Atkins en Bob Slosser. Dit heb ik gekocht om mijn honger naar de Manson Family te stillen. “When she met Charles Manson, she felt she had met the world’s savior.” Het ironische is dat Susan Atkins er duivelser uitziet nadat ze de Heer heeft gevonden dan toen ze discipel was van Manson.
Superstar, door Viva. Hier ben ik werkelijk heel blij mee. Ik zoek er al tientallen jaren naar. Ooit gelezen in een vreselijke Nederlandse vertaling.
“The scandalous bestseller by the Underground film idol.” “A smashing stag movie set between covers!”.
Lovesick Blues. The Life Of Hank Williams, door Paul Hemphill. Verschenen bij Viking in 2005.
The Life and Times of Little Richard, door Charles White.
De schrijver wordt Dr. Rock genoemd, niet alleen omdat hij geneesheer is. En Little Richard? “After hearing Little Richard on record I bought a saxophone and came into the music business. Little Richard was my inspiration.” Dat zegt David Bowie.
Don’t Tell Dad. A Memoir, door Peter Fonda. Ik ken betere acteurs en regisseurs dan Peter Fonda, maar hij komt uit een bijzonder interessante familie en hij was een van de jongens die de sixties een gezicht gaven. Dit is het boek waar ik het meest nieuwsgierig naar ben.
Elia Kazan. A Biography, door Richard Schickel, uitgegeven door HarperCollins in 2005. In weerwil van zijn verraderlijke hart ben ik een groot bewonderaar van zijn werk.
Hoe kan het anders, met films als ‘A Streetcar Named Desire’, ‘On the Waterfront’, ‘America America’, ‘Baby Doll’ en ‘The Arrangement’?
Adventures Of A Suburban Boy, door John Boorman. Boorman is de regisseur van onder meer ‘Point Blank’, ‘Hell In the Pacific’, ‘Deliverance’ en ‘Zardoz’. Paul Auster schrijft over dit boek het volgende: “Boorman proves himself to be a master storyteller in this beautifully and deeply affecting memoir.”

Om elf uur verliet ik de onzichtbare stad en keerde met twee papieren zakken vol  leven, lijden en dromen – maar ongetwijfeld ook inzichten en levenslessen - terug naar onze eenzame vertrekken. Nu hoop ik alleen maar dat de winter heel lang mag duren. Geen donkere, maar stralend lichte dagen, zodat de blik scherp is en de letters duidelijk afgetekend zijn op het soms al wat vergeelde papier.

the-hired-hand-peter-fonda.png

Afbeeldingen: Viva en Agnes Varda tijdens het draaien van 'Lion's Love'; Pierre Clementi; Peter Fonda in 'The Hired Hand'.

11-12-14

DE LAATSTE KEER

don't look now (2).jpg

De melancholie die je voelt als je eraan denkt dat je veel dingen die je nu nog doet ooit niet meer zal doen. Dat alles wat je doet een laatste keer kent. Alledaagse dingen zoals de afwas, maar ook uitzonderlijke zoals een diepgaand gesprek met een vriend of een verblijf in een oord dat je dierbaar is. Dat het de voorbije zomer misschien de laatste keer was dat je in Bagni di Lucca op een terrasje vlakbij het oude casino zat uit te kijken op de rivier de Lima en te mijmeren over de vele dichters en prinsessen die daar de kleine brug overstaken. Beroemdheden en vergeten bright stars, allemaal dood nu.

In ‘Exquisite Corpse’ beschrijft Robert Irwin dat elegische gevoel heel mooi: "There is a last time for meeting with and talking with everyone one knows, but one never knows when that last time will be. There will be a last time I go to Paris, a last visit to the cinema, a last breakfast, a last breath, but it is unlikely that I shall identify these 'lasts' for what they are."

Neen, je weet nooit of iets de laatste keer is, maar zeker bij reizen heb je een sterk vermoeden. Door deze straat zal ik wel nooit meer lopen, zeg je dan tegen je geliefde. Soms maakt het je zelfs al droef te denken aan de plaatsen waar je nooit geweest bent en ook nooit meer zal komen, zoals Anchorage, Sebastopol, Kyoto.

Het wordt zo vaak gezegd: het leven is kort, een moment, een flits, geniet ervan, pluk de dag. En geniet van de gelukkige herinneringen, want ze laten maar zelden van zich horen, drie of vier keer misschien, waarna ze voor altijd verdwijnen. Waar naartoe dat weten we niet. Opgeslagen in grote  ondoorzichtige glazen bokalen? In ontoegankelijke cellen, waar bloeddorstige cipiers, bereid tot foltering en doodslag, de wacht houden?

Zo herinner ik me nu een moment van geluk in hotel Angelo op een nacht in Venetië, vijfendertig jaar geleden. Na een lange avond dansen en het gevaar opzoeken in een afgelegen buurt, ver weg van het Piazza San Marco, het Canal Grande en de Rialtobrug, komen er twee jongens naar ons toe die ons waarschuwen voor slechte mensen, gespuis dat ons wil beroven en erger, twee goede jongens zijn dit, want die zijn er ook altijd, ga daar niet heen met die ragazzi, zeggen ze, maak jullie uit de voeten, wat we dan ook doen, vliegensvlug een brugje over, een straatje in, een straatje uit, en vervolgens verdwalen we in de Venetiaanse doolhof. Dan meert een watertaxi aan. De chauffeur of hoe moet ik de bestuurder van het bootje noemen, is bereid ons mee te nemen, ook al hebben we geen geld op zak. In de buurt van het hotel stap ik uit en laat mijn vriendin als garantie in het vaartuig achter. In onze hotelkamer moet ik lires gaan halen, bijna op de tast zoek ik mijn weg door donkere steegjes. Wat zal er met haar gebeuren? Misschien is de man van de watertaxi ook een slechte mens, neemt hij mijn geliefde mee naar een kelder van een duister en vervallen palazzo? Of wat ook mogelijk is, want ik heb gedronken en Quaalude genomen, misschien vind ik de weg niet terug. Maar daar ben ik al met het geld, en wat later liggen we gloeiend van opwinding in elkaars armen.

Hoe vaak zal ik me dat voorval en al de andere gevaarlijke situaties die goed afliepen, waardoor het geluksgevoel des te heviger was, nog herinneren? Misschien is dit de laatste keer, wie zal het zeggen. Maar deze herinnering heb ik nu wikkend en wegend in zinnen vertaald. Vaak echter ontsnappen ze al meteen na het moment dat ze zich voordoen of terwijl je ze probeert neer te schrijven. Dikwijls zijn de woorden ontoereikend. Je denkt terug aan iets moois in het verleden, probeert je te herinneren hoe je je toen voelde, maar alles begint te dwarrelen en alleen leegte blijft over. Toch geef je het  gevecht tegen de bloeddorstige cipiers nog niet op. Straks misschien al doet zich een andere gelegenheid voor, of morgen, wie zal het zeggen, je hebt geen macht over die stroom en kunt niet binnen in de cellen of een blik werpen op de inhoud van de grote bokalen. Tenzij het een feestdag is in je gedachten.

melancholie, herinnering, geheugen, moment, herhaling, robert irwin, cadavre exquis, venetië, bagni di lucca, laatste keer, afscheid, terugkeren, pluk de dag, genieten, vita brevis, avontuur, geluk, geluksgevoel, liefde, schoonheid,


Afbeeldingen: Don't Look Now, Nicolas Roeg,1973; Venetië, Martin Pulaski, 25 8 2007. 



09-12-14

DE VERLOREN KUNST VAN HET BRIEVEN SCHRIJVEN

helen1 001 (3).jpg

My house ain’t done, but it’s alright
Floors ain’t level, but I ain’t some suburban
Who cares about bathroom tiles
Straight lines and building codes and Chinese wind chimes
Mark Kozelek, ‘Gustavo’


Mijn leven is altijd een droom geweest en soms een droom in een droom. Als ik hier was verlangde ik ernaar daar te zijn en was ik daar dan wilde ik weer terugkeren naar hier. Meestal kwam het erop neer dat ik niet in deze wereld wilde zijn, maar in een andere, een betere, in een utopia. Of op Mars, mocht er daar leven zijn. De tijd maakt je echter moe, het leven wordt zwaarder om te dragen; daarom blijf je liever thuis en ga je in je herinneringen op zoek naar daar. Van sommige zulke reizen keer je met volle koffers terug. Maar vergis je niet: soms heb je zelfs geen schoenen meer aan je voeten.

Een tijdje geleden vertelde ik mijn vriend Neil over mijn teruggevonden notities uit de jaren zeventig aangaande Antonin Artaud. Het was een volkomen verrassing geweest: ik was vergeten dat ik ooit zoveel over de vervloekte schrijver had genoteerd; mijn handschrift leek dat van een vreemde snoeshaan, hoewel het tegelijk toch ook iets vertrouwds had behouden. Al gauw zetten we aan ons gezellig tafeltje, genietend van een glas Saison Dupont, de stap naar de snelle communicatie van tegenwoordig. Bijvoorbeeld hoe vlug familieleden en vrienden tegenwoordig ongerust zijn als je een poosje niets van je laat horen. Om de vijf minuten ongeveer moet je een signaal geven dat je nog bestaat. Je zou wel eens van de aardbol verdwenen kunnen zijn. Dood of misschien wel door aliens  naar Mars ontvoerd. De mensen vandaag de dag denken aan alles en nog wat maar kennelijk toch vooral aan rampen en catastrofes. “Er is veel rampspoed in de wereld,” schreef Hermann Harry Schmitz omstreeks 1916, “maar je moet er oog voor hebben”. Nu lijkt het er sterk op dat iedereen daar oog voor heeft.

Dat was veertig jaar geleden wel anders. Niet eens zo lang. In de jaren negentig kreeg Neil nog fanmail, vertelde hij me. Dat waren echte papieren brieven die in een postbus moesten worden afgehaald. Daarna werden het e-mails, en dat is nu ook gedaan. De e-mails, die toch nog iets persoonlijks hadden, zijn door internetfora vervangen. De ‘fans’ hebben genoeg aan elkaar, de liedkunstenaar is haast overbodig geworden. Ja, de kunstenaar wordt geheel overbodig, tenzij als komiek of panellid op televisie. Zijn werk bekijken we op leuke plaatjes op daarin gespecialiseerde websites. Sommige van mijn tijdgenoten kennen op die manier de hele kunstgeschiedenis beter dan Jakob Burkchardt de Italiaanse renaissance.

De kunst van het brieven schrijven dreigt verloren te gaan. Een verarming van de alledaagse communicatie omdat snelheid zo goed als altijd kwaliteitsverlies betekent en tevens een verarming van de wereldliteratuur. Denk aan de correspondentie van Kafka, Van Gogh, Pessoa, Strindberg, Flaubert. Zulke brieven zullen waarschijnlijk nooit meer worden geschreven.

Ik vertelde Neil over mijn correspondentie die duurde van omstreeks 1968 tot september 1969 met mijn pen pal in Istanbul. Het meisje heette Elena Chrisopoulou maar ik noemde haar Helen (zijzelf noemde zich ook zo). Helen was geen Turkse, zelfs geen Trojaanse maar een Griekse. Haar ouders waren rijke handelaars, zij daarentegen een hippiemeisje, opstandig, erg gekant tegen het autoritaire gezin en het materialisme van haar omgeving. Ze wilde uit dat burgerlijke milieu ontsnappen, net zoals ik het kleurloze, verstikkende internaatsleven in de provinciestad Tongeren voor goed achter me wilde laten. In mijn verbeelding was Istanbul de hoofdstad van het beloofde land: alles daar was betoverend en exotisch. Later besefte ik dat dat een romantische verblinding was geweest, het oriëntalisme, waar de jonge Flaubert ook al aan had geleden.

Een aantal van Helens brieven bezit ik nog; het leeuwendeel heb ik verbrand. Dat komt ervan als je verliefd wordt op een jaloers meisje. Niet dat ik niet aan die kwaal onderhevig was en nog steeds ben: ik was nog een graad erger, maar ik heb mijn liefje nooit gevraagd wat dan ook te verbranden. Misschien was er ook helemaal niets om te verbranden, dat zal ik wel nooit weten. Ik geloof dat ik gewoon niet jaloers was op het vroegere liefdesleven van mijn geliefde, alleen was ik het in overdreven mate op wat in het heden gebeurde. Maar psychologie laat ik, zeker in dit geval, liever aan anderen over.

Helen en ik schreven elkaar naast brieven ook liefdesgedichten, maar die heb ik tot mijn grote spijt niet meer. Ongetwijfeld ook in rook opgegaan, alsof ik er opeens in het licht van de nieuwe liefde bewijzen in zag van wangedrag, van ontrouw. Ik geloof echter niet dat er ooit onschuldiger woorden op papier zijn gezet. Hoewel: waar zouden de talloze brieven en gedichten die ik Helen stuurde nu zijn? In schoendozen ergens in Istanbul, of ook ten prooi gevallen aan het vuur - of het water, want water is er veel in en rondom die stad?

De brieven en gedichten waren op lichtblauw luchtpostpapier geschreven, zo licht dat je moest oppassen of een briesje ging ermee aan de haal. Zeker op zomerzondagen, als ik op het schip voor het open raam op mijn Olivetti – in een eerdere tekst maakte ik er een Remington van, maar het was in werkelijkheid een Olivetti - zat te schrijven, tien bladzijden was de afspraak, als mijn moeder naar de mis was en mijn vader op snoek zat te vissen of, heel af en toe, zijn roes lag uit te slapen. De blauwe briefjes vormden na een tweetal uren een kwetsbaar stapeltje. Maar de wind deed er niets mee; hij wachtte op de wreedheid van het vuur.
bio6 001.jpg

In die brieven - begonnen in de tijd van flower power, liever lief zijn, utopische dromen van een betere wereld - ontstond een zacht en veelkleurig wereldbeeld, een ideale ruimte waarin alleen Helen, ikzelf en enkele verwante zielen pasten. In dat Utopia zouden wij leven van zon, aarde, zee, liefde, de elementen in perfecte harmonie. Veel van onze inspiratie kwam uit liedjes van Donovan (zijn ‘Sunshine Superman' was hét voorbeeld), the Doors, Jefferson Airplane, Love (meer ‘Da Capo’ dan ‘Forever Changes’) en the Rolling Stones, vooral die van ‘Their Satanic Majesties Request’. We zouden elkaar in Istanbul ontmoeten en vandaar verder reizen, in grotten wonen en leven van visvangst. Later hoorde ik dat er echt hippies waren geweest die zo hadden geleefd. Best mogelijk dat ze er nog zijn. Ik heb op Kreta ooit zo’n Duitse grotbewoner ontmoet. Dat was in de zomer van 1990. Alles was daar nu verknoeid, zei hij, we hadden twintig jaar eerder moeten komen. Nog een geluk dat dat niet is gebeurd. Waarom zou ik twintig jaar terugreizen in de tijd om de omgeving, de plaatselijke cultuur op dat ooit schitterende en rijke eiland te verwoesten?
donovan sunshine superman.jpg

Toch waren onze plannen op dat blauwe luchtpostpapier behoorlijk concreet. Een ding was zeker: ik moest mijn middelbare school afmaken. Daar maakte Helen zich veel zorgen over, omdat ik in mijn brieven zo vaak mijn beklag deed over de school, de mentaliteit van het onderwijzend personeel en van de prefect. Ook dat ik zo’n afkeer had van wiskunde baarde haar zorgen. Ik was toch altijd een goede leerling geweest? En nu wilde ik al die onzin de rug toekeren. Dat en veel andere dingen die ik vergeten was heb ik de voorbije dagen in haar brieven teruggevonden.  

We waren ongeduldig als tieners maar hadden het geduld van wijze volwassenen. Over mijn liefde voor Helen praatte ik met mijn moeder. Ik had de indruk dat ze die liefdegeschiedenis ontroerend, avontuurlijk vond. Het waren dingen waar ze in haar jeugd wellicht zelf naar had verlangd. De lokroep van een avontuurlijk bestaan. Dat was in haar tijd Parijs. Bij ons was het het psychedelische en bewustzijnsverruimende Oosten, Turkije, Afghanistan, Nepal. Ook mijn broer, zes jaar ouder dan ik, vertelde ik verhalen over mijn Helen, over wat we zouden doen. Hij zou met me naar Istanbul rijden. Maar van wat zouden we leven? Dat zouden we wel zien, zei ik.

In die brieven leefde ik een ander leven, een dromend bestaan. Maar in Tongeren, in Hasselt, in Maastricht en in Neerharen had ik ook echte vrienden en vriendinnen – van vlees en bloed. Met hen maakte ik veel concretere plannen. Ik ontmoette meisjes, kende momenten van geluk en extase. Buiten de schoolmuren was het leven niet eens zo slecht. Meer en meer keerden de jongeren zich af van de vermolmde regels en wetten die hen sinds mensenheugenis hadden belet om vrij en gelukkig te zijn. Ik raakte geïnteresseerd in film, theater, filosofie. Wat nabij was kwam nog dichterbij, de verre dromen werden abstracter, minder tastbaar; Helen werd nu meer een Moonchild, een personage uit een sprookje, dan ooit tevoren. Rondom liet het echte leven van zich horen. Ik zette mijn eerste stappen in wat ik voor de echte wereld aanzag.

Zo werd de kunst van het brieven schrijven, zoals ik die in die tijd beoefende, opgeofferd aan de liefde. Het ideaal en de droom aan het echte leven. Abrupt zette ik een punt achter de correspondentie.  Helen was radeloos. Ze schreef mijn moeder aan in een rudimentair Frans, waarop zij in een nog kaler Frans, beweerde ze, antwoordde dat ik een meisje had gevonden, de liefde van mijn leven. Ze vroeg Helen om begrip. Istanbul is zo ver voor Martin, schreef ze op hetzelfde blauwe luchtpostpapier als dat van mij, en Brussel zo dichtbij.

IMG_0954.JPG

 

08-12-14

OP KEIEN GROEIT MOS

Student_von_Prag.jpg

Het toeval regeert mijn leven, niets nieuws onder de zon. Gisteren vond ik deze aantekening van W.G. Sebald uit ‘De ringen van Saturnus’ terug:

“Dagen- en wekenlang breek je je tevergeefs het hoofd, je zou geen antwoord weten op de vraag of je blijft schrijven uit gewoonte of uit geldingsdrang, of omdat je niets anders geleerd hebt, of uit verwondering over het leven, uit waarheidsliefde, uit wanhoop of verontwaardiging, en ook zou je niet kunnen zeggen of je van het schrijven nu wijzer of dwazer wordt.”

In januari 1980, en waarschijnlijk reeds veel eerder, zat ik al te piekeren over de zin van het schrijven.  In een cahier met notities uit die periode trof ik vanmorgen het volgende aan:

Waarom je nog vastklampen aan het geschrevene? Waarom kun je geen afstand doen van om het even welke tekst die je ooit schreef, hoe slecht hij ook is? Verscheuren, versnipperen, in het vuur werpen…  Neen, je kunt het niet, je houdt het allemaal bij, je bouwt stilaan een archief op van je mislukkingen, van je falen.

Elke tekst is een vermomming. Elk blad papier waarop je iets neerschreef verbergt iets lelijks, iets afschuwelijks; elke zin onttrekt de horror aan je blik. Nietzsche merkte in verband met schrijvers als Byron, Poe, Leopardi, Kleist, Gogol iets dergelijks al op in ‘Voorbij goed en kwaad’: “… vaak nemen zij met hun werken wraak voor een innerlijke bezoedeling, vaak zoeken zij in hun hoge opvluchten vergetelheid van een al te betrouwbaar geheugen, vaak zijn zij in het slijk verdoold en er bijna verliefd op geworden, tot zij worden als dwaallichten rondom de moerassen en zich als sterren gaan voordoen…”

Maar ben ik het eens met Nietzsche? Destijds, in 1980 dus, alleszins niet. Ik ontkende dat ik zo een schrijver was. Ik ben iemand anders, schreef ik. Precies om te bewijzen dat ik iemand anders was, beweerde ik, om die andere in leven te roepen, ben ik gaan schrijven. Vandaar, dacht ik, het vaak voorkomende thema van de dubbelganger in mijn werk en in het werk van schrijvers die ik bewonder (onder meer Edgar Allan Poe, Robert Louis Stevenson, Heinrich Von Kleist, Arthur Rimbaud, Hans Christian Andersen, Oscar Wilde).

Wij lezen boeken om te weten te komen wat wij verbergen en tegelijkertijd, al lerend, verbergen wij, bedelven wij, maken wij wat we wellicht al lang wisten onherkenbaar. En schrijven is altijd een vorm van zwijgen, van verzwijgen. Alle kunst is een vorm van stilte. Het is datgene wat je niet uitspreekt aan tafel, tijdens een vergadering, op een familiefeestje, tegen je geliefde, je kinderen.

[Films bekijken, erin opgaan, ons er het zwijgen door laten opleggen. Om ons met plezier te vereenzelvigen met de personages die wij niet willen zijn, sterker nog, die we verafschuwen en haten.]

Uit dit alles concludeer ik dat ik sinds 1980 zo goed als niets heb bijgeleerd. Mijn denken is nog altijd even verward en ongebonden. Ik geloof nog steeds dat schrijven, dat kunst, naar stilte streeft. Het is een weg die je aflegt. Je begint met weinig woorden en povere zinsconstructies, je taal wordt rijker, barokker, en hoe meer ze dat wordt hoe meer je ze gaat verafschuwen, je begint te schrappen, je verwerpt alles wat kunstmatig en hoogdravend is, je stijl wordt kaler, je taal die van een heremiet, je woorden, eerst edelstenen, worden keien. Maar op keien groeit mos.

dorian-grays-porträtt-(1945)2.jpg

Afbeeldingen: Der Student von Prag, Hanns Heinz Ewers, Stellan Rye; The Picture Of Dorian Gray, Albert Lewin.

06-12-14

ZÉRO DE CONDUITE: VERLOREN

Lost-Weekend-21.jpg

Zéro de conduite is een POPprogramma op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Heerlijk als je druk bezig bent in de keuken, of bij het aperitief, en later aan tafel bij de antipasti, de vissoep, de Roma-tomaten! Stem af op 106.7 FM. Je kunt het programma eveneens via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.
DorisDukeTheSwampDog.jpg

Vanavond loop je verloren. Je verliest je hele hebben en houden. Je gelooft in niets meer, zeker niet in jezelf. En als je niet in jezelf gelooft, geloof je ook niet in de andere. Je staat aan de rand van de afgrond, zoals Billie Holiday, zoals Hank Williams. Je dobbert rond in een bootje op de weidse en wilde rivier. Je liefje is er vandoor, je vrienden hebben je in de steek gelaten. Je gaat naar een andere stad. Daar ben je pas werkelijk een vreemde. Niemand herkent je. Je krijgt het gevoel dat je niet meer bestaat. Verloren, alweer verloren. Op de lange weg naar de vrijheid altijd een gevangene van dit of dat, van hem of haar, van het verleden, van de familie.
Wil je naar huis terug? Dat gaat niet meer. Er is geen huis en er is geen thuis. Je bent er wel zeker van dat niemand van je houdt. Je hebt geen doel meer in je leven, en je hebt nergens zin in, want niets heeft nog zin. Wat erg toch! Maar dan ontmoet je een vrouw of een man en al gauw lig je in haar of zijn armen, je verliest je in haar, in hem. Je bereikt de extase, je bent niets en niemand meer, maar toch ben je nu pas echt gelukkig. Het enige goede verlies is dat van de liefde. Als je je verliest in de liefde ben je eindelijk bevrijd van al die zware lasten.

Honderden songs, vaak aangrijpend, bezingen het verlies. Het verlies bezingen is al een vorm van winnen, van de ellende en het verdriet overstijgen. Zingen en musiceren is altijd catharsis. Muziek beluisteren is dat vaak ook: als je je overgeeft aan het lied, aan de zanger, aan de muzikant.
Of gewoonweg aan dat magische toestel, de radio.

elysian fields.jpg

 


Lost My Drivin' Wheel - The Byrds - Farther Along (bonus track)

Lost Highway - Jason & The Scorchers - Are You Ready For The Country             

Lost in the Supermarket - The Clash - London Calling    

In The Lost And Found (Honky Bach) - Elliott Smith - Figure 8    

Baby Get Lost - Elysian Fields - Dreams That Breathe Your Name            

I Lost Everything - Sam Cooke - The Man Who Invented Soul   

I Cover The Waterfront - Billie Holiday With Teddy Wilson & His Orchestra - Lady Day: The Best Of Billie Holiday

Lost Lover Blues - Bobby "Blue" Bland - The "3B" Blues Boy: The Blues Years 1952 - 1959            

You Lost A Good Man - John Lee Hooker - Don't Turn Me From Your Door        

Lost Someone - James Brown - Star Time           

Lost Again - Doris Duke - I'm A Loser: The Swamp Dog Sessions & More             

I Love and I Lost - Curtis Mayfield & The Impressions - The Anthology 1961 - 1977         

Since I've Lost You - The Temptations - Puzzle People  

You're Lost Little Girl - The Doors - Strange Days             

Lost John - Leo Kottke - Greenhouse   

I Lost You - Elvis Costello - National Ransom      

I Lost It Lucinda Williams - Happy Woman Blues              

Lost Love Blues - Lefty Frizzell - Signed,Sealed And Delivered

Lost On The River - Hank Williams - Lost Highway: December 1948 - March 1949             

Dying From Home And Lost - The Louvin Brothers - Satan Is Real

Lost in the Ozone - Commander Cody & His Lost Planet Airmen - Lost In The Ozone

Stone Lost Child - Lee Hazlewood - Requiem For An Almost Lady

I've Lost You - Matthews' Southern Comfort - Matthews' Southern Comfort

So You Say You Lost Your Baby - Gene Clark - Echoes

Lost Woman - The Yardbirds - Roger The Engineer

Lost Girl - The Troggs – Single B-kant (van Wild Thing)

Lost My Job - Alex Chilton - Feudalist Tarts

Lost World - Green On Red - Green On Red

Lost in the Trees - Richmond Fontaine - The High Country

Lost In Space – Calexico - Selections from Road Atlas 1998-2011

Lost Someone - Cat Power - Jukebox

Lost In The Dream - The War On Drugs - Lost In The Dream

Lost Cause – Beck - Sea Change

You Are Lost - Bonnie "Prince" Billy - Beware

Lost In The Harbour - Tom Waits -Alice

Lost Hours - Willard Grant Conspiracy - Pilgrim Road

Lost On Yer Merry Way – Grandaddy - Sumdaybillie-holiday.jpg


Research & presentatie: Martin Pulaski
Foto's: Ray Milland in 'The Lost Weekend', Billy Wilder, 1945; Doris Duke, I'm A Loser; Jennifer Charles & Oren Bloedow of the Elysian Fields; Billie Holiday.

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende