06-08-16

ZERO DE CONDUITE: TAALSPEL

 

Brigitte-Bardot-Serge-Gainsbourg.jpg

Zéro de conduite is een POPprogramma op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Een muzikaal evenement voor allen en voor niemand. Uniek in het universum. Stem af op 106.7 FM. 
Je kunt Zéro via streaming beluisteren. Hier
 vind je meer informatie over de radio.

Alles is taal wordt gezegd. De wereld en alles wat het geval is kun je lezen; het universum is een boek met ontelbare letters en cijfers gevuld. Taal is een ernstig spel. Elke taal lijkt op elke andere taal en toch is het zo moeilijk om elkaar te begrijpen. Stel je voor: in India worden 30 talen door meer dan een miljoen en 122 talen door meer dan 10.000 mensen gesproken. De sneeuwwoordenmythe van de Eskimo’s is genoegzaam bekend en er zit zeker een grond van waarheid in. Als we echter lang genoeg zoeken vinden we in het Nederlands wellicht evenveel uitdrukkingen voor sneeuw. Hoeveel het er bij de Eskimo's precies zijn weet niemand. Volgens Kate Bush vijftig, maar waarschijnlijk heeft ze naar boven afgerond.

Van in het begin is Engels de taal van rock & roll, of toch van die vorm ervan waarmee wij het meest vertrouwd zijn. Dat gegeven bepaalt niet alleen de selectie van de songs voor vanavond, maar voor bijna elke thematische aflevering van Zéro de conduite. In absolute termen is dat jammer, maar anderzijds is het goed dat er zo’n beperking is, want anders raak je er niet uit. Het is nu al zo moeilijk om geliefde songs te schrappen. Niet dat ik daarover wil klagen. Laten we het een prettige vorm van moeilijk noemen. Maar goed, we laten nu songschrijvers, zangeressen, zangers en groepen aan het woord over taal. Veel luisterplezier!

claudia lennear 2.jpg

Broken English - Broken English - Marianne Faithfull, Barry Reynolds, Joe Mavety, Steve York & Terry Stannard - Marianne Faithfull – Island, 1979

From A Whisper To A Scream – Phew – Allen Toussaint - Claudia Lennear – 1973

Words - Bettye Swann - Barry Gibb, Robin Gibb, Maurice Gibb - Bettye Swann – circa 1969

(Postcard Written With A Broken Hand) - Post To Wire – Willy Vlautin - Richmond Fontaine – 2004

Sign Language - No Reason To Cry - Bob Dylan - Eric Clapton – 1976

Fiction - Way Out Weather - Steve Gunn – Steve Gunn – 2014

Strange Language - Is the Actor Happy? - Vic Chesnutt - Vic Chesnutt – New West, 1995

Up on the bluff
where I wish I was
twisting up the pages of history
my cold feet dangling
my bony arms gesturing
to summon up a little chunk of that history.
In the corridor...the shadows are long
and it messes with my equilibrium
and there's strains of a strange language.

Everything Means Nothing to Me - Figure 8 - Elliott Smith - Elliott Smith – Polydor, 2000

Small Talk - Secret Life of Harpers Bizarre – Bonner, Gordon - Harpers Bizarre – 1968

I Can Hardly Spell My Name - Is A Woman - Kurt Wagner – Lambchop – P-Vine, 2002

Words We Never Use - Ron Sexsmith - Ron Sexsmith - Ron Sexsmith – Interscope, 1995

Words - West - Lucinda Williams – Lucinda Williams – Lost Highway, 2007

American Without Tears - King Of America - Declan MacManus - The Costello Show Featuring The Attractions & Confederates – Universal, 1986

Chinese Translation - Post-War - M. Ward - M. Ward – Merge, 2006

Let's Talk Dirty In Hawaiian - German Afternoons - John Prine - John Prine – Oh Boy, 1986

I Talk To Jesus Every Day - Man In Black - Glen B. Tubb - Johnny Cash – Columbia, 1971

Jeannie's Diary - Daisies Of The Galaxy - E – Eels – Geffen, 2000

I don't have a chance at writing the book
I just want to be a page
In Jeannie's diary
One single page
In Jeannie's diary

son_house.jpg


To The Ghosts Who Write History Books - Oh My God, Charlie Darwin – Miller, Prystowsky - The Low Anthem – Nonesuch, 2009

The Speaking Hands - Consider the Birds - David Eugene Edwards - Woven Hand – Glitterhouse, 2004

Name Written in Water - Big Wheel and Others - Cass McCombs – Cass McCombs – Domino, 2013

Writer's Minor Holiday - Carried To Dust - John Convertino, Joey Burns – Calexico – Quarterstick, 2008

The Words That Maketh Murder - Let England Shake – PJ Harvey -  PJ Harvey – Island, 2011

Letter From Abroad - HoboSapiens - John Cale – John Cale – Parlophone, 2003

The Book Is on the Table - Datapanik in the Year Zero (1975-1977) – Tom Herman, Scott Krauss, Tony Maimone, Allen Ravenstine, David Thomas - Pere Ubu

The Angry Angakok - Eskimo - The Residents – The Residents – Cryptic, 1979

The Jezebel Spirit - My Life In The Bush Of Ghosts - Brian Eno, David Byrne - Brian Eno & David Byrne – EG, 1981

John The Revelator - The Original Delta Blues – traditional - Son House – Columbia, 1965

Books of Moses - Oar – Alexander Spence – Alexander Spence – Columbia, 1969

Word Song - Opel – Syd Barrett- Syd Barrett – Harvest, 1988

A Concise British Alphabet-Pt I - The Soft Machine Volume Two - Kevin Ayers – The Soft Machine – Barclay, 1969

The Host The Ghost The Most Holy-O - Ice Cream For Crow - Don Van Vliet – Captain Beefheart & the Magic Band – Virgin, 1982

Noises For The Leg - Keynsham – Vivian Stanshall - Bonzo Dog Dooh-Dah Band – Liberty, 1969

Baby Your Phrasing Is Bad - Nuggets II: Original Artyfacts From The British Empire And Beyond, Vol. 2 Caleb Quaye  - Caleb

A Concise British Alphabet-Pt II - The Soft Machine Volume Two - Brian Hooper – Soft Machine - Barclay, 1969

elliott-smith.jpg


Bonus tracks, zelf draaien!:

Je dis ce que je pense et je vis comme je veux – Antoine rencontre les Problèmes – Antoine – Antoine – Vogue, 1966

Comic Strip – Initials B.B. - Serge Gainsbourg - Serge Gainsbourg & Brigitte Bardot – Philips 1968

Mini, mini, mini - Volume 1 (1966-1967) – Lanzmann, Dutronc - Jacques Dutronc - Vogue, 1966

Le Martien - La Question – Tuca, F. Gérald – Françoise Hardy – Sonopresse, 1971

Love Letter - No More Shall We Part – Nick Cave – Nick Cave – Mute, 200

Talking In Your Sleep - Summer Side Of Life - Gordon Lightfoot – Gordon Lightfoot – Reprise, 1971

Words Mean Nothing - Trouble Is A Lonesome Town – Lee Hazlewood - Duane Eddy & His Orchestra, featuring Lee Hazlewood – Mercury, 1963

Music For People Who Don't Speak English - The Four Of Us – Sebastian – John Sebastian – Reprise, 1972

Dedication To Poets And Writers - Town Hall 1962 - Ornette Coleman – Ornette Coleman – ESP, 1965

pere ubu.jpg


Research en selectie: Martin Pulaski
DJ: Sofie Sap

02-08-16

KOORZANG: DYAB ABOU JAHJAH

colin-wilson-in-sleeping-bag-1956-2.jpg

Leven we in een tragische tijd? De vele koorzangen die je op menige plek hoort zouden er op kunnen wijzen. Maar uit hun vaak weinigzeggend en repetitief karakter kun je net zo goed afleiden dat we een grote komedie bijwonen. Dat is geen nieuwe vaststelling. Een boek van Slavoj Zizek kreeg als titel mee ‘Eerst als tragedie, dan als klucht’, waar hij de inspiratie voor vond in ‘Bijdrage tot de kritiek op Hegels Rechtsfilosofie’ van Karl Marx. Een moeilijke en onzekere tijd is dit zeker wel. Velen onder ons sluiten zich af, ontvluchten wat de realiteit wordt genoemd. We zoeken een vertrouwde omgeving op, reizen af naar die schaarse plekken waar we hopen nog wat schoonheid of sporen van iets pastoraals te zullen aantreffen. Of we blijven gewoonweg thuis, in een hoek met een boek, of troost zoekend in de vluchtigheid van muziek en film. Sommigen worden radeloos, een kleine minderheid gaat over tot brutaliteiten, in sommige gevallen tot geweld. Geweld dat we weigeren te begrijpen. Geweld dat we altijd zullen verwerpen, zelfs al zouden we bereid zijn het toch in een begrijpelijke context te plaatsen.

Kritiek op de zwakke plekken van anderen is alleen maar mogelijk als je in jezelf ook zulke plekken aantreft. Je weet bijvoorbeeld heel goed dat je net zo goed meedoet aan het vals zingende koor, zelfs al doe je je uiterste best om te zwijgen.  Je bent geen schone ziel, je hebt altijd op zijn minst een beetje vuile handen.

De voorbije dagen bezong het koor de wederwaardigheden van Dyab Abou Jahjah en zijn ondervrager Thomas Erdbrink. Ik wilde afzijdig blijven. Maar vind mijn zwijgen hoe langer hoe moeilijker vol te houden. Ik wilde me vooral afzijdig houden omdat ik Dyab Abou Jahjah eigenlijk niet zo ken. Ik bedoel: ik heb geen duidelijk idee van zijn politieke strijd en van zijn werk. Ik heb alleen maar enkele opiniestukken van hem gelezen, die ik meestal pertinent vond. Deze aflevering van Zomergasten nu was verrassend goed. Alleen de inquisitoire toon van debutant Thomas Erdrbrink werkte me danig op de zenuwen. Had de man last van plankenkoorts, zag hij in zijn gesprekspartner een vijand, had hij duidelijke instructies gekregen om zijn gast zoveel mogelijk te onderbreken en hem strak aan de leiband te houden? Kennelijk waren er nogal wat kijkers die zich hadden geërgerd aan het vooruitzicht drie uur lang naar deze ‘outsider’ te moeten luisteren (en kijken). Was het daarom dat de gast zo hard werd aangepakt? Erg hoffelijk was het allemaal niet.
zomergasten, dyab abou jahjah, outsiders, colin wilson, radeloos, geweld, brutaliteit, vluchten, koor, tragedie, komedie, klucht, slavoj zizek, thomas erdbrink, vpro, onvolwassen gedrag, luisterbereidheid, onverdraagzaamheid, zionisme, antisemtisme, racisme, black panthers, belgië, staat, belgische politie, religie, atheïsme, agnosticisme, brussel, jacques brel, romantiek, optimisme, la bataille d'alger, gllo pontecorvo

De aflevering van Zomergasten was desondanks verrassend goed dank zij Abou Jahjahs verhaal en de beelden die hij had meegebracht. Maar wanneer is iets goed? Voor mij is iets goed als ik er mij in kan herkennen, als er (ziels)verwantschap is. Dat begon al goed met Colin Wilson, een schrijver en mysticus die op mij als jonge knaap ook veel indruk heeft gemaakt. Wilson heeft mij helpen beseffen dat ik een outsider was; wat ik altijd ben gebleven. De kritiek op het zionisme leek mij behoorlijk onderbouwd. Abou Jajah wordt uitgescholden voor racist en antisemiet. Daar heb ik in deze aflevering van Zomergasten niets van gehoord. Er is toch een duidelijk onderscheid tussen de ideologische term ‘zionist’ en het woord ‘jood’? Hoewel ik extreem gevoelig ben voor antisemitisme, de joodse cultuur is voor mij bij wijze van spreken heilig, heb ik er niets van gemerkt. Ik geloof dat ik nochtans aandachtig geluisterd heb. Het hoofdstukje over de Black Panthers wordt wel vaker getoond. Maar dat mag en moet zelfs. De uitroeiing van de Black Panther-beweging toont de macht van de staat aan, een macht die zich als zuivere negativiteit kan manifesteren. Een ander voorbeeld van dergelijke negativiteit van de staat is het gedrag van de Belgische politie, dat in sommige gevallen ronduit racistisch is (zonder te willen veralgemenen). Ondanks de paniekerige, schreeuwerige en naar het mij leek wat emotioneel verwarde Erdbrink bleef Abou Jahjah rustig en beheerst. Zijn uitspraken waren weloverwogen, ter zake. Ik zag erg mooie en ontroerende fragmenten, onder meer van een Tunesische zangeres, van Leonard Cohen en van Jacques Brel. Opvallend was dat in heel wat van het gekozen beeldmateriaal de spot werd gedreven met de georganiseerde godsdienst. Of dat die sterk in twijfel werd getrokken, zoals in ‘True Detective’. Uiteindelijk kwam ik tot de slotsom dat Dyab Abou Jajah een volbloed romanticus is en een onverbeterlijke optimist. Zijn pleidooi voor Brussel als een nieuw Babylon – denk aan de utopie van Constant Nieuwenhuys - gaf mij meteen zin om mijn verdoemde stad met nieuwe ogen te gaan verkennen. Ik ben echter minder optimistisch. ‘La Bataille d'Alger’ van Gillo Pontecorvo is te realistisch, te levensecht, te zeer van deze tijd om mij toe te staan met gerust gemoed door onze straten te flaneren of onnadenkend een glas te gaan drinken in een coole bar.

zomergasten, dyab abou jahjah, outsiders, colin wilson, radeloos, geweld, brutaliteit, vluchten, koor, tragedie, komedie, klucht, slavoj zizek, thomas erdbrink, vpro, onvolwassen gedrag, luisterbereidheid, onverdraagzaamheid, zionisme, antisemtisme, racisme, black panthers, belgië, staat, belgische politie, religie, atheïsme, agnosticisme, brussel, jacques brel, romantiek, optimisme, la bataille d'alger, gllo pontecorvo

25-07-16

KERSEN

 

2015-11-09-brussel 052.JPG

Het is niet zo dat ik maar geen onderwerp kan vinden om over te schrijven (of om over na te denken). Als er wat dat betreft al een probleem bestaat is het dat er te veel onderwerpen zijn en dat er te veel tot nadenken stemt. Van dat laatste schrik ik wel even: kan er hoegenaamd te veel zijn om over na te denken? Als je het in zijn algemeenheid beschouwt wellicht niet, maar voor een enkeling, voor een individu is er te veel stof, te veel materiaal, er doet zich te veel voor, er zijn te veel impulsen. Op losse blaadjes, in schriftjes noteer ik allerlei invallen of observaties, ergernissen zijn het jammer genoeg ook vaak – maar wat doe ik daar mee? Het is een toenemende chaos. Toen ik veel jonger was dan nu leefde ik chaotisch maar streefde, veelal onbewust, naar orde. Ik was ervan overtuigd dat die orde er met de jaren zou komen. De orde zou het meesterwerk zijn, waar Bob Dylan over zingt in ‘When I Paint My Masterpiece’. Maar die orde is niet gekomen, en zal nu ook niet meer komen. Ik besef zelfs dat er in mijn leven (en in het algemeen) aanvankelijk veel meer orde was en nu veel meer chaos. De woestijn groeit.
Maar gisteren kocht ik kersen op de markt. Ik stelde vast dat ze als je enige inspanning doet om met smaak te eten, met concentratie, nog steeds dezelfde smaak hebben als ze in mijn kinderjaren hadden. De kersen smaken naar kersen, ze zijn lekker en sappig en zoet. Niet alles valt uiteen in onbegrijpelijke flarden. Er is samenhang in de tijd, ondanks alle ontbinding en entropie. Toch ga ik nu geen gedicht over de smaak van kersen schrijven als er zich alweer een jonge man heeft opgeblazen, dit keer in een straat in een stadje in Beieren. Dat had net zo goed gisteren op de Zuidmarkt kunnen gebeuren, waar ik die kersen heb gekocht. Gelukkig liep daar omdat het vakantie is niet al te veel volk rond. Wat dan weer invloed had op de prijs van die lekkere kersen, dat is ook een samenhang. Een samenhang van chaotische aard, dat wel: wat mij betreft zijn de wetten van het neokapitalisme helemaal geen wetten maar drukken ze de ultieme chaos uit. Datgene waar niemand nog vat op heeft.

***

Foto: Martin Pulaski, Brussel, 8 11 2015

24-07-16

STEMMINGSWISSELINGEN iv

jon voight in heat 2.jpeg

Meestal begint het met een titel. Ik had hierboven al ‘dagboek van een verloren ziel’ genoteerd, maar toen herinnerde ik me dat ik eerder dit jaar een reeks dagboekachtige notities ‘stemmingswisselingen’ noemde. Het was toen mijn bedoeling daar iets regelmatigs van te maken, niets gigantisch, zoals bijvoorbeeld de dagboeken van Henry David Thoreau, maar toch iets voor de langere duur. Discipline en planmatig werken zijn me echter vreemd. Ik ben onrustig van aard, wil allerlei dingen tegelijk doen, bijna alles interesseert me. Of er breekt een periode van ziekte en lusteloosheid aan. Dan beschik ik over geen greintje energie. (Eén greintje zou al zoveel zijn. Hoewel aldus Johannes een graankorrel moet sterven om veel vrucht te dragen.) Of ik vertrek op reis en schrijf wat observaties neer in kleine, dunne notitieboekjes. Eens thuis lees ik daar dan niet meer in. Of ik kan mijn handschrift niet ontcijferen. Soms doe ik er een week over om een radioprogramma van twee uur voor te bereiden.

Zijn we niet allemaal verloren zielen? Als er al zoiets als een ziel bestaat. Een psyche, een geest. Beschouw het als een wijze van spreken, niet als een verwijzing naar een meesterwerk uit de wereldliteratuur.

bonaventura 001.jpg

Vreemde gevoelens maken zich van me meester als ik Leopold Flams ‘Ontbinding en protest’ na vele jaren nog eens doorblader en hier en daar een fragment lees. Ik heb onmetelijk veel van de kleine professor geleerd, niet alleen op gebied van filosofie maar zeker ook op dat van literatuur. Zwarte romantiek, onder meer Bonaventura leerde ik via hem kennen; Sade, Casanova, Artaud, surrealisme, dada, existentialisme. Zijn werken en - meer nog - zijn cursussen zadelden mij met een onlesbare leesdorst op. De dag dat ik het Koninklijk Atheneum verliet was dat allemaal nog onbekend terrein. Heb ik wel iets van waarde geleerd op de middelbare school? Ik bedoel niet van mijn vrienden of uit sommige boeken die ik toen las, maar van het onderwijzend personeel en van de opvoeders? Ik kan me niets van waarde herinneren. Namen van rivieren, ja, van bergen, van planten. Dat een rechte lijn onbegrensd doorloopt. Dat Hendrik Conscience zijn volk leerde lezen. En is Hendrik Marsman niet in volle zee verdronken? Maar goed. Ik neem me voor om ‘Ontbinding en protest’ dit jaar van begin tot einde te herlezen. Eerst moet ik wel Peter Sloterdijks ‘De verschrikkelijke kinderen van de nieuwe tijd’ voltooien. (‘Uitlezen’ is in verband met dit boek niet op zijn plaats.) Dat is een magistraal werk over voornamelijk bastaards, met als (relatieve) kerngedachten: ‘Après nous le déluge’ van Madame de Pompadour, minder bekend als mevrouw Le Norment d’Etiolle, geboren Poisson. En ‘Pourvu que ça dure’ van Laetitia Ramolino, de moeder van Napoleon Bonaparte. Het boek van Sloterdijk brandt gaten in mijn tafel, het verpulvert mijn schaarse dagdromen. Ik ben de zoon van een bastaard, mijn vrouw is de dochter van een bastaard. Waren we daar niet op zijn minst een beetje trots op? Wat blijft er nu nog over om trots op te zijn? Verschrikkelijke kinderen hebben verschrikkelijke ouders en zijn zelf ook verschrikkelijke ouders. En hoe is het met hun kinderen, met onze kinderen gesteld? Maar je moet niet alles geloven wat Peter Sloterdijk schrijft. Zijn stijl grenst aan het perfide, in dat opzicht is hij bijna de gelijke van Nietzsche. Hij ontsluiert wel en doet dat op onverbiddelijke manier, maar wat je dan te zien krijgt is niet zomaar de waarheid.
Madame_de_Pompadour.jpg
Voor de derde of vierde keer Michael Manns ‘Heat' gezien. Wat is Jon Voight met zijn minimalistisch acteerwerk geweldig. Zijn voortdurende aanwezigheid, al zie je hem maar in enkele scènes. De hele film is een reflectie over de kortstondigheid van het leven, over de sterfelijkheid, over de dood. Wat we ook doen, we zijn altijd verloren. Verloren zielen.

16-07-16

EEN MIDDAG IN CADIZ

2016-05-Andalusië-Canon-Totaal 054.JPG

Een middag en avond met A. en mijn vrienden Maria Jesus (Menchu), Carmen, Harvey en Juan. Menchu is een en al liefde, caritas, passie, ze is voor mij al sinds 1999 de ziel van Cadiz. Na zeventien jaar nog steeds dezelfde fonkelende ogen.
Zoveel woorden aan politiek verspild. Menchu, Carmen en A. houden zich wat dat betreft enigszins afzijdig. Vooral de mannen voeren het woord. De blijvende corruptie in Spanje… Maar is corruptie niet van alle tijden en woekert ze niet in de harten van miljoenen mensen? Maakt ze niet telkens weer hele samenlevingen kapot? Corruptie en afgunst, de twee grote kwalen. In Cadiz is Podemos aan de macht gekomen. Mijn vrienden vragen zich af of er nu iets veranderen zal. De Panama Papers geven aanleiding tot veel achterdocht en zelfs paranoia. Mijn vrienden zijn al bij al pessimistisch: de grote massa blijft voor de Partido Popular stemmen, zeggen ze.
Ik verneem dat er weinig moslims in Andalusië leven. Degenen die hier destijds zijn aangekomen – ik heb ooit een groot schip vol Afrikaanse vluchtelingen in Algeciras zien binnenvaren - zijn naar andere streken vertrokken, vooral naar Duitsland, België, Nederland. Nogal wat meisjes en jonge vrouwen belanden in de prostitutie in Madrid en Barcelona. Ik hoor de onuitgesproken vraag of West-Europa zoals Spanje in 711 veroverd zal worden door de Arabieren? Zo’n vaart zal het niet lopen, maar we kunnen de toekomst niet voorspellen. Ik heb geen problemen met moslims, zeg ik. (Dat lijkt bijna een racistische uitspraak. Als je geen problemen met de moslims hebt hoeft dat ook niet verwoord te worden. Maar we praten Engels en Spaans ‘zonder moeite’, dan druk je je niet bepaald subtiel uit.)
2016-05-Andalusië-Canon-Totaal 225.JPG

Harvey, een Canadees die al tientallen jaren in Spanje woont, was in 1973 in onze hoofdstad. Je zou de stad niet herkennen, zeg ik. Zelf ben ik in Brussel in de herfst van 1969 aangekomen. Een groot dorp was het hier, of zo leek het toch. Hoewel de stad nog steeds, zoals in de tijd van Lautréamont, Baudelaire en Marx, een internationaal subversief bolwerk was: ik herinner me Living Theatre, Mothers Of Invention, Free Press Book Shop, et cetera. Harvey herinnert zich dan weer dat de Brusselse Vlamingen gastvrij en open van geest waren.
Juan en Menchu hebben weinig mogelijkheden om te reizen. Ze gaan graag naar Marokko, houden van de lekkere maghrebijnse keuken. Essaouira is hun droombestemming. Maar ze zijn ook trots op hun Andalucia, en in het bijzonder op Granada, die parel aan de Andalusische kroon. Menchu is met ziekteverlof geweest, een depressie door omstandigheden op het werk. Haar baas is een fundamentalistische katholiek. Ja, die bestaan ook. Ik kom niet te weten wat Juan doet. Hij is intelligent en spreekt veel beter Engels zonder moeite dan ik. Carmen, uit Barcelona afkomstig, schildert. Ze is vol lof over Rafael Alberti uit Malaga. Ik herinner me dat ik ooit een boekje van hem las, ‘De 8 namen van Picasso’, maar dat krijg ik moeilijk uitgelegd. Rafael Alberti was een goede vriend van Picasso, hoewel hij twintig jaar jonger was dan de grootmeester van het kubisme. En dan bestellen we nog een rondje en lachen nog wat en worden wat melancholisch. Inmiddels is het donker geworden. We werpen ongemakkelijke blikken op de openstaande deur en denken aan de wegen die elk van ons in eenzaamheid zal moeten begaan, aan de vragen waarop niemand van ons een antwoord zal vinden.

2016-05-Andalusië-Canon-Totaal 218.JPG

...

Foto's: Martin Pulaski, Cadiz, april 2016

02-07-16

ZERO DE CONDUITE: SMILE

bergman smiles 1.jpg


Zéro de conduite is een POPprogramma op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Een muzikaal evenement voor allen en voor niemand. Uniek in het universum. Stem af op 106.7 FM. 
Je kunt Zéro via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.

aretha other side.jpg

Leonardo da Vinci, William Shakespeare, Ingmar Bergman en Brian Wilson wisten het al: zonder een glimlach stelt het leven niet veel voor. In deze troebele, mistroostige dagen hebben we er, zo lijkt me, meer dan ooit nood aan. Het moet geen onophoudelijke glimlach zijn en evenmin uitsluitend vrolijkheid en mariachi; een onzekere glimlach doet ook al wonderen. Daarom ben ik een paar dagen lang in de huid van wonderdokter gekropen en heb ik in die hoedanigheid een verzameling muzikale glimlachjes bijeengesprokkeld. Zo maar voor u. Lach, spring, dans en geniet van de mooie liedjes. Ze duren nooit erg lang.
astrud gilberto 2.jpg

Uncertain Smile - 45 Rpm - Matt Johnson - The The – Epic, 1982

A howling wind that blows the litter as the rain flows
As street lamps pour orange colored shapes, through your windows
A broken soul stares from a pair of watering eyes
Uncertain emotions force an uncertain smile


Permanent Smile - Dongs Of Sevotion – Bill Callahan - Smog – Drag City, 2000

A Sunday Smile - The Flying Club Cup -  Zach Condon - Beirut – Ba Da Bing!, 2007

Savannah Smiles - The Stage Names – Will Sheff - Okkervil River – Jagjaguwar, 2007

All Smiles And Mariachi - How I Quit Smoking - Kurt Wagner – Lambchop – Merge, 1996

Paid To Smile - Come On Feel The Lemonheads - Evan Dando - The Lemonheads – Atlantic, 1993

Dolphin's Smile - The Notorious Byrd Brothers - Roger McGuinn, Chris Hillman, David Crosby - The Byrds – Columbia, 1968

Firends Of A Smile – Suzanne EP – Hope Sandoval,  Colm O'Ciosoig - Hope Sandoval & The Warm Inventions – Rough Trade, 2002

La Cienega Just Smiled - Gold - Ryan Adams - Ryan Adams – Lost Highway, 2001

Bright Smile - Hello Starling - Josh Ritter - Josh Ritter – Setanta Records, 2004

Texas Smile – Wanted: One Good Cowboy – Kacey Musgraves - Kacey Musgraves - 2003

Illegal Smile - John Prine – John Prine - John Prine – Atlantic, 1971

The Memory Of Your Smile - Ridin' That Midnight Train: Starday King Recordings 1958-1961  - Ralph & Carter Stanley - The Stanley Brothers – Westside, 1999

I'll Be All Smiles Tonight – Tragic Songs Of Life -  A.P. Carter - The Louvin Brothers – Capitol, 1956

No One Can Make My Sunshine Smile - Walk Right Back – Gerry Goffin, Jack Keller - The Everly Brothers –Warner Brothers, 1976

And When She Smiles - Later That Same Year - Alan C. Anderson - Ian Matthews & Matthews' Southern Comfort – MCA, 1970

Whatever Happened To Your Smile - Cantamos – Timothy B. Schmit - Poco – Epic, 1974

She Smiles Like A River - Leon Russell And The Shelter People - Leon Russell - Leon Russell – Shelter, 1971

Jackie Wilson Said (I'm In Heaven When You Smile) - Saint Dominic's Preview - Van Morrison - Van Morrison – WB, 1972

God Put A Smile Upon Your Face (ft.The Daptone Horns) - Version - Coldplay - Mark Ronson – Columbia, 2007

Sweetest Smile and the Funkiest Style ['Hey Now Hey (The Other Side of the Sky)' Outtake] - Rare & Unreleased Recordings From The Golden Reign Of The Queen Of Soul - Unknown - Aretha Franklin – Atlantic, 1973

Smile Please - Fulfillingness' First Finale - Stevie Wonder - Stevie Wonder – Tamla, 1974

When My Little Girl Is Smiling - My Way - Gerry Goffin, Carole King - Paul Jones – HMV, 1966

The Shadow Of Your Smile - The Shadow Of Your Smile – Mandel, Webster - Astrud Gilberto – Verve, 1965

Just One Smile - Dusty In Memphis - Randy Newman - Dusty Springfield – Atlantic, 1969

I Only Want To See You Smile - Dynamite Daze – Kevin Coyne - Kevin Coyne – Virgin, 1978

She Smiles - The Family That Plays Together - Jay Ferguson – Spirit – Ode, 1968

She Smiled Sweetly - Between the Buttons – Jagger, Richards - The Rolling Stones – Decca, 1968

Smiling Ladies - Heron – Roy Apps – Heron – Dawn, 1970

Crusader's Smile – Morning Dew – Mal Robinson - Morning Dew, Roulette, 1970

Smile On Me - Little Games - Jim McCarty, Chris Dreja, Keith Relf, Jimmy Page - The Yardbirds – Epic, 1967

Why Don't You Smile Now – The Rock Sect’s In - Lou Reed, John Cale - The Downliners Sect – Columbia, 1966

Ghost Of His Smile - Good Morning Spider – Mark Linkous – Sparklehorse – Parlophone, 1998

When You Smile - The Days of Wine and Roses – Steve Wynn - Dream Syndicate – Ruby Records, 1982

For A Smile - Too Close To See Far -  Stephen Fleming - Cosmic Rough Riders – Measured Records, 2003

Bonus tracks: zelf draaien!

Heavenly Smile - The Restless Stranger - Mark Eitzel - American Music Club – Grifter Records, 1985

Mona Lisa – Virginia Creeper - Grant-Lee Phillips - Grant-Lee Phillips – Cooking Vinyl, 2004

The Green Cigar Kept Smiling - Deseret Canyon - William Tyler - William Tyler (The Paper Hats) – Apparent Extent, 2008

When Fortune Smiles - Devil's Road – Chris Ekman - The Walkabouts – Virgin, 1995

Smile - Half The Perfect World - Charles Chaplin, John Turner - Madeleine Peyroux

When You're Smiling – Modern Art - Joe Goodwin, Larry Shay, Mark Fisher - Art Pepper – Intro Records, 1957

You Might As Well Smile - The Capitol Years: 65-77 - Jimmy Webb - Glen Campbell

Give Me A Smile (Stereo) - Saved By The Bell: The Collected Works Of Robin Gibb 1968- 170 – Robin Gibb - Robin Gibb

Visions Of Johanna - Rich Kid Blues – Bob Dylan - Marianne Faithfull – Castle 1971/1985

stanley brothers.jpg

Je leest bovenstaande playlist in deze volgorde: songtitel, elpeetitel, componist, artiest, platenlabel en datum.
Research, techniek en presentatie: Martin Pulaski

Afbeeldingen: Glimlach van een zomernacht, Ingmar Bergman; Hey Now Hey (The Other Side of the Sky), Aretha Franklin; Astrud Gilberto; The Stanley Brothers

11-06-16

DE HERHALING

Henri_de_Braekeleer_(1840-1888)_-_De_man_in_de_stoel_(1876).jpg


Gaarne schreef ik weer trillende verzen
mijn hartslag in elke klinker
in elke medeklinker kloppend
van je lippen rode kersen in de zomer

In mijn verdoofde kamer op een zondag
-middag om twee uur voor het raam gezeten
op zoek naar oogstrelende woorden
voor de schittering in mijn leven nacht en dag

Met Johnny & June en ‘North to Alaska’
en jij die achter Finse berken verdwijnt
je vleugels van licht nog net zichtbaar
jij morgen weer hier de liefde verklarend

Maar inmiddels zijn zinderende uren en dagen
verdorrende maanden en  jaren geworden
Johnny & June dood Alaska een koud vuur -
en ach op mijn tafel smakeloos mijn kersen.


***

Afbeelding: Henri de Braekeleer (Antwerpen, 11 juni 1840 – aldaar, 20 juli 1888), De man in de stoel, 1876

08-06-16

LE BONHEUR VAN AGNES VARDA

bonheur 1.jpg

Ongeveer vijfenveertig jaar geleden zag ik ‘Le bonheur’ (1965) een eerste keer. De pastorale, idyllische beelden zijn me altijd bijgebleven. En ook de zekerheid dat in het paradijs van Agnès Varda, in het gelukkige kerngezinnetje dat zij ons in zijn dagelijks reilen en zeilen laat zien, niet alles pluis is. Gisteren zag ik de film opnieuw, in een magistraal gerestaureerde versie. ‘Le bonheur’ was de eerste kleurenfilm van Varda en dat zie je eraan. Het lijkt wel of de regisseuse al doende kleuren opnieuw uitvindt. De beelden zijn betoverend mooi, maar je zou ze net zo goed kitsch kunnen noemen.

Het verhaal wil ik hier niet uit de doeken doen. Het is te mooi en te verschrikkelijk om waar te zijn. Ik denk dat het over een man gaat die zo gelukkig is dat hij nog meer geluk wil. Wat impliceert dat hij ongelukkig is en het ook zal blijven. Je kunt hier ‘geluk’ door ‘seks’ of ‘bevrediging’ vervangen.

Ik weet niet wat destijds mijn conclusie was. Gisteren besefte ik dat ‘le bonheur’ hetzelfde is als ‘le malheur’ – in de context van Agnès Varda’s film dan toch. En ook in het algemeen: hoe kan een mens gelukkig zijn als zijn hunker en zijn begeerte altijd maar aan hem (of haar) blijven knagen? Als hij nooit volkomen bevredigd is? Zelfs als de zon volop schijnt en de zonnebloemen in volle bloei staan.

bonheur2.jpg

le bonheur, agnès varda, geluk, ongeluk, tragedie, idylle, paradijs, verbanning, kitsch, kleuren, revolutie, feminisme, onderdanigheid, verlangen, seks

le bonheur, agnès varda, geluk, ongeluk, tragedie, idylle, paradijs, verbanning, kitsch, kleuren, revolutie, feminisme, onderdanigheid, verlangen, seks

 

05-06-16

MONEY IS KING: UITGETELD

only in it for the money.jpg


Dit is de playlist van Zéro de conduite van gisteravond, 4 juni 2016.


Money (That's What I Want) – Barrett Strong
Single, 1959
Van Berry Gordy & Janie Bradford. Eerste hit voor Gordy’s Tamla Motown-label. Het nummer werd vaak gecoverd, onder meer door the Sonics, the Rolling Stones, the Beatles en the Flying Lizards.

For The Love Of Money - Defunkt
Thermonuclear Sweat – Hannibal Records, 1982
De originele versie is van the O’Jays. Een compositie van Kenneth Gamble, Leon Huff en Anthony Jackson.

Money Won't Change You - James Brown
Single, King, 1966.

Shake Your Moneymaker - Elmore James
Fire Records, 1962
Ik leerde dit in de sixties kennen via Britse bluesbands als Fleetwood Mac en Chicken Shack.

Elmore-james-01.jpg

Tax Paying Blues - J.B. Lenoir
Opgenomen begin jaren vijftig. Min of meer hetzelfde nummer als Lenoir’s ‘Eisenhower Blues’, maar alle referenties naar de president werden hier verwijderd. De omstandigheden die Lenoir beschrijft zijn in beide versies even hard.

Love Money Can't Buy - John Lee Hooker
Opgenomen in de periode 1948-1952 voor Bernie Besman in de United Sound studios in Detroit.

Stuff They Call Money – Dave & Phil Alvin
Common Ground: Dave Alvin & Phil Alvin Play and Sing the Songs of Big Bill Broonzy, Yep Roc records, 2014. Met Gene Taylor op piano.

No Money Down – Chuck Berry
After School Session – Chess, 1957
Chuck Berry’s eerste langspeelplaat. ‘No Money Down’ is een song voor kieskeurige autofreaks. Een illustratie van het kapitalisme in precies drie minuten.
chuckberry2.jpg

Money Honey - Clyde McPhatter & The Drifters
Single, Atlantic, 1956
Ook op:  Atlantic Rhythm & Blues Vol. 2 (1947-1974)
Van Jesse Stone

No Money - Johnny Ace [aka John Marshall Alexander Jr.]
Memorial Album, Duke Records, 1956 (bonus track op latere edities)
‘Memorial Album’ verscheen kort na de tragische dood van Johnny Ace. Zelfmoord in de vorm van Russische roulette, wat niet zal verbazen na het beluisteren van dit aangrijpende, wanhopige lied.

Ain't Got The Money To Pay For This Drink - George Zimmerman and the Thrills with the Bubber Cyphers Band
JAB Records, 1956
Van Frank Armstrong
Bob Dylan draaide dit in zijn Theme Time Radio Hour met als thema ‘Drink’.

Money - Mel Blanc
Capitol, 1954
Mel Blanc was de stem van heel wat cartoonhelden, onder meer van Bugs Bunny en Barney Rubble. En van Speedy Gonzales in de gelijknamige hit van Pat Boone.
Song van Stan Freeberg en Ruby Raskin.

Money Is King - Van Dyke Parks
Song Cycled, Bella Union, 2013
Van Neville Marcano, alias the Growling Tiger, een calypsozanger uit Trinidad.

If a man have money and things going nice
Any woman will call him honey and spice
But if he can't buy a dress or a new pair of shoes
She will say she's got no uses for you
If you try to caress her, she will tell you "stop!"
"I can't carry love in the grocery shop"
So most of you will agree it's true
If you haven't money, dog is better than you

Into_the_Purple_Valley_Ry_Cooder.jpg

Taxes On The Farmer Feeds Us All - Ry Cooder
Into The Purple Valley - Reprise, 1972
Traditional, arrangement Ry Cooder.

Payday - Jesse Winchester
Jesse Winchester, Ampex Records, 1970
Met Robbie Robertson als producer en gitarist.

And some fools will try to tell you
It's a sin to feel this way
Yeah, it feels so funny
Having all this money today
I think I feel like dancing the night away


Dollar Bill Blues - Townes Van Zandt
Flyin' Shoes, Tomato, 1978
1978 was het gezegende jaar waarin ik Townes Van Zandt’s muziek ontdekte, en wel met deze elpee, een hoogtepunt in zijn oeuvre (dat voornamelijk uit hoogtepunten bestaat).
townes - flyin shoes.jpg

One More Dollar - Gillian Welch
Revival, Almo, 1996
Producer: T-Bone Burnett
Met James Burton en Greg Leisz.
Ook deze LP, de eerste van Gillian Welch, was voor mij een revelatie. Nu twintig jaar geleden alweer.

Got No Bread, No Milk, No Money, but We Sure Got a Lot of Love - James Talley
Got No Bread, No Milk, No Money, etc - Capitol, 1975
James Talley ontdekte ik in het boek ‘Lost Highway’ van Peter Guralnick.

My Baby's Just Like Money - Merle Haggard
Roots, Vol. 1, Anti-Records, 2001
Samen met George Jones en Buck Owens legde Merle Haggard de basis voor de moderne country.

Lefty_Frizzell_signed.jpg

If You've Got the Money, I've Got The Time - Lefty Frizzell
Columbia, 1950
Ook op: Columbia Country Classics - Volume 2: Honky Tonk Heroes.

Man With the  Money –The Everly Brothers
Beat and Soul, Warner Brothers, 1965
Gecoverd door the Who, als bonustrack op ‘A Quick One’.

Money - Lovin' Spoonful
Everything Playing, Kama Sutra, 1968
Zo’n typisch speelse song vol levenswijsheid van John Sebastian.
Producer: Joe Wissert.

The Moneygoround - The Kinks
Lola Versus Powerman And The Moneygoround, Part One, Pye, 1970

Robert owes half to Grenville
Who in turn gave half to Larry
Who adored my instrumentals
And so he gave half to a foreign publisher
She took half the money that was earned in some far distant land
Gave back half to Larry and I end up with half of goodness knows what
Oh can somebody explain why things go on this way
I thought they were my friends I can't believe it's me, I can't believe that I'm so green
Eyes down round and round let's all sit and watch the moneygoround
Everyone take a little bit here and a little bit there
Do they all deserve money from a song that they've never heard
They don't know the tune and they don't know the words
But they don't give a damn
There's no end to it I'm in a pit and I'm stuck in it
The money goes round and around and around
And it comes out here when they've all taken their share
I went to see a solicitor and my story was heard and the writs were served
On the verge of a nervous breakdown I decided to fight right to the end
But if I ever get my money I'll be too old and grey to spend it
Oh, but life goes on and on and no one ever wins
And time goes quickly by just like the moneygoround
I only hope that I'll survive


Until the Poorest Of People Have Money To Spend - West Coast Pop Art Experimental Band
A Child's Guide To Good And Evil, Reprise, 1968.

Let's go away
and not come back again
until the poorest of people
have money to spend


You Never Give Me Your Money - The Beatles
Abbey Road, Apple, 1969
Deze collage-song was wellicht het laatste woord over de carrière van the Beatles. Van de hand van Paul McCartney with a little help from George Martin.

Money - Badfinger
Straight Up, Apple, 1971
Producer: Todd Rundgren en George Harrison.
Van Tom Evans.
De songs van Badfinger waren blauwdrukken voor die van Big Star (Alex Chilton en Chris Bell).

Blue Money - Van Morrison
His Band And The Street Choir, Warner Brothers, 1970
Perfectie bestaat niet, maar toch is deze hele plaat perfect.

miller-steve-band-2.jpg

Take The Money And Run - The Steve Miller Band
Fly Like An Eagle, Capitol, 1976
Het verhaal van Billy Joe en Bobby Sue. Een van de uitbundigste en vrolijkste rocksongs die ik ken.
Met deze geweldige versregels:

Billy Mack is a detective down in Texas
You know he knows just exactly what the facts is
He ain't gonna let those two escape justice
He makes his livin' off of the people's taxes

Lawyers, Guns And Money - Warren Zevon
Excitable Boy, Asylum, 1978
Producers: Jackson Browne, Waddy Wachtel.

Now I'm hiding in Honduras
I'm a desperate man
Send lawyers, guns and money
The shit has hit the fan

warren-zevon-excitable-boy.jpg

Free Money - Patti Smith
Horses, Arista, 1975
Producer: John Cale
Van Lenny Kaye en Patti Smith
‘Horses’ is een hoogtepunt in de onze cultuur. Telkens als je de plaat beluistert houdt de tijd op. Het is nog steeds de tijd van ‘Horses’. Er is niets veranderd. Het leven is een droom. Ik geloof niet dat Patti Smith ooit iets deed voor het geld.

Money (That's What I Want) [single edit] - The Flying Lizards
Lange versie op: The Flying Lizards, Virgin, 1979
Producer: David Cunningham
Een Britse post-punkversie van de classic van Berry Gordy.

Can I Have My Money Back? - Gerry Rafferty
Can I Have My Money Back?, Transatlantic, 1971

A Nickel For The Fiddler - Guy Clark
Old No. 1, RCA, 1975
Johnny Gimble op fiddle
Producer: Neil Witburn.
Opgedragen aan alle overleden muzikanten. Het moet nu maar eens ophouden met al dat sterven.

Bonus tracks

Million Dollar Bash - Bob Dylan & The Band - The Basement Tapes

Top Dollar - Whiskeytown - Faithless Street

If Money Talks - Jason & The Scorchers - Are You Ready For The Country

I Will Turn Your Money Green - Alex Chilton - Alex Chilton

Clean Money - Elvis Costello & The Attractions - Armed Forces

Money - The Sonics - Here Are the Sonics

Easy Money - Rickie Lee Jones - Duchess Of Coolsville: An Anthology

'Til The Money Runs Out - Tom Waits - Heartattack And Vine

If You've Got Money (Live) - Bridget St John - Thank You For…

Had More Money - Dave Van Ronk - Down In Washington Square: The Smithsonian Folkways Collection

Money - Pink Floyd - The Dark Side Of The Moon

We’re Only In It For The Money – The Mothers Of Invention (hele elpee)

dave-vanronk.jpg

Tot volgende maand!

04-06-16

ZERO DE CONDUITE: MONEY IS KING

money.jpg

Zéro de conduite is een POPprogramma op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Een muzikaal evenement voor allen en voor niemand. Uniek in het universum. Stem af op 106.7 FM.
Je kunt Zéro via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.

radio,zéro de conduite,radio centraal,antwerpen,juni 2016,muziekgeschiedenis,money,geld,money is king,kapitalisme,country,soul,rock,blues,punk,pop,popcultuur,verhalen,bouwwerk,perfectie,perfectionisme,obsessie


If a man have money and things going nice
Any woman will call him honey and spice
But if he can't buy a dress or a new pair of shoes
She will say she's got no uses for you
If you try to caress her, she will tell you "stop!"
"I can't carry love in the grocery shop"
So most of you will agree it's true
If you haven't money, dog is better than you

Money Is King - Neville Marcano (The Growling Tiger)

radio,zéro de conduite,radio centraal,antwerpen,juni 2016,muziekgeschiedenis,money,geld,money is king,kapitalisme,country,soul,rock,blues,punk,pop,popcultuur,verhalen,bouwwerk,perfectie,perfectionisme,obsessie

Begon het met de uitvinding van het geld de verkeerde kant op te gaan met de mens? Geld betekent voornamelijk ellende en toch draait heel ons leven er rond. Hoewel geld al lang geen feitelijke waarde meer heeft hebben we het met zijn allen nodig. Geld is abstract, zoals god: als je er niet in gelooft bestaat het niet meer. Maar zonder de nietigheid van het geld zijn we zelf niets en betekenen we niets.

Altijd al vermijd ik het gebruik van het woord muziekindustrie, maar daarom verdwijnt ze nog niet. De muziekindustrie is een feit. Wat sommigen de muziek van de duivel noemen is in werkelijkheid de muziek van het geld. Niet kunst, schoonheid of zelfs muziek is de essentie van de muziekindustrie, maar geld. Sommige vormen van volksmuziek onttrekken zich daar enigszins aan, bijvoorbeeld gospel, folk en authentieke punk. Tamla-Motown is een prototype van de muziekindustrie. De eerste hit die in de Hitsville U.S.A.-fabriek werd geproduceerd heette ‘Money (That’s What I Want)’. Berry Gordy, de oprichter van het label, schreef deze beginselverklaring samen met Janie Bradford. Het nummer werd in 1959 een hit voor Barrett Strong, die later samen met Norman Whitfield op zijn beurt hits zou schrijven voor onder meer the Temptations. ‘Money (That’s What I Want)’ is het begin van een helse, meeslepende sound, zelfs op straat kun je niet anders dan erop dansen. Als je een Motown-single op de radio hoort is het gedaan met ‘noli me tangere’. Je haast je meteen naar de dansvloer of, voor Berry Gordy nog beter, naar de platenwinkel. Het zal wel geen toeval zijn dat ‘Money (That’s What I Want)’ door zowel the Rolling Stones als the Beatles werd gecoverd. En door heel wat mindere goden, zoals the Sonics en the Flying Lizards. Evenmin is het een toeval dat we vandaag in Zéro de conduite kiezen voor ‘geld’. Twee uur lang verkopen we onze ziel aan de duivel. Of was die al van in het begin bezit van Satan?

De playlist is zoals altijd helemaal af. Maar voor een keer wil ik verrassend uit de hoek komen en houd hem daarom nog tot morgen of overmorgen achter de hand. Dat het startschot Barrett Strong’s ‘Money (That’s What I Want)' is kan ik wel al verklappen.

muhammad ali.jpg



In memoriam Merle Haggard, Guy Clark, Lonnie Mack en Mohammed Ali.

Veel luisterplezier.
Gillian Welch-Dave-Rawlings-Machine.jpeg

Research, presentatie en techniek: Martin Pulaski

[Nu met correcties]

20-05-16

DE ROKENDE MAN

2016-05-Andalusië-Canon-Totaal 040.JPG

     Zondagmiddag. Ik ben al een paar dagen in Cadiz. De zuivere lucht van de Atlantische Oceaan doet me goed. Het ziet er naar uit dat ik spoedig zal herstellen. Gisteren schaamde ik me voor de koortsblaas op mijn lip en de zware hoest. Maar dat was niet nodig. Maria Jesus omhelsde me alsof ik een reis rond de wereld had gemaakt en nu weer thuis was gekomen, alsof ik grote gevaren en fatale verleidingen had getrotseerd. Later stonden we in de bars te praten en te lachen en plannen te maken alsof er niets aan de hand was. Nergens, met niemand. Wat maakte die hoest uit… Drink nog een glas bier, eet nog wat boquerones!
     En nu zit ik op dit terras. Wat zou er op deze zonnige middag in het hoofd van de man daar aan het andere tafeltje omgaan? Je hebt geen idee. Of toch wel? Denkt hij aan invasies van goddelozen, aan nieuwe veroveringen, aan bloedvergieten? Waarom die zonnebril in de schaduw van een parasol? Waarom de burgerlijke blazer, de zegelring, het gekleed hemd? Hoe hij zijn brandende sigarettenpeuken op de vijandige grond gooit. Met zwier, met kracht, met minachting, met onverschilligheid. Hij lijkt niet in de richting van de vijandige grond te kijken, maar dat kan ik niet zien. Ik heb een vermoeden dat zijn ogen bloeddoorlopen zijn. Of nietszeggend, leeg. Misschien koortsig, onverschillig, wanhopig… Verdelgd.

     Ik zou graag met je praten over gisteren, over Menchu – niemand noemt haar Maria Jesus - en over de nieuwe vrienden, Carmen, Harvey en Juan. Over de sublieme heiligen van Murillo. Hun donkere, extatische ogen. Maar de rokende man neemt me volledig in beslag. Wie weet hoeveel verrukkelijke Gaditanas in dunne zomerjurkjes hier inmiddels al voorbij zijn gelopen. Zijn vijftiende sigaret reeds. Ik heb ze een voor een geteld. Nu gaat ook het lege pakje tegen de grond. Zijn het zijn laatste uren? Heeft hij zijn dagen gewikt en gewogen? Is deze performance zijn adieu? Of is het gewoon maar routine? Een elke zondagmiddag herhaald leren wennen aan het snel naderend onheil? Is het geen invasie waar hij aan denkt maar een catastrofe?
     De glazen bier die hij drinkt tel ik niet, ik beperk me tot de sigaretten. Anders wordt het te chaotisch in mijn hoofd. Dag ga ik zelf misschien ook pils drinken en krijg ik nog zin in een sigaret ook. Want wat moet het heerlijk zijn om zo’n brandende peuk met zoveel levensverachting weg te slingeren. In de richting van de vijandige aarde. De aarde die met haar rampen en catastrofes zoveel schade aanricht bij mensen en dieren en planten en die ons allen zo weinig tijd gunt voor ze ons naar zich toetrekt.
     
     Kom schat, laten we de rekening vragen, zeg je. Ik wil nog even naar de nieuwe stad, wat uitwaaien op het strand daar. Heel goed, zeg ik. Wat ik me afvraag is of we ooit Toronto en Vancouver zullen zien. Dat komt door Harvey, die lang geleden uit Canada hierheen is gekomen. Je vraagt je af waarom. Is Canada dan niet het beloofde land? Ik weet het niet. Het lijkt er wel op of ik helemaal niets meer weet. We zullen de bus nemen, zeg ik, dan kunnen we wat langer op het strand wandelen.

...

Foto: Martin Pulaski, Cadiz, 15 april 2016

11-05-16

DE GROT VAN DE DOLLE MOLLEN

 0bascarlamarlunsford.png

Voor Philippe Quesne en de mollen.

Met grote verwachtingen naar het Kaaitheater voor ‘La nuit des taupes’ van Philippe Quesne. In de buurt van de KVS tientallen zo te zien nog piepjonge straathoeren. Café Tropicalia, het ‘kantoor’ van de pooiers, is al een tijd geleden gesloten. Nu zitten de pooiers wat verderop gezellig in gemakkelijke zetels op een terras, vadsige koningen van het kwartier. De hele buurt wordt groezeliger: dronkaards, uitschot, ‘kleine’ delinquenten. Ook in de metro valt de verloedering op. De politie zit achter de terroristen en de jihadi’s aan. De boeven hebben vrij spel. Noem het straattheater, helemaal gratis. Ondanks al die dingen is het een mooie, aangename lenteavond. Je laat je niet van je stuk brengen.

In het café van het Kaaitheater, van de oude glorie uit de tijd van La Luna blijft hier ook niet veel meer over, heb ik voldoende tijd om het publiek te observeren en wat na te denken. Vroeger dronk ik bier of wijn voor een voorstelling, nu tonic, liefst Schweppes (voor de kinine), maar dat wordt hier niet geschonken. Eens te meer valt mij op hoe oud ik word; de andere kunstenfestivalgangers worden almaar jonger. Het is zoals in sommige films van Sam Peckinpah: de oude revolverhelden willen er tot elke prijs bij blijven horen, met hun roestige revolvers en hun vermoeide paarden en hun oude, strikte  moraal – terwijl de jongere gunfighters machinegeweren hanteren, de auto gebruiken om zich te verplaatsen en een ondoorgrondelijke erecode hebben (of amoreel zijn). Het is een natuurwet, niets aan te doen. Erger is de apartheid. In een theater als dit zie je geen zwarten, geen moslims, geen kleine delinquenten, geen dronkaards. Het kunstenfestival is er voor de blanke, goed opgeleide en grotendeels Nederlandstalige elite. Het is van in het begin zo geweest en ik vrees dat het zo zal blijven. Vorig jaar zag ik een stuk van Marokkaanse vrouwen: het publiek was volledig blank.
sampeckinpah ride the high country.png

‘La nuit des taupes’ (onderdeel van ‘Welcome to Caveland!) van Philippe Quesne gaat over mollen in een grot. Daarin staat een witte barak die aan de voorkant open is. Via een buis komen de mollen met hun logge lijven de barak binnen. Het zijn bijzonder grote mollen, zo groot als mensen. De klompen aarde lijken op rotsen. De mollen lijken blind te zijn en met hun grote handen zijn ze erg onhandig. Ze lopen elkaar in de weg. Het publiek lacht want wat het te zien krijgt is erg grappig. Ha ha ha! Mij vergaat het lachen al snel. De anderen hoor ik ook al gauw niet veel meer lachen. Je wordt reeds na kwartier of zo geconfronteerd met de zinloosheid van het bestaan, met de absurditeit van alles wat je elke dag doet, de routine, de sleur. Ook met de overbevolking, hoe je altijd en overal met te veel bent, elkaar in de weg loopt. Je beseft dat je blind als een mol door het leven gaat. Goed georganiseerd, kijk maar eens hoe werd omgegaan met de tragedie in Zaventem en Maalbeek, maar zonder duidelijk doel. Als je een tijdje naar de activiteiten van mieren kijkt vraag je je soms ook wel eens af: waarom doen ze dat allemaal? Voor ons is het net hetzelfde. We bouwen onze huizen voor de eeuwigheid en één tsunami vernielt er 250.000 in een oogwenk.
Terug naar de voorstelling. Ze is nog maar net begonnen. Voor we de mollen te zien kregen hoorden we - voor het eerst met de versterker op 10 - de mysterieuze folksong ‘I Wish I Was a Mole in the Ground’ van Bascar Lamar Lunsford, opgenomen in een studio in Ashland, Kentucky in 1928. Velen in het publiek zullen het nummer nooit eerder gehoord hebben. Wat gaat er in hun hoofd om als deze geheimtaal, deze roestige banjoklanken tot hen doordringen? Zou nog iemand in dit theater Greil Marcus’ schitterende essay ‘World Upside Down’* (over dit lied) gelezen hebben. Philippe Quesne misschien? De acteurs? Iedereen zou het moeten lezen. Iedereen zou ongeveer alles van Greil Marcus moeten lezen. En alle liedjes op de ‘Anthology of American Folk Music’ van Harry Smith op z’n minst één keer per jaar moeten beluisteren. Zes langspeelplaten, dat moet te doen zijn.
We leven er maar op los, zonder duidelijk doel, schreef ik. Is muziek de uitweg? Zo lijkt het wel. Of is muziek in dit geval een metafoor voor creativiteit? Tegenover destructie verbeelding en scheppingskracht, tegenover de duisternis van de grot het licht van de poëzie. Poëzie betekent iets moois maken, iets duurzaams, iets wat de soort voor lange tijd ten goede komt.
Nu is het gaan regenen. Ik had me al zitten afvragen of die mollen nooit honger kregen. Nu wordt het duidelijk: ze verorberen gigantische regenwormen. Ze zijn natuurlijk niet echt gigantisch, wij zien ze alleen maar zo. Als je door een microscoop naar kleine wezentjes kijkt lijken die ook immens, maar dat is gezichtsbedrog, dat weet het kleinste kind. De sterren zijn dan weer veel groter dan wat wij te zien krijgen. Te veel regenwormen eten is slecht voor de gezondheid. Ja, het valt op: geboorte en dood verschillen bij mollen niet echt van geboorte en dood bij mensen. Net als mensen kennen mollen empathie, verdriet, verlangen. Geert Van Istendael zit net voor me. Met zijn stekelige haren belet hij me het zicht op de poten van de mollen. Wat zou hij er van vinden? Misschien verveelt hij zich wel? Maar dan zou hij toch gewoonweg naar huis gaan? Zou hij van de 4/4 beat, de krautrockachtige muziek van de mollenband houden? Want inderdaad, inmiddels is zo’n mollenbandje beginnen te spelen. Ze hebben gaten geslagen in een wand van de barak en zijn daar door gekropen. Niet alle mollen, net genoeg voor een rockgroepje. Maar daarover later meer.
Quesne.jpg

‘La nuit des taupes’ roept bij mij tal van associaties en herinneringen op, een beetje alsof ik bij de psychoanalyticus op de zetel lig. Mijn eerste associatie is die met het lied van Bascar Lamar Lunsford, dat spreekt vanzelf.  “I’d root that mountain down / And I wish I was a mole in the ground.” Maar dan gaan mijn gedachten al gauw naar De dolle mol, ooit een beruchte bar in Brussel. Ik werkte er enkele maanden in de zomer van 1971. Net als in deze voorstelling gebeurde daar alles letterlijk en figuurlijk onder de grond. De dolle mol bevond zich toen op de Kaasmarkt in een oude jazzkelder. Vandaar, denk ik, de naam die Herman J. Claeys eraan gaf. Het publiek dat er kwam bestond uit ‘undergroundtypes’, vertegenwoordigers van de tegencultuur, langharig werkschuw tuig. We leefden ondergronds, we waren vijanden van het establishment. Mollen die de berg van de macht wilden ondergraven. Niemand van ons wilde lang ondergronds blijven: we wilden de hele wereld mooier en beter maken. Vooral met liefde en muziek.
0themroc-3.jpg

Ik dacht terug aan de film ‘Themroc’ van Claude Faraldo. Michel Piccoli is een arbeider die genoeg heeft van de macht en haar repressie. Hij stopt met werken, verwerpt de taal van de vader (of is het die van de moeder?) en brengt voortaan alleen nog maar dierlijke geluiden voort. Mollentaal. In zijn appartement sloopt hij de muren. Hij bedrijft de liefde met zijn zus. ’s Nachts gaat hij op jacht naar voedsel. Hij doodt een flik. Het kadaver neemt hij mee naar zijn woning, die nu op een grot lijkt, om het daar te roosteren en vervolgens samen met enkele ‘medeplichtige’ buren op te peuzelen. Zo herinner ik mij de film. ‘Themroc’ is geen utopische vertelling (wat ik als twintigjarige waarschijnlijk wel dacht). Het is een verhaal van uitzichtloze, brutale anarchie. Je kunt niet ontsnappen uit de grot. Bij ‘Themroc’ is er zelfs niet de uitweg van de muziek en de creativiteit.
Tijdens de voorstelling kon ik maar niet op het woord komen voor het instrument dat the Beach Boys in ‘Good Vibrations’ gebruiken. ‘Theremin’ is het, gelukkig heb ik het niet moeten opzoeken. Een van de muzikanten van de mollenband bespeelt namelijk de theremin, of iets wat er op lijkt. De groep bestaat verder uit een bassist, een drummer en een gitarist. Met die grote, onhandige mollenpoten van ze kunnen ze alleen maar repetitieve muziek spelen. Krautrock of motorik, zoals ik hierboven al schreef. Denk aan Neu!, daar lijkt hun muziek het meest op. Eerst verzet je je tegen dit ‘lawaai’. Maar dat is verkeerd. Je moet loslaten, je overgeven aan het ritme. Dan geraak je in een trance. Dat gebeurt alvast bij mij. Ik weet niet of Geert Van Istendael het ook zo beleeft en ik heb het hem niet durven te vragen. Tijdens het miniconcert breken de andere mollen de barak helemaal af, zoals Michel Piccoli zijn appartement. In het halfdonker vervoeren een drietal mollen op gemotoriseerde fietsen stalactieten. Niet bepaald ergens naartoe. Maar het lijkt er wel op dat de blinde dieren het prettig vinden.
Het meest lyrische gedeelte, waarbij de mollen zich achter een doek (dat een scherm is) bevinden, roept bij mij meerdere associaties en herinneringen op. Op het scherm krijgen we goede oude vloeistofprojecties te zien. Die doen me terugdenken aan Pink Floyd in februari 1968 in het Pannenhuis in Antwerpen. Dat was met net dezelfde, echt heel mooie vloeistofprojecties. Ze zetten je aan tot dagdromen, ze openen een andere wereld. Nog mooier waren de projecties in mijn toneelstuk ‘De droom’ in mei 1968 in Tongeren. Niet omdat het mijn stuk was – ook wel een prestatie – maar omdat mijn vriend Henry Janssen een werkelijke magister van de vloeistofprojecties was. Echt waar, de mooiste, dromerigste vloeistofprojecties zag ik in de gymzaal van het Koninklijk Atheneum in Tongeren!

0Flaming-Lips.jpg

Wayne Coyne en zijn Flaming Lips maken tijdens hun concerten eveneens gebruik van zulke projecties. Dat is niet de enige overeenkomst met ‘La nuit des taupes’. Bij the Flaming Lips staan er steevast als dieren verklede mensen op het podium. Zo vrolijk, zeker met de grote kleurige ballons die door de zaal vliegen. Ook al zijn de liedjes van Flaming Lips soms erg melancholisch. Maar nooit macaber of uitzichtloos; bijna altijd op de toekomst gericht. De verbeelding biedt een uitweg. Carnaval, feest, fanfare!
Je denkt niet logisch maar associatief. Soms worden die associaties onderbroken door wat je waarneemt. Bij een performance is dat nog meer het geval. Met Wayne Coyne associeerde ik ‘Lucy in the Sky With Diamonds’ en zo ging ik helemaal terug naar mijn kinderjaren in Neerharen. Mijn vader kwam uit een arme boerenfamilie. In die omgeving was de mol de vijand. Hij moest worden bestreden, afgemaakt. Het was een genocide in het klein, maar mag ik dat wel schrijven? Elizabeth Costello kreeg met een gelijkaardige uitspraak heel wat problemen. Een hele tijd heb ik zelf dat beeld van de mol als vijand gehandhaafd. Ik denk tot in 1971, tot ik in De dolle mol ging werken en besefte dat de mol in wezen een revolutionair dier is.

the_residents.jpg
In de sixties was er het liedje ‘We Are the Moles’ van The Moles. Er werd beweerd dat het the Beatles waren, onder een andere naam. Het had best gekund, maar in werkelijkheid was het Simon Dupree & the Big Sound. Het gaat van ‘We are the moles and we live in our holes…’
Hoe lang is het niet geleden dat ik nog naar the Residents heb geluisterd… Zij hebben een viertal elpees uitgebracht voor een project dat ‘The Mole Trilogy’** heet. Deel drie van de trilogie is nooit verschenen, maar deel vier dan weer wel. En waar is volume 2 van the Travelling Wilburys? Nu ik eraan denk: waren Nelson Wilbury, Otis Wilbury, Lefty Wilbury, Charlie T. Wilbury jr. en Lucky Wilbury ook niet een soort van mollen. Terug naar the Residents. Ik sla een boekje open dat bij een verzamelbox*** zit en lees het volgende: ‘While the Residents are singular in their dedication to unmasking the rotten cavity [hol, gat] at the heart of the American dream, they are equally insistent in keeping the mask on their own identities.” Hun studio in San Francisco wordt ‘this windowless, cramped space’ genoemd.
De identiteit van de mollen in ‘La nuit des taupes’ wordt wel meegedeeld en op het einde van de voorstelling, bij het applaus ontdoen de acteurs zich van hun mollenhoofd (niet meteen, we moeten eerst voldoende in de handen klappen) en zien we ook dat ze niet echt blind waren. Wat ik een beetje vreesde, vooral toen ze op die fietsen zaten. Maar stekeblind hadden ze zelfs geen motorik kunnen spelen. Wat moeten de mollen het warm gehad hebben! Ik had niet in hun plaats willen zijn.

In een bespreking in De Standaard lees ik - van de hand van Wouter Hillaert - dat Quesne “in het duister is blijven tasten over wat hij meer wilde vertellen dan die eenduidige dierenfabel” en “ofwel heeft het allemaal weinig meer om het lijf dan grote mollenpakken, goed voor spijtig leeg spektakel.” Dat “in het donker blijven tasten” vind ik wel leuk. Maar leeg?

lanuitdestaupes.jpg


*World Upside Down, in ‘Three Songs, Three Singers, Three Nations’, Greil Marcus, Harvard University Press, 2015.
**The Mole Trilogy bestaat (voorlopig) uit: Mark of the Mole (1981); The Tunes of Two Cities (1982); Intermission (1982); The Big Bubble (1985)
***The Residents, Our Tired, Our Poor, Our Huddled Masses, Ralph Records, 1997

Afbeeldingen: Bascar Lamar Lunsford; Ride the High Country, Sam Peckinpah; La nuit des taupes; Themroc, Claude Faraldo; The Flaming Lips; The Residents; La nuit des taupes

08-05-16

BACK TO NEW YORK CITY: EEN SELECTIE

bobdylan 1965.jpg


1.
Just Like Tom Thumb’s Blues (Alternate Take) - Bob Dylan
The Bootleg Series, Vol. 7 No Direction Home : The Soundtrack. Originele versie op Highway 61 Revisited, 1965. Deze take werd opgenomen op 2 augustus 1965.


Bob Dylan kwam in New York aan op een koude winterdag in januari 1961. In die stad, en meer bepaald in Greenwich Village, kwam zijn talent tot bloei. 4th Street, Suze Rotolo, Fred Neil, John Hammond, de folkclubs, de verhalen zijn bekend.  New York is, het hoeft niet te verbazen, een thema in veel van Dylans songs, soms op de voorgrond, soms op de achtergrond. Bij ‘Just Like Tom Thumb’s Blues’, een ‘on the road’ van 5:44 minuten, voel je meteen aan waar de verteller naar terug zal keren als het hem allemaal te veel wordt.

When you’re lost in the rain in Juarez
And it’s Eastertime too
And your gravity fails
And negativity don’t pull you through

[…]

I started out on burgundy
But soon hit the harder stuff
Everybody said they’d stand behind me
When the game got rough
But the joke was on me
There was nobody even there to call my bluff
I’m going back to New York City
I do believe I’ve had enough


2.
I Guess The Lord Must Be In New York City - Harry Nilsson
Harry, 1969. Derde elpee van Harry Nilsson.

Harry Nilsson schreef dit nummer voor de soundtrack van John Schlesinger’s film ‘Midnight Cowboy’. John Schlesinger had Harry Fred Neil’s ‘Everybody’s Talking’ laten horen en hem gevraagd iets in die stijl te componeren. Uiteindelijk besliste de regisseur om Nilsson’s cover van ‘Everybody’s Talking’ te gebruiken. Fijn voor Fred, heel jammer voor Harry. Het prachtige nummer werd later wel gebruikt voor de film ‘You’ve Got Mail’ van Nora Ephron.


3. New York City Song – Dion
Dion, Born To Be With You, 1975. Producer: Phil Spector

That's the year my dream died in New York City
That's the year I had to leave that town
That's the year people my dream died in New York City
That's the year I left without a sound

Dion DiMucci is geboren en getogen in New York, meer bepaald in The Bronx. Als tiener was hij er lid van een straatbende. Hij kreeg succes met de doo-wopgroep Dion & the Belmonts (‘I Wonder Why’, ‘Teenager in Love’). In 1960 ging Dion solo en maakte wat ruigere singles, waaronder ‘The Wanderer’ en ‘Runaround Sue’.  Vervolgens raakte hij aan de drugs en ontdekte hij de échte blues en Bob Dylan. Zijn prachtige folk-rock songs zijn weinig bekend. Sommige hebben dezelfde sound als Dylan ten tijde van Highway 61 Revisited, mede dank zij producer Tom Wilson en orgelman Al Kooper. In 1968 was hij clean. Vanaf 1970 had hij bij Warner Brothers enig succes als schrijver en zanger van meer contemplatieve songs.  ‘Born To Be With You’ een Phil Spector-productie werd door het publiek genegeerd. Dion is nog altijd actief in New York. Treedt op met fans als Bruce Springsteen en Paul Simon.

4. The Pushers - Dizzy Gillespie
The Cool World, 1964.

Dizzy Gillespie, trompet; James Moody, tenor saxofoon en fluit; Kenny Barron, piano; Chris White, bas; Rudy Collins, drums.

Uit de soundtrack van de film ‘The Cool World’ (1963) van New Yorkse underground-cineaste Shirley Clarke. Geschreven door Mal Waldron. De film speelt zich af in de mean streets van Harlem. Hij volgt het reilen en zeilen van enkele jongeren die lid zijn van een jeugdbende. Schitterende kleine film.


5. On Broadway - The Drifters

Under The Boardwalk, Atlantic, 1964.
Lead vocals: Rudy Lewis.

Geschreven door Barry Mann & Cynthia Weill. Twee van de songschrijvers die actief waren in de legendarische Brill Building , een liedjesfabriek in New York. Voor dit nummer werkten ze samen met een ander al even legendarisch duo: Jerry Leiber & Mike Stoller.
Na een nacht brainstormen kreeg het liedje een meer rockende groove, met bluesy ingrediënten. De knappe gitaarsolo is van Phil Spector. Neil Young heeft er een zinderende cover van gemaakt.
Zanger Rudy Lewis is 27 geworden: een van de eerste leden van club 27.

6. Spanish Harlem - Ben E. King

Deze single op Atco was een hit in 1960. Ook op de gelijknamige elpee. Een compositie van Jerry Leiber & Phil Spector.
Ben E. King’s eerste hit nadat hij the Drifters verliet. King kwam uit North Carolina maar verhuisde op zijn negende naar Harlem. Hij was de grote held van Willy DeVille. Spanish Harlem is vaak gecoverd, maar de versie van King werd nooit overtroffen.

7. Dirty Blvd. - Lou Reed
Uit New York, 1989.


‘New York’ is een van Lou Reeds beste elpees. De song schetst een groezelig beeld van New York, totaal verschillend van hoe we de stad te zien krijgen in Woody Allen’s ‘Manhattan’.

Give me your hungry, your tired your poor I'll piss on 'em
that's what the Statue of Bigotry says
Your poor huddled masses, let's club 'em to death
and get it over with and just dump 'em on the boulevard

Get to end up, on the dirty boulevard
going out, to the dirty boulevard
He's going down, on the dirty boulevard
going out

8. Harlem – Suicide
The Second Album, Ze Records, 1980.

Een productie van Rick Ocasek van The Cars. Alan Vega zingt & Martin Rev bespeelt synthesizer en drum machine. Baanbrekende plaat. Suicide was even minimalistisch en even invloedrijk als the Velvet Underground. Hun performances waren heel sterk en controversieel. Luister maar eens naar ‘23 Minutes Over Brussels’, live opgenomen op 16 juni 1978.

9.
Rockaway Beach - The Ramones
Rocket To Russia, 1977.


31 minuten punk rock van de bovenste plank. Met onder meer de single ‘Sheena Is A Punk Rocker’. The Ramones gaven ons echte punk, the Sex Pistols de namaakversie.
In ‘Rockaway Beach’ van Deedee Ramone hoor je de invloed van the Beach Boys en surf.

Up on the roof, out on the street
Down in the playground the hot concrete
Bus ride is too slow
They blast out the disco on the radio

Rock Rock Rockaway Beach
Rock Rock Rockaway Beach
Rock Rock Rockaway Beach
We can hitch a ride to Rockaway Beach

07-05-16

ZERO DE CONDUITE: BACK TO NEW YORK CITY

0sometime in new york city.jpg

Zéro de conduite is een POPprogramma op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Een muzikaal evenement voor allen en voor niemand. Uniek in het universum. Stem af op 106.7 FM.
Je kunt Zéro via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.

But the joke was on me
There was nobody even there to call my bluff
I’m going back to New York City
I do believe I’ve had enough
Bob Dylan


Net thuis van een lange reis door Andalusië. Moe maar tevreden. Vandaag tijd voor een nieuwe muzikale reis, of beter: een terugkeer… Want met Zéro de conduite waren we al eerder in New York, de stad die nooit slaapt, hoewel toch ook de stad van miljoenen dromen. A thousand dreams that would awake me, om het met Lou Reed te zeggen.
Ook nu was het weer bijzonder moeilijk om een ultieme keuze te maken. Er wordt en werd in New York zoveel verrukkelijke en grensverleggende muziek gemaakt. Ik wil alvast duidelijk maken dat in deze selectie niet noodzakelijke de béste songs over New York en van New Yorkers zitten. Het is ons altijd om het geheel te doen, de samenhang, de sfeer, de link(s) met vorige afleveringen van Zéro de conduite. Ik waag me ook zelden aan muziekgenres waar ik niet goed thuis in ben, bijvoorbeeld hip hop en techno. Daarmee spreek ik geen waardeoordeel uit.

Geniet van de volgende dromen over of uit New York!

0laura nyro.jpg

Just Like Tom Thumb’s Blues (Alternate Take) - Bob Dylan - The Bootleg Series, Vol. 7 No Direction Home : The Soundtrack - Bob Dylan

New York, New York - Ryan Adams - Gold - Ryan Adams

New York City Lullaby - Danny & Dusty - Cast Iron Soul – Dan Stuart, Steve Wynn

New York - Cat Power - Jukebox - John Kander, Fred Ebb

Venus Of Avenue D - Mink DeVille - Cabretta – Willy DeVille

New York Tendaberry - Laura Nyro – New York Tendaberry - Laura Nyro

Chelsea Hotel No. 2 - Leonard Cohen - New Skin For The Old Ceremony - Leonard Cohen

New York City Song - Dion - Born To Be With You - Bill Tuohy, Dion DiMucci

I Guess The Lord Must Be In New York City - Harry Nilsson - Harry - Harry Nilsson

Bleecker & MacDougal - Fred Neil - Bleecker And McDougal – Fred Neil

Spanish Harlem Incident - The Byrds - Mr. Tambourine Man - Bob Dylan

Summer in the City - The Lovin' Spoonful - Greatest Hits – John Sebastian, Steve Boone

Give Him A Great Big Kiss - The Shangri-Las - Sophisticated Boom Boom: The Shadow Morton Story - George Morton

Subway Train - New York Dolls - New York Dolls – David JoHansen, Johnny Thunders

New York City - John Lennon, Yoko Ono & The Plastic Ono Band - Some Time In New York City - John Lennon

Rockaway Beach - The Ramones - Rocket To Russia - The Ramones

Hanging On The Telephone - Blondie - Parallel Lines - Jack Lee

Distant Fingers - Patti Smith - Radio Ethiopia – Allen Lanier

Souvenir From A Dream - Tom Verlaine - Tom Verlaine (First Album) - Tom Verlaine

Harlem - Suicide - The Second Album – Alan Vega, Martin Rev

The Ballad Of Dorothy Parker - Prince - Sign O' The Times - Prince

Miss You - The Rolling Stones - Some Girls - Mick Jagger, Keith Richards 

Dirty Blvd. - Lou Reed - New York - Lou Reed 

The Pushers - Dizzy Gillespie - The Cool World - Mal Waldron 

Harlem Nocturne - Lounge Lizards - Lounge Lizards - Earle H. Hagen 

Contort Youself - James Chance & The Contortions - Buy - James White 

Uptown To Harlem - Johnny Thunders & Patti Palladin - Copy Cats – Betty Mabry

Diary Of A Taxi Driver - Bernard Hermann - Taxi Driver OST - Bernard Hermann

Spanish Harlem - Ben E. King - Spanish Harlem - Jerry Leiber, Phil Spector 

On Broadway - The Drifters - Under The Boardwalk - Barry Mann, Cynthia, Weil, Jerry Leiber, Mike Stoller

I Love New York  - Marva Josie - In The Naked City  - Unknown

Coney Island Baby  - The Excellents - The Golden Age Of American Rock & Roll – V. Catalano, P. Alonzo

The Only Living Boy In New York - Simon & Garfunkel – Bridge Over Troubled Water – Paul Simon

Chelsea Girls - Nico - Chelsea Girl - Lou Reed, Sterling Morrison 

Just Like Tom Thumb's Blues - Nina Simone - To Love Somebody  - Bob Dylan
0ramones.jpg

Deze aflevering van Zéro de conduite is opgedragen ter nagedachtenis aan Prince.

Research, techniek en presentatie: Martin Pulaski

07-04-16

TRIPTIEK VOOR MERLE HAGGARD

merle haggard 1 001.jpg

1.
Merle Haggard is dood. Waarom hield ik zoveel van zijn stem, van zijn songs, van zijn mythe? Zo lang ik me kan herinneren heb ik me een outsider gevoeld, anders dan de anderen, ongeschikt voor een netjes afgelijnd leven, voor een planmatig opgebouwde toekomst als burgerman, voor succes van welke aard dan ook. Ik had aanleg, talent, was met mijn ideeën vaak op mijn tijd vooruit en ik heb veel vrienden gehad. Gedurende enkele jaren was ik het centrum van een klein universum van gelijkgezinden. Maar ik geloofde niet in mezelf, ik achtte me niet tot iets goeds in staat. Tot iets groots, iets wat de wereld waarderen zou. Er ontbrak me een essentiële eigenschap of karaktertrek. Niet alleen discipline en doorzettingskracht, maar ook het vermogen om je naam op te dringen, om de anderen ervan te kunnen overtuigen dat je onmisbaar bent, dat ze zonder jou niet kunnen. Dat jij de man bent. Van in het begin was ik gebrandmerkt om te verliezen. De hoogmoed, zo die er al was, was van erg korte duur en aan de val lijkt geen einde te komen, en dat wil ik ook niet. Want liever vallen dan een verrader te zijn van alles wat me lief en dierbaar is. Hoewel mislukt en onder die mislukking soms gebukt gaand voel ik aan dat vallen beter is dan vliegen met de vleugels van onverdiend succes. Wat mij had kunnen redden – behoeden voor de val - was bijval als dichter, maar ook in die wereld voelde ik me niet thuis: het was een pseudowereld, een leugen. Echte dichters waren als Hölderlin en Artaud, ze waren antisociaal, leefden in een toren of zaten in een asiel. Ze gingen niet naar cocktailparty’s en lazen niet voor in cultuurhuizen.

Ik besef dat ik heel gemakkelijk op het verkeerde pad had kunnen komen.  “En de leraar die mij altijd placht te dreigen: / jongen, jij komt nog op het verkeerde pad, / kan tevreden zijn en hoeft niets meer te krijgen. / Dat wil zeggen: hij heeft toch gelijk gehad” zong Boudewijn De Groot*  in ‘Testament’, woorden die me als vijftienjarige tegelijk aantrokken en de daver op het lijf joegen. Dat het mooie lied me fascineerde blijkt uit de titel die ik gaf aan ons provo-schooltijdschrift met dezelfde naam. Tegelijk heb ik er alles voor gedaan om niet in de goot of de gevangenis te belanden, wat ook niet gebeurd is. Voorzichtigheid is misschien niet de meest bewonderenswaardige levenskunst, ze behoedt je wel voor veel gevaren. Maar een outsider ben ik altijd gebleven.

Bacon three studies for a crucifixion.jpg

2.
Wat heeft deze korte analyse van mijn persoonlijkheid met Merle Haggard te maken? Bijna alles. Dat uitleggen en aantonen is erg moeilijk. Hoewel de Americana-wereld van de gisteren – op zijn 79ste verjaardag - overleden countryzanger zeer specifiek is, is hij ook universeel. Dat alleen al is een bewijs voor zijn groot kunstenaarschap. Ik denk nu aan de schilder Francis Bacon, een kroegtijger die wat hij ’s nachts in de onderbuik van de grote stad zag en voelde en beleefde overdag met wilde precisie aan zijn doeken toevertrouwde. Je ontwaarde in Bacons genadeloze werken alle stemmen die in dronkenschap, wanhoop, verbijstering en verrukking tot hem doorgedrongen waren. Elk beeld van Francis Bacon is een echt beeld. De composities van Merle Haggard zijn op dezelfde manier echt en waar. Elk woord van hem, elke zin, elke vocale nuance drukt een reële en precieze ervaring uit. Vaak hoor je in zijn songs – noem ze gerust levensliederen - de stem  van mensen die niet mee kunnen eten van de gelukskoek, die nooit part zijn geweest van de American Dream en dat ook nooit zullen zijn. De personages van Merle Haggard verschillen heel erg van die van Francis Bacon maar de overeenkomst zit hem in de aandacht voor wie uitgesloten wordt, voor de outsider, voor de ‘andere’. Merle Haggard zingt al heel zijn lange leven over arme gelukszoekers, hardwerkende arbeiders, rechtse rednecks, hoeren, vervreemde cowboys, bajesklanten, dronkaards, moordenaars, treurende zonen, zwervers, hongerige immigranten, bastaards, drugverslaafden, gauwdieven, truckers, desperado’s, vluchtelingen, seizoenarbeiders, halfbloeden, reactionaire dwazen, mensen zonder illusies. Dit is geen willekeurige opsomming. Luister naar zijn platen: deze échte mensen komen stuk voor stuk in zijn liedjes voor. Zijn verzameld werk is voor mij op zijn minst zo veel waard als dat van Walt Whitman en John Steinbeck.

merle haggard 2.jpg

3.
Ik heb het geluk gehad dat ik in 1965 een fan mocht worden van the Byrds. Hun albums waren schatkamers, juwelenkistjes van liedschrijfkunst. Toen Gram Parsons in 1968 lid werd van de groep stopte hij een aantal parels van de countrymuziek in de juwelenkist die ‘Sweetheart of the Rodeo’ heet. Zo ontdekte ik country en meteen ook Merle Haggard via hun cover van ‘Life In Prison’. Op muzikaal gebied was dat een ommekeer in mijn leven. Maar met wie kon ik daar over praten? Haast niemand in mijn omgeving hield van country: het was muziek voor boerenkinkels en buitenlui. Tot ik Erik Van Neygen ontmoette, van de Belgische countryrockgroep Pendulum. Ik geloof dat hij de eerste was die ook naar Merle Haggard, Buck Owens en George Jones luisterde. Pas omstreeks medio de jaren zeventig vond ik een zielsverwant, Jos D., met wie ik nachtenlang naar Merle Haggard kon luisteren en in de Antwerpse volkse bars en kroegen opnieuw en opnieuw onze bewondering voor hem uitspreken. Vandaag hoor ik opnieuw en opnieuw ons van Duvels doordrongen gejubel weerklinken, ons euforisch gebral, doorspekt met citaten uit ‘Swinging Doors’, ‘The Bottle Let Me Down’, ‘Branded Man’ en ‘Sing Me Back Home’. Ja, ook Jos D. was een personage in een lied van onze held. De bars en het verdriet van de liefde, ongeneeslijke wanhoop, hebben hem de das omgedaan. Ik was sterker, denk ik. Zo valt me nu het trieste geluk te beurt dat ik me kan blijven onderdompelen in de muzikale wereld van de gebrandmerkte man die dank zij zijn groot talent, zijn originaliteit en zijn werkkracht erin slaagde een mythische held te worden. Merle Haggard is dood.

  merle haggard 1.jpeg

*tekst van Lennart Nijgh

06-04-16

KORTE VLUCHT

2016-04-04-anderlecht 004.JPG

Ik moet over die vreselijke ervaringen met de Brusselse politie schrijven. Dat is een moeilijke opdracht, met veel pijnlijke herinneringen, letterlijk en figuurlijk. Maar het moet en ik ben ermee bezig. Alleen duurt het even. Het gaat over vier, vijf voorvallen die mij op z'n minst flink door elkaar schudden en mijn dagelijks leven in negatieve zin beïnvloedden. Situaties die me bijna elk geloof in de politie als vertegenwoordigers van een goed functionerende, democratische staat, als beschermers van de bevolking, bewakers van onze veiligheid deden verliezen. Wat niet betekent dat ik elke agent als een schoft beschouw, integendeel. En ook niet dat de politie zomaar in het luchtledige opereert. Het is een organisatie die deel is van een groter geheel: de perfide instelling die we met veel tegenzin nog Staat noemen. Dat is niets nieuws: de romans van Balzac, Dostojewski, Tolstoj, et cetera, laten ons zien dat het in de 19de eeuw en elders net zo goed mank liep als hier en nu. Maar moeten we daarom berusten? Ik dacht van niet.

Als intermezzo enkele foto’s gemaakt tijdens een wandeling vorige zondag in het Pajottenland, op een steenworp van Anderlecht. Enkele momenten van eenwording met het universum, of toch met een stukje ervan. Groene en blauwe vrede.
2016-04-04-anderlecht 003.JPG

2016-04-04-anderlecht 008.JPG

Foto's: Martin Pulaski, Brussel, 3 april 2016.

02-04-16

ZERO DE CONDUITE: SOPHISTICATED BOOM BOOM

0shangri-las.jpg

Zéro de conduite is een POPprogramma op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Een muzikaal evenement voor allen en voor niemand. Uniek in het universum. Stem af op 106.7 FM.
Je kunt Zéro via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.

George-ShadowMorton.jpg

De tragische gebeurtenissen van 22 maart hebben mij even doen overwegen om een rouwprogramma te maken. Maar niet al te lang. In de eerste plaats omdat ik geen rouwprogramma voor zoveel onschuldige doden en hun nabestaanden kan maken, een programma dat troost zou moeten bieden aan alle mensen die treuren om iets dat bijna onbevattelijk is.  Bovendien omdat ik dan heel vaak rouwprogramma’s zou moeten samenstellen, want bomaanslagen en moordpartijen van zo’n omvang gebeuren niet alleen in België maar zowat overal, vooral op plekken die we niet zo goed kennen. In de tweede plaats omdat pop op zich al troost biedt. “Forget your troubles and dance” zong Bob Marley al in ‘Them Belly Full’ en Smokey Robinson ging hem daarin voor met ‘I Gotta Dance to Keep from Crying’. Omdat we de haat die dood en verderf zaait alleen maar met liefde en plezier kunnen overwinnen (of daarvan uitgaan) ligt de nadruk in Zéro de conduite vanavond op beat en op de periode waarin beatmuziek een hoogtepunt bereikte: de jaren zestig. (Pop is vooral de muziek van het plezier, van het in overgave genieten, heel vaak met liefde gemaakt. Luisteren naar pop, of erop dansen, is plezier beleven en dat plezier wekt lust op, leidt tot seks en soms tot liefde. Of niet soms?)

Het thema, zo je wilt, is beat, maar dan enigszins gesofisticeerd, want omstreeks 1965 kreeg tienerpop hersens en looks. Beat was vanaf toen niet uitsluitend muziek maar ook stijl, mode, protest. Groepen als the Beatles, the Rolling Stones en the Kinks, labels als Stax en Motown, producers als Phil Spector, George ‘Shadow’ Morton en George Martin speelden daarin een vooraanstaande rol. En natuurlijk ook authentieke enkelingen als Bob Dylan, Françoise Hardy, Jimi Hendrix, Sly Stone en John Sebastian.


In de titel van deze aflevering, ‘Sophisticated Boom Boom’, naar een liedje van George ‘Shadow’ Morton, zit nog een spoor van de recente ontploffingen in Brussel. Maar ook naar de blues van John Lee Hooker en naar de drumbeats van Ringo Starr en Charlie Watts. Het Franse ‘boum’ is niet alleen het geluid van een explosie maar het is ook een ‘suprise-party’, een soirée dansante, een fuif. En daarmee is voorlopig alles gezegd. Veel luisterplezier!

0small-faces-immediate-35th-anniversary-edition-2cd.jpg


Sophisticated Boom Boom - The Goodies - Sophisticated Boom Boom: The Shadow Morton Story - George Morton

Les Petits Garçons - Françoise Hardy – The Vogue Years – Françoise Hardy

En Melody - Serge Gainsbourg - Histoire De Melody Nelson - J.C. Vannier

I'll Keep Holding On - The Marvelettes – Tamla Single, 1965 - Ivy Joe Hunter, William Mickey Stevenson

I'm Ready For Love - Martha Reeves & The Vandellas - Watchout! - Brian Holland, Eddie Holland, Lamont Dozier

Twist And Shout - The Isley Brothers - Bert Berns Story, Volume 1: Twist And Shout 1960-1964 - Bert Berns, Phil Medley

Daddy Rolling Stone [Alternate Version] - The Who - My Generation - Otis Blackwell

Inside Looking Out - The Animals - Animalisms - Burdon, Lomax, Chandler

When I Come Home - The Spencer Davis Group - Eight Gigs A Week: The Steve Winwood Years - Steve Winwood, Jackie Edwards

The World Keeps Going Round - The Kinks - The Kink Kontroversy - Ray Davies

L'espace d'une fille - Jacques Dutronc - Jacques Dutronc: Volume 1 (1966-1967) – Dutronc

Think - The Rolling Stones - Aftermath [UK] – Jagger, Richards

Buzz The Jerk - The Pretty Things - Get The Picture? - Taylor, May

Get Yourself Together - Paul Butterfield Blues Band - In My Own Dream - Bugsy Maugh

Friday Night City - The Blues Project - The Blues Project Anthology  - Tommy Flanders

Can You Please Crawl Out Your Window? - Bob Dylan – Masterpieces / Single  - Dylan

0the pretty things2.jpg

Steppin' Out - Paul Revere & The Raiders - Nuggets: Original Artyfacts From The First Psychedelic Era, Vol. 2 - Paul Revere, Mark Lindsay

The Girls Are Naked - The Creation - Our Music Is Red With Purple Flashes - Pickett, Gardner, Jones

Mirage - Tommy James & The Shondells - French 60's EP & Sp Collection – Richie Cordell

I Just Don't Know What To Do With Myself - Dusty Springfield - Songbook – Bacharach, David

Girl Don't Come - Sandie Shaw - The Collection – Chris Andrews

Darling Be Home Soon - Lovin' Spoonful - You're A Big Boy Now - John Sebastian

I Knew I'd Want You - The Byrds - Mr. Tambourine Man - Gene Clark

What You're Doing - The Beatles - Beatles For Sale – Lennon, McCartney

Things Are Going To Get Better - The Small Faces – Small Faces, Immediate, 1967 - Lane, Marriott

Whatcha Gonna Do About It - Doris Troy - The Girls Got Soul – Doris Payne, Gregory Carroll

(Hey You) Set My Soul On Fire - Mary Wells - The Girls Got Soul – Mary Wells, Cecil Womack

Good Runs The Bad Away - Sam & Dave - Soul Men - Wayne Jackson, Andrew Love

Dance To The Music - Sly & The Family Stone – Dance To The Music, 1968  - Sly Stone (S. Stewart)

Fire - Jimi Hendrix Experience - Are You Experienced? - Jimi Hendrix

Strange Roads - The Action - Rolled Gold – Alan King, Reg King

Lucifer Sam - Pink Floyd - The Piper At The Gates Of Dawn - Syd Barrett

Too Old To Go 'Way Little Girl - Janis Ian - Sophisticated Boom Boom: The Shadow Morton Story - Janis Ian

Two Heads - Jefferson Airplane - After Bathing At Baxter's - Grace Slick

In-A-Gadda-Da-Vida - Iron Butterfly - Sophisticated Boom Boom: The Shadow Morton Story - Doug Ingle

Badge - Cream – Goodbye - George Harrison, Eric Clapton

Goodbye Baby (Baby Goodbye) - Van Morrison - Blowin' Your Mind! - Bert Berns, Wes Farrell

So Soft, So Warm - The Nu-Luvs - Sophisticated Boom Boom: The Shadow Morton Story - George Morton, Vinny Gormann, Tony Michaels

Past, Present And Future - The Shangri-Las - Sophisticated Boom Boom: The Shadow Morton Story - Artie Butler's, Jerry Leiber, George Morton

0DorisTroyAnthology.jpg

Research & presentatie: Martin Pulaski
DJ: Sofie Sap

01-04-16

PLEIDOOI VOOR EEN NIEUW BRUSSEL

BRUSSEL 069.JPG

Bewonderaars en verheerlijkers van Brussel heb ik altijd gewantrouwd. Wat waren hun motieven, waren zij wereldvreemd, blind of gewoon maar onnozel? Verlieten zij nooit de veiligheid van hun enclaves, Dansaertstraat, Louisalaan, Flageyplein? Meestal voel ik me een vreemde in deze stad. Zij heeft mij nooit met open en zelfs niet met gesloten armen ontvangen. Voor een deel ligt dat aan mezelf, ik heb me zelden ergens thuis gevoeld, tenzij tijdens een reis, als ik ergens aankwam, bijvoorbeeld in New Orleans, Santa Fe of Cadiz. En een korte periode in Antwerpen, van 1977 tot 1982 om heel precies te zijn.

Hoe ik Brussel bekijk hangt van mijn stemming af, maar mijn stemming hangt ook af van hoe Brussel met mij omgaat, van hoe Brussel mij bekijkt. Er zit veel ongehoorde en ongeziene schoonheid in deze stad verborgen. Soms, als het weer meezit en de passanten je wat vriendelijker dan op druilerige dagen aankijken, is ze bereid haar schatten te laten bewonderen. Dan laat ze zich van haar zachtste kant zien, ze ruikt lekker, voelt zacht aan, zachter zelfs dan de arm van Everard ’t Serclaes* op de Grote Markt.

Brussel is al een poos geen ruïne meer en is evenmin een moeras. De legendarische stadskankers zijn merendeels weg. Dure hotels en kantoorgebouwen hebben hun plaats ingenomen. Maar er is nog steeds veel grauwheid, vuilnis, lelijkheid, wat weliswaar het mooie accentueert, de parken en plantsoenen, de kerken, de art nouveau-gebouwen, de vele cafés met hun terrassen, oases van verrukkelijk leven. Maar pittoreske pleintjes, Vlaamse primitieven, bruisende kroegen, verfijnde art nouveau-gevels, kunnen het verval – dat niet uitsluitend materieel is - niet compenseren.
Ik noem Brussel op elk gebied een onderontwikkelde, een arme stad omdat haar inwoners zich niet al te druk lijken te maken over het verval, over het vuil, over de chaos die hier heerst. De Brusselaars, van waar ze ook gekomen zij, lijken bijna altijd in ongeveer alles een berustende houding aan te nemen. Slechts weinigen walgen van de lelijkheid en het vuil en storen zich aan het dysfunctionele van deze stad. Ik ken niet één Europese stad die zo slecht functioneert, in elk van zijn facetten, in al zijn wijken, in elk beleidsdomein. Bijna niets werkt hier zoals het hoort.

Al lange tijd is Brussel een gebroken stad, een stad vol (soms moeilijk zichtbare) muren. Iedereen kent ze wel, bijvoorbeeld de muur van de Noord-Zuidverbinding, die de stad op een brutale manier in twee delen heeft gesplitst, een echo (of voorspelling) van de opsplitsing van België. Er zijn veel meer zulke muren. Overal waar brede autowegen werden aangelegd lopen smalle straten dood. Ze werden in twee gesneden. De band die er bestond tussen de buren werd stukgemaakt. Door de bouw van Shopping Centra werden winkelstraten territoria voor vandalen, rotondes en pleintjes veranderden in no go zones. De Ring rond Brussel heeft van de stad een eiland gemaakt, een organisme dat niet mag groeien. Sommigen noemen het een olievlek, maar zelfs een olievlek breidt zich uit. Anderen beschouwden de hoofstad als een grote vuilnisbelt. Forensen uit de deelstaten dumpten er hun groot en klein afval. Gemeentelijke volkscommissarissen gaven de schuld aan ‘de Zigeuners’.

Brussel is een zee van mogelijkheden. Dat zou iedereen die hier woont, dat zou iedereen die het goed voorheeft met dit land moeten weten. Brussel bruist van jong (maar ook van oud) leven. Brussel moet die mogelijkheden de kans geven reëel, tastbaar te worden. Brussel moet dringend aan het nieuwe de voorrang geven, zonder zoals bij de Culturele Revolutie in China de traditie te verwerpen of vernietigen. Ja, Brussel moet dringend veranderen.

BRUSSEL 029.JPG

Ook degenen die neerkijken op Brussel, de taalstrijders, de fanatici, de voorstanders van een monocultuur, de gesloten geesten, zij die deze stad een olievlek noemen, die omcirkelende fietstochten en marathons organiseren om ze op symbolische wijze af te bakenen en in te sluiten, heb ik altijd gewantrouwd. Je vindt zulke mensen zeker ook in Wallonië, maar vanwege mijn achtergrond (ik ben in Antwerpen geboren, in Limburg opgegroeid), ken ik de Vlamingen beter. Ik wens niet te veralgemenen. Ik heb het over Vlamingen met een gesloten mentaliteit, degenen die bang zijn voor ongeveer alles wat zich buiten hun huis en hun tuin afspeelt. Anders, zelfs gevaarlijk, mag ook, maar dan in de omlijsting van een scherm, op een podium of in een van de eerbiedwaardige kunsttempels.

De voorbije maanden en zeker sinds 22 maart kwam er vooral vanuit Vlaanderen veel kritiek op de Brusselse politieke en politionele structuren. De architectuur van de macht. Voor een keer ben ik het met die Vlaamse kritiek (die bijna unaniem is) eens. Brussel moet een bestuurlijke eenheid worden. Brussel moet één politiezone krijgen. Brussel zal behoorlijk bestuurd moeten worden, op elk gebied. Mobiliteit, sociale voorzieningen, veiligheid, ecologie, cultuur, et cetera moeten in alle wijken op dezelfde leest geschoeid worden, zonder de diversiteit uit het oog te verliezen. Dit is een absolute noodzaak. Hoe dit in de praktijk kan gebeuren, daar moet nu over nagedacht worden. Maar er mag niet getalmd worden. Bij de veranderingen en vernieuwingen, in volstrekte transparantie moeten alle inwoners van deze stad betrokken worden. Alle inwoners in alle wijken – van alle kleuren en talen en leeftijden. En waarom niet alle Belgen: Brussel is de hoofdstad van dit land. Want moet niet heel België hervormd worden? Ja, toch. Wat na de val van de muur in Duitsland kon, dat moet in dit kleine en welvarende land zeker kunnen. Ik zie Duitsland niet als de ideale staat, maar hij lijkt wel vrij goed te functioneren. Een goed voorbeeld is het dus wel.

Ik heb in Brussel gewoond van 1969 tot 1977 en sinds de zomer van 1991 ben ik hier niet meer weggegaan. Heb ik daarom recht van spreken? Ik denk het wel. De volgende dagen zal ik wat over mijn bijzonder negatieve ervaringen met de Brusselse politie vertellen. Die tonen aan dat de politiezones niet werken, dat veel in de doofpot wordt gestopt, dat er corruptie bestaat. Dat de politie niet kan (of kon) instaan voor de veiligheid van inwoners van deze stad. Dat zeer zwaar probleem hangt samen met de manier waarop Brussel bestuurd wordt. Negentien gemeenten met stuk voor stuk hun eigen kleine belangen kunnen onmogelijk goed samenwerken. Zelfs de vijf grote Amerikaanse maffiafamilies (zie The Godfather) spelen dat niet klaar. En op zulke families lijken de Brusselse baronieën zeker wel. Al schieten ze elkaar nog niet overhoop tijdens een of andere eredienst. Althans, daar heb ik geen weet van. Is deze vergelijking met de maffia overdreven? J. Edgar Hoover, FBI-directeur van 1935 tot 1972, ontkende dat de maffia een grote misdaadorganisatie was.

BRUSSEL 065.JPG

*wie over zijn arm wrijft kent een jaar lang geluk in de liefde, wie hem kust krijgt difterie.
Foto's: Martin Pulaski, Brussel, 2013

31-03-16

DE VERVELING VAN EDMOND EN JULES DE GONCOURT

GONCOURT 1.jpg

Stel je voor dat je ertoe verplicht zou zijn – of dat je jezelf dat zou aandoen – om het  volledige ‘Journal’ van Edmond en Jules de Goncourt  te lezen, vijfduizend bladzijden tekst. Dat is toch de hel, of niet echt de hel, want dat is Brussel, maar op zijn minst het vagevuur. Ik heb de voorbije dagen wat zitten en liggen lezen in een in de privédomeinreeks uitgegeven selectie van dat illustere Dagboek en heb me daarbij voornamelijk verveeld. Het enige wat ik eruit geleerd heb is dat schrijvers en kunstenaars nauwelijks verschillen van duivenmelkers of postzegelverzamelaars. Kleine mensen zijn het. Waarom kijk ik er dan al bijna heel mijn leven naar op? Ik denk omdat ik in Arthur Rimbaud, om maar één voorbeeld te geven, veel meer de vervloekte en bezielde dichter zie van ‘Illuminations’ en ‘Une saison en enfer’ dan de melkmuil die in een of ander luizig Parijs café uitroept dat Paul Verlaine op hem mag klaarkomen, “uitstekend! Maar hij wil toch niet dat ik het met hem doe? Nooit, absoluut niet, hij is echt te smerig en hij heeft zo’n afschuwelijke huid.”

goncourt, edmond de goncourt, jules de goncourt, journal, dagboek, privé-domein, verveling, gossip, roddel, rimbaud, verlaine

Afbeeldingen: Edmond en Jules de Goncourt door Félix Nadar (detail); Rimbaud in Aden (tweede van rechts op de foto).

28-03-16

HIJ ZEI DAT HET EEN NARE DROOM WAS

 odani motohiko.jpg


And if my thought-dreams could be seen
They’d probably put my head in a guillotine
But it’s alright, Ma, it’s life, and life only

Bob Dylan

Ongeveer een maand geleden was ik voor een raadpleging bij professor Pattyn in het UZ Gent. Ik zou moeten beslissen of ik binnenkort, dit jaar nog, een Zenker-Divertikel chirurgisch zou laten verwijderen. Eind 2012 is in het UZ Brussel een endogene ingreep mislukt. Uiteraard is zo’n invasieve operatie in de hals en slokdarm risicovol.Niet alleen omdat ik door andere operaties verzwakt ben, maar ook omdat een divertikel van Zenker erg zeldzaam is. Per jaar krijgen ongeveer 2 op 100.000 mensen de diagnose. Medici hebben er bijgevolg weinig ervaring mee. Professor Pattyn, een chirurg die al na één blik in de ogen vertrouwen inboezemt, stelde me gerust. Het divertikel wordt niet snel groter. Als ik er niet te veel last van heb kan ik nog lange tijd wachten met een ingreep, jaren zelfs. Het grootste risico zijn longontstekingen.

Vorige nacht droomde ik dat ik een rondleiding kreeg in het ondergronds labyrint van een groot ziekenhuis. Alles was er opgetrokken uit wit, synthetisch materiaal. De gids – die tevens geneesheer was – had me toevertrouwd dat professor Pattyn me niet de waarheid had durven zeggen. Die was dat ik ten laatste over vier maanden zou moeten geopereerd worden. Mijn kamer was al gereserveerd. Die was gelegen helemaal op het einde van een lange gang. Dat stuk van het ziekenhuis gaf uit op een lager gedeelte van de stad. Vanuit de mij toegewezen kamer was er uitzicht op een middeleeuws , donker straatje met hier en daar een oude lantaren, overblijfsels uit de periode dat J.K Huysmans zijn boeken schreef en zich tot het katholicisme bekeerde. Heel pittoresk, en door de contrastwerking met het klinische interieur goed voor mijn gemoed. Er zal uitstekend voor je gezorgd worden, zei de gids. Je bent hier in verzorgende handen. Je zal spionageromans kunnen lezen en naar alle rockmuziek van de wereld luisteren, zelfs je eigen playlists samenstellen. Houd ik wel van rockmuziek, dacht ik, ik ben dezer dagen toch meer begaan met jazz en modern klassiek, gisteren beluisterde ik nog The Modern Jazz Quartet en Debussy? Maar ik hield deze bedenking voor me.

Weer op de gang, de deur van de voor mij bestemde luxekamer al toe, klampte een Aziaat de gids aan. De man had ook een kamer nodig, in dezelfde vleugel waar die van mij was gelegen. Eigenlijk had hij zijn oog laten vallen op mijn vertrek, zo mooi wit en synthetisch! Geen goed idee, zei de gids tegen de Aziaat, jij komt toch uit het Noorden? Dan zal een houten kamer je veel meer deugd doen. Daarbij knipoogde hij naar me. Hij wilde me doen geloven dat ‘synthetisch’ een hogere categorie is dan ‘hout’, dat ik bijgevolg een voorkeurbehandeling genoot en de Aziaat gediscrimineerd werd. De Aziaat leek met het voorstel in te stemmen. Het zal zeker een gevaarlijke ingreep worden, zei de gids nog. Je zou kunnen sterven. Maar je hebt vier maanden om je erop voor te bereiden.

Vier maanden om me voor te bereiden op de dood. Opeens besef ik dat ik een heilige soldaat ben. Mijn opdracht is over vier maanden te zullen sterven. Ik behoor tot de groep van de zuiveren. Mijn gedachten zijn rustig, weloverwogen, rationeel. Ik zal gezond moeten leven, volgens de regels van het Boek. Discipline, oefeningen, vasten, gebed. Volgens de regels die eeuwen geleden werden opgetekend en nog steeds even geldig zijn. Transparante voorschriften voor een transparant, dienstbaar en strijdend leven. Je zal je leven moeten veranderen, gaat het door mijn hoofd.
Ik voer lange gesprekken over de juiste weg, de via perfectionis en de via humilitatis*, met een andere uitverkorene. Wie hij is weet ik niet. Hij lijkt op mij.  Misschien is hij mijn spiegelbeeld? Beiden streven we naar het goede (ἀγαθός), het leven in evenwicht. We hebben het nooit over geweld of oorlog, alleen maar over getrouwheid aan de leer, over zuiverheid. Vier maanden resten ons om in zuiverheid te zullen sterven.

Maar wat vreemd toch dat ik nu in het hoofd van een terrorist zit, ik Martin Pulaski,  de man die me vanuit de spiegel aankijkt. Hoe kan dat? Neen, dat ben ik niet, die stem in mij. Het is de stem van een verzonnen personage. Ik ben een acteur, ik speel een personage uit een pas verschenen boek. Pas verschenen? Dat is dan wel heel vlug gegaan. Hoe kan de auteur al zo kort na de verschrikkingen van 22 maart zo’n indringende roman klaar hebben? Over de gebeurtenissen in Brussel, over de denkwereld van de zelfmoordterroristen, over hun mentale voorbereiding? Is het een werk van Thomas Mann? Maar die schrijver is al lang dood? Hoe ongeloofwaardig ook, toch denk ik dat het om een roman van de grote Duitse schrijver gaat, vooral omdat de dialogen doen denken aan die van de humanist Settembrini en de jezuïet Naphta in ‘De Toverberg’.

Nu ik besef dat ik niet werkelijk de heilige soldaat ben, de terrorist, en dat ik zelfs niet over vier maanden moet sterven, voel ik een lichtheid zich van mij meester maken zoals ik die naar mijn weten nooit eerder heb ervaren, een onmetelijke euforie, misschien vergelijkbaar met die van een gelovige aan het eind van de negentiende eeuw die een zware zonde aan zijn biechtvader heeft opgebiecht en de absolutie gekregen. (Maar mijn lichtheid is niet die van een vervlogen tijd: ik begin niet met gebogen hoofd en gevouwen handen vurig te bidden.)

odilon redon fallen-angel-1872.jpg

*”waarbij de adept zichzelf leegmaakt vanuit de veronderstelling dat het absolute zelf of het absolute Niets vroeg of laat de plaats zal innemen van het oude ik.”
Peter Sloterdijk, Je moet je leven veranderen

Mikhail_Nesterov_001.jpg

Afbeeldingen: Odani Motohiko; Odilon Redon; Mikhail Nesterov

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende